Zondvloed

Ik ben geen held in het verkeer. Ik ben dan ook dolgelukkig dat ik met het openbaar vervoer kan gaan werken. Met de trein reizen vind ik meestal een enorme luxe: 25 minuten onafgebroken leestijd. Maar als ik late vergaderingen heb of als er gestaakt wordt, dan durf/moet ik wel eens met de auto naar het werk rijden. Dat was dinsdag ook het geval.

Rond 16u30 barstte een onweer los boven Leuven. Eerst bleef het nog beperkt: het regende wat, het bliksemde af en toe even en het rommelde wat in de verte. Maar tegen 18u30, net op het moment dat ik wou vertrekken naar mijn late afspraak, was het wel héél hevig aan het onweren. De regen viel met bakken uit de lucht en je zag bliksem om bliksem door de lucht klieven. In de auto hoorde ik ook dat er problemen waren op de autostrade rond Leuven en ik zag de bui al hangen.

Na kort overleg bleek dat ik toch gemist kon worden en besloot ik maar onmiddellijk naar huis te rijden. En de autostrade te vermijden. Snel rijden als je ruitenwissers op het maximum staan en je bij wijze van spreken amper voor je ziet, ik doe het niet graag. Tegelijkertijd voorbij gevlamd worden door de mastodonten op de autostrade, die je nog eens extra nat gooien in het passeren, zag ik ook niet zitten. Binnendoor dus. Tegen 70 km per uur maximum.

Tijdens het eerste deel van de rit kon ik het rijden eigenlijk best nog smaken: fijn muziekje, niet te druk (de avondspits was eigenlijk al achter de rug) en verwondering bij het zien van de bliksemflitsen in de lucht. Tot ik bijna in Aarschot was en de weg afgesloten was omwille van een ondergelopen kruispunt. Een omweg dan maar, en de GPS volgen. En toen reed ik door Betekom en Begijnendijk en bleek dat het toch wel héél veel geregend had. De eerste ondergelopen weg kon ik nog passeren via het hogere en iets drogere midden. De tweede ondergelopen weg nam ik via het fietspad dat net iets boven de rijweg uitstak.

Maar de derde ondergelopen weg was er teveel aan. Er stond minstens 30 centimeter water en bij de jeeps en stationwagens voor mij spatte het water al verschrikkelijk hoog op. Laat staan dat ik er met mijn Corsa’tje door zou ploeteren. Een zijweggetje dan maar, maar dat bleek ook helemaal ondergelopen, minstens even hoog. Terugkeren was geen optie, aangezien ik al 2 ondergelopen banen getrotseerd had. Er toch maar doorheen dan.

En dus heb ik gewacht tot de tegenliggers gepasseerd waren en heb ik het erop gewaagd. Met de daver op het lijf en de bibber in mijn benen. En het was een héél lang stuk (of zo leek het toch), ik moest toch een paar honderd meter overbruggen. Uiteraard kreeg ik halverwege dan toch een paar tegenliggers, maar stoppen was op dat moment geen optie meer. En dan rijd je maar door. Ben je blij en opgelucht als je de laatste meters terug in het midden van de baan kan rijden waar het weer wat hoger is. En dat je het gehaald hebt. De rest van de weg voelde ik mijn benen trillen. Ik was ontzettend opgelucht dat ik thuis was. Waar het grootste deel van het onweer eigenlijk aan ons voorbij ging. Waar het wel wat geregend had en wat rommelde in de verte, maar ook niet meer dan dat.

De rest van de week staan er geen late vergaderingen meer op het programma en reis ik gewoon met de trein. En neem ik de mogelijke vertragingen voor lief. Een beetje lezen, geen trillende benen. Want mijn autootje mag dan makkelijk zijn en me luxe en vrijheid bieden, ritten als dinsdag verteer ik niet zo snel. De herinnering is nu nog jong genoeg om even niet te zagen en te klagen over het openbaar vervoer. Tot de volgende staking uiteraard en je in het station vruchteloos staat te wachten op een trein die maar niet komt opdagen.

Maandag dus ;-).

Advertentie

Pantoffelheld in de sneeuw…

Ik ben een winterkind. Ik ben dol op sneeuw, vrieskou, donkere dagen, warmte en gezelligheid binnen. Of beter, dat was ik. Voor ik door de sneeuw reed. Toen was de liefde snel over.

Geboorte van een trauma

sneeuwspreukEen paar jaar geleden, op een mooie novemberzondag, reed ik met de kinderen naar mijn ouders. Het was Oma’s verjaardag geweest, we zouden met de hele familie feest vieren. Onderweg naar mijn ouderlijk huis zette ik de echtgenoot af op zijn bijjob. Ik zou hem ’s avonds terug oppikken. Het was een gezellige dag. Het eten was lekker, het gezelschap was goed en in de loop van de namiddag begon het lichtjes te sneeuwen. Een prachtige dag met andere woorden.

Tot ik telefoon kreeg van één van mijn toenmalige freelance medewerkers. Hij was onderweg voor zijn avondshift, maar wou me verwittigen dat het “volledig dicht zat” en dat hij de start van zijn shift zeker niet zou halen. Echt ongerust maakte ik me nog niet; ik had nog wel even voor ik de echtgenoot moest oppikken. Maar het bleef sneeuwen. En stilaan slipten de straten dicht. En dus besloot ik – iets vroeger dan normaal – toch al maar richting de echtgenoot te vertrekken.

Het zou een rampzalige rit worden. Ternat-Vilvoorde, normaal gezien een dik halfuurtje, bleek problematisch. Ik raakte met moeite de autostrade op en stond toen stil… en bleef stilstaan. Bleek dat in Groot-Bijgaarden de oprit richting Bergen afgesloten was. Daardoor moest iedereen de ring op richting Zaventem… Bovendien is het stukje bij het oprijden van de ring in Groot-Bijgaarden écht wel bergop. Niet steil, niet dramatisch, maar daar en toen wel problematisch voor vrachtwagens. Die raakten niet omhoog en schoven achteruit.

Met 2 kleine meisjes achterin de auto hield ik de echtgenoot op de hoogte van het gebrek aan vorderingen… tot ook de gsm het voor bekeken hield. Toen was het kwart voor 7 en was ik al anderhalf uur onderweg. Het zou nog tot rond half negen duren eer ik eindelijk bij de echtgenoot raakte. Die had zich intussen zorgen zitten maken: hij had op het nieuws de beelden gezien van vrachtwagens die de brug in Vilvoorde niet opraakten en wist dat ik daar ergens met onze 2 dames rondreed. Gelukkig waren zij rustig in slaap gevallen. Dat de mama toen af en toe even panikeerde, hebben zij niet geweten.

Ik ben nog nooit zo opgelucht geweest als die avond, toen we de echtgenoot eindelijk bereikten en ik het stuur aan hem kon overlaten. We hebben die avond verder de binnenwegjes genomen. Het heeft lang geduurd voor we eindelijk veilig thuis waren. Een trauma was geboren 😉

Een tweede paniekaanval

Sinds die ene zondag probeerde ik sneeuwrijden zoveel mogelijk te mijden. Thuiswerken kon én als er sneeuw voorspeld werd, maakte ik gretig gebruik van die mogelijkheid. Een bezoekje aan de (groot)ouders werd uitgesteld als het weer onvoorspelbaar winters was.

Maar uiteraard heb je niet alles in de hand. En zo gebeurde het een paar jaar geleden toch weer dat ik de sneeuw door moest. Het was de laatste donderdag voor de kerstvakantie. De avond van de oudercontacten. ’s Namiddags begon het te sneeuwen. Even getwijfeld, maar uiteindelijk toch vrij vroeg naar huis vertrokken, in een kansloze poging om de avondspits alsnog voor te zijn. Maar uiteraard was ik niet de enige die zo redeneerde. In eerste instantie ging alles vlot. Ik haalde Mechelen nog redelijk probleemloos.

Bij het inrijden van Mechelen was ik nog optimistisch. Ik heb toen nog naar huis gebeld om te melden dat ik het oudercontact allicht toch nog zou halen. Het bleek een beetje voorbarig, want Mechelen stond volledig vast. In de vroege namiddag, bij de eerste sneeuwval, bleken een aantal vrachtwagens de bruggen in Mechelen-Zuid niet te verteren. Gevolg: beide bruggen waren redelijk lang volledig versperd geweest en dus stond alles stil. Toen ik drie kwartier later amper een paar meter opgeschoven was, moest ik de echtgenoot verwittigen dat het oudercontact er dan toch niet inzat.

Het zou die avond uiteindelijk een kleine 4 uur duren eer ik de afstand Vilvoorde-thuis vol maakte. Toen ik Mechelen eindelijk uitreed, begon het opnieuw hevig te sneeuwen. Met trillende benen reed ik amper 30 km/u uit angst om te slippen, maar ik werd wel vlotjes ingehaald door de Lijnbussen, die blijkbaar geen last hebben van gladde wegen. Ik was volledig op toen ik ons huisje haalde…

Nooit meer?

sneeuwspreuk2Vanmorgen had het weer gesneeuwd, maar gelukkig viel het al bij al nog mee. Er stonden wel weer geweldig lange files deze morgen, maar écht glad was het in de Kempen niet. Bovendien ben ik intussen een paar keer van job veranderd: autostrades zitten er voor mij niet meer in. Ik heb mijn sneeuwtrauma voorlopig dus min of meer onder controle, maar een winterkind zou ik me toch niet meer noemen. Geef mij maar zon en zomer, alstublieft 😉