Een gedroomde balans?

img_7145Wie mij al een tijdje volgt, weet dat ik hier ook wel eens een boompje durf opzetten over de niet altijd even geslaagde zoektocht naar een evenwicht tussen je werk en je gezin. Dit combinatiedossier was een paar jaar terug zelfs mijn voornaamste motivatiebron om lid te worden van Femma. Intussen zijn we wat jaartjes verder, hebben we wat professionele watertjes doorzwommen en durf ik – hout vasthouden – te stellen dat ik een zekere balans gevonden heb.

Dat evenwicht zit momenteel in een voltijdse betrekking, een beetje tot mijn grote verbazing, aangezien ik het grootste stuk van mijn professionele leven 4/5de heb gewerkt. We moeten eerlijk zijn, soms mis ik mijn vrije woensdag wel, maar het is niet enkel die vrije dag in de week die zorgt voor een goede balans. Al hielp dat rustpunt mij in drukke tijden wel om even op adem te komen en om er te kunnen zijn voor mijn toen nog jonge dochters. Maar de dochters groeiden op en ik zocht (en vond) een inhoudelijk uitdagende job met veel kansen op zelfontplooiing. Dat geeft ontzettend veel energie. Maar dat ik bijvoorbeeld twee dagen per week kan/mag thuiswerken, geeft ook rust.

Afgelopen week was toevallig wel een zware week. Niet alleen had ik een late  (weliswaar interessante) bijscholing op woensdag, bovendien werkte ik ook zaterdag op een vakbeurs. Zoals vaak denk ik daar op voorhand niet over na: als het interessant lijkt en ik kan iets bijleren dan ben ik er vaak als de kippen bij. Dat de agenda misschien al een beetje overvol zat (of uitpuilde), namen we dan maar voor lief. Het is trouwens toch bijna herfstvakantie, dan kunnen we ook even recupereren. Maar momenteel is het natuurlijk wel even pittig, want het weekend was wel héél erg kort en mijn normale huishoudelijke taken kreeg ik ditmaal uiteraard niet gebolwerkt.

Toen ik het er met mijn ouders over had, bleek dat zaterdagwerk voor hen ook geen onbekende was. Wanneer het precies was afgeschaft, wisten ze niet meer (het blijkt in 1971 geweest te zijn), maar in het begin van hun carrière was het de normaalste zaak ter wereld dat je ook op zaterdag ging werken en enkel op zondag rust had. Dat is uiteindelijk nog maar één generatie geleden. Mijn ouders hebben het dus meegemaakt dat er een werkdag geschrapt werd. Zij hebben mee sociale geschiedenis geschreven.

Het deed me achteraf hopen dat wij misschien de laatste generatie worden die vijf dagen werken. Wie weet wordt de vierdaagse werkweek voor mijn dochters wel het nieuwe normaal. Net zoals het in 1970 onmogelijk leek om van 6 naar 5 te gaan, lijkt het nu een onhaalbare droom dat we vier dagen per week zouden werken. Hoewel uit verschillende experimenten in bijvoorbeeld Zweden of Nieuw-Zeeland intussen al blijkt dat deze werkduurvermindering ontzettend veel voordelen heeft (werknemers zijn minder ziek en boeten absoluut niet in aan productiviteit, integendeel), lopen deze experimenten telkens weer stuk op het (zogenaamde?) financiële kostenplaatje (hoewel dat de Nieuw-Zeelanders niet heeft tegengehouden om het experiment in de praktijk om te zetten).

Een utopie? Misschien wel, maar dat belet Femma niet om de vierdagenweek ook in België een jaar lang uit te testen (ongelooflijk nieuwsgierig ben ik naar de bevindingen). Bovendien zouden Engelse vakbonden en zelfs de Labour-partij een vierdagenweek willen steunen, al werd dit al even snel weer ontkend. Jammer, want ik geloof dat dit radicale voorstel voor een ommezwaai zou kunnen zorgen en voor een betere balans tussen gezin en werk. Heel voorzichtig koester ik een stille hoop dat ik binnen een jaar of 20 aan mijn kleinkinderen kan vertellen dat “moeke” het ooit nog meegemaakt heeft dat er 5 dagen gewerkt werd. Hopelijk kunnen zij dan even raar opkijken als mijn dochters gisteren toen ze oma’s en opa’s wedervaren op een werkzaterdag te horen kregen…

Twee jongens alleen in de stad…

Dinsdagmorgen. Ik ben onderweg van het station naar mijn werkplek in de grootstad. Voor mij stopt een bus en er stappen twee jongens uit. De oudste is een jaar of 10 en draagt zijn boekentas op de rug. In de ene hand heeft hij zijn ongeveer 6-jarig broertje (?) vast, in de andere hand het boekentasje van de kleinste. De oudste helpt de kleinste behoedzaam de bus uit en die paar trapjes af. Met zijn tweeën gaan ze op weg. Op de hoek van de straat stoppen ze even en zie ik de oudste de jongste zorgzaam wat goede raad meegeven vooraleer ze de hoek omgaan en uit mijn zicht verdwijnen. Wat hun verhaal was, weet ik niet, maar ze hebben een ganse dag in mijn hoofd gezeten. Hoe dat oudste jongetje al zoveel zorgzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel uitstraalde. Hoe serieus hij keek. Hoe de kleinste naar hem opkeek.

Ik had die twee jongetjes nog nooit gezien, ofschoon ik elke dag rond ongeveer hetzelfde uur dezelfde weg afleg. Misschien was het de eerste keer dat ze die weg alleen aflegden, misschien is het een gewoonte. Ik weet het niet. Onvermijdelijk vergelijk je met je eigen kinderen, met je eigen situatie. Eén van ons beiden was er bij ons wel altijd voor de kinderen. Dat was meestal de papa-leraar, maar als hij door schoolse verplichtingen toch moest passen, sprong de mama zoveel mogelijk in. Natuurlijk hebben onze dames ook wel eens in de naschoolse opvang gezeten (en vonden ze het telkens jammer als we hen véél te vroeg kwamen ophalen), maar één van ons bracht hen naar school en ging hen oppikken. En als wij er door omstandigheden niet konden zijn, dan stonden oma of opa wel aan de schoolpoort.

Het is een ongelooflijke luxe dat we er altijd voor hen konden/kunnen zijn. Natuurlijk heeft de keuze voor ons gezin ook consequenties gehad op professioneel vlak, maar wij hebben wel altijd de optie gehad om de kinderen voorrang te geven. Want het zat ons eigenlijk ook wel mee. We zijn (nog altijd) met zijn tweeën. Bovendien speelden ook onze professionele keuzes een doorslaggevende rol. Als de papa geen leraar was geworden, was het al een pak moeilijker te organiseren bijvoorbeeld. Jammer genoeg heeft niet iedereen dezelfde luxe of dezelfde opties. Alleenstaande moeders of gescheiden koppels moeten het ook allemaal maar geregeld krijgen. In hun eentje en vaak zonder de mogelijkheid om hun werk en privéleven op elkaar af te stemmen. Onze dochters zullen het misschien niet altijd even leuk gevonden hebben dat we er altijd waren, dat zij ook niet af en toe wat zelfstandigheid kregen, maar toen ik vanmorgen die twee jongetjes door de stad zag lopen, brak mijn hart toch een beetje voor hen. En liep het over van dankbaarheid omdat wij er wel hadden kunnen zijn voor onze meisjes.

PS: Het kan natuurlijk ook dat de jongetjes in kwestie al maanden aan het zeuren waren om hen nu eindelijk eens alleen naar school te laten gaan. “Dat ze intussen echt wel groot genoeg waren en dat ze echt waar heel voorzichtig zouden zijn.” Misschien zat de mama of de papa ook wel op de bus – of ergens in de buurt – om hen vanop afstand toch nog in het oog te houden, om zeker te zijn dat ze het wel konden. Ik weet het niet, ik ken hun verhaal en omstandigheden niet en kan en wil absoluut geen oordeel vellen. Maar mijn gedachten dwaalden regelmatig af vandaag. Met pijn in het hart, want die jongens waren nog zo klein. En ergens klopt het toch niet: twee kleine jongetjes ’s morgens vroeg alleen in een grote stad…

Perfectie bestaat niet. Gelukkig maar?!

Het perfecte leven bestaat niet, de perfecte ik ook niet, maar toch steken we vaak ongelooflijk veel moeite in het “streven naar”. Dat maakt hoe langer hoe meer mensen doodmoe. Maar het leven is bijlange niet zo schitterend als we op de sociale media tonen. Geweldige feestjes, mooie outfits, gezonde en aantrekkelijke maaltijden tonen we met veel plezier en fierheid. De avonden na de feestjes dat je doodmoe in je pyjama in de zetel hangt of geweldig vroeg in je bed ligt omdat dat uitgaan wel héél lang in je kouwe kleren kruipt, zie je uiteraard niets verschijnen op instagram en consoorten.

wasmand_miniOok ik toon foto’s van onze nieuwe veranda als ze volledig opgeruimd en gekuist is en geweldig blinkt. Wanneer het rekje met onze was er staat, wanneer de boekentassen van de kinderen of volle wasmanden de doorgang volledig versperren, er schoenen verspreid liggen en de tafel bezaaid ligt met hun schoolgerief en hun boeken, dan toon ik dat niet. Dus kies ik voor een beperkte selectie uit ons dagelijks leven. Met aangepaste, glanzende filter uiteraard.

Tegelijkertijd zie ik rond mij hoe langer hoe meer mensen tegen hun grenzen aanbotsen. De combinatie van een (pril) gezin met professionele ambities, bouwperikelen en een druk sociaal leven wordt te zwaar. Ook te veel late twintigers of jonge dertigers willen of kunnen niet meer mee en haken af. Is het omdat we te veel willen? Ligt de druk van de (professionele) maatschappij te hoog? Of doen we het onszelf aan omdat we niet willen of kunnen kiezen?

15 jaar geleden was het bij ons pompen of verzuipen. Drukke professionele bezigheden, kleine kinderen, een huis bouwen: het was een beetje te veel van het goede. Er waren momenten dat we een babysit vroegen om eens een nachtje te kunnen doorslapen. Ons sociaal leven kende een serieuze dip en me-time was er de eerste 5 jaar na de dochters heel weinig bij. Mijn laatste boek (Kapitein Corelli’s Mandoline) las ik vlak voor de geboorte van de oudste. Pas 4,5 jaar en een tweede dochter later las ik met de “Da Vinci Code” opnieuw een boek uit. We beslisten samen dat ik 4/5 zou gaan werken om de combinatie werk-gezin draaglijker te maken. Er kwam een hometrainer: zo kon ik thuis mijn kilometertjes malen en hoefde ik geen babysit te boeken om 1 à 2 keer per maand een duur sportabonnement te verantwoorden.

Tot mijn grote frustratie slaagde ik er desondanks niet in om alles perfect rond te krijgen. Ik wou tegelijkertijd de perfecte mama zijn, de perfecte partner, de perfecte werknemer met een druk en uitgebreid sociaal leven en liefst ook nog fit en gezond, maar ik kreeg dat maar niet voor elkaar. Ik deed mijn best, probeerde voor alles en iedereen goed te doen, maar slaagde daar in mijn ogen te weinig in en vaak ten koste van mezelf. Het was uiteindelijk een storend (en onnodig) werktelefoontje op reis dat mijn emmer deed overlopen. Dat deed me beseffen dat er grenzen waren aan mijn combinatiedrang en mijn flexibiliteit. Het werd tijd om keuzes te maken. Voor mezelf en voor mijn gezin.

Daarna werd het stilaan beter. De dochters groeiden op, ons sociaal leven keerde weer, er kwam terug wat meer balans. Af en toe kregen we zelfs al eens een gevoel van “het lukt”. Tot een zieke dochter, deadlines of een onverwachte gebeurtenis weer roet in het eten gooiden. Gelukkig leer je met de jaren (beter) relativeren. Je leert dat “goed genoeg” ook mooi is. Je leert keuzes maken, grenzen stellen en de consequenties aanvaarden. Je leert dat je niet alles onder controle kan hebben of houden. Je leert om je aan te passen. Je leert vooral dat je niet alles tegelijkertijd kan combineren, maar dat dat best ok is. Meestal toch. Je weet dat na een drukkere periode ook weer een dipje zal volgen dat je wat ademruimte zal geven. Je leert dat je niet altijd en overal bij kan zijn en dat je daar gerust mee kan leven, zolang je maar het beste maakt van de momenten die je wel beleeft. Je leert dat je niet voor iedereen goed kan doen en je aanvaardt dat zolang jouw geliefden daar tevreden mee zijn. Je leert te leven in het moment.

Lukt dat? Soms wel, heel vaak niet. Maar we hebben nog een leven voor ons om eraan te werken. Want geef toe: hoe saai zou ons leven niet zijn als we niets meer hadden om naar te streven…

Een stap terug/vooruit?

Ongeveer een jaar geleden besloot ik terug 4/5de te gaan werken. Omdat het (financieel) kon en omdat het voor ons gezin al eerder een beproefd en goedgekeurd recept was. Intussen zijn we een jaar verder en sta ik nog steeds achter onze beslissing van toen. Al had ik nooit kunnen inschatten dat het toch redelijk wat tijd in beslag zou nemen vooraleer we onze draai vonden in het nieuwe ritme.

Ik ben op woensdag thuis. Omdat woensdag de dansdag is van de dames en we meestal redelijk wat chauffeurtaken te verrichten hebben voor onze danseressen. Maar de voormiddag is voor mij: dan kan ik fietsen, bloggen en wat huishoudelijke klusjes inhalen. Woensdag is ook mijn kookdag: op mijn gemak boodschappen doen en daarna uitgebreid koken (en bakken). Waardoor mijn woensdagen al snel bijzonder gevuld raakten. Een groot deel van het jaar bleef ik – ondanks de vrije woensdag – toch een opgejaagd gevoel houden.

Want het is mijn enige vrije dag. De enige dag dat ik thuis ben vóór de echtgenoot en de kinderen. De enige weekdag dat ik kan (vooruit)koken. De enige dag dat ik “rustig” wat huishoudelijke klusjes kan doen of inhalen. Mijn blog- en fietsdag in de week. Voor ik er erg in had, had ik mijn vrije woensdag helemaal volgepland. Met zaken die in mijn hoofd al snel “moetjes” werden. Ik moest die laatste mand strijk wegwerken, gezond en uitgebreid koken, boodschappen doen, chauffeur spelen voor de kinderen en liefst ook nog een uur fietsen en bloggen. Een uitgebreid en ambitieus programma, maar het lukte. Toch de eerste paar weken.

Maar toen kwamen er hier en daar al eens kinkjes in de kabels. Als het woensdagplan niet lukte, of als de echtgenoot toch moest bijspringen bij het heen- en weer rijden, was ik diep vanbinnen teleurgesteld in mezelf. Ik was er niet in geslaagd mijn lijstje “perfect” af te werken. Ik bleef mezelf “opjagen” om toch maar mijn zelf bedachte moetjes te halen. Maar beetje bij beetje leerde ik toch loslaten. Leerde ik net iets minder ambitieuze to do-lijstjes maken. De echtgenoot sprong regelmatig – met plezier – bij. We verdeelden de ritjes en we gingen al eens een maaltijd afhalen. Er bleef al eens een mand strijk staan tot het volgende weekend en er werd al eens een fietsritje of een blog geschrapt. Stilaan verdween het opgejaagde gevoel, stilaan werd mijn vrije woensdag routine. Stilaan kreeg ik een haalbaar programma te pakken. En leerde ik mild zijn voor mezelf als het lijstje uit mijn hoofd toch niet volledig afgevinkt raakte.

Dus kan ik na een jaar zeggen dat we blij zijn met mijn 4/5de. Dat we het niet meer anders zouden willen. Het is een extra dag die ons allemaal ruimte geeft. Die me zelfs professioneel ook marge geeft: ik kan ervoor kiezen om – als dat nodig is – toch een tandje bij te steken en ook op woensdag te werken. In de wetenschap dat de week erna (of de maand erna) toch weer rustiger wordt. Dat er toch weer een woensdag komt waarop ik wat klusjes kan inhalen. Of net niet. En dan komt er zelfs een moment dat je het gevoel hebt dat je het voor mekaar hebt: het huis gekuist, gefietst, geblogd, lekker gekookt en zelfs nog wat tijd en ruimte voor elkaar. Dat het is zoals het moet zijn.

img_7145Toch blijft het een beetje wrang dat dit kan omdat we met twee zijn en omdat ons gezin dit financieel kan dragen. Het voelt ergens egoïstisch ten opzichte van al die andere (alleenstaande) mama’s en gezinnen die dit ook graag zouden willen, maar om verschillende redenen niet kunnen. Die nochtans ook snakken naar een momentje van rust in het midden van een drukke werkweek. Die ook graag een extra dagje zouden hebben om wat bij te werken (of net niet). Die ook graag tijd en ruimte zouden willen maken voor zichzelf en voor elkaar.

Waar blijft die 30 uren-week voor iedereen, die Femma zo graag wil realiseren?

Office @home

Doorheen mijn hele professionele carrière heb ik regelmatig thuis gewerkt. In het prille begin enkel als ik vroege shifts deed of in extreme weersomstandigheden, maar de laatste jaren mag het al wat regelmatiger. Ik doe het vooral wanneer ik dringend iets moet afwerken en graag eens serieus doortrek. Niet dat dat op kantoor niet lukt, maar laat ons eerlijk zijn, ik laat me af en toe ook wel eens graag afleiden: een babbeltje, een wandelingetje,… Dat is thuis – in je eentje – al een pak moeilijker. Bovendien lukt het me alleen thuis makkelijker om ook mijn e-mailgebruik wat strenger te reglementeren. Op thuisdagen heb ik een doel voor ogen, namelijk “iets afwerken” en daar moet al de rest voor wijken, ook de mailtjes.

Waarom ik zo dol ben op thuiswerken?

Ik heb eens een dagje geen verplaatsingen. En dat vind ik echt wel een ongelooflijke luxe. Ik kan eens wat rustiger ontbijten, de krant op mijn gemakje lezen en op het moment dat iedereen hier thuis vertrokken is, begin ik me op mijn gemak te installeren en ben ik een half uur vroeger dan normaal al aan het werk. Dat zorgt er dan weer voor dat ik ook een half uurtje vroeger kan stoppen en dat komt voor één keertje zo goed als perfect uit met de schooluren van de kinderen. Meestal kan ik de computer dan dichtklappen op het moment dat zij onze oprit komen opgefietst. Al lukt dat niet altijd als ik tegen een deadline aankijk en het einde in zicht is. Dan durf ik wel eens doorgaan tot het werk helemaal af is.

Ik zit helemaal in mijn eentje rustig door te werken. Na een hele carrière van landschapsbureaus of gedeelde bureaus vind ik het niet erg om af en toe eens te genieten van de rust en stilte in huis. Ik zet dan de radio aan op de achtergrond zodat ik af en toe eens een goed liedje opvang, maar ik vind het fijn om af en toe zo geweldig op te gaan in datgene wat ik moet doen dat ik hele stukken tijd gewoon mis. Het doet me terugdenken aan mijn kindertijd, toen ik mezelf al zo kon verliezen in boeken “dat er een bom naast mij had mogen ontploffen, ik zou ze niet gehoord hebben”. Soms duurt het even vooraleer ik in die flow raak, maar op een kantoor lukt me dat minder (lang). Je doet al eens een praatje met een collega, er is achtergrondgeluid, er passeert iemand op straat of er belt iemand aan. Het is ongelooflijk hoeveel geluiden je kunnen afleiden in een kantooromgeving.

Het uitzicht. Thuis kan ik me in ons bureau installeren of in onze veranda. Van zodra het weer min of meer goed is, geven wij hier met zijn allen de voorkeur aan onze veranda om te werken. Er worden zelfs al studiekalenders opgesteld door de dochters. Want samen in de veranda studeren, dat lukt niet (of willen ze niet), en dus wisselen ze af. Het grote voordeel van onze veranda: het is er aangenaam (zeker als je in de zomer het raam kan openzetten) en je hebt uitzicht op de tuin. Daarnet kreeg ik weer het gezelschap van een groene specht, die helaas ging vliegen toen ik hem dacht te vereeuwigen met mijn smartphone. Als je dan toch moet afgeleid worden, wat is er dan beter dan wat leven in de tuin?

Ik ben thuis als de kinderen thuiskomen. Doorheen mijn hele carrière was ik zo goed als altijd later thuis dan de kinderen. Het was de echtgenoot die de kinderen oppikte van school en dan duurde het vaak nog een paar uur voor ook ik arriveerde. Je werk en je verplaatsing ernaartoe, vaak was ik van 8 uur tot minstens 18 uur buitenshuis. Af en toe haalde ik de kinderen ook wel eens van school, maar dan had ik allicht een dagje of een halve dag verlof. De schooluren combineren met mijn werkuren, lukte gewoon niet. Tenzij je dus thuis werkt. Dan heb ik ook 8 uur gewerkt tussen het moment dat mijn dames ons huis verlaten en weer terugkeren. En dat vind ik een ongelooflijke luxe.

Zijn er ook nadelen? Natuurlijk! Ik moet af en toe echt wel een babbeltje kunnen doen, constant thuiswerken zou ik ongelooflijk eenzaam vinden. Bovendien is het niet altijd even rustig thuis. De vorige keren hadden ook de buurmannen wel eens verlof en begonnen zij werken te doen in en rond hun huis en tuin (en dat kan evenveel lawaai maken als een stadsomgeving). Met een grasmachine als constant achtergrondgeluid is het ook niet altijd evident om in de flow te raken. Maar deze kleine nadeeltjes wegen voor mij echt niet op tegen de voordelen. En zeg nu zelf, als je in zo’n bureau kan werken, zou jij dan ook niet – af en toe – thuis blijven?

20170317_094405

Een beetje mildheid, creativiteit en ideeën graag…

Woensdag ook de reportage van Pano gezien over onze kleuterscholen, over die moedige kleuterjuffen en meesters die met hand en tand een dertigtal kleuters nog iets proberen bij te brengen tussen de vele plas- en andere pauzes door? Over de kindjes die de namiddag amper overleven en in slaap vallen op een kussentje terwijl de juf een verhaaltje probeert voor te lezen? Over dat het “allemaal de schuld is van de (luie) ouders, die hun kinderen niet zindelijk naar school sturen en ze véél te vroeg naar school laten gaan terwijl ze duidelijk nog nood hebben aan hun middagdutje”?

Dat er toch ergens iets niet klopt als kindjes tot hun 2 jaar, 5 maanden en 30 dagen in een crèche verblijven waar er verplicht 1 kinderverzorgster is per 7 kindjes, maar vanaf hun 2 jaar en 6 maanden gerust in een klasje kunnen gaan zitten waar er amper 1 kleuterjuf is voor een groep tot (maximum?) 30 kindjes. Gelukkig  krijgt de kleuterjuf ook nog 2 halve dagen per week versterking van een kinderverzorgster (afhankelijk van het aantal leerlingen van de school uiteraard).

Dat we als ouders alweer het gevoel krijgen te falen in datgene wat we toch het allerbelangrijkste vinden in ons leven, de opvoeding van onze kinderen. Dat we zoveel MOETEN in ons leven dat we het niet meer gecombineerd krijgen. Dat we uitstekende ouders moeten zijn, een sexy, interessante én fitte partner en uiteraard de ideale werknemer. Die het bedrijf op de eerste plaats zet, overuren maakt en zijn economische waarde in stand houdt. Die niet weet hoe ze het aan haar kinderen moet uitleggen dat mama alweer een halfuurtje te laat is in de opvang. Die met het schaamrood op de kaken net voor (of net na) sluitingstijd de crèche binnengestormd komt – alweer. Het was een drukke week, maand, jaar.

Dat je dan amper nog tijd overhoudt voor je kinderen (en hun potjestraining). Dat je je sowieso schuldig voelt, altijd en overal. Dat je je telkens opnieuw voelt falen en er absoluut geen behoefte aan hebt om daar nog eens door een minister op gewezen te worden. Stiekem denk je dat zelf – veel te vaak – ook al.

De afgelopen jaren hebben de budgetten voor de scholen ook een besparingsoperatie ondergaan. De klassen werden zo alweer wat groter, maar dat schuift de minister wel eventjes onder de mat. We zetten in op jobs, jobs, jobs, maar er schiet niet voldoende geld over voor het onderwijs van onze kinderen zodat één kleuterjuf 30 kindjes moet opvangen. Het zou misschien nét iets minder problematisch zijn als de kleuterjuf 10 kindjes kon opvangen, waarvan er dan per klas misschien maar één of twee nog niet zindelijk waren. Dan zouden we ook jobs, jobs, jobs creëren en tegelijkertijd investeren in de toekomst van ons land in plaats van extra geld te laten wegvloeien in de zakken van rijke (buitenlandse) investeerders.

We kunnen ook andere beleidskeuzes maken. We hebben dringend nood aan een beetje creativiteit en nieuwe ideeën. We hebben leiders nodig met een visie op lange termijn: waar willen we met ons land naartoe? Welke keuzes maken we als samenleving? We moeten stoppen met beleid te voeren “om het budget van dit jaar in evenwicht te krijgen”, en dan volgend jaar het volgende tekort aanpakken met alweer korte termijn-plannen en snelle winsten, maar die onze maatschappij op lange termijn niets bijbrengen.

We hebben dringend nood aan een sterk sociaal weefsel en burgerinitiatieven. Moeten we echt een crowdfunding opstarten om voldoende kleuterjuffen of meesters voor de klassen van onze kinderen te krijgen? We zullen van onderuit ideeën moeten aanreiken en eventueel ook afdwingen – via alle mogelijke wegen. Moeten we net als een aantal ouders nu al doen ons land in gebreke stellen om (noodzakelijke) zorg af te dwingen voor onze kinderen, onze naasten?

img_7145En héél misschien – als we af en toe een beetje meer tijd zouden hebben – die we zelf kunnen indelen, misschien dat we dan ook nog eens creatief kunnen zijn. Zodat we met ideeën kunnen komen voor onze maatschappij. Misschien moeten we met zijn allen massaal van het rad springen waarin we allemaal samen doldraaien. Misschien dat we dan weer wat milder kunnen zijn, voor onszelf en voor elkaar. Misschien hebben we dan de tijd om eens op lange termijn plannen te maken, voor onszelf en voor onze kinderen. Misschien is het Femma-pleidooi voor een 30 uren-week wel een goed beginpunt voor een maatschappelijke discussie over een betere combinatie tussen alle rollen die je in je leven invult: als ouder, partner, kind, werknemer, vriendin…

Als we nu eens massaal grenzen beginnen te trekken. Tot hier en niet verder. Voor ons en voor onze kinderen. Wanneer beginnen we eraan?

Combineren start bij jezelf

Situatie één: Je hebt een paar drukke weken achter de rug, zowel professioneel als privé. Je sukkelt al een paar dagen met een virale oorontsteking en besluit op een avond toch je dokter te raadplegen omdat je er maar niet vanaf raakt en je toch wel last hebt. De dokter adviseert je om de komende twee dagen uit te zieken in je zetel, maar dat komt niet echt goed uit, noch professioneel noch privé.

Wat adviseer je in zo’n situatie aan je beste vriendin? Aan je echtgenoot? Aan je kinderen? Uiteraard raad je hen aan om het doktersadvies te volgen en het twee dagen kalm aan te doen.

Maar wat doe je zelf in zo’n situatie? Denk je een dag later dat je het doktersadvies aan je laars kan lappen omdat je een deadline hebt en je toch van thuis uit kan werken? Of heb je na een goede nachtrust genoeg energie om je huishouden toch op orde te zetten en “zal je daarna wel rusten” (als de hele strijk gedaan is)? Ondanks het aandringen van je echtgenoot om alstublieft naar de dokter te luisteren en het deze keer echt eens kalm aan te doen?

Situatie twee: Een dikke week later zit je opnieuw bij de dokter, nog steeds met dezelfde virale infectie, die dankzij een nieuwe, felle opstoot weer voor pijn en last zorgt. Opnieuw zegt de dokter dat je de komende twee dagen in de zetel moet uitzieken. Ditmaal voel je je ellendig genoeg en blijf je wel thuis. Hoe lang duurt het voor je toch in gang schiet en aan je huishouden begint? Hoeveel uur van je ziekteverlof spendeer je daadwerkelijk in de zetel aan het uitzieken?

Wat zit er in ons dat maakt dat we wel zorg dragen voor de anderen om ons heen, maar niet genoeg voor onszelf? Wat zorgt ervoor dat je het doktersadvies ongestraft in de wind denkt te kunnen slaan? Wat leidt ertoe dat je anderen aanraadt om wél hun dokter te volgen, om goed naar het eigen lichaam te luisteren en genoeg rust te nemen, maar voor jezelf denkt dat je nog net een stapje verder kan gaan? Is het je drang naar perfectionisme, je controledrift, het gevoel van onmisbaar te zijn of het gevoel het zelf beter te kunnen? Samen met de angst om je job en je zekerheid te verliezen in de onzekere tijden waarin we nu leven? Of een veelvoud van deze factoren?

Situatie drie: Sinds begin dit jaar denk ik samen met een heleboel andere fantastische vrouwen (en een dito man) na over hoe we de combinatie tussen werk en gezin meer leefbaar kunnen maken. Het is een fijne Femma-groep. Het leverde me een hoop nieuwe, aangename contacten op. We denken na, we discussiëren, we zijn het niet altijd eens over de manier waarop we een betere balans willen bereiken, maar we gaan voluit voor een betere gezinswereld. We hopen allemaal, op onze eigen manier, met onze eigen gaven en talenten, iets te kunnen betekenen en iets te kunnen veranderen. We zijn jonge mama’s of papa’s, mama’s met tieners of zelfs oma’s,… We zijn enthousiast en gedreven.

Ik dacht aan het hele combinatieverhaal toen ik deze namiddag in mijn zetel een boek probeerde te lezen. Toen ik een poging deed om te rusten en uit te zieken. Toen ik trachtte om me niet druk te maken in de manden was die op me staan te wachten. Ik stimuleer de echtgenoot en de dochters om goed voor zichzelf te zorgen, maar geef als mama niet altijd het juiste voorbeeld. Evenwicht begint met voldoende zorg dragen voor jezelf. Naar je lijf luisteren. Op tijd en stond rust nemen. Niet alleen in woorden, maar ook in daden. Je agenda eens een week(end)je leeg houden. Om tevreden te zijn met wat is, in plaats van telkens opnieuw de lat een beetje onbereikbaar hoger te leggen.

En dus lazen we, in de zetel, een boek uit deze namiddag ;-).

Deeltijds werken: back to the fifties?

Vandaag las ik in Het Nieuwsblad dat “als mama deeltijds werkt, is vooral papa op zijn gemak”. Hoe vrouwen van zodra er kinderen komen, meestal een stapje terugzetten en dat voor een stuk “uitboeten” omdat vanaf dat moment alle huishoudelijke taken op hun nek terecht komen. En het vooral de papa is die daarvan profiteert.

Toen ik 20 jaar geleden op de arbeidsmarkt kwam, was het ook geen geweldige periode om te starten. Je mocht blij zijn als je een job vond. Het startloon was niet geweldig, maar als je maar hard genoeg werkte en je maar genoeg bewees, dan kwam uiteindelijk alles wel in orde. Dat was de stok die ons voorgehouden werd. En dat deden we dan ook. De echtgenoot combineerde een voltijdse job als leerkracht met een freelance bestaan als sportjournalist. Ik werkte voltijds in de media en voegde daar op een blauwe maandag ook nog avondles Italiaans bij.

Een paar jaar lang werkten we hard en veel. Maar dan begin je aan kindjes en staat je leven op zijn kop. Dan krijg je het moeilijk om alles nog te combineren. Je wil graag professioneel hetzelfde niveau halen, maar ook voor je kindje zorgen. En dan bots je tegen je grenzen aan. Dan heb je het moeilijk om je kindje achter te laten bij een nochtans geweldige onthaalmoeder. Dan wil je op tijd thuis zijn. Dan zit je op een werkdag al eens in gedachten bij een ziek kindje thuis. Dan begint het te wringen. Dan worden al die lange werkdagen te veel. Dan krijg je hoe langer hoe vaker te horen: “awel, een halve dag verlof?” en vind je dat niet meer grappig, omdat je wel degelijk je uren gedaan hebt…

Dan overleg je thuis en beslis je samen dat je een stap zal terugzetten. En dat heeft een serieuze impact. Een dagje minder werken, wil niet noodzakelijk zeggen dat je werklast vermindert. Je bent een dag minder op het werk, maar je doet je werk van voorheen in 4 dagen. Of je collega’s krijgen het extra druk de dag dat jij er niet bent, wat de sfeer niet altijd ten goede komt. Je bent ineens ook “dat moedertje, die voor haar kinderen kiest”. Weg promotiekansen.

Van die extra dag maak je gebruik om thuis bij te werken, boodschappen te doen, met de kinderen bezig te zijn, te koken. Heel ontspannend ;-). Zeker als de kinderen klein waren, was er van me-time weinig sprake. En uiteraard profiteerde de echtgenoot ervan. Dat was ook onze bedoeling: dat ik hem eens een dag kon ontlasten. Want dat gunde ik hem, net zoals hij mij telkens opnieuw aanmoedigde om niet alleen maar “te werken”, maar ook wat te lezen of wat te sporten.

Het was een gezamenlijke keuze en ik kreeg daar ook waardering voor. Van de echtgenoot, die heel vaak liet horen dat het fijn was om eens in de week thuis te komen en eten op tafel te hebben. Van de kinderen die die ene dag hun verhaal wel meteen bij mama kwijt konden. Van de maatschappij, omdat er tegenover die keuze een aanmoedigingspremie stond. Dat beetje geld gaf me het gevoel dat het belangrijk was om die zorg op mij te nemen, dat het geapprecieerd werd.

En net dat staat momenteel onder druk. Ik maak me zorgen als ik zie hoeveel jonge mama’s afhaken omdat de combinatie voor hen teveel wordt. Omdat het maatschappelijk hoe langer hoe minder gewaardeerd wordt dat je professioneel een stapje terug zet. “Wees gewaarschuwd: dit zal een serieuze impact hebben op je pensioen.” Dat je telkens opnieuw geconfronteerd wordt met die paar voorbeelden van topvrouwen die hun topfunctie wel (perfect?) weten te combineren met een hele tros kinderen en je je telkens opnieuw voelt tekortschieten omdat jij die lat niet haalt of wil halen.

Dat het voor de jonge papa’s ook niet evident is. Dat hij je je stapje terug wel gunt, maar dat hij zich nu extra verantwoordelijk voelt. Dat het nu nog belangrijker wordt dat hij zijn job houdt, promotie maakt en opslag afdwingt. Dat daar ook opofferingen voor nodig zijn en dat hij dan inderdaad van jou verwacht dat jij het thuis doet draaien. Dat hij ook onder druk staat van zijn werkgever en collega’s. Dat er voor hem geen excuus is om niet hard te werken, want jij bent er toch voor de kinderen. Dat hij daardoor minder tijd heeft voor zijn kinderen en jou, is part of the deal. Terug naar het maatschappijmodel uit de jaren ’50?

Is dat wat we als maatschappij willen? Voor onszelf, voor onze partner, voor onze kinderen? Soms vraag ik me af hoe hoog het percentage burn-outs moet worden om alternatieven bespreekbaar en betaalbaar te maken. En hoe ver we nog van dat breekpunt zitten. “There is no alternative.” Daar geloof ik niet in. Het kan wel degelijk anders. In Zweden wordt momenteel al volop geëxperimenteerd met een 30 uren-week. “Onbetaalbaar! Een utopie” wordt hier telkens geroepen als het idee geopperd wordt, maar de eerste resultaten van het experiment blijken positief: er is minder ziekteverzuim, de balans werk-privé wordt beter én zelfs de bedrijven maken meer winst door een verhoogde productiviteit bij hun werknemers.

En dan kijk ik naar mijn dochters en hoop ik dat we het tij snel kunnen keren. Voor hen, en voor hun kinderen. Want ik gun hen “tijd”. Voor zichzelf, voor hun partners, voor hun kinderen. Om te verkwanselen of om nuttige dingen te doen. Om te kiezen. Om te leven, te werken en te genieten.

img_7145

Een stapje terug en een stap vooruit…

Vanaf morgen werk ik niet meer op woensdag. Het is een bewuste keuze om wat meer tijd vrij te maken voor ons gezin en voor mezelf. Ik had het gevoel dat we onszelf de laatste jaren maar bleven voorbij hollen. Het was alsof we in een wielerwedstrijd zaten, het peloton binnen handbereik en toch raakten we er maar niet bij. We bleven op achtervolgen aangewezen.

Jaren geleden, toen we aan kindjes begonnen, kozen wij er met twee voor dat ik een stapje terug zou zetten. De echtgenoot combineerde zijn voltijdse job als leerkracht met een bijberoep als sportjournalist. Als je daar ook nog mijn voltijdse functie (en even een bijberoep-zijstapje als leerkracht Italiaans bijtelde) werd het zwaar om dragen. We zagen elkaar nog amper. En dus besloten we samen dat ik een stapje zou terugzetten. In totaal heb ik 11 jaar lang niet op woensdag gewerkt. Ik heb loopbaanonderbreking genomen en ouderschapsverlof. Daarna ben ik vrijwillig 90% gaan werken: ik werkte 4 dagen een uurtje langer en bleef dan op woensdag thuis.

Toen mijn job geschrapt werd en ik 4 jaar geleden opnieuw op de arbeidsmarkt kwam, besloot ik voltijds te gaan werken: de kinderen waren intussen toch wat ouder en ik wou graag ook mijn volledig steentje bijdragen in ons gezinsinkomen. Voor een stuk ook bang gemaakt door de verhalen over de zeer lage pensioenen waar je als deeltijds werkende arbeidskracht op kan rekenen. En het lukte, en tegelijkertijd was het ook ontzettend zwaar.

Mijn vrije woensdag zorgde voor een rustpuntje in onze week. In de mijne, in die van de kinderen en in die van de echtgenoot. De woensdagvoormiddag was mijn administratie- (en dus bleven de rekeningen zich geen wekenlang opstapelen in onze “rekeningenschuif”) en mijn boodschappenmoment. Snel in de voormiddag de boodschappen doen tot het einde van de week: het bespaarde de echtgenoot minstens één drukke Colruyt-sessie met hongerige kinderen in zijn kielzog. Vaak  probeerde ik ook al 2 maaltijden te koken, om de echtgenoot in de avonddrukte wat tijd te besparen.

Niet alleen misten we die woensdagrust, maar al mijn “taakjes” kwamen bij de echtgenoot terecht, of maakten het al drukke weekend nog een pakje slopender. Het lukte allemaal wel, maar wij waren een ander ritme gewend. En we kregen de knop maar niet om. Ergens bleven we allemaal verlangen naar hoe het vroeger was. Maar we spraken het lang niet tegen elkaar uit: het extra loon was toch wel fijn en het was alleen maar een kwestie van gewoon worden, een nieuw ritme vinden, ons wat beter te leren organiseren.

Maar het bleef ergens wel sluimeren. Als ik eens een recupdagje op een woensdag plande, was er wel minstens één dochter die liet optekenen “dat het toch wel fijn was dat de mama nog eens thuis was”. En dat vond de mama diep vanbinnen ook. En ik zag hoe de echtgenoot ook deugd had van die paar woensdagen dat ik de zorg van hem overnam. Dat het voor hem eens geen avondshift hoefde te worden en dat hij genoot van een onverwachte vrije avond.

Vanaf morgen zet ik dus een stapje terug. En zetten wij allemaal samen eentje vooruit. Het is in eerste instantie mijn keuze, maar we staan er hier allemaal achter. Ik werk immers héél erg graag, ik heb een uitdaging nodig en ga er volledig voor, maar ik wil er ook zijn voor mijn gezin. Ik gun de echtgenoot een paar rustige uurtjes bureauwerk, ik wil de verhalen van de kinderen horen na school, ik wil met hen naar hun dansles. En in de voormiddag wil ik van de rust in huis gebruik maken om mijn ding te doen:  te bloggen, een boekje te lezen, een uurtje te trainen of te koken. Wat ik heel ontspannend vind als ik er tijd voor heb, maar niet als er nog zoveel taken op je to do-lijstje wachten.

En ja, het is een ongelooflijke luxe dat wij deze keuze kunnen maken. Dat wij voor “tijd” kunnen kiezen. Veel andere mensen hebben deze optie niet en gaan tegen beter weten in maar door. Houden zich amper staande of botsen keihard tegen hun grenzen aan. Of die van hun kinderen. Of die van hun relatie. Want ergens klopt er iets niet meer. Er is iets fundamenteels fout als we ondanks een voltijdse job én een bijberoep amper het einde van de maand halen als alleenstaande mama. Of als we het normaal vinden dat jonge kindjes van 7 tot 18u in de kinderopvang zitten. Als hoe langer hoe meer gezinnen op het einde van hun loon nog maand over hebben. Sinds wanneer is ons “werken om te leven” doorgedraaid naar “leven om te werken”? En hoe keren we deze evolutie terug om?

“Stapje voor stapje”, zou mijn meter gezegd hebben. “En begint bij uzelf.” Vanaf morgen dus. Met mijn vrije woensdag.