Zonnekind

Ik ben één van die mensen die goed op de hoogte is van het weer. Ik volg de weerberichten dagelijks en vind het fijn om op voorhand te kunnen “uitkijken naar” een zonnige periode, of me net te kunnen “voorbereiden” op regen, stormweer, mist of grijze miezer. Of er al dan niet sneeuw in de lucht hangt, weet ik liefst (ruim) op voorhand, zodat ik de nodige voorzorgsmaatregelen voor vervoer kan nemen.

Het weer heeft ook impact op mijn leven. Als we opstaan met het zonnetje, dan lijkt de dag meteen een tikje makkelijker, vrolijker of glamoureuzer. Als we daarentegen ’s morgens de rol optrekken en het regent pijpenstelen, of het is grijs en miezerig weer, dan moet ik de neiging onderdrukken om de rol terug af te laten, terug onder de lakens te duiken en me nog eens goed om te draaien (liefst tot de zon terug zal schijnen).

Het weer heeft zelfs een impact op hoe ik me zal kleden. En dan hebben we het niet over typische winter- of zomerkleren. Maar als het zonnetje schijnt, zal ik sneller geneigd zijn om een jurkje aan te trekken, meestal in vrolijke kleuren. Is het daarentegen grauw en grijs, dan grijp ik meestal naar mijn meest comfortabele jeans, met een dikke comfortabele pull. Bij de eerste échte zomerse dag, trekken wij hier steevast naar buiten. Dan plaatsen we onze ligstoelen in de tuin, laten we alle huishoudelijke klusjes even los, nemen we een boek, zetten we onze zonnebril op en gaan we onze zonnebatterijtjes opladen. Als we in de zomer niet genoeg zonne-energie weten te verzamelen, dan mogen we ons meestal ook opmaken voor een vaker-dan-anders-zieke winterperiode.

Het is voor mij altijd zo geweest, ik heb nooit anders geweten. Al van toen ik kind was en mijn ouders me wekten met de woorden: “Kijk eens wat een prachtige dag, tijd om te gaan genieten!”. Ik kan ’s morgens ook vol bewondering naar de rozerode gloed in de hemel staren die de start van een prachtige dag aankondigt. En als op een regendag toch heel even een straaltje zon door de wolken breekt en eventjes de natte straten laat glanzen, dan heb ik het zeker gezien. En ik ben niet de enige: regelmatig zie ik op instagram en andere social media-kanalen opgeluchte boodschappen en happy foto’s passeren als de zon zich na een lange grauwe periode weer even toont.

Het was dan ook even schrikken toen ik ontdekte dat het weer niet bij iedereen een dergelijke impact heeft. Dat er ook mensen zijn die (zo goed als) niet hebben opgemerkt dat de winter toch wel héél erg grijs en grauw was dit jaar. Dat er mensen zijn die hun vrolijke zelve blijven ook op de meest stormachtige winterdag. Die het best leuk vinden als de zon gaat schijnen, maar daar niet per sé een beter humeur door krijgen. Die ook de meest troosteloze regendag kleuren met een knaller van een outfit.

Even was ik jaloers: zij zullen hun start alvast niet laten afhangen van een zon die al dan niet schijnt bij het ochtendgloren. Maar al snel begreep ik dat ik dan ook de extra energie van een zonnige ochtendstond zou moeten inleveren. Of de impact van een zalige zomerse dag. En na een week vol extra zonneschijn en tonnen bijkomende vitamine D kunnen we de wereld weer aan. En dat gevoel wil ik voor geen geld ter wereld ruilen.

IMG_7821

Advertenties

Een nieuwe hobby…

Ik brei! En ik beleef daar ontzettend veel plezier aan. Een paar maanden geleden zocht ik een manier om mijn denkend kopje af en toe eens een pauze te gunnen. In de loop der jaren probeerde ik redelijk wat hobby’s uit, maar met weinig blijvend resultaat. Onze jongste dochter volgt al een paar jaar naailes en dat leidt tot de mooiste creaties. Bovendien geniet ze ontzettend van het hele proces: de lessen, het contact met haar naaijuf, het bedenken van de volgende projecten, het fabriceren ervan tot het dragen.

Ik zocht ook naar een dergelijke hobby. Waarbij je iets actiefs combineert met een zeker resultaat. Al snel kwam ik uit bij breien. En dus kreeg ik een bol wol mee en probeerde ik eerst een week uit of ik het nog kon. Er was wat hulp van ’t internet nodig om de steken opgezet te krijgen en ik moest ook nog een keertje kijken hoe ik nu weer rechts en averechts moest breien, maar al snel had ik de smaak te pakken. Tijd om me aan een eerste projectje te wagen.

Dat werd een sjaal, voor mezelf. Ik was al een tijdje op zoek naar een warme, neutrale wintersjaal. Iets donkers. Maar verschillende zoektochten bleven vruchteloos en ook een tip op het kerstlijstje leverde geen sjaal op. Bovendien was het prijskaartje – als ik dan iets naar mijn goesting vond – ook niet min. En dus begon ik vol goede moed aan mijn eerste project. En dat ging redelijk snel. Na amper een tweetal weken breien op de vrije momenten was mijn sjaal een feit. Er was nog even hulp nodig van mijn moeder om de sjaal ook van de breipriemen te krijgen, maar hij was er. En fier dat ik was. De eerste dagen kriebelde de wol wel; het was dus even wennen, maar het blijft leuk om de vrucht van je eigen arbeid te kunnen showen.

Intussen deden ook de dochters al hun bestelling en zitten we al aan sjaal-project nummer 3. In de verte gloort zelfs al een eerste “bernadette”. Ik heb de smaak dus goed te pakken en kan al een paar voorbarige conclusies meegeven:

  • Ik brei het liefst met dikke priemen (voor de kenners: nummer 12). Dat gaat snel, ziet er mooi uit en je hebt ongelooflijk snel resultaat. Jammer genoeg kozen de dochters voor hun sjaals wat dunnere wol (nummers 5 en 6). Dat gaat wat trager: een mens moet al wat meer geduld uitoefenen en laat dat nu niet mijn schoonste deugd zijn.
  • Vooral als we tv kijken, neem ik snel mijn breiwerk erbij. Het is op korte tijd al zo goed als een automatisme geworden. En het is niet dat ik veel steken laat vallen of fouten brei als ik even afgeleid wordt.
  • “Wacht, ik maak even mijn priem af”, is intussen ook al een standaardzinnetje geworden hier in huis.
  • Naar ’t schijnt heb ik een héél rare manier om averechts te breien. Maar mijn sjaals zien er tegelijkertijd wel schoon uit, dus dat zal me worst wezen.
  • Breien is verbazend effectief in het stilleggen van gedachtekronkels. Geef mij een priem “rechts-averechts” en ik ben de draad kwijt van alles waarover ik zat te piekeren. Het leven is ook geweldig simpel als je je alleen maar op rechts-averechts dient te concentreren 😉.

En het resultaat? Dat mag er zijn (al zeg ik het zelf!):

20180217_143305[1]

Klein geluk #4

20180216_150021[1]Een speciale week, want wij hebben hier Krokusvakantie. Dat betekent zo goed als een hele week vol kleine geluksmomenten met ons allemaal samen. Maar tegelijkertijd sloegen ook de ziektekiemen al voor de tweede keer in drie weken hard toe en heeft het een volle week geduurd eer ik me stilaan beter begon te voelen, eer ik terug normaal en zonder pijn kon eten. Dat zullen dan de voordelen van het ouder worden zijn zeker: dat “middelbare” lijf heeft al wat meer tijd nodig om te recupereren…

Maar toch, er was deze week te veel klein geluk:

  • De zon schijnt, de lente is in het land. De was kon deze week buiten drogen (en kwam ook effectief min of meer droog terug binnen). En zongedroogde was strijkt gewoon een pak beter en sneller, niet?
  • De eerste narcisjes staan in bloei in onze tuin. Na alle grijze, grauwe winterweken een schoon hoopvol teken dat de natuur ook aan een lente-omwenteling bezig is.
  • Onze oudste heeft een “familie-afspeellijst” samengesteld op Spotify, met voor elk wat wils. Het maakt onze verplaatsingen meteen mijn favoriete moment van de week. Zeker als onze dochters uit volle borst “hun” nummers meezingen. Accenten incluis.
  • Algemene hilariteit als de mama een jaren ’90 dansje toepast op “hun” nummers. Naar verluidt moeten wij in “onze tijd” toch verschrikkelijke dansmoves getoond hebben. Dat wij niet in schaamte ter plekke neergebliksemd zijn, blijft een onverklaarbaar gegeven. Maar grappig is het dus wel.
  • De oudste had deze week te veel energie en stortte zich op de keuken. Er waren biscotti con cornflakes, er was brownie en er was een heerlijke penne al forno-ovenschotel. We hebben niet geklaagd, maar (met mate) gesmuld.
  • Samen met de dochters naar “Groeten uit…” kijken. Het blijft geweldig om hun commentaar te horen en zien op “onze” tijd, op hoe wij leefden en uitgingen.
  • Een dagje reserveren voor de echtgenoot. Samen genieten.
  • Je in de winkelstraat erover verbazen dat die afgrijselijk lelijke shorts uit de jaren ’80 terug in de winkels hangen en dus binnenkort allicht weer het straatbeeld zullen kleuren. Alles komt terug, maar sommige dingen hadden écht wel in de jaren stillekes mogen blijven…
  • Uitslapen! Bizar hoe het (minstens) een week kost om alle vermoeidheid uit je lijf te krijgen (en die wallen tot min of meer aanvaardbare proporties terug te dringen) en het amper 1 mindere nacht vergt om je er als een zombie te laten uit zien.
  • ER ZIJN TERUG WITTE TWIXEN IN DE WINKEL! Ik heb meteen een jaarvoorraad ingeslagen en claim bij deze ook de rest.
  • Ik ben bij met de was en de plas deze week.

De zon schijnt, er bloeien voorzichtig hier en daar al wat narcisjes en krokusjes en binnenkort begint het wielerseizoen weer. Dat hardnekkige virus is min of meer mijn lijf uit en ik voel me uitgerust. Laat de lente nu maar écht komen, ik ben er volledig klaar voor 😉.

Ouderzonden #3 – Luxuria

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De derde uitdaging draait rond:

#3 Luxuria (onkuisheid – lust – wellust) Wat doe je om jezelf graag te blijven zien en dit over te brengen aan je partner nu je in de eerste plaats vooral ‘ouder van …’ bent?

Met deze uitdaging ben ik het niet helemaal eens. Vooral bij het tweede stuk van de vraag “nu je in de eerste plaats vooral “ouder van…” bent?” heb ik mijn bedenkingen. Ik heb mezelf immers nooit in de eerste plaats enkel “ouder van…” gezien. Ik heb altijd beseft dat we onze dochters maar “tijdelijk” onder onze hoede zouden hebben en dat we er dus maar beter voor konden zorgen dat wij als koppel goed bleven overeenkomen. Want op een bepaald moment in ons leven zouden onze dochters het nest verlaten. En dan moeten we natuurlijk wel met zijn tweeën verder.

Het klopt wel, en daar gaan we niet onnozel over doen, dat de zorgtaken voor je kinderen ontzettend veel tijd in beslag nemen. Zeker als je voor het eerst mama wordt, kan de omvang ervan je wel overvallen. De eerste maanden en jaren kruipt er ontzettend veel tijd in dat kleintje. En tegen dat je zowat je draai gevonden hebt met dat eerste en je terug wat tijd voor jezelf krijgt, begin je meestal een tweede kleintje te plannen en begint het hele circus opnieuw.

Die eerste jaren met kleine kindjes vergen ontzettend veel. Van jezelf en van je relatie. Het is niet zo aangenaam dat je jaren op een stuk “in shiften” eet, omdat één van beiden de kinderen bezighoudt, zodat de partner snel zijn voedsel naar binnen kan schuiven. Om rustig en uitgebreid met zijn tweeën te kunnen tafelen en uitgebreid te kunnen praten, boek je best een babysit en plan je een etentje uit (of eet je na bedtijd van de kinderen). Al die onderbroken nachten zorgen vaak ook voor korte lontjes en dat werk je uiteraard uit op de persoon die je het meest dierbaar is en het meest na is. Je leven verandert ingrijpend van zodra je kinderen krijgt.

Maar hoe zorg je er nu voor dat je jezelf graag blijft zien en hoe breng je dit over naar je partner? Humor is voor mij het codewoord. Samen blijven lachen. Het grappige proberen te zien in elke situatie. Ook als je voor de derde keer die nacht wakker gehuild wordt door een ziek kind en je voor de zoveelste keer die nacht het volledige beddengoed mag verversen én opnieuw een bad kan laten vollopen om een zieke dochter al voor de zoveelste keer te verfrissen. Of als je voor de zoveelste avond op rij je eten lauw naar binnen speelt na de zoveelste onderbreking.

Tijd blijven maken voor elkaar. Om de zoveel weken (of maanden) een avondje voor elkaar reserveren. Of dat nu buitenshuis is of in huis speelt eigenlijk niet zo’n grote rol. Maar af en toe dingen samen doen. Samen een tv-programma bekijken en je plezier met elkaar delen. Samen uit eten gaan of samen een weekendje weg en nog eens de dingen doen die jullie samen graag doen. Dat je dan – zeker in je prille ouderschap – de helft van de tijd over de kinderen aan het praten bent, neem je er gewoon bij. Dat mag. De tijd komt wel terug dat je weer over boeken zal praten, of over een goede film die je samen gezien hebt. Of over een fantastisch concert dat je met twee kon delen. Samen praten, samen lachen, samen verdriet hebben, samen boos zijn. Samen-zijn.

Moeite blijven doen voor elkaar. Als we samen uit gaan, maak ik me nog altijd mooi, speciaal voor hem. Dan doe ik die éne jurk aan die hij prachtig/sexy vindt en dan maak ik me speciaal voor hem op. Dan probeer ik die ene avond even alle slapeloze nachten van de weken ervoor te camoufleren. (Restaurants opzoeken waar ze met gedimd licht werken, kan daarbij een handig hulpmiddel zijn 😉!) Soms hoef je niet eens het huis uit te gaan, maar kan een klein gebaar voldoende zijn: hem laten uitslapen (omdat hij zware weken gehad heeft op het werk en stilaan aan het einde van zijn Latijn raakt) of zijn lievelingskostje maken en hem rustig laten eten. Of gewoon even met de kinderen het huis uit gaan zodat hij een uurtje ongestoord voor school kan werken. En regelmatig ook nog eens goed “klef doen”, dat blijft ook belangrijk natuurlijk 😉.

Sinds ik 16,5 jaar geleden mama werd, draait het grootste deel van mijn leven rond de kinderen. Het is aan ons om hen een goede start te geven in hun leven en om hen de waarden mee te geven die wij belangrijk vinden. Maar dat doen wij samen, in team. Met ons tweeën. En dat team mag zich misschien altijd ergens in de achtergrond opgehouden hebben, tegelijkertijd is dat ook altijd de kern geweest. Hoe beter dat team draaide, hoe makkelijker ik de obstakels op onze weg de baas kon. En dat blijft zo.

Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen…

40dagenbloggenJawel hoor, dat doet een koppige steenezel wel. Deze ezel hier heeft immers moeite om een (blog)uitdaging uit de weg te gaan. Dus toen er een mailtje in mijn mailbox opdook met de vraag of ik zin had om nog een keertje 40 dagen te bloggen, schreef ik me – opnieuw – zonder al te veel nadenken in. Tuurlijk doen we dat, het is vorig jaar toch ook gelukt, waarom zou ons dat geen tweede keer lukken.

Bovendien beginnen we deze keer – in tegenstelling tot vorig jaar – wel goed geïnformeerd en goed voorbereid aan de uitdaging van 40 dagen bloggen. Daar waar we vorig jaar nog last hadden van een klein rekenfoutje 😉 weten we dit keer op voorhand dat het écht de bedoeling is om de komende 6 weken 40 berichten te posten. 6 keer mogen we een pasbeurt inzetten, maar het is écht wel 40 + 6, niet zoals ik vorig jaar geloofde/hoopte 34 + 6 = 40.

De kop is er met deze post dan ook meteen af. We zijn begonnen aan onze blogmarathon van 40 dagen. Gaan we wel voldoende inspiratie hebben? Gaan we elke dag tijd vinden om een berichtje te posten? Ga ik er eindelijk ook eens in slagen om daadwerkelijk blogberichten op voorhand te schrijven zodat ik af en toe na een drukke werkdag eens gewoon op “publiceren” moet klikken zonder anderhalf uur wezenloos naar een scherm te staren in de hoop dat de inspiratie toch zal komen? Ik weet het niet.

Goede bedoelingen zijn er alvast wel ruim aanwezig. En uiteindelijk win of verlies ik niks als ik de uitdaging wel of niet volbreng. Enkel in mijn hoofd zal ik een medaille kunnen opspelden (of niet). We zullen wel zien. Maar u, lezer, kan mij uiteraard ook een dienst bewijzen. Zijn er vragen waar u graag een antwoord op wenst? Wat wil u hier graag lezen? Wat wil u graag van me weten? Lijst uw vragen/bedenkingen gerust op in de reacties, ik zal in de mate van het mogelijke voor antwoorden zorgen.

Want we moeten bekennen: eenmaal we aan een uitdaging beginnen, willen we ze maar al te graag volbrengen. Die medaille (ook al zit ze alleen in mijn hoofd) wil ik op Pasen maar al te graag kunnen opspelden 😉.

Ouderzonden #2 – Avaritia

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De tweede uitdaging draait rond:

#2 – AVARITIA (hebzucht – gierigheid) Wat zou je nooit delen met je kinderen? Of kind?

In eerste instantie dacht ik, “dit is compleet niet op mij van toepassing, ik deel gewoon alles met de kinderen”. Mijn tienerdochters eten alles wat ze in huis vinden en houden er geen rekening mee dat die chips net toevallig is meegebracht omdat ik daar de laatste weken een voorkeur voor heb. Eén keer proeven en ook zij vinden dat nieuwe smaakje geweldig en beginnen dan maar eerst aan “mijn” zakken chips. Na een paar dagen is mijn voorraad dan uitgeput en kunnen zij gezellig aan hun eigen voorraad beginnen. Uiteraard net die smaakjes waar wij absoluut niets van moeten weten. Dit geldt overigens ook voor chocolade, of koekjes, of cornflakes,…

Ook mijn kleerkast is niet langer “heilig”. Intussen delen de oudste en ik een maat en zit de jongste ons op de hielen. En dus is het gewoon geweldig handig als er geen nylonkousen meer voorradig zijn om even in mama’s kleerkast te duiken. Of als een outfit net niet warm genoeg is, je te herinneren dat er in mama’s kast ergens nog wel een zwart kostuumjasje hing dat perfect kan dienen. Eén van mijn zomerjurkjes hangt intussen al een aantal jaar in de kast van de oudste. We moeten er eerlijk in zijn: het staat haar ook gewoon beter.

En toch. Als je dan wat langer nadenkt over deze tweede uitdaging, dan blijkt dat je hier en daar toch wat nuances moet aanbrengen. Dat er toch wel een aantal zaken zijn die ik niet deel met mijn dochters, ook al zie ik hen doodgraag en zou ik mijn laatste centen liever in hen investeren dan aan mezelf te spenderen.

  • Die ene avond om de zoveel weken dat de echtgenoot en ik tijd voor elkaar maken, delen we niet met onze dochters. Ze durven dan op voorhand wel eens informeren waar we heen gaan om dan te verzuchten “dat zij ook wel graag nog eens pizza gaan eten” of “dat dat nu net de film is die zij ook wel graag willen zien”,… maar onze tijd samen delen we niet.
  • Ik lees de Libelle het liefst als eerste. Ik kan er ongelooflijk van genieten om een nieuw tijdschrift als eerste open te slaan, om als eerste de verhalen te lezen en om als eerste alles te ontdekken. En dat weten de dochters ook. Ze zullen het een eigenaardig trekje vinden, maar ze respecteren mijn “eersteleesrecht” op de Libelle.
  • Ze mogen gerust in mijn kleerkast zitten en ik deel zonder problemen basic t-shirts, jasjes en nylons, maar van mijn mooie jurken moeten ze wel afblijven. Ook de mama maakt zich nog eens graag mooi en ik ben dus héél erg zuinig op mijn topstukken. Die zijn van mij en die wil ik niet uit één of andere kleerkast gaan vissen. Of uit de wasmand nadat ze ongevraagd “geleend” werden. Maar dat respecteren onze meisjes ook. Het helpt ook dat ze mijn jurken best wel mooi vinden, … “voor oudere vrouwen”…
  • Toen onze dochters begonnen te experimenteren met make-up, doken ze uiteraard meteen in mijn make-up-koffertje. Ik had redelijk wat verzameld, maar eigenlijk gebruikte ik weinig of geen make-up ook echt. Maar die paar spulletjes die ik ook daadwerkelijk gebruikte, daar bleven ze af. Dat was dan één kleurtje nagellak, één kleurtje lippenstift, een oogpotlood en mascara. De dochters experimenteerden naar hartenlust met de rest van de spulletjes en begonnen stilaan hun eigen hebbedingetjes te verzamelen. We hebben hier dus allemaal onze eigen kleurtjes nagellak en de oudste en ik hebben ook eigen make-up. Nagellak remover zullen we wel eens bij elkaar gaan lenen en ook de bus micellair water wordt door ons drieën gebruikt, maar de echte make-up lenen we niet uit.
  • Verzorgingsspullen “claimen” we niet zo hard als de make-up-spullen, maar het blijft wel lastig als je ineens ontdekt dat de bus shampoo net voor jouw wasbeurt ineens zo goed als leeg blijkt terwijl die de vorige keer toch écht nog een ruime bodem had.
  • Ik zal ook niet héél erg moeilijk doen over die éne zak chips die ik voor mezelf had bestemd en die ineens verdwenen blijkt als ik me er eindelijk dacht op te storten, maar als de allerlaatste witte Twix (waar ik me een hele dag op verlekkerd heb) ongevraagd verdwenen blijkt te zijn net op het moment dat ik er dacht van te genieten, dan durf ik écht wel een serieuze zaag te spannen.

Ik zie mijn dochters doodgraag en sinds ze in mijn leven zijn, staan ze bovenaan mijn prioriteitenlijstje (wat allicht voor elke mama geldt, niet?). Zo goed als altijd en overal komen zij eerst. Zo goed als alles wil ik met hen delen. Alleen de allerlaatste witte Twix hou ik liefst voor mezelf 😉.

Ouderzonden #1 – Superbia

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De eerste uitdaging draait rond:

#1 – SUPERBIA (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid) Waarom ben jij een goede ouder? Waar blink jij in uit?

Moeilijke vraag om mee te beginnen, want eigen lof stinkt. Bovendien vond ik het zeker in den beginne allemaal niet zo evident, dat moederen. Met zo’n kleintje voel je je vaak hulpeloos. Waarom weent ze nu? Waarom wil ze niet slapen? Heeft ze wel genoeg gegeten? Ze voelt precies wat warm aan, zou ze koorts hebben? Moeten we naar de dokter of kunnen we nog even afwachten? Het was wat zoeken en net als vele prille mama’s was ik bang om fouten te maken, om het te verknoeien, om haar ziek of ongelukkig te maken.

Maar gaandeweg word je er handiger in, in dat ouderschap. Leer je je kind beter lezen. Dan besef je wat ze precies wil als ze op die manier huilt. Dan knoop je in je oren dat je gerust nog wel even kan afwachten bij de eerste koortstekenen, dat het niet onmiddellijk levensbedreigend is en je dus niet stante pede naar de kliniek moet vertrekken. Gaandeweg krijg je meer vertrouwen, in jezelf en in dat kleine wezentje. Je begint stilaan te communiceren, je leert elkaar kennen en aan te voelen.

Zo groeien ze op. Intussen zijn onze dochters al 14 en 16. Stevige tieners dus, op de rand van de volwassenheid (de ene gelukkig al wat meer dan de andere). Stilaan slaan ze hun vleugels uit, stilaan nemen ze afstand van hun ouders, op een goede manier. Stilaan zie je de karakters vorm krijgen en dus vroeg ik het daarnet gewoon aan hen: “Waarom ben ik een goede ouder?” Omdat er veel liefde is tussen ons vieren, omdat we goed met jullie kunnen praten, omdat we het gevoel hebben dat we met alles bij jullie terecht kunnen.

Wil dat zeggen dat het altijd rozengeur en maneschijn is? Natuurlijk niet, we hebben tenslotte tieners in huis en het hoort ook bij hun opgroeien dat ze zich moeten afzetten tegen hun ouders. En het hoort bij ons takenpakket dat we hen – zelfs op het randje van hun volwassenheid – nog proberen wenken mee te geven. Dat we hen af en toe – als wij denken dat het nodig is – nog corrigeren. Terwijl zij dat dan uiteraard absoluut niet nodig vinden. En af en toe stormt het dan wel eens.

Maar kijk, het zal niet meer zo lang duren vooraleer onze oudste dochter op eigen benen zal staan (slik!). We hebben er vertrouwen in dat ze er klaar voor is. Dat ze meegekregen heeft wat wij nodig achten en dat ze daar zelf op een goede manier mee omgaat. Bovendien geven onze meisjes aan dat de communicatielijnen op elk moment openstaan, dat ze weten dat ze bij ons terecht kunnen. Dan kan ik alleen maar concluderen dat we dat samen toch maar goed gedaan hebben. Dat we ergens – in de loop der jaren – dat ouderschap onder de knie gekregen hebben. Als we nu ook nog snel dat loslaten leren beheersen…