Ouderzonden #2 – Avaritia

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De tweede uitdaging draait rond:

#2 – AVARITIA (hebzucht – gierigheid) Wat zou je nooit delen met je kinderen? Of kind?

In eerste instantie dacht ik, “dit is compleet niet op mij van toepassing, ik deel gewoon alles met de kinderen”. Mijn tienerdochters eten alles wat ze in huis vinden en houden er geen rekening mee dat die chips net toevallig is meegebracht omdat ik daar de laatste weken een voorkeur voor heb. Eén keer proeven en ook zij vinden dat nieuwe smaakje geweldig en beginnen dan maar eerst aan “mijn” zakken chips. Na een paar dagen is mijn voorraad dan uitgeput en kunnen zij gezellig aan hun eigen voorraad beginnen. Uiteraard net die smaakjes waar wij absoluut niets van moeten weten. Dit geldt overigens ook voor chocolade, of koekjes, of cornflakes,…

Ook mijn kleerkast is niet langer “heilig”. Intussen delen de oudste en ik een maat en zit de jongste ons op de hielen. En dus is het gewoon geweldig handig als er geen nylonkousen meer voorradig zijn om even in mama’s kleerkast te duiken. Of als een outfit net niet warm genoeg is, je te herinneren dat er in mama’s kast ergens nog wel een zwart kostuumjasje hing dat perfect kan dienen. Eén van mijn zomerjurkjes hangt intussen al een aantal jaar in de kast van de oudste. We moeten er eerlijk in zijn: het staat haar ook gewoon beter.

En toch. Als je dan wat langer nadenkt over deze tweede uitdaging, dan blijkt dat je hier en daar toch wat nuances moet aanbrengen. Dat er toch wel een aantal zaken zijn die ik niet deel met mijn dochters, ook al zie ik hen doodgraag en zou ik mijn laatste centen liever in hen investeren dan aan mezelf te spenderen.

  • Die ene avond om de zoveel weken dat de echtgenoot en ik tijd voor elkaar maken, delen we niet met onze dochters. Ze durven dan op voorhand wel eens informeren waar we heen gaan om dan te verzuchten “dat zij ook wel graag nog eens pizza gaan eten” of “dat dat nu net de film is die zij ook wel graag willen zien”,… maar onze tijd samen delen we niet.
  • Ik lees de Libelle het liefst als eerste. Ik kan er ongelooflijk van genieten om een nieuw tijdschrift als eerste open te slaan, om als eerste de verhalen te lezen en om als eerste alles te ontdekken. En dat weten de dochters ook. Ze zullen het een eigenaardig trekje vinden, maar ze respecteren mijn “eersteleesrecht” op de Libelle.
  • Ze mogen gerust in mijn kleerkast zitten en ik deel zonder problemen basic t-shirts, jasjes en nylons, maar van mijn mooie jurken moeten ze wel afblijven. Ook de mama maakt zich nog eens graag mooi en ik ben dus héél erg zuinig op mijn topstukken. Die zijn van mij en die wil ik niet uit één of andere kleerkast gaan vissen. Of uit de wasmand nadat ze ongevraagd “geleend” werden. Maar dat respecteren onze meisjes ook. Het helpt ook dat ze mijn jurken best wel mooi vinden, … “voor oudere vrouwen”…
  • Toen onze dochters begonnen te experimenteren met make-up, doken ze uiteraard meteen in mijn make-up-koffertje. Ik had redelijk wat verzameld, maar eigenlijk gebruikte ik weinig of geen make-up ook echt. Maar die paar spulletjes die ik ook daadwerkelijk gebruikte, daar bleven ze af. Dat was dan één kleurtje nagellak, één kleurtje lippenstift, een oogpotlood en mascara. De dochters experimenteerden naar hartenlust met de rest van de spulletjes en begonnen stilaan hun eigen hebbedingetjes te verzamelen. We hebben hier dus allemaal onze eigen kleurtjes nagellak en de oudste en ik hebben ook eigen make-up. Nagellak remover zullen we wel eens bij elkaar gaan lenen en ook de bus micellair water wordt door ons drieën gebruikt, maar de echte make-up lenen we niet uit.
  • Verzorgingsspullen “claimen” we niet zo hard als de make-up-spullen, maar het blijft wel lastig als je ineens ontdekt dat de bus shampoo net voor jouw wasbeurt ineens zo goed als leeg blijkt terwijl die de vorige keer toch écht nog een ruime bodem had.
  • Ik zal ook niet héél erg moeilijk doen over die éne zak chips die ik voor mezelf had bestemd en die ineens verdwenen blijkt als ik me er eindelijk dacht op te storten, maar als de allerlaatste witte Twix (waar ik me een hele dag op verlekkerd heb) ongevraagd verdwenen blijkt te zijn net op het moment dat ik er dacht van te genieten, dan durf ik écht wel een serieuze zaag te spannen.

Ik zie mijn dochters doodgraag en sinds ze in mijn leven zijn, staan ze bovenaan mijn prioriteitenlijstje (wat allicht voor elke mama geldt, niet?). Zo goed als altijd en overal komen zij eerst. Zo goed als alles wil ik met hen delen. Alleen de allerlaatste witte Twix hou ik liefst voor mezelf 😉.

Oma’s middeltjes getest: boter voor zachte lippen

In de winterperiode durf ik wel eens last te hebben van gebarsten lippen. Jammer genoeg ben ik dan ook nog eens van de prutserige soort. Het gevolg: kapotte lippen. Een hele winter lang loop ik dan ook rond met een lippenstift in mijn handtas en van zodra ik barstjes voel komen, wordt er serieus gesmeerd. Sinds ik de volwassen staat van dienst heb bereikt, lukt het me ook om een lippenstift een hele winter lang te houden en op te gebruiken. Barstvrij zou ik mezelf nu ook weer niet noemen, maar laat ons zeggen dat het min of meer onder controle is.

Toen ik een jaar of dertien was, had ik ’s winters ook al last van gebarsten lippen. Uiteraard kreeg ik dan van mijn ouders wel een Labello-lipstick (in de winter moest je de blauwe hebben, in de zomer was het smeken om de roze ;-)), die ik prompt verloor. Waar mijn ouders natuurlijk niet blij mee waren: “Je moet echt beter voor je zaken leren zorgen, dat kost allemaal geld,… Dan maar geen lippenstift meer!” (30 jaar later zijn de dochters even nonchalant als de mama als het op het zorgen voor hun spulletjes aankomt en krijgen ze exact dezelfde litanie te horen, l’histoire se répète…).

Maar ik was er op dat moment vet mee natuurlijk: de winter was nog maar amper begonnen, ik zat al met gebarsten lippen en mijn Labello was uiteraard weer op mysterieuze wijze verdwenen. Om dan maanden later op de meest vergezochte plekken weer op te duiken: zo vond ik er ooit eentje terug in onze doos met kleurpotloden. Overigens ben ik er na al die jaren nog steeds van overtuigd dat ook de 8 jaar jongere zus wel eens wat verzamelde dat eigenlijk niet van haar was. Maar bewijzen had ik niet en ik had mijn waardevolle dingetjes ook niet moeten laten rondslingeren natuurlijk…

IMG_6300Een van mijn tantes had echter de ideale oplossing voor mijn probleem: boter! Een natuurlijk middeltje en altijd in huis. Het zou minstens even goed werken als een Labello, een pak minder kosten én uiteraard veel moeilijker kwijt te spelen zijn. Overtuigd was ik niet meteen, maar op een avond dat mijn lippen echt wel pijn deden, rood waren van de snijdende wind én ik al teveel geprutst had aan de losse velletjes, besloot ik me er dan toch maar aan te wagen.

En dus sneed ik een klontje boter (echte Ardense boter uiteraard) en smeerde dat over mijn lippen. Lang heeft het experiment niet geduurd. Lippenstift is immers ook het ideale excuus om constant aan je lippen te likken, toch? Boter is NIET lekker. Het smaakt écht vies. Met een stukje keukenrol was het dan ook even snel verwijderd als het erop gesmeerd was en dus konden de smeekbedes en zaagpartijen om een nieuwe Labello als vanouds herbeginnen: “Alsjeblieft, mijn lippen doen echt pijn, ik zal er echt waar héél goed voor zorgen deze keer,…”

Dan ging ik met mijn vader mee naar de Colruyt, overtuigde ik hem om toch opnieuw een setje Labello-sticks voor me te kopen, kreeg hij bij onze thuiskomst onder zijn voeten omdat hij zich veel te gemakkelijk in de luren had laten leggen en was ik de lippenstiften uiteraard binnen de kortste keren weer kwijt… Maar boter heb ik nooit meer geprobeerd, alhoewel de tante in kwestie nog steeds beweert dat er niks beters is tegen gebarsten winterlippen dan een laagje goeie ouderwetse boter.

Wat denken jullie? Het proberen waard of heb ik me – goedgelovig als het kind dat ik was – blaasjes laten wijsmaken?

Vanavond niet schat, ik heb hoofdpijn

hoofdpijn_miniDeze week was ik 3 dagen kwijt. Een migraineaanval. Dinsdag begonnen, even gaan liggen, woensdagavond opnieuw doorgekomen en donderdagochtend groot feest. Letterlijk dan: het bonkt in mijn hoofd en ik zie zwarte vlekken. En helaas kan ik niet zeggen dat ik op Tomorrowland sta.

Ik zou het intussen al gewend moeten zijn. Het maakt nu toch al vele jaren deel uit van mijn leven. Ergens in mijn late tienerjaren dook dit zwarte beest voor het eerst op, het bloeide volop in mijn twintiger en dertiger jaren en nu neemt het stilaan af. Enfin, het beperkt zich nu tot een paar keer per jaar. Het was nog maar de eerste keer dit jaar dat ik niet kon werken. Dat was vroeger wel anders.

Ik kan niet zeggen dat het als een verrassing kwam, toen ik mijn eerste aanval kreeg. Het maakt deel uit van het genetisch pakketje dat ik kreeg bij mijn geboorte. Samen met de gehoorproblemen trouwens. Ze hebben mij wel goed bedeeld toen ze de X-chromosomen combineerden 😉

Nu moet ik er wel eerlijk aan toevoegen dat ik het ook een stukje aan mezelf te wijten heb dat het deze week zo zwaar doorkwam. Ik heb immers al ervaring en weet wat ik moet doen om het in de hand te houden. Maar – en ook dat is alweer een familiale erfenis – ik denk te vaak dat ik het beter weet dan de dokters én ik ben niet zo happig op de pilletjes die erbij horen. Zo’n pilletje nemen wil immers zeggen dat je een paar uur plat gaat, maar ze beletten wel dat de aanval zich doorzet. Maar die pilletjes hebben redelijk wat bijwerkingen en ik probeer ze dus zoveel mogelijk te vermijden.

Soms lukt het. Soms ga ik slapen en ebt de hoofdpijn weg in mijn slaap. Dat was dit keer helaas niet het geval. En dus kreeg ik onder mijn voeten van mijn dokter. Dat een zware migraineaanval te vergelijken is met een zware hersenschudding en dat ik die dus toch beter vermijdt.

Enfin, de pilletjes hebben gewerkt. Ik ben wel nog de hele dag suf geweest en heb nog met een houten kop rondgelopen, maar ik ben er terug bij. Min of meer. Met de goede voornemens in elk geval om de volgende keer wel het doktersadvies op te volgen. Want aan de gehoorproblemen én de migraine kan ik misschien niet ontsnappen, maar de familiale “betweterige” koppigheid kan ik op dit vlak misschien beter in de hand houden 😉