La vita è bella – Italië 2018

Een zonnige zondag in oktober. Terwijl de indian summer voor gekke herfsttemperaturen zorgt in België, blikken wij nog even terug op betere tijden. Dit jaar keerden we voor onze zomervakantie terug naar ons oude, vertrouwde Italië. Ja, het was intussen al de zesde keer dat we naar dat prachtige land trokken, maar het blijft thuiskomen. Het is nog steeds grote liefde voor het land van de stralende zon, de zalige pizza & pasta en de heerlijke gelati. Al vele jaren zit Italië diep in mijn hart en ik heb de microbe duidelijk doorgegeven aan de dochters. Naast ons geliefde Toscane stond er ook ditmaal weer een nieuwe streek op ons ontdekkingsprogramma: Umbrië.

BolognaOnze eerste echte stop was Bologna. Heel lang geleden – toen ik nog studeerde en een zomermaand uitwisselingsstudent was – brachten we een bezoekje aan Bologna, de oudste universiteitsstad van Europa. Veel herinner ik me niet meer, en dus waren we toe aan een hernieuwde kennismaking. Ik had hoge verwachtingen, maar Bologna was rommelig en een beetje (veel) verwaarloosd. Vergane glorie. De dochters deelden mijn mening echter niet; zij vonden het er vooral heel erg gezellig en de oudste zag zich al op Erasmus in deze stad. Het was diploma-uitreiking toen wij er waren: de nieuwbakken afgestudeerden liepen, mooi opgekleed met laurierkrans op het hoofd, door de stad. Wel grappig was dat deze laureaten hun diploma gewoon op straat vierden met de nodige flessen prosecco, in gezelschap van familie en vrienden.

VolterraDe volgende halte was Volterra in “ons” Toscane. Volterra is het dichtstbijzijnde stadje bij ons verblijf. Het is een Etruskische stad en niet héél erg groot. Wij vinden het er zeer aangenaam toeven. Na 6 trips weten we perfect wat er te zien is, waar we moeten zijn om heerlijk en goedkoop te eten en waar ze de allerbeste ijsjes verkopen. Bovendien is er ergens in het stadje ook een krantenwinkel waar ze af en toe zelfs eens een Vlaamse krant verkopen. Volterra heeft ons hart gestolen, het is sowieso een verplichte halte als we in Toscane verblijven.

San GimignanoAangezien we ditmaal maar een week in Toscane verbleven en niet de tijd hadden om alles (opnieuw) te bezoeken, moesten we keuzes maken. Geen Firenze of Siena deze keer, maar wel San Gimignano. San Gimignano is écht wel de moeite, maar ook héél erg toeristisch. Ga dus zeker op tijd (liefst vroeg in de ochtend of laat in de namiddag) zodat je de grootste drukte toch enigszins kan vermijden.

ArezzoNa een weekje uitrusten in Toscane was het tijd om op ontdekking te gaan in Umbrië. Wat minder toeristisch dan het naburige Toscane en dat was vooral aan de wegen te merken. Ook al zijn we in België toch ook één en ander gewend, het was heel vaak de adem inhouden als we over de wegen in Umbrië hobbelden. Arezzo, “la vita è bella”, lag niet zo ver van ons verblijf in Umbrië, maar blijft wel een Toscaanse stad. Ontzettend schoon! Een absolute aanrader. Het centrale pleintje is één van de schoonste piazza’s die ik in Italië al ooit zag. Niet groots of overweldigend, maar o zo mooi.

AssisiDe parel in Umbrië is absoluut zeker Assisi, bekend van Franciscus van… En ja, uiteraard bezoek je het klooster waar de Franciscanen en de Clarissen (een mannen- en vrouwenorde) broederlijk en zusterlijk naast elkaar leefden. Ook de basiliek van Franciscus van Assisi kan niet op je to do-lijstje ontbreken (aan de drie “kerken” boven elkaar). Maar het is ook gewoon een fantastisch mooie stad. Een witte stad op de heuvel met erboven nog de restanten van wat ooit een imposante burcht moet geweest zijn (de Rocca Maggiore). Overweldigend. Nog steeds een belangrijk bedevaartsoord en ook daar kan je niet naast kijken: het aantal paters en nonnen dat je daar op die kleine oppervlakte tegen het lijf loopt, is ongezien.

PerugiaOnze laatste halte in Umbrië was provinciehoofdstad Perugia. Was het de stad te veel? Was het het contrast met het prachtig witte Assisi een dag eerder? Feit was dat Perugia ons eigenlijk tegenviel. Volgens het toeristisch boekje zouden we het schoonste plein van Italië – volgens de Italianen zelf – moeten vinden, maar dat bleek toch een serieus overstatement te zijn. Zo erg zelfs dat we ons op het plein in kwestie stonden af te vragen of “dat het was?”. Misschien bleek er nog wel ergens een ander prachtig plein verscholen in de stad. Een uur later hadden we de stad doorkruist en stonden we weer bij ons vertrekpunt. Het feit dat we op zoek naar onze parking grandioos verkeerd gereden waren (het stadscentrum in – wat niet mag tenzij je “toelating” hebt) en we bij het zoeken naar de uitweg een paar heel smalle straten passeerden waarbij ik de ogen dichtkneep en duimde dat onze auto er heelhuids van af kwam, zal ook niet bijgedragen hebben tot onze liefde voor de stad 😉.

Het was alweer een prachtige reis. Italië is en blijft een fantastisch land en ooit keren we er zeker terug. Er valt nog zoveel te ontdekken en Toscane blijft onze favoriete vakantiebestemming. Maar volgend jaar zoeken we andere oorden op. Een bestemming hebben we nog niet, laat de suggesties maar komen 😉.

Stommiteiten: de slang in het bidet

IMG_6433Terugkeren naar een plek waar je al eerder je vakantie doorbracht, heeft zijn voor- en nadelen. Een van de nadelen is dat je de legendes van de plek al kent. Zo doen er al jaren geruchten de ronde dat er rond onze agriturismo wel eens slangen te zien zijn. Niet zo onnatuurlijk voor het Italiaanse platteland, maar laat mij nu niet meteen dol zijn op dat soort reptielen.

Jaarlijks zijn er wel gasten in ons huisje die bij hoog en bij laag beweren “een slang of een adder” gezien te hebben. Dat is ons echter nog nooit overkomen. Maar ik hou mijn ogen wijd open en ik verwittig de kinderen elk jaar opnieuw om toch alstublieft voorzichtig te zijn bij het spelen en geen verstopplaatsen te zoeken in de struiken of het lange gras.

Toen we dit jaar na een lange tweede rijdag arriveerden in ons huisje, konden onze dames niet snel genoeg hun koffer uitpakken, hun bikini’s aantrekken en het zwembad opzoeken. Hun ouders, die de files meer dan hun lief waren getrotseerd hadden, waren wat trager. Wij pakten op ons gemak uit en organiseerden ons huisje naar onze wensen. Daarna zochten ook wij ons zwemgerief bij elkaar om wat te gaan bekomen aan de rand van het zwembad.

Eerst nog even rustig gebruik maken van het gemak. Ik ga dus de badkamer in en wil me neerzetten als ik uit het bidet naast het toilet een paar oogjes zie priemen en een klein reptielenkopje zie opduiken. Paniek! Voor het eerst in 5 jaar zie ik dus ook de slang des huizes… en dan nog wel in onze badkamer. Wat doe ik in noodsituaties? Ik gil om de echtgenoot. Hij komt de badkamer in en ook hij ziet inderdaad een kopje opduiken uit het bidet. Het was dus geen fata morgana of mijn verbeelding die op hol sloeg na een lange vermoeiende autorit. Ook dat zou niet de eerste keer zijn. Mijn oplossingen: “doe er water in en verdrink het” of “doe het dekseltje dicht” oordeelde de echtgenoot niet als diervriendelijk of realistisch. En dus haalt hij het dekseltje eraf en zien we allebei dat één van de vele hagedisjes om god weet welke reden zijn toevlucht gezocht had in ons bidet.

De echtgenoot – mijn held – pakt het hagedisje uit ons bidet en geeft het buiten aan ons huisje zijn vrijheid. Tot hilariteit van de Nederlandse onderburen. Tegen dat de echtgenoot met het beestje buiten was, had het glibberige diertje zich immers uit zijn hand gewrongen en op zijn arm genesteld. En dus kreeg de echtgenoot het nog niet meteen vlotjes van zijn arm.

Enfin, de rest van de vakantie in Toscane is rustig verlopen. Al heb ik het dekseltje van het bidet wel braafjes dicht gehouden om verdere ongenode gasten in onze badkamer te vermijden. En gelukkig heeft ook de slang des huizes – die door andere gasten alweer gesignaleerd werd – zich niet aan ons geopenbaard ;-).

Toscane: de geliefde bekende.

Onze eerste week vakantie in Italië brachten we door in Toscane, intussen al voor de vijfde keer. We kennen de streek, we kennen onze agriturismo, we kennen de eigenaar, we kennen zelfs de stadjes in de omgeving. En toch verveelt het niet. Toch is het telkens opnieuw de eerste bestemming die de kinderen opperen wanneer we over onze vakantieplannen beginnen te praten.

Het is er mooi weer. In de vijf jaar dat we er logeerden hebben we er anderhalve dag minder weer gehad. Het heeft er ooit eens een nacht en een voormiddag gestormd. Dat was de avond van de halve finale tussen Nederland en Argentinië op het WK 2014 in Brazilië en de echtgenoot was samen met onze Noorse vriend de heuvel op geklommen om de match te gaan bekijken. Het werd een lange match, want het draaide uit op verlengingen en strafschoppen en eigenlijk bleek er die avond ook niet veel te zien, vertelde de echtgenoot achteraf. Het onweer dat we in de verte hoorden rommelen, kon niet op het einde van de match wachten. En dus moesten de echtgenoot en de Noorse vriend de heuvel af in hels weer. Een zanderige steile heuvel verandert na een regenbui in een gladde, glibberige modderpoel. Een halfuurtje na de match stond er dan ook een modderduivel voor de deur van ons appartementje. Door en door nat en verschrikkelijk vuil. De volgende morgen was het grijs, viel er nog wat regen en was het vooral héél erg winderig. Geen zwembadweertje dus. De enige mindere dagen in de 8 weken die we er al doorbrachten.

Je ontmoet er fijne mensen. Ergens terugkeren waar je al geweest bent, zorgt ervoor dat je weleens mensen opnieuw tegenkomt die er een jaar eerder ook al waren. Dat kan meevallen, dat kan tegenvallen, maar in ons geval was het een fikse meevaller. Toen we er het eerste jaar logeerden, ontmoette de jongste een Noors meisje, waar ze een hele week mee doorbracht. Ook tussen beide ouderparen klikte het. Intussen brachten we al voor de vierde keer tijd samen door in Toscane en het blijft telkens opnieuw een fijn weerzien. Voor ons hoort het intussen bij Toscane: Noorse ontmoetingen. Ook de oudste vond dit jaar aansluiting bij een internationaal groepje jongeren. Er werd lang gebabbeld, er werd genoten van elkaars gezelschap. Maar er is ook een keerzijde: het maakt het moeilijker om te vertrekken. Dit jaar vertrokken wij als eersten. Zij zouden nog een weekje blijven. En dan is het moeilijk om de knop om te draaien, zeker als het fijne dagen waren. Dan vloeien er wel eens traantjes bij de dames des huizes.

Het bekende geeft rust. Weten waar je terecht komt, weten hoe ver je moet rijden, waar de winkels zijn, welke stadjes je opnieuw wil bezoeken, waar je lekker kan eten voor een eerlijke prijs, dat geeft mij rust. Ik heb soms echt wel last van reisstress: de lange rit, het pakken, hoe zal het er zijn: is het (min of meer) proper, zal er gezelschap zijn voor de kinderen, is het er rustig genoeg om goed te kunnen slapen? De avond voor we voor het eerst alleen met ons gezinnetje naar het buitenland zouden trekken, stelden ook onze dochters de vraag “of het allemaal wel zou meevallen en of ze wel andere vriendjes zouden ontmoeten”. Hier weten we zeker dat er andere kinderen zullen zijn, dat de communicatie na een paar dagen toch op gang komt en dat het allemaal wel losloopt. Voor mij is de vakantie dan ook geslaagd als ik mijn meisjes zie genieten. Als ze contact leggen, als ik hen hoor praten en spelen. Als ze ’s avonds niet lang genoeg buiten kunnen blijven “want de anderen zijn daar ook nog”. Als ik hun ogen zie blinken na alweer een geweldige dag. Als een uitstapje niet per sé hoeft, “want de rest blijft vandaag ook hier en we hadden afgesproken”…

De feestjes zijn zalig én lekker. 3 keer per week organiseert de eigenaar een feestje in het hoofdhuis, waar alle gasten welkom zijn. “Welcome party, pizza party en pasta party”. Het eten is eenvoudig, maar overheerlijk. Bovendien wordt er gedanst, gezongen, of samen naar het EK voetbal gekeken. Het is een geweldige ijsbreker, zeker als blijkt dat je voor én na de feestjes allemaal samen diezelfde heuvel moet beklimmen of afdalen. De beste manier om in contact te komen, om kennis te maken of om bij te praten. Voor een mama is er niks mooiers dan de dochters voor of achter haar zien of horen tateren.

Ze spreken er Italiaans. Ik weet dat bovenstaande dingen ook elders te vinden zijn, in Frankrijk, Spanje, Griekenland, Portugal of een eilandje in de Middellandse Zee. Maar hier komt de Italianist in mij 2 weken aan zijn trekken. Italiaans horen, pogingen doen om het te spreken, ik geniet ervan. Het hoort bij vakantie. Engelse antwoorden krijgen omdat ook zij hun vreemde taal willen oefenen en omdat ze blijkbaar héél erg duidelijk horen dat je toerist bent, nemen we er dan maar bij.

Voor ons is Toscane rust en genieten. Al 5 jaar lang. Al wordt het nu misschien wel tijd dat we een ander stukje wereld zien. De echtgenoot heeft het soms wel wat gehad met de Italiaanse chaos, het domani-principe (morgen is er nog een dag), het verkeer, de heuvels (het draaien en keren, de concentratie), altijd weer pizza en pasta of ijsjes. Misschien wordt het nu echt wel tijd om onze Noorse vrienden in eigen land een bezoekje te brengen ;-).

Toscane 2016

Onverhoopt nieuws uit het Noorden

De voorbije jaren vierden wij telkens vakantie in “la dolce Italia”. Op aansturen van de vrouwen des huizes en die hadden daar alledrie zo hun eigen redenen voor. De zon, het lekkere eten, de schone landschappen, de gezellige steden, de Italiaanse taal, de ontspannen manier van leven, gelati, schoenen… om er maar een paar te noemen. Voor de jongste was de belangrijkste reden echter haar Noorse vriendinnetje dat ze er een paar jaar geleden had leren kennen.

5 jaar geleden gingen wij voor het eerst naar Toscane. We kwamen er terecht in één van de vele agriturismi die de streek rijk is en onze dames beleefden er 2 fantastische weken. We hadden er ongelooflijk veel geluk met onze collega-vakantiegangers: een hele troep kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd en het klikte. Ze vormden een gezellig groepje met Vlamingen, Nederlanders, Noren, Zweden,…  Ze zetten samen het zwembad op stelten, ’s avonds speelden ze tot in de late uurtjes verstoppertje. Tot wij, de grote spelbrekers, hen binnenriepen. Het was altijd te vroeg en het kon de volgende dag niet snel genoeg gaan om de vriendjes terug op te zoeken.

Na de eerste week vertrokken er een aantal gezinnen, maar een Noorse familie bleef net als wij de volle 2 weken. Het klikte tussen de meisjes, en vooral tussen onze jongste en hun oudste. Al hadden ze soms nog vertaalhulp van de papa’s nodig bij hun onderlinge communicatie, toch speelden ze een hele week samen. Afscheid nemen was dan ook zwaar. En dus wisselden we adressen en Facebook-gegevens uit en stuurden we een nieuwjaarskaartje.

De volgende zomer bleven wij thuis. Zij keerden terug, dat zagen we op Facebook. Het was heel erg verleidelijk en een zomer later trokken ook wij opnieuw naar Italië. De avond voor ons vertrek sprak de jongste de hoop uit om haar vriendinnetje terug te vinden, maar wij zetten haar met beide voetjes terug op de grond. Dat die kans toch héél erg klein was, maar dat ze zeker wel andere vriendinnetjes zou vinden en dat we er sowieso een fijne vakantie van zouden maken met ons viertjes. Groot was onze verbazing toen we arriveerden en vrijwel onmiddellijk de Noorse familie weer tegen het lijf liepen. En alweer werden het gezellige weken.

Een jaar later spraken we af en brachten we opnieuw een week samen door. Het werd zo stilaan een traditie. Eentje waar we eigenlijk al naar uitkeken. Stilaan maakten we ook plannen om zelf eens naar Noorwegen te trekken én hen daar een bezoekje te brengen. Vorig jaar trokken wij terug naar Italië, maar wisten we op voorhand dat onze Noorse vrienden er niet zouden zijn. Het was een beetje vreemd, het voelde toch anders. En dus maakten we vorig jaar in Italië plannen om dit jaar eens naar het Hoge Noorden te trekken: Kopenhagen en dan verder naar Noorwegen.

Onze verbouwplannen gooiden echter roet in het eten. Dit jaar investeren we in ons huis en dus besloten we na familieoverleg om nog een allerlaatste keer terug te keren naar het vertrouwde adresje. De echtgenoot stuurde een berichtje naar de Noren en liet hen weten dit jaar jammer genoeg niet in Noorwegen te raken, maar onze zomer opnieuw in Toscane door te brengen. Groot was onze verbazing toen we deze week, laat op de avond, een berichtje kregen uit het hoge Noorden. Dat ze ons maar al te graag opnieuw ontmoeten “onder de Toscaanse zon”.

De jongste sliep al. Even dachten we het stil te houden en hen te verrassen in Italië, maar zo lang zou ik écht niet kunnen zwijgen. En dus mocht ik ons kleintje de volgende morgen wakker maken met de woorden “Weet je van wie we gisteravond een berichtje kregen via Facebook?” Ze raadde eigenlijk van de eerste keer juist. “Komen ze terug? Echt waar?” Haar gezicht sprak boekdelen. Wat een fijne manier om de dag te beginnen! En met de lente in het land, het zonnetje dat (eindelijk) een klein beetje zomergevoel bracht, en het onverwachte Noorse nieuws, zaten wij deze week allemaal toch een beetje met ons hoofd in Italië. Laat het aftellen beginnen ;-).

toscane

San Gimignano zien en dan sterven…

Na 4 jaar Toscane hebben we de meeste Toscaanse steden wel bezocht. Ze zijn allemaal het bezoeken waard, maar wij hebben wél een duidelijke voorkeur. Wat vinden wij belangrijk bij het ontdekken van een nieuwe stad? Er moet iets te zien zijn, je moet er lekker kunnen eten (liefst ook een zalige gelato in de namiddag) en we slenteren ook graag wat door de (winkel)straten, op zoek naar leuke souvenirs. Echt shoppen doen wij nagenoeg nooit op vakantie: we zijn dus niet op zoek naar de stad met de ruimste keuze kleding- of schoenenwinkels (alhoewel 😉 ) maar een leuk hebbedingetje of een juweeltje kunnen we wel appreciëren…

San GimignanoSan Gimignano heeft absoluut ons hart gestolen. De stad met de vele torens. In de Middeleeuwen zouden er een dikke 70 geweest zijn, nu zijn er nog een 15-tal over. Naar ’t schijnt heeft dat iets te maken met stoffen en kleuren (ze zouden hun weefsels te drogen gehangen hebben aan die torens) maar ik vond de verklaring dat de verschillende Italiaanse families hun eer wilden verdedigen door de grootste te bouwen, veel leuker. Het is een relatief klein stadje, met vele smalle straatjes. Leuke winkeltjes én de wereldkampioenen gelati (2006-2007 of zo) op het centrale marktplein. Als je het wil bezoeken, ga je wel best vroeg in de voormiddag. Na de middag wordt het immers overspoeld door toeristen en dan kan het echt wel druk worden in de paar smalle straatjes.

VolterraOok Volterra draagt onze voorkeur weg. Het is vanuit ons huisje het dichtstbijzijnde stadje. Waar we dus (snel) boodschappen gingen doen in de Coop of de Conad. We gingen er graag iets eten (op de Piazza XX Settembre) en de ijsjes waren er ook heerlijk (vooral de meringata). Het was voor ons the place to be om wat cadeautjes te scoren. Verder heb je er nog een Etruskisch museum en een Romeins theater.

Moet je verder zeker ook gezien hebben:

SienaSiena. Het mooiste plein van Toscane: “de schelp”. Prachtige Duomo ook. En zalige gelati. Van waar wij logeerden wel een zware weg heen en terug. Siena ligt midden in de heuvels én het is een lastig draaien en keren op het einde. De jongste werd steevast misselijk in de auto. Overigens ook ooit midden in een zwaar onweer gezeten toen we terugkeerden van Siena. Samen met een Duitse wagen veiliger oorden opgezocht langs de kant van de weg tijdens een helse regen- en hagelbui. Waar de Italianen zich natuurlijk niets van aantrokken, want die vlogen ons gewoon voorbij. Achteraf tot onze verbazing geconstateerd dat die hagelbollen (zo groot als dikke knikkers) toch geen schade aan de auto gemaakt hadden (wat we aan het geluid te horen écht wel vreesden)… Om dan ’s avonds met een straf verhaal in ons huisje terug te keren want daar hadden ze helemaal geen onweer gehad…

PisaPisa. De Piazza dei Miracoli moet je gewoon gezien hebben. Je bent niet in Toscane geweest zonder de scheve toren gezien te hebben. Overigens zijn de Duomo én het Battistero minstens even magnifiek als de scheve toren. En het blijft hilarisch om al de toeristen op een rijtje dezelfde foto te zien maken…

FirenzeFirenze. Misschien wel het hoogtepunt van Toscane. Toch wel de meest adembenemende Duomo. Daarnaast vind je er nog de David (een replica buiten, de “echte” ergens binnen), de Ponte Vecchio, het Uffizi, met een beklijvende verzameling (Renaissance-)schilderkunst. Maar Firenze is druk en heet in de zomer. Wij zijn dit jaar op zondag naar Firenze getrokken en toen we arriveerden (rond 10.00 uur) was het even relatief rustig, maar dat heeft amper een uurtje geduurd. En daarna loopt Firenze vol. Met groepen toeristen, geleid door gidsen met parapluutjes met linten aan. Aan de Duomo is er al snel geen doorkomen meer aan (de wachttijden om de Duomo binnen te gaan lopen zeer snel op) en ook voor het Uffizi stond er al een rij van anderhalf uur. Die kan je wel vermijden door 4 euro extra te betalen én te reserveren. Dan schuif je amper 10 minuten aan én krijg je een uur waarop je binnen mag. Maar ook in het museum zelf is het druk, vooral bij de topstukken (de Geboorte van Venus én de Primavera van Botticelli of de Heilige Familie van Michelangelo).

Ook het Palazzo Pitti en de bijhorende Boboli-tuinen zijn écht wel een bezoekje waard.

Voor de jongste was het hoogtepunt échter de Disney-winkel 😉 En de mama vond hier dan eindelijk toch haar platte sandalen, in de uitverkoop bij Nero Giardini 😉 De oudste had het niet echt op de groepen Chinese toeristen, die haar telkens opnieuw aanliepen. Zo bezig met het fototoestel, dat ze gewoon niet keken waar ze liepen (en een sorry of scusa kon er niet vanaf…).

MonteriggioniMonteriggioni. Leuk ommuurd Middeleeuws stadje net voor Siena. De stop echt wel waard. Héél klein (een marktpleintje met een paar hele kleine straatjes rond), maar heel authentiek. Lekker gegeten ook ;-).

Lucca

Lucca. Was ons heel erg aangeraden, vonden wij zelf net iets minder: druk en vooral benepen. Volledig omwald en je kan ook op de muren lopen. Als je naar de toegangspoorten wandelt, is de stad écht indrukwekkend om te zien liggen. Een schattig verborgen stadspleintje. Je moet precies iemands poort door en je denkt op een stadstuintje te zullen botsen, maar dan zit je ineens op een volledig omringd pleintje. Misschien hebben we gewoon een verkeerd – te druk en te heet – tijdstip uitgekozen voor Lucca en moeten we (ooit) zeker voor een tweede kans gaan.

MilaanMilaan (uit Lombardije). De ontdekking van deze reis. Milaan was al 2 keer onze slaapplaats geweest op weg naar Toscane. 950 km ver, dus de ideale plek om te overnachten vooraleer de laatste 400 km aan te vatten. Dit jaar besloten we al op woensdag af te reizen en 2 dagen Milaan toe te voegen. En dat was wel de moeite. Het stadscentrum is écht wel mooi. Opnieuw een bijzondere Duomo. De Galleria Vittorio Emanuele II (met de vele luxewinkels) moet je zeker passeren. Je mag de luxewinkels (in tegenstelling tot bijvoorbeeld op de Champs Elysées in Parijs) ook gewoon binnen. Er is wel bewaking, maar alles verloopt met die typisch Italiaanse gemoedelijkheid.

Een pareltje is ook de Scala, het beroemde Opera-gebouw in Milaan. Je betaalt voor het museum, maar dat was niet zo bijzonder. Maar dat ticket geeft je ook toegang tot de Opera zelf. En die is écht schitterend. Helemaal de Sissi-film 😉 Wij werden er zowaar allemaal stil van.

Expo2015: BelgiëOnze tweede dag in Milaan brachten we door op de wereldtentoonstelling, Expo2015. Thema dit jaar was “duurzaam voedsel”. Ik ben blij dat we het gezien hebben, er waren écht wel een paar leuke paviljoenen bij (het Belgische!), maar ergens had ik meer verwacht. Naar aanleiding van 50 jaar Expo ’58 had ik een aantal boeken gelezen en zo’n niveau haalt de Expo intussen jammer genoeg niet meer. Het is niet meer dat venster op de wereld dat het toen volgens de overlevering wel was. Of misschien zijn we in onze moderne tijden gewoon verwend ;-).

Voor ons was dit de vierde keer Toscane. Voorlopig was het de laatste keer, want voor volgend jaar hebben we Noorse plannen 😉 We gaan het wel missen: de zon, het lekkere eten, de gelati, de rust, het Italiaans, de stadjes,… Maar wie weet… binnen een paar jaar…

What happens in Tuscany…

IMG_4859Net thuis van 3 weken Italië. 3 dagen Milaan, 2 weken Toscane. Batterijtjes volledig opgeladen! We hebben genoten van de mooie steden, het stralende zonnetje (hittegolf tot 40 graden), het heerlijke Italiaanse eten, van de rust en van elkaar.

Tijd voor een eerste korte terugblik.

Wat we nu al missen:

  • De rust. De afwezigheid van geluid in de Toscaanse heuvels. Twee weken geen uurwerk hoeven te dragen. De tijd leren inschatten aan de hand van de stand van de zon. Leven op je instincten: opstaan als je wakker wordt, eten als je honger krijgt
  • De Italiaanse klok. Feestje om 17.00 uur betekent dat je tegen 18.00 uur arriveert en dan ben je nog ruimschoots op tijd. Wat voor ons Noord-Europeanen een moeilijke aanpassing is. Want wie zit er dan om 17.15 stipt te wachten op zijn eten? Juist, de Belgen en de Nederlanders…
  • Toscaans etenHet zalige Italiaanse eten. Wij hadden het ongelooflijke geluk te logeren in een agriturismo waar er een paar keer per week eten gekookt werd. En dan blijken de simpelste dingen gewoonweg overheerlijk. Een pizza met ajuin, op smaak gebracht met peper, zout en uitstekende olijfolie. Pasta alla verdura, pasta met groenten: geen room, geen kunstmatige smaakstoffen, enkel ui, courgette, aubergine, paprika en kruiden.
  • Zon en zwembad: de kinderen spelen, zwemmen en spetteren, de mama koelt af en leest boeken.
  • Het internationale gezelschap. Onze eerste week was zalig. Met een tiental gezinnen samen uit alle hoeken van Europa. Deense families, een Vlaams en een Waals gezin, aangevuld met Duitsers en Nederlanders. Aan de praat raken met een Deen over de grexit en de speech van Verhofstadt. De kinderen “coucou” zien/horen spelen ’s avonds: aftellen in het Engels en dan verder horen “c’est qui? Wie is het?”
  • Gelati! Gingen we nu op stadsbezoek om een ijsje te kunnen eten of om een stad te ontdekken?
  • Italiaans spreken/horen. Toen we 4 jaar geleden voor het eerst naar Italië trokken werd ik consequent in het Engels beantwoord als ik een poging deed om mijn Italiaans op te frissen. Dat is intussen gelukkig achter de rug. 4 vakanties in Italië hebben toch iets van het aangeleerde teruggebracht.
  • Au revoirHet taalbad Frans (voor de kinderen). Onze dames sloten vriendschap met 2 Waalse meisjes en brachten hun Frans in de praktijk. Bij de jongste was dat na amper 1 jaartje Frans nog met wat hulp van de zus en de mama, bij de oudste ging dat al verbazend vlot. Al vond zij het met momenten vooral frustrerend: “je dis quelque chose et après je pense, mais non, c’est une faute!” En, “de moeilijke dingen die ken ik nog, mama, maar de simpele dingen ben ik vergeten. Ik weet nog wat “genou” is en “épaule”, maar “been” ben ik vergeten.”Toen ze dit op de laatste avond ook aan Margot en Eléa vertelde, antwoordde de mama van beide meisjes: “Si moi je parlais le Néerlandais comme tu parles le Français, je serais vraiment contente.” Je had onze oudste moeten zien glunderen.

Wat we niet missen:

  • De Italiaanse chauffeurs. Er zijn maar 2 mogelijkheden: of je hangt in hun gat, of zij hangen in jouw gat. Met andere woorden: of jij rijdt te traag, wat ferm op hun zenuwen werkt, ze komen in je gat hangen en ze steken je voorbij op momenten dat jij dat echt niet vindt kunnen. Of ze rijden in zo van die halve autootjes (waarmee je niet meer dan 40 of zo kunt) en dus hang jij in hun gat, te wachten op het moment dat jij hen voorbij kunt steken, wat in de Toscaanse heuvels écht wel lang kan duren 😉
  • Het rijden in de Toscaanse heuvels. Een plat land heeft toch wel iets. Dat herinneren we ons elke keer opnieuw nadat we voor het eerst boodschappen gedaan hebben in Toscane. Want dat betekent: heuvel van het huisje helemaal af naar beneden (met scherpe bochten en serieuze afdalingen), heuvel van het stadje helemaal op naar boven (met alweer haarspeldbochten en scherpe klimmetjes)… Laat je nooit misleiden door Toscaanse afstanden. 20 km is géén twintig minuten rijden!
  • Een overdaad aan Belgen/Nederlanders. Wij genieten van de mix der nationaliteiten in ons vakantiehuisje, maar als de vakantie der Nederlanders/Belgen echt begonnen is, durft er wel eens een overdaad aan Belgen of Nederlanders opduiken. En om één of andere reden is het subtiele evenwicht weg als één nationaliteit de bovenhand haalt. We hebben het twee jaar geleden al eens meegemaakt in een Belgische week, dit jaar beleefden we een Nederlandse week. En dat leidt tot minder rust. We zijn onder ons, dus we voelen ons thuis. Het volume aan het zwembad gaat de hoogte in, de spelletjes worden luider en heviger, de kinderen worden minder kort gehouden…De kinderen spelen ook niet in één grote groep, maar vormen kliekjes. Op onze laatste avond was er een feestje in het centrale gebouw. Maar zowel wij, als het Finse en Deense gezin hadden het feestje al snel voor bekeken gehouden en waren naar ons huisje teruggekeerd. Waar het opmerkelijk rustig was. En dat viel op, bij alle ouders. En dus werd er nog snel van geprofiteerd om in alle kalmte nog even te gaan zwemmen…

En dan kom je terug in België en dan regent het… Laat ons zeggen dat het even aanpassen was na 3 weken Italiaanse hittegolf 😉