As we speak: vakantiemodus on

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Vakantie! Eindelijk! Voor het eerst in jaren hebben we ons verlof anders gepland. We kozen niet voor de maand juli, maar planden onze vakantie (grotendeels) in augustus. En dat deed toch even pijn. Juni is immers een drukke maand voor de echtgenoot en de dochters en dus probeer ik thuis wat meer in te springen. Maar het bobijntje is hier meestal echt wel af tegen einde juni en dat was dit jaar eigenlijk niet anders. En toch deden we nog een paar weekjes erbij. Drukke weken. Onze deadlines naderen, we moesten het tempo dus nog even hoog houden.

Kleine kwaaltjes. Dat het op was, en dat het tijd was voor vakantie, werd de laatste weken wel duidelijk. Het bijslapen op woensdag en in de weekends bleek telkens hoognodig. Er dook al eens terug een migraineaanval op, wat maanden geleden was. En sinds een paar dagen sukkel ik ook met een oogontsteking. Niets ergs, alleen maar wat lastige kwaaltjes, maar toch tekentjes aan de wand dat het lijf naar rust snakt.

Vakantieprojecten. Het kan toch niet zijn dat we onze vakantiedagen in ledigheid doorbrengen, zeker. Verlof moet je verdienen, niet alleen op het werk. Al jaren plannen wij toch minstens één schilderprojectje in onze grote vakantie en dat kon ook dit jaar uiteraard weer niet uitblijven. Onze tienerdochters zijn hun kinderkamers ontgroeid en bovendien hebben hun muren toch wel héél hard geleden onder hun lijflijke aanwezigheid. Dus mochten onze dames een nieuw kleurtje kiezen en zijn wij alweer met de verfrollen in de weer. Enfin, vooral de echtgenoot was de afgelopen week in de weer, sinds vandaag kan hij op mijn (overigens zeer gewaardeerde) hulp rekenen.

Tour. Het voordeel van het verschuiven van ons verlof is dat we dit jaar wél in het land zijn tijdens de Tour. Dat we voor het eerst in jaren geen Gazzetta dello Sport moeten kopen om te weten hoe het in de Ronde van Frankrijk loopt. We kunnen het nog eens met eigen ogen volgen. En dan is het voor mij toch wel een beetje teleurstellend dat we “live” meemaken dat Froome alweer zal zegevieren. Ik zal niet ontkennen dat hij allicht de beste van het pak is, maar hij heeft zo weinig uitstraling. Ik word er niet warm of koud van. Hij doet mij denken aan Miguel Indurain. Dat was ook een geoliede machine, maar er is geen hoek (of zelfs maar een piepklein hoekje) af. Het heeft niks heroïsch als je een koers “controleert” en het verschil maakt in de tijdrit(ten). Geef mij dan maar Sagan: je beleeft altijd wel iets met de Slovaak. Die gaat er tenminste voor: aanvallen, ook al levert het weinig of niks op…

Red Flames. Het werd een beetje opgeklopt. Er werd aandacht gecreëerd, onder andere dankzij de nochtans meer dan degelijke commentaar van Imke Courtois bij het mannenvoetbal. Zo zit je dan vol verwachting voor het scherm voor de allereerste EK-match van onze Belgische nationale vrouwenvoetbalploeg. En dan is het toch een beetje slikken als je het niveau ziet. Mag er meer (media)aandacht komen voor het vrouwenvoetbal? Zeker. Mogen de matchen uitgezonden worden? Natuurlijk, maar het hoeft misschien niet per sé in prime time op één. Ik denk dat er een aantal vrouwelijke topbasketsters (zoals onze nationale trots Ann Wauters) zich afvragen waarom zij nooit op die aandacht kunnen rekenen. De verkeerde bal, zeker?

Roger Federer wint Wimbledon. Midden in het Tourgeweld ging de uitzonderlijke prestatie van deze geweldige sportman (in alle betekenissen van het woord) een beetje verloren. Wereldklasse! Met de kleine kanttekening dat hij dit nog altijd realiseert mede dankzij zijn vrouw, die zich al jaren wegcijfert in zijn schaduw. Weinigen weten nog dat ook zij een verdienstelijk tennisster was in haar jonge jaren. Terwijl hij zich concentreert op zijn sport, houdt zij hun gezin draaiende. Alle lof trouwens ook voor “feminist” Andy Murray, die op een geweldig fijne (Britse) manier het seksisme van een journalist aan de kaak stelde na zijn nederlaag in de kwartfinales. Ik heb er nog maar weinigen dat – op zo’n manier – zien doen in de sportwereld.

Gin tonicGin Tonic. Het was ongelooflijk schoon weer de afgelopen weken. Er was dus af en toe al wel een klein vakantiesfeertje. Bovendien waren er fijne samenkomsten tijdens onze weekends en werd er al eens een feestje gevierd. En dan durft een Gin Tonic al eens smaken. Al hebben we snel geleerd dat 1/3 gin misschien toch écht wel wat veel van het goede is ;-).

Er werd weinig gelezen, er werd weinig tv gekeken de afgelopen weken. Maar de vakantielectuur ligt klaar en Dunkirk staat op de filmplanning van zodra het weer wat minder wordt. Nog twee dagen schilderen, de boel opkuisen en uitmesten en de vakantie begint “voor echt”. Al is het misschien vooral een “state of mind”: er “moet” even niks meer, maar er “mag” veel. Uitslapen bijvoorbeeld, uitgebreid ontbijten, rustig de krant of een boekje lezen… Laten we daar morgen meteen werk van maken ;-).

Achter deze vrouw staat een sterke man #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity van Danone draait rond de balans werk-gezin. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze?”

Ik ben intussen 19 jaar aan het werk. Ik heb Romaanse Talen (Frans-Italiaans) gestudeerd en dat vormde naar verluidt de kortste weg naar het onderwijs. Bij mij liep het echter anders. Toen ik op de arbeidsmarkt kwam, lagen de jobs niet voor het oprapen. Mijn allereerste jobaanbieding kwam van een Brusselse school (die later in het nieuws kwam voor een geval van zware agressie tegenover een jonge godsdienstlerares, als ik me nog goed herinner), maar mijn lief vond dat ik beter nog wat verder rondkeek. Een paar maanden later kon ik aan de slag in de media, als redactiemedewerkster.

Na een kleine 2 jaar startten we een sportredactie op en ik zou die uiteindelijk 13 jaar lang coördineren. Het was een uitdagende job en ze vroeg veel inzet. Ik ging er vol voor. Ik was altijd sportliefhebber geweest én toen ik de kans kreeg om van mijn hobby mijn beroep te maken, was het soms moeilijk om een grens te trekken. Bovendien wou ik mijn job zo goed mogelijk doen en had ik soms/vaak de neiging om er net iets te veel in op te gaan. Dat gecombineerd met leuke collega’s en een nieuwsverslaving maakte de grens tussen werk en privé soms/vaak nogal wazig, al voelde het nooit écht als “arbeid”…

Intussen combineerde de echtgenoot zijn voltijdse job als leraar Nederlands en Engels met een zelfstandig bestaan, eerst als sportfreelancer, later als auteur van een handboek Engels. We werkten hard en veel die eerste jaren. Maar toen we voor een kindje gingen, maakten we samen heel bewust de keuze dat ik 4/5 zou gaan werken. Het bracht wat rust. Eens een dag geen files voor mij, genieten met de kinderen, thuis wat administratie op orde brengen of voor de boodschappen zorgen en de echtgenoot een beetje ontlasten.

Want wij vormden misschien toch niet echt het archetype van het traditionele gezin. De leraar-echtgenoot was bij ons degene die in de week de kinderen van school ophaalde en voor het eten zorgde. Ik kwam later thuis en sprong dan in. Als de echtgenoot terug achter zijn bureau kroop om aan zijn schoolwerk te beginnen, nam ik het huishouden over en deed ik de kinderen in bed. En ik zorgde voor de crisisopvang: als de kinderen ziek waren, of als ze een dagje facultatief verlof hadden, dan ving ik dat op. We vulden mekaar mooi aan, maar alle lof voor de echtgenoot: zonder hem had ik mijn job niet kunnen (blijven) doen. Hij heeft mij de kans gegeven om er vol voor te gaan.

11 jaar lang ben ik ’s woensdags thuis geweest voor de kinderen. Ik heb gebruik gemaakt van loopbaanonderbreking én van het ouderschapsverlof. Toen alle wettelijke stelsels opgebruikt waren, bleef ik gewoon 4/5 en later 90% werken en leverde ik met plezier loon in om thuis te kunnen zijn.

Maar toen kwam er door besparingen een einde aan het sportverhaal en moest ik op mijn 38ste opnieuw de arbeidsmarkt op. In volle crisis. Met het besef dat het sportverhaal wel mooi geweest was, maar dat het voor mij ook afgerond was. Dus zocht ik een nieuwe uitdaging. Het werden voltijdse jobs. De kinderen waren toen ook al 11 en 8, ze waren dus al groter, maar het was toch wat zoeken naar een nieuw evenwicht. Het lukte, al werd de druk op de echtgenoot weer wat groter. Toen er ook avond- en weekendshiften bijkwamen, bleek dat voor ons gezin een zware dobber.

liefde_is_iemand_op_wie_je_altijd_kunt_steunenBen ik blij met de keuzes die wij gemaakt hebben? Jazeker. Maar ik zat dan ook in een luxepositie. Dat ik een uitdagende job kon combineren met de kinderen, heb ik voor een groot stuk te danken aan de echtgenoot. Daarnaast was het voor ons, als hoger opgeleide tweeverdieners, financieel mogelijk om een stukje loon in te leveren voor “kindertijd”. Dat deden we 15 jaar geleden, toen de prijzen van de huizen nog niet een quasi onbetaalbare zeepbel vormden.

Was het de ideale keuze? Voor ons gezin misschien wel, al was het zeker niet altijd even gemakkelijk. Op piekmomenten (in mijn of zijn job) was het soms echt naar adem happen en hadden we af en toe hulp nodig. Dan sprongen de grootouders wel eens in, of bleven de kinderen wat langer in de opvang. Me-time was er de eerste jaren – met jonge kinderen – quasi niet. Mijn laatste boek las ik tijdens de laatste weken voor de oudste in ons leven kwam, het volgende boek las ik toen de jongste bijna één was, 3,5 jaar later! In tijden van kinderziektes was het pompen en zo goed als verzuipen, maar we sprongen voor elkaar in de bres en we gunden elkaar “ons ding”. Het ene moment wel wat meer dan een andere keer ;-).

Natuurlijk heb ik me in de loop der jaren wel schuldig gevoeld om de professionele keuzes die ik gemaakt heb. Het was makkelijker geweest als ik niet per se nood had aan een inhoudelijk uitdagende job. Ik had andere keuzes kunnen maken, ik had misschien halftijds kunnen werken of een tijdje thuis kunnen blijven. Maar dat deden we niet.

Als ik terugblik, dan ben ik vooral dankbaar voor alle momenten die ik gehad heb. Voor alle keren dat ik de kinderen kon laten uitslapen en ze rustig uit hun bedje kon halen. Voor al die keren dat ik wel aan de schoolpoort kon staan. Voor de keren dat de echtgenoot zich niet moest haasten om de kinderen op te pikken, maar gewoon rustig naar huis kon komen en eens kon genieten van een voor hem met liefde bereide maaltijd… Tegelijk ben ik trots op alle sportmomenten die ik kon beleven, en de artikels die ik erover schreef. Of op het handboek Frans waar ik even mocht aan meewerken. Of op die ene lesgroep die ik van het begin tot het einde begeleidde en waarmee  ik zo’n fijne band had. Of op de verviervoudigde aanhang van onze Facebook-pagina…

En dan kijk ik naar onze twee prachtmeiden. Goedlachs, beleefd, geïnteresseerd, ruimdenkend, open, vriendelijk en warm (zei de fiere mama) en dan denk ik telkens opnieuw dat we het nog niet zo slecht gedaan hebben. Dat de balans – misschien niet altijd even perfect – er ergens toch altijd geweest is…