Vijf op vrijdag: “kleine” irritaties

Vandaag las ik bij Samaja een blogpost over kleine irritaties, de zogenaamde “pet peeves”. Talitha begon er ooit mee en je vindt her en der wel varianten. Laat mij er vandaag een “Vijf op vrijdag”-versie van maken.

  • File. Als er iets is waar ik een bloedhekel aan heb, is het wel aanschuiven op de autostrade. Of op kleinere banen. Aanschuiven tout court eigenlijk. Om de één of andere reden komt dat NOOIT goed uit. Net als je nipt vertrokken bent om je trein te halen, zit om god weet welke reden het rond punt halverwege tussen je huis en de trein helemaal geblokkeerd. En zijn er op de Brusselse ring ooit momenten dat je niet op een bepaald punt even moet stilstaan? Zelfs op een zaterdagavond midden in de vakantie na een lange terugtocht doorheen verschillende Europese landen kan je er gif op nemen dat je in Brussel toch altijd even (veel) tijd hebt om aan sightseeing te doen. (Niet dat er rond de autostrade veel te zien is, maar kom.) Al is Antwerpen de laatste tijd minstens even erg. Zucht.
  • Wachten. Eigenlijk sluit dit aan bij het eerste punt. Ik heb een hekel aan wachten. In een rij wachten tot de deuren naar het festival eindelijk openen. Net te vroeg arriveren bij de Colruyt en nog even moeten wachten tot je de winkel binnen mag. Op de trein wachten. Wachten tot het eten klaar is. Geduld uitoefenen, ik ben daar niet zo goed in. Heel slecht eigenlijk. Geduld en ik, wij zijn eigenlijk niet echt compatibel. Als ik iets doe of wil, moet het nu. En dan kan het zo verschrikkelijk jammer zijn dat er tegelijkertijd zoveel mensen zijn die hetzelfde willen als ik. Die ook dat concert willen bijwonen, of die ook net op hetzelfde moment naar het zuiden willen. Of naar de kust. Zucht.
  • Een snotvalling. Ik ben een hele slechte patiënt, maar de grootste hekel heb ik aan een snotvalling. Kijk, ziek is ziek en soms kan je niet anders dan je bed in kruipen en naar je lijf luisteren. Maar met een snotvalling ben je niet écht ziek. Je bent niet slecht genoeg om in je bed te kruipen en uit te zieken, maar je bent ook niet goed genoeg om normaal te functioneren. Er zitten watten in je hoofd, alles gaat wat trager en je bent niet helemaal helder. En je neus zit dicht en dat vind ik het áller-ambetantste dat er is. Want ik adem door mijn neus. Een potdichte neus wil dus zeggen dat ik slecht slaap. En slecht slapen maakt me kregelig. Uiteindelijk werk ik iedereen (en vooral mezelf) dan ferm op de zenuwen. Zucht.
  • Honger. Ik heb op geregelde tijdstippen brandstof nodig voor mijn lijf, maar ik laat me telkens opnieuw verrassen door de snelheid waarmee de verbranding in mijn lichaam gepaard gaat. Idealiter ontbijt ik rond 7 uur, lunch ik rond 13 uur en nuttig ik het avondmaal rond 18 uur. Om 10 uur en om 16 uur plan ik dan een paar tussendoortjes. Jammer genoeg haal ik de ideale dag nooit. Dat ontbijten lukt nog wel, maar het eerste tussendoortje is meestal al rond 9 uur gepasseerd. Als ik 11u45 haal voor het middageten ben ik zeer fier op mezelf. Het vieruurtje wordt hier gewoonlijk om 14 uur binnengespeeld en dan begint het véél te lange wachten op het avondmaal. Met als gevolg dat ik reuzehonger heb, wat ook weer op mijn humeur werkt. Zucht.
  • Een falend toestel. De afwasmachine die je in de steek laat net op het moment dat het aanrecht uitpuilt met vuile potten en pannen. Of de digicorder die de geest geeft terwijl je een serie aan het bekijken was (uiteraard ééntje die NIET op Netflix te vinden is). Een elektriciteitspanne in het midden van de nacht waardoor je ’s morgens véél te laat – met een flikkerende display – wakker wordt. De wasmachine die besluit je hele wasprogramma af te werken op het droogzwieren na, waardoor je met een machine vol natte kledingstukken zit. De verwarming die in het midden van de enige vriesweek die winter ermee ophoudt. Achteraf zijn dat allemaal geweldige verhalen, maar op het moment zelf is het nooit grappig en komt het nooit goed uit. Zucht.

Eigenlijk ben ik best wel een aangenaam mens hoor. Maar zet me niet in een file, waar ik met honger moet wachten en niet door mijn neus kan ademen door een snotvalling terwijl de radiator van de auto zelfs op de hoogste stand geen warmte meer wil geven. Op zijn minst ben ik dan kregelig of durf ik wel eens een ferme zaag te spannen. En maak dan absoluut geen grapjes over de situatie, want ik verlies écht elk gevoel voor humor dan. Of relativeringsvermogen.

Maar in alle andere omstandigheden kan je overal met mij komen 😉.

Vijf op vrijdag: foute zomerhits

Met het goede weer van de voorbije week verandert ook mijn muzieksmaak. De foute zomerhits komen al wat vaker in de ether geslopen: er wordt al wat meer zonnige muziek gedraaid. En het toeval wil dat we daar ook net iets meer vatbaar voor zijn als het warmer wordt en als de zon schijnt. Want we moeten eerlijk zijn: de meeste van deze (zomer)hits zouden ons niet kunnen bekoren zonder zon, vakantie, een ijsje of een wijntje op een (Italiaans) terrasje of naast het zwembad.

dans

(www.someecards.com)

Vaak worden deze hits dan nog “vergezeld” van een aangepast dansje, dat je met veel geduld en kunde (?) wordt aangeleerd door de plaatselijke animatoren. Of dat je kinderen ergens opgepikt hebben en je in al hun enthousiasme willen bijbrengen. Meestal trouwens ook voer voor gênante filmpjes. Soms ben ik zo ontzettend blij dat mijn jeugdige overmoed plaatsvond tijdens de gsm- en cameraloze tijden 😉.

  • Kaoma – “Lambada”. De moeder aller zomerhits. Uit 1989, ik was toen 16 jaar. De allereerste keer dat ik geconfronteerd werd met een uitheems, opzwepend ritme. Een aanstekelijk muziekje en ook de dans leek zo aantrekkelijk. Maar wees gerust, ik had dat ritme niet in mijn heupen en buiten wat oefenen op mijn kamer heb ik deze dans – in mijn versie – nooit op de wereld losgelaten. Gelukkig maar.
  • Juanes – “La camisa negra”. Ik heb me ooit laten vertellen/wijsmaken dat dit eigenlijk absoluut geen vrolijk nummer is. Integendeel, het zou een deprimerende tekst hebben. Ik kan dat niet met zekerheid zeggen, ik heb nooit Spaans gehad, ik ben een Italianist 😉. Maar het is alweer een aanstekelijk nummer dat aanzet tot dansen. Veel dansen en blijven dansen. Een hele avond en nacht toen we dat nog konden.
  • Michel Teló – “Ai Se Eu Te Pego”. Braziliaans wordt wel een constante in dit rubriekje 😉. De eerste zomerhit die mijn dochters bewust mee beleefden en mee dansten. Ooit hadden we wel filmpjes van onze dansmoves op dit nummer, maar die zijn jammer genoeg verloren gegaan toen ikzelf erin slaagde om bij een update van de computer al onze bestanden (ook foto’s en filmpjes) te verwijderen. Gelukkig maar, of net niet.
  • Gusttavo Lima – “Balada”. Dit is gelinkt met het vorige, het ene kan niet los gezien worden van het andere. Ik heb hier fantastische herinneringen aan. Onze dames hadden hier een eigen dansje op gemaakt en hadden dit op vakantie aan hun Noorse vriendinnetjes aangeleerd. Telkens het nummer gespeeld werd op één van de feestjes in onze agriturismo, gingen ze hier met zijn vieren op uit de bol. Zelfs jaren later nog. En dus is het nummer niet alleen meer een foute zomerhit, maar een ode aan een Belgisch-Noorse vriendschap die jaren geleden in Italië tot stand kwam.
  • Stromae – “Ta fête”. Voor je dacht dat alleen Brazilianen en Spanjaarden zomermuziek in het bloed hebben, wil ik dat toch even ontkrachten. Wij kunnen dat ook. Enfin, Stromae kan dat ook. Maar dat is dan ook dé Belgische meester in dansmuziek. Overigens ook niet altijd even optimistisch van tekst. Van dit nummer moét je trouwens de “Belgian Red Devils version” kiezen. Zalige clip, speciaal gemaakt voor het WK voetbal in Brazilië. Wij waren toen op vakantie in Italië en gingen telkens met alle Belgische vakantiegasten volledig los op dit nummer. Geweldig!

En omdat we in een gulle bui zijn, krijg je er nog eentje cadeau. Het had Las Ketchup kunnen zijn, maar zo geweldig was dat nummer nu ook weer niet. En dat dansje heb ik nog altijd niet onder de knie, dus dat vergeten we. Ook de Macarena was een optie, maar eerlijk gezegd, die mannen van Los del Rio waren eigenlijk gewoon een beetje eng. Neen, we geven jullie het lied dat misschien wel eens de zomerhit van 2018 wordt. Ook geweldig aanstekelijk. Veel tekst zit er niet in, maar leuk is het wel: MC Fioti – “Bum Bum Tam Tam”.