Nummer 500

Een dikke vier jaar geleden, ergens in augustus 2014, schreef ik “Zot van sport” en publiceerde ik mijn allereerste blog ooit op het wereldwijde web. Nadat ik 15 jaar lang in de sportjournalistiek gewerkt had, miste ik het schrijven en bleek dit “bloggen” een mooi alternatief te zijn. Het was – zeker in het prille begin – wat zoeken naar mijn stem en het duurde even eer ik voor mezelf duidelijk had welk verhaal ik hier wilde brengen.

Er zat sport in de eerste berichten, er sijpelde af en toe eens wat onderwijs of Franse taal in een blogpost binnen, maar het merendeel schreef ik over mijn leven zoals het is. Veel kleine geluksmomentjes en geweldig schone reizen (Bella Italia of Noorwegen), maar ook een soms moeizame zoektocht naar een evenwicht tussen alle rollen in mijn leven. Waar mijn professionele ik af en toe eens keihard botst met de mama die ik wil zijn. Waar ik graag veel wil doen en me even vaak ergens in stort zonder dat ik er goed over nadenk en zonder dat ik dat agendagewijs goed gepland heb.

Ik ben hier soms keihard zoekende geweest, ik heb mezelf en mijn keuzes vaak in vraag gesteld, maar ik ben hier ook vaak gelukkig geweest en zie nog altijd het schone in de vele kleine dingen. Ik ben hier geregeld ook verontwaardigd, of boos, of strijdvaardig om onrecht dat ik lees, voel of hoor. Soms probeer ik nog steeds – op mijn eigen kleine manier – om een bijdrage te leveren aan een maatschappelijk debat en om zo een steentje in de rivier te verleggen.

Er waren reacties en gesprekken, heel vaak onder de blog. Meestal fijne en lieve reacties. Zelden was er eens kritiek en dan durfde ik daar ook wel eens mee in mijn maag zitten. Er waren virtuele en echte ontmoetingen. Mensen die hier kwamen lezen en bij wie ik ging lezen. Mensen met wie je na een tijdje afspreekt en waarbij het ijs verrassend snel breekt, omdat je elkaar al vaak virtueel ontmoette. Er waren mensen in het echte leven die mij (of de echtgenoot) aanspraken over wat ze op de blog gelezen hadden en dan voelde dat altijd een beetje onwennig. Het is mijn plekje en soms ben ik zelf verrast dat het gelezen wordt.

Het was hier ook wel eens een tijdje stil. Soms heb ik eens geen inspiratie, of is het gewoon te druk, of stormt het in mijn hoofd. Dan kan ik pas schrijven als ik zelf weer klaar zie. Maar na een paar dagen/weken of maanden borrelt het ineens weer en moet ik schrijven. Dan mis ik het vertellen, het vorm geven en het bijschaven. Dan mis ik het creatieve proces, dat witte blad dat langzaam weer gevuld raakt. Het verhaal dat langzaam maar zeker vorm krijgt.

500

En dan zit je ineens aan 500 blogs. 500 teksten, 500 verhalen, 500 keer blij, gelukkig, tevreden, boos, verdrietig, verontwaardigd of hoopvol. 500 keer gelezen door jullie. 500 keer reacties door jullie. 500 keer nagelezen door de echtgenoot. 500 keer geïnspireerd en gesteund door de dochters. 500 keer achter de computer, getikt, geschrapt, herschreven en uiteindelijk op “publish” geduwd. Hoe zot is dat?

Vijf op vrijdag: me-time!

Af en toe moet de riem er echt wel af. Na een zware werkdag, na een hele dag huishouden doen, opruimen of een dag handenarbeid, moet/mag je even aan jezelf denken, en wat tijd in jezelf investeren. Een nieuwe vijf op vrijdag, over de leukste me-time.

lezen

(www.someecards.com)

Lezen. Al sinds ik leerde lezen, is dit mijn favoriete ontsnappingsweg uit het dagelijkse leven. Een dikke 35 (?) leesjaren later is dat nog altijd het eerste dat in mijn hoofd opkomt als ik aan ontspannen denk. Even wegduiken in een goed boek en pas uren later “ontwaken” of “terug bij je positieven komen”. Dat is wat een mooi, spannend, grappig, pakkend,… boek nog altijd met me doet. Sommige boeken raken je zo ontzettend hard dat je er nog dagen mee in je hoofd zit. En alhoewel het fijn is en blijft om een boek in één ruk uit te lezen, is er ook wel iets voor te zeggen om deze hobby mooi te doseren. Elke morgen en elke avond een halfuurtje lezen op de trein en je hebt meteen alle beslommeringen van de dag uit je hoofd gewist.

Bakken. Het blijft een beetje magie: een paar ingrediënten mengen, in een blik gieten, in de oven schuiven en 45 minuten later haal je een heerlijke, goudgele cake uit de oven. Of je schuift er hoopjes deeg in en krijgt verrukkelijke cookies terug. Het was fantastisch om als kind te mogen toekijken hoe mijn ouders “toverden”, maar het werd nog fijner toen ik zelf mocht helpen of later zelf aan de slag ging. Het is het totaalpakket: je concentreren op een recept, het precieze afwegen van de ingrediënten, af en toe uiteraard ook eens proeven of de smaak wel goed zit en soms ook gewoon het fysieke afreageren als je sandwiches of pizza bakt en deeg moet kneden. Het is pure ontspanning en het is er alleen maar beter op geworden sinds ik dat met de dochters kan delen. Komt er nog bij dat je die baksels ook nog eens moet opeten natuurlijk. Zalig.

Sporten. We moeten eerlijk zijn: mijn sportenthousiasme is niet altijd even groot. Er zijn momenten dat ik er echt geen zin in heb. Dan ben ik te moe, of heb ik spierpijn, of voel ik me niet echt super en dan zijn alle excuses goed om de fiets niet voor de tv te rijden en een uurtje zonder nadenken te trappen. Maar eigenlijk is het echt zonde als ik de gemakzucht de overhand laat nemen. Want telkens als ik gesport heb, voel ik me gewoon beter. Het is zalig om even het verstand op nul te zetten en gewoon de sportieve inspanning te leveren. Ik vind het nog altijd fijn om de ingebeelde finish te halen. En het tintelen van mijn spieren na mijn topprestatie is en blijft een zalig gevoel.

Dansen. Ook dat doe ik eigenlijk veel te weinig, maar wat geniet ik zo ontzettend van de paar keer per jaar dat het er wel nog eens van komt. Dan denk je voor het feestje: “we gaan het vanavond niet te laat maken, want het was al een drukke week en eigenlijk wil ik gewoon eens op tijd in bed en lekker lang uitslapen”, maar dan draait de dj dat éne geweldige nummer dat je echt niet kan laten passeren en voor je het weet, is de avond voorbijgevlogen en heb je de hele avond op de dansvloer plezier gemaakt. En terwijl je – uiteraard veel later dan gepland – je bed opzoekt, verzucht je “dat we dat echt wel vaker zouden moeten doen”.

Vroeg opstaan. Ik slaap best wel graag en wij zijn ook allemaal langslapers, maar toch kan ik er geweldig hard van genieten om in het weekend als enige vroeg op te staan. Dan heb ik het huis even voor mij alleen en probeer ik zo rustig mogelijk koffie te zetten om op mijn gemak te ontbijten, met een krant erbij. Dan is het zo ontzettend stil in huis en dan geniet ik van de tijd in mijn eentje, terwijl mijn geliefden nog liggen te slapen. Weten dat zij er deugd van hebben dat ze eens kunnen uitslapen en bekomen terwijl ik al op het gemakje hier en daar wat kan rommelen, vind ik een zaligheid. Je kan het ook anders zeggen: aangezien iedereen nog ligt te slapen en ik hen niet wil wakker maken, word ik “gedwongen” om te niksen, om te vertragen en dat is af en toe ook eens broodnodig 😉.

Ik ga niet beweren dat ik goed ben in “me-time”. Net als de meeste mama’s/vrouwen zou ik het eerder een werkpunt willen noemen, maar geef me een goed boek, haal ingrediënten voor een lekkere cake in huis, rol mijn fiets voor de tv, zet die éne geweldige dansplaat op of sjot me op tijd uit bed en op magische wijze raak ik toch in ontspanningsmodus. Meestal toch 😉.

Reizen is eten. Een recept!

Een groot stuk van de charme van reizen zit ‘m voor mij zeker ook in de nieuwe keuken die je mag ontdekken. Ik reis eigenlijk vooral om te eten 😉. Gelukkig hebben wij nog nooit een land bezocht waar het eten niet te vreten was. Zelfs Noorwegen waar ze ons op voorhand serieus voor verwittigd hadden, bleek uiteindelijk een lekkere, smaakvolle keuken te hebben. Ik heb er de beste en meest verse zalm ooit met botersaus gegeten en qua delicieuze en vullende vegetarische schotels konden we er ook nog wel wat lessen leren. Af en toe was er wel eens een negatieve culinaire reiservaring, zoals dat ene restaurant in het – nochtans gastronomische – Franse Carcassonne, waar niet enkel het interieur zijn beste tijd gehad had. Maar die paar mindere ervaringen hebben we intussen vakkundig uit ons geheugen gewist.

Wat lekker eten betreft, zit je in Italië eigenlijk wel meer dan goed. Het hoeven voor mij absoluut geen toeters en bellen te zijn, ik hou nog het meest van een eerlijke, natuurlijke keuken. En de ingrediënten in Italië zijn gewoon top, ze weten wat lekker eten is en houden het meestal simpel. Daardoor komen de pure smaken het best tot hun recht. Bovendien betaal je eigenlijk niet veel voor overheerlijke schotels. Het helpt natuurlijk ook dat de dames des huizes meestal al genoeg hebben na de “primo” (de pasta met saus) en zo goed als altijd passen voor de “secondo” (het vlees of de vis met groenten).

Eten Italië1

Maar niet alleen de hoofdmaaltijden zijn om duimen en vingers bij af te likken in Italië, ook het Italiaanse ontbijt (ontbijtgranen van Gran Cereale, met bijhorende koffie natuurlijk), de tussendoortjes (hun geweldige gamma biscotti of overheerlijk vers fruit) en de lunch (ja, wij overleven daar écht de volle twee weken op Toscaans gezouten brood, mozzarella, tomaten, olijfolie en peper en zout) mogen er zeker wezen. En dan hebben we het nog niet gehad over de gelati. Elke zomer zijn er wel weer nieuwe smaken om te degusteren, al blijven nocciola, fior di latte of iets met (zoute) karamel onze klassiekers waar we niet genoeg van kunnen krijgen.

Dit jaar brachten we nog eens een receptje mee uit Italië en intussen slaagden we er hier in België ook al een paar keer in om het perfect na te maken. Telkens opnieuw brengt het ons meteen terug naar dat ene terrasje in Volterra, waar de zon brandt en we tijd nemen om – met een glaasje wijn erbij – van elkaar en van het eten te genieten. Ze noemen het daar “Schiacciatine”. Het is een pizza bianca, dus zonder tomatensaus. Als je ingrediënten top zijn, is het een absolute aanrader.

Hoe maak je het?

  • Je maakt pizza en rolt het deeg uit (ik heb geen Italiaans pizzarecept, maar dat kan je overal wel vinden). Ik durf hier gerust ook wel een doosje “pizzabloem” voor gebruiken, waar je dan enkel water bij moet doen. Een klaargemaakte pizzabodem vind ik er dan weer net over, er moet op zijn minst toch gekneed worden, je moet je eten “verdienen” 😊.
  • Je besprenkelt je pizza met wat olijfolie en bakt ‘m af in de oven. Je zal wat minder tijd nodig hebben dan een pizza die belegd is. Als jouw pizza begint te kleuren, haal je de pizza uit de oven.
  • Dan beleg je je pizza met verse tomaten (in blokjes of halve kerstomaatjes), mozzarella (van uitstekende kwaliteit, dus buffelmozzarella of burrata, in stukken) en rucola. Je besprenkelt de pizza rijkelijk met olijfolie en een beetje balsamico en kruidt met peper en zout (ik ben nogal gul met peper en laat het zout vallen). Als je wil, kan je ook nog Italiaanse parmaham toevoegen, maar dat is geen must.
  • Je eindigt met de nodige krullen “parmigiano reggiano”. Ook dat mag rijkelijk. Omdat deze kaas sowieso zout is, hoef je niet met zout te kruiden.

Je “schiacciatina” is nu klaar. Je eet dit als de pizza nog lauw is en het contrast tussen de koude, verse, smaakvolle ingrediënten en de nog ietwat warme pizza is overheerlijk, zeg dat ik het gezegd heb 😊. Smakelijk!

Eten Italië2

La vita è bella – Italië 2018

Een zonnige zondag in oktober. Terwijl de indian summer voor gekke herfsttemperaturen zorgt in België, blikken wij nog even terug op betere tijden. Dit jaar keerden we voor onze zomervakantie terug naar ons oude, vertrouwde Italië. Ja, het was intussen al de zesde keer dat we naar dat prachtige land trokken, maar het blijft thuiskomen. Het is nog steeds grote liefde voor het land van de stralende zon, de zalige pizza & pasta en de heerlijke gelati. Al vele jaren zit Italië diep in mijn hart en ik heb de microbe duidelijk doorgegeven aan de dochters. Naast ons geliefde Toscane stond er ook ditmaal weer een nieuwe streek op ons ontdekkingsprogramma: Umbrië.

BolognaOnze eerste echte stop was Bologna. Heel lang geleden – toen ik nog studeerde en een zomermaand uitwisselingsstudent was – brachten we een bezoekje aan Bologna, de oudste universiteitsstad van Europa. Veel herinner ik me niet meer, en dus waren we toe aan een hernieuwde kennismaking. Ik had hoge verwachtingen, maar Bologna was rommelig en een beetje (veel) verwaarloosd. Vergane glorie. De dochters deelden mijn mening echter niet; zij vonden het er vooral heel erg gezellig en de oudste zag zich al op Erasmus in deze stad. Het was diploma-uitreiking toen wij er waren: de nieuwbakken afgestudeerden liepen, mooi opgekleed met laurierkrans op het hoofd, door de stad. Wel grappig was dat deze laureaten hun diploma gewoon op straat vierden met de nodige flessen prosecco, in gezelschap van familie en vrienden.

VolterraDe volgende halte was Volterra in “ons” Toscane. Volterra is het dichtstbijzijnde stadje bij ons verblijf. Het is een Etruskische stad en niet héél erg groot. Wij vinden het er zeer aangenaam toeven. Na 6 trips weten we perfect wat er te zien is, waar we moeten zijn om heerlijk en goedkoop te eten en waar ze de allerbeste ijsjes verkopen. Bovendien is er ergens in het stadje ook een krantenwinkel waar ze af en toe zelfs eens een Vlaamse krant verkopen. Volterra heeft ons hart gestolen, het is sowieso een verplichte halte als we in Toscane verblijven.

San GimignanoAangezien we ditmaal maar een week in Toscane verbleven en niet de tijd hadden om alles (opnieuw) te bezoeken, moesten we keuzes maken. Geen Firenze of Siena deze keer, maar wel San Gimignano. San Gimignano is écht wel de moeite, maar ook héél erg toeristisch. Ga dus zeker op tijd (liefst vroeg in de ochtend of laat in de namiddag) zodat je de grootste drukte toch enigszins kan vermijden.

ArezzoNa een weekje uitrusten in Toscane was het tijd om op ontdekking te gaan in Umbrië. Wat minder toeristisch dan het naburige Toscane en dat was vooral aan de wegen te merken. Ook al zijn we in België toch ook één en ander gewend, het was heel vaak de adem inhouden als we over de wegen in Umbrië hobbelden. Arezzo, “la vita è bella”, lag niet zo ver van ons verblijf in Umbrië, maar blijft wel een Toscaanse stad. Ontzettend schoon! Een absolute aanrader. Het centrale pleintje is één van de schoonste piazza’s die ik in Italië al ooit zag. Niet groots of overweldigend, maar o zo mooi.

AssisiDe parel in Umbrië is absoluut zeker Assisi, bekend van Franciscus van… En ja, uiteraard bezoek je het klooster waar de Franciscanen en de Clarissen (een mannen- en vrouwenorde) broederlijk en zusterlijk naast elkaar leefden. Ook de basiliek van Franciscus van Assisi kan niet op je to do-lijstje ontbreken (aan de drie “kerken” boven elkaar). Maar het is ook gewoon een fantastisch mooie stad. Een witte stad op de heuvel met erboven nog de restanten van wat ooit een imposante burcht moet geweest zijn (de Rocca Maggiore). Overweldigend. Nog steeds een belangrijk bedevaartsoord en ook daar kan je niet naast kijken: het aantal paters en nonnen dat je daar op die kleine oppervlakte tegen het lijf loopt, is ongezien.

PerugiaOnze laatste halte in Umbrië was provinciehoofdstad Perugia. Was het de stad te veel? Was het het contrast met het prachtig witte Assisi een dag eerder? Feit was dat Perugia ons eigenlijk tegenviel. Volgens het toeristisch boekje zouden we het schoonste plein van Italië – volgens de Italianen zelf – moeten vinden, maar dat bleek toch een serieus overstatement te zijn. Zo erg zelfs dat we ons op het plein in kwestie stonden af te vragen of “dat het was?”. Misschien bleek er nog wel ergens een ander prachtig plein verscholen in de stad. Een uur later hadden we de stad doorkruist en stonden we weer bij ons vertrekpunt. Het feit dat we op zoek naar onze parking grandioos verkeerd gereden waren (het stadscentrum in – wat niet mag tenzij je “toelating” hebt) en we bij het zoeken naar de uitweg een paar heel smalle straten passeerden waarbij ik de ogen dichtkneep en duimde dat onze auto er heelhuids van af kwam, zal ook niet bijgedragen hebben tot onze liefde voor de stad 😉.

Het was alweer een prachtige reis. Italië is en blijft een fantastisch land en ooit keren we er zeker terug. Er valt nog zoveel te ontdekken en Toscane blijft onze favoriete vakantiebestemming. Maar volgend jaar zoeken we andere oorden op. Een bestemming hebben we nog niet, laat de suggesties maar komen 😉.

Waarom ik graag thuiswerk

170503-Tijd-kost-niks-480x679

(www.loesje.nl)

Doorheen mijn hele carrière heb ik af en toe wel eens thuisgewerkt. Vaak deed ik van home office als er een treinstaking was, of als ik vroege shiften deed voor sportevenementen als de Australian Open of de US Open, of als de weersvoorspellingen zo slecht waren dat ik het risico van de verplaatsing liever niet nam. De laatste tijd moet ik voor mijn job ook regelmatig op verplaatsing en dan durf ik ook ’s morgens al thuis beginnen of na de afspraken ’s namiddags thuis mijn werkdag eindigen.

Maar deze week had ik voor het eerst twee volledige thuiswerkdagen en dat deed me deugd:

  • Het is fijn om eens geen verplaatsingen hoeven te maken. Ook al doe ik mijn verplaatsingen “rustig” met het openbaar vervoer en valt dat over het algemeen best mee, dan nog kan het fijn zijn om eens een dag niet te hoeven haasten. Want het duurt ’s morgens wel even voor mijn motor aanslaat en de trein wacht uiteraard niet. Om dan eens in alle rust wakker te kunnen worden, is af en toe wel aangenaam.
  • Bovendien waren mijn twee thuisdagen deze week ook écht goed gepland: het openbaar vervoer kende immers een zware week. Er was een staking en twee dagen kwam “mijn” trein niet of veel te laat opdagen. Waardoor ik een volgende stoptrein moet nemen en met zo’n 20 minuten vertraging op het werk arriveer. En dat is altijd een beetje balen, ook al kan je er zelf niet veel aan doen.
  • Je mag in jogging werken! Als ik ga werken, wil ik liefst toch “deftig” voor de dag komen. Niet dat het “in tailleur” moet, dat ook weer niet, maar thuis mag het allemaal wat losser. En aangezien ik een thuiswerkdag zonder collega’s doorbreng, heeft niemand er last van dat het voor één keer in jogging is.
  • Je kan zalig doorwerken thuis. Met Studio Brussel op de achtergrond en de hond die de ganse dag in de zetel ligt te maffen, raak ik eigenlijk wel vlot “in de flow”. Zeker als ik me moet concentreren of als ik iets moet uitwerken, ben ik graag thuis. Hier gaat het eens zo snel en is er geen afleiding. En dan ben je ingespannen met iets bezig geweest en is het ineens drie uur verder als je terug op de klok kijkt.
  • Je kan tijdens je middagpauze al eens iets nuttigs doen. De vaatwasmachine uitladen, of een was ophangen, dat past perfect in het halfuurtje “rust” tijdens de middag. Want er zijn natuurlijk geen collega’s om de middagpauze mee vol te babbelen…
  • Thuiswerken is gewoon goed voor de work-life balance. Je werkt evenveel uren, maar je “wint” je verplaatsing. Het is trouwens ook eens aangenaam om al thuis te zijn als de schooldag erop zit voor de echtgenoot en de dochters. Meestal ben ik pas anderhalf uur na hen thuis. Op thuiswerkdagen kan ik veel vroeger mijn mamarol opnemen.

Maar er zijn toch ook wel een paar nadelen aan dat thuiswerken:

  • Ik zou het niet zien zitten om hele weken op een stuk van thuis uit te werken. Want het is toch ook wel een beetje eenzaam. Soms mis je wel een collega om eens een babbeltje mee te doen, om een idee mee af te toetsen, of om een koffiepauze mee te nemen. Ik denk dat ik na een paar dagen al blij zou zijn als de postbode zou aanbellen zodat er toch iemand is om even een paar woorden mee te wisselen.
  • Thuiswerkdagen zijn géén goede dagen voor mijn stappenteller. Absoluut niet! Als het streefdoel is om 10.000 stappen per dag te zetten (wat me meestal wel lukt als ik ga werken, dankzij de wandelingen van en naar het station) dan moet ik eerlijk bekennen dat ik op een thuiswerkdag nog geen tiende daarvan stap. Ook omdat de gsm/stappenteller meestal ergens op een kast ligt te liggen. Al zou de impact verwaarloosbaar zijn: ik heb niet bepaald veel beweging op zo’n thuiswerkdag.
  • Ik drink minder thuis. Op het werk zet ik een kan water op mijn bureau die ik ’s morgens en ’s middags vul. Tegen het einde van de werkdag heb ik dan zo’n twee liter water binnen. Thuis vergeet ik dat gewoon. Dan is het middag en herinner ik me ineens dat ik nog niet gedronken heb. Of dan komen de dochters thuis van school en vragen ze meteen om iets te mogen drinken en denk ik “oei, dat wordt bij mij misschien ook wel hoog tijd”.

Het is een luxe dat ik mag thuiswerken, dat besef ik maar al te goed, en ik geniet met volle teugen van de rustige werkdagen thuis. Maar langs de andere kant is de afwisseling ook fijn en zou ik het contact met mijn collega’s te veel missen als ik te vaak thuis zat. Een goede balans is dus essentieel. En wat zou het leven zijn zonder de onvoorspelbaarheid van het openbaar vervoer? Verschrikkelijk saai, toch 😉?

WK-gekte #redtogether

belgiëKijk, één keer om de vier jaar (eigenlijk om de twee jaar, want bij een EK doen we dat uiteraard ook!) gooien wij hier alle remmen los. Dan is het immers WK voetbal en dan mogen we al eens dromen dat we wereldkampioen zouden kunnen worden. Dan mogen we af en toe een klein beetje gaan zweven en hopen. Dan worden alle verzamelde attributen van 25 jaar supporteren nog eens van de zolder gehaald en wordt het hele huis versierd.

20180618_195257[1].jpg

En dan komt de eerste match en dan duurt het toch wel even vooraleer onze Rode Duivels onder stoom geraken. Dan blijken de Panamezen toch niet zo’n hapklare brok te zijn en zit je vaker – met zenuwen – in de keuken dan je lief is. Maar dan win je uiteindelijk toch (makkelijk) en kan je nog minstens één match lang verder dromen van eeuwige roem en glorie.

belgie2

Ach, die Hollandse zotheid hebben we (nog) niet. Dat we dat WK ook echt zouden winnen, geloven we diep vanbinnen zelf (nog) niet. Maar midden in de examenstress is de zotheid van de ouders een bron van ontspanning voor de twee studerende dochters. Zij schudden het hoofd en zuchten eens diep bij alle verkleedtoestanden van die normaal zo serieuze volwassenen. Maar ze gingen deze morgen wel met een minimum aan zenuwen naar hun wiskunde-examen. Gelachen hadden ze toen ze de werkoutfit van eerst de mama en later ook de papa konden aanschouwen.

20180618_202541[1]Kijk, wat een mens allemaal niet doet om de dochters te ontspannen ;-). Tja, het is een excuus als een ander… Nog minstens een dikke week, nog minstens 2 matchen te gaan. En misschien, héél misschien beginnen we diep vanbinnen al een piepklein beetje te hopen, te duimen en te dromen…

 

Let’s rock! #Foo Fighters

Mijn tweede concert van het jaar was een toppertje. Maandagavond woonden we met 19.999 andere enthousiastelingen de passage van de Foo Fighters in het Sportpaleis in Antwerpen bij. Het was een optreden om in te kaderen. Eentje voor “de top 10”. Dat het zolang geduurd heeft eer we hen eindelijk te zien kregen, is niet te vatten, maar wat was het het lange wachten waard.

Zelfs het verkeer zat voor een keertje – ook op de Antwerpse ring – mee en die draconische veiligheidsmaatregelen vielen al bij al nog mee. Ja, we moesten een toertje doen rond de Lotto Arena en ja, het was even aanschuiven om een plastic zakje te pakken te krijgen om onze spullen in op te bergen voor we door de metaaldetector liepen, maar buiten een gigantische afvalberg (Mei Plasticvrij, iemand 😉?) raakten we al bij al nog vlot het Sportpaleis in. Ruim op tijd zelfs in onze ogen (rond 20u30), al bleek Dave Grohl nogal een stipte kerel en begon hij er met amper een paar minuutjes vertraging meteen keihard aan.

Foo Fighters1Het zou een gigantische trip down Memory Lane worden voor iemand die is opgegroeid in de grunge-jaren ‘90. En al na een paar nummers wist ik weer waarom ik zo dol ben op een écht, onvervalst rockconcert: een resem hits die luidkeels meegebruld worden door het publiek, een frontzanger met gevoel voor humor en de nodige dosis zelfrelativering en tenslotte gewoon strak en stevig muziek spelen. Energiek, luid en geweldige chemie op het podium.

Overigens zijn de Foo Fighters wel meer dan enkel Dave Grohl, al hebben ze met de vroegere Nirvana-drummer wel een flamboyante en charismatische frontman. Maar tijdens het rondje groepsleden-voorstellen bleek dat Grohl erin geslaagd is om zeer getalenteerde en veelzijdige muzikanten rond zich te verzamelen. Geweldig lang uitgesponnen drumsolo (en dat moet je maar kunnen/durven/willen in de band van de voormalige drummer van Kurt Cobain), zangprestaties om u tegen te zeggen en hoogstaande covers. In vele krantenrecensies las ik vandaag dat dit “middenstuk” beter had ingekort kunnen worden, maar dat vond ik nu net niet. Het hoort erbij, Springsteen neemt ook altijd de tijd om zijn E Street Band in de kijker te zetten.

De oplichtende gsm-lichtjes tijdens “Breakout”, de oneindige zangstonde bij “Best of You” waren maar twee van de vele kippenvelmomenten. Alleen op het einde zat Grohl duidelijk wat door zijn stem en had het concert misschien wat ingekort kunnen worden. Maar Wat Een Geweldige Avond. Eentje om in te kaderen. De energie, de vibe. Fantastisch. Laat Pearl Jam op Rock Werchter maar snel komen, ik ben er (nu al) volledig klaar voor.

Intussen hebben we the day after ook overleefd. Want die 44-jarige geest wil dat allemaal wel beleven en geniet met volle teugen, maar dat even oude lijf heeft een dag later wat meer moeite om het feestgedruis te verteren. Zeker in het begin van de week. Ja, ik heb deze morgen toen de wekker pijnlijk vroeg ging een hele seconde lang serieus overwogen om in de toekomst mijn concerten te kiezen op basis van de concertdag 😉. Gelukkig was er koffie. En de napret van een geweldige avond dansen, zingen, brullen, headbangen en genieten!

Foo Fighters2

Klein dansgeluk #14

mother

(www.pinterest.com)

Dit weekend hadden onze dochters hun jaarlijkse dansoptreden. Het hoogtepunt van een jaar vol danslessen. Een heel dansjaar lang oefenen ze en werken ze naar dit moment toe. De hele dansschool staat dit weekend twee keer op het podium en wij als ouders genieten daar met volle teugen van. Ook al stond de afgelopen week wel héél erg in het teken van hun optreden en konden we maar liefst 6 dagen chauffeur spelen van en naar de laatste – intense – repetities.

Maar wat blijft dat dansoptreden ongelooflijk genieten. Niet alleen is het een mooie show en zetten alle dansers – van héél erg piep tot zelfs voorbij onze eigen leeftijd – hun beste beentjes voor. Het blijft onbetaalbaar om je eigen kinderen te zien schitteren op dat podium. En schitteren doen ze – in jouw ogen – altijd. Of het niet saai was, vroegen onze dochters vanmiddag, toen we ons allemaal klaarmaakten voor onze tweede show van het weekend. Saai? Absoluut niet. Ik kan me niet voorstellen dat ik een optreden zou missen. Want er zijn toch altijd kleine verschillen. Dat ene nummer dat ze dan de tweede keer net iets beter dansen, of dat ene lachje waarvan je weet dat het bij dat ene dansje sowieso zal volgen.

Hun nabesprekingen achteraf. Of we gezien hadden dat ze daar net even uit de maat waren? (Neen.) Dat er daar net iets misliep? (Niet echt.) En of het opviel? (Natuurlijk niet.) Dat ze telkens moesten lachen als ze even met die ene vriendin moesten kruisen tijdens de dans. Dat het achter het podium wel heel erg gezellig was geweest met de vriendinnen. Of we hadden gezien dat ze uit volle borst hadden staan meezingen? De ouders van die ene vriendin wel en die hadden het absoluut hilarisch gevonden. En dat dat éne nummer écht plezant was om te doen. Dat wisten we. Hun stralende gezichten hadden ons dat ook al verteld tijdens het dansen zelf.

Ik ben elk jaar opnieuw een ongelooflijk fiere mama. Net als alle andere mama’s en papa’s in de zaal. Hun ongelooflijk stralende gezichten. Het geluk en het dansplezier dat eraf spat, ik zou het voor geen goud ter wereld willen missen. Mijn dames zijn podiumbeesten en kunnen altijd nog net dat tikkeltje meer “als het voor echt is”. En dat maakt me blij, dat ontroert me, dat geeft me een krop in de keel. Ze lijken daarin soms zo ongelooflijk hard op de papa. Dat muzikale, de podiumprésence, de naturel on stage, dat hebben ze van hem. Het is zo fantastisch schoon om datgene wat me in het prille begin zo hard aantrok in de echtgenoot (en nog altijd doet trouwens) te zien verder leven in onze meiden. En dus hadden wij heel veel klein geluk dit weekend.

Maar het is alweer voorbij. Zo hard werken, die vele repetities een heel jaar lang en in een flits is het alweer gepasseerd. Op naar volgend jaar dan maar? Mijn tickets zijn alvast al gereserveerd!

Leve Italië! #eurovision

Zijn wij hier in de ban van het Songfestival? Bah, een heel klein beetje misschien. Het is niet dat er in mei nog zo geweldig veel op tv te zien is. Bovendien is het bijzonder moeilijk om de portie kitsch die je in die paar dagen over je heen krijgt te weerstaan. Nemen we het Songfestival au sérieux? Al veel te lang niet meer. Maar de afgelopen week hebben de oudste en ik ons samen wel geweldig geamuseerd met de jaarlijkse hoogmis (?) van het Europese lied.

  • Zorg dat je op Twitter zit. Veel te vaak hoor je dat Twitter een riool is en blijf je er beter weg, maar tijdens het Songfestival is de commentaar hilarisch. Het is – samen met het WK voetbal – de enige keer dat ik effectief mijn Twitter nog eens open en #eurovision volg.
  • Onze Belgische inzending vond ik eigenlijk nog niet zo slecht. Zeker in vergelijking met veel van de andere nummers die de finale wel haalden. Wel kan ik de kritiek volgen dat we te weinig hadden ingezet op de “show” rond het nummer. Wat blijkbaar het verschil kan maken tussen net wel de finale halen of net niet.
  • Ja, er bestaan écht nog mensen die naar het Songfestival kijken voor de muziek en voor de nummers. Die al het gedoe er omheen afleiding vinden en gewoon een goed nummer willen horen. En die nummers zijn er best ook nog, kijk maar naar de winnaar van vorig jaar. In 2017 haalde Portugal het immers met een breekbaar nummer. Maar dat lukt blijkbaar geen twee keer na elkaar, dit jaar bleek de gimmick belangrijker dan het muzikale aspect. En ergens vind ik dat altijd jammer.
  • Wie in godsnaam is de vakjury en hoe bepalen zij aan wie ze hun punten geven? Het wordt al een paar jaar een constante dat er een enorme kloof gaapt tussen de punten van de vakjury en de punten van de publieksjury. Niet dat dat per se een probleem zou moeten geven, maar ben ik naïef als ik geloof dat kwaliteit zou moeten bovendrijven en dat er dus toch meer eensgezindheid zou moeten zijn over de toppers, zowel bij de vakjury als bij de televoters?
  • Soms denk ik dat de “grote 6” (de landen die sowieso geplaatst zijn omdat ze financieel het meeste bijdragen aan de organisatie van het Songfestival) benadeeld zijn, zeker bij de vakjury, net omdat ze rechtstreeks geplaatst zijn en daardoor hun nummer niet al eens kunnen brengen in de halve finales. Ze missen ergens een “toonmoment” voor hun nummer en dat blijkt telkens weer een nadeel. Dit jaar zaten er nochtans goede nummers bij de “grote 6”. Zeker de inzendingen van Frankrijk, Duitsland en Italië waren gewoon goed, maar dat vertaalde zich – zeker voor Italië – niet in de nodige punten.
  • Kijk, er mag gerust wel eens een showelement toegevoegd worden aan een nummer, maar dat mag voor mij niet de doorslag geven. En dus vind ik het telkens jammer als een nummer wint omwille van een gimmick en veel minder om het muzikale aspect. Dit jaar won het toktoklied van Israël. Naar ’t schijnt zat er ook een #metoo-boodschap in, maar ik daag u uit om die uit de gimmick te vissen…
  • Mijn favoriet was Italië. Misschien niet echt een verrassing gezien mijn Romaanse verleden 😉. Het allerlaatste optreden van de avond. Het nummer bleef hangen. Het had ook een boodschap en het was gewoon goed. Typisch Italiaans dat wel en een beetje teruggegrepen naar het succesrecept van “Gente di Mare”: een wat afgeborstelde zanger in combinatie met de ruige, meer hese, ruwe bolster (de woorden van de oudste). Maar het nummer kwam volledig uit de lucht gevallen: het was op voorhand nooit genoemd en kreeg ook héél weinig punten van de vakjury (het stond ergens halverwege de tweede kolom). Net op het moment dat je je écht begint af te vragen of je doof wordt en of je spoken ziet omdat je dat goed vindt, blijken de televoters dit op de derde plaats te zetten. Er is dus toch nog goede smaak in Europa 😉.

De jaarlijkse hoogmis van het Europese lied (en de wansmaak) is weer achter de rug. Het was alweer geen onvergetelijke versie. Gelukkig was Italië een eenzaam lichtpuntje, al wil ik de Vikings van Denemarken toch ook even vermelden. Dat we met België de finale niet haalden, maakte het ook al een pak minder spannend natuurlijk. Gelukkig kunnen we dit voor minstens een jaar achter ons laten en mag “Toy” (Israël) van mij gerust meteen een stille dood sterven. Al hoop ik Ermal Meta en Fabrizio Moro binnen een paar maanden in Italië nog een paar keer te horen…

Vijf op vrijdag: foute zomerhits

Met het goede weer van de voorbije week verandert ook mijn muzieksmaak. De foute zomerhits komen al wat vaker in de ether geslopen: er wordt al wat meer zonnige muziek gedraaid. En het toeval wil dat we daar ook net iets meer vatbaar voor zijn als het warmer wordt en als de zon schijnt. Want we moeten eerlijk zijn: de meeste van deze (zomer)hits zouden ons niet kunnen bekoren zonder zon, vakantie, een ijsje of een wijntje op een (Italiaans) terrasje of naast het zwembad.

dans

(www.someecards.com)

Vaak worden deze hits dan nog “vergezeld” van een aangepast dansje, dat je met veel geduld en kunde (?) wordt aangeleerd door de plaatselijke animatoren. Of dat je kinderen ergens opgepikt hebben en je in al hun enthousiasme willen bijbrengen. Meestal trouwens ook voer voor gênante filmpjes. Soms ben ik zo ontzettend blij dat mijn jeugdige overmoed plaatsvond tijdens de gsm- en cameraloze tijden 😉.

  • Kaoma – “Lambada”. De moeder aller zomerhits. Uit 1989, ik was toen 16 jaar. De allereerste keer dat ik geconfronteerd werd met een uitheems, opzwepend ritme. Een aanstekelijk muziekje en ook de dans leek zo aantrekkelijk. Maar wees gerust, ik had dat ritme niet in mijn heupen en buiten wat oefenen op mijn kamer heb ik deze dans – in mijn versie – nooit op de wereld losgelaten. Gelukkig maar.
  • Juanes – “La camisa negra”. Ik heb me ooit laten vertellen/wijsmaken dat dit eigenlijk absoluut geen vrolijk nummer is. Integendeel, het zou een deprimerende tekst hebben. Ik kan dat niet met zekerheid zeggen, ik heb nooit Spaans gehad, ik ben een Italianist 😉. Maar het is alweer een aanstekelijk nummer dat aanzet tot dansen. Veel dansen en blijven dansen. Een hele avond en nacht toen we dat nog konden.
  • Michel Teló – “Ai Se Eu Te Pego”. Braziliaans wordt wel een constante in dit rubriekje 😉. De eerste zomerhit die mijn dochters bewust mee beleefden en mee dansten. Ooit hadden we wel filmpjes van onze dansmoves op dit nummer, maar die zijn jammer genoeg verloren gegaan toen ikzelf erin slaagde om bij een update van de computer al onze bestanden (ook foto’s en filmpjes) te verwijderen. Gelukkig maar, of net niet.
  • Gusttavo Lima – “Balada”. Dit is gelinkt met het vorige, het ene kan niet los gezien worden van het andere. Ik heb hier fantastische herinneringen aan. Onze dames hadden hier een eigen dansje op gemaakt en hadden dit op vakantie aan hun Noorse vriendinnetjes aangeleerd. Telkens het nummer gespeeld werd op één van de feestjes in onze agriturismo, gingen ze hier met zijn vieren op uit de bol. Zelfs jaren later nog. En dus is het nummer niet alleen meer een foute zomerhit, maar een ode aan een Belgisch-Noorse vriendschap die jaren geleden in Italië tot stand kwam.
  • Stromae – “Ta fête”. Voor je dacht dat alleen Brazilianen en Spanjaarden zomermuziek in het bloed hebben, wil ik dat toch even ontkrachten. Wij kunnen dat ook. Enfin, Stromae kan dat ook. Maar dat is dan ook dé Belgische meester in dansmuziek. Overigens ook niet altijd even optimistisch van tekst. Van dit nummer moét je trouwens de “Belgian Red Devils version” kiezen. Zalige clip, speciaal gemaakt voor het WK voetbal in Brazilië. Wij waren toen op vakantie in Italië en gingen telkens met alle Belgische vakantiegasten volledig los op dit nummer. Geweldig!

En omdat we in een gulle bui zijn, krijg je er nog eentje cadeau. Het had Las Ketchup kunnen zijn, maar zo geweldig was dat nummer nu ook weer niet. En dat dansje heb ik nog altijd niet onder de knie, dus dat vergeten we. Ook de Macarena was een optie, maar eerlijk gezegd, die mannen van Los del Rio waren eigenlijk gewoon een beetje eng. Neen, we geven jullie het lied dat misschien wel eens de zomerhit van 2018 wordt. Ook geweldig aanstekelijk. Veel tekst zit er niet in, maar leuk is het wel: MC Fioti – “Bum Bum Tam Tam”.