En toen ging het licht uit…

Zondagavond. Onze tieners liggen in bed. Wij genieten van Prison Break, weliswaar met een strijkijzer in de hand (ik toch). Intussen draait het huishouden nog op volle toeren. Onze afwasmachine en de droogkast draaien en benen bij. Voor het eerst sinds lang staat ook de broodmachine nog eens op met als doel een heerlijk vers, zelfgemaakt brood om de week goed te beginnen.

Ineens valt het licht uit, de tv stopt met spelen: het wordt pikdonker in huis en alle geluiden vallen weg. Een klein beetje paniek: wat is er aan de hand? Snel op zoek naar een gsm voor wat licht “en blijf uit de buurt van je strijkijzer”. De echtgenoot kent me véél te goed. Al in normale omstandigheden durf ik me regelmatig eens “stoten” tijdens het strijken met hier en daar al eens wat brandwondjes tot gevolg. Zelfs de kinderen schrikken niet meer als er een “oei” of “ai” weerklinkt tijdens het strijken: “weer verbrand, mama?”.

img_7358Terwijl de echtgenoot de zekeringenkast controleert, ga ik op straat kijken. Geen problemen in de onze zekeringenkast, het zal een algemene panne zijn. Maar de lichten op straat branden nog allemaal. En bij nader onderzoek het lichtje van de elektrische poort van de buren ook. Het probleem ligt dus wel degelijk bij ons. Intussen hadden we eindelijk ook de zaklamp gevonden (want die staat altijd bereikbaar, tenzij je ze echt nodig hebt natuurlijk) en konden we zien dat er toch een zekering was gesprongen. We zetten ze terug omhoog, waarop alle toestellen weer tot leven komen… om binnen de minuut ons opnieuw volledig in het duister te zetten.

Intussen hadden we wel door dat het allicht aan de combinatie broodmachine-droogkast lag. Te zware toestellen op die beide stopcontacten durven heel af en toe wel eens hetzelfde effect – een algemene donkerte – veroorzaken. Dus halen we de broodmachine weg en plaatsen we deze op een andere plek in de keuken. Om binnen de paar minuten opnieuw zonder stroom te zitten.

Eerst begreep ik het niet zo goed: de broodmachine was immers al een paar uur aan het draaien: het hele programma was zo goed als volledig afgewerkt: het deeg was gekneed en had gerezen en moest enkel nog gebakken worden. En dat duurt inderdaad niet zo lang en is het einde van het programma. Tja, de weerstand was naar de knoppen. Onze broodmachine, die een dikke 10 jaar lang goed dienst gedaan had, gaf er de brui aan. Net als onze wasmachine eerder deze maand, na amper 6 jaar. Toen stelden ze ons in de winkel nog gerust dat die machines op x aantal beurten worden ingesteld en er dan ook effectief mee ophouden, maar leuk was het niet.

Uiteraard geven die toestellen nooit “op een goed moment” de geest. Nooit wanneer je eens een maand ruim marge hebt, maar natuurlijk wel tijdens de al zware septembermaand, met de start van het schooljaar en het herbeginnen van de hobby’s. Bovendien komt een ongeluk nooit alleen. Zo merkte ik de volgende morgen dat er ook een ferme barst zat in het glas van mijn uurwerk. Was ik in alle consternatie ergens tegenaan gelopen? Was dat het gevolg van het schokje dat ik voelde toen de zekering voor de derde (of de vierde) keer sprong terwijl ik pas de broodmachine had verplaatst?

We hebben dan maar een einde gemaakt aan onze zondag en we zijn hier stiekem héél erg opgelucht dat september er zo goed als op zit. En de volgende morgen smaakte het versgebakken brood van de bakker ook best lekker 😉.

Advertenties

Aanval van opruimwoede

Soms heb je zo van die dagen. Je begint aan je dagelijkse routine met de normale taken voor de boeg, maar je raakt geïnspireerd of afgeleid, hoe je het ook wil noemen. Op het einde van de dag heb je redelijk wat werk verzet, maar is je to do-lijstje nog volledig intact. Ik heb regelmatig zo’n dagen. Ik zou mezelf zeker niet het meest georganiseerde huishoudelijke type noemen, maar ik kan wel veel werk verzetten. Al doe ik misschien niet altijd de meest nuttige zaken op de meest logische momenten.

Zaterdag was weer zo’n dag. Weekend, dus het moment om het huishouden op orde te krijgen en wat klusjes van het lijstje te schrappen. Keert elk weekend terug: de was en plas. Dat begint uiteraard met het verzamelen van het wasgoed. Nu hebben wij onze verzamelmanden, maar “sprokkelen” hoort er uiteraard ook altijd bij. Want op de bureaustoelen van onze dames durft zich ook wel één en ander ophopen. Ik doe dus mijn wekelijkse ronde in huis en in de badkamer erger ik me – voor de zoveelste keer die week – aan de uitpuilende wastafels. En dus gooi ik de verzamelde was op een hoopje in de gang en begin ik de wastafels op te ruimen.

Maar ook de badkamerkastjes puilen uit van de ongebruikte haar- en verzorgingsproducten. Sommigen al jaren oud, ergens verborgen in een vergeten donker hoekje. Dus ruim ik ineens ook de badkamerkasten op. Ik gooi een aantal zaken meteen weg, sorteer de vraagtekens en laat de dochters (mee) knopen doorhakken. Een paar uur later zijn de wastafels opgeruimd, hebben we opnieuw ruimte in de kasten, maar puilt de vuilbak wel uit (en bleken de meeste ongebruikte spullen JAREN over tijd te zijn).

Intussen ben ik wel vergeten de was te sorteren en een wasmachine op te zetten. Jammer op zo’n mooie zaterdag, een perfecte dag om de was te laten uitwaaien. Tot ik de badkamer inloop en opnieuw blij word van de leegte. Rommel opruimen schept bij mij telkens opnieuw ruimte in mijn hoofd. Het geeft rust. Ik kan niet koken als het aanrecht vol staat, op één of andere manier leidt dat af. Ik kan een paar keer de badkamer inlopen als de wastafels vol staan, maar dat geeft me op den duur echt een benepen gevoel. Het is alsof de rommel de ruimte in mijn hoofd nog kleiner maakt dan ze is. En dan kan ik niet denken of creatief zijn. Rommel beknot.

organize

(www.pinterest.de)

En dat opruimen? Ik word er stilaan goed in. Daar waar je bij de eerste opruimbeurten nog niet durft categoriek te zijn (blijven of weg), maar toch redelijk wat “twijfelgevallen” over houdt, lukt het hoe langer hoe beter om de categorie “twijfelgevallen” miniem te houden, of te schrappen. Eigenlijk is het simpel: als je het al die jaren nooit gebruikt hebt, zal je dat de komende weken of jaren ook niet ineens gaan doen. Weggooien dus. Of een tweede leven geven bij mensen die er wel wat aan hebben. Op een rommelmarkt bijvoorbeeld, of in de kringwinkel.

Grappig hoe een heel maatschappelijk model gericht is op het verwerven van hoe langer hoe meer spullen, maar je eigenlijk veel blijer wordt van het opruimen of het scheppen van rust. En van zodra je je écht aan het opruimen zet, blijkt er toch héél veel in de categorie “overbodig” te zitten. Veel meer dan je op het eerste gezicht zou denken. Nu er weer ruimte is in mijn badkamer (en mijn hoofd) moet ik daar misschien eens over filosoferen 😉.

Dankbaar om…

Het is vandaag blijkbaar World Gratitude Day 2017. Tijd om even stil te staan bij de dingen waar je dankbaar om bent.

  1. Dat we allemaal gezond en wel zijn. Dat is een ongelooflijke rijkdom.
  2. Dat de kinderen zich goed in hun vel voelen op school. Nieuwe klassen is altijd wat wennen, maar het loopt vlot dit jaar. En als de dochters content zijn, is de mama dat ook.
  3. Dat het na een héél erg drukke week vol deadlines vandaag “bijbeendag” was. Eindelijk geen 60 mails achterstand meer, maar min of meer bijgewerkt. Op naar de normale drukte!
  4. Dat we dit jaar toch nog een piepklein beetje mogen genieten van een Indian Summer. Het stralende zonnetje maakte vandaag al veel goed, nu de temperaturen nog net iets meer de hoogte in, alstublieft.
  5. Dat de oudste net vandaag uitkoos om nog eens te bakken. Dus mogen wij straks weer proeven van een heerlijke ovenverse chocoladecake (en die zijn toevallig altijd het lekkerst als ze nog een piepklein beetje warm zijn).
  6. Het zijn familieweken. Afgelopen zondag vierden we een gezellig feestje aan mijn kant, zaterdag is ook de echtgenoot aan de beurt. En wij genieten daar met zijn allen héél erg van.
  7. Dat ik de laatste weken de was en plas redelijk goed onder controle heb, zodat ik doorheen de week tijd heb om te fietsen en te bloggen.
  8. Om het gelach en geplaag aan tafel de laatste dagen. Dat we in de drukte van de september-start en het schoolbegin toch nog een beetje ruimte hadden voor elkaar.
  9. Van de muziek van de dochters en hun gezang. Eigenlijk hebben ze best wel een goede muzieksmaak en soms betrap ik mezelf erop dat ik ook aan het meeneuriën ben met één van “hun” liedjes.
  10. Dat ik afgelopen nacht voor de verandering nog eens een goede nacht had en me voor het eerst in een aantal weken eens écht uitgeslapen voelde.
  11. Dat ik vandaag voor het eerst in een dikke week de deadlinestress en opgejaagdheid even achter me kon laten en meteen mijn hoofd opnieuw voelde borrelen van de creatieve ideeën.
  12. Dat het na een drukke september belooft wat rustiger te worden in oktober.
  13. Dat ik toch ook een beetje uitkijk naar het moment dat we hier voor het eerst de kachel kunnen aansteken.
  14. Om het boeketje bloemen dat ik afgelopen weekend voor mezelf meebracht en waar ik sindsdien elke keer van geniet als ik er langs loop.

HerfstbloemenVooral in tijden waarin ik mezelf durf voorbij hollen, doet het deugd om af en toe stil te staan bij de dingen die me gelukkig maken en waar ik dankbaar om mag zijn. Om te beseffen hoe gezegend we zijn, hoeveel geluk we hebben samen.

(Voor het hier écht een Ingeborg-zangstonde wordt, gaan we afronden 😉!)

Pukkelpop 2017, haar eerste festival

Muziek speelt een belangrijke rol in ons leven. Herinneringen worden gekleurd door liedjes, we gaan graag naar concerten. Dat dat erfelijk is, was dus wel enigszins te verwachten. Of we kunnen het ook anders stellen: we moeten nu niet klagen dat onze muzikale opvoeding zijn effect niet heeft gemist. Ergens in maart kregen we dan ook de onvermijdelijke vraag: “mag ik naar een festival?”. In eerste instantie dacht de mama nog voor een jaar uitstel te zorgen door “pas als je 16 bent” te antwoorden. Beetje dom, aangezien de oudste halverwege de zomer verjaart. De mama had enkel rekening gehouden met Werchter en dat stond nog voor haar 16de verjaardag op het programma.

Maar ook snel denken heeft de oudste van geen vreemden en met “maar dan mag ik naar Pukkelpop?” had ze ons wel klem natuurlijk. We hebben er nog even over nagedacht, en al snel kwamen we tot een compromis: zij mocht een vriendin meevragen, maar ze kreeg ons er ook bij. Niet dat we “samen” naar Pukkelpop zouden gaan, ze mochten daar uiteraard hun ding doen. Maar meteen was het probleem van het vervoer ook opgelost en just in case – je weet maar nooit – waren wij dan wel in de buurt.

Al snel hadden we een dag gevonden. Geen discussie voor onze oudste: zij ging naar Bastille. Dat kwam ook mij niet slecht uit, want dat was ook de dag van Elbow, en laat die groep nu toch al een tijdje op mijn lijstje staan. Bovendien kwamen er nog een paar namen bij die ik ook wel eens wou zien. Niet dat ik tickets zou kopen speciaal voor George Ezra of London Grammar, maar nu ze toch speelden op onze Pukkelpop-dag, pikten we hun optredens ook met plezier mee.

We hadden geluk met het weer: op een enkele bui na bleef het droog. We namen afscheid bij de inkom, spraken een ontmoetingsplek af “voor erna” en deden elk ons ding. George Ezra viel mee, London Grammar viel tegen. George Ezra heeft een ongelooflijk mooie bluesstem, maar we moesten de wel héél erg jonge gillende bakvissen erbij nemen in het eerste vak. De echtgenoot en ik zorgden er meteen voor dat de gemiddelde leeftijd daar een pak de hoogte in ging. London Grammar hebben we niet uitgekeken. Ze heeft een wondermooie stem, maar het geheel was wat magertjes voor op een hoofdpodium in open lucht. In een kleinere zaal kan dit werken, maar op Pukkelpop verdronk ze.

Dat gaf ons in ieder geval tijd genoeg om een goed plekje voor Elbow te zoeken in de Marquee. En laat het Elbow-optreden nu wel een ongelooflijk hoogtepunt geweest zijn. (Wat de gemiddelde leeftijd betrof, vielen we er zeker niet uit de toon: ik denk dat alle “oude zakken” daar op dat moment verzameld stonden.) Maar het was schitterend. Zanger Guy Garvey had de hele tent mee ondanks de breekbare, gevoelige muziek. Geweldig gevoel voor humor ook en tonnen présence. Ook al is het niet meteen moeders mooiste, uitstraling heeft hij. Kippenvel, een houten vloer die daverde, de tent die luidkeels meezong, meefloot, meeklapte. Overweldigend! Zo één van die concerten waarbij de zanger “kwam, zag en overwon” of de tent compleet plat speelde. Ik heb nog dagenlang nagenoten. “Beautiful!”

Daarna pikten we nog het grootste stuk mee van het Bastille-optreden. Dat een kopie was van de show die we eerder dit jaar al in het Sportpaleis zagen. Degelijk. Al dachten onze dames daar duidelijk anders over. Ook zij hadden – vanop de eerste rijen – genoten van “hun” groep en “hun” headliner. Na ons vertrek duurde het wel geen kwartiertje vooraleer de achterbank in diepe slaap verzonk. Maar haar eerste festival was een succes. Ze heeft de smaak te pakken. Volgend jaar komt er vast en zeker weer eentje op haar zomerprogramma. En wie weet, als de programmatie goed is, gaan we misschien nog een keertje mee. Of misschien ook niet. Leren loslaten, mama 😉!

Sneakerlove

Het is gebeurd: ik ben mee in de hype! Ik heb een paar sneakers gekocht en ik ben er dol op. Twee jaar geleden deed ik al een eerste verdienstelijke poging toen ik een paar witte All Stars kocht, maar het werd niks. Een dikke blaar op de onderkant van mijn voeten liet de prille liefde meteen een stille dood sterven. De All Stars staan intussen nog steeds stof te vergaren, ergens diep weggestoken in een kast. Maar aangezien we dit jaar naar Noorwegen op vakantie gingen en ik daar allicht niet op mijn platte sandalen zou kunnen vertrouwen, moest ik wel een tweede poging doen. Het werd een paar roze Adidas Campus-sen.

Intussen zijn we een zomer verder en kan ik bevestigen dat ik de sneakers ook écht versleten heb. Twee weken lang in Noorwegen heb ik bijna geen andere schoenen gedragen. Dat ene paar hakken dat ik – je weet maar nooit – toch in de koffer gestoken had, is er enkel uitgekomen om te gaan dineren op hotel, toen we “opgekleed” moesten zijn. En gingen binnen het uur weer uit, opgelucht dat ik mijn sneakers weer kon aantrekken. Ze zitten gemakkelijk en ze zijn ook mooi. Ik ben er echt helemaal weg van.

In een mum van tijd werd het mijn favoriete paar schoenen. Zelfs “back to reality”, aan het werk in het dagelijkse leven, haalde ik verdacht veel jeansbroeken uit de kast, om mijn sneakers toch maar te kunnen dragen. Onder een kleedje heb ik er nog altijd moeite mee, maar dat zit in mijn hoofd. Dan hoort het in mijn gedachten nog altijd “af” te zijn en dat is voor mij nog altijd met een paar mooie hakken. Waar ik dan hoe langer hoe meer moeite mee heb om er een ganse dag op te lopen. Waar ik dan telkens opgelucht ben dat de werkdag erop zit, ik thuis arriveer en ik de hakken kan uitspelen.

En dus heb ik in mijn hoofd zelfs al een tweede paar sneakers gekozen. Want lichtroze in de winter, dat werkt toch niet. Neen, geef mij maar een paar stevige, stoere, zwarte wintersneakers. Drie maanden geleden had ik nooit geloofd dat mijn voorkeur voor het winterseizoen zou uitgaan naar een paar platte schoenen in plaats van enkellaarsjes of winterlaarzen, bij voorkeur zo hoog mogelijk. Een mens kan dus écht op zijn 43ste nog het licht zien 😉.

IMG_8715_mini

Herfst en druk. Welkom, september!

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Terwijl we hier op de blog nog volop in Noorse vakantiesferen zitten, vliegen de weken intussen voorbij. Het nieuwe schooljaar is al 2 weken ver, onze dochters hebben hun eerste toetsen net achter de rug. Ik durf hier bijna niet met mijn ogen knipperen of er is alweer een week voorbij. En ook de weekends zitten vol: even bekomen en naar adem happen was er nog niet bij.

Septemberdrukte. Dit jaar was het erger dan anders. Ons verlof viel midden in de vakantie, terwijl wij gewend zijn om meteen in juli andere oorden op te zoeken. Zo’n vroege reis maakt dat we niet alleen meteen ons hoofd volledig leeg kunnen maken, maar ook dat we bij onze terugkeer nog een hele vakantie voor ons hebben liggen. En ook al moet ik vroeger terug aan de slag dan de echtgenoot en de dochters, toch geniet ook ik van hun tragere tempo.

Maar dit jaar waren we pas na 15 augustus terug thuis en dan staat het schooljaar écht wel voor de deur. Bovendien waren er nog wel wat taakjes die we voor ons verlof voor ons uitgeschoven hadden (tijd zat, weetjewel), maar die na 15 augustus ineens wel dringend werden. Zo moesten de fietsen van de dochters nog binnen voor onderhoud bijvoorbeeld. En dus waren de laatste vakantieweken al gehaaster dan we gehoopt hadden. Om van de hectiek van de eerste schoolweken nog maar te zwijgen. Het schooljaar is nog maar 2 weken ver en ik ben al uitgeteld. Hoeveel weken nog tot Allerheiligen 😉?

Sweet sixteen. Sommige druktes heb je natuurlijk ook zelf in de hand. Dat de oudste haar “Sweet Sixteen” vierde op weg naar Noorwegen, was een beetje ongelukkig. En dus had ze nog een feestje te goed. Zondag verzamelde de familie om haar in de bloemetjes te zetten. Onze oudste was het stralende middelpunt, blies in één keer alle kaarsjes uit, liet zich de happy birthday en de hip hip hoera’s welgevallen en dus namen wij de drukke zondag erbij. Boodschappen doen, quiches bakken, het huis en onszelf toonbaar maken (voor en na)… Het is elke keer fijn maar we zijn ’s avonds ook telkens opgelucht dat het alweer voor een jaar achter de rug is 😉.

Prison Break. Het nieuwe tv-seizoen is begonnen, met seizoen 5 van Prison Break. Knap dat de reeks erin slaagde om zo goed als alle hoofdrolspelers uit het verleden mee aan boord te krijgen voor dit vervolg. En spannend is het nog steeds. Neen, bij ons heeft Netflix nog niet zijn intrede gedaan. Wij moeten dus braafjes telkens een week wachten op het vervolg van een serie, wat voor mij nog altijd zijn charmes heeft. Al moet ik wel bekennen dat ik – onder invloed van de dochters – toch al eens nagedacht heb over Netflix en de ongekende mogelijkheden van het bingewatchen. Maar we houden de boot nog even af. Dus tellen we de dagen af tot zondag, tot we zullen weten of Michael Scofield erin slaagt om nog een keertje te ontsnappen. (Off course!)

Herfst. Elk jaar hoop ik op een Indian Summer om september verteerbaar te maken. Maar ook dit jaar zijn we amper halverwege september en de regen gutst met bakken uit de lucht. Bovendien is het ook nog eens bar koud. Ik heb al in de logeerkamer tussen de winterspullen geneusd. Ik heb zelfs al winterjurken en nylonkousen gedragen. (Ik heb voor de verandering ook een paar kapot gekregen). ’s Ochtends stond er al eens warme havermoutpap op het menu. De verwarming staat nog niet op, maar het is toch wel frisjes in onze veranda. Mijn neus en tenen beginnen ook alweer te verkillen. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vrees dat de herfst begonnen is. Mijn hart is daar nog niet klaar voor, mijn lijf eist warme spullen. Kastenwissel dan maar dit weekend? Op 16 september? Serieus?

Hartveroverend Noorwegen

Een klein jaar geleden begonnen we een reis naar Noorwegen te plannen. Het was de keuze van de echtgenoot. Niet dat we het erg vonden om eens iets nieuws te ontdekken maar we wisten meteen dat we Italië gingen missen: de zon, het eten, de dolce far niente, ons zwembad, ons huisje… En dat lieten we af en toe/veel te vaak blijken. Dan zagen we foto’s en durfden we al eens zuchten. Of dan kwam Italië in het nieuws en hadden we instant heimwee (luidop uiteraard, zodat de echtgenoot het goed kon horen). Of dan gingen we pizza of een ijsje eten en was het nooit zo lekker als in Italië.

Toch heeft Noorwegen ons hart veroverd. Ondanks de regen 😉. Dus maken we verre plannen om terug te keren, nadat we volgende zomer opgewarmd zijn in Italië. We koesteren onze herinneringen, we hebben nog vaak binnenpretjes en de foto’s worden regelmatig opnieuw bovengehaald. Het land heeft indruk gemaakt, om vele redenen.

Het vele water. Je kan – zeker als je naar het westen van Noorwegen trekt – bij wijze van spreken geen kilometer rijden zonder water te zien. De vele fjorden, meren, de zee,… Ik ben dol op water. Het brengt mij tot rust. Ik geniet ervan om te kijken naar het rimpelen van het wateroppervlak, naar de boten in de verte, naar de kust, naar de beweging. Hoewel ik niet echt dol ben op varen, waren de boottochten vaak lichtpuntjes tijdens onze reis. Oslo ’s ochtends binnenvaren op de ferry, in een stralend zonnetje, was een ongelooflijk hoogtepunt.

Het Noorse eten. Ze hadden ons vooraf verwittigd. Dat de Noorse keuken niet zo geweldig veel voorstelt. Ouderwets en flets. Ze hadden er niet verder naast kunnen zitten. Ja, de Noorse keuken is misschien simpel, maar als je ingrediënten top zijn, hoef je ook niets te maskeren, dan kan je de pure ingrediënten gewoon voor zich laten spreken. Ik heb er zalm gegeten vers uit de fjord en heb dan pas voor het eerst beseft dat zalm heerlijk zacht en vers hoort te zijn. Gecombineerd met een simpele botersaus was het een gerecht om duimen en vingers bij af te likken.

Ook de vegetarische keuken mag er zijn. Volwaardige gerechten, géén afkooksels van normale gerechten met vleesvervangers in de plaats. Torvplassen, een vegetarische smaakbom die meer dan voldoende vulde. Misschien heb ik in België nog niet de juiste adresjes ontdekt, maar het was in Noorwegen ook een gewone “taverne” in een piepklein kustdorpje. Misschien moeten we in België gewoon wat creatiever durven te zijn met groenten. En kiezen voor goede ingrediënten en pure smaken.

De Noren. “Afstandelijk” hadden ze ons gezegd. Moeilijk om contact mee te leggen, op zichzelf, “koud”. Het kon niet verder van de waarheid liggen. Ook al wisten we al jaren beter, het was fijn om te ontdekken dat onze vrienden niet de uitzondering zijn die de regel bevestigt. Noren zijn gereserveerd, maar hebben tegelijkertijd een geweldig gevoel voor droge, onderkoelde (Britse) humor en woordspelingen. Eens het ijs gebroken is, zijn ze meer dan geïnteresseerd om te weten waar je vandaan komt en wat je precies in godsnaam in de regen in hun land komt zoeken 😉.

Vikings. Ik blijf dol op geschiedenis, op verhalen. We zijn hier ook al een paar seizoenen in de ban van “Vikings”. Het was fantastisch om hun schepen in het echt te kunnen zien in Oslo (veel groter dan ik dacht) en bovendien treed je vaak in hun voetsporen. Noorwegen is een prachtig land, maar ik denk dat het – zeker vroeger – geen makkelijk land was om in te leven. Hard, ruw, ongepolijst. Dat hun voorouders waren wie ze waren, verwondert me niet. Toen we van Bergen naar Stavanger reden, passeerden we een belangrijke plek voor de Vikings: ze ontmoetten er elkaar: ze bestreden er elkaar, ze bevoorraadden zich er of ze kwamen er op adem. Het was prachtig: het uitgestrekte water vol inhammen, stroken land, eilandjes,… Het voelde zo écht daar, zo dichtbij, ook al is het al eeuwen geleden.

Over de trollen kunnen we dan weer kort zijn. Toen we onze vrienden vroegen “what about the trolls?” kregen we het veelzeggende antwoord: “it’s a tourist thing”. Meer niet. Gelukkig had ik het sowieso meer op de Viking-verhalen 😉.

Rust en ruimte. Vergis je niet, Noorwegen is zeker en vast ook een toeristische trekpleister: (teveel) cruiseschepen meren er aan, je bent nooit helemaal alleen, zeker niet op de plekken die je moet gezien hebben: Oslo, Bergen, Preikestolen,… Soms moet je je moment kiezen: bezoek Gamle Stavanger niet als de cruiseschepen aanmeren, dan wordt dat piepkleine, prachtige stukje oude stad gedurende een paar uur volledig overspoeld. En beklim de Preikestolen op tijd of net laat genoeg, zorg dat je niet samen met de Chinese cruise-toeristen moet “aanschuiven” naar boven. Maar toch bleef het “beheersbaar”. We hebben op geen enkel moment het sardientjes-in-een-blik-gevoel gehad dat je in Firenze of San Gimignano wel kan hebben. We hebben niet moeten aanschuiven om “De Schreeuw” te kunnen zien, daar waar we toch wel in de rij moesten wachten om “La Primavera” van Botticelli even te kunnen aanschouwen in het Uffizi.

NoorwegenHet was een heel andere reiservaring dan het warme Zuiden dat we gewend zijn. Zou ik het aanraden? Ja en neen. Ja, het is schitterend, maar neen, blijf er allemaal weg, we willen het alstublieft nog héél lang mooi en ongerept houden. (En voor ons alleen.)