Een gedroomde balans?

img_7145Wie mij al een tijdje volgt, weet dat ik hier ook wel eens een boompje durf opzetten over de niet altijd even geslaagde zoektocht naar een evenwicht tussen je werk en je gezin. Dit combinatiedossier was een paar jaar terug zelfs mijn voornaamste motivatiebron om lid te worden van Femma. Intussen zijn we wat jaartjes verder, hebben we wat professionele watertjes doorzwommen en durf ik – hout vasthouden – te stellen dat ik een zekere balans gevonden heb.

Dat evenwicht zit momenteel in een voltijdse betrekking, een beetje tot mijn grote verbazing, aangezien ik het grootste stuk van mijn professionele leven 4/5de heb gewerkt. We moeten eerlijk zijn, soms mis ik mijn vrije woensdag wel, maar het is niet enkel die vrije dag in de week die zorgt voor een goede balans. Al hielp dat rustpunt mij in drukke tijden wel om even op adem te komen en om er te kunnen zijn voor mijn toen nog jonge dochters. Maar de dochters groeiden op en ik zocht (en vond) een inhoudelijk uitdagende job met veel kansen op zelfontplooiing. Dat geeft ontzettend veel energie. Maar dat ik bijvoorbeeld twee dagen per week kan/mag thuiswerken, geeft ook rust.

Afgelopen week was toevallig wel een zware week. Niet alleen had ik een late  (weliswaar interessante) bijscholing op woensdag, bovendien werkte ik ook zaterdag op een vakbeurs. Zoals vaak denk ik daar op voorhand niet over na: als het interessant lijkt en ik kan iets bijleren dan ben ik er vaak als de kippen bij. Dat de agenda misschien al een beetje overvol zat (of uitpuilde), namen we dan maar voor lief. Het is trouwens toch bijna herfstvakantie, dan kunnen we ook even recupereren. Maar momenteel is het natuurlijk wel even pittig, want het weekend was wel héél erg kort en mijn normale huishoudelijke taken kreeg ik ditmaal uiteraard niet gebolwerkt.

Toen ik het er met mijn ouders over had, bleek dat zaterdagwerk voor hen ook geen onbekende was. Wanneer het precies was afgeschaft, wisten ze niet meer (het blijkt in 1971 geweest te zijn), maar in het begin van hun carrière was het de normaalste zaak ter wereld dat je ook op zaterdag ging werken en enkel op zondag rust had. Dat is uiteindelijk nog maar één generatie geleden. Mijn ouders hebben het dus meegemaakt dat er een werkdag geschrapt werd. Zij hebben mee sociale geschiedenis geschreven.

Het deed me achteraf hopen dat wij misschien de laatste generatie worden die vijf dagen werken. Wie weet wordt de vierdaagse werkweek voor mijn dochters wel het nieuwe normaal. Net zoals het in 1970 onmogelijk leek om van 6 naar 5 te gaan, lijkt het nu een onhaalbare droom dat we vier dagen per week zouden werken. Hoewel uit verschillende experimenten in bijvoorbeeld Zweden of Nieuw-Zeeland intussen al blijkt dat deze werkduurvermindering ontzettend veel voordelen heeft (werknemers zijn minder ziek en boeten absoluut niet in aan productiviteit, integendeel), lopen deze experimenten telkens weer stuk op het (zogenaamde?) financiële kostenplaatje (hoewel dat de Nieuw-Zeelanders niet heeft tegengehouden om het experiment in de praktijk om te zetten).

Een utopie? Misschien wel, maar dat belet Femma niet om de vierdagenweek ook in België een jaar lang uit te testen (ongelooflijk nieuwsgierig ben ik naar de bevindingen). Bovendien zouden Engelse vakbonden en zelfs de Labour-partij een vierdagenweek willen steunen, al werd dit al even snel weer ontkend. Jammer, want ik geloof dat dit radicale voorstel voor een ommezwaai zou kunnen zorgen en voor een betere balans tussen gezin en werk. Heel voorzichtig koester ik een stille hoop dat ik binnen een jaar of 20 aan mijn kleinkinderen kan vertellen dat “moeke” het ooit nog meegemaakt heeft dat er 5 dagen gewerkt werd. Hopelijk kunnen zij dan even raar opkijken als mijn dochters gisteren toen ze oma’s en opa’s wedervaren op een werkzaterdag te horen kregen…

Vrouwendag, nog veel werk!

Het is onze feestdag vandaag. Vrouwendag. Jammer genoeg valt er niet genoeg te vieren. Jammer genoeg moeten we vandaag massaal in staking om ons punt duidelijk te maken, om onze stem gehoord te krijgen. Welke stem zal u zich misschien afvragen, want we hebben inderdaad een veelvoud aan onderwerpen waarover we willen praten.

Het glazen plafond, de moeilijke combinatie tussen werk en gezin waaronder vrouwen vaak het meest lijden omdat zij nog altijd de meeste taken op zich nemen in het huishouden. De precaire situatie van alleenstaande mama’s die op een onmogelijke manier werk en gezin moeten trachten te combineren en veel te vaak verschrikkelijk veel moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. De rol waarin vrouwen zich schikken, of het nu “nurture” of “nature” is dat aan de basis hiervan ligt. De ondervertegenwoordiging van vrouwen in topposities, het loonverschil,… En dan hebben we het enkel over onze Westerse bezorgdheden.

Het gebrek aan toegang tot geboortebeperkingsmiddelen, de (vrije) keuze voor abortus, de vrouwenbesnijdenis, de vele mishandelingen en verkrachtingen waaraan vrouwen ten prooi vallen, de vrije kledijkeuze, de keuze om al dan niet zelfstandig met de wagen te mogen rijden, het isolement waarin vrouwen gedwongen worden, de keuze om als feministe al dan niet met de borsten (gedeeltelijk) bloot op de cover van Vanity Fair te gaan staan en zoveel meer…

Op 8 maart brengen we onze strijd in de spotlights. Onze strijd als vrouwen, voor en door elkaar. Misschien liggen sommige strijdpunten ons nauwer aan het hart, misschien zijn andere onderwerpen wat verder van ons bed, maar vandaag staan we er, in solidariteit met elkaar, waar dan ook ter wereld. En misschien ontbreekt dat ons nog te vaak. Eén stem voor en door vrouwen, in solidariteit voor elkaar. Misschien moeten we ons vaker samen sterk maken in plaats van elkaar onderling te gaan be- of veroordelen. Zoals we nu actrice Emma Watson gaan brandmerken omdat ze er als feministe voor kiest om een onthullende fotoshoot te doen. “Wat hebben mijn borsten met mijn feminisme te maken?” is de rake vraag die zij daarover stelt.

Misschien moeten we als vrouwen elkaars keuzes wat meer respecteren in plaats van een symbolenstrijd te beginnen om de titel van “beste” vrouw: kan je dat enkel zijn als je mikt op de top of als je thuis voor de kinderen zorgt? Waarom vallen we elkaar telkens opnieuw onderling aan? Waarom steunen we elkaar niet meer? Terecht wordt gewezen op de invloed van “mannenclubjes” die elkaar versterken en in stand houden, maar jammer genoeg slagen we er niet in om diezelfde soort invloedrijke “vrouwenclubjes” van de grond te krijgen. Wanneer krijgen we vrouwelijke denktanks met krachtige stemmen die ondanks de onderlinge verschillen (dat mag gerust hoor, dat maakt je sterker en daar leer je van) voor éénzelfde punt gaan? Die samen strijd voeren?

Ik ben feministe en ik zeg dat met veel fierheid. Niet alleen vandaag, op Vrouwendag. Ik strijd voor mijn gelijkwaardigheid en voor een betere toekomst voor mijn dochters. Mijn persoonlijke strijdpunten zijn gelijkwaardige kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt, het doorbreken van het glazen plafond en een goede combinatie van werk en gezin. Ik ga – net als Femma – volop voor de dertig uren-week omdat ik ervan overtuigd ben dat zowel ik als mijn echtgenoot de vrije keuze moet hebben om op te gaan in een uitdagende job, er te zijn voor onze kinderen en onze familie en om onze maatschappelijke rol in te vullen en op te nemen. Wij zijn een team, we hebben samen gekozen voor kinderen en we doen samen de combinatie werken. Dankjewel, Thomas Vanderveken, om luid en duidelijk de tweederangsrol van de papa aan te klagen. We hebben meer krachtige, betrokken, mannelijke stemmen nodig in dit debat. Mannen die ook een vuist maken voor de gelijkwaardigheid tussen partners, ook na de geboorte van hun kinderen.

Na zoveel jaren feministische strijd zou gelijkwaardigheid geen strijdpunt meer mogen zijn. Maar toch zijn we er nog niet. Zeker in de praktijk gaapt er nog altijd een kloof tussen idee en uitvoering. En dus timmeren we voort aan onze weg, beetje bij beetje, stap voor stap. Soms moedeloos, wanneer een absolute macho ondanks vrouwonvriendelijke of seksistische uitspraken toch als president van de Verenigde Staten verkozen wordt (ook door vrouwen). Soms optimistisch, wanneer een dag na de inauguratie miljoenen vrouwen op straat komen om hun stem te laten horen. We gaan door. Voor onze dochters, en voor onze zonen. Opdat zij misschien wel onvoorwaardelijk gelijkwaardige partners kunnen en mogen zijn. Thuis, op hun werk en in hun maatschappelijke rol.

Een beetje mildheid, creativiteit en ideeën graag…

Woensdag ook de reportage van Pano gezien over onze kleuterscholen, over die moedige kleuterjuffen en meesters die met hand en tand een dertigtal kleuters nog iets proberen bij te brengen tussen de vele plas- en andere pauzes door? Over de kindjes die de namiddag amper overleven en in slaap vallen op een kussentje terwijl de juf een verhaaltje probeert voor te lezen? Over dat het “allemaal de schuld is van de (luie) ouders, die hun kinderen niet zindelijk naar school sturen en ze véél te vroeg naar school laten gaan terwijl ze duidelijk nog nood hebben aan hun middagdutje”?

Dat er toch ergens iets niet klopt als kindjes tot hun 2 jaar, 5 maanden en 30 dagen in een crèche verblijven waar er verplicht 1 kinderverzorgster is per 7 kindjes, maar vanaf hun 2 jaar en 6 maanden gerust in een klasje kunnen gaan zitten waar er amper 1 kleuterjuf is voor een groep tot (maximum?) 30 kindjes. Gelukkig  krijgt de kleuterjuf ook nog 2 halve dagen per week versterking van een kinderverzorgster (afhankelijk van het aantal leerlingen van de school uiteraard).

Dat we als ouders alweer het gevoel krijgen te falen in datgene wat we toch het allerbelangrijkste vinden in ons leven, de opvoeding van onze kinderen. Dat we zoveel MOETEN in ons leven dat we het niet meer gecombineerd krijgen. Dat we uitstekende ouders moeten zijn, een sexy, interessante én fitte partner en uiteraard de ideale werknemer. Die het bedrijf op de eerste plaats zet, overuren maakt en zijn economische waarde in stand houdt. Die niet weet hoe ze het aan haar kinderen moet uitleggen dat mama alweer een halfuurtje te laat is in de opvang. Die met het schaamrood op de kaken net voor (of net na) sluitingstijd de crèche binnengestormd komt – alweer. Het was een drukke week, maand, jaar.

Dat je dan amper nog tijd overhoudt voor je kinderen (en hun potjestraining). Dat je je sowieso schuldig voelt, altijd en overal. Dat je je telkens opnieuw voelt falen en er absoluut geen behoefte aan hebt om daar nog eens door een minister op gewezen te worden. Stiekem denk je dat zelf – veel te vaak – ook al.

De afgelopen jaren hebben de budgetten voor de scholen ook een besparingsoperatie ondergaan. De klassen werden zo alweer wat groter, maar dat schuift de minister wel eventjes onder de mat. We zetten in op jobs, jobs, jobs, maar er schiet niet voldoende geld over voor het onderwijs van onze kinderen zodat één kleuterjuf 30 kindjes moet opvangen. Het zou misschien nét iets minder problematisch zijn als de kleuterjuf 10 kindjes kon opvangen, waarvan er dan per klas misschien maar één of twee nog niet zindelijk waren. Dan zouden we ook jobs, jobs, jobs creëren en tegelijkertijd investeren in de toekomst van ons land in plaats van extra geld te laten wegvloeien in de zakken van rijke (buitenlandse) investeerders.

We kunnen ook andere beleidskeuzes maken. We hebben dringend nood aan een beetje creativiteit en nieuwe ideeën. We hebben leiders nodig met een visie op lange termijn: waar willen we met ons land naartoe? Welke keuzes maken we als samenleving? We moeten stoppen met beleid te voeren “om het budget van dit jaar in evenwicht te krijgen”, en dan volgend jaar het volgende tekort aanpakken met alweer korte termijn-plannen en snelle winsten, maar die onze maatschappij op lange termijn niets bijbrengen.

We hebben dringend nood aan een sterk sociaal weefsel en burgerinitiatieven. Moeten we echt een crowdfunding opstarten om voldoende kleuterjuffen of meesters voor de klassen van onze kinderen te krijgen? We zullen van onderuit ideeën moeten aanreiken en eventueel ook afdwingen – via alle mogelijke wegen. Moeten we net als een aantal ouders nu al doen ons land in gebreke stellen om (noodzakelijke) zorg af te dwingen voor onze kinderen, onze naasten?

img_7145En héél misschien – als we af en toe een beetje meer tijd zouden hebben – die we zelf kunnen indelen, misschien dat we dan ook nog eens creatief kunnen zijn. Zodat we met ideeën kunnen komen voor onze maatschappij. Misschien moeten we met zijn allen massaal van het rad springen waarin we allemaal samen doldraaien. Misschien dat we dan weer wat milder kunnen zijn, voor onszelf en voor elkaar. Misschien hebben we dan de tijd om eens op lange termijn plannen te maken, voor onszelf en voor onze kinderen. Misschien is het Femma-pleidooi voor een 30 uren-week wel een goed beginpunt voor een maatschappelijke discussie over een betere combinatie tussen alle rollen die je in je leven invult: als ouder, partner, kind, werknemer, vriendin…

Als we nu eens massaal grenzen beginnen te trekken. Tot hier en niet verder. Voor ons en voor onze kinderen. Wanneer beginnen we eraan?

Combineren start bij jezelf

Situatie één: Je hebt een paar drukke weken achter de rug, zowel professioneel als privé. Je sukkelt al een paar dagen met een virale oorontsteking en besluit op een avond toch je dokter te raadplegen omdat je er maar niet vanaf raakt en je toch wel last hebt. De dokter adviseert je om de komende twee dagen uit te zieken in je zetel, maar dat komt niet echt goed uit, noch professioneel noch privé.

Wat adviseer je in zo’n situatie aan je beste vriendin? Aan je echtgenoot? Aan je kinderen? Uiteraard raad je hen aan om het doktersadvies te volgen en het twee dagen kalm aan te doen.

Maar wat doe je zelf in zo’n situatie? Denk je een dag later dat je het doktersadvies aan je laars kan lappen omdat je een deadline hebt en je toch van thuis uit kan werken? Of heb je na een goede nachtrust genoeg energie om je huishouden toch op orde te zetten en “zal je daarna wel rusten” (als de hele strijk gedaan is)? Ondanks het aandringen van je echtgenoot om alstublieft naar de dokter te luisteren en het deze keer echt eens kalm aan te doen?

Situatie twee: Een dikke week later zit je opnieuw bij de dokter, nog steeds met dezelfde virale infectie, die dankzij een nieuwe, felle opstoot weer voor pijn en last zorgt. Opnieuw zegt de dokter dat je de komende twee dagen in de zetel moet uitzieken. Ditmaal voel je je ellendig genoeg en blijf je wel thuis. Hoe lang duurt het voor je toch in gang schiet en aan je huishouden begint? Hoeveel uur van je ziekteverlof spendeer je daadwerkelijk in de zetel aan het uitzieken?

Wat zit er in ons dat maakt dat we wel zorg dragen voor de anderen om ons heen, maar niet genoeg voor onszelf? Wat zorgt ervoor dat je het doktersadvies ongestraft in de wind denkt te kunnen slaan? Wat leidt ertoe dat je anderen aanraadt om wél hun dokter te volgen, om goed naar het eigen lichaam te luisteren en genoeg rust te nemen, maar voor jezelf denkt dat je nog net een stapje verder kan gaan? Is het je drang naar perfectionisme, je controledrift, het gevoel van onmisbaar te zijn of het gevoel het zelf beter te kunnen? Samen met de angst om je job en je zekerheid te verliezen in de onzekere tijden waarin we nu leven? Of een veelvoud van deze factoren?

Situatie drie: Sinds begin dit jaar denk ik samen met een heleboel andere fantastische vrouwen (en een dito man) na over hoe we de combinatie tussen werk en gezin meer leefbaar kunnen maken. Het is een fijne Femma-groep. Het leverde me een hoop nieuwe, aangename contacten op. We denken na, we discussiëren, we zijn het niet altijd eens over de manier waarop we een betere balans willen bereiken, maar we gaan voluit voor een betere gezinswereld. We hopen allemaal, op onze eigen manier, met onze eigen gaven en talenten, iets te kunnen betekenen en iets te kunnen veranderen. We zijn jonge mama’s of papa’s, mama’s met tieners of zelfs oma’s,… We zijn enthousiast en gedreven.

Ik dacht aan het hele combinatieverhaal toen ik deze namiddag in mijn zetel een boek probeerde te lezen. Toen ik een poging deed om te rusten en uit te zieken. Toen ik trachtte om me niet druk te maken in de manden was die op me staan te wachten. Ik stimuleer de echtgenoot en de dochters om goed voor zichzelf te zorgen, maar geef als mama niet altijd het juiste voorbeeld. Evenwicht begint met voldoende zorg dragen voor jezelf. Naar je lijf luisteren. Op tijd en stond rust nemen. Niet alleen in woorden, maar ook in daden. Je agenda eens een week(end)je leeg houden. Om tevreden te zijn met wat is, in plaats van telkens opnieuw de lat een beetje onbereikbaar hoger te leggen.

En dus lazen we, in de zetel, een boek uit deze namiddag ;-).

Prut in mijn ogen

Ik was één van de 30.000 die haar handtekening geplaatst heeft onder de petitie tegen de wet-Peeters. En dat heb ik bewust gedaan, zonder “prut in mijn ogen”, ook al beweert advocate Vicky Buelens vandaag in De Tijd dat ik hopeloos gedesinformeerd ben als ik geloof/hoop om de verandering op onze arbeidsmarkt wel nog te stoppen.

Ben ik tegen flexibiliteit? Neen, natuurlijk niet. Ik heb sinds mijn intrede op de arbeidsmarkt nooit anders geweten dan dat je af en toe eens wat langer werkte als het nodig was voor het bedrijf. Als er een deadline gehaald moest worden, als er snel nog een stukje afgewerkt moest worden. Het kon ook niet anders in de snelle wereld die de media, mijn biotoop toen, was. Nieuws stopt immers niet om 17 uur en je kan het moment dat het nieuws bekend raakt ook niet kiezen. Ik was jong, we hadden nog geen kinderen en mijn hobby was mijn werk geworden. Uiteraard ging ik er vol voor.

Maar we kregen kinderen en de flexibiliteit begon zwaarder door te wegen. Uiteraard hield ik nog altijd van mijn job en gaf ik me voor de volle 100%, maar tegelijkertijd wou ik ook bij mijn kinderen zijn. Ik probeerde op tijd thuis te zijn om hen in bed te stoppen, om hen nog even te zien voor de dag om was. Dat lukte vaak, maar niet altijd. Er waren nog altijd deadlines en het werk liep af en toe wel eens uit. Gelukkig was de leraar-echtgenoot er voor de kinderen. Hij ving hen op na school, maakte huiswerk met hen terwijl hij eten op tafel probeerde te toveren. Van zodra de kinderen in bed lagen, kroop hij terug achter zijn bureau, om aan de voorbereidingen of het verbeterwerk te beginnen. Dankzij hem was ik flexibel. Zonder hem had ik veel eerder moeten afhaken.

Een “facebook-leven” hebben we nooit gehad, al zijn we met ons vieren wel heel gelukkig. Een bedrijfswagen, strijkdienst of kinderoppas is hier ook niet terug te vinden. Dat doe ik zelf, in mijn tweede dagtaak. Of mijn grootouders harder werkten, kan ik moeilijk beoordelen, maar mijn oma’s waren wel thuis. Zij zorgden een hele dag voor het huishouden, dat “ding” dat nu het grootste stuk van mijn vrije tijd in beslag neemt.

Waarom heb ik dan toch mijn handtekening geplaatst onder die “vervloekte” petitie? Omdat de randvoorwaarden rond flexibiliteit mij op zijn minst onduidelijk én niet bepaald werknemersgezind lijken. Hoe organiseer je “flexibiliteit” als die opgelegd wordt van één kant? Wat als de werkgever bijvoorbeeld beslist dat nét de grote vakantie een piekperiode is en je dan verondersteld wordt 45 uren te kloppen, die je dan wel kan recupereren in de dalperiodes tijdens het schooljaar? Als echtgenote van een leraar en mama van twee schoolgaande dochters zou dat niet bepaald goed uitkomen, maar welke rechten heb ik? Kan ik dat weigeren? Hoe organiseer je je in godsnaam als je pas een dag op voorhand weet of je al dan niet (langer) moet werken? Wie vangt de kinderen dan op? De grootouders? (Maar die moeten tot hun 67ste werken?) In de opvang laten? (Maar ook die sluit om 18 uur?)

Ik werk heel graag, ik heb liefst ook een betekenisvolle job en ik ben gerust flexibel, maar ik wil ook nog leven en genieten, met de echtgenoot en onze dochters. Wij hebben bewust voor kinderen gekozen, ik wil er voor hen zijn, ik wil hen mee begeleiden op hun weg naar volwassenheid. En ja, ik werk momenteel al (maar) vier dagen per week, maar dat geeft ons gezin de ruimte om alles te kunnen combineren. Een ex-collega stelde vroeger bij nieuwe ideeën of experimenten op het werk altijd de vraag: “What’s in it for me?” en die vraag stel ik me bij deze wet ook. Wat winnen wij hier bij? Wat zit er eigenlijk in voor de werknemers? Er was – in onderling overleg – al in zo goed als alle sectoren (verregaande) flexibiliteit mogelijk, waarom moet dat in een speciale wet gegoten worden?

Ik ben intussen bijna 20 jaar aan de slag: in al die jaren is het ritme zeker niet verminderd, integendeel. De grens tussen werk en privé is dankzij de technologische vooruitgang een pak dunner geworden. De druk is ook ontegensprekelijk toegenomen: de laatste jaren neemt het aantal burn-outs een hoge vlucht en dus hoop ik die evolutie wel te kunnen keren. Voor mijn kinderen. Want zij (en wij) zijn meer waard.

PS: Dit stukje is geschreven door een hoogopgeleide mama in een tweeverdienersgezin. Waarbij de leraar-echtgenoot er altijd is voor de kinderen. Een ongelooflijke luxepositie dus. Me proberen in te beelden hoe alleenstaande ouders (hoog- of laagopgeleid) deze flexibiliteit voor mekaar moeten krijgen, is een zo goed als onmogelijke opdracht. Gelukkig weet Sigrid dit bij Femma wel treffend te formuleren.

Deeltijds werken: back to the fifties?

Vandaag las ik in Het Nieuwsblad dat “als mama deeltijds werkt, is vooral papa op zijn gemak”. Hoe vrouwen van zodra er kinderen komen, meestal een stapje terugzetten en dat voor een stuk “uitboeten” omdat vanaf dat moment alle huishoudelijke taken op hun nek terecht komen. En het vooral de papa is die daarvan profiteert.

Toen ik 20 jaar geleden op de arbeidsmarkt kwam, was het ook geen geweldige periode om te starten. Je mocht blij zijn als je een job vond. Het startloon was niet geweldig, maar als je maar hard genoeg werkte en je maar genoeg bewees, dan kwam uiteindelijk alles wel in orde. Dat was de stok die ons voorgehouden werd. En dat deden we dan ook. De echtgenoot combineerde een voltijdse job als leerkracht met een freelance bestaan als sportjournalist. Ik werkte voltijds in de media en voegde daar op een blauwe maandag ook nog avondles Italiaans bij.

Een paar jaar lang werkten we hard en veel. Maar dan begin je aan kindjes en staat je leven op zijn kop. Dan krijg je het moeilijk om alles nog te combineren. Je wil graag professioneel hetzelfde niveau halen, maar ook voor je kindje zorgen. En dan bots je tegen je grenzen aan. Dan heb je het moeilijk om je kindje achter te laten bij een nochtans geweldige onthaalmoeder. Dan wil je op tijd thuis zijn. Dan zit je op een werkdag al eens in gedachten bij een ziek kindje thuis. Dan begint het te wringen. Dan worden al die lange werkdagen te veel. Dan krijg je hoe langer hoe vaker te horen: “awel, een halve dag verlof?” en vind je dat niet meer grappig, omdat je wel degelijk je uren gedaan hebt…

Dan overleg je thuis en beslis je samen dat je een stap zal terugzetten. En dat heeft een serieuze impact. Een dagje minder werken, wil niet noodzakelijk zeggen dat je werklast vermindert. Je bent een dag minder op het werk, maar je doet je werk van voorheen in 4 dagen. Of je collega’s krijgen het extra druk de dag dat jij er niet bent, wat de sfeer niet altijd ten goede komt. Je bent ineens ook “dat moedertje, die voor haar kinderen kiest”. Weg promotiekansen.

Van die extra dag maak je gebruik om thuis bij te werken, boodschappen te doen, met de kinderen bezig te zijn, te koken. Heel ontspannend ;-). Zeker als de kinderen klein waren, was er van me-time weinig sprake. En uiteraard profiteerde de echtgenoot ervan. Dat was ook onze bedoeling: dat ik hem eens een dag kon ontlasten. Want dat gunde ik hem, net zoals hij mij telkens opnieuw aanmoedigde om niet alleen maar “te werken”, maar ook wat te lezen of wat te sporten.

Het was een gezamenlijke keuze en ik kreeg daar ook waardering voor. Van de echtgenoot, die heel vaak liet horen dat het fijn was om eens in de week thuis te komen en eten op tafel te hebben. Van de kinderen die die ene dag hun verhaal wel meteen bij mama kwijt konden. Van de maatschappij, omdat er tegenover die keuze een aanmoedigingspremie stond. Dat beetje geld gaf me het gevoel dat het belangrijk was om die zorg op mij te nemen, dat het geapprecieerd werd.

En net dat staat momenteel onder druk. Ik maak me zorgen als ik zie hoeveel jonge mama’s afhaken omdat de combinatie voor hen teveel wordt. Omdat het maatschappelijk hoe langer hoe minder gewaardeerd wordt dat je professioneel een stapje terug zet. “Wees gewaarschuwd: dit zal een serieuze impact hebben op je pensioen.” Dat je telkens opnieuw geconfronteerd wordt met die paar voorbeelden van topvrouwen die hun topfunctie wel (perfect?) weten te combineren met een hele tros kinderen en je je telkens opnieuw voelt tekortschieten omdat jij die lat niet haalt of wil halen.

Dat het voor de jonge papa’s ook niet evident is. Dat hij je je stapje terug wel gunt, maar dat hij zich nu extra verantwoordelijk voelt. Dat het nu nog belangrijker wordt dat hij zijn job houdt, promotie maakt en opslag afdwingt. Dat daar ook opofferingen voor nodig zijn en dat hij dan inderdaad van jou verwacht dat jij het thuis doet draaien. Dat hij ook onder druk staat van zijn werkgever en collega’s. Dat er voor hem geen excuus is om niet hard te werken, want jij bent er toch voor de kinderen. Dat hij daardoor minder tijd heeft voor zijn kinderen en jou, is part of the deal. Terug naar het maatschappijmodel uit de jaren ’50?

Is dat wat we als maatschappij willen? Voor onszelf, voor onze partner, voor onze kinderen? Soms vraag ik me af hoe hoog het percentage burn-outs moet worden om alternatieven bespreekbaar en betaalbaar te maken. En hoe ver we nog van dat breekpunt zitten. “There is no alternative.” Daar geloof ik niet in. Het kan wel degelijk anders. In Zweden wordt momenteel al volop geëxperimenteerd met een 30 uren-week. “Onbetaalbaar! Een utopie” wordt hier telkens geroepen als het idee geopperd wordt, maar de eerste resultaten van het experiment blijken positief: er is minder ziekteverzuim, de balans werk-privé wordt beter én zelfs de bedrijven maken meer winst door een verhoogde productiviteit bij hun werknemers.

En dan kijk ik naar mijn dochters en hoop ik dat we het tij snel kunnen keren. Voor hen, en voor hun kinderen. Want ik gun hen “tijd”. Voor zichzelf, voor hun partners, voor hun kinderen. Om te verkwanselen of om nuttige dingen te doen. Om te kiezen. Om te leven, te werken en te genieten.

img_7145

Wanneer flexibiliteit onleefbaar wordt

Minister van werk Kris Peeters kwam deze week met een wetsvoorstel om deeltijdse arbeid te vereenvoudigen (voor de bedrijven dan toch). Twee maatregelen binnen dat wetsvoorstel deden toch even mijn wenkbrauwen fronsen. (Niet alleen de mijne trouwens.) Ten eerste zouden uurroosters slechts één dag op voorhand bekend moeten gemaakt worden in plaats van vijf dagen nu. Daarnaast zou ook de verplichting om alle uurroosters op te nemen in het arbeidsreglement worden afgeschaft. De facto worden zo alle uurroosters mogelijk.

Wat de impact van dit voorstel zal zijn op de deeltijds werkenden, vaak ook de meest kwetsbare groepen uit onze maatschappij (want heel vaak alleenstaande ouders) is niet in te schatten. Het lijkt me quasi onmogelijk om één dag op voorhand nog opvang te regelen voor je kinderen als je er alleen voor staat. Bij wie moet je dan terecht? Weekplanningen maken, chauffeursregelingen uitwerken lijkt vrij nutteloos als die planningen telkens opnieuw een dag op voorhand kunnen ongedaan gemaakt worden, buiten jouw wil om en zonder dat je hier een impact op hebt. Wat zijn de gevolgen als je één dag op voorhand weigert om de volgende dag te gaan werken? Neem je dan de facto ontslag? Dus zonder recht te hebben op een ontslagvergoeding en/of werkloosheidsuitkering achteraf?

Bovendien worden ook vrouwen en mannen die zich proberen op te werken uit een heel kwetsbare situatie hier heel zwaar voor gestraft. Bijstuderen lijkt een utopie te worden als je telkens pas een dag op voorhand te horen zal krijgen of je al dan niet moet gaan werken. Veel opleidingen werken met een aanwezigheidsplicht, en je kan maar een beperkt aantal lessen missen. Dit kan je eigenlijk niet meer garanderen als je telkens maar een dag op voorhand te horen krijgt dat je moet gaan werken. En dus zou het vrij nutteloos zijn om inschrijvingsgeld op te hoesten als je – zelfs met de nodige motivatie en inzet – omwille van administratieve formaliteiten niet zeker bent dat je op het einde van de rit een diploma in je handen kan houden.

Ook voor afspraken bij een tandarts, oogarts, dokter of kinesist wordt dit een moeilijke bevalling. Je weet immers maar een dag op voorhand of je er al dan niet zal kunnen zijn. Veel van die specialisten hebben nu al een bordje in hun wachtkamer hangen dat een afspraak die 24 uur op voorhand geannuleerd wordt, zal aangerekend worden. Eigenlijk kan je dan als deeltijds werkende mama geen afspraken meer maken: je weet immers niet of je er zal kunnen zijn en als je – omwille van werkverplichtingen – toch nog een dag op voorhand moet annuleren, moet je ook nog eens betalen. Met geld dat je overigens absoluut niet teveel hebt. De oplossing zal zijn om dan maar geen afspraken meer te maken, om jezelf en je kinderen ook die onontbeerlijke medische zorg te ontzeggen.

We zullen allicht overdrijven en zo zal het allicht niet bedoeld geweest zijn. Maar zo kan de wet – als ze erdoor komt – wel misbruikt worden en dus zal ze ook zo gebruikt worden. En dus worden de meest kwetsbaren telkens opnieuw gestraft. Gestraft omdat ze geld proberen te verdienen voor hun kinderen, maar er toch ook nog voor hun kinderen proberen te zijn. Gestraft als ze een uitweg zoeken uit een moeilijke situatie en iets proberen bij te studeren. Gestraft omdat ze geen medische afspraken meer zullen durven maken, die ze mogelijk toch zullen moeten betalen, ook al kunnen ze er om werkomstandigheden niet zijn.

Eigenlijk word je als alleenstaande op die manier de werkloosheid in gedwongen. Het lijkt me op die manier quasi onmogelijk om je werk nog te combineren met je kinderen. Deze wet ontneemt een aantal mensen het beetje waardigheid dat ze nog vinden in de mogelijkheid om te gaan werken. Deze wet dwingt mensen in een uitzichtloze situatie te blijven zonder nog een uitweg te kunnen zien. Deze wet ontneemt hoop, zelfredzaamheid en de kans op een beter leven. Daar heb ik het ontzettend moeilijk mee.

En alweer vraag ik me af vanuit welke ivoren toren een dergelijk wetsvoorstel uitgewerkt wordt. Wie zijn de mensen die een dergelijke wet bedenken? Staan die mensen nog met beide benen in de realiteit? Hebben zij nog voeling met het stukje van de maatschappij dat het wel moeilijk heeft? Houden zij daar nog rekening mee? Of geloven zij ook dat je het allemaal aan jezelf te wijten hebt? Dat als je maar hard genoeg je best doet, je “er” wel komt? Maar krijg je nog wel de kans om je best te doen?

Eerlijk gezegd weet ik niet of ik het antwoord op al die vragen wel wil weten, maar dit is duidelijk niet de maatschappij die ik voor mijn kinderen wil. Ik geloof in kansen, in hoop, in medeleven en steun. En dus kan ik niet anders dan mijn stem te gebruiken tegen dit asociale voorstel en jullie vragen om hetzelfde te doen. Deel, reageer, en laat je horen!