Dansoptreden met tunnelvisie

Onze dochters hadden dit weekend weer hun jaarlijkse dansoptreden. Onze meisjes oefenen een heel jaar lang jazz en hiphop voor dit ene dansweekend. De hele familie komt onze dochters bewonderen, met de mama en de papa als hun grootste groupies: die missen geen enkel optreden ;-).

Deden ze dat goed? In mijn ogen wel natuurlijk, maar ik ben dan ook de mama. Uiteraard vond ik het optreden van mijn dochters prachtig. Ze hebben ritme, ze dansen met gevoel. Dat hebben ze van de papa-drummer. Bovendien moeten we eerlijk zijn, ik ben allang blij als ze het einde van de avond halen zonder misstappen, black-out of van het podium te donderen (been there!). Zolang alles maar zonder incidenten verloopt, ben ik allang tevreden. Die paar kleine foutjes waar ze op het einde van de avond altijd weer over sakkeren, heb ik toch nooit gezien.

En hoe doen ze het dan in vergelijking met de anderen? Mag ik daar eerlijk op antwoorden? Ik zou het echt niet weten. Tijdens hun dansjes heb ik maar oog voor één iemand en dat is mijn dochter. Ik zou je achteraf echt niet meer kunnen vertellen met hoeveel ze op het podium stonden en wat de persoon voor, achter of naast haar aan het doen was. Zelfs al zou er aan de andere kant iemand naakt het podium opkomen, ik zou het niet gezien hebben. Ik heb in mijn tunnelvisie alleen oog voor mijn meisjes. Die ene keer dat ze samen in één groep zaten, vond ik het ook verschrikkelijk moeilijk om beide dames te zien dansen. Ook nu hadden ze een dansje samen, maar het stuk dat ze met twee tegelijk in actie kwamen, stonden ze schoon naast elkaar. In één oogopslag te zien. Ik denk dat de dansleraressen rekening houden met de gevoeligheden van de ouders in de zaal ;-).

smile

(www.thefabuloustimes.com)

Wat mij na het dansweekend telkens weer ongelooflijk fier maakt, is het overduidelijke plezier dat mijn dochters hebben in het dansen. Toen ze deze middag vertrokken, zei de oudste dat ze er ontzettend naar uitkeek, nog een middagje op het podium. En mijn beide dochters staan met een “big smile” op dat podium. Dat hebben ze weer van de papa, die voelt zich ook thuis op een podium. En op het einde van de dag is dat voor mij het enige dat telt: ze staan daar graag en met overgave te dansen. Het plezier spat van hun gezichten, daar waar je bij andere kindjes soms de spanning en de concentratie kan aflezen. Of ze ziet en hoort meetellen of meezingen, wat overigens wel heel erg schattig is.

Intussen is het rustig in huis. Een weekend podiumbeest spelen, kost duidelijk wel energie. Gelukkig hebben we een korte week voor de boeg.

Vijf op vrijdag: favoriete zomergerechtjes

In de zomer eten wij anders dan in de winter. In de donkere, koude wintermaanden zal ik vaak trek hebben in hartige, zwaardere stoofpotjes of ovenschotels met veel puree en gebakken patatjes, terwijl ik in de zomer liefst licht en luchtig eet. Wat niet altijd “gezond” betekent, maar de kans daarop is in de zomer over het algemeen wel groter dan tijdens de wintermaanden.

Ook het snoepgoed verandert. Als we tijdens de wintermaanden regelmatig cake, brownies of koekjes bakken of af en toe eens vanillepudding koken, dan zullen we in de zomer de ijsmachine al eens vaker uit de kast halen (of de crèmerie in het dorp met een bezoekje vereren). Bakken gebeurt nog wel, maar we gaan de oven niet opwarmen als het sowieso al 35 graden is.

Aangezien we de eerste zonnige dagen achter de rug hebben, en we deze week opvallend meer zomergerechten introduceerden, zullen we onze favorieten eens opsommen in onze Vijf op Vrijdag/Zaterdag (met dank aan Boston, baby! voor de inspiratie).

  1. Mozzarella met tomaten, olijfolie, zout en peper. Uiteraard kan je dit tijdens de wintermaanden ook eten als aperitiefhapje, maar het smaakt nooit beter dan tijdens de zomermaanden, als we verse tomaten mogen meebrengen uit Opa’s tuin. Met buffelmozzarella en smaakvolle olijfolie. Of je moet het in Italië zelf eten natuurlijk, waar de tomaten wel pas in de supermarkt komen als ze al volledig gerijpt zijn (en dus smaak hebben). Wij zijn verwend/verknoeid voor het leven omdat we al heel vroeg het verschil leerden tussen verse smaakbommen uit onze tuin en de slappe, waterige winkelvariant.
  2. Barbecue. Voor mij het excuus bij uitstek om me te buiten te gaan aan verse groentjes. Sla, tomaten, komkommer, bloemkool, boontjes, worteltjes, radijsjes, augurkjes en ajuintjes. Doe er dan nog een koud eitje, een aardappelslaatje of tabouleh bij en ik ben al ruim tevreden. Naar ’t schijnt moet je daar ook nog vlees bij eten. Als het dan toch echt moet, dan geef ik de voorkeur aan een witte pens. Grappig eigenlijk want de rest van het jaar eet ik nooit witte pensen. Ik vind dat eigenlijk alleen lekker met véél groentjes en gegrild op de barbecue.
  3. Koude schotel. Opnieuw een schotel vol groentjes, maar ditmaal aangevuld met het overheerlijke garnaalslaatje van de echtgenoot, gerookte forel en gerookte zalm. Meestal hebben we genoeg voor twee dagen en dan krijg ik de overschot een dag later mee naar het werk. (Anders “offert” de echtgenoot zich meestal op voor onze restjes.) Onze koude schotels zien er ook altijd fantastisch uit: de echtgenoot is een pro in het schikken. En aangezien ik vooral “eet met de ogen”, werkt dat trucje elke keer.
  4. Pizza. Uiteraard eten we ook in de winter pizza, maar toch is het vooral een zomers gerecht. Het was jarenlang de vaste keuze van de oudste op haar verjaardagsfeestjes. Die steevast buiten doorgingen, héél vaak onder een stralend zonnetje. Waarbij de kinderen zich eerst hadden uitgeleefd in het zwembad, of met de waterballonnen. Intussen bakte ik een paar schotels pizza, die we dan buiten, onder de parasol, aan lange tafels verorberden, in fijn gezelschap. Ook onze favoriete keuze in Italië, waar ik de simpele pizza’s leerde verkiezen. Er is niets zo heerlijk als een pizza met olijfolie, ajuin, peper en zout. Of olijfolie, courgette, peper en zout. Of enkel olijfolie en peper en zout. Ja, ik vind een pizza bianca alle verdure (met groentjes) vaak minstens even lekker als de tomatensaus-variant.
  5. Een club-ciabatta. Voor mij hoeft er in de zomer niet per sé gekookt worden. Ik geniet minstens even hard van een vers broodje recht uit de oven. Nog een beetje lauw en knapperig, vol groentjes: sla, tomaten, komkommer, wortelen, een eitje, augurken en ajuintjes. Saus hoeft er niet bij, beleg ook niet per sé, maar een sneetje Hollandse kaas, Italiaanse Parmaham, onze “meesterlijke” hesp of een sneetje gerookte zalm mag gerust. En als we nog boontjes of bloemkool over hebben, prop ik er dat ook tussen. Met de nodige commentaar van de echtgenoot en de kinderen tot gevolg: “het steekt nauw zeker” of “die ene augurk ligt toch écht wel een beetje scheef, daar kan je best nog iets aan doen”.

Toscaans etenEén constante: lekker, vers en vooral véél groentjes, die net dit seizoen bomvol smaak zitten. Laat de zomer dus maar komen, wij zijn er volledig klaar voor. En als de zomer niet wil komen, kunnen we ‘m al in huis halen met onze gerechtjes. Koude schotel morgen? Pizza op maandag?

Een zonnig tussendoortje

Het is een drukke week. Onze dochters hebben dit weekend dansoptreden en dus is de week gevuld met repetities en de gewone danslessen. Tussendoor was er ook nog oudercontact over de studiekeuze. Bovendien werd ook de echtgenoot-leraar zelf op het oudercontact verwacht en heeft hij later deze week ook nog leerlingenconcert. En dus wordt er deze week weer geïmproviseerd en vooral veel heen-en-weer gereden om de dochters en de rest van het gezin tijdig op alle afspraken te krijgen. En uiteraard komt alles samen: toevallig is het ook nog een hectische werkmaand en zijn ook de weekends goed gevuld.

Maar het was gisteren zo’n mooie, schitterende zomerdag. Toen ik na mijn ochtendmeeting halverwege de namiddag thuiskwam, heb ik voor één keer de boel de boel gelaten, een boekje genomen en me in de tuin geïnstalleerd. Ik heb het zelfs niet lang volgehouden met het boekje, maar al na een tiental bladzijden begonnen de lettertjes te dansen en heb ik mijn ogen héél even gesloten. Om een uurtje later terug wakker te worden, nog steeds in het zalige zonnetje (en wees gerust, ik had me ingesmeerd).

En ja, er was nog werk in het huishouden. Dat is er altijd en dat loopt niet weg. En we hebben ’s avonds ruimschoots gecompenseerd en de resterende strijkmanden weggewerkt. Maar soms moet je ook gewoon het moment durven grijpen. Soms moet je ook naar je lichaam luisteren en dat af en toe – zeker in drukke periodes – de nodige rust gunnen. En dan soms eens een uurtje in het zonnetje bijtanken. Zonne-energie opdoen.

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het voor mij absoluut niet. Vroeger zou ik gewoon door werken, eerst mijn taken afronden en dan pas rust nemen. Om dan ’s avonds uitgeteld in bed te “vallen” en te moeten constateren dat rusten er die dag voor de verandering weer niet in zat. Of die week. Of soms zelfs die maand. Vroeger ging ik maar door en door. En dat lukt, voor een tijdje, maar op een bepaald moment zegt je lichaam stop. Dan word je geveld door een simpel virusje of dan slaat de migraine weer toe. Veel te veel jaren heb ik mijn lijf tot het uiterste gedreven.

En dat deed ik mezelf aan. Omdat ik alles “perfect” wilde doen. Omdat ik controle wilde houden. “Wat je zelf doet, doe je beter.” Omdat ik geen hulp wilde of durfde te vragen. Omdat het mijn verantwoordelijkheid was… Er was altijd wel een nieuwe reden om er nog net dat tikkeltje bovenop te doen. Terwijl ik de echtgenoot en de dochters wel aanspoorde om op tijd en stond rust te nemen. Om eens met een boekje in de zetel te gaan zitten. Om een middagdutje te doen. Maar intussen bracht ik mijn eigen goede raad te weinig zelf in de praktijk. Tot de echtgenoot en de dochters me een spiegel voorhielden. Tot ze hun bezorgdheid uitten dat “mama zelf ook eens moest rusten, want dat het niet leuk is als mama moe is. Dan is ze zo snel kwaad…”

Laat ons zeggen dat het een leerproces blijft. Dat het makkelijker is om zelf rust in te bouwen als we dat hier allemaal samen doen. Dat ik me nog altijd schuldig voel als ik de manden strijk negeer om tussendoor een dutje te doen of ’s avonds veel te vroeg in slaap val. Ook al zegt de echtgenoot elke keer opnieuw “dat is een teken dat je het nodig had”.  Ik zou soms nog wat sneller mijn grenzen moeten bewaken, maar ik oefen en ik doe mijn best. Maar gisteren, in het zonnetje, heb ik héél even gewoon genoten. Van de warmte, van de zon, van het dutje, van het niksen. Van het feit dat ik het “moeten” héél even losliet.

Wedden dat ik nog een echte pro word binnenkort/ooit?

Feest op den Berg

Het was dit weekend feest op den Berg. Eén van de scholen in Heist-op-den-Berg, het Heilig-Hartcollege, is immers een nieuwe school aan het bouwen. De nieuwbouw is intussen zo goed als voltooid, tegen september zullen alle leerlingen een nieuwe school vinden in waar tot op heden enkel de benedenbouw zijn vestiging had. Dit betekent wel dat de locatie “op den Berg” niet langer zal gebruikt worden. Het schoolgebouw op den Berg is verkocht en zal tegen de grond gaan. De vrijgekomen plek zal bebouwd en bewoond worden.

20170514_195954[1]_miniEn dus hield de school een feestje: voor het laatst werden de gebouwen opengesteld en mocht iedereen die er zin in had nog eens afscheid komen nemen. En dat deed zo goed als heel Heist-op-den-Berg. Ook wij gingen nog een laatste keer naar de school waar de echtgenoot het derde en vierde jaar van zijn humaniora doorbracht en ooit zijn carrière als leerkracht begon. We gingen voor het laatst in de klassen kijken, genoten van de fototentoonstelling (met oude klasfoto’s) en ontmoetten oud-leerkrachten en ex-collega’s van de echtgenoot.

Ook mij deed het toch iets. Ik ben niet van de streek, ben de echtgenoot na onze ontmoeting naar zijn thuisbasis gevolgd en heb mijn lagere en middelbare school ver hier vandaan. Maar dit was wel de plek waar ik mijn stage deed. Waar ik 20 uur voor de klas heb gestaan. De berg oplopen bracht een heleboel herinneringen mee. De zenuwen de allereerste keer dat ik naar de ingang liep en mijn luisterstages zou aanvatten. De (kleine) klaslokalen onder het dak voor de kleinere klasjes (mijn 5 Handel) waar de lessen goed liepen. Het grote computerlokaal waar de verplichte computerles chaos werd, vooral omdat het een eeuwigheid duurde vooraleer alle computers waren opgestart en mijn timing al vanaf de eerste minuut volledig in de soep draaide.

Al bij al heb ik fijne herinneringen aan die periode, al liep het niet altijd even gesmeerd. Ik heb ontzettend veel geleerd uit mijn stage, ook al heb ik achteraf besloten om toch een andere weg in te slaan. Het blijft fijn om af en toe nog eens te mogen proeven van het schoolleven. Zo probeerde ik hier nog maar een paar weken geleden tijdens de lessenmarathon de leerlingen te boeien met een introductie Italiaans.

Het schoolgebouw was afgeleefd en dringend aan vernieuwing toe. Maar tegelijkertijd lijkt het zo nostalgisch hard op de scholen waar ik mijn lagere en middelbare schooltijd doorbracht. Ondanks de grote, hippe tv-schermen in sommige lokalen. Het aardrijkskundelokaal met zijn wereldbol, zijn grote, oude mappen, had het mijne kunnen zijn. Ondanks de lockers op de gang (wij deden het in onze tijd nog gewoon met kapstokken in de gang) ;-). Bovendien zal het de enige school blijven waar ik ooit voor een klas gestaan heb. En dus deed het mij ook wel iets, het afscheid van het college “op den Berg”. Maar het was vooral héél erg gezellig: zonnig weertje, fijne sfeer en aangenaam praatcafeetje. Al hebben we de fuif maar aan ons laten voorbijgaan: dat was meer iets voor de oud-leerlingen van de laatste paar jaar, niet voor de 25-jarige jubilarissen ;-).

Vijf op Vrijdag: de zonnige zomerversie

20170512_184516[1]Ja, we waren deze week rap content. De temperatuur kwam voor het eerst dit jaar in de buurt van de 20 graden, het zonnetje scheen en heel even hadden we een zomers gevoel, inclusief de warmteonweders die uiteraard net huis hielden op het moment dat ik naar het station liep om mijn trein te halen. En een paraplu beschermt uitstekend, behalve blijkbaar de onderste 10 centimeters van mijn broek en mijn voeten. Die waren op een kleine 10 minuten volledig uitgeregend.

Het leverde alvast inspiratie op voor een zonnige Vijf op Vrijdag (met dank aan Boston, baby!). Want wat zijn de eerste dingen die ik doe als de zon (eindelijk) schijnt?

  1. Blote benen. Als de zon schijnt, dan haal ik de jurkjes en de rokjes boven. Dan mogen de blote benen na de lange donkere winterperiode eindelijk ook terug ademen. Dat er een hele voorbereiding aan voorafgaat om je benen summerproof te krijgen, is wel een ferm nadeel van het zomers zonnetje. En dat die benen nog melkwit zien na de lange, koude winter, daar moet je je ook overheen zetten. Maar kijk, als je ze blijft verstoppen in jeansbroeken, gaan ze nooit kleur krijgen.
  2. Nagels lakken. Zon betekent sandalen en dus tenen bloot. En dus moeten/worden de nagels gelakt. In een zonnig kleurtje uiteraard. En dan kan je in één beweging best ook je vingernagels een matching kleurtje geven. Liefst een héél vrolijk kleurtje. Nu moet ik wel eerlijk bekennen dat ik nagels lakken vooral veel gedoe vind en er niet bepaald handig in ben. Het kost me dus veel tijd, het is veel gepruts en binnen de paar dagen begint dat dan ook nog eens terug af te bladeren. De rest van de zomer denken we dan vooral “much ado about nothing” en laten we het meestal zo. Behalve tijdens het verlof. Dan hebben we toch niks beters te doen.
  3. Aardbeien eten. De eerste warme zonnestralen van het jaar zetten me altijd aan tot gezond eten: veel fruit en slaatjes. Bovendien valt die eerste zomerperiode meestal ook samen met de aardbeienoogst. Er is niks smaakvollers dan échte, verse aardbeien uit de tuin van mijn ouders. Als kind maakten we een soepje, met veel suiker. Nu mengen we de aardbeitjes ’s morgens met het normale fruitslaatje (banaan, blauwe besjes, kiwi) en proberen we onszelf tussendoor te bedwingen om niet het hele bakje leeg te eten. Met het einde van het aardbeienseizoen zit de gezonde dwang er vaak ook weer op: de zomer is immers ook de periode van cocktails, witte wijn en ijsjes ;-).
  4. De veranda openzetten. Onze veranda is de meest populaire plek van het huis, om te werken en te eten. In de winterperiode, als het ’s morgens nog donker en koud is, ontbijten we echter vaak in de keuken. Maar de dagen worden stilaan langer en in een lenteweekend durven we de veranda al inpalmen om lang te ontbijten. Of te brunchen. Of het ene naadloos in het andere te laten overgaan. Maar het moment dat het net warm genoeg is om de veranda voor het eerst open te zetten, al is het op een klein kiertje, is het fijnste moment van het jaar. Het gras kunnen ruiken, de warmte kunnen voelen en een klein beetje verkoeling door de wind. Zalig!
  5. Een boek lezen in de ligzetel. We hebben er maar twee, dus het is altijd even vechten. Maar de eerste keer dat het zonnetje warm genoeg is om de ligzetel uit te halen, een boekje erbij te nemen en een paar uurtjes te stelen in de zon, is altijd de fijnste. Vaak ook omdat je voor één keer de boel de boel laat, maar gewoon geniet van het zonnetje, van de warmte op je huid, van het zalige niksen. Zelfs het boek is op dat moment eigenlijk bijkomstig, maar je moet toch doen alsof je nog iets nuttigs aan het doen bent, niet?

Onze eerste keer in 2017 hebben we net achter de rug, maar van een tweede keer kan ik gerust ook nog genieten, hoor. En naar ’t schijnt wordt het de komende dagen ook nog mooi zomerweer. Mijn ligzetel is alvast al gereserveerd ;-).

Uit het tienerleven: kruispunt

Onze oudste zit al een aantal weken in het studiekeuze-proces op school. Deze week zal dat uiteindelijk uitmonden in een advies: dan heeft de klassenraad bekeken of de gewenste richting wel realistisch is. Bovendien wordt er ook al eens voorzichtig verder gekeken. Naar de toekomst na het middelbaar.

Het is voor hen een spannende periode, maar ook voor ons als ouders. Je probeert je kind zo goed mogelijk te begeleiden, maar tegelijkertijd ben je ook geen specialist en is het toch maar uitzoeken. Hoe bereid je je kind het beste voor op haar toekomst? Hoe zorg je ervoor dat ze haar kansen gaaf houdt? Maar tegelijkertijd probeer je ook rekening te houden met wie ze is, met haar talenten en met haar gevoel. En wat doe je als jullie hierover van mening verschillen: stuur je haar jouw richting uit of volg je haar?

Toen mijn dochters nog baby’tjes waren, kon ik me soms zo ongelooflijk machteloos voelen als ze huilden en ik geen idee had waarom ze weenden. Ik was ergens opgelucht toen ze de leeftijd bereikten dat ze zelf konden zeggen wat er aan de hand was: of ze boos waren, honger of pijn hadden, iets wilden. Onze dochters zijn intussen tieners en in veel opzichten is het een stuk makkelijker geworden. Onze taak is geëvolueerd van “zorgen voor” naar “waken over”. De meeste dingen kunnen ze zelf, ze hebben ons hoe langer hoe minder nodig. Wij steunen hen in wat ze doen, geven goede raad en zijn er op de achtergrond. We moeten hen hoe langer hoe meer loslaten en er vertrouwen in hebben dat hen dat ook zal lukken.

Maar studiekeuzes hebben wel een belangrijke impact op de mogelijkheden voor en in hun verdere leven. Als ouder wil je uiteindelijk alleen maar het beste voor je kind. Maar wat is het beste? Toen ik de leeftijd van mijn dochter had, wist ik al dat ik Frans-Italiaans wou gaan studeren. En toch heb ik in de derde graad van het middelbaar Natuurwetenschappen gevolgd. Heb ik daar spijt van gehad? Eigenlijk niet, want ik deed ook graag wiskunde en heb in het laatste jaar zelfs even getwijfeld. Had mijn latere weg er anders uit gezien als ik Latijn-Moderne Talen had gevolgd, wat eigenlijk de keuze van mijn hart was? Geen idee.

Intussen zijn we 25 jaar verder en heb ik geleerd dat er niet één juiste weg is, maar net veel verschillende manieren om een doel te bereiken. Dat je soms omwegen maakt, maar uiteindelijk toch je bestemming vindt. Dat je je talenten moet koesteren, want dat dat net hetgeen is dat je uniek maakt én dat je intrinsiek motiveert. Als je kan doen wat je graag doet en waar je goed in bent, dan ben je meestal niet geneigd om dat als een opgave te beschouwen, maar net als iets waar je energie uit haalt. En dan kijk je niet op een inspanning meer of minder.

Onze dochter zal zelf haar toekomst moeten maken. Allicht zal ze in de loop van haar leven een paar keer een verkeerde afslag nemen, of een omweg maken, of zal ze voor een minder evidente weg kiezen. Soms zal ze zelf een verkeerd pad inslaan, soms zullen de omstandigheden haar tocht blokkeren en haar dwingen op haar stappen terug te keren. Wij zullen er voor haar zijn en haar steunen, op alle mogelijke manieren. Soms zullen we haar waarschuwen, maar toch een stapje opzij zetten en haar tegen de muur laten lopen, omdat dat nu éénmaal de enige manier zal zijn waarop ze zal leren.

En dus laten we haar zoeken. Ze informeert zich, ze spreekt met de leerkrachten, ze vraagt raad, ze doet testen op internet, ze bekijkt haar opties, ze praat met ons. We zien dat ze twijfelt, afweegt, de ene dag het ene verkiest en de andere dag weer het andere. Hoe moeilijk het ook is, we proberen haar niet te sturen, we proberen haar vrij te laten. Op voorwaarde dat zij overtuigd is en er vol voor gaat. Op voorwaarde dat ze haar talenten ten volle benut. Haar hart erin legt.

Helemaal zijn we er nog niet. Maar toch bijna. En dan kan je als mama enkel hopen dat ze haar weg wel zal vinden. Met omwegen, zijsprongen en alle hindernissen die erbij horen. Vol vertrouwen (maar met een klein hartje) laten we haar alweer een beetje meer los.

De kleinste in huis

Kijk, iemand moet het zijn. Sinds gisteren heb ik officieel de eer en het genoegen om de kleinste in huis te zijn. De oudste is me intussen al een jaar of twee en een centimeter of 7 voorbijgestoken. Zelfs met hakken aan kan ik het nog amper verbergen. Maar zondag liep ik hier na een dag op hakken op blote voeten rond en de jongste zag haar kans schoon. Want het is al een paar weken kantje boordje. Toen we een maand geleden nog eens tegen elkaar gingen staan, scheelde het nog een centimetertje, in mijn voordeel.

Maar de jongste is haar puberteit ingegaan en groeit als kool. Broeken die in de herfst nog ingekort moesten worden omdat ze echt nog wel ettelijke centimeters te lang waren, zijn intussen net gepast. Zijn wij blij dat “flanking” momenteel in de mode is – anders betaalden we ons blauw aan jeansbroeken alleen ;-). Maar zondag liet ze me nog even naast haar staan en mochten de papa en de oudste scheidsrechter spelen. Veel scheelt het niet, maar nu heeft onze jongste het voordeel en ben ik dus het kleintje ten huize Tifosa.

Vind ik dat erg? Bah neen. Het hoort bij het leven dat de nieuwe generatie de oude voorbijstreeft en we hadden al zo’n voorgevoel dat de jongste wel eens een fikse groeischeut zou kunnen krijgen. Zij aardt immers naar de grote kant van de familie terwijl ik eerlijk gezegd de vorige generatie niet heb overtroffen ;-). Voor de jongste is de jacht op de oudste nu open…

En ik? Zolang ik hakken draag, kan ik nog een klein beetje de schijn ophouden. Misschien is dit nieuwtje dan maar een goede aanleiding om nog eens hoge schoenen te kopen. En wat de vakantiefoto’s betreft, zal ik de goede raad om een heuveltje op te zoeken maar opvolgen. Dan kan ik net een paar centimeters boven de dochters uittorenen. Op mijn 43ste moet ik mijn “grotere” erkennen in de tienerdochters van bijna 16 en net 13. Ik had op nog een jaartje respijt gehoopt, maar het is wat het is. De kleinste in huis. Zucht.