The Happiness Tag

Op dinsdag doen we nogal eens graag van stokjes. Deze tag vond ik zelf bij Mrs. Curly. Zij had ‘m dan weer gehaald bij Lafemmefem.

Van welk eten word jij blij?

Italiaans en zoet. Geef me dus maar een tomaat-mozzarella, een pasta of een pizza (of alles na elkaar) om dan te eindigen met iets zoets. Liefst chocolade of een ijsje, maar ik zeg zeker ook geen neen tegen een heerlijk stuk verse cake. Of versgebakken koekjes, net uit de oven en nog een beetje warm…

Welke film maakt je vrolijk?

Eigenlijk is het onmogelijk om er eentje uit te kiezen. Meestal word ik vrolijk van films die een lach en een traan op prachtige wijze weten te combineren. Het beste voorbeeld van de laatste jaren is voor mij de Franse film “Intouchables”. Het is een film met een zwaar onderwerp, maar toch kan je niet anders dan het vaak uitgieren van het lachen. Maar altijd met een snik in je keel. De film is tegelijkertijd grappig en pakkend. En het einde blijft ontroeren, ook al hebben we “Intouchables” intussen al veel te vaak gezien.

Bovendien is het een Franse film, dat is ook een serieus pluspunt voor een Romaniste die haar liefde voor de Franse taal te weinig kwijt kan 😉.

Welk kledingstuk maakt je happy?

IMG_8090Het is altijd fijn als ik me mag opkleden, maar ik doe het eigenlijk te weinig, er is soms te weinig gelegenheid voor. Ik hou wel van een beetje drama in mijn kledij: een mooie jurk, een felgekleurd jasje, mooie pumps (ook al kan ik er enkel op staan en amper op stappen. Maar altijd met een knipoog: een leuke print of een klein detail dat een outfit toch wat speels maakt.

Al kan ik even goed genieten van een luie ochtend of avond in pyjama. Vooral ’s ochtends zijn de dames des huizes hier moeilijk in gang te krijgen…

Van welke beautyproducten word je blij?

Van een heerlijke (zomer)geur en een aangename douchegel. Ik ben intussen al een paar zomers dol op Zen Sun (Shiseido). En voor mijn douchegel zweer ik al jaren bij Roger & Gallet (Cédrat).

Daarnaast zeg ik ook nooit neen tegen knalrode lippenstift en even felle nagellak. Ik zal eerder mijn lippen laten knallen dan dat ik mijn ogen doe spreken. Geef mij maar wat drama 😉.

Wat is jouw gelukkigste herinnering?

De ontmoeting met de echtgenoot, ons verliefd worden, onze trouwdag en de geboortes van onze meiden. En daarnaast zijn er elke dag opnieuw de vele “kleine” geluksmomenten. Zo krijg ik nog altijd een ontzettend warm gevoel als ik mijn kinderen ’s avonds voor het slapengaan een nachtzoen kan geven en hen zie slapen.

Van welke muziek word jij blij?

Momenteel word ik héél erg blij van deze nummers:

Maar geef me een aanstekelijk deuntje, voeg er een Italiaans, Zuid-Amerikaans of Frans (zomer)sausje aan toe en ik moet spontaan glimlachen. Als ik dansneigingen krijg, word ik er gelukkig van!

Wat doe je op dagen als je jezelf down voelt om weer happy te worden?

  • Mijn favoriete muziek héél erg luid zetten en zingen en dansen.
  • Als het kan, me nog eens omdraaien in bed en uitslapen.
  • Tegen de echtgenoot zagen, al is dat dan niet altijd bevorderlijk voor zijn humeur…
  • Vroeg gaan slapen.

Noem drie willekeurige dingen die je ontzettend gelukkig maken.

De echtgenoot, de dochters en onze tijd samen.

Advertenties

Vijf op vrijdag: weekendroutine

Elk weekend staan er een aantal to do’s op mijn lijstje. Sommige taken komen eens om de zoveel tijd voor, andere plannen keren wekelijks terug. Ze maken deel uit van onze gezinsorganisatie en van onze gewoontes. We zijn er gewend aan geraakt, ook al zijn er een paar vaste gebruiken die ik zeker niet zal missen.

De wasroutine. Ik probeer het hele was- en strijkcircus af te werken in het weekend. Dat betekent een heel weekend wassen draaien, was ophangen (liefst buiten), was strijken en terug opbergen in onze kasten. Ik doe dit gelukkig niet alleen: de ophang- en opbergtaken worden al eens uitbesteed aan de tienerdochters. Als zondagavond alle manden leeg zijn, heb ik goed werk geleverd, maar vaak blijft er wel een wasmand over. Die er vaak nog staat tegen het volgende weekend (en dus de volgende wasroutine). Jammer maar helaas. Tijdens de week probeer ik wel in te halen, maar de drukte van het werkleven steekt daar vaak een stokje voor (of het gebrek aan goesting/inzet van ondergetekende, het is maar hoe je het bekijkt 😉).

Koken. Tijdens de week is de echtgenoot meestal als eerste thuis en neemt hij het koken op zich, zodat we – wanneer ik thuiskom – meteen de benen onder tafel kunnen steken. In het weekend probeer ik tijd te maken om wat uitgebreider te koken. Om wat te experimenteren, of net de gerechten te bereiden die wat meer tijd vragen. Zoals lasagne bijvoorbeeld, of een ander pastagerecht. Vaak probeer ik ook nog wat extra te koken zodat we ook tijdens de week eens een avond winnen, maar de laatste tijd lukt dat niet meer zo makkelijk. Ik vrees dat ik er nog altijd niet aan gewend ben dat de dochters intussen ook al volwassen eters zijn. Schotels waar we vroeger makkelijk met zijn vieren twee keer van aten, raken nu meestal al meteen volledig op. Maar kijk, dat is dan ook een teken dat het lekker was, hopelijk.

Fietsen. Op zaterdag en zondag probeer ik ’s ochtends te fietsen. Het fietsen gaat me sowieso ’s morgens het best af, maar ik zie het absoluut niet zitten om tijdens de week een uurtje slaap op te offeren om te sporten. Dus trainen we ook een paar keer ’s avonds, maar dat is elke keer opnieuw doorbijten. Het duurt een pak langer eer ik het ritme vind en het is vaak aftellen naar het einde. En teleurgesteld zijn als je ineens constateert dat je nog een pak langer moet dat je ingeschat/gehoopt had. Het contrast met de ochtendsessies kan niet groter zijn: dan loopt het bijzonder vlot en tikken de minuten veel sneller weg dan je inschat. Bovendien ligt het ritme altijd wat hoger en durf ik wel eens wat langer doorgaan “als de flow me te pakken heeft”.

Genieten met een boek(je). Al is het maar een uurtje, maar elk weekend probeer ik tijd te maken om rustig een aantal pagina’s te lezen. Of ik neem een tijdschrift door. Er zijn ook weekends dat ik aan één stuk door lees, als het boek waarin ik bezig ben spannend of meeslepend is (en dringend uit moet). Lezen is voor mij nog altijd tot rust komen, ontspannen, wegduiken in een andere wereld. Even de boel de boel laten en gewoon genieten.

Familietijd. Tijdens onze weekends maken we tijd voor elkaar. We zitten al eens wat langer aan tafel, we praten en lachen, we kijken samen “De Mol” en beginnen er pas aan als iedereen er is. Of we gaan op familiebezoek en praten bij met ouders, (schoon)broer en (schoon)zus en genieten van de speelsheid van de neefjes en het nichtje om ons heen. Soms is het “full house” en dan kan het best wel druk zijn met zijn allen. Soms is het “in beperkt gezelschap” en dan is er wat meer tijd en ruimte om bij te praten en te discussiëren. Het is een fijne terugkeer naar mijn roots, naar mijn ouderlijke woonst en de vele herinneringen. Maar het is net zo plezant om op het einde van de namiddag met ons vieren naar “onze thuis” terug te rijden.

weekendvibesEen weekend is voor ons vaak een stapje terug. We laten het ritme even wat zakken en maken tijd voor de simpele dingen waar we tijdens de weekdrukte soms te snel over gaan. Het lukt zeker niet altijd en soms is het ook gewoon van hier naar daar hollen, maar in de loop der jaren ben ik er hoe langer hoe beter in geslaagd om dat stukje voor ons af te schermen en zoveel mogelijk te bewaken. Om een baken van rust te bewaren in een wereld die steeds sneller en steeds veeleisender lijkt te worden.

 

Bodyshaming & bikinibody

Terwijl Nederland Koningsdag viert, wordt de 14-jarige kroonprinses Amalia op Twitter aangepakt omdat ze “te dik” zou zijn. Want ze is nu eenmaal “een publiek figuur” en “een rolmodel”. Wat is de “norm” en wie durft er in godsnaam te stellen dat een 14-jarig meisje “een publiek figuur” is. Of “een rolmodel”? Ja, ooit zal ze dat zijn, maar is het niet veel te vroeg om een amper 14-jarig meisje met dat soort verantwoordelijkheden op te zadelen en er in één beweging ook dat soort bagger over te kappen? En ik wil heus wel geloven dat haar ouders haar zoveel mogelijk zullen afschermen, maar er zal altijd wel iemand uit haar omgeving dit gelezen hebben en dus zal het haar op één of andere manier wel bereiken.

En dan mag je nog goed omringd zijn, dan mag je nog goed beschermd worden en dan mag je als ouder je kind nog zo vaak voorhouden dat ze perfect zijn zoals ze zijn, feit is dat dat tweede en derde middelbaar een verschrikkelijk kwetsbare leeftijd is, zeker voor meisjes. Dat lijf is volop in beweging, dat is zich aan het zetten: je maakt de overgang van meisje naar vrouw en dat loopt bij de ene al wat harmonieuzer dan bij de andere. Bovendien wil je op die leeftijd “er gewoon bijhoren” en niet er op de ene of de andere manier uitspringen.

En het ironische is dat “de norm” eigenlijk niet bestaat, dat iedereen op één of andere manier “afwijkt”, maar dat je daar in je puberteit geen oog voor hebt. Je fixeert je op je eigen minpuntjes, die je ook telkens nog “uitvergroot”. Je vergelijkt jezelf constant met de anderen en op één of andere manier valt dat telkens weer in je eigen nadeel uit. Alle anderen zijn “mooier, slimmer, vlotter, beter gekleed,… dan jij”. Het is pas ergens op het einde van het 4de middelbaar (tegen je zestiende) dat je jezelf leert waarderen zoals je bent.

Alhoewel, leer je dat ooit helemaal? Waarom worden we dan – vorige week nog in de Libelle – nog om de oren geslagen met tips & tricks om je lijf strandklaar te maken en met recepten om nog snel een vijftal kilo te verliezen? En laten we ons niet allemaal vangen, hoe oud of jong we ook zijn? Om nog snel een paar kilo kwijt te spelen om (nog beter) in dat ene jurkje te passen? Om je ingebeelde buik zeker en vast in te trekken als je naast het zwembad ligt? Blijven we onszelf niet altijd vergelijken met dat ene onbereikbare ideaalbeeld? Als je slank bent, wil je vormen en als je vormen hebt, wil je liefst slank zijn? Ook ik pleit schuldig: dat ik mijn fietsroutine net nu terug oppik, heeft voor een stuk toch ook te maken met het feit dat de zomer in zicht is en dat ik me beter in mijn jurkjes zou voelen met 2 (!) kg minder. It’s all in the mind, en toch ook weer niet.

Dit soort discussies helpt niet als je probeert het goede voorbeeld te geven voor je dochters. Als je elke dag opnieuw je best doet om hen aan te leren dat ze mooi zijn zoals ze zijn. Of ze nu blond zijn en krullen hebben of net bruin, steil haar. Of ze wat magerder zijn of net wat meer vormen hebben. En sommige dingen mogen dan “maakbaar” zijn (beugels zijn nu volledig aanvaard en ingeburgerd, daar waar ik op 15-jarige leeftijd nog een uitzondering was), maar als puntje bij paaltje komt, moet je het doen met wat je hebt. Aanvaarden wie je bent, laat je stralen. En als je later ooit zal terugblikken op je 15-jarige zelf, vraag je je onmiddellijk af waar je je toen zo druk over maakte. (Al helpt het niet om dat voor te houden aan iemand die middenin de onzekere puberteit zit…)

PS: Zouden we deze discussie ook voeren als Amalia een jongen was geweest?

Klein (muziek)geluk #11

Wij hebben hier alles uit de zonovergoten (vorige) week gehaald wat we maar konden. Voor mij is het leven zoveel beter, schoner, optimistischer en energieker als de zon schijnt. Ergens had ik gehoopt dat het zalige zomerweer zou blijven tot ergens in oktober, maar het is wat het is. Zelfs in deze sombere dagen gloort er ergens toch nog een beetje klein geluk.

20180419_214558[1]

  • Niet één, maar drie concerten op amper 4 dagen tijd! Dat is ontzettend veel muziekgeluk 😉.
  • Ik was er dus bij op “het optreden van het jaar”, zijnde Arcade Fire in het Sportpaleis. Het was een goed optreden, maar mijn top tien haalt het niet. Ik heb dan ook al ontzettend veel steengoede optredens gezien.
  • Voor, tijdens en na het optreden bijpraten met een goede vriendin, die ik al veel te lang niet meer gezien had.
  • De echtgenoot trad liefst twee keer op tijdens het weekend, één keer als drummer, één keer als zanger. Het waren twee uitstekende performances. Gezellig en geweldige ambiance. En hij deed dat twee keer met verve, zei de verder totaal objectieve groupie. Meer van dat!
  • De deejay na het optreden van de echtgenoot draaide geweldige (oude) muziek, uit onze jeugd. Grappig dat we intussen blijkbaar al zo oud zijn dat onze muziek terug hip is.
  • Het zonnetje.
  • Zomerjurkjes dragen!
  • Pumps aan je voeten! Jammer genoeg zitten we intussen terug in de nylon-fase.
  • Eten met ex-collega’s. Bijpraten en herinneringen ophalen is altijd plezant.
  • Misschien moet ik “eten” tout court vermelden. Het is ijsjestijd!
  • Mijn kopje Caffe Latte ’s morgens. Ik heb intussen al veel koffie geproefd, maar geen kopje smaakt beter dan dat allereerste ’s morgens.
  • Grapjes uithalen met de echtgenoot en de dochters. You win some, you lose some 😉.
  • We hebben terug Granooolala (cacao & almonds) in huis. Mijn ontbijt is terug een pak smakelijker!
  • ’s Middags je boterhammen opeten in het park in het zonnetje.
  • Met een meeslepend boek op de trein wachten in een stralend zonnetje.
  • Regenbuien doorheen de dag, maar wel droog van en naar je trein raken.
  • Shoppen met de meisjes.
  • De rust van de ochtend alleen beneden vooraleer de rest van het huis ontwaakt.
  • De fietsroutine die geweldig goed loopt de laatste weken. Deze morgen 101 minuten en 70 km. En ik zat zo in de flow dat ik zelfs nog had kunnen doorgaan.
  • Dankzij het nieuwe fietszadel ben ik net iets minder stijf na het trainen.
  • De fantasy-liefde toch kunnen delen met de dochters. Van deze éne reeks toch. Of er een vervolg komt, laat ik voorlopig nog even in het midden.
  • “Love, Rosie” kijken met de dochters en samen een traantje wegpinken op het einde. Ook al was het hopeloos voorspelbaar en een beetje (veel) zeemzoeterig.

Het lijkt erop dat mijn sociaal leven terug wakker geschoten is na een (zelfgekozen) winterslaapje. Maar het deed deugd! Laat de zomer en de zon maar snel terugkomen, wij zijn hier vol enthousiasme klaar voor terrasjes, optredens, een drankje, een hapje en veel gezelligheid.

Vijf op vrijdag: de ziekteversie

Bijna mei, maar één of andere virale infectie heeft toegeslagen ten huize Tifosa. Het slachtoffer: de oudste. Net op de avond dat ze uitgaansplannen had. Stiekem vinden we het niet héél erg dat ons daardoor een nachtsessie en een nachtelijke rit bespaard wordt, maar een koortsig meisje is zielig natuurlijk. Daarom deze week de 5 beste manieren om ziektekiemen te overwinnen.

In de zetel, onder een dekentje. Onze dokter was duidelijk toen ze koorts constateerde: slapen en platte rust. Niet dat we dat geweldig erg vinden. Het is lang weekend voor ons allemaal, dat uitslapen en recupereren behoorde eigenlijk toch al tot de plannen.

Kippensoep. Naar het schijnt de beste natuurlijke remedie tegen virusjes: kippensoep. Met liters.  Liefst uiteraard met een wit, vers boterhammetje, dat je “dopt” in de soep. En waar dan stukjes afbreken en blijven drijven. We zullen de nodige voorraad alvast maar in huis halen. Bovendien vind ik kippensoep ook best lekker. Misschien houdt het de virusjes wel uit mijn voorlopig nog gezonde lijf, als ik de komende dagen maar de nodige liters slurp.

Met veel lectuur. Als de virusjes keihard toeslaan, voel je je meestal wel niet echt in staat om veel te lezen, maar één keer dat de ommekeer min of meer is ingezet, is er geen betere methode om toch rust te houden. Maar écht hoogstaande literatuur krijg je er op dat moment niet bepaald door, maar af en toe wat stationsromannetjes kan écht wel deugd doen in het genezingsproces 😉.

Series bingewatchen. Als je toch de zetel of het bed moet houden, kan je van de nood maar beter een deugd maken. Er is vast nog wel één of andere serie op Netflix die je al even had aangestipt. Nu is het moment om die er op een paar dagen tijd helemaal door te draaien. En dus plant de oudste dit weekend een “Game of Thrones”-marathon. De echtgenoot heeft zich al opgeofferd om mee te bekijken of dit wel iets voor onze 16-jarige is.

Je laten verwennen. Kijk, de dokter was duidelijk: de zetel in en rusten. Maar dat onze meid daardoor een fuif mist, vinden we ergens toch wel een beetje sneu (al is onze nachtrust daar toch dankbaar voor) en dus zullen we haar de komende dagen toch wel wat in de watten leggen. Door haar lievelingseten te maken, door haar de nodige lectuur te bezorgen, door cake te bakken van zodra ze weer trek krijgt en door haar af en toe de nodige vitamientjes voor te schotelen in de vorm van een verse fruitsalade of wat vers fruitsap. Door morgenvroeg héél stilletjes naar beneden te sluipen en haar zo lang mogelijk te laten uitslapen…

Maar als zou blijken dat ze ons allemaal heeft aangestoken, dan verwachten we uiteraard dezelfde behandeling. En dan zal zij ook als eerste weer fit zijn… Maar nu eerst rusten, aansterken en gezond worden!

sick

(www.someecards.com)

Theorie vs praktijk: verwennen (6)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen theorie en praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Laat het ons vandaag eens hebben over “verwennen”. De theorie hierover was meestal niet bepaald eensluidend. “Je mag je kinderen niet verwennen, laat ze maar eens goed huilen.” Of “Met aandacht kan je je kinderen niet verwennen, dat mag je hen niet ontzeggen.” Of “Je mag niet altijd toegeven, je moet streng zijn, voor hun bestwil, anders maak je er rotverwende, onhandelbare kinderen van.” Begin er dan maar eens aan, hè, aan dat opvoeden, als de theorie niet duidelijk is. Als je niet weet wat je moet doen om goed te doen. Als je constant tegenstrijdige adviezen krijgt uit je omgeving. En zeker bij je eerste, weet je het nog allemaal niet zo goed, dan wil je je nog wel eens laten leiden door de goede raad die je her en der oppikt. Gelukkig weet je bij een tweede meestal al wel beter 😉.

We hebben dus maar onze eigen weg gezocht. We hebben zowat een gulden middenweg bewandeld en geprobeerd hen langs de ene kant materieel niet alles in de schoot te werpen, maar langs de andere kant niet te scheutig te zijn met aandacht. Al moesten de dochters ook leren dat het niet altijd rond hen kon draaien. Dat ze soms ook beleefd hun beurt moesten afwachten.

Wat wil dat nu concreet zeggen? Dat ze van ons kregen wat ze nodig hadden (en allicht toch ook wat meer), maar dat we toch wel grenzen trokken. Er was wel degelijk een budget (voor kledij, voor ontspanning, voor speelgoed bijvoorbeeld) en daar hielden we ons meestal wel aan. Als ze dan eens “grotere” wensen hadden voor hun verjaardag of voor Sinterklaas, dan legden we al eens samen voor één groot geschenk, in plaats van hen met vele cadeautjes te verwennen. Soms moesten ze ook sparen voor iets dat ze echt graag wilden. Zo vroeg de oudste vorig jaar centjes voor haar verjaardag en deed ze een vakantiejob omdat ze haar zinnen gezet had op een laptop.

Ook al zien we hen doodgraag en zouden we alles voor hen willen doen, het is ook onze taak als ouders om hen de waarde van geld bij te brengen en om hen te leren dat niet alles zomaar in hun schoot zal vallen. Dat ze – met hun zakgeld – moeten leren hun budget te beheren, hoe klein dat budget in het begin misschien ook was. Bovendien moeten ze ook leren dat ze niet alles kunnen krijgen en moeten ze leren tevreden zijn met wat ze hebben.

Wat het verwennen met “aandacht” betreft, daar heb ik me nooit veel aangetrokken van alle oudewijvenpraatjes die de ronde deden over “dat we hen soms maar eens goed moesten laten doorwenen, want dat ze anders rotverwende kinderen zouden worden waar geen land mee te bezeilen valt”. Onze dochters hebben eigenlijk nooit echt veel geweend, dus als ze dat toch deden, was het meestal wel serieus en dan waren we er uiteraard om hen te troosten. Waar we wel streng in waren, was dat ze elkaar en ons moesten laten uitpraten en dat ze beleefd genoeg moesten zijn om gesprekken niet ineens te onderbreken.

Na de geboorte van onze jongste werd het heel even pittig. Toen moest de oudste – die tot dan toe in het middelpunt van onze belangstelling had gestaan – onze aandacht ineens delen “met dat krijsend klein ding”. En dat was zeker niet meteen naar haar goesting. En dus durfde ze wel eens toeren uithalen terwijl mama haar kleine zusje borstvoeding gaf of verzorgde. Dan moest ik gewoon streng zijn. En soms kreeg het zusje borstvoeding terwijl de oudste de hele duur van de borstvoeding huilend aandacht vroeg. En op andere momenten speelde je het spelletje dat je net met de oudste aan het spelen was eerst uit vooraleer je het gejammer van haar zusje beantwoordde. Al was de oudste zelf ook niet écht geweldig goed bestand tegen het gehuil van haar zusje en droeg ze haar mama of papa soms al snel op “om zus toch niet te laten wenen”.

Zijn onze dochters verwend? Ja en neen. Als je vergelijkt met wat wij vroeger hadden, dan is de luxe waarin we nu leven toch nog net iets groter. Maar we hebben wel ons best gedaan om er vooral voor hen te zijn. Om tijd voor hen te maken in plaats van hen te overstelpen met materiële zaken. Af en toe zijn we ook gewoon streng: dan laten we hen zelf sparen voor iets dat ze echt graag willen. Bovendien duwen we hen wel eens met de neus op de feiten: dat het niet evident is dat ze dat of dat kunnen/mogen doen, want dat veel andere kinderen dat geluk niet hebben. Meestal beseffen ze dat ook wel. Al moeten we eerlijk zijn: ze zullen pas ten volle begrijpen wat dit inhoudt als ze er zelf (en alleen) voor staan…

Twee jongens alleen in de stad…

Dinsdagmorgen. Ik ben onderweg van het station naar mijn werkplek in de grootstad. Voor mij stopt een bus en er stappen twee jongens uit. De oudste is een jaar of 10 en draagt zijn boekentas op de rug. In de ene hand heeft hij zijn ongeveer 6-jarig broertje (?) vast, in de andere hand het boekentasje van de kleinste. De oudste helpt de kleinste behoedzaam de bus uit en die paar trapjes af. Met zijn tweeën gaan ze op weg. Op de hoek van de straat stoppen ze even en zie ik de oudste de jongste zorgzaam wat goede raad meegeven vooraleer ze de hoek omgaan en uit mijn zicht verdwijnen. Wat hun verhaal was, weet ik niet, maar ze hebben een ganse dag in mijn hoofd gezeten. Hoe dat oudste jongetje al zoveel zorgzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel uitstraalde. Hoe serieus hij keek. Hoe de kleinste naar hem opkeek.

Ik had die twee jongetjes nog nooit gezien, ofschoon ik elke dag rond ongeveer hetzelfde uur dezelfde weg afleg. Misschien was het de eerste keer dat ze die weg alleen aflegden, misschien is het een gewoonte. Ik weet het niet. Onvermijdelijk vergelijk je met je eigen kinderen, met je eigen situatie. Eén van ons beiden was er bij ons wel altijd voor de kinderen. Dat was meestal de papa-leraar, maar als hij door schoolse verplichtingen toch moest passen, sprong de mama zoveel mogelijk in. Natuurlijk hebben onze dames ook wel eens in de naschoolse opvang gezeten (en vonden ze het telkens jammer als we hen véél te vroeg kwamen ophalen), maar één van ons bracht hen naar school en ging hen oppikken. En als wij er door omstandigheden niet konden zijn, dan stonden oma of opa wel aan de schoolpoort.

Het is een ongelooflijke luxe dat we er altijd voor hen konden/kunnen zijn. Natuurlijk heeft de keuze voor ons gezin ook consequenties gehad op professioneel vlak, maar wij hebben wel altijd de optie gehad om de kinderen voorrang te geven. Want het zat ons eigenlijk ook wel mee. We zijn (nog altijd) met zijn tweeën. Bovendien speelden ook onze professionele keuzes een doorslaggevende rol. Als de papa geen leraar was geworden, was het al een pak moeilijker te organiseren bijvoorbeeld. Jammer genoeg heeft niet iedereen dezelfde luxe of dezelfde opties. Alleenstaande moeders of gescheiden koppels moeten het ook allemaal maar geregeld krijgen. In hun eentje en vaak zonder de mogelijkheid om hun werk en privéleven op elkaar af te stemmen. Onze dochters zullen het misschien niet altijd even leuk gevonden hebben dat we er altijd waren, dat zij ook niet af en toe wat zelfstandigheid kregen, maar toen ik vanmorgen die twee jongetjes door de stad zag lopen, brak mijn hart toch een beetje voor hen. En liep het over van dankbaarheid omdat wij er wel hadden kunnen zijn voor onze meisjes.

PS: Het kan natuurlijk ook dat de jongetjes in kwestie al maanden aan het zeuren waren om hen nu eindelijk eens alleen naar school te laten gaan. “Dat ze intussen echt wel groot genoeg waren en dat ze echt waar heel voorzichtig zouden zijn.” Misschien zat de mama of de papa ook wel op de bus – of ergens in de buurt – om hen vanop afstand toch nog in het oog te houden, om zeker te zijn dat ze het wel konden. Ik weet het niet, ik ken hun verhaal en omstandigheden niet en kan en wil absoluut geen oordeel vellen. Maar mijn gedachten dwaalden regelmatig af vandaag. Met pijn in het hart, want die jongens waren nog zo klein. En ergens klopt het toch niet: twee kleine jongetjes ’s morgens vroeg alleen in een grote stad…