Vijf op vrijdag: “kleine” irritaties

Vandaag las ik bij Samaja een blogpost over kleine irritaties, de zogenaamde “pet peeves”. Talitha begon er ooit mee en je vindt her en der wel varianten. Laat mij er vandaag een “Vijf op vrijdag”-versie van maken.

  • File. Als er iets is waar ik een bloedhekel aan heb, is het wel aanschuiven op de autostrade. Of op kleinere banen. Aanschuiven tout court eigenlijk. Om de één of andere reden komt dat NOOIT goed uit. Net als je nipt vertrokken bent om je trein te halen, zit om god weet welke reden het rond punt halverwege tussen je huis en de trein helemaal geblokkeerd. En zijn er op de Brusselse ring ooit momenten dat je niet op een bepaald punt even moet stilstaan? Zelfs op een zaterdagavond midden in de vakantie na een lange terugtocht doorheen verschillende Europese landen kan je er gif op nemen dat je in Brussel toch altijd even (veel) tijd hebt om aan sightseeing te doen. (Niet dat er rond de autostrade veel te zien is, maar kom.) Al is Antwerpen de laatste tijd minstens even erg. Zucht.
  • Wachten. Eigenlijk sluit dit aan bij het eerste punt. Ik heb een hekel aan wachten. In een rij wachten tot de deuren naar het festival eindelijk openen. Net te vroeg arriveren bij de Colruyt en nog even moeten wachten tot je de winkel binnen mag. Op de trein wachten. Wachten tot het eten klaar is. Geduld uitoefenen, ik ben daar niet zo goed in. Heel slecht eigenlijk. Geduld en ik, wij zijn eigenlijk niet echt compatibel. Als ik iets doe of wil, moet het nu. En dan kan het zo verschrikkelijk jammer zijn dat er tegelijkertijd zoveel mensen zijn die hetzelfde willen als ik. Die ook dat concert willen bijwonen, of die ook net op hetzelfde moment naar het zuiden willen. Of naar de kust. Zucht.
  • Een snotvalling. Ik ben een hele slechte patiënt, maar de grootste hekel heb ik aan een snotvalling. Kijk, ziek is ziek en soms kan je niet anders dan je bed in kruipen en naar je lijf luisteren. Maar met een snotvalling ben je niet écht ziek. Je bent niet slecht genoeg om in je bed te kruipen en uit te zieken, maar je bent ook niet goed genoeg om normaal te functioneren. Er zitten watten in je hoofd, alles gaat wat trager en je bent niet helemaal helder. En je neus zit dicht en dat vind ik het áller-ambetantste dat er is. Want ik adem door mijn neus. Een potdichte neus wil dus zeggen dat ik slecht slaap. En slecht slapen maakt me kregelig. Uiteindelijk werk ik iedereen (en vooral mezelf) dan ferm op de zenuwen. Zucht.
  • Honger. Ik heb op geregelde tijdstippen brandstof nodig voor mijn lijf, maar ik laat me telkens opnieuw verrassen door de snelheid waarmee de verbranding in mijn lichaam gepaard gaat. Idealiter ontbijt ik rond 7 uur, lunch ik rond 13 uur en nuttig ik het avondmaal rond 18 uur. Om 10 uur en om 16 uur plan ik dan een paar tussendoortjes. Jammer genoeg haal ik de ideale dag nooit. Dat ontbijten lukt nog wel, maar het eerste tussendoortje is meestal al rond 9 uur gepasseerd. Als ik 11u45 haal voor het middageten ben ik zeer fier op mezelf. Het vieruurtje wordt hier gewoonlijk om 14 uur binnengespeeld en dan begint het véél te lange wachten op het avondmaal. Met als gevolg dat ik reuzehonger heb, wat ook weer op mijn humeur werkt. Zucht.
  • Een falend toestel. De afwasmachine die je in de steek laat net op het moment dat het aanrecht uitpuilt met vuile potten en pannen. Of de digicorder die de geest geeft terwijl je een serie aan het bekijken was (uiteraard ééntje die NIET op Netflix te vinden is). Een elektriciteitspanne in het midden van de nacht waardoor je ’s morgens véél te laat – met een flikkerende display – wakker wordt. De wasmachine die besluit je hele wasprogramma af te werken op het droogzwieren na, waardoor je met een machine vol natte kledingstukken zit. De verwarming die in het midden van de enige vriesweek die winter ermee ophoudt. Achteraf zijn dat allemaal geweldige verhalen, maar op het moment zelf is het nooit grappig en komt het nooit goed uit. Zucht.

Eigenlijk ben ik best wel een aangenaam mens hoor. Maar zet me niet in een file, waar ik met honger moet wachten en niet door mijn neus kan ademen door een snotvalling terwijl de radiator van de auto zelfs op de hoogste stand geen warmte meer wil geven. Op zijn minst ben ik dan kregelig of durf ik wel eens een ferme zaag te spannen. En maak dan absoluut geen grapjes over de situatie, want ik verlies écht elk gevoel voor humor dan. Of relativeringsvermogen.

Maar in alle andere omstandigheden kan je overal met mij komen 😉.

Advertenties

Klein geluk #13

We zijn de laatste weken echt wel ongelooflijk hard met ons gat in de boter gevallen. Het stralende lenteweer zet de natuur in volle pracht en daar genieten wij met volle teugen van.

lente

  • Onze hele tuin staat in bloei en toont een ongelooflijke rijkdom aan kleuren.
  • De klaprozen bloeien uitbundig.
  • De zon blijft stralen. Graag tot oktober 😉.
  • Geen moederdagcadeautje willen, maar graag gaan shoppen met ons vieren.
  • Toch een moederdagcadeautje krijgen <3.
  • Een blogdate met een bijzonder fijne blogdame.
  • Een uitzonderlijk productieve blogdate.
  • Veel inspiratie en spannende ideeën.
  • Nieuwe lakens op je bed.
  • De was die volledig afgewerkt is voor het einde van het weekend (dankzij een helpende hand).
  • Een heerlijk kopje koffie om de middagdip tegen te gaan.
  • Een geslaagd kookexperiment.
  • Dat harde korstje van een versgebakken cake.
  • Pasta, hoe meer hoe liever!
  • De fruitsla met banaan, kiwi, blauwe bessen en aardbeien bij het ontbijt.
  • Gegrilde groenten.
  • Uitslapen.
  • Uit bed sluipen en de rest van het gezin laten uitslapen.
  • Stiekem genieten van de rust in een slapend huis.
  • De spannende afloop van De Mol. De enige die ik al die weken totaal niet verdacht heb, blijkt de mol te zijn en mijn mol wint het spel. Maar wat blijft dat programma knap gemaakt. Wat een plezier spat er van het scherm en wat is dat ongelooflijk schone feelgood-tv.
  • Een zonnebril die weer rechtgezet is en op mijn snoet blijft staan 😉.
  • Een vergeten aanwinst in je kast ontdekken en je er ongelooflijk goed in voelen.
  • Wanneer je op de Stoffenbeurs perfect vindt wat je zocht. (Ook al moet je eerst een uur vruchteloos rondlopen om dan uiteindelijk bij het begin te eindigen en daar alle stoffen te verzamelen.)
  • De autoritjes met de dochters. Zalig bijbabbelen.

Het leven zoals het is. Geen grootse reizen, maar een paar korte tripjes in de buurt. Altijd fijn in goed gezelschap. Toch is het hier zeker niet al goud wat blinkt. Zo was er deze week nog eens een migraineaanval (je moet de week van de migraine gepast inzetten natuurlijk), maar we kregen ‘m gelukkig snel onder controle. En toch zit er ook schoonheid in zo’n dagen, want slapen doet dan extra deugd en dat eerste kopje koffie “the day after” smaakt des te beter. Bovendien apprecieer je daarna des te meer de alledaagsheid van het leven.

Sporty Girl

Op dinsdag is het tijd voor een blogstokje. Deze “Sporty Girl Tag” vond ik bij kellycaresse.nl maar hij is op mijn lijf geschreven. Zeker nu de fietsmicrobe mij voorlopig weer helemaal te pakken heeft.

sport_mini

Eentje uit de oude doos, maar zo ziet het er dus uit 😉

Wat voor sport beoefen je?

Ik fiets en ik wandel. Fietsen doe ik op de hometrainer, wandelen van en naar het werk en tijdens mijn middagpauze, maar alles bij elkaar is dat toch goed voor zo’n 8.000 à 10.000 stappen gemiddeld per dag.

Hoeveel uur per week sport je gemiddeld?

Ik fiets gemiddeld zo’n 4 à 5 keer per week. In het weekend haal ik (ochtend)sessies van 2 uur, tijdens de week beperken mijn avondsessies zich tot 1,5 uur per keer. Ik denk dat ik de laatste weken toch zo’n 7 uur per week fiets. Het minimum dat ik mezelf opleg (als ik eenmaal echt terug in de routine zit) is zo’n 4 à 5 uur fietsen per week. Dat het nu vlot meer is, komt ook door de lange weekends waar we in mei van konden genieten. Meer vrije dagen betekent meer ochtendtrainingen en dus langere sessies.

Eigenlijk schrik ik hier zelf een beetje van. Ik weet dat ik zo’n 4 à 5 keer rijd, maar ik bekijk dat écht per sessie. En dan is het maximum op dit moment 2 uur. Maar als je je sporturen dan effectief bij elkaar optelt, dan is 7 uur per week toch al een redelijk serieus gemiddelde.

Sport je liever alleen of met anderen samen?

Ik sport het liefst alleen. Voor mij is sporten echt wel competitie, maar dan met mezelf. Ik vind het fijn om mijn grenzen te verleggen. Dat kan door langer te trainen, of door de gewenste afstand zo snel mogelijk af te leggen, of in het vooropgestelde tijdsbestek zoveel mogelijk kilometers te malen. We hebben intussen al een dikke 10 jaar een hometrainer in huis en sindsdien ben ik eigenlijk nooit meer naar de sportschool  of fitness geweest. In het begin was een hometrainer in huis pure noodzaak als ik wou sporten. Met jonge kinderen in huis slaagde ik er veel te weinig in om 2 trainingen per week te halen, wat toch wel het minimum is als je de kostprijs van je abonnement eruit wil halen. Maar intussen ben ik niet anders meer gewend en zou ik het zelfs een beetje vreemd vinden om “in gezelschap” te sporten. Alhoewel ik hier in huis ook nooit alleen ben, natuurlijk.

Wat doe je als je geen zin hebt om te sporten? Bedenk je liever 100 smoesjes of kun je jezelf toch motiveren?

Er zijn perioden in het jaar dat ik geen zin heb om te sporten en dan is elk excuus goed om de hometrainer stof te laten vangen in ons bureau. Maar als ik eenmaal terug in de flow zit, begin ik het gewoon te missen als ik eens een paar dagen niet train. Dan heb ik geen smoesjes nodig, dan vraagt mijn lijf gewoon om training. Er zijn natuurlijk avonden dat ik toch te moe ben om op de fiets te kruipen, of dat denk ik dan toch, maar eens je begonnen bent, blijkt het toch nog goed mee te vallen. Op andere momenten voel ik me klaar om er volledig tegenaan te gaan en dan blijkt het toch een moeizame rit te worden. Fietsen is onvoorspelbaar, maar achteraf voel ik me altijd beter. Uitgeteld, maar op een fijne manier. En daar doe je het uiteindelijk toch voor.

Heb je een sportblunder die je kunt benoemen?

Allicht wel, gezien de vele stommiteiten die me in het normale leven al spontaan overkomen. Dat zal zeker ook al tijdens het sporten zijn gebeurd, maar ik kan me er momenteel geen voor de geest halen. Op die keer na dat ik mijn eerste hometrainer (een goedkope versie uit de Macro) al binnen de paar maanden volledig kapot reed. Weerstand geknapt. Niet meer te herstellen en dus hebben we daarna een meer professionele variant in huis gehaald. Intussen zitten we al aan de derde – ditmaal een spinbike – maar gezien de uren die ik erop spendeer en de kilometers die ik trap, was het zijn investering wel waard.

Waar kun je je echt aan irriteren tijdens het sporten?

Als het zo’n avond wordt dat het niet wil vlotten. Dan doe ik toch voort en wil ik per se mijn uurtjes of kilometers halen, maar dan is het gewoon een zenuwslopende sessie. En dan kan ik ook een ferme zaag spannen. “Alles doet pijn, ik zit niet goed, het trapt niet goed, het gaat veel te traag, ben ik echt nog maar 20 minuten ver…”

Ben je van de sportieve gadgets en hypes zoals een activiteitenmeter, speciale apps op je telefoon  of een hartslagmeter?

Ja en neen. Ik heb een stappenteller op mijn smartphone, maar daar houdt het ook bij op. Tijdens het fietsen registreer ik mijn hartslag niet of hou ik geen gegevens bij. Ik volg alleen op het schermpje van de hometrainer het aantal minuten, het aantal kilometers en het aantal calorieën dat ik verbrand tijdens zo’n sessie. Ik kan je geen schema’s, overzichten of gemiddelden geven, ik train op gevoel en luister naar mijn lijf. Als dat zeer doet, is het genoeg geweest.

De laatste weken zit ik echt wel in een fietsflow. Het lukt goed, ik maal vlot mijn kilometertjes af en het is ook gewoon aangenaam. Dat het weer de laatste weken ook echt schitterend was, is zeker en vast een enorme hulp. Het is fijner als je onder een stralend zonnetje je sportieve inspanning kan leveren. Al leer je wel snel dat je je dan best ook kan insmeren, want zelfs in de schaduw staat je trainingsoutfit na die paar uurtjes toch in je schouders gebrand.

En als je mij nu wil excuseren, ik had deze avond nog een sessie gepland! Kwestie van het ritme erin te houden nu we toch grenzen verleggen 😉.

Week van de migraine

Van 14 tot 19 mei is het al voor de zesde keer de “Week van de Migraine”. Ergens in mijn puberteit had ik voor het eerst hoofdpijn. Heel lang is de diagnose “migraine” bij mij niet gesteld, ondanks het feit dat mijn moeder ook aan migraine lijdt en het heel vaak erfelijk is. Ik had op geregelde tijdstippen hoofdpijn, maar het was uitzonderlijk dat ik niet meer kon functioneren. In die zin heb ik veel geluk gehad. Maar langs de andere kant hangt het voor een stuk ook af van je definitie van “functioneren”.

Er zijn gradaties in de aanvallen die ik heb. Wat ik lichte aanvallen noem, kan ik misschien het best omschrijven als een band rond mijn hoofd, als een constante druk. Op dat moment kan ik mijn normale taken nog uitvoeren, maar voel ik wel enige hinder.

Als het een gradatie erger wordt, dan kan ik me wel nog ophouden, maar kan ik eigenlijk niet echt goed meer functioneren. Op dat moment bonkt mijn hoofd en voel ik pijn. Niet alleen in mijn hoofd, maar ook mijn schouders en nek zitten dan compleet vast. Ik voel dan een constante druk heen en weer tussen mijn hoofd en mijn nek. Op zo’n momenten zou ik graag even een snok geven, zodat de spanning uit mijn nek, schouders en hoofd kan wegvloeien.

In de ergste fase doet alles pijn en heb ik het gevoel dat ik mijn zijzicht kwijt ben. Ik kan mijn ogen dan precies niet meer tot het uiteinde krijgen om opzij te kunnen kijken, ik moet mijn volledige hoofd dan draaien. Ik word dan ook gevoelig aan licht en moet gaan liggen. Op dit moment kan ik niet meer nadenken, kan ik niks meer doen en ben ik niks meer waard. Dit is het moment dat ik het gewoon moet uitzitten.

Ik zit intussen al meer dan 30 jaar met de regelmaat van de klok migraineaanvallen uit – in verschillende gradaties – en toch blijft het moeilijk in te schatten wanneer de hoofdpijn overgaat in een migraine en wanneer ik dus de migrainemedicatie moet inzetten om de aanval tegen te houden. Misschien ben ik daar ook te voorzichtig in. Als kind zag ik hoe mijn moeder volledige weekends in bed doorbracht omdat ze een migraineaanval had. Hoe ze geen licht verdroeg, zware hoofdpijn had en misselijk was. Hoe ze er alles aan deed om toch geen aanval uit te lokken (en dus geen chocolade, geen kaas at bijvoorbeeld of geen alcohol dronk, want dat waren mogelijke triggers). Hoe ze héél erg voorzichtig was met de migrainemedicatie, want die had toen serieuze bijwerkingen. Misschien zijn die herinneringen onterecht ergens blijven hangen.

Intussen is de geneeskunde wel geëvolueerd en weten we toch al iets meer over migraine en zijn oorzaken. Ook is de medicatie intussen verbeterd, met minder bijwerkingen. Maar toch blijven er hardnekkige misverstanden:

  • Het is “maar” hoofdpijn.
  • “Ik heb elke maand hoofdpijn tijdens mijn regels, met een pijnstiller is dat zo voorbij.”
  • Wees zuinig met de medicatie, want de bijwerkingen zijn erger dan het beetje hoofdpijn dat je probeert te bestrijden.
  • Eet geen chocolade of kaas en drink zeker geen rode wijn, dat lokt allicht een aanval uit.
  • Ik wil ook wel “wat hoofdpijn” als ik daardoor wat extra verlof kan krijgen.

Laat ons zeggen dat ik in de loop van mijn 30-jarige migraineparcours al heel wat heb uitgetest en vermeden om toch maar geen aanvallen uit te lokken. Dus at ik een hele tijd geen kaas of chocolade en weigerde ik telkens opnieuw alcohol. Jammer genoeg zonder effect: de migraineaanvallen kwamen toch.

“Het is maar hoofdpijn.” Meestal denk ik in de eerste fase zelf dat het (nog) niet erg genoeg is om een migrainepil te nemen. Zo laat ik de aanval toch doorkomen waardoor ik na een paar dagen alsnog in de zwaarste fase raak en plat ga. Omdat ik bij de start denk “dat het nog niet erg genoeg is”.

Normale pijnstillers hebben geen effect op migraine. Ook al neem ik de zwaarste variant, ik voel daar gewoon geen effect van. Ik heb aangepaste migrainepijnstillers en ik heb pillen die een aanval onderdrukken. Die laatste pillen zetten de aders in je hersenen die door een migraineaanval samentrekken in één keer terug open, waardoor je mogelijk zou flauwvallen. Als ik die laatste pillen neem, probeer ik een uur of twee te slapen. Daarna is de hoofdpijn wel weg, maar dan voel ik me geradbraakt. Dan ben je doodop en heb je nog een tijdje “druk” in je hoofd, maar dan bonkt het niet meer pijnlijk.

Aan dat “extra verlof” heb je écht niet veel als je je dagen in bed doorbrengt omdat de hoofdpijn niet te harden is. Bovendien duikt migraine meestal op na het wegvallen van “stress”, dus véél vaker tijdens een weekend of aan het begin van je vakantieperiode. Zo kan ik me bijvoorbeeld heel erg druk maken in de vakantieverplaatsing, de rit van en naar onze bestemming, maar zal ik eigenlijk nooit migraine hebben tijdens de rit zelf. Wel durft de migraine dan doorbreken eens we op onze bestemming zijn en dus kan ik een kruis maken over de eerste vakantiedag(en)…

Ik wil absoluut geen medelijden, laat dat duidelijk zijn. Maar een beetje begrip zou wel fijn zijn. Het is niet zomaar wat hoofdpijn, het is een diagnose die gesteld is door een arts en ik heb er aangepaste medicatie voor. Die ik beter wat sneller zou nemen als ik de eerste tekenen voel, maar zelfs ik denk elke keer opnieuw “het is maar wat hoofdpijn, we zullen nog even afwachten, misschien gaat het deze keer wel over als ik er een nachtje over slaap”. Het mag ook niet zichtbaar zijn (alhoewel mensen die het weten het wel aan mij kunnen zien als ik een migraineaanval doormaak en ik het ook herken bij lotgenoten), maar het is daarom niet minder echt en zeker niet minder pijnlijk.

Wil je hier meer informatie over? Surf dan zeker naar deze website.

Leve Italië! #eurovision

Zijn wij hier in de ban van het Songfestival? Bah, een heel klein beetje misschien. Het is niet dat er in mei nog zo geweldig veel op tv te zien is. Bovendien is het bijzonder moeilijk om de portie kitsch die je in die paar dagen over je heen krijgt te weerstaan. Nemen we het Songfestival au sérieux? Al veel te lang niet meer. Maar de afgelopen week hebben de oudste en ik ons samen wel geweldig geamuseerd met de jaarlijkse hoogmis (?) van het Europese lied.

  • Zorg dat je op Twitter zit. Veel te vaak hoor je dat Twitter een riool is en blijf je er beter weg, maar tijdens het Songfestival is de commentaar hilarisch. Het is – samen met het WK voetbal – de enige keer dat ik effectief mijn Twitter nog eens open en #eurovision volg.
  • Onze Belgische inzending vond ik eigenlijk nog niet zo slecht. Zeker in vergelijking met veel van de andere nummers die de finale wel haalden. Wel kan ik de kritiek volgen dat we te weinig hadden ingezet op de “show” rond het nummer. Wat blijkbaar het verschil kan maken tussen net wel de finale halen of net niet.
  • Ja, er bestaan écht nog mensen die naar het Songfestival kijken voor de muziek en voor de nummers. Die al het gedoe er omheen afleiding vinden en gewoon een goed nummer willen horen. En die nummers zijn er best ook nog, kijk maar naar de winnaar van vorig jaar. In 2017 haalde Portugal het immers met een breekbaar nummer. Maar dat lukt blijkbaar geen twee keer na elkaar, dit jaar bleek de gimmick belangrijker dan het muzikale aspect. En ergens vind ik dat altijd jammer.
  • Wie in godsnaam is de vakjury en hoe bepalen zij aan wie ze hun punten geven? Het wordt al een paar jaar een constante dat er een enorme kloof gaapt tussen de punten van de vakjury en de punten van de publieksjury. Niet dat dat per se een probleem zou moeten geven, maar ben ik naïef als ik geloof dat kwaliteit zou moeten bovendrijven en dat er dus toch meer eensgezindheid zou moeten zijn over de toppers, zowel bij de vakjury als bij de televoters?
  • Soms denk ik dat de “grote 6” (de landen die sowieso geplaatst zijn omdat ze financieel het meeste bijdragen aan de organisatie van het Songfestival) benadeeld zijn, zeker bij de vakjury, net omdat ze rechtstreeks geplaatst zijn en daardoor hun nummer niet al eens kunnen brengen in de halve finales. Ze missen ergens een “toonmoment” voor hun nummer en dat blijkt telkens weer een nadeel. Dit jaar zaten er nochtans goede nummers bij de “grote 6”. Zeker de inzendingen van Frankrijk, Duitsland en Italië waren gewoon goed, maar dat vertaalde zich – zeker voor Italië – niet in de nodige punten.
  • Kijk, er mag gerust wel eens een showelement toegevoegd worden aan een nummer, maar dat mag voor mij niet de doorslag geven. En dus vind ik het telkens jammer als een nummer wint omwille van een gimmick en veel minder om het muzikale aspect. Dit jaar won het toktoklied van Israël. Naar ’t schijnt zat er ook een #metoo-boodschap in, maar ik daag u uit om die uit de gimmick te vissen…
  • Mijn favoriet was Italië. Misschien niet echt een verrassing gezien mijn Romaanse verleden 😉. Het allerlaatste optreden van de avond. Het nummer bleef hangen. Het had ook een boodschap en het was gewoon goed. Typisch Italiaans dat wel en een beetje teruggegrepen naar het succesrecept van “Gente di Mare”: een wat afgeborstelde zanger in combinatie met de ruige, meer hese, ruwe bolster (de woorden van de oudste). Maar het nummer kwam volledig uit de lucht gevallen: het was op voorhand nooit genoemd en kreeg ook héél weinig punten van de vakjury (het stond ergens halverwege de tweede kolom). Net op het moment dat je je écht begint af te vragen of je doof wordt en of je spoken ziet omdat je dat goed vindt, blijken de televoters dit op de derde plaats te zetten. Er is dus toch nog goede smaak in Europa 😉.

De jaarlijkse hoogmis van het Europese lied (en de wansmaak) is weer achter de rug. Het was alweer geen onvergetelijke versie. Gelukkig was Italië een eenzaam lichtpuntje, al wil ik de Vikings van Denemarken toch ook even vermelden. Dat we met België de finale niet haalden, maakte het ook al een pak minder spannend natuurlijk. Gelukkig kunnen we dit voor minstens een jaar achter ons laten en mag “Toy” (Israël) van mij gerust meteen een stille dood sterven. Al hoop ik Ermal Meta en Fabrizio Moro binnen een paar maanden in Italië nog een paar keer te horen…

Vijf op vrijdag: foute zomerhits

Met het goede weer van de voorbije week verandert ook mijn muzieksmaak. De foute zomerhits komen al wat vaker in de ether geslopen: er wordt al wat meer zonnige muziek gedraaid. En het toeval wil dat we daar ook net iets meer vatbaar voor zijn als het warmer wordt en als de zon schijnt. Want we moeten eerlijk zijn: de meeste van deze (zomer)hits zouden ons niet kunnen bekoren zonder zon, vakantie, een ijsje of een wijntje op een (Italiaans) terrasje of naast het zwembad.

dans

(www.someecards.com)

Vaak worden deze hits dan nog “vergezeld” van een aangepast dansje, dat je met veel geduld en kunde (?) wordt aangeleerd door de plaatselijke animatoren. Of dat je kinderen ergens opgepikt hebben en je in al hun enthousiasme willen bijbrengen. Meestal trouwens ook voer voor gênante filmpjes. Soms ben ik zo ontzettend blij dat mijn jeugdige overmoed plaatsvond tijdens de gsm- en cameraloze tijden 😉.

  • Kaoma – “Lambada”. De moeder aller zomerhits. Uit 1989, ik was toen 16 jaar. De allereerste keer dat ik geconfronteerd werd met een uitheems, opzwepend ritme. Een aanstekelijk muziekje en ook de dans leek zo aantrekkelijk. Maar wees gerust, ik had dat ritme niet in mijn heupen en buiten wat oefenen op mijn kamer heb ik deze dans – in mijn versie – nooit op de wereld losgelaten. Gelukkig maar.
  • Juanes – “La camisa negra”. Ik heb me ooit laten vertellen/wijsmaken dat dit eigenlijk absoluut geen vrolijk nummer is. Integendeel, het zou een deprimerende tekst hebben. Ik kan dat niet met zekerheid zeggen, ik heb nooit Spaans gehad, ik ben een Italianist 😉. Maar het is alweer een aanstekelijk nummer dat aanzet tot dansen. Veel dansen en blijven dansen. Een hele avond en nacht toen we dat nog konden.
  • Michel Teló – “Ai Se Eu Te Pego”. Braziliaans wordt wel een constante in dit rubriekje 😉. De eerste zomerhit die mijn dochters bewust mee beleefden en mee dansten. Ooit hadden we wel filmpjes van onze dansmoves op dit nummer, maar die zijn jammer genoeg verloren gegaan toen ikzelf erin slaagde om bij een update van de computer al onze bestanden (ook foto’s en filmpjes) te verwijderen. Gelukkig maar, of net niet.
  • Gusttavo Lima – “Balada”. Dit is gelinkt met het vorige, het ene kan niet los gezien worden van het andere. Ik heb hier fantastische herinneringen aan. Onze dames hadden hier een eigen dansje op gemaakt en hadden dit op vakantie aan hun Noorse vriendinnetjes aangeleerd. Telkens het nummer gespeeld werd op één van de feestjes in onze agriturismo, gingen ze hier met zijn vieren op uit de bol. Zelfs jaren later nog. En dus is het nummer niet alleen meer een foute zomerhit, maar een ode aan een Belgisch-Noorse vriendschap die jaren geleden in Italië tot stand kwam.
  • Stromae – “Ta fête”. Voor je dacht dat alleen Brazilianen en Spanjaarden zomermuziek in het bloed hebben, wil ik dat toch even ontkrachten. Wij kunnen dat ook. Enfin, Stromae kan dat ook. Maar dat is dan ook dé Belgische meester in dansmuziek. Overigens ook niet altijd even optimistisch van tekst. Van dit nummer moét je trouwens de “Belgian Red Devils version” kiezen. Zalige clip, speciaal gemaakt voor het WK voetbal in Brazilië. Wij waren toen op vakantie in Italië en gingen telkens met alle Belgische vakantiegasten volledig los op dit nummer. Geweldig!

En omdat we in een gulle bui zijn, krijg je er nog eentje cadeau. Het had Las Ketchup kunnen zijn, maar zo geweldig was dat nummer nu ook weer niet. En dat dansje heb ik nog altijd niet onder de knie, dus dat vergeten we. Ook de Macarena was een optie, maar eerlijk gezegd, die mannen van Los del Rio waren eigenlijk gewoon een beetje eng. Neen, we geven jullie het lied dat misschien wel eens de zomerhit van 2018 wordt. Ook geweldig aanstekelijk. Veel tekst zit er niet in, maar leuk is het wel: MC Fioti – “Bum Bum Tam Tam”.

Klein geluk #12

Kijk, we moeten eerlijk zijn: we zijn de afgelopen weken ongelooflijk verwend. Niet alleen zijn we aan het tweede verlengd weekend toe in amper 2 weken tijd, maar we hebben alweer een paar schone zomerdagen achter de rug. En zon maakt nu eenmaal alles mooier!

  • Lange weekends zijn zalig en bevatten ongelooflijk veel kleine geluksmomenten. Zelfs/zeker als je ze doorbrengt in je eigen achtertuin. Met ons vieren samen natuurlijk.
  • We konden de afgelopen week gaan werken in onze zomerjurken en met sandalen aan.
  • En die sandalen zijn plat. Jaja, zelfs op “latere” leeftijd kan je het licht nog zien 😉.
  • Buiten eten. Alles smaakt beter als je onder een stralend zonnetje (of onder de parasol) kan eten.
  • De oudste die samen met haar papa “Game of Thrones” kijkt en daar ongelooflijk van kan genieten.
  • De jongste die even met een serieuze dip worstelde toen bleek dat ze na amper 3 maanden de volledige Bones-collectie (12 seizoenen!) erdoor joeg. Maar meteen een nieuwe verslaving ontdekte in de vorm van “The Mentalist”.
  • De oudste die eerst opgelucht was dat ze nu in de weekends tenminste rustig kan ontwaken zonder meteen “moordslachtoffers” voor haar kiezen te krijgen. Al was haar opluchting van korte duur toen de jongste aan “The Mentalist” begon.
  • Dat een mens zo content kan zijn met een nieuw zadel op de hometrainer had ik me 2 weken geleden niet kunnen voorstellen.
  • Het trainen verliep de voorbije weken bijzonder vlot. Lag het aan het nieuwe zadel? Of aan het zalige zonnetje buiten? Feit is dat het al als een gemis voelt als ik eens een dag oversla.
  • Naar de kapster gaan en “als nieuw” terug buiten komen.
  • Naast het fietsen wordt er hier de laatste weken ook veel gestapt. En ook dat doet ongelooflijk deugd, zeker als het zonnetje schijnt en als het buiten aangenaam is.
  • Zelfgemaakte lasagne blijft overheerlijk en met niks te vergelijken. Maar er kruipt toch wel serieus wat werk in en dus maak ik het gewoon te weinig.
  • Verse ovengebakken marmercake. Zeker als het gebak met veel liefde gemaakt werd door de oudste.
  • Het eerste ijsje op een hoorntje. Gezouten karamel. Zalig!
  • Thuiskomen na een drukke werkdag en opgewacht worden met muziek. Dansen.
  • Op Twitter zitten tijdens het Eurovisiesongfestival. Hilarisch!
  • De zoektocht naar De Mol zit in de beslissende fase. We zijn al een paar keer van gedachten veranderd, maar nu weet ik het wel zeker: Lloyd is de mol. Of misschien toch Baha. Of Pieter. Och, zondag weten we het. Tof dat er zo af en toe toch nog eens een programma is waarvoor je op het puntje van je stoel gaat zitten.

Resultaat_mini

Aan de vooravond van alweer een lang weekend is het fijn om even stil te staan bij al het mooie in ons leven. De kleine geluksmomentjes. Om er dan vanaf morgen een hele hoop nieuwe momenten aan toe te voegen…