Reizen is eten. Een recept!

Een groot stuk van de charme van reizen zit ‘m voor mij zeker ook in de nieuwe keuken die je mag ontdekken. Ik reis eigenlijk vooral om te eten 😉. Gelukkig hebben wij nog nooit een land bezocht waar het eten niet te vreten was. Zelfs Noorwegen waar ze ons op voorhand serieus voor verwittigd hadden, bleek uiteindelijk een lekkere, smaakvolle keuken te hebben. Ik heb er de beste en meest verse zalm ooit met botersaus gegeten en qua delicieuze en vullende vegetarische schotels konden we er ook nog wel wat lessen leren. Af en toe was er wel eens een negatieve culinaire reiservaring, zoals dat ene restaurant in het – nochtans gastronomische – Franse Carcassonne, waar niet enkel het interieur zijn beste tijd gehad had. Maar die paar mindere ervaringen hebben we intussen vakkundig uit ons geheugen gewist.

Wat lekker eten betreft, zit je in Italië eigenlijk wel meer dan goed. Het hoeven voor mij absoluut geen toeters en bellen te zijn, ik hou nog het meest van een eerlijke, natuurlijke keuken. En de ingrediënten in Italië zijn gewoon top, ze weten wat lekker eten is en houden het meestal simpel. Daardoor komen de pure smaken het best tot hun recht. Bovendien betaal je eigenlijk niet veel voor overheerlijke schotels. Het helpt natuurlijk ook dat de dames des huizes meestal al genoeg hebben na de “primo” (de pasta met saus) en zo goed als altijd passen voor de “secondo” (het vlees of de vis met groenten).

Eten Italië1

Maar niet alleen de hoofdmaaltijden zijn om duimen en vingers bij af te likken in Italië, ook het Italiaanse ontbijt (ontbijtgranen van Gran Cereale, met bijhorende koffie natuurlijk), de tussendoortjes (hun geweldige gamma biscotti of overheerlijk vers fruit) en de lunch (ja, wij overleven daar écht de volle twee weken op Toscaans gezouten brood, mozzarella, tomaten, olijfolie en peper en zout) mogen er zeker wezen. En dan hebben we het nog niet gehad over de gelati. Elke zomer zijn er wel weer nieuwe smaken om te degusteren, al blijven nocciola, fior di latte of iets met (zoute) karamel onze klassiekers waar we niet genoeg van kunnen krijgen.

Dit jaar brachten we nog eens een receptje mee uit Italië en intussen slaagden we er hier in België ook al een paar keer in om het perfect na te maken. Telkens opnieuw brengt het ons meteen terug naar dat ene terrasje in Volterra, waar de zon brandt en we tijd nemen om – met een glaasje wijn erbij – van elkaar en van het eten te genieten. Ze noemen het daar “Schiacciatine”. Het is een pizza bianca, dus zonder tomatensaus. Als je ingrediënten top zijn, is het een absolute aanrader.

Hoe maak je het?

  • Je maakt pizza en rolt het deeg uit (ik heb geen Italiaans pizzarecept, maar dat kan je overal wel vinden). Ik durf hier gerust ook wel een doosje “pizzabloem” voor gebruiken, waar je dan enkel water bij moet doen. Een klaargemaakte pizzabodem vind ik er dan weer net over, er moet op zijn minst toch gekneed worden, je moet je eten “verdienen” 😊.
  • Je besprenkelt je pizza met wat olijfolie en bakt ‘m af in de oven. Je zal wat minder tijd nodig hebben dan een pizza die belegd is. Als jouw pizza begint te kleuren, haal je de pizza uit de oven.
  • Dan beleg je je pizza met verse tomaten (in blokjes of halve kerstomaatjes), mozzarella (van uitstekende kwaliteit, dus buffelmozzarella of burrata, in stukken) en rucola. Je besprenkelt de pizza rijkelijk met olijfolie en een beetje balsamico en kruidt met peper en zout (ik ben nogal gul met peper en laat het zout vallen). Als je wil, kan je ook nog Italiaanse parmaham toevoegen, maar dat is geen must.
  • Je eindigt met de nodige krullen “parmigiano reggiano”. Ook dat mag rijkelijk. Omdat deze kaas sowieso zout is, hoef je niet met zout te kruiden.

Je “schiacciatina” is nu klaar. Je eet dit als de pizza nog lauw is en het contrast tussen de koude, verse, smaakvolle ingrediënten en de nog ietwat warme pizza is overheerlijk, zeg dat ik het gezegd heb 😊. Smakelijk!

Eten Italië2

La vita è bella – Italië 2018

Een zonnige zondag in oktober. Terwijl de indian summer voor gekke herfsttemperaturen zorgt in België, blikken wij nog even terug op betere tijden. Dit jaar keerden we voor onze zomervakantie terug naar ons oude, vertrouwde Italië. Ja, het was intussen al de zesde keer dat we naar dat prachtige land trokken, maar het blijft thuiskomen. Het is nog steeds grote liefde voor het land van de stralende zon, de zalige pizza & pasta en de heerlijke gelati. Al vele jaren zit Italië diep in mijn hart en ik heb de microbe duidelijk doorgegeven aan de dochters. Naast ons geliefde Toscane stond er ook ditmaal weer een nieuwe streek op ons ontdekkingsprogramma: Umbrië.

BolognaOnze eerste echte stop was Bologna. Heel lang geleden – toen ik nog studeerde en een zomermaand uitwisselingsstudent was – brachten we een bezoekje aan Bologna, de oudste universiteitsstad van Europa. Veel herinner ik me niet meer, en dus waren we toe aan een hernieuwde kennismaking. Ik had hoge verwachtingen, maar Bologna was rommelig en een beetje (veel) verwaarloosd. Vergane glorie. De dochters deelden mijn mening echter niet; zij vonden het er vooral heel erg gezellig en de oudste zag zich al op Erasmus in deze stad. Het was diploma-uitreiking toen wij er waren: de nieuwbakken afgestudeerden liepen, mooi opgekleed met laurierkrans op het hoofd, door de stad. Wel grappig was dat deze laureaten hun diploma gewoon op straat vierden met de nodige flessen prosecco, in gezelschap van familie en vrienden.

VolterraDe volgende halte was Volterra in “ons” Toscane. Volterra is het dichtstbijzijnde stadje bij ons verblijf. Het is een Etruskische stad en niet héél erg groot. Wij vinden het er zeer aangenaam toeven. Na 6 trips weten we perfect wat er te zien is, waar we moeten zijn om heerlijk en goedkoop te eten en waar ze de allerbeste ijsjes verkopen. Bovendien is er ergens in het stadje ook een krantenwinkel waar ze af en toe zelfs eens een Vlaamse krant verkopen. Volterra heeft ons hart gestolen, het is sowieso een verplichte halte als we in Toscane verblijven.

San GimignanoAangezien we ditmaal maar een week in Toscane verbleven en niet de tijd hadden om alles (opnieuw) te bezoeken, moesten we keuzes maken. Geen Firenze of Siena deze keer, maar wel San Gimignano. San Gimignano is écht wel de moeite, maar ook héél erg toeristisch. Ga dus zeker op tijd (liefst vroeg in de ochtend of laat in de namiddag) zodat je de grootste drukte toch enigszins kan vermijden.

ArezzoNa een weekje uitrusten in Toscane was het tijd om op ontdekking te gaan in Umbrië. Wat minder toeristisch dan het naburige Toscane en dat was vooral aan de wegen te merken. Ook al zijn we in België toch ook één en ander gewend, het was heel vaak de adem inhouden als we over de wegen in Umbrië hobbelden. Arezzo, “la vita è bella”, lag niet zo ver van ons verblijf in Umbrië, maar blijft wel een Toscaanse stad. Ontzettend schoon! Een absolute aanrader. Het centrale pleintje is één van de schoonste piazza’s die ik in Italië al ooit zag. Niet groots of overweldigend, maar o zo mooi.

AssisiDe parel in Umbrië is absoluut zeker Assisi, bekend van Franciscus van… En ja, uiteraard bezoek je het klooster waar de Franciscanen en de Clarissen (een mannen- en vrouwenorde) broederlijk en zusterlijk naast elkaar leefden. Ook de basiliek van Franciscus van Assisi kan niet op je to do-lijstje ontbreken (aan de drie “kerken” boven elkaar). Maar het is ook gewoon een fantastisch mooie stad. Een witte stad op de heuvel met erboven nog de restanten van wat ooit een imposante burcht moet geweest zijn (de Rocca Maggiore). Overweldigend. Nog steeds een belangrijk bedevaartsoord en ook daar kan je niet naast kijken: het aantal paters en nonnen dat je daar op die kleine oppervlakte tegen het lijf loopt, is ongezien.

PerugiaOnze laatste halte in Umbrië was provinciehoofdstad Perugia. Was het de stad te veel? Was het het contrast met het prachtig witte Assisi een dag eerder? Feit was dat Perugia ons eigenlijk tegenviel. Volgens het toeristisch boekje zouden we het schoonste plein van Italië – volgens de Italianen zelf – moeten vinden, maar dat bleek toch een serieus overstatement te zijn. Zo erg zelfs dat we ons op het plein in kwestie stonden af te vragen of “dat het was?”. Misschien bleek er nog wel ergens een ander prachtig plein verscholen in de stad. Een uur later hadden we de stad doorkruist en stonden we weer bij ons vertrekpunt. Het feit dat we op zoek naar onze parking grandioos verkeerd gereden waren (het stadscentrum in – wat niet mag tenzij je “toelating” hebt) en we bij het zoeken naar de uitweg een paar heel smalle straten passeerden waarbij ik de ogen dichtkneep en duimde dat onze auto er heelhuids van af kwam, zal ook niet bijgedragen hebben tot onze liefde voor de stad 😉.

Het was alweer een prachtige reis. Italië is en blijft een fantastisch land en ooit keren we er zeker terug. Er valt nog zoveel te ontdekken en Toscane blijft onze favoriete vakantiebestemming. Maar volgend jaar zoeken we andere oorden op. Een bestemming hebben we nog niet, laat de suggesties maar komen 😉.

Waarom België zo slecht nog niet is…

Op reis gaan is fijn, maar ook terugkeren heeft zo zijn charmes. Want telkens als we weer enige tijd in het buitenland verblijven, ga je vergelijken met “thuis”. Soms valt dat in ons nadeel uit, maar heel vaak beseffen wij dat we het in ons eigen landje toch nog niet zo slecht hebben. Een paar Belgische voordelen op een rijtje:

  • Ons Belgische weer

Ja, ook bij ons doet het pijn als we het zonnige Italië opnieuw moeten inruilen voor het koude, regenachtige België. Maar dit jaar vierden we vakantie in het Hoge Noorden en dan leer je de Belgische zomers met hun gemiddeld 20 graden toch echt wel appreciëren. Als je voor de zoveelste grijze, regenachtige dag op rij het met niet meer dan 13 graden moet stellen. Het verschil tussen een Belgische en een Noorse zomer is het verschil tussen een t-shirt en een trui. En dan is een t-shirt toch een pak aangenamer. Wist je trouwens dat het in Bergen jaarlijks zo’n 3000 mm regent (tegenover 1060 mm in ons landje)? Bovendien was er deze zomer een hittegolf in Italië met temperaturen van 40 graden en meer en dat is echt wel van het goede teveel.

  • Onze Belgische gastronomie

Zelfs in Noorwegen pakken ze uit met onze “Belgian waffles” en kennen ze onze Belgische chocolade en onze bieren als wereldtoppers. Ook al hebben we in Noorwegen een pak beter gegeten dan men ons vooraf voorgewend had, toch mag je onze Belgische keuken niet onderschatten. Wij eten altijd goed, overvloedig en relatief goedkoop. Van ons ontbijt tot ons avondmaal over onze lunches en onze desserts, wij kunnen de vergelijking met gelijk welke andere wereldkeuken met gemak aan.

  • Onze steden

Ja, Italië heeft fantastische kunststeden (en die baden zo goed als de hele zomer in een stralend zonlicht, wat alles nog mooier en aangenamer maakt), maar de meeste van onze Belgische steden kunnen de vergelijking doorstaan. Brugge, Gent, Antwerpen, Mechelen, Leuven, Hasselt, Brussel, Luik,… zijn stuk voor stuk prachtige steden die serieus wat te bieden hebben. Bovendien halen ook de nieuwere Belgische musea intussen een héél hoog internationaal niveau. Zo zijn de Dossin-kazerne (Mechelen), het Red Star Line-museum (Antwerpen), het MAS (Antwerpen) of In Flanders Fields (Ieper) bijvoorbeeld meer dan een bezoekje waard.

  • Onze festivals

Muziekliefhebbers komen hier in België een ganse zomer aan hun trekken. Elke week is er wel ergens een festival(letje) waar je een veelheid aan muziekgenres kan gaan proeven. Bovendien zijn sommige festivals nog steeds gratis en bieden ze echt wel waar voor hun geld. Een aparte categorie vormen dan nog onze grote festivals. Is er één land, buiten de Verenigde Staten, waar je op een kleine drie maanden zowel naar Werchter, Tomorrowland als Pukkelpop kan gaan? Allemaal festivals van wereldniveau en dat in een landje van amper een zakdoek groot.

  • Onze bereikbaarheid

We hebben veel files en de coördinatie bij wegenwerken is zeker en vast niet ideaal. Vaak krijg je het gevoel dat ze tegelijkertijd alles aan het openleggen zijn en je dus altijd en overal stilstaat. En toch. Toen we deze zomer doorheen Denemarken en Duitsland uit vakantie terugkeerden, bleken ze in Duitsland ook 80 km op een stuk te werken rond Hamburg, met ellenlange files tot gevolg. Bovendien bleek in Duisburg (onaangekondigd, tot je er letterlijk voorstond) de autostrade afgesloten te zijn, werd je een omweg opgestuurd die niet goed aangegeven was. Het leidde tot 20 km omweg en mijn historische uitspraak “Ik haat Duitsland, ik kom hier nooit meer” toen bleek dat ze ook op de omleiding aan het werken waren en we er meer dan anderhalf uur verloren.

Je hebt amper 3 uur nodig om heel België te doorkruisen en dat doe je zo goed als het hele land door op autostrades waar je 120 km/u mag rijden. Van Bergen naar Stavanger heb je ook bijna 4 uur nodig, rijd je maximum 80 km/u , heel vaak zelfs nog minder en neem je 2 keer een veerboot…

  • Onze mode en onze creativiteit

Onze Belgische modeontwerpers zijn top en dat merk je ook in het buitenland, waar je in de chiquere winkels makkelijk ook Raf Simons of andere grote Belgische namen vindt. Bovendien vind je in de Belgische steden – als je goed zoekt – vaak ook nog leuke, kleinere winkels waar je voor min of meer betaalbare prijzen toch unieke kledij kan scoren. Naast de H&M’s, Zara’s, COS’ en Esprits van deze wereld. Deze verkopen overal dezelfde kledij, waardoor tieners intussen onderling inwisselbaar worden, of het nu om Duitse, Noorse, Deense of Belgische jongeren gaat. Een beetje couleur locale heb ik altijd aantrekkelijk gevonden, zoals de hilariteit om het “water in de kelder” van de Italianen 25 jaar geleden op Romereis…

  • Ons democratisch onderwijs

Net op het moment dat er in België weer volop gediscussieerd wordt over een mogelijke bijsturing van ons onderwijs en er alweer naar het Scandinavische lichtend voorbeeld gewezen wordt, raak je in Noorwegen aan de praat met een schooldirecteur. En dan blijken daar toch ook wat addertjes onder het gras te zitten. Zo vinden zij dat lange, algemene traject en het uitstellen van de studiekeuze ook weer niet zo zaligmakend. Vooral het feit dat je in België op je achttiende eigenlijk nog alle kanten uit kan en je niet op basis van je prestaties als puber in een richting en een bepaalde schoolinstelling gedwongen wordt, werd als een groot voordeel beschouwd.

Wij hebben met volle teugen genoten van onze ontdekking van Noorwegen (verslag volgt later) maar het blijft ook fijn om thuis te komen. Misschien zouden we soms met zijn allen wat minder moeten zeuren. We wonen in een ongelooflijk schoon, gevarieerd land, we hebben hier over het algemeen veel vrijheid, een hoge levensstandaard en alles om van het leven te kunnen genieten. Uiteraard zijn er zaken die voor verbetering vatbaar zijn, maar algemeen gesteld zijn we gewoon met ons gat in de boter gevallen.

IMG_8815_miniDat zouden we misschien wat meer in ons achterhoofd mogen houden als we met zijn allen in de file staan aan te schuiven op weg naar zee bij 30 graden en beginnen te zagen op al die anderen die ook zo nodig net op dat moment het lumineuze idee hadden om verkoeling te gaan zoeken aan de Belgische kust… sprak ze uit ervaring ;-).

 

 

 

Nergens beter dan thuis

4 hele dagen verlof. 4 dagen zomerse hitte. 4 dagen thuis. We hebben met volle teugen genoten van de eerste zomerdagen in 2017.

Zwembadseizoen

  1. Het zwembadseizoen is geopend. Al sinds de kinderen klein zijn, halen wij elk jaar opnieuw een plastieken zwembad in huis. Om verkoeling te vinden tijdens de zonovergoten dagen. Echt zwemmen kunnen we niet meer, daarvoor is het intussen niet meer diep genoeg. Watergevechten horen er ook niet meer bij, of het moest de mama zijn die met een waterpistooltje in actie kwam. En dat uiteraard weer terugkreeg. Ons zwembad dient eigenlijk alleen nog als koude zetel tijdens het lezen. Of voor een gekoeld uurtje slaap ;-).
  2. Technische vooruitgang bij het oppompen van het zwembad. Ik bracht dit keer een mechanisch opblaasding mee uit de winkel. Tot genoegen van de echtgenoot, die voor de allereerste keer toekeek hoe het zwembad in amper een kwartiertje volledig opgeblazen was. In plaats van twee uur met de voetpomp aan de slag te gaan. Al was dat natuurlijk wel een goede oefening en was het genot achteraf des te groter. Je had je zwembad echt wel verdiend, zeg maar. Al heeft de echtgenoot de vooruitgang met veel vreugde verwelkomd ;-).
  3. De barbecue werkt nog. Als de zon schijnt, is het barbecuetijd. Bij ons was het donderdagavond al van dat, maar de rest van Heist-op-den-Berg had blijkbaar vrijdagavond plannen: de berg vlees en drank die vrijdagochtend al uit de Colruyt buitengesleept werd, was indrukwekkend. De file op de parking ook trouwens. Net als de “survival of the fittest” in de winkel zelf.
  4. Italië in België. De temperaturen gaan de hoogte in en wij eten Italiaans (op barbecue na dan, al doen ze dat in Italië ook). Pizza stond op ons menu, net als lasagna en de onvermijdelijke tomaat-mozzarella. Met verse ciabatta uit de oven natuurlijk. De zomer kwam al even aankloppen en wij gooiden de ramen van onze veranda wagenwijd open en genoten van rustige maaltijden met ons vieren in de buitenlucht.
  5. De geur van zonnecrème. Het is pas echt zomer als je een hele dag naar zonnecrème ruikt en elke avond opnieuw moet douchen om proper in je lakens te kunnen duiken.
  6. Slapen met de ramen en de rol open. Warmte stijgt en wij slapen onder het dak. Als het een paar dagen lang hoogzomer is, is het ’s avonds om te bakken. Dan mag het raam open en ook de rol op kiertjes. Zodat er nog (frisse) lucht binnen komt. Om dan rond 5 uur wakker te worden van het licht en de rol toch maar dicht te doen en in één beweging beneden de ramen open te zetten. Om dan rond 8 uur wakker te schrikken van een fikse onweersbui en je dan maar met een slaapkop naar beneden te haasten om te ramen terug dicht te doen…
  7. Strijken in de zon. Uiteraard waren er nog huishoudelijke klusjes. Dat is dan weer het nadeel van thuisblijven tijdens een lang weekend. Maar strijken is een pak leuker in de zon en in goed gezelschap. Al moet je je ook dan insmeren, zelfs al zit je in de schaduw. (Een mens leert uit zijn fouten!)
  8. Ijsjes! Aardbeien! De combinatie van beide! Als het te heet is, dan eten we een ijsje. Om het nog min of meer gezond te houden, vullen we een hele kom met aardbeitjes en maken we dat af met een bolletje vanilleijs. Er is geen lekkerder zomerdessert dan dat. Zeker als de aardbeien op hun best zijn. Of uit de tuin van opa komen (wat nog net te vroeg is, maar we leven op hoop: ze komen eraan!)
  9. Onweders. Tja, het hoort erbij in België. Geef ons zomerhitte en het dondert en bliksemt. Het allereerste warmteonweer ’s nachts heeft nog wel iets, vind ik. Als je wakker wordt van het gerommel en dan in je bed uit je raam de bliksemschichten kan zien vallen, dat blijf ik indrukwekkend vinden. De kracht van de natuur in al zijn glorie. Voor één keer mag het. Daarna is het weer een gewoonte en hoeft het voor mij niet meer.

tomaat_mozzarella

Het waren prachtige, rustige dagen. Met ons viertjes en met het nodige gezelschap. De dochters kregen wel eens bezoek en wij hadden onze gestolen momenten met ons tweetjes. Soms moet het echt niet meer zijn dan dat. Zeker als je dan op de radio hoort dat het 3 uur aanschuiven is richting kust. Dan ben ik al lang blij met mijn plastieken zwembadje in onze eigen achtertuin.

Italiaanse disco in de auto

Muziek maakt een groot deel uit van ons leven. Met een drummer als echtgenoot hoort muziek er altijd bij. Maar ook de dochters hebben de muziekmicrobe geërfd. Sinds ze allebei “Spotify” op hun smartphone geïnstalleerd hebben, vinden we hen regelmatig ergens in een zetel met oortjes in, lezend, zingend en op hun telefoon tokkelend. Wij luisteren nog op de ouderwetse manier, via de radio. Soms kiezen we 5 cd’s, die we dan op “shuffle” zetten en dan laten we ons min of meer verrassen.

Ook in de wagen staat er altijd wel muziek op. Toen onze dochters jonger waren, hebben we in de wagen eindeloos K3-cd’s gespeeld, tot we die allemaal van voor naar achter en omgekeerd konden meezingen. Het werd zelfs zo erg dat als je op een bepaald moment een K3-liedje op de radio hoorde, je op het einde al spontaan het volgende liedje van de cd begon te zingen. Zo erg waren we allemaal geconditioneerd.

Heel vaak hebben we in de wagen een “cd van het moment”. Zo was de cd van Stromae een paar jaar geleden de soundtrack van onze Italiëtrip. Nog altijd kan ik “Papaoutai” en de andere nummers van die cd niet horen zonder spontaan aan Toscane en onze Noorse vrienden te denken. Ook Bastille (de allereerste cd en Adele – “21”) vormden ooit de soundtrack van een reisweg.

Momenteel wordt het “Italiaans Songbook” nogal grijsgedraaid in de auto. Binnenkort zijn het weer studiereizen op de school van de echtgenoot. Hij zorgde in het verleden wel eens voor “Songbooks” voor zijn leerlingen: een boekje met songteksten en de daarbij horende cd’s (om tijdens de busritten te spelen). We hebben hier thuis een Londense versie en een Italië-versie. En die laatste haalde de echtgenoot een paar weken geleden nog eens boven. Intussen heeft hij er allicht wel al spijt van want tijdens elke autorit vragen de dochters telkens opnieuw naar een viertal  zelfde nummers van ons Italiaans Songbook. Zijn zeker van de partij: “Gente di Mare”, “Ti Amo” en vooral “I treni di Tozeur”.

Wanneer “nummer 13” van de cd weerklinkt, draaien we het volume omhoog, zingen we luidkeels mee en houden we disco in de wagen. De echtgenoot schudt het hoofd bij zoveel vrouwelijke gekheid in de wagen en de mama is alleen maar blij dat de dochters toch iets van haar liefde voor Italië, Italiaans en de Italiaanse muziek hebben geërfd…

PS: Geweldige jaren ’80 kitsch ;-), maar soms moet je de muziek voor zich laten spreken en mag je de beelden er niet bij halen. Ik vrees dat ik zonet het nummer voor onze dames onherstelbaar bijgekleurd heb…

Waar ik blij van word…

De dagen zonder klagen zijn vandaag gestart. Ook bij mij. Niet dat ik dat ooit 10 dagen op een stuk volhoud. Maar het begin was er vandaag alvast (min of meer). In plaats van uiting te geven aan bepaalde frustraties zal ik deze avond nog eens een “tourke du living” fietsen op mijn hometrainer en maakte ik vandaag, op de Internationale Dag van het Geluk, een lijstje van de (kleine) dingen waar ik gelukkig van word.

  1. De echtgenoot en de dochters. Uiteraard. Mijn grootste bron van geluk.
  2. Uitslapen
  3. Zon en vakantie
  4. Een heerlijk rustig ontbijt met de krant erbij
  5. Een verse mattentaart bij dat ontbijt
  6. Dat éne kopje Caffé Latte ‘s morgens
  7. Rondhangen in pyjama
  8. Mij klaarmaken voor een feest, met alles erop en eraan: mooie kledij, haren en maquillage in orde en dan de blik van de echtgenoot als hij me ziet
  9. Een concert van Bruce Springsteen, Pearl Jam, Snow Patrol,…
  10. Een lang vergeten liedje dat je opeens terug op de radio hoort
  11. Bloemetjes
  12. Chocolade
  13. Het allereerste Italiaanse ijsje op vakantie
  14. Een grapje dat lukt: met uitgestreken gezicht een valse bewering brengen, je toehoorder er laten in trappen en dan al na een paar seconden “strijk gaan”
  15. De jongste kietelen
  16. De laatste knuffel voor het slapengaan
  17. De slapende dochters nog even een kusje gaan geven als ze in hun bed liggen – niets schoners dan de onschuld van je kind
  18. Samen de slappe lach krijgen
  19. Met de dochters en de echtgenoot op uitstap
  20. Bijkletsen met vriendinnen
  21. Headbangen en dansen in het algemeen
  22. In onze tuinzetel met een boek “een kleurke opdoen” in de eerste zon van het jaar
  23. Eindelijk dat éne ding vinden waar je al zo lang naar zocht, of het nu een kledingstuk is, dat éne perfecte paar schoenen, iets voor in huis of een fantastisch mooi boek
  24. Hoge hakken – om op te staan natuurlijk, van erop lopen word je net iets minder gelukkig
  25. Fietsen als je het goede ritme te pakken hebt
  26. Kussen en flirten met de echtgenoot
  27. Mijn zonnebril opzetten
  28. De eerste keer blote benen in de zon
  29. In bed kruipen – van zodra het opgewarmd is
  30. Lege wasmanden en een opgeruimd huis – dat eerste kwartier nadat de kuisvrouw is geweest
happiness

(www.quoteaddicts.com)

Un cappuccino, per piacere!

Het is gebeurd! Ik ben van kamp gewisseld. Ik drink koffie. Cappuccino, één kopje ’s morgens. Nooit gedacht dat ik dat ooit zou schrijven. Ik was geen koffieliefhebber. Ik lust het wel, maar ik vond er eigenlijk niet veel aan. Bovendien wou dat zwarte goud nogal eens op mijn maag blijven liggen en durfde het mij ’s nachts al eens uit mijn kostbare slaap houden. Het hielp ook niet dat ik tijdens mijn zwangerschappen een plekje niet ver van de koffieautomaat had. Ik voel de misselijkheid nog opkomen telkens een collega een vers bakje troost kwam halen. Die geur! Waar ik tevoren zelden wel eens een kopje durfde te nemen, was ik na mijn zwangerschappen helemaal immuun voor koffie. En dus hield ik het bij warme chocolademelk of een sporadisch kopje thee.

Mijn cafeïnerush ’s morgens vond ik in mijn ochtendblikje Cola Light. En ja, ik weet het, het is een vreemde gewoonte. Dat zie ik toch telkens in de blikken van de omgeving als ik er thuis in de rapte niet in geslaagd ben om te ontbijten en dan maar op de trein mijn belangrijkste maaltijd van de dag naar binnen speel. Inclusief blikje Cola Light. Bovendien is het niet echt gezond, doe ik al eeuwen pogingen om de verslaving af te bouwen, zonder al te veel succes overigens, en heb ik steeds meer cafeïne nodig om hetzelfde effect (een iet of wat wakkere staat) te bekomen.

Verandering van omgeving kan dan deugd doen. Zeker omdat je in Italië zo goed als nergens nog Cola Light vindt. Bovendien maakt het niet echt deel uit van het gemiddelde ontbijtbuffet in een Italiaans hotel. En dus dronken we water, of (vers) fruitsap. Tot de ochtend dat de echtgenoot voor één keer een kopje cappuccino bestelde. Wat rook dat ontzettend lekker. En dus bestelde ik de volgende ochtend ook een bakje Italiaanse troost. En smaken dat dat deed! De gebruikelijke neveneffecten bleven ook uit: geen last van een zware maag en rustige nachten.

En dus vroeg ik de volgende morgen opnieuw een kopje cappuccino, en de dag daarna nog eentje. De laatste week in Italië startte telkens weer met een zalige Italiaanse koffie. Het werd stilaan een gewoonte. En terug in België bleef ik dat volhouden. Want een Senseo hadden we al, voor het bezoek, weet je wel.

Intussen ben ik al een tijdje terug aan het werk. Liggen de echtgenoot en de dochters nog te slapen als ik opsta en aan mijn ochtendritueel begin. Elke morgen neem ik de tijd om te ontbijten, met een kopje cappuccino, mijn Italiaanse cornflakes en de krant erbij. Stiekem geniet ik wel van de rust ’s morgens, van het ontbijt in mijn eentje. Bij goed weer zit ik in onze tuinkamer, met de deur open, in het zonnetje.

IMG_7007En ja, tot mijn verbazing hoort daar nu ook een kopje koffie (of een caffè latte) bij. Het hoort bij de zomer, het hoort bij de rust ’s morgens, ik neem ook echt de tijd om ervan te genieten. Ik mis de cafeïneboost van mijn blikje Cola Light ook absoluut niet (en begin mezelf stilaan ook af te vragen hoe ik dat in godsnaam al die tijd op een quasi nuchtere maag naar binnen kreeg).

De hamvraag zal zich allicht begin september stellen als we hier allemaal samen terug aan onze ochtendrush beginnen en het een pak minder relax zal worden. Is de cappuccino een blijvertje of wordt het een Italiaanse zomerherinnering? Maar op één of andere manier lijkt het absoluut geen straf om de wekker een kwartiertje vroeger te zetten zodat ik nog op mijn gemak van mijn kopje koffie kan genieten. Stel je voor, binnenkort word ik nog een ochtendmens ;-)!

Juli was…

Met een paar dagen vertraging wegens schilderwerken in huis, toch nog een maandoverzicht. En juli stond volledig in het teken van vakantie, Italië, vriendschap, rust, genieten en ons gezin.

IMG_6538Italië. Wat het Songfestival allemaal niet kan doen. Dat een Italiaanse deelname zoveel indruk kan maken dat het al die jaren later nog gevolgen heeft. Toen ik als 13-jarige bakvis viel voor de knappe ogen van Raf, zat de verleiding in het complete plaatje. Het melancholische nummer (Gente di mare), de onbegrijpelijke taal, het contrast tussen de in mijn ogen zachtere, verlegen jongeman aan het begin van zijn carrière en de ietwat brute, vol zelfvertrouwen zittende zanger met reputatie. Het liedje bleef bij, de zangers verdwenen naar de achtergrond, maar ook de taal bleef sluimeren. 4 jaar later was de keuze voor Italiaans er eentje vanuit het hart.

Toen we 5 jaar geleden voor het eerst met onze meisjes naar Italië trokken, voelde dat voor mij een beetje als thuiskomen. Het lekkere eten, de rust, de zon, de mentaliteit, het Italiaans. En het zaadje is intussen ook bij de dochters geplant. Vooral de oudste is helemaal mee in het Italiëverhaal. Al liet ook de jongste dit jaar weten dat ze Italiaans wil leren, zodat ze zich kan redden als ze later naar Toscane trekt. Tot afgrijzen van de echtgenoot, die het tijd vindt om de Italiëzotheid wat te laten rusten.

Vriendschap. 5 jaar Italië, 4 jaar Noorse ontmoetingen. We kijken er met zijn allen naar uit. En dat allemaal dankzij de vriendschap die de jongste 5 jaar geleden sloot met een Noors leeftijdsgenootje. Twee dolle weken, samen spelen, samen zwemmen, communicatie met handen en voeten en dankzij vertalingen van de papa’s die daardoor ook veel contact hadden. Twee jaar later volgde een nieuwe toevallige ontmoeting en kregen we weer 2 prachtige weken samen.

Intussen regelen we ontmoetingen via Facebook en tellen we allemaal af. Het klikt nog altijd tussen de meisjes, die 10 minuten nodig hadden om te ontdooien, maar daarna geen moment uit elkaars buurt te vinden zijn. Tussen de papa’s, die samen voetbal kijken en politiek bediscussiëren. Tussen de mama’s, die over hun dochters en hun wegen naar volwassenheid ideeën uitwisselen. Samen zonnen, samen zwemmen, samen eten, samen praten. Grappig hoe je over de grenzen heen toch telkens opnieuw zoveel gelijkenissen ontdekt. Zoveel meer dat we delen dan dat ons scheidt. Op naar de volgende ontmoeting. In België, Noorwegen of Italië dan maar weer…

Talen. De echtgenoot en ik zijn talenmensen. Hij Germaans, ik Romaans. Maar we delen een liefde voor boeken. Taal als communicatiemiddel was meer iets voor hem. Hij stapt makkelijker op mensen af en staat meer open voor contact. Ik ben voorzichtiger. Ik zal daardoor soms ook afstandelijker overkomen, terwijl ik niets liever zou willen dan meepraten. Maar intussen hoort het bij vakantie. En nog steeds is hij vlotter en legt hij makkelijker contact, maar ik heb bijgeleerd.

Het mooiste is echter te mogen zien hoe de dochters zijn opengebloeid. De jongste lijkt op haar papa. Geen problemen met communiceren, in welke taal dan ook. Of met handen en voeten, maar binnen de kortste keren heeft ze wel vriendjes en vriendinnetjes. Zij werd in de loop der jaren wat kieskeuriger, leerde dat je soms wel eens het deksel op de neus krijgt als je te open bent. De oudste neigde wat meer naar de mama en had soms een duwtje in de rug nodig. Kreeg in het prille begin wel eens hulp van de zus, maar wil dat niet langer en overwint zichzelf. En doet dat met brio en geniet ervan. Ze krijgt hoe langer hoe meer communicatietrekken van de papa. En de mama kijkt toe en geniet. Ons grootste cadeau voor hen is misschien wel hun openheid naar en interesse in anderen.

Rust, genieten en ons gezin. Je hoeft er uiteraard niet helemaal voor naar Italië te reizen, maar onze 3 weken samen hebben ons wel deugd gedaan. Ruimte maken voor elkaar, voor onze dochters, is makkelijker als er een hele dag geen “moetjes” op je programma staan. Als je niet in de sleur zit van werk, huishouden, school, taken… En dan kom je thuis met het vaste voornemen om de Italiaanse stemming ook thuis vast te houden, maar al snel slorpt de realiteit je weer op. Ben je weer aan het wassen, plassen en schilderen voor je er erg in hebt. Dan zijn de dochters een weekje naar zee met hun grootouders, schilderen de mama en de papa intussen de woonkamer en is het de jongste die elke avond aan de telefoon vraagt: “hebben jullie vandaag wel al me & you-time gehad?”.

IMG_6657Maar misschien zit dat genieten vooral in de kleine dingen. In een dag samen schilderen en samen meezingen met “Radio Nostalgie”, waar ze verdacht veel nummers uit onze jeugd draaien. In het aftellen en uitkijken naar het moment dat we de dochters kunnen ophalen en ze weer thuis zijn. In het getater de hele rit naar huis. In het samen zijn met elkaar en met fijne mensen. In het nu leven. Niet blijven hangen in wat had kunnen zijn, wat anders had gekund of gemoeten. Geen zorgen maken over wat morgen komt, maar gewoon vandaag genieten. Lukt dat? De ene dag wat beter dan de andere, maar misschien zit de schoonheid vooral in het proberen, elke dag opnieuw, en minder in het slagen zelf.

Als ik dat nu eens meeneem naar augustus?

Torino, amore mio <3

Het laatste stukje van onze Italiëreis bracht ons dit jaar naar Turijn. Laatste halte op weg naar huis. 3 dagen hadden we tijd om de stad te verkennen. Waar ik het ooit gehaald heb, weet ik niet meer, maar Turijn was in mijn hoofd grijs en grauw. De industriestad waar ze Fiat maken, de stad van Juventus. En die brengen ook meestal maar troosteloos verdedigend voetbal. Ze halen er op tijd en stond wel de Champions League-finale mee, maar blij word je er meestal niet van.

Turijn is een atypische Italiaanse stad. De Renaissance is de stad vergeten. De latere Italiaanse koninklijke familie, de Savoies, regeerde eeuwenlang over de stad en heeft een serieuze stempel gedrukt, maar hun bloeiperiode begon pas vanaf de Barok. Ze zaten ook goed in de slappe was, want ze hebben heel wat weelderige gebouwen laten optrekken in de stad. Ze leden daarnaast volgens mij ook aan grootheidswaanzin én ze waren erop uit om hun voorvaderen telkens opnieuw te overtreffen, want de ene na de andere koning voegde wel iets buitenissigs toe aan de stad: een prachtig paleis, een nieuw plein en ga zo maar door.

Maar waar wij écht voor vallen, zijn de stadslegenden, de roddels, de verhaaltjes. Het peper en zout van de geschiedenis. En die waren er bij de Savoies met hopen te rapen. Geld zat, maar of ze écht gelukkig waren? Zo staan er op het Piazza Castello bijvoorbeeld 2 koninklijke paleizen: het Palazzo Reale en het Palazzo Madama, het ene al uitbundiger en rijkelijker dan het andere, allebei een bezoekje waard. Naar het schijnt was één van de echtgenotes van de Savoies, een Française, niet echt opgezet met het koninklijk verblijf (of haar echtgenoot) en liet ze dan maar haar eigen paleisje bouwen. Recht tegenover het paleis van haar man bleek nog een versterkte burcht te staan en daar liet ze dan maar een bescheiden optrekje aanbouwen. In Franse stijl uiteraard, Madame wou zich graag wat beter thuis voelen.

Een andere Savoie liet dan weer de volledige weg van zijn koninklijk paleis naar de Villa della Regina (het buitenverblijfje van zijn gemalin net buiten het stadscentrum, aan de overkant van de Po) overdekken. Mijnheer werd niet graag nat, of realistischer, liep niet graag een zonneslag op als hij van zijn koninklijk verblijf naar dat van zijn gemalin wandelde of reed. En dus is de hele wandeling overdekt door “galleria’s”, weliswaar enkel aan de koninklijke kant van de weg. En die galleria loopt gewoon door, ook als de straat gedwarst wordt door een zijstraatje. De andere kant, de kant bestemd voor het gepeupel, is niet volledig overdekt. Dat zou pas getuigen van verspilzucht, niet?

3 dagen liepen we rond in Turijn, 3 dagen keken we onze ogen uit. Elke straat die we inliepen, leidde ons weer naar een nieuwe piazza, kerk, paleis of galerij. Hoogtepunten verder waren zeker ook het Museo Egizio, het enige museum buiten Cairo dat enkel aan de Egyptische kunst en beschaving is gewijd. Liefst 6.500 objecten (van de naar ’t schijnt meer dan 30.000) kan je er bekijken en er zitten ware kunstschatten tussen. (Al moet het gezegd dat je voor de meest iconische mummies wel naar het British Museum in Londen moet.)

En toch is de collectie indrukwekkend. Wij wandelden er doorheen op een kleine 2 uur, maar volgens de museumbewaking zou je minstens 3 uur moeten uittrekken, wil je alles goed bekijken. Onze oudste had graag nog wat langer rondgedwaald, maar de jongste had op den duur wel genoeg van alweer een graf, alweer een mummie. Vooral toen ze besefte dat mummies inderdaad menselijke overblijfselen zijn. Dat dat tentoongesteld wordt, vond ze maar vreemd. We eindigden in de Kings Gallery en de verzameling beelden die daar bijeen staat, is impressionant. Verzameld door een Franse ambassadeur overigens, die ze eerst aanbood aan de Franse koning, maar die weigerde, waarna een Savoie uit Turijn wel toehapte. Je stapt er wel enigszins met een dubbel gevoel buiten. Want het is en blijft Egyptisch patrimonium natuurlijk.

We wandelden tot op de heuvel buiten de Po, we hadden er een schitterend zicht op Turijn en de Alpen in de verte. Dat was de dag dat ik mijn stappenrecord brak met meer dan 23.000 stappen. We bezochten de Romeinse Porta Palatina en de overblijfselen van het Romeins theater aan de achterkant van het Palazzo Reale, naast de Duomo. In de Duomo, die volledig gewijd is aan de Lijkwade van Turijn, werd je wel op de vingers getikt als je blote schouders had, maar voor de rest stonden er wel doorheen de hele kerk televisies waarop de hele geschiedenis van de lijkwade (en het balsemen van doden ten tijde van de eerste christenen) in verschillende talen uit de doeken gedaan werd. Overigens was de Duomo maar een eenvoudige kerk, zeker in vergelijking met de Chiesa Reale, waar een koning duidelijk een fortuin over had voor het afkopen van zijn zonden ;-).

We aten er fantastisch lekker, zeker toen we ons net als de Turijners aan l’aperitivo waagden. Wij omdat we om 17u30 écht wel grote honger hadden en omdat de restaurantjes pas vanaf 19u30 ten vroegste beginnen te serveren. Maar de gemengde vleesschotel met grissini was de prijs van het glas wijn dat we besteld hadden meer dan waard. De pizza en pasta die we later die avond nog aten, waren geen topper, maar blijkbaar hadden we op zijn Turijns gewoon verder moeten aperitieven en ons op de bijhorende tapas moeten storten.

Dat we van 3 zonovergoten dagen mochten genieten, speelde ook in het voordeel van deze “Oude Dame”. “Niet te heet”, meende de echtgenoot, “eindelijk draaglijke temperaturen”. Bleek dat we er elke dag nog vlotjes 30 graden haalden, maar na 2 weken Italië en een hittegolf in Piemonte hadden we onze normen intussen al verlegd. Het deed pijn toen we na 3 dagen afscheid namen, maar ergens was het ook mooi geweest. We hadden ons geen betere afsluiter kunnen wensen. Hier komen we zeker nog terug, er valt vast wel nog meer te ontdekken en de sfeer was aangenaam gemoedelijk.

Wij zijn volledig gevallen voor deze “grijze, grauwe industriestad in het Italiaanse Noorden”. “Utterly, totally and completely in love.”

Turijn 2016

Stommiteiten: Mekka of Choppers

Toen we na een week vakantie van Toscane naar Piemonte reden, liep het op het einde van onze rit even moeizaam. Op ongeveer 10 minuten van ons hotel, bleef de GPS ons maar heuvels op sturen. De eerste weg liep dood op een gesloten poort, een andere optie strandde dan weer op het basketveldje naast een huis. En neen, er was geen weg rond, langs of doorheen.

Heuvels PiemonteDus draaiden we telkens opnieuw terug, op die zeer smalle weggetjes die nogal abrupt eindigen, om terug te keren naar de hoofdbaan en van daaruit een nieuwe poging te wagen. Na 3 pogingen hadden we (lees: ik) er even genoeg van en dus zochten we een plek om de weg te vragen. De plaatselijke winkel annex restaurant bleek echter gesloten. Allicht zaten we midden in de siësta, maar daar zouden we ons pas later die week bewust van worden.

Het benzinestation waar de echtgenoot net nog volk gezien had, bleek verlaten tegen dat we er opnieuw langsreden. Iets verder langs de hoofdweg zag de echtgenoot wel volk zitten aan een schuur. Een cafeetje, denkt een rasechte Belg dan en meteen dook ik onze rugzak met papieren in om de gegevens van het hotel op te vissen. Zodat ik met de naam van het hotel en de straatgegevens correcte rijaanwijzingen kon vragen.

Ik had net alles bijeengezocht toen de echtgenoot de wagen voor het schuurtje parkeerde. Ik wil uitstappen om de weg te vragen, als ik de plakkaat boven de schuur zie hangen. “Mekka of Choppers.” En de 5 mannen die daar samen aan een soort picknicktafel van een biertje genoten, waren inderdaad motards, met alles erop en eraan: tatoeages, leren vesten, spijkervesten. Ik kijk naar de echtgenoot. “Serieus? Moet ik hier de weg vragen?” Maar we waren al gestopt, er was in de nabije omgeving geen levende ziel te bespeuren en dus ben ik uitgestapt. “Buon giorno.”

Ik denk dat ze het wel grappig vonden, dat kleine vrouwtje dat in haar beste Italiaans de weg kwam vragen. Met hun vijven door elkaar probeerden ze me allemaal even hartelijk de snelste weg te wijzen naar ons hotel. Eerlijk, ik heb er zeker niet alles van begrepen. Ik heb alleen onthouden dat we rechtdoor moesten tot aan een “zona industriale” en aan de “Torrone” linksaf moesten. Daarna volgde nog een hele uitleg doorheen de heuvels, tot aan een brug waar we onder of over moesten en dan zouden we eindelijk onze bestemming bereiken.

Ik heb die mannen vriendelijk bedankt, ben ingestapt en heb gezegd dat we rechtdoor moesten. We reden recht op de industriezone af en toen ik de “torrone” zag, viel mijn frank. Torrone is Italiaanse nougat. Ik ben er dol op. Vandaar dat dat woord bleef hangen in de hele uitleg. Maar bij onze vierde poging reden we wel recht naar ons hotel toe. Na de fabriek van de “Torrone” nam de GPS weer over, maar ik herkende de rest van de uitleg: de punten die de mannen genoemd hadden, de brug waarna we het dorp zouden inrijden. Toen we het echt niet meer wisten, zagen we gelukkig het bordje voor het hotel hangen.

Eind goed al goed in de heuvels van Piemonte, dankzij de mannen van “Mekka of Choppers” en hun torrone ;-).