WK-gekte #redtogether

belgiëKijk, één keer om de vier jaar (eigenlijk om de twee jaar, want bij een EK doen we dat uiteraard ook!) gooien wij hier alle remmen los. Dan is het immers WK voetbal en dan mogen we al eens dromen dat we wereldkampioen zouden kunnen worden. Dan mogen we af en toe een klein beetje gaan zweven en hopen. Dan worden alle verzamelde attributen van 25 jaar supporteren nog eens van de zolder gehaald en wordt het hele huis versierd.

20180618_195257[1].jpg

En dan komt de eerste match en dan duurt het toch wel even vooraleer onze Rode Duivels onder stoom geraken. Dan blijken de Panamezen toch niet zo’n hapklare brok te zijn en zit je vaker – met zenuwen – in de keuken dan je lief is. Maar dan win je uiteindelijk toch (makkelijk) en kan je nog minstens één match lang verder dromen van eeuwige roem en glorie.

belgie2

Ach, die Hollandse zotheid hebben we (nog) niet. Dat we dat WK ook echt zouden winnen, geloven we diep vanbinnen zelf (nog) niet. Maar midden in de examenstress is de zotheid van de ouders een bron van ontspanning voor de twee studerende dochters. Zij schudden het hoofd en zuchten eens diep bij alle verkleedtoestanden van die normaal zo serieuze volwassenen. Maar ze gingen deze morgen wel met een minimum aan zenuwen naar hun wiskunde-examen. Gelachen hadden ze toen ze de werkoutfit van eerst de mama en later ook de papa konden aanschouwen.

20180618_202541[1]Kijk, wat een mens allemaal niet doet om de dochters te ontspannen ;-). Tja, het is een excuus als een ander… Nog minstens een dikke week, nog minstens 2 matchen te gaan. En misschien, héél misschien beginnen we diep vanbinnen al een piepklein beetje te hopen, te duimen en te dromen…

 

Advertenties

Hoe de examens overleven?

We zijn intussen een week ver in de examens. De oudste is halverwege, de jongste heeft nog het grootste deel van haar proefwerken voor de boeg. Bij de echtgenoot komt er nog een verbeterspurt eind volgende week. Maar hoe overleef je nu – als ouder – deze intensieve periode? Natuurlijk zijn het de kinderen die het moeten doen en hoef jij enkel toe te kijken, moed in te spreken, te supporteren en te steunen. Maar toch vind ik deze periode als mama zwaarder dan toen ik er zelf door moest. Want als student heb je het tenminste zelf in de hand, maar als mama sta je aan de zijlijn toe te kijken. En hoe graag je af en toe zou willen inspringen, hoe graag ik hen zou willen ontlasten, helpen of zou willen ontzien, dat kan niet. Zij moeten het zelf doen.

Maar hoe overleef je dan wel deze examenperiode?

Met humor. Meteen een tricky tip. Ja, je moet veel humor hebben in deze periode, maar kies je momenten en doseer het goed. Vlak voor een belangrijk examen of als het studeren niet zo vlot loopt als ze gehoopt hadden, dan werkt humor NIET. Integendeel, dan kan het wel eens als een rode lap op een stier werken. Dan worden ze er nog zenuwachtiger van, of boos, en dat kan deze periode niet de bedoeling zijn. Maar als ze willen ontspannen, kan een dosis mama-humor wel eens werken. Hoe flauwer, hoe liever trouwens.

In stilte. Als de dochters aan het studeren zijn en de echtgenoot zit te verbeteren, dan kan ik me ook maar beter “nuttig” bezig houden. Maar o wee als ik de stofzuiger durf boven te halen! Net voor deze examenperiode hebben beide dochters me verboden om dat gehate toestel te bezigen “en al zeker niet in het weekend dat we wiskunde moeten leren, want dat doe jij nu eens altijd”. Ik was me er niet van bewust, maar ik ben dit wiskundeweekend wijselijk ver uit de buurt van de stofzuiger gebleven. Strijken mag dan weer wel (dat kan ook in absolute stilte 😉) en dus zijn de wasmanden zo goed als allemaal bijgewerkt.

Met comfort food. Het is een zware periode voor onze meisjes. Ze werken hard en dus proberen we hen af en toe eens wat te verwennen. We koken wat ze graag lusten en zorgen regelmatig voor gezonde en lekkere tussendoortjes. We hebben véél fruit in huis en er worden hier zo goed als dagelijks verse sinaasappelsapjes geperst voor onze dames. Maar af en toe wat lekkers mag natuurlijk ook. Pannenkoeken, of een welverdiend ijsje, laat maar komen.

examen

Met gezaag. Af en toe moeten we natuurlijk ook ons ouderlijk geza(a)g eens bovenhalen. Als een pauze een beetje te lang duurt, als het avondritueel de spuigaten uitloopt of als hun smartphone net te intensief gebruikt wordt tussendoor. Maar gelukkig hoeven we dat niet al te vaak te doen, want dat ouderlijk geza(a)g is niet altijd even populair, zeker niet als onze dames sowieso al op de toppen van hun tenen lopen en dan durft het wel eens even ontploffen.

Met kaarsjes. Mijn oma deed het voor mij, het is familietraditie: tijdens de examens zelf brand je een kaarsje. Om te tonen dat je aan hen denkt en om geluk te brengen. Maar praktisch is dat niet echt als je aan het werk bent. (Al denk ik dat de oma van mijn dochters op haar beurt de familietraditie voortzet en geregeld kaarsjes laat branden voor haar kleindochters.) En dus vond de mama een virtuele oplossing. Tip: zoek op “meditation candle” en dan vind je filmpjes van brandende kaarsen. Echt, er gebeurt niks, maar tot wel 8 uur lang kan je dus een virtueel kaarsje laten branden op de achtergrond van je computer. Tot de dochters gebeld hebben met hun verslag van het net afgelopen examen, dan mag het filmpje stoppen.

Met voetbal. Kijk, ons sociaal leven staat nu – samen met dat van de dochters – een paar weken on hold. Gelukkig is het WK voetbal. Terwijl ik – in stilte – zit te strijken, is er gelukkig wel iets op tv. En zeker niet alle matchen zijn even goed, maar er is toch iets te zien. Anders hadden we het met de zoveelste zomerse herhaling van God weet welke serie moeten doen, dan is het WK voetbal toch net een pak spannender. Al zullen we morgenavond (als onze Rode Duivels spelen) wel ons best moeten doen om regel 2 (“In Stilte”) te respecteren.

Nog één weekje en het zit er weer op. Dan begint voor onze meiden de grote leegte van de zomervakantie. Zij (en wij) tellen al af. Nog één weekje op de tanden bijten…

A smile a day…

Vanmorgen op weg naar het werk. Zoals gewoonlijk nog niet 100% wakker. Vanaf het station heb ik nog een kwartiertje wandelen voor de boeg. Doorheen een typische stedelijke woonwijk, waarvoor ik hoe langer hoe meer sympathie krijg. Af en toe passeert er een bus of een fietser. Soms zelfs al eens een auto of een eenzame wandelaar.

Het is het moment van de dag waarop ik in gedachten de komende dag al een beetje overloop. Dat ik me mentaal voorbereid op wat komen gaat. Maar even vaak loop ik ook gewoon gedachteloos verder, met de blik op nul en een lege geest. Alleen maar stappend en me concentrerend op mijn tempo, op die éne kasseistrook die elke morgen toch wat tricky is op mijn hakken en op de vele dwarsstraatjes die ik kruis, telkens hopend dat er toch geen auto of fietser zal opduiken die me nog te snel wil af zijn en me vaak nogal scherp de pas afsnijdt.

Vaak ben ik me tegelijkertijd bewust en niet bewust van mijn omgeving. Soms ben ik al 3 bochten verder zonder dat ik weer weet hoe ik daar geraakt ben en vraag ik me af of ik vanmorgen die bloemenwinkel of die frituur (mijn ijkpunten) wel gepasseerd ben. En dan zie ik wel beweging rond mij zonder écht oog te hebben voor de mensen rond mij.

Vandaag liep het echter anders. Vanmorgen werd mijn aandacht getrokken door een klein meisje in een bakfiets. En terwijl ik me van haar bewust werd, brak haar gezichtje open in een prachtige glimlach. Een glimlach die haar van oor tot oor deed stralen, een glimlach die héél haar snoetje oplichtte. Ik reageerde verrast en zwaaide heel even, waardoor ze nog harder straalde. Het nam amper een paar seconden in beslag en toen verdween ze in een bocht en kon ik haar niet meer zien.

Maar wat een schone manier om de dag te beginnen! Wat een straaltje zon bracht dat kleine meisje in een grijze ochtend. Wat zat ze te glunderen. Héél eventjes was ik compleet overdonderd. Ze zal het allicht niet beseft hebben, maar ze heeft mijn hele dag gekleurd. Dat kleine meisje in de bakfiets, met haar prachtige, uitbundige lach op een doodgewone, grijze ochtend in Antwerpen. Soms zit geluk écht wel in de kleine dingen.

glimlach

(www.loesje.nl)

Let’s rock! #Foo Fighters

Mijn tweede concert van het jaar was een toppertje. Maandagavond woonden we met 19.999 andere enthousiastelingen de passage van de Foo Fighters in het Sportpaleis in Antwerpen bij. Het was een optreden om in te kaderen. Eentje voor “de top 10”. Dat het zolang geduurd heeft eer we hen eindelijk te zien kregen, is niet te vatten, maar wat was het het lange wachten waard.

Zelfs het verkeer zat voor een keertje – ook op de Antwerpse ring – mee en die draconische veiligheidsmaatregelen vielen al bij al nog mee. Ja, we moesten een toertje doen rond de Lotto Arena en ja, het was even aanschuiven om een plastic zakje te pakken te krijgen om onze spullen in op te bergen voor we door de metaaldetector liepen, maar buiten een gigantische afvalberg (Mei Plasticvrij, iemand 😉?) raakten we al bij al nog vlot het Sportpaleis in. Ruim op tijd zelfs in onze ogen (rond 20u30), al bleek Dave Grohl nogal een stipte kerel en begon hij er met amper een paar minuutjes vertraging meteen keihard aan.

Foo Fighters1Het zou een gigantische trip down Memory Lane worden voor iemand die is opgegroeid in de grunge-jaren ‘90. En al na een paar nummers wist ik weer waarom ik zo dol ben op een écht, onvervalst rockconcert: een resem hits die luidkeels meegebruld worden door het publiek, een frontzanger met gevoel voor humor en de nodige dosis zelfrelativering en tenslotte gewoon strak en stevig muziek spelen. Energiek, luid en geweldige chemie op het podium.

Overigens zijn de Foo Fighters wel meer dan enkel Dave Grohl, al hebben ze met de vroegere Nirvana-drummer wel een flamboyante en charismatische frontman. Maar tijdens het rondje groepsleden-voorstellen bleek dat Grohl erin geslaagd is om zeer getalenteerde en veelzijdige muzikanten rond zich te verzamelen. Geweldig lang uitgesponnen drumsolo (en dat moet je maar kunnen/durven/willen in de band van de voormalige drummer van Kurt Cobain), zangprestaties om u tegen te zeggen en hoogstaande covers. In vele krantenrecensies las ik vandaag dat dit “middenstuk” beter had ingekort kunnen worden, maar dat vond ik nu net niet. Het hoort erbij, Springsteen neemt ook altijd de tijd om zijn E Street Band in de kijker te zetten.

De oplichtende gsm-lichtjes tijdens “Breakout”, de oneindige zangstonde bij “Best of You” waren maar twee van de vele kippenvelmomenten. Alleen op het einde zat Grohl duidelijk wat door zijn stem en had het concert misschien wat ingekort kunnen worden. Maar Wat Een Geweldige Avond. Eentje om in te kaderen. De energie, de vibe. Fantastisch. Laat Pearl Jam op Rock Werchter maar snel komen, ik ben er (nu al) volledig klaar voor.

Intussen hebben we the day after ook overleefd. Want die 44-jarige geest wil dat allemaal wel beleven en geniet met volle teugen, maar dat even oude lijf heeft een dag later wat meer moeite om het feestgedruis te verteren. Zeker in het begin van de week. Ja, ik heb deze morgen toen de wekker pijnlijk vroeg ging een hele seconde lang serieus overwogen om in de toekomst mijn concerten te kiezen op basis van de concertdag 😉. Gelukkig was er koffie. En de napret van een geweldige avond dansen, zingen, brullen, headbangen en genieten!

Foo Fighters2

Duivels gek

20180603_175148[1]Ja, het is weer zover. Binnenkort start het WK voetbal weer, ditmaal in Rusland. En gelukkig zijn we van de partij, want een WK zonder Rode Duivels is ook geweldige voetbal, maar veel minder spanning en emotie. Ik ben een grote voetbalfan, al van toen ik héél erg jong was. Misschien is dat nog altijd een restant van een vader-voetballer, een peter-voetbalvoorzitter en een broer-voetballer. Dan word je af en toe wel eens meegesleept naar een voetbalveld en -kantine en voor je het weet heeft de microbe jou ook te pakken.

En dan is een WK altijd genieten. Een beetje mysterieus soms. Zo lijkt het toch als je jong bent en moet gaan slapen, maar je vader ’s nachts opstaat om de matchen van de Rode Duivels (in Mexico) te kunnen volgen. Een kind met een levendige verbeelding maakt zich dan zelf een voorstelling van wat je vader en je nonkel ’s nachts allemaal zitten te doen voor tv. Zeker als je ’s nachts letterlijk wakker gebruld wordt omdat de Belgen zich alsnog weten te redden en een ronde verder raken.

Het heeft iets gezelligs zo’n WK. Als je met de hele familie samen komt om de matchen te bekijken en op de grond moet gaan zitten omdat je met te veel bent om nog in de zetel te kunnen plaatsnemen. Als je dan halverwege de match “aangetrapt” wordt door je vader, de ex-voetballer, die het gestuntel van de Belgen niet meer aan kan zien en besluit de bal dan maar zelf “mee” in de goal te trappen.

Of als je tijdens je studentenjaren – tijdens de examenreeks, want dat valt jammer genoeg ook altijd samen – toch op café gaat om de match te kunnen zien. De ene keer komt dat geweldig goed uit en is het de perfecte ontspanning na een zwaar examen. Een andere keer had het toch wat beter gepland kunnen worden, want gaan studeren als de Belgen eruit liggen, is een pak minder plezant. En dan blijkt de cursus ook een pak minder goed vooruit te gaan. Want je gedachten durven al eens afdwalen. “Hadden ze maar…” “Als ze die kans binnen getrapt hadden, dan…”

Nog later – in het dagelijkse leven zoals het is – zijn de voetbalmatchen het ideale moment om nog eens af te spreken met goede vrienden. Degenen met wie je samen studeerde, met wie je als ontspanning tijdens de examens voetbal op café ging kijken en met wie je later – in je nog kinderloze periode – zelfs een heel aantal matchen van de Belgen “live” zag. Jammer genoeg waren dat net de mindere jaren van de Rode Duivels. Het is geweldig om erbij te kunnen zijn op het EK 2000 in eigen land, maar net iets minder als je “live” meemaakt dat jouw team als eerste gastland ooit de eerste ronde niet overleeft.

En dan komt de tijd dat je je dochters ook aansteekt. Dat de voetbalgekte toch (een beetje) erfelijk blijkt. Eerst moet je nog uitleggen wie “de onzen” zijn en naar welke kant de bal voor ons moet, maar hoe langer hoe meer krijgen ze de finesses onder de knie. Tot op het punt dat ze ook beginnen roepen en tieren “dat dat toch écht een zware fout was” of “offside”. Je raakt tot op een punt dat de dochters het grappig vinden als hun ouders hen verplichten “om streepjes” op hun kaken te zetten “voor het geluk”. Of rondrijden met Belgische vlaggetjes rond hun spiegels. Of voor het raam een poster “Believer” hangen en al plannen maken om de woonkamer op te vrolijken (met Belgische vlaggetjes uiteraard) en de vlag ook buiten prominent willen uithangen. Alleen die Belgische roodgeelzwarte M&M’s waren er misschien een klein beetje over 😉, maar eens om de twee jaar moet dat kunnen, niet?

Straks oefenmatch, maar binnen twee weken is het voor echt. Nog heel even liggen alle mogelijkheden open en kunnen we dromen dat we deze keer écht waar, met deze geweldige generatie, wereldkampioen zullen worden. Of toch minstens de halve finales halen. Ach ja, als we de eerste ronde overleven zullen we al content zijn. Maar nu nog even niet, nu dromen we nog en doen we nog even Duivels gek!

Klein dansgeluk #14

mother

(www.pinterest.com)

Dit weekend hadden onze dochters hun jaarlijkse dansoptreden. Het hoogtepunt van een jaar vol danslessen. Een heel dansjaar lang oefenen ze en werken ze naar dit moment toe. De hele dansschool staat dit weekend twee keer op het podium en wij als ouders genieten daar met volle teugen van. Ook al stond de afgelopen week wel héél erg in het teken van hun optreden en konden we maar liefst 6 dagen chauffeur spelen van en naar de laatste – intense – repetities.

Maar wat blijft dat dansoptreden ongelooflijk genieten. Niet alleen is het een mooie show en zetten alle dansers – van héél erg piep tot zelfs voorbij onze eigen leeftijd – hun beste beentjes voor. Het blijft onbetaalbaar om je eigen kinderen te zien schitteren op dat podium. En schitteren doen ze – in jouw ogen – altijd. Of het niet saai was, vroegen onze dochters vanmiddag, toen we ons allemaal klaarmaakten voor onze tweede show van het weekend. Saai? Absoluut niet. Ik kan me niet voorstellen dat ik een optreden zou missen. Want er zijn toch altijd kleine verschillen. Dat ene nummer dat ze dan de tweede keer net iets beter dansen, of dat ene lachje waarvan je weet dat het bij dat ene dansje sowieso zal volgen.

Hun nabesprekingen achteraf. Of we gezien hadden dat ze daar net even uit de maat waren? (Neen.) Dat er daar net iets misliep? (Niet echt.) En of het opviel? (Natuurlijk niet.) Dat ze telkens moesten lachen als ze even met die ene vriendin moesten kruisen tijdens de dans. Dat het achter het podium wel heel erg gezellig was geweest met de vriendinnen. Of we hadden gezien dat ze uit volle borst hadden staan meezingen? De ouders van die ene vriendin wel en die hadden het absoluut hilarisch gevonden. En dat dat éne nummer écht plezant was om te doen. Dat wisten we. Hun stralende gezichten hadden ons dat ook al verteld tijdens het dansen zelf.

Ik ben elk jaar opnieuw een ongelooflijk fiere mama. Net als alle andere mama’s en papa’s in de zaal. Hun ongelooflijk stralende gezichten. Het geluk en het dansplezier dat eraf spat, ik zou het voor geen goud ter wereld willen missen. Mijn dames zijn podiumbeesten en kunnen altijd nog net dat tikkeltje meer “als het voor echt is”. En dat maakt me blij, dat ontroert me, dat geeft me een krop in de keel. Ze lijken daarin soms zo ongelooflijk hard op de papa. Dat muzikale, de podiumprésence, de naturel on stage, dat hebben ze van hem. Het is zo fantastisch schoon om datgene wat me in het prille begin zo hard aantrok in de echtgenoot (en nog altijd doet trouwens) te zien verder leven in onze meiden. En dus hadden wij heel veel klein geluk dit weekend.

Maar het is alweer voorbij. Zo hard werken, die vele repetities een heel jaar lang en in een flits is het alweer gepasseerd. Op naar volgend jaar dan maar? Mijn tickets zijn alvast al gereserveerd!

Vijf op vrijdag: onverteerbare desserts

dessert

(www.someecards.com)

Dat ik graag eet, is een understatement en dat zullen de trouwe lezers vast al begrepen hebben. Dat ik – als het enigszins zou kunnen – op zoetigheden zou willen overleven, mag ook duidelijk zijn. Maar toch zijn er een aantal desserts die ik niet naar binnen krijg. Een kwestie van “les goûts et les couleurs”, want ik weet best dat er heel veel liefhebbers zijn. Maar ik in deze gevallen dus niet. Een nieuwe “Vijf op vrijdag” over desserts die ik niet lekker vind. (Ja, ze bestaan écht.)

Een crème au beurre-taart. Jammer genoeg was dat toen ik jong was meestal de standaard-kerststronk. En aangezien ik een paar dagen voor Kerstmis verjaarde, was mijn verjaardagstaart meestal een kerststronk. Met hier en daar een paar kerstboompjes op, en als ik geluk had ook nog een kindje Jezus. Eén van die kindjes bevindt zich trouwens nog steeds in de kerststal van mijn ouders, aangezien we het échte baby’tje ooit vakkundig om zeep geholpen hebben. Maar de taart dus. Crème au beurre is gewoon veel te zwaar. Dat ligt als een blok op de maag, veel kan je er dan ook niet van eten. De biscuit vanbinnen ging nog, maar vaak haalden we het “omhulsel” er ook gewoon af en beperkten we ons tot dat ene laagje vanbinnen. En of er nu écht boter in de crème zit, weet ik eigenlijk niet, maar ik heb altijd wel gevonden dat het er wel naar smaakte. Ik was er als kind al niet bepaald dol op en dat is er niet uitgegroeid 😉.

Warme vruchten. Ik ben dol op fruit, maar het moet wel vers zijn. Er is weinig of geen fruit dat “warm” lekker is, of het nu gekookt of gebakken is. We maken enkel een uitzondering voor appel (in cake of in strudel) of voor balletjes met warme kriekjes. Maar in alle andere gevallen is warm fruit vies. Dus voor mij absoluut geen Crêpes Suzette (bah) of gebakken banaan. Ook vruchtencompote vind ik maar niks (neen, ook geen appelmoes) en zelfs confituur of jam kan me eigenlijk niet bekoren. Ook niet als je dat dan in gebak smeert. Het jammere aan biscuit is dat laagje vruchtenconfituur en zelfs bij frangipane vind ik de abrikozenconfituur erin zo doodzonde van de nochtans lekkere cake. Geef mij ook geen coulis van wat dan ook, want dat verknoeit de smaak van het gerecht waarmee je het combineert. Waarom wordt een coupe aardbeien (met zalige verse aardbeien en fantastisch lekker vanille-ijs) volledig om zeep geholpen door daar mierzoete coulis over te gieten?

Crème brûlée. Ik ben écht waar dol op pudding, maar crème brûlée kan ik absoluut niet smaken. In mijn ogen wordt de pudding om zeep geholpen door dat laagje gekaramelliseerde suiker erop. Pudding moet een velleke hebben, niet zo’n keihard ding erop dat je moet open kloppen. Pudding moet voor mij nog net een beetje lopend zijn, het mag niet “vast” zijn. Panna cotta is dus ook een no-go. Ik ben dol op Italië en er zijn weinig Italiaanse gerechten die ik niet kan smaken, maar met panna cotta hebben de nochtans geweldige Italiaanse koks de bal compleet misgeslagen. Heel vaak is dat dan ook nog eens mierzoet en overgieten ze dat – tot overmaat van ramp – dan ook nog eens met rode vruchten-coulis. Bah.

Sorbet. In de zomer kan ik elke dag gerust een ijsje eten. En als het héél warm is, kan ik er zelfs twee per dag eten, maar geef me geen sorbet. Dat is tegelijkertijd te scherp en te zoet van smaak. Het romige aspect is net hetgeen ijs zo lekker maakt. Neem dat romige aspect weg en het hoeft niet meer voor mij. Na een paar happen steekt sorbet mij zo ontzettend tegen. Neen, dan heb ik nog liever een waterijsje. Ook al krijg je er een plak-bek van.

Een donut. Als je naar de kleinere patisserie kijkt, is er relatief weinig dat ik niet lust. Alles met pudding erin mag je mij voorzetten, net als zo goed als alle bladerdeegtaartjes. Maar een donut vind ik gewoon vettig. Het lijkt mij iets dat de dag tevoren (toen het vers gemaakt was) geweldig lekker geweest is, maar na een dag liggen écht niet meer te vreten valt. Alleen eten we dat blijkbaar standaard “the day after”. Als het in mijn ogen gestold en dus niet meer lekker is. Het doet mij wat denken aan oliebollen, maar zeg nu zelf, die zijn ook alleen maar zalig als je ze vers en nog een beetje warm met véél poedersuiker kan eten. Dat eet je toch ook niet meer een dag later?

Ik ben dol op zoetigheden, maar ik wou het beeld van de chocoholic en zoetverslaafde toch enigszins bijstellen. Er zijn dus toch 5 desserts waar je me écht geen plezier mee doet. (En het is niet zo dat ik hier dagenlang op heb zitten broeden tot ik er uiteindelijk toch 5 vond om mee uit te pakken 😉!)