La vita è bella – Italië 2018

Een zonnige zondag in oktober. Terwijl de indian summer voor gekke herfsttemperaturen zorgt in België, blikken wij nog even terug op betere tijden. Dit jaar keerden we voor onze zomervakantie terug naar ons oude, vertrouwde Italië. Ja, het was intussen al de zesde keer dat we naar dat prachtige land trokken, maar het blijft thuiskomen. Het is nog steeds grote liefde voor het land van de stralende zon, de zalige pizza & pasta en de heerlijke gelati. Al vele jaren zit Italië diep in mijn hart en ik heb de microbe duidelijk doorgegeven aan de dochters. Naast ons geliefde Toscane stond er ook ditmaal weer een nieuwe streek op ons ontdekkingsprogramma: Umbrië.

BolognaOnze eerste echte stop was Bologna. Heel lang geleden – toen ik nog studeerde en een zomermaand uitwisselingsstudent was – brachten we een bezoekje aan Bologna, de oudste universiteitsstad van Europa. Veel herinner ik me niet meer, en dus waren we toe aan een hernieuwde kennismaking. Ik had hoge verwachtingen, maar Bologna was rommelig en een beetje (veel) verwaarloosd. Vergane glorie. De dochters deelden mijn mening echter niet; zij vonden het er vooral heel erg gezellig en de oudste zag zich al op Erasmus in deze stad. Het was diploma-uitreiking toen wij er waren: de nieuwbakken afgestudeerden liepen, mooi opgekleed met laurierkrans op het hoofd, door de stad. Wel grappig was dat deze laureaten hun diploma gewoon op straat vierden met de nodige flessen prosecco, in gezelschap van familie en vrienden.

VolterraDe volgende halte was Volterra in “ons” Toscane. Volterra is het dichtstbijzijnde stadje bij ons verblijf. Het is een Etruskische stad en niet héél erg groot. Wij vinden het er zeer aangenaam toeven. Na 6 trips weten we perfect wat er te zien is, waar we moeten zijn om heerlijk en goedkoop te eten en waar ze de allerbeste ijsjes verkopen. Bovendien is er ergens in het stadje ook een krantenwinkel waar ze af en toe zelfs eens een Vlaamse krant verkopen. Volterra heeft ons hart gestolen, het is sowieso een verplichte halte als we in Toscane verblijven.

San GimignanoAangezien we ditmaal maar een week in Toscane verbleven en niet de tijd hadden om alles (opnieuw) te bezoeken, moesten we keuzes maken. Geen Firenze of Siena deze keer, maar wel San Gimignano. San Gimignano is écht wel de moeite, maar ook héél erg toeristisch. Ga dus zeker op tijd (liefst vroeg in de ochtend of laat in de namiddag) zodat je de grootste drukte toch enigszins kan vermijden.

ArezzoNa een weekje uitrusten in Toscane was het tijd om op ontdekking te gaan in Umbrië. Wat minder toeristisch dan het naburige Toscane en dat was vooral aan de wegen te merken. Ook al zijn we in België toch ook één en ander gewend, het was heel vaak de adem inhouden als we over de wegen in Umbrië hobbelden. Arezzo, “la vita è bella”, lag niet zo ver van ons verblijf in Umbrië, maar blijft wel een Toscaanse stad. Ontzettend schoon! Een absolute aanrader. Het centrale pleintje is één van de schoonste piazza’s die ik in Italië al ooit zag. Niet groots of overweldigend, maar o zo mooi.

AssisiDe parel in Umbrië is absoluut zeker Assisi, bekend van Franciscus van… En ja, uiteraard bezoek je het klooster waar de Franciscanen en de Clarissen (een mannen- en vrouwenorde) broederlijk en zusterlijk naast elkaar leefden. Ook de basiliek van Franciscus van Assisi kan niet op je to do-lijstje ontbreken (aan de drie “kerken” boven elkaar). Maar het is ook gewoon een fantastisch mooie stad. Een witte stad op de heuvel met erboven nog de restanten van wat ooit een imposante burcht moet geweest zijn (de Rocca Maggiore). Overweldigend. Nog steeds een belangrijk bedevaartsoord en ook daar kan je niet naast kijken: het aantal paters en nonnen dat je daar op die kleine oppervlakte tegen het lijf loopt, is ongezien.

PerugiaOnze laatste halte in Umbrië was provinciehoofdstad Perugia. Was het de stad te veel? Was het het contrast met het prachtig witte Assisi een dag eerder? Feit was dat Perugia ons eigenlijk tegenviel. Volgens het toeristisch boekje zouden we het schoonste plein van Italië – volgens de Italianen zelf – moeten vinden, maar dat bleek toch een serieus overstatement te zijn. Zo erg zelfs dat we ons op het plein in kwestie stonden af te vragen of “dat het was?”. Misschien bleek er nog wel ergens een ander prachtig plein verscholen in de stad. Een uur later hadden we de stad doorkruist en stonden we weer bij ons vertrekpunt. Het feit dat we op zoek naar onze parking grandioos verkeerd gereden waren (het stadscentrum in – wat niet mag tenzij je “toelating” hebt) en we bij het zoeken naar de uitweg een paar heel smalle straten passeerden waarbij ik de ogen dichtkneep en duimde dat onze auto er heelhuids van af kwam, zal ook niet bijgedragen hebben tot onze liefde voor de stad 😉.

Het was alweer een prachtige reis. Italië is en blijft een fantastisch land en ooit keren we er zeker terug. Er valt nog zoveel te ontdekken en Toscane blijft onze favoriete vakantiebestemming. Maar volgend jaar zoeken we andere oorden op. Een bestemming hebben we nog niet, laat de suggesties maar komen 😉.

Noorse vriendschap #deel 4

6 jaar geleden. Onze eerste reis alleen met ons viertjes. De avond tevoren maakten onze meisjes zich ongerust of ze wel speelkameraadjes zouden vinden. Twee dolle Italiaanse weken later bleek vriendschap sluiten geen probleem. Er passeerden Nederlandse jongens en er waren ook een paar Noorse meisjes. De jongste sloot vriendschap met de oudste Noorse. Met handen en voeten werd er gecommuniceerd en af en toe sprongen ook de papa’s bij voor vertalingen. Het werden twee fijne weken.

Twee jaar later keerden we terug. Onze jongste hoopte aan de vooravond haar Noorse vriendinnetje terug te zien en wij deden ongelooflijk ons best om haar enthousiasme te temperen. Tot we op de namenlijst van ons huisje een wel héél erg bekende naam zagen opduiken. Opnieuw genoot onze jongste twee weken van het gezelschap van haar vriendin. En merkten ook de ouders dat we meer gemeen hadden dan de vriendschap van onze dochters. Nog twee keer regelden we via facebook een gemeenschappelijke vakantie en wij maakten stilaan plannen om ook Noorwegen eens te gaan bezoeken. Dat we dan zeker welkom waren, “our house is your house”.

StavangerEn dus werd onze Noorse trip op de schoonst mogelijke manier afgesloten. We werden in de watten gelegd, we genoten van elkaars gezelschap, het was fijn om – na de Italiaanse zomers – je ook eens een voorstelling te kunnen maken van het alledaagse Noorse leven, regen inclusief 😉. Er werden trips gemaakt: we bezochten Stavanger, we verkenden de omgeving, we deden een poging om te vissen. Het duurde nog geen 10 minuten voor de meisjes weer als vanouds lachten, speelden en tetterden. Ook de oudjes lieten zich niet onbetuigd: er werd gediscussieerd dat het een lieve lust was, we vergeleken onze landen, onze manieren van leven, onze “rare” eet- en leefgewoonten en we praatten over onze opgroeiende dochters. En dan blijkt telkens opnieuw dat je zo ongelooflijk veel deelt, ook al woon je mijlenver uit elkaar.

Noorwegen2Het waren 3 prachtige dagen, een perfecte afsluiter van een schitterende reis. Het was dan ook met een klein hartje dat we afscheid namen… Met een Belgische retourinvitatie. Uiteraard ;-).

Noorwegen, een reisverslag #deel 1

Wij hebben ons hart een beetje verloren in Noorwegen. Het was een andere reis dan we gewend zijn (geen Italië ;-)), maar daarom was het zeker niet minder. Het werd een schitterende ervaring, misschien net omdat we (ik) uit onze comfortzone gedwongen werden.

We begonnen met een ferry-overtocht van Kiel (Duitsland) naar Oslo. Onvergetelijk! Als je ooit naar Noorwegen gaat, moet je dit minstens één keer hebben meegemaakt. De ferry is immens, met een winkelstraat en verschillende restaurants. Neem zeker een kajuit met zeezicht en ga van de gratis musical genieten. Wij hadden ongelooflijk veel geluk met het weer: een stralend zonnetje en temperaturen rond de 22 graden maakten dat we een ganse namiddag op het zonnedek konden verblijven, maar je kan er bijvoorbeeld ook met je kinderen gaan zwemmen in de zwemfaciliteiten.

FerryBovendien vaart de ferry het grootste stuk van de reis in de Oostzee, tussen de verschillende Deense eilandjes door, waardoor je niet alleen de hele overtocht van prachtige landschappen geniet en (bij goed weer) zo goed als geen schommelingen voelt. Alleen ’s nachts, toen we in open zee terecht kwamen, voelde je het deinen van de boot toch wat meer. ’s Morgens ontwaken in de Oslo Fjord is fantastisch. Het is prachtig om op die manier aan te komen: wij keken onze ogen uit en genoten met volle teugen.

Onze Noorse kennismaking begon met 2 dagen citytrip in Oslo. De stad is niet te groot en best wel gezellig. Je loopt van de haven en het Operagebouw over de winkelstraten langs het Noors Parlement, het Radhuset (stadhuis) tot aan het Koninklijk Paleis. Het is een mooie, propere stad en vergis je niet: er lopen toch héél wat toeristen rond. Verschillende cruiseschepen meren er ook aan: op sommige momenten kan het bij de toeristische trekpleisters toch wat druk worden.

Oslo1

Wil je ook wat musea bezoeken, neem dan zeker een Oslo Pass. Wij deden de Nasjonalgalleriet (met “De Schreeuw” van Munch als must see, al kwam ook de impressionist in mij weer aan zijn trekken met verschillende Monets en Cézannes), het Folkemuseet (een soort Noors Bokrijk) en het Vikingshiphuset. Vooral dit laatste is een absolute aanrader, zeker voor fans van “Vikings”. Het is ongelooflijk indrukwekkend om de Vikingschepen (uit Vikings) in het echt te zien. Ze zijn groter dan ik dacht. Bovendien blijft het een geweldige prestatie als je op de map ziet tot waar ze met die primitieve boten allemaal geraakt zijn.

Oslo2

In het Vigelandpark zijn we niet geraakt en dat is zeker een gemis. Een derde dag Oslo had gerust gekund, dan hadden we ook tijd gehad voor dit park vol beeldhouwwerk en hadden we op ons gemakje nog wat kunnen shoppen. Maar een mens moet nu eenmaal nog een reden overhouden voor een terugkeer, niet?

Waarom België zo slecht nog niet is…

Op reis gaan is fijn, maar ook terugkeren heeft zo zijn charmes. Want telkens als we weer enige tijd in het buitenland verblijven, ga je vergelijken met “thuis”. Soms valt dat in ons nadeel uit, maar heel vaak beseffen wij dat we het in ons eigen landje toch nog niet zo slecht hebben. Een paar Belgische voordelen op een rijtje:

  • Ons Belgische weer

Ja, ook bij ons doet het pijn als we het zonnige Italië opnieuw moeten inruilen voor het koude, regenachtige België. Maar dit jaar vierden we vakantie in het Hoge Noorden en dan leer je de Belgische zomers met hun gemiddeld 20 graden toch echt wel appreciëren. Als je voor de zoveelste grijze, regenachtige dag op rij het met niet meer dan 13 graden moet stellen. Het verschil tussen een Belgische en een Noorse zomer is het verschil tussen een t-shirt en een trui. En dan is een t-shirt toch een pak aangenamer. Wist je trouwens dat het in Bergen jaarlijks zo’n 3000 mm regent (tegenover 1060 mm in ons landje)? Bovendien was er deze zomer een hittegolf in Italië met temperaturen van 40 graden en meer en dat is echt wel van het goede teveel.

  • Onze Belgische gastronomie

Zelfs in Noorwegen pakken ze uit met onze “Belgian waffles” en kennen ze onze Belgische chocolade en onze bieren als wereldtoppers. Ook al hebben we in Noorwegen een pak beter gegeten dan men ons vooraf voorgewend had, toch mag je onze Belgische keuken niet onderschatten. Wij eten altijd goed, overvloedig en relatief goedkoop. Van ons ontbijt tot ons avondmaal over onze lunches en onze desserts, wij kunnen de vergelijking met gelijk welke andere wereldkeuken met gemak aan.

  • Onze steden

Ja, Italië heeft fantastische kunststeden (en die baden zo goed als de hele zomer in een stralend zonlicht, wat alles nog mooier en aangenamer maakt), maar de meeste van onze Belgische steden kunnen de vergelijking doorstaan. Brugge, Gent, Antwerpen, Mechelen, Leuven, Hasselt, Brussel, Luik,… zijn stuk voor stuk prachtige steden die serieus wat te bieden hebben. Bovendien halen ook de nieuwere Belgische musea intussen een héél hoog internationaal niveau. Zo zijn de Dossin-kazerne (Mechelen), het Red Star Line-museum (Antwerpen), het MAS (Antwerpen) of In Flanders Fields (Ieper) bijvoorbeeld meer dan een bezoekje waard.

  • Onze festivals

Muziekliefhebbers komen hier in België een ganse zomer aan hun trekken. Elke week is er wel ergens een festival(letje) waar je een veelheid aan muziekgenres kan gaan proeven. Bovendien zijn sommige festivals nog steeds gratis en bieden ze echt wel waar voor hun geld. Een aparte categorie vormen dan nog onze grote festivals. Is er één land, buiten de Verenigde Staten, waar je op een kleine drie maanden zowel naar Werchter, Tomorrowland als Pukkelpop kan gaan? Allemaal festivals van wereldniveau en dat in een landje van amper een zakdoek groot.

  • Onze bereikbaarheid

We hebben veel files en de coördinatie bij wegenwerken is zeker en vast niet ideaal. Vaak krijg je het gevoel dat ze tegelijkertijd alles aan het openleggen zijn en je dus altijd en overal stilstaat. En toch. Toen we deze zomer doorheen Denemarken en Duitsland uit vakantie terugkeerden, bleken ze in Duitsland ook 80 km op een stuk te werken rond Hamburg, met ellenlange files tot gevolg. Bovendien bleek in Duisburg (onaangekondigd, tot je er letterlijk voorstond) de autostrade afgesloten te zijn, werd je een omweg opgestuurd die niet goed aangegeven was. Het leidde tot 20 km omweg en mijn historische uitspraak “Ik haat Duitsland, ik kom hier nooit meer” toen bleek dat ze ook op de omleiding aan het werken waren en we er meer dan anderhalf uur verloren.

Je hebt amper 3 uur nodig om heel België te doorkruisen en dat doe je zo goed als het hele land door op autostrades waar je 120 km/u mag rijden. Van Bergen naar Stavanger heb je ook bijna 4 uur nodig, rijd je maximum 80 km/u , heel vaak zelfs nog minder en neem je 2 keer een veerboot…

  • Onze mode en onze creativiteit

Onze Belgische modeontwerpers zijn top en dat merk je ook in het buitenland, waar je in de chiquere winkels makkelijk ook Raf Simons of andere grote Belgische namen vindt. Bovendien vind je in de Belgische steden – als je goed zoekt – vaak ook nog leuke, kleinere winkels waar je voor min of meer betaalbare prijzen toch unieke kledij kan scoren. Naast de H&M’s, Zara’s, COS’ en Esprits van deze wereld. Deze verkopen overal dezelfde kledij, waardoor tieners intussen onderling inwisselbaar worden, of het nu om Duitse, Noorse, Deense of Belgische jongeren gaat. Een beetje couleur locale heb ik altijd aantrekkelijk gevonden, zoals de hilariteit om het “water in de kelder” van de Italianen 25 jaar geleden op Romereis…

  • Ons democratisch onderwijs

Net op het moment dat er in België weer volop gediscussieerd wordt over een mogelijke bijsturing van ons onderwijs en er alweer naar het Scandinavische lichtend voorbeeld gewezen wordt, raak je in Noorwegen aan de praat met een schooldirecteur. En dan blijken daar toch ook wat addertjes onder het gras te zitten. Zo vinden zij dat lange, algemene traject en het uitstellen van de studiekeuze ook weer niet zo zaligmakend. Vooral het feit dat je in België op je achttiende eigenlijk nog alle kanten uit kan en je niet op basis van je prestaties als puber in een richting en een bepaalde schoolinstelling gedwongen wordt, werd als een groot voordeel beschouwd.

Wij hebben met volle teugen genoten van onze ontdekking van Noorwegen (verslag volgt later) maar het blijft ook fijn om thuis te komen. Misschien zouden we soms met zijn allen wat minder moeten zeuren. We wonen in een ongelooflijk schoon, gevarieerd land, we hebben hier over het algemeen veel vrijheid, een hoge levensstandaard en alles om van het leven te kunnen genieten. Uiteraard zijn er zaken die voor verbetering vatbaar zijn, maar algemeen gesteld zijn we gewoon met ons gat in de boter gevallen.

IMG_8815_miniDat zouden we misschien wat meer in ons achterhoofd mogen houden als we met zijn allen in de file staan aan te schuiven op weg naar zee bij 30 graden en beginnen te zagen op al die anderen die ook zo nodig net op dat moment het lumineuze idee hadden om verkoeling te gaan zoeken aan de Belgische kust… sprak ze uit ervaring ;-).

 

 

 

Stommiteiten: de slang in het bidet

IMG_6433Terugkeren naar een plek waar je al eerder je vakantie doorbracht, heeft zijn voor- en nadelen. Een van de nadelen is dat je de legendes van de plek al kent. Zo doen er al jaren geruchten de ronde dat er rond onze agriturismo wel eens slangen te zien zijn. Niet zo onnatuurlijk voor het Italiaanse platteland, maar laat mij nu niet meteen dol zijn op dat soort reptielen.

Jaarlijks zijn er wel gasten in ons huisje die bij hoog en bij laag beweren “een slang of een adder” gezien te hebben. Dat is ons echter nog nooit overkomen. Maar ik hou mijn ogen wijd open en ik verwittig de kinderen elk jaar opnieuw om toch alstublieft voorzichtig te zijn bij het spelen en geen verstopplaatsen te zoeken in de struiken of het lange gras.

Toen we dit jaar na een lange tweede rijdag arriveerden in ons huisje, konden onze dames niet snel genoeg hun koffer uitpakken, hun bikini’s aantrekken en het zwembad opzoeken. Hun ouders, die de files meer dan hun lief waren getrotseerd hadden, waren wat trager. Wij pakten op ons gemak uit en organiseerden ons huisje naar onze wensen. Daarna zochten ook wij ons zwemgerief bij elkaar om wat te gaan bekomen aan de rand van het zwembad.

Eerst nog even rustig gebruik maken van het gemak. Ik ga dus de badkamer in en wil me neerzetten als ik uit het bidet naast het toilet een paar oogjes zie priemen en een klein reptielenkopje zie opduiken. Paniek! Voor het eerst in 5 jaar zie ik dus ook de slang des huizes… en dan nog wel in onze badkamer. Wat doe ik in noodsituaties? Ik gil om de echtgenoot. Hij komt de badkamer in en ook hij ziet inderdaad een kopje opduiken uit het bidet. Het was dus geen fata morgana of mijn verbeelding die op hol sloeg na een lange vermoeiende autorit. Ook dat zou niet de eerste keer zijn. Mijn oplossingen: “doe er water in en verdrink het” of “doe het dekseltje dicht” oordeelde de echtgenoot niet als diervriendelijk of realistisch. En dus haalt hij het dekseltje eraf en zien we allebei dat één van de vele hagedisjes om god weet welke reden zijn toevlucht gezocht had in ons bidet.

De echtgenoot – mijn held – pakt het hagedisje uit ons bidet en geeft het buiten aan ons huisje zijn vrijheid. Tot hilariteit van de Nederlandse onderburen. Tegen dat de echtgenoot met het beestje buiten was, had het glibberige diertje zich immers uit zijn hand gewrongen en op zijn arm genesteld. En dus kreeg de echtgenoot het nog niet meteen vlotjes van zijn arm.

Enfin, de rest van de vakantie in Toscane is rustig verlopen. Al heb ik het dekseltje van het bidet wel braafjes dicht gehouden om verdere ongenode gasten in onze badkamer te vermijden. En gelukkig heeft ook de slang des huizes – die door andere gasten alweer gesignaleerd werd – zich niet aan ons geopenbaard ;-).

Toscane: de geliefde bekende.

Onze eerste week vakantie in Italië brachten we door in Toscane, intussen al voor de vijfde keer. We kennen de streek, we kennen onze agriturismo, we kennen de eigenaar, we kennen zelfs de stadjes in de omgeving. En toch verveelt het niet. Toch is het telkens opnieuw de eerste bestemming die de kinderen opperen wanneer we over onze vakantieplannen beginnen te praten.

Het is er mooi weer. In de vijf jaar dat we er logeerden hebben we er anderhalve dag minder weer gehad. Het heeft er ooit eens een nacht en een voormiddag gestormd. Dat was de avond van de halve finale tussen Nederland en Argentinië op het WK 2014 in Brazilië en de echtgenoot was samen met onze Noorse vriend de heuvel op geklommen om de match te gaan bekijken. Het werd een lange match, want het draaide uit op verlengingen en strafschoppen en eigenlijk bleek er die avond ook niet veel te zien, vertelde de echtgenoot achteraf. Het onweer dat we in de verte hoorden rommelen, kon niet op het einde van de match wachten. En dus moesten de echtgenoot en de Noorse vriend de heuvel af in hels weer. Een zanderige steile heuvel verandert na een regenbui in een gladde, glibberige modderpoel. Een halfuurtje na de match stond er dan ook een modderduivel voor de deur van ons appartementje. Door en door nat en verschrikkelijk vuil. De volgende morgen was het grijs, viel er nog wat regen en was het vooral héél erg winderig. Geen zwembadweertje dus. De enige mindere dagen in de 8 weken die we er al doorbrachten.

Je ontmoet er fijne mensen. Ergens terugkeren waar je al geweest bent, zorgt ervoor dat je weleens mensen opnieuw tegenkomt die er een jaar eerder ook al waren. Dat kan meevallen, dat kan tegenvallen, maar in ons geval was het een fikse meevaller. Toen we er het eerste jaar logeerden, ontmoette de jongste een Noors meisje, waar ze een hele week mee doorbracht. Ook tussen beide ouderparen klikte het. Intussen brachten we al voor de vierde keer tijd samen door in Toscane en het blijft telkens opnieuw een fijn weerzien. Voor ons hoort het intussen bij Toscane: Noorse ontmoetingen. Ook de oudste vond dit jaar aansluiting bij een internationaal groepje jongeren. Er werd lang gebabbeld, er werd genoten van elkaars gezelschap. Maar er is ook een keerzijde: het maakt het moeilijker om te vertrekken. Dit jaar vertrokken wij als eersten. Zij zouden nog een weekje blijven. En dan is het moeilijk om de knop om te draaien, zeker als het fijne dagen waren. Dan vloeien er wel eens traantjes bij de dames des huizes.

Het bekende geeft rust. Weten waar je terecht komt, weten hoe ver je moet rijden, waar de winkels zijn, welke stadjes je opnieuw wil bezoeken, waar je lekker kan eten voor een eerlijke prijs, dat geeft mij rust. Ik heb soms echt wel last van reisstress: de lange rit, het pakken, hoe zal het er zijn: is het (min of meer) proper, zal er gezelschap zijn voor de kinderen, is het er rustig genoeg om goed te kunnen slapen? De avond voor we voor het eerst alleen met ons gezinnetje naar het buitenland zouden trekken, stelden ook onze dochters de vraag “of het allemaal wel zou meevallen en of ze wel andere vriendjes zouden ontmoeten”. Hier weten we zeker dat er andere kinderen zullen zijn, dat de communicatie na een paar dagen toch op gang komt en dat het allemaal wel losloopt. Voor mij is de vakantie dan ook geslaagd als ik mijn meisjes zie genieten. Als ze contact leggen, als ik hen hoor praten en spelen. Als ze ’s avonds niet lang genoeg buiten kunnen blijven “want de anderen zijn daar ook nog”. Als ik hun ogen zie blinken na alweer een geweldige dag. Als een uitstapje niet per sé hoeft, “want de rest blijft vandaag ook hier en we hadden afgesproken”…

De feestjes zijn zalig én lekker. 3 keer per week organiseert de eigenaar een feestje in het hoofdhuis, waar alle gasten welkom zijn. “Welcome party, pizza party en pasta party”. Het eten is eenvoudig, maar overheerlijk. Bovendien wordt er gedanst, gezongen, of samen naar het EK voetbal gekeken. Het is een geweldige ijsbreker, zeker als blijkt dat je voor én na de feestjes allemaal samen diezelfde heuvel moet beklimmen of afdalen. De beste manier om in contact te komen, om kennis te maken of om bij te praten. Voor een mama is er niks mooiers dan de dochters voor of achter haar zien of horen tateren.

Ze spreken er Italiaans. Ik weet dat bovenstaande dingen ook elders te vinden zijn, in Frankrijk, Spanje, Griekenland, Portugal of een eilandje in de Middellandse Zee. Maar hier komt de Italianist in mij 2 weken aan zijn trekken. Italiaans horen, pogingen doen om het te spreken, ik geniet ervan. Het hoort bij vakantie. Engelse antwoorden krijgen omdat ook zij hun vreemde taal willen oefenen en omdat ze blijkbaar héél erg duidelijk horen dat je toerist bent, nemen we er dan maar bij.

Voor ons is Toscane rust en genieten. Al 5 jaar lang. Al wordt het nu misschien wel tijd dat we een ander stukje wereld zien. De echtgenoot heeft het soms wel wat gehad met de Italiaanse chaos, het domani-principe (morgen is er nog een dag), het verkeer, de heuvels (het draaien en keren, de concentratie), altijd weer pizza en pasta of ijsjes. Misschien wordt het nu echt wel tijd om onze Noorse vrienden in eigen land een bezoekje te brengen ;-).

Toscane 2016

Een beetje Italië in België

We zijn terug in het land. Onze jaarlijkse vakantie zit er jammer genoeg op. 2 weken Italië en we hebben met volle teugen genoten. Van het weer, het lekkere eten, de ijsjes, het zwembad, de uitstapjes, het gezelschap en van elkaar. Een verslag, onze hoogtepunten en mindere belevenissen, de vakantieversies van mijn “Stommiteiten”,… volgen zeker nog de komende weken.

Maar wat een terugkeer! Voor één keer kwamen we niet in een temperatuurshock terecht, maar kregen we bij onze thuiskomst Italiaanse temperaturen. Kwestie van de overgang dit keer wel verteerbaar te maken. Dat was de voorbije jaren wel eens anders, met als triest dieptepunt die keer dat we in Turkije vakantie vierden, er vertrokken met bijna 40 graden en een dagje later ontwaakten bij een Belgisch grijze 12 graden.

IMG_6970Bovendien hebben wij hier wel meer trucjes om het vakantiegevoel nog even te laten doorleven. Vakantiesouvenirs hadden we dit jaar niet meer bij. De kinderen hebben geen Italiaans T-shirt of zilveren oorhangertjes gekozen op één of ander marktje of bij één of ander stadsbezoek. Een T-shirt dat ze in eerste instantie met veel enthousiasme aan iedereen showen, maar dat na de zomervakantie vrij snel ergens in een hoekje van hun kleerkast terecht komt om nooit meer op te duiken. Te veel vakantiesfeer, niet geschikt voor op school en een jaar later blijken ze er helemaal uitgegroeid. Als dat fantastische T-shirt al de Belgische after-reis-was overleeft, want ook dat is niet altijd een zekerheid.

Of de oorringetjes, die “gespaard” worden voor de speciale gelegenheden, maar waar na één lange, intense feestavond toch van blijkt dat onze dochters er allergisch op reageren. En de hangertjes dus toch geen “echt zilver” blijken te zijn, ook al was de verkoper op het marktje héél erg zeker van zijn stuk. Of die helemaal verkleurd blijken te zijn na een douchebeurt, waarop we samen beslissen dat groen uitgeslagen oorbellen misschien toch niet de meest ideale keuze zijn voor meisjes met een heel gevoelige huid.

Dit jaar brachten we uit onze agriturismo wel zelfgemaakte wijn, olijfolie en pasta mee. Zodat we ook de komende weken af en toe nog eens Italië op ons bord kunnen brengen. Of van een mooie zomeravond genieten met een heerlijk glaasje witte wijn. Al mag de pasta van de echtgenoot en de dochters nog wel even in de kast blijven. Na 2 weken Italiaans eten hebben mijn huisgenoten hier even behoefte aan normale Belgische kost. Wat ik wel begrijp, maar ergens ook jammer vind.

Toen we lang geleden, in het vijfde middelbaar, op Romereis gingen, bleek ik al de enige te zijn die het absoluut niet erg vond dat er bij terugkeer een lasagne op het menu stond. Daar waar de jaargenoten al dagen aan het fantaseren waren over de gerechten die ze in België wilden eten, genoot ik intens van al dat Italiaans heerlijks en mocht dat voor mij gerust nog even blijven duren. Ik had ook absoluut geen nood aan het McDonald’s-uitstapje in Rome waar iedereen naar aftelde. Maar volgende week zijn we al 10 dagen terug thuis, dan wordt het  dringend tijd om nog eens wat Italiaans op ons menu te zetten. Toch?

Ook ontbijten doe ik momenteel nog altijd op zijn Italiaans. Vorig jaar ontdekte ik de ontbijtgranen van “Gran Cereale”. Al bij ons eerste Coop-bezoekje bleek dat ze dit jaar hun gamma zelfs nog uitgebreid hebben, met een chocoladeversie. Zalig! En dus sloeg ik meteen een voorraadje in, sleurden we dat mee de Alpen over en kan ik me ’s morgens nog even in Italië wanen als ik in onze veranda geniet van de Belgische zomer. Jammer genoeg zijn die dingen maar beperkt houdbaar en dus zal ik binnen een paar weken weer moeten overschakelen naar het Belgisch brood of de Amerikaanse graanvarianten.

Maar tegen dan is het “dolce far niente-gevoel” allicht ook al uit mijn systeem en word ik weer helemaal in de Belgische hectiek gezogen. Ook al nemen we ons elk jaar voor om toch een beetje Italiaanse rust te behouden, om toch wat meer te genieten, om onze pauzeknop van op vakantie ook tijdens het jaar wat meer te activeren. En ach, misschien duren mooie liedjes niet lang, maar we doen toch weer een poging. De wijn staat hier al koud ;-).

Zondvloed

Ik ben geen held in het verkeer. Ik ben dan ook dolgelukkig dat ik met het openbaar vervoer kan gaan werken. Met de trein reizen vind ik meestal een enorme luxe: 25 minuten onafgebroken leestijd. Maar als ik late vergaderingen heb of als er gestaakt wordt, dan durf/moet ik wel eens met de auto naar het werk rijden. Dat was dinsdag ook het geval.

Rond 16u30 barstte een onweer los boven Leuven. Eerst bleef het nog beperkt: het regende wat, het bliksemde af en toe even en het rommelde wat in de verte. Maar tegen 18u30, net op het moment dat ik wou vertrekken naar mijn late afspraak, was het wel héél hevig aan het onweren. De regen viel met bakken uit de lucht en je zag bliksem om bliksem door de lucht klieven. In de auto hoorde ik ook dat er problemen waren op de autostrade rond Leuven en ik zag de bui al hangen.

Na kort overleg bleek dat ik toch gemist kon worden en besloot ik maar onmiddellijk naar huis te rijden. En de autostrade te vermijden. Snel rijden als je ruitenwissers op het maximum staan en je bij wijze van spreken amper voor je ziet, ik doe het niet graag. Tegelijkertijd voorbij gevlamd worden door de mastodonten op de autostrade, die je nog eens extra nat gooien in het passeren, zag ik ook niet zitten. Binnendoor dus. Tegen 70 km per uur maximum.

Tijdens het eerste deel van de rit kon ik het rijden eigenlijk best nog smaken: fijn muziekje, niet te druk (de avondspits was eigenlijk al achter de rug) en verwondering bij het zien van de bliksemflitsen in de lucht. Tot ik bijna in Aarschot was en de weg afgesloten was omwille van een ondergelopen kruispunt. Een omweg dan maar, en de GPS volgen. En toen reed ik door Betekom en Begijnendijk en bleek dat het toch wel héél veel geregend had. De eerste ondergelopen weg kon ik nog passeren via het hogere en iets drogere midden. De tweede ondergelopen weg nam ik via het fietspad dat net iets boven de rijweg uitstak.

Maar de derde ondergelopen weg was er teveel aan. Er stond minstens 30 centimeter water en bij de jeeps en stationwagens voor mij spatte het water al verschrikkelijk hoog op. Laat staan dat ik er met mijn Corsa’tje door zou ploeteren. Een zijweggetje dan maar, maar dat bleek ook helemaal ondergelopen, minstens even hoog. Terugkeren was geen optie, aangezien ik al 2 ondergelopen banen getrotseerd had. Er toch maar doorheen dan.

En dus heb ik gewacht tot de tegenliggers gepasseerd waren en heb ik het erop gewaagd. Met de daver op het lijf en de bibber in mijn benen. En het was een héél lang stuk (of zo leek het toch), ik moest toch een paar honderd meter overbruggen. Uiteraard kreeg ik halverwege dan toch een paar tegenliggers, maar stoppen was op dat moment geen optie meer. En dan rijd je maar door. Ben je blij en opgelucht als je de laatste meters terug in het midden van de baan kan rijden waar het weer wat hoger is. En dat je het gehaald hebt. De rest van de weg voelde ik mijn benen trillen. Ik was ontzettend opgelucht dat ik thuis was. Waar het grootste deel van het onweer eigenlijk aan ons voorbij ging. Waar het wel wat geregend had en wat rommelde in de verte, maar ook niet meer dan dat.

De rest van de week staan er geen late vergaderingen meer op het programma en reis ik gewoon met de trein. En neem ik de mogelijke vertragingen voor lief. Een beetje lezen, geen trillende benen. Want mijn autootje mag dan makkelijk zijn en me luxe en vrijheid bieden, ritten als dinsdag verteer ik niet zo snel. De herinnering is nu nog jong genoeg om even niet te zagen en te klagen over het openbaar vervoer. Tot de volgende staking uiteraard en je in het station vruchteloos staat te wachten op een trein die maar niet komt opdagen.

Maandag dus ;-).

De vogeltjes verlaten het nest…

Deze week zitten de dochters met oma en opa aan zee. Intussen al voor de tiende keer. Het is een traditie geworden waar ze naar uitkijken. En ondanks de 14 jaren van de oudste antwoordt ze nog elke keer volmondig “ja” op de vraag of ze volgend jaar wel opnieuw mee willen. Bovendien zijn ze daar niet alleen. Ook een zus en een broer van oma gaan met hun kleinkinderen mee, zodat ze met een hele bende zijn. Zo leren ze mijn tak ook wat beter kennen 😉 Al is het de dochters toch vooral om hun grootouders te doen. Stiekem genieten ze er met volle teugen van om oma en opa eens een paar dagen voor hen alleen te hebben…

De eerste jaren profiteerden wij van de afwezigheid van onze dochters om wat klusjes in huis te doen. Zo hebben we in een paar jaar tijd het hele huis geschilderd (kamer per kamer). Wat een pak handiger was zonder onze twee madammekes in de buurt. En toch was het soms serieus doorwerken. Zo herinner ik me een jaar dat we de avond voor hun terugkomst tot een gat in de nacht stonden te schilderen, om het toch maar af te krijgen…

Het is ook wel een paar keer gebeurd dat we de kinderen vroeger konden gaan ophalen omdat één van beide meisjes hoge koorts maakte. De jongste zat dan met een keel- of oorontsteking en had de gewoonte om véél koorts te maken, zelfs bij een simpel virusje. Hadden we op voorhand ook onze huisdokter al gebeld zodat we meteen op controle konden. Een dag en een beetje antibiotica later bleek het ergste leed wel al geleden. En concludeerden wij dat het thuis toch nog altijd “het best” was 😉

Opvallend ook hoe solidair de oudste op zo’n moment met haar jongere zusje was. Had ze op voorhand tegen oma en opa gezegd dat haar jongere zusje met mama en papa mee mocht, maar dat zij écht wel aan zee bleef, dan was daar op het moment dat we arriveerden nog weinig van te merken. Had ze in een wip haar knuffeltje en dekentje vast om ook mee naar huis te gaan…

Maar intussen ligt die periode al even achter ons. Vinden onze dames een weekje zee gewoon genieten. Ze weten waar ze terecht komen: het eten is er lekker, het is meestal ook wel minstens een paar dagen stralend weer. Oma en opa nemen ook voldoende materiaal mee om zich op het strand te kunnen uitleven met de bouw van de grootste forten die uiteraard zo lang weerstand bieden aan de oprukkende zee dat ze hun bouwsels uiteindelijk moeten achterlaten zonder ooit de volledige teloorgang mee te maken. Er wordt gewandeld, er worden dingen bezocht, de oudste leest veel en pruttelt wat tegen over het véél te vroege ontbijt. De jongste leerde er ooit olijven eten, de oudste kwam terug met een voorliefde voor kiwi’s. Er wordt gebabbeld en veel gelachen.

Bij ons is het toch al een paar jaar geleden dat we nog grootse werken planden of onze dagen vulden met taken die anders toch maar bleven liggen. Bijslapen hoeft ook niet per se want onze meisjes zijn zeer goede slapers. Wel profiteren wij er deze week van om eens rustig met ons tweetjes te gaan eten (zonder babysit) of om samen wat te doen. Dat ik net deze week late shiften heb, komt eigenlijk goed uit: nu hoeven ze me ’s avonds niet te missen…

En toch, als we gaan slapen, zijn hun bedden wel erg leeg. En nadat ze gebeld hebben en vrolijk en dolenthousiast hun verhalen over hun dag verteld hebben, moet de mama haar gemis toch even wegslikken. Stiekem ben ik toch blij als het vrijdag is en we hen terug kunnen ophalen. Dat ik hen kan knuffelen en “live” hun verhalen te horen krijg. Want ook al groeien ze op, worden ze zelfstandig en zie je hen voor je ogen volwassen worden, het blijven toch mijn kindjes.

loslatenTja, dat loslaten, laat het ons een “work in progress” noemen. En soms lukt het al wat beter dan op andere dagen 😉

Reizen… altijd een beetje lijden

reisstress

Er zijn zo van die mensen die op reis vertrekken, in hun auto stappen en meteen dat vakantiegevoel hebben. Ik behoor jammer genoeg niet tot die categorie. Integendeel. Het verplaatsen van punt A naar punt B is voor mij een bron van stress. Of het nu met het vliegtuig of met de wagen is, ook dat maakt weinig verschil.

Hoewel ik toch al een aantal keer gevlogen heb in mijn leven, kan ik niet zeggen dat ik er echt dol op ben. Integendeel. Het is niet zo dat ik een hele reis bang ben dat het toestel neerstort, maar een controlefreak als ik legt haar lot niet bepaald graag in de handen van een ander, hoe capabel die ook mag zijn. De vluchten die ik tot op heden genomen heb, waren ook rustig. Maar het zijn de dagen ervoor die me de das omdoen. Een beroepspiekeraar als ik heeft op voorhand immers al alle mogelijke scenario’s doorgenomen. Liefst ’s nachts uiteraard. En een gebrek aan nachtrust heeft nog nooit iemand geholpen om alles in het juiste perspectief te zien 😉 .

Bovendien wordt de spanning de dag zelf dan ook nog eens opgebouwd door het lange wachten. Je moet er zo verschrikkelijk lang op voorhand zijn om in de rij te staan, alles te laten controleren en dan nog minstens een uur rondhangen. En dan begint het vanbinnen toch een beetje te nijpen… Het helpt wel dat je kinderen hebt. Toen ik me realiseerde dat mijn gedrag aanstekelijk werkte op de kinderen, was dat wél de ideale motivatie om mijn angsten opzij te zetten en me op de kinderen te concentreren. Ik wil dat zij genieten en dat lukt niet helemaal als de mama de enige stresskip in het gezelschap is.

Met de wagen op vakantie is jammer genoeg ook geen alternatief. Zeker niet als je naar het zuiden van Frankrijk of Italië reist. Het zijn nu eenmaal serieuze ritten die je dan voor de boeg hebt en ook daar lig ik op voorhand van wakker. Stel dat we (veel) files hebben of er gebeurt iets? Ook hier probeer ik op voorhand alle mogelijke situaties in te beelden en al oplossingen te bedenken, maar alweer lukt dat niet echt goed in het holst van de nacht.

Maar de dag zelf ben ik redelijk rustig. Ik neem ook een flink deel van de ritten voor mijn rekening en het helpt als je je enkel hoeft te concentreren op de eerstvolgende 200 km. Rijd ik niet, dan fungeer ik als navigator en ook dat is het perfecte middel tegen reisstress. Na 4 jaar dezelfde bestemming weet je ook redelijk goed wat je te wachten staat. De allereerste keer dat we tot Milaan reden, hadden we 13 uur nodig waarvan 1,5 file op de ring rond Milaan, maar we zijn er geraakt. Zo erg is het nooit meer geworden. En uiteindelijk bereik je je bestemming altijd. Al ben ik nog altijd niet echt op mijn best als ik doorheen file moet en dan durf ik wel eens serieus te zagen. Wat dan weer ferm op de zenuwen van de echtgenoot werkt 😉 .

Maar als je dan je bestemming bereikt, ben ik de reis zelf al snel vergeten. En dan kan de vakantie pas echt beginnen. Dan begint het ontdekken, het genieten, de rust. Maar op een dag moet je terug natuurlijk. Misschien moet ik maar eens een boot proberen. Wie weet blijkt dat voor mij het ultieme vervoersmiddel 😉 .

En jullie? Hebben jullie last van reisstress? Hebben jullie trucjes om dat te omzeilen?