Over kastwissels, Friends, gras & herfst…

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken. Een verzameling kleine feitjes waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Vorige week hebben we voor het eerst opnieuw winterkledij uit de kast gehaald. Uit de logeerkamer, want wij doen hier nog aan seizoenwissels in onze kleerkasten. Ondanks de indian summer die deze week ons weer zeer gunstig bepaalt, zullen we de winter- en zomerspullen dit weekend toch maar omwisselen. Het is een opvallend late wissel dit jaar, want de voorbije twee jaar konden we half september – wegens een herfstige start van het schooljaar – al aan de slag.

De kastwissel brengt een aantal tradities met zich mee: zo moeten de dochters passen en verhuizen er allicht weer wat kleren van de ene naar de andere kleerkast. Al zitten we op een punt dat de oudste toch al een aantal jaren “volgroeid” is, terwijl de jongste dan weer in volle groeispurt zit. De conclusie van de kastwissel is altijd – en dat zal ook dit jaar niet anders zijn – dat er een aantal gaten in de garderobe zitten. Een shopuitje is dan ook al gepland: (warme) winterjassen staan dit jaar hoog op ons verlanglijstje. En ondanks de drukte in de winkelstraten geniet ik altijd met volle teugen van ons meidentripje. Mijn dames weten goed wat ze willen én ze hebben smaak. Misschien niet altijd mama’s smaak, maar er valt mee te leven 😉.

Ik neem met pijn in het hart afscheid van de zomer, maar na de eerste herfstweek geven we toe dat het nieuwe seizoen toch ook zijn charmes heeft. Vooral als de kachel voor het eerst brandt, de kaarsjes worden aangestoken en we tijd hebben om gezellig samen in de zetel door te brengen, knus onder een dekentje. En zolang je niet buiten moet zijn, heeft een herfststorm ook wel iets. Het was trouwens hoognodig dat het nog eens wat ging regenen en het geworstel met de paraplu en de wind is de eerste keer best leuk.

Dat de dochters intussen aan een “Friends”-marathon bezig waren, droeg ook bij aan de herfst-gezelligheid. Na al die jaren voelt de serie niet gedateerd aan en ze blijft grappig. Het is een trip “down Memory Lane”: de kleren, de muziek, de grappen,… Eigenlijk zat “Friends” ongelooflijk goed in elkaar. Het was fijn om mijn dochters te horen (schater)lachen met de capriolen van Joey, Ross & Rachel, Chandler & Monica en Phoebe. Om “Joey doesn’t share food” of “We were on a break” terug te horen. Om hun traantjes te zien bij de allerlaatste aflevering en de teleurstelling dat het er na die 10 seizoenen écht op zit. Om onze dames geïnspireerd te zien door de mode en om samen te constateren dat de jaren ’90 momenteel weer hip zijn.

Laat het gras maar groeien! Na de zot hete zomer van 2018 was onze gazon compleet kapot. We moeten eerlijk zijn: veel gazon was er al een paar jaar niet meer over. Eigenlijk was het vooral onkruid en mos dat de echtgenoot desondanks trouw afreed zodat we na elke trimbeurt toch even de illusie van een mooie, gezonde grasmat konden koesteren. Enfin, tegen augustus leefde er in onze tuin zo goed als geen gras meer en dus besloten we tot een drastische ingreep. De grasmat werd omgespit en – in september – opnieuw ingezaaid. En dan begon het bange afwachten. Op regen en op de groene sprietjes. Gelukkig kregen we beide. Elke morgen en elke avond keken we naar onze bruine polder “of we al verschil zagen”. Intussen zijn we drie weken verder en hebben we warempel opnieuw een grasmat. Met voorlopig relatief weinig onkruid, maar wel met bruine plekken die nog verder moeten toegroeien. Ongelooflijk hoe een mens kan genieten van het wonder van de natuur. En dan hebben we alleen maar gras gezaaid, stel je voor wat dat zou geven als we ons ooit aan een moestuin zouden wagen 😉.

Intussen tikt het klokje verder en zitten we al in oktober. Het schooljaar is een maand oud. Ik ben zowaar bijna gewend aan de nieuwe uurroosters van de huisgenoten. Ook de start van de verschillende hobby’s is min of meer verteerd: er sluipen zelfs al terug routines ons leven binnen en af en toe lijkt het zelfs alsof we controle hebben. Om de volgende dag dan weer keihard een afspraak te vergeten of voor andere verrassingen komen te staan. Ach ja, wat zou het leven zijn zonder een klein beetje spanning 😉?

De olympische droom

Er was een tijd dat ik mijn geld verdiende met het schrijven van sportartikels, met het maken van sportnieuws voor teletekst en internet. Het was mijn kinderdroom en ik had het grote geluk dat ik hem 13 jaar lang kon waarmaken. Maar er passeerde een besparingsronde en het was ook wel tijd voor een nieuwe uitdaging. En dus kwam er een einde aan het sportverhaal. In eerste instantie miste ik het absoluut niet. Ik was immers al bij “the happy few” geweest.

Maar met het vorderen van de tijd begon het soms wel eens te kriebelen. Af en toe stak er al eens een klein gemis de kop op. Toen Boonen net na onze stopzetting zijn geweldige voorjaar 2012 beleefde, met zeges in Gent-Wevelgem, Kuurne-Brussel-Kuurne, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, was ik een enthousiast supporter. Maar toch ook blij dat ik niet na afloop als een gek berichten kon beginnen typen, sms’jes sturen, standen opmaken,… Tevreden dat ik eindelijk ook gewoon kon genieten.

Het kriebelde een tweede keer al wat feller toen de Rode Duivels aan het WK 2014 begonnen in Brazilië. De hele WK-gekte, de Duivels-uitdagingen, ze kregen ook mij te pakken. (Ik ben op dat vlak ook wel een makkelijk slachtoffer, moet ik bekennen.) Het was van 2002 geleden dat we in outfit gingen werken, juichten bij een Belgisch doelpunt voor we als een gek begonnen te typen. Voor het eerst miste ik ook het schrijven, het verwoorden van je ideeën, het uitbeelden van je gedachten met woorden. Zelfs het sleutelen: schrijven, herschrijven, herformuleren en schrappen tot je tevreden bent. Een paar weken na dat WK begon ik te bloggen en dat stilde mijn creatieve honger.

Vanmorgen op de trein was er opnieuw zo’n mismomentje. De Olympische Spelen lopen op hun laatste benen. Het was een bijzonder succesvolle editie voor onze Belgen. Topmomenten met Greg Van Avermaet, Pieter Timmers, Nafi Thiam, Jolien D’Hoore, onze Red Lions en Dirk Van Tichelt. Om van de vele vierde plaatsen nog te zwijgen. Een paar verwachte hoogtepunten, maar vooral veel verrassingen. Ook onze dochters leefden mee en leerden sporten kennen die we anders nooit te zien krijgen. “Waarom krijgt die nu een punt tegen? Wat is ippon? Waarom is het nu gedaan?”

Bij het turnen kijk je je ogen uit en knijp je ze telkens opnieuw dicht bij een salto, een afsprong of een radslag. Alsof die bewegingen nog niet pijnlijk genoeg zijn voor het menselijk lichaam was er ergens, ooit in de geschiedenis iemand (een échte sadist als je het mij vraagt) die opperde: “Ok, het is allemaal wel mooi en fijn, maar als we dat nu eens op een balkje van een tiental centimeter doen? Of aan de brug met ongelijke leggers? Of aan de ringen?” En tot zijn grote verbazing kreeg hij nog bijval ook en werd dat een olympische discipline. Naar worstelen en boksen kijken we niet, maar voor de rest zijn we eigenlijk niet zo kieskeurig. Geef ons een obscure sport met een Belg erin en we zitten voor tv. En voor de grote olympische disciplines (zwemmen en atletiek) met hun vedetten (Phelps en Bolt) maken we met plezier tijd vrij.

En toch moesten we dit jaar redelijk wat hoogtepunten missen, of in uitgesteld relais bekijken. We hebben de wekker toch maar niet gezet en besloten het slaapgebrek niet te trotseren. Ik ken mezelf: als het spannend is, blijf ik toch zitten. Dan eindig ik zonder slaap en ben ik absoluut niet te genieten. Om van topprestaties de dag erna nog maar te zwijgen… Al heb ik bij Nafi Thiam wel getwijfeld, ik had al zo’n voorgevoel dat ze héél dicht zou eindigen ;-).

Maar er was een tijd dat ik de ochtendshiften wel voor mijn rekening nam (tijdens de Olympische Spelen, de US Open en de Australian Open). In het prille begin zat ik dan al om 6 uur ’s morgens op een uitgestorven werkvloer in mijn eentje te werken: een paar tv’s op sport, de actualiteit opvolgen en bijwerken. Later kon ik van thuis uit werken en zat ik al om 5 uur aan mijn bureau. Of met de laptop voor tv en dan een wedstrijd volgen, noteren en een verslag schrijven, reacties weergeven en sms’jes uitsturen.

En neen, ik ben absoluut geen ochtendmens, maar op die momenten, als het ’s nachts nog donker was buiten, als iedereen nog sliep, kon ik er zo van genieten om in mijn eentje te werken, door te peren en te zorgen dat alles bijgewerkt was tegen het moment dat de rest van de wereld zou ontwaken. Ik was erbij, ik beleefde het daar én dan, terwijl buiten de zon opkwam en de wereld stilaan ontwaakte. Deelnemen aan dat moment, ook al was het dan thuis (in mijn pyjama) voor tv. Fijn was ook het ogenblik dat de dochters ontwaakten, naast mij kwamen zitten en vroegen: “Hoe is het nu met Clijsters, mama? Heeft ze gewonnen? En Henin?”

Dat ik achteraf uitgeteld was en toch wel even recuperatietijd nodig had van mijn nachtelijke escapades, daaraan dacht ik deze morgen in de trein uiteraard niet. Dat het ook de piek- en stressmomenten waren in onze job en dat het toch wel serieus doorwerken was, daar hield ik deze morgen ook geen rekening mee. Even zag ik mezelf daar terug zitten en dacht ik: “dat waren nog eens tijden”.

Maar dan ontmoet je je afspraak van de dag, heb je een productief gesprek, zit je vol ideeën om je gezamenlijk project aan te passen en te verbeteren en ga je met een voldaan gevoel naar huis, klaar voor het allerlaatste olympische weekend en nog één Belgische medaille. Toch?

20160818_214759[1]_mini (1)