Over tifosanele

Vrouw, mama, zot van sport, lezen, tv, eten en Italië

Loslaten…

Situatie één. Sinds een tijdje blijven de dochters af en toe een avondje of dag alleen thuis als hun oudjes nog eens een stapje in de wereld zetten. Dat liep de allereerste keer niet helemaal van een leien dakje, er sneuvelde in een popcorn-experiment al een kookpot, maar onze meisjes worden er hoe langer hoe beter in. Terwijl hun ouders een dagje cultuur opsnoven in Waterloo en een fijne dag met vrienden hadden, fabriceerden de dames hun eigen lunch en diner (en bleek de keuken nog intact). Meer nog, bij wijze van verrassing hadden onze meiden het huis opgeruimd en de was gesorteerd. Het was een aangename thuiskomst en een klein steekje in mama’s moederhart, “want ze worden nu toch écht wel groot”.

Situatie twee. Onze oudste is aan haar laatste middelbaar bezig. Een speciaal jaar. Er komt een afscheid en er volgt een nieuw begin. Er is een heel studiekeuze-traject, met ook open lesdagen in de herfstvakantie. Onze oudste had twee dagen universiteitslessen gepland. Op dag één mocht mama haar nog vergezellen (soms denk ik dat ze dat vooral doet om mij een plezier te doen 😉) en was het allemaal toch nog spannend. “Waar moet ik dan gaan zitten? Wat moet ik daar dan juist doen?” Ik mocht met haar mee tot aan het lesgebouw, maar verder zou ze het wel alleen uitzoeken, wegens “gênant”. Maar ik zag haar van buiten wel in haar eentje de trap opgaan. “Mijn” trap, waar ik 27 jaar geleden dezelfde les volgde. Dat is zo’n raar gevoel: het was “mijn” ding, maar nu neemt zij het over. Twee uur later stond ik haar vol ongeduld op te wachten en “was het allemaal best meegevallen”. Had zelfs één van de eerstejaars haar iets over de les gevraagd en was zij vooral blij dat ze niet gezien hadden dat ook zij een groentje uit het middelbaar was.

Dag twee van de open lesdagen vertrok ze met vriendinnen en redde ze zich in haar eentje. Ze sprak met eerstejaars, zocht en vond haar weg. We zagen haar op die twee dagen letterlijk weer een stap zetten, weer wat groeien.

Situatie drie. Toen onze oudste 17 werd, ging ze meteen aan de slag voor haar theoretisch rijbewijs. Ze studeerde, oefende en slaagde. Ze besloot om ook ineens door te zetten zodat ze nog voor haar studies haar rijbewijs op zak kan hebben. De eerste rijlessen werden gepland en dus leerde haar papa haar al starten, stoppen en schakelen. Dat deed ze best goed, oordeelde de papa. En zo ging ze deze avond voor het eerst de rijweg op, met een instructeur. En reed ze voor het eerst “70, mama, in vierde”!

Het gaat plots allemaal zo snel. De mama staat erbij, kijkt ernaar, moedigt aan en laat los. Met pijn in het hart. Met de herinneringen in het achterhoofd aan dat kleine baby’tje dat ons voor het eerst ouders maakte. Is dat al 17 jaar geleden? Het is nog maar 17 jaar geleden! En ja hoor, we zien héél goed dat onze “kleine” meid opgroeit, volwassen wordt, verantwoordelijk is. We hebben er vertrouwen in dat ze aankan wat er op haar pad komt. Ze is krachtig, ze is vinnig en ze is er zo aan toe, aan die volgende stappen in haar ontwikkeling. Misschien heeft ze af en toe nog eens een zetje nodig, maar dan zijn wij haar trouwste supporters.

Alleen kan de mama diep vanbinnen niet altijd volgen. Mag het voor haar eigenlijk nog lang hetzelfde blijven en wil ze haar meisjes liefst nog héél lang thuis houden. Maar dan voelt ze de tijd door haar vingers glippen. Want dat loslaten voelt soms alsof heel je hart eruit gerukt wordt. Bovendien valt de mama dan ook nog eens grandioos door de mand als ze dat voor haar dochters probeert te verstoppen. Gelukkig weten de dochters al sinds het afscheid voor de bos- of boerderijklassen dat mama op zo’n momenten wel eens “overdreven sentimenteel” kan zijn. Toen ze eigenlijk zelfs wat teleurgesteld waren als mama haar tranen wist binnen te houden tot de bus ook daadwerkelijk de straat was uitgereden…

 

 

Nummer 500

Een dikke vier jaar geleden, ergens in augustus 2014, schreef ik “Zot van sport” en publiceerde ik mijn allereerste blog ooit op het wereldwijde web. Nadat ik 15 jaar lang in de sportjournalistiek gewerkt had, miste ik het schrijven en bleek dit “bloggen” een mooi alternatief te zijn. Het was – zeker in het prille begin – wat zoeken naar mijn stem en het duurde even eer ik voor mezelf duidelijk had welk verhaal ik hier wilde brengen.

Er zat sport in de eerste berichten, er sijpelde af en toe eens wat onderwijs of Franse taal in een blogpost binnen, maar het merendeel schreef ik over mijn leven zoals het is. Veel kleine geluksmomentjes en geweldig schone reizen (Bella Italia of Noorwegen), maar ook een soms moeizame zoektocht naar een evenwicht tussen alle rollen in mijn leven. Waar mijn professionele ik af en toe eens keihard botst met de mama die ik wil zijn. Waar ik graag veel wil doen en me even vaak ergens in stort zonder dat ik er goed over nadenk en zonder dat ik dat agendagewijs goed gepland heb.

Ik ben hier soms keihard zoekende geweest, ik heb mezelf en mijn keuzes vaak in vraag gesteld, maar ik ben hier ook vaak gelukkig geweest en zie nog altijd het schone in de vele kleine dingen. Ik ben hier geregeld ook verontwaardigd, of boos, of strijdvaardig om onrecht dat ik lees, voel of hoor. Soms probeer ik nog steeds – op mijn eigen kleine manier – om een bijdrage te leveren aan een maatschappelijk debat en om zo een steentje in de rivier te verleggen.

Er waren reacties en gesprekken, heel vaak onder de blog. Meestal fijne en lieve reacties. Zelden was er eens kritiek en dan durfde ik daar ook wel eens mee in mijn maag zitten. Er waren virtuele en echte ontmoetingen. Mensen die hier kwamen lezen en bij wie ik ging lezen. Mensen met wie je na een tijdje afspreekt en waarbij het ijs verrassend snel breekt, omdat je elkaar al vaak virtueel ontmoette. Er waren mensen in het echte leven die mij (of de echtgenoot) aanspraken over wat ze op de blog gelezen hadden en dan voelde dat altijd een beetje onwennig. Het is mijn plekje en soms ben ik zelf verrast dat het gelezen wordt.

Het was hier ook wel eens een tijdje stil. Soms heb ik eens geen inspiratie, of is het gewoon te druk, of stormt het in mijn hoofd. Dan kan ik pas schrijven als ik zelf weer klaar zie. Maar na een paar dagen/weken of maanden borrelt het ineens weer en moet ik schrijven. Dan mis ik het vertellen, het vorm geven en het bijschaven. Dan mis ik het creatieve proces, dat witte blad dat langzaam weer gevuld raakt. Het verhaal dat langzaam maar zeker vorm krijgt.

500

En dan zit je ineens aan 500 blogs. 500 teksten, 500 verhalen, 500 keer blij, gelukkig, tevreden, boos, verdrietig, verontwaardigd of hoopvol. 500 keer gelezen door jullie. 500 keer reacties door jullie. 500 keer nagelezen door de echtgenoot. 500 keer geïnspireerd en gesteund door de dochters. 500 keer achter de computer, getikt, geschrapt, herschreven en uiteindelijk op “publish” geduwd. Hoe zot is dat?

Een gedroomde balans?

img_7145Wie mij al een tijdje volgt, weet dat ik hier ook wel eens een boompje durf opzetten over de niet altijd even geslaagde zoektocht naar een evenwicht tussen je werk en je gezin. Dit combinatiedossier was een paar jaar terug zelfs mijn voornaamste motivatiebron om lid te worden van Femma. Intussen zijn we wat jaartjes verder, hebben we wat professionele watertjes doorzwommen en durf ik – hout vasthouden – te stellen dat ik een zekere balans gevonden heb.

Dat evenwicht zit momenteel in een voltijdse betrekking, een beetje tot mijn grote verbazing, aangezien ik het grootste stuk van mijn professionele leven 4/5de heb gewerkt. We moeten eerlijk zijn, soms mis ik mijn vrije woensdag wel, maar het is niet enkel die vrije dag in de week die zorgt voor een goede balans. Al hielp dat rustpunt mij in drukke tijden wel om even op adem te komen en om er te kunnen zijn voor mijn toen nog jonge dochters. Maar de dochters groeiden op en ik zocht (en vond) een inhoudelijk uitdagende job met veel kansen op zelfontplooiing. Dat geeft ontzettend veel energie. Maar dat ik bijvoorbeeld twee dagen per week kan/mag thuiswerken, geeft ook rust.

Afgelopen week was toevallig wel een zware week. Niet alleen had ik een late  (weliswaar interessante) bijscholing op woensdag, bovendien werkte ik ook zaterdag op een vakbeurs. Zoals vaak denk ik daar op voorhand niet over na: als het interessant lijkt en ik kan iets bijleren dan ben ik er vaak als de kippen bij. Dat de agenda misschien al een beetje overvol zat (of uitpuilde), namen we dan maar voor lief. Het is trouwens toch bijna herfstvakantie, dan kunnen we ook even recupereren. Maar momenteel is het natuurlijk wel even pittig, want het weekend was wel héél erg kort en mijn normale huishoudelijke taken kreeg ik ditmaal uiteraard niet gebolwerkt.

Toen ik het er met mijn ouders over had, bleek dat zaterdagwerk voor hen ook geen onbekende was. Wanneer het precies was afgeschaft, wisten ze niet meer (het blijkt in 1971 geweest te zijn), maar in het begin van hun carrière was het de normaalste zaak ter wereld dat je ook op zaterdag ging werken en enkel op zondag rust had. Dat is uiteindelijk nog maar één generatie geleden. Mijn ouders hebben het dus meegemaakt dat er een werkdag geschrapt werd. Zij hebben mee sociale geschiedenis geschreven.

Het deed me achteraf hopen dat wij misschien de laatste generatie worden die vijf dagen werken. Wie weet wordt de vierdaagse werkweek voor mijn dochters wel het nieuwe normaal. Net zoals het in 1970 onmogelijk leek om van 6 naar 5 te gaan, lijkt het nu een onhaalbare droom dat we vier dagen per week zouden werken. Hoewel uit verschillende experimenten in bijvoorbeeld Zweden of Nieuw-Zeeland intussen al blijkt dat deze werkduurvermindering ontzettend veel voordelen heeft (werknemers zijn minder ziek en boeten absoluut niet in aan productiviteit, integendeel), lopen deze experimenten telkens weer stuk op het (zogenaamde?) financiële kostenplaatje (hoewel dat de Nieuw-Zeelanders niet heeft tegengehouden om het experiment in de praktijk om te zetten).

Een utopie? Misschien wel, maar dat belet Femma niet om de vierdagenweek ook in België een jaar lang uit te testen (ongelooflijk nieuwsgierig ben ik naar de bevindingen). Bovendien zouden Engelse vakbonden en zelfs de Labour-partij een vierdagenweek willen steunen, al werd dit al even snel weer ontkend. Jammer, want ik geloof dat dit radicale voorstel voor een ommezwaai zou kunnen zorgen en voor een betere balans tussen gezin en werk. Heel voorzichtig koester ik een stille hoop dat ik binnen een jaar of 20 aan mijn kleinkinderen kan vertellen dat “moeke” het ooit nog meegemaakt heeft dat er 5 dagen gewerkt werd. Hopelijk kunnen zij dan even raar opkijken als mijn dochters gisteren toen ze oma’s en opa’s wedervaren op een werkzaterdag te horen kregen…

Vijf op vrijdag: me-time!

Af en toe moet de riem er echt wel af. Na een zware werkdag, na een hele dag huishouden doen, opruimen of een dag handenarbeid, moet/mag je even aan jezelf denken, en wat tijd in jezelf investeren. Een nieuwe vijf op vrijdag, over de leukste me-time.

lezen

(www.someecards.com)

Lezen. Al sinds ik leerde lezen, is dit mijn favoriete ontsnappingsweg uit het dagelijkse leven. Een dikke 35 (?) leesjaren later is dat nog altijd het eerste dat in mijn hoofd opkomt als ik aan ontspannen denk. Even wegduiken in een goed boek en pas uren later “ontwaken” of “terug bij je positieven komen”. Dat is wat een mooi, spannend, grappig, pakkend,… boek nog altijd met me doet. Sommige boeken raken je zo ontzettend hard dat je er nog dagen mee in je hoofd zit. En alhoewel het fijn is en blijft om een boek in één ruk uit te lezen, is er ook wel iets voor te zeggen om deze hobby mooi te doseren. Elke morgen en elke avond een halfuurtje lezen op de trein en je hebt meteen alle beslommeringen van de dag uit je hoofd gewist.

Bakken. Het blijft een beetje magie: een paar ingrediënten mengen, in een blik gieten, in de oven schuiven en 45 minuten later haal je een heerlijke, goudgele cake uit de oven. Of je schuift er hoopjes deeg in en krijgt verrukkelijke cookies terug. Het was fantastisch om als kind te mogen toekijken hoe mijn ouders “toverden”, maar het werd nog fijner toen ik zelf mocht helpen of later zelf aan de slag ging. Het is het totaalpakket: je concentreren op een recept, het precieze afwegen van de ingrediënten, af en toe uiteraard ook eens proeven of de smaak wel goed zit en soms ook gewoon het fysieke afreageren als je sandwiches of pizza bakt en deeg moet kneden. Het is pure ontspanning en het is er alleen maar beter op geworden sinds ik dat met de dochters kan delen. Komt er nog bij dat je die baksels ook nog eens moet opeten natuurlijk. Zalig.

Sporten. We moeten eerlijk zijn: mijn sportenthousiasme is niet altijd even groot. Er zijn momenten dat ik er echt geen zin in heb. Dan ben ik te moe, of heb ik spierpijn, of voel ik me niet echt super en dan zijn alle excuses goed om de fiets niet voor de tv te rijden en een uurtje zonder nadenken te trappen. Maar eigenlijk is het echt zonde als ik de gemakzucht de overhand laat nemen. Want telkens als ik gesport heb, voel ik me gewoon beter. Het is zalig om even het verstand op nul te zetten en gewoon de sportieve inspanning te leveren. Ik vind het nog altijd fijn om de ingebeelde finish te halen. En het tintelen van mijn spieren na mijn topprestatie is en blijft een zalig gevoel.

Dansen. Ook dat doe ik eigenlijk veel te weinig, maar wat geniet ik zo ontzettend van de paar keer per jaar dat het er wel nog eens van komt. Dan denk je voor het feestje: “we gaan het vanavond niet te laat maken, want het was al een drukke week en eigenlijk wil ik gewoon eens op tijd in bed en lekker lang uitslapen”, maar dan draait de dj dat éne geweldige nummer dat je echt niet kan laten passeren en voor je het weet, is de avond voorbijgevlogen en heb je de hele avond op de dansvloer plezier gemaakt. En terwijl je – uiteraard veel later dan gepland – je bed opzoekt, verzucht je “dat we dat echt wel vaker zouden moeten doen”.

Vroeg opstaan. Ik slaap best wel graag en wij zijn ook allemaal langslapers, maar toch kan ik er geweldig hard van genieten om in het weekend als enige vroeg op te staan. Dan heb ik het huis even voor mij alleen en probeer ik zo rustig mogelijk koffie te zetten om op mijn gemak te ontbijten, met een krant erbij. Dan is het zo ontzettend stil in huis en dan geniet ik van de tijd in mijn eentje, terwijl mijn geliefden nog liggen te slapen. Weten dat zij er deugd van hebben dat ze eens kunnen uitslapen en bekomen terwijl ik al op het gemakje hier en daar wat kan rommelen, vind ik een zaligheid. Je kan het ook anders zeggen: aangezien iedereen nog ligt te slapen en ik hen niet wil wakker maken, word ik “gedwongen” om te niksen, om te vertragen en dat is af en toe ook eens broodnodig 😉.

Ik ga niet beweren dat ik goed ben in “me-time”. Net als de meeste mama’s/vrouwen zou ik het eerder een werkpunt willen noemen, maar geef me een goed boek, haal ingrediënten voor een lekkere cake in huis, rol mijn fiets voor de tv, zet die éne geweldige dansplaat op of sjot me op tijd uit bed en op magische wijze raak ik toch in ontspanningsmodus. Meestal toch 😉.

Reizen is eten. Een recept!

Een groot stuk van de charme van reizen zit ‘m voor mij zeker ook in de nieuwe keuken die je mag ontdekken. Ik reis eigenlijk vooral om te eten 😉. Gelukkig hebben wij nog nooit een land bezocht waar het eten niet te vreten was. Zelfs Noorwegen waar ze ons op voorhand serieus voor verwittigd hadden, bleek uiteindelijk een lekkere, smaakvolle keuken te hebben. Ik heb er de beste en meest verse zalm ooit met botersaus gegeten en qua delicieuze en vullende vegetarische schotels konden we er ook nog wel wat lessen leren. Af en toe was er wel eens een negatieve culinaire reiservaring, zoals dat ene restaurant in het – nochtans gastronomische – Franse Carcassonne, waar niet enkel het interieur zijn beste tijd gehad had. Maar die paar mindere ervaringen hebben we intussen vakkundig uit ons geheugen gewist.

Wat lekker eten betreft, zit je in Italië eigenlijk wel meer dan goed. Het hoeven voor mij absoluut geen toeters en bellen te zijn, ik hou nog het meest van een eerlijke, natuurlijke keuken. En de ingrediënten in Italië zijn gewoon top, ze weten wat lekker eten is en houden het meestal simpel. Daardoor komen de pure smaken het best tot hun recht. Bovendien betaal je eigenlijk niet veel voor overheerlijke schotels. Het helpt natuurlijk ook dat de dames des huizes meestal al genoeg hebben na de “primo” (de pasta met saus) en zo goed als altijd passen voor de “secondo” (het vlees of de vis met groenten).

Eten Italië1

Maar niet alleen de hoofdmaaltijden zijn om duimen en vingers bij af te likken in Italië, ook het Italiaanse ontbijt (ontbijtgranen van Gran Cereale, met bijhorende koffie natuurlijk), de tussendoortjes (hun geweldige gamma biscotti of overheerlijk vers fruit) en de lunch (ja, wij overleven daar écht de volle twee weken op Toscaans gezouten brood, mozzarella, tomaten, olijfolie en peper en zout) mogen er zeker wezen. En dan hebben we het nog niet gehad over de gelati. Elke zomer zijn er wel weer nieuwe smaken om te degusteren, al blijven nocciola, fior di latte of iets met (zoute) karamel onze klassiekers waar we niet genoeg van kunnen krijgen.

Dit jaar brachten we nog eens een receptje mee uit Italië en intussen slaagden we er hier in België ook al een paar keer in om het perfect na te maken. Telkens opnieuw brengt het ons meteen terug naar dat ene terrasje in Volterra, waar de zon brandt en we tijd nemen om – met een glaasje wijn erbij – van elkaar en van het eten te genieten. Ze noemen het daar “Schiacciatine”. Het is een pizza bianca, dus zonder tomatensaus. Als je ingrediënten top zijn, is het een absolute aanrader.

Hoe maak je het?

  • Je maakt pizza en rolt het deeg uit (ik heb geen Italiaans pizzarecept, maar dat kan je overal wel vinden). Ik durf hier gerust ook wel een doosje “pizzabloem” voor gebruiken, waar je dan enkel water bij moet doen. Een klaargemaakte pizzabodem vind ik er dan weer net over, er moet op zijn minst toch gekneed worden, je moet je eten “verdienen” 😊.
  • Je besprenkelt je pizza met wat olijfolie en bakt ‘m af in de oven. Je zal wat minder tijd nodig hebben dan een pizza die belegd is. Als jouw pizza begint te kleuren, haal je de pizza uit de oven.
  • Dan beleg je je pizza met verse tomaten (in blokjes of halve kerstomaatjes), mozzarella (van uitstekende kwaliteit, dus buffelmozzarella of burrata, in stukken) en rucola. Je besprenkelt de pizza rijkelijk met olijfolie en een beetje balsamico en kruidt met peper en zout (ik ben nogal gul met peper en laat het zout vallen). Als je wil, kan je ook nog Italiaanse parmaham toevoegen, maar dat is geen must.
  • Je eindigt met de nodige krullen “parmigiano reggiano”. Ook dat mag rijkelijk. Omdat deze kaas sowieso zout is, hoef je niet met zout te kruiden.

Je “schiacciatina” is nu klaar. Je eet dit als de pizza nog lauw is en het contrast tussen de koude, verse, smaakvolle ingrediënten en de nog ietwat warme pizza is overheerlijk, zeg dat ik het gezegd heb 😊. Smakelijk!

Eten Italië2

La vita è bella – Italië 2018

Een zonnige zondag in oktober. Terwijl de indian summer voor gekke herfsttemperaturen zorgt in België, blikken wij nog even terug op betere tijden. Dit jaar keerden we voor onze zomervakantie terug naar ons oude, vertrouwde Italië. Ja, het was intussen al de zesde keer dat we naar dat prachtige land trokken, maar het blijft thuiskomen. Het is nog steeds grote liefde voor het land van de stralende zon, de zalige pizza & pasta en de heerlijke gelati. Al vele jaren zit Italië diep in mijn hart en ik heb de microbe duidelijk doorgegeven aan de dochters. Naast ons geliefde Toscane stond er ook ditmaal weer een nieuwe streek op ons ontdekkingsprogramma: Umbrië.

BolognaOnze eerste echte stop was Bologna. Heel lang geleden – toen ik nog studeerde en een zomermaand uitwisselingsstudent was – brachten we een bezoekje aan Bologna, de oudste universiteitsstad van Europa. Veel herinner ik me niet meer, en dus waren we toe aan een hernieuwde kennismaking. Ik had hoge verwachtingen, maar Bologna was rommelig en een beetje (veel) verwaarloosd. Vergane glorie. De dochters deelden mijn mening echter niet; zij vonden het er vooral heel erg gezellig en de oudste zag zich al op Erasmus in deze stad. Het was diploma-uitreiking toen wij er waren: de nieuwbakken afgestudeerden liepen, mooi opgekleed met laurierkrans op het hoofd, door de stad. Wel grappig was dat deze laureaten hun diploma gewoon op straat vierden met de nodige flessen prosecco, in gezelschap van familie en vrienden.

VolterraDe volgende halte was Volterra in “ons” Toscane. Volterra is het dichtstbijzijnde stadje bij ons verblijf. Het is een Etruskische stad en niet héél erg groot. Wij vinden het er zeer aangenaam toeven. Na 6 trips weten we perfect wat er te zien is, waar we moeten zijn om heerlijk en goedkoop te eten en waar ze de allerbeste ijsjes verkopen. Bovendien is er ergens in het stadje ook een krantenwinkel waar ze af en toe zelfs eens een Vlaamse krant verkopen. Volterra heeft ons hart gestolen, het is sowieso een verplichte halte als we in Toscane verblijven.

San GimignanoAangezien we ditmaal maar een week in Toscane verbleven en niet de tijd hadden om alles (opnieuw) te bezoeken, moesten we keuzes maken. Geen Firenze of Siena deze keer, maar wel San Gimignano. San Gimignano is écht wel de moeite, maar ook héél erg toeristisch. Ga dus zeker op tijd (liefst vroeg in de ochtend of laat in de namiddag) zodat je de grootste drukte toch enigszins kan vermijden.

ArezzoNa een weekje uitrusten in Toscane was het tijd om op ontdekking te gaan in Umbrië. Wat minder toeristisch dan het naburige Toscane en dat was vooral aan de wegen te merken. Ook al zijn we in België toch ook één en ander gewend, het was heel vaak de adem inhouden als we over de wegen in Umbrië hobbelden. Arezzo, “la vita è bella”, lag niet zo ver van ons verblijf in Umbrië, maar blijft wel een Toscaanse stad. Ontzettend schoon! Een absolute aanrader. Het centrale pleintje is één van de schoonste piazza’s die ik in Italië al ooit zag. Niet groots of overweldigend, maar o zo mooi.

AssisiDe parel in Umbrië is absoluut zeker Assisi, bekend van Franciscus van… En ja, uiteraard bezoek je het klooster waar de Franciscanen en de Clarissen (een mannen- en vrouwenorde) broederlijk en zusterlijk naast elkaar leefden. Ook de basiliek van Franciscus van Assisi kan niet op je to do-lijstje ontbreken (aan de drie “kerken” boven elkaar). Maar het is ook gewoon een fantastisch mooie stad. Een witte stad op de heuvel met erboven nog de restanten van wat ooit een imposante burcht moet geweest zijn (de Rocca Maggiore). Overweldigend. Nog steeds een belangrijk bedevaartsoord en ook daar kan je niet naast kijken: het aantal paters en nonnen dat je daar op die kleine oppervlakte tegen het lijf loopt, is ongezien.

PerugiaOnze laatste halte in Umbrië was provinciehoofdstad Perugia. Was het de stad te veel? Was het het contrast met het prachtig witte Assisi een dag eerder? Feit was dat Perugia ons eigenlijk tegenviel. Volgens het toeristisch boekje zouden we het schoonste plein van Italië – volgens de Italianen zelf – moeten vinden, maar dat bleek toch een serieus overstatement te zijn. Zo erg zelfs dat we ons op het plein in kwestie stonden af te vragen of “dat het was?”. Misschien bleek er nog wel ergens een ander prachtig plein verscholen in de stad. Een uur later hadden we de stad doorkruist en stonden we weer bij ons vertrekpunt. Het feit dat we op zoek naar onze parking grandioos verkeerd gereden waren (het stadscentrum in – wat niet mag tenzij je “toelating” hebt) en we bij het zoeken naar de uitweg een paar heel smalle straten passeerden waarbij ik de ogen dichtkneep en duimde dat onze auto er heelhuids van af kwam, zal ook niet bijgedragen hebben tot onze liefde voor de stad 😉.

Het was alweer een prachtige reis. Italië is en blijft een fantastisch land en ooit keren we er zeker terug. Er valt nog zoveel te ontdekken en Toscane blijft onze favoriete vakantiebestemming. Maar volgend jaar zoeken we andere oorden op. Een bestemming hebben we nog niet, laat de suggesties maar komen 😉.

Klein geluk, de herfsteditie #14

Het was een hele tijd geleden dat we dit rubriekje nog eens boven haalden, maar gelukkig beleven we hier nog regelmatig kleine geluksmomentjes. We vergeten ze alleen veel te vaak te noteren.

  • De herfst is het noorden kwijt, want de Indian Summer die we nu mogen beleven is echt wel de moeite. Dat stralende zonnetje, de geweldige temperaturen half oktober, het is gewoon zalig.
  • Ik mocht zaterdag nog eens op stap met mijn meiden. Met ons drietjes deden we een shoppingtripje en wat geniet ik zo ontzettend hard van die momenten. Onze plagerijtjes, hun gefikfak, lachen, babbelen, samen eten,… Het zijn telkens weer herinneringen om te koesteren.
  • De jongste is eindelijk de tussen-leeftijd door. Bij alle meisjes komt er een moment dat ze te oud zijn voor de kinderkleding, maar eigenlijk nog net niet groot/volgroeid genoeg voor de volwassen versies. En dan is het ontzettend moeilijk om iets naar hun gading te vinden. Jammer genoeg valt dit vaak samen met de beginnende puberteit, wanneer ze niet liever willen dan “groot” te zijn. Maar die periode is achter de rug. Toen onze jongste na de eerste winkel blij verzuchtte “we zijn nog maar een winkel ver en alles wat ik mooi vind, past nu ook gewoon”, deelde ik in haar vreugde. Ja, het meisjes-hoofdstuk is hier in huis nu écht helemaal voorbij.
  • Onze dames vonden allebei kledij naar hun keuze en waren in de wolken. En als mijn dames tevreden zijn, is de mama ook gelukkig.
  • Skypen met de neefjes en het nichtje. Ooit hebben we Skype voor professionele doeleinden geïnstalleerd. Maar er is niks leukers dan privé skypen, zeker als het hele beeld aan twee kanten volledig “vol” zit. En dan in en uit beeld duiken en uiteraard moet er ook altijd iemand even op de achtergrond door het beeld lopen. Daarvoor is Skype écht wel uitgevonden. We zouden het alleen meer moeten doen.
  • De bootcut jeans is terug! Een eeuwigheid geleden had ik gezworen nooit skinny jeans te dragen. Dat was iets voor jonge meisjes en daar was ik intussen toch écht wel veel te oud voor. Maar na verloop van tijd pas je je toch aan en wen je aan die veel te strakke broeken. Als dan zoveel jaren na datum de jaren ’90 terug hip worden en je ineens in de winkels terug bootcut jeans begint te spotten, dan twijfel je maar heel eventjes. Toen ik mijn nieuwe jeans voor het eerst droeg, was het onmiddellijk terug normaal. De bootcut zit gewoon een pak beter dan die véél te strakke skinny jeansbroeken die je 10 jaar lang gedragen hebt. En je benen lijken ineens ook weer een stuk langer (i wish 😉).
  • Zelfgemaakte granola is het lekkerste wat er is. Het heeft wat experimenteren gekost om het recept op punt te krijgen (hoe meer noten, hoe meer vreugde 😉!), maar er is niks beters om je dag mee te beginnen dan een portie verse granola, amandelmelk en een kommetje fruit.
  • De ochtendstond van de voorbije week. Neen, ik ben absoluut geen ochtendmens, maar de afgelopen week zat de hemel vol roze schakeringen, prachtig gewoon. Die kleurenpracht gecombineerd met de nevelslierten over de velden, maakte dat ik de voorbije week mijn ogen uitkeek in de trein doorheen de Stille Kempen.
  • Bovendien beginnen de bladeren aan de bomen ook stilaan te verkleuren. Nog heel even en de herfst zal zich in volle glorie tonen.
  • Ja, het was ’s ochtends vaak ook bitter koud. Het perfecte excuus om de rode winterjas toch al boven te halen.

Een prachtige ochtend, een fijne uitstap met mijn meiden, de dochters die gelukkig zijn, de rode winterjas of een portie verse granola met héél veel noten. Ja, het geluk zit hier nog steeds in de kleine dingen…

Mag het iets meer zijn?

Volgende zondag trekken we hier in België met zijn allen verplicht naar de stembus. We mogen deze keer onze stem uitbrengen voor onze gemeenteraad en voor de provinciale kieskringen. Intussen zitten we hier al wekenlang in verkiezingsmodus en het begint eerlijk gezegd allemaal een beetje mijn keel uit te hangen.

Laat me heel duidelijk zijn: ik ben fier dat ik mag gaan stemmen, dat ik met hetgeen ik kies een verschil mag maken. Ik zie ook absoluut niet op tegen het kiesritueel zelf. Tot de vorige verkiezingen deden wij dat in ons dorp nog altijd met het potlood op een kiesbrief die we in dat veel te kleine kotje moesten uitvouwen op een veel te klein schapje om de juiste bolletjes te kunnen kleuren. Het is folklore en het blijft iets hebben. Zelfs in de tijden dat we onze dochters nog mee het stemhokje innamen en zij voor het hele lokaal luidop vroegen: “waarom stem jij voor X, mama?”

Ik ben alleen de hele negatieve sfeer kotsbeu. Ik heb het helemaal gehad met de verdachtmakingen, de negativiteit, het zwarte pieten en de persoonlijke aanvallen. Wij stemmen volgende week wie er de komende jaren het beleid mag voeren in onze gemeentes of provincies. Ik zou dan eigenlijk ook graag weten waarvoor we precies stemmen: voor welk beleid staan de verschillende partijen in mijn gemeente? Hoe denken ze over de problemen in onze gemeente waar ik (en met mij vele andere burgers) wakker van liggen? Hoe zit het met onze gemeentefinanciën? Waar gaan we de komende legislatuur ons geld in investeren? Maken we onze gemeente groener? Hoe maken we het verkeer veiliger voor onze fietsende schoolgaande jeugd? Hoe zorgen we voor voldoende kinderopvang en voldoende plek in de rusthuizen voor onze bejaarde medemensen? Is er eigenlijk nog voldoende plek?

Verkiezingen worden meer en meer een populariteitspoll van personen en hoe langer hoe minder van het beleid waar die personen voor staan. Er wordt hoe langer hoe vaker gezegd “stem op mij, want ik ben zus en zo” en veel minder “stem op mij, dan is dit het beleid dat u de komende jaren mag verwachten”. We krijgen de laatste weken ontzettend veel foto’s van kandidaten binnen, maar partijprogramma’s zitten er – op wat sloganeske affiches na – nauwelijks bij.

Nochtans leven we in uitdagende tijden. Er is de opwarming van de aarde, de vluchtelingenproblematiek, de leefbaarheid van onze steden en gemeenten. Onze bevolking vergrijst, hoe gaan we dit opvangen? Er is de moeizame combinatie tussen ons werk en ons privéleven en de uitdeinende epidemie van burn-outs, vooral bij twintigers en dertigers. Het verkeer slibt hoe langer hoe meer dicht. Er is nog steeds te veel ongelijkheid tussen man en vrouw, de rijkdom en macht zijn nog steeds in handen van een te kleine, veel te bevoorrechte groep. En toch hoor ik in verkiezingsshows en in de vele debatten veel te weinig antwoorden. Ik hoor en zie persoonlijke verwijten en aanvallen, maar ik krijg geen beleidspunten, ik krijg geen antwoorden.

Volgende week stemmen we een eerste keer, bevredigende antwoorden gaan we deze laatste verkiezingsweek niet meer krijgen, vrees ik. Maar volgend jaar, in mei, stemmen we opnieuw, ditmaal voor het Vlaamse, federale en Europese parlement. Ben ik naïef als ik hoop tegen dan toch beleidsvoorstellen te krijgen? Om in mei 2019 wel te kunnen kiezen op basis van hoopvolle ideeën en uitgewerkte toekomstprojecten? Om inzage te krijgen in de antwoorden die de partijen willen bieden op de vele uitdagingen die op ons afkomen? En kunnen de dames en heren politici de persoonlijke aanvallen en het zwarte pieten dan achterwege laten? Want nog 6 maanden eenzelfde spektakel als de afgelopen weken hoef ik niet meer. Dat is niet alleen degoutant, het getuigt mijns inziens ook van een verschrikkelijke minachting voor het kiespubliek.

Als de dames en heren politici écht willen dat hun kiezers een rationele en geïnformeerde keuze maken, dan wordt het hoog tijd dat wij als kiezers ernstig genomen worden. Dat zou ik, als plichtsgetrouwe kiezer, ten zeerste waarderen.

Waarom ik graag thuiswerk

170503-Tijd-kost-niks-480x679

(www.loesje.nl)

Doorheen mijn hele carrière heb ik af en toe wel eens thuisgewerkt. Vaak deed ik van home office als er een treinstaking was, of als ik vroege shiften deed voor sportevenementen als de Australian Open of de US Open, of als de weersvoorspellingen zo slecht waren dat ik het risico van de verplaatsing liever niet nam. De laatste tijd moet ik voor mijn job ook regelmatig op verplaatsing en dan durf ik ook ’s morgens al thuis beginnen of na de afspraken ’s namiddags thuis mijn werkdag eindigen.

Maar deze week had ik voor het eerst twee volledige thuiswerkdagen en dat deed me deugd:

  • Het is fijn om eens geen verplaatsingen hoeven te maken. Ook al doe ik mijn verplaatsingen “rustig” met het openbaar vervoer en valt dat over het algemeen best mee, dan nog kan het fijn zijn om eens een dag niet te hoeven haasten. Want het duurt ’s morgens wel even voor mijn motor aanslaat en de trein wacht uiteraard niet. Om dan eens in alle rust wakker te kunnen worden, is af en toe wel aangenaam.
  • Bovendien waren mijn twee thuisdagen deze week ook écht goed gepland: het openbaar vervoer kende immers een zware week. Er was een staking en twee dagen kwam “mijn” trein niet of veel te laat opdagen. Waardoor ik een volgende stoptrein moet nemen en met zo’n 20 minuten vertraging op het werk arriveer. En dat is altijd een beetje balen, ook al kan je er zelf niet veel aan doen.
  • Je mag in jogging werken! Als ik ga werken, wil ik liefst toch “deftig” voor de dag komen. Niet dat het “in tailleur” moet, dat ook weer niet, maar thuis mag het allemaal wat losser. En aangezien ik een thuiswerkdag zonder collega’s doorbreng, heeft niemand er last van dat het voor één keer in jogging is.
  • Je kan zalig doorwerken thuis. Met Studio Brussel op de achtergrond en de hond die de ganse dag in de zetel ligt te maffen, raak ik eigenlijk wel vlot “in de flow”. Zeker als ik me moet concentreren of als ik iets moet uitwerken, ben ik graag thuis. Hier gaat het eens zo snel en is er geen afleiding. En dan ben je ingespannen met iets bezig geweest en is het ineens drie uur verder als je terug op de klok kijkt.
  • Je kan tijdens je middagpauze al eens iets nuttigs doen. De vaatwasmachine uitladen, of een was ophangen, dat past perfect in het halfuurtje “rust” tijdens de middag. Want er zijn natuurlijk geen collega’s om de middagpauze mee vol te babbelen…
  • Thuiswerken is gewoon goed voor de work-life balance. Je werkt evenveel uren, maar je “wint” je verplaatsing. Het is trouwens ook eens aangenaam om al thuis te zijn als de schooldag erop zit voor de echtgenoot en de dochters. Meestal ben ik pas anderhalf uur na hen thuis. Op thuiswerkdagen kan ik veel vroeger mijn mamarol opnemen.

Maar er zijn toch ook wel een paar nadelen aan dat thuiswerken:

  • Ik zou het niet zien zitten om hele weken op een stuk van thuis uit te werken. Want het is toch ook wel een beetje eenzaam. Soms mis je wel een collega om eens een babbeltje mee te doen, om een idee mee af te toetsen, of om een koffiepauze mee te nemen. Ik denk dat ik na een paar dagen al blij zou zijn als de postbode zou aanbellen zodat er toch iemand is om even een paar woorden mee te wisselen.
  • Thuiswerkdagen zijn géén goede dagen voor mijn stappenteller. Absoluut niet! Als het streefdoel is om 10.000 stappen per dag te zetten (wat me meestal wel lukt als ik ga werken, dankzij de wandelingen van en naar het station) dan moet ik eerlijk bekennen dat ik op een thuiswerkdag nog geen tiende daarvan stap. Ook omdat de gsm/stappenteller meestal ergens op een kast ligt te liggen. Al zou de impact verwaarloosbaar zijn: ik heb niet bepaald veel beweging op zo’n thuiswerkdag.
  • Ik drink minder thuis. Op het werk zet ik een kan water op mijn bureau die ik ’s morgens en ’s middags vul. Tegen het einde van de werkdag heb ik dan zo’n twee liter water binnen. Thuis vergeet ik dat gewoon. Dan is het middag en herinner ik me ineens dat ik nog niet gedronken heb. Of dan komen de dochters thuis van school en vragen ze meteen om iets te mogen drinken en denk ik “oei, dat wordt bij mij misschien ook wel hoog tijd”.

Het is een luxe dat ik mag thuiswerken, dat besef ik maar al te goed, en ik geniet met volle teugen van de rustige werkdagen thuis. Maar langs de andere kant is de afwisseling ook fijn en zou ik het contact met mijn collega’s te veel missen als ik te vaak thuis zat. Een goede balans is dus essentieel. En wat zou het leven zijn zonder de onvoorspelbaarheid van het openbaar vervoer? Verschrikkelijk saai, toch 😉?

Over kastwissels, Friends, gras & herfst…

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken. Een verzameling kleine feitjes waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Vorige week hebben we voor het eerst opnieuw winterkledij uit de kast gehaald. Uit de logeerkamer, want wij doen hier nog aan seizoenwissels in onze kleerkasten. Ondanks de indian summer die deze week ons weer zeer gunstig bepaalt, zullen we de winter- en zomerspullen dit weekend toch maar omwisselen. Het is een opvallend late wissel dit jaar, want de voorbije twee jaar konden we half september – wegens een herfstige start van het schooljaar – al aan de slag.

De kastwissel brengt een aantal tradities met zich mee: zo moeten de dochters passen en verhuizen er allicht weer wat kleren van de ene naar de andere kleerkast. Al zitten we op een punt dat de oudste toch al een aantal jaren “volgroeid” is, terwijl de jongste dan weer in volle groeispurt zit. De conclusie van de kastwissel is altijd – en dat zal ook dit jaar niet anders zijn – dat er een aantal gaten in de garderobe zitten. Een shopuitje is dan ook al gepland: (warme) winterjassen staan dit jaar hoog op ons verlanglijstje. En ondanks de drukte in de winkelstraten geniet ik altijd met volle teugen van ons meidentripje. Mijn dames weten goed wat ze willen én ze hebben smaak. Misschien niet altijd mama’s smaak, maar er valt mee te leven 😉.

Ik neem met pijn in het hart afscheid van de zomer, maar na de eerste herfstweek geven we toe dat het nieuwe seizoen toch ook zijn charmes heeft. Vooral als de kachel voor het eerst brandt, de kaarsjes worden aangestoken en we tijd hebben om gezellig samen in de zetel door te brengen, knus onder een dekentje. En zolang je niet buiten moet zijn, heeft een herfststorm ook wel iets. Het was trouwens hoognodig dat het nog eens wat ging regenen en het geworstel met de paraplu en de wind is de eerste keer best leuk.

Dat de dochters intussen aan een “Friends”-marathon bezig waren, droeg ook bij aan de herfst-gezelligheid. Na al die jaren voelt de serie niet gedateerd aan en ze blijft grappig. Het is een trip “down Memory Lane”: de kleren, de muziek, de grappen,… Eigenlijk zat “Friends” ongelooflijk goed in elkaar. Het was fijn om mijn dochters te horen (schater)lachen met de capriolen van Joey, Ross & Rachel, Chandler & Monica en Phoebe. Om “Joey doesn’t share food” of “We were on a break” terug te horen. Om hun traantjes te zien bij de allerlaatste aflevering en de teleurstelling dat het er na die 10 seizoenen écht op zit. Om onze dames geïnspireerd te zien door de mode en om samen te constateren dat de jaren ’90 momenteel weer hip zijn.

Laat het gras maar groeien! Na de zot hete zomer van 2018 was onze gazon compleet kapot. We moeten eerlijk zijn: veel gazon was er al een paar jaar niet meer over. Eigenlijk was het vooral onkruid en mos dat de echtgenoot desondanks trouw afreed zodat we na elke trimbeurt toch even de illusie van een mooie, gezonde grasmat konden koesteren. Enfin, tegen augustus leefde er in onze tuin zo goed als geen gras meer en dus besloten we tot een drastische ingreep. De grasmat werd omgespit en – in september – opnieuw ingezaaid. En dan begon het bange afwachten. Op regen en op de groene sprietjes. Gelukkig kregen we beide. Elke morgen en elke avond keken we naar onze bruine polder “of we al verschil zagen”. Intussen zijn we drie weken verder en hebben we warempel opnieuw een grasmat. Met voorlopig relatief weinig onkruid, maar wel met bruine plekken die nog verder moeten toegroeien. Ongelooflijk hoe een mens kan genieten van het wonder van de natuur. En dan hebben we alleen maar gras gezaaid, stel je voor wat dat zou geven als we ons ooit aan een moestuin zouden wagen 😉.

Intussen tikt het klokje verder en zitten we al in oktober. Het schooljaar is een maand oud. Ik ben zowaar bijna gewend aan de nieuwe uurroosters van de huisgenoten. Ook de start van de verschillende hobby’s is min of meer verteerd: er sluipen zelfs al terug routines ons leven binnen en af en toe lijkt het zelfs alsof we controle hebben. Om de volgende dag dan weer keihard een afspraak te vergeten of voor andere verrassingen komen te staan. Ach ja, wat zou het leven zijn zonder een klein beetje spanning 😉?