Het werd zomer. Bijna!

IMG_6393Neen, we gaan het niet hebben over het fantastisch Belgische zomerweertje. Waar we een warm dagje alweer moeten bekopen met verschrikkelijke zomeronweders. Maar het einde van de examens en proefwerken is stilaan in zicht. De oudste heeft nog geschiedenis, de jongste heeft nog rekenen, maar het leren is al achter de rug. Nog een keertje alles geven en ze kunnen aan hun zomervakantie beginnen.

Ook bij de echtgenoot is het verbeterwerk (net) achter de rug. De punten worden doorgegeven, nu volgen een paar dagen deliberaties en moet hij de rapporten nog schrijven en wat administratieve zaken afhandelen. En dan kan de riem er hier even af. Het is tijd en het is nodig. Ze zijn zo moe, mijn huisgenoten. En ze zijn het moe. Even geen school meer. Even geen taken meer, geen lessen. Even alleen maar genieten, luieren, wat lezen. Uitslapen ook, recupereren van een lang, vermoeiend jaar.

Toen onze meisjes jonger waren, zag je in mei en juni gewoon dat ze aan het einde van hun Latijn waren. Het bobijntje was af. Ze gingen zonder morren op tijd naar bed, ze durfden in het weekend al eens een gaatje in de dag te slapen en vooral de jongste kroop in de loop van de dag wel eens stilletjes met een boekje in bed. Een uur later vonden we haar dan diep in slaap. Ze hadden het soms zo nodig. Mei is dan ook een erg drukke maand met de schoolfeesten, de dansoptredens, soms nog wat communie- en verjaardagsfeesten hier en daar. Het was soms teveel voor onze dames.

Intussen zijn ze opgegroeid en zijn ze het al meer gewend. En toch. De examens zijn ook gewoon vermoeiend. Het vraag een constante mentale inspanning en dat vergt toch veel van onze meisjes. En dan zijn de lontjes soms wat korter: er wordt al eens stevig gezeurd. Op het oneerlijke (studeer)leven, op de ouders (met hun bedenkelijk gevoel voor humor), op de zus. Op het eten dat net niet is wat ze liefst gewenst hadden. Of op de muziek/lach/stem die te luid is, de mattentaartjes die uitverkocht waren bij de bakker,… Het grappige is dat dat gezeur meteen stopt op het moment dat de examens afgelopen zijn. Min of meer toch ;-). Vanaf morgenavond kunnen ze weer wat meer hebben. Dan blijven ze al eens langer op en slapen ze ook gewoon weer een stukje langer uit. Het ritme wordt verlegd, we zetten een stapje terug. Er “moet” ineens niks meer, er “mag” veel meer.

Lang zal het overigens niet duren vooraleer we hier “ik verveel me” te horen krijgen. Of “mag ik op de Nintendo/tablet/computer”? Want wat moet je in godsnaam met die zeeën van tijd gaan doen (zeker als het regent)? En je kan nu toch niet de hele dag door blijven lezen (tenzij het goed weer is en je als eerste de ligzetels hebt ingepalmd natuurlijk). Het moet gezegd dat ook de waterspelletjes en ons plastieken zwembadje enorm populair blijven bij onze dochters. Zeker als ze gezelschap kunnen/mogen vragen. Of een logeerpartijtje mogen houden…

Die belofte van de oneindige zomer, de leegte die zich voor je uitstrekt, dat mis ik nog altijd. Maar als ik eraan denk dat je dan eerst nog eens die examens moest doorworstelen, dan is dat gemis snel over. Al zal het binnenkort toch weer slikken zijn, als iedereen vakantie viert en ik ’s morgens het huis stilletjes uit sluip om toch maar niemand wakker te maken en de liefdes van mijn leven hun broodnodige recuperatie te gunnen.

Nog één examen, nog één weekje, en dan zit het er alweer op. Is de lagere school een afgesloten hoofdstuk in dit gezin. Dan zit de helft van het middelbaar er voor de oudste al op . Het gaat toch zo ontzettend snel allemaal. Even met je ogen knipperen en voor je het weet zijn ze opgegroeid. Ik ben daar zó niet klaar voor. Maar voor de dochters kan het soms niet snel genoeg gaan. Zeker niet nu ze weer twee superlange vakantiemaanden in het vizier hebben ;-).

Advertentie

Mama’s kleine vakantieverdriet

Vorige week genoten wij hier met zijn allen van onze Paasvakantie. Deze week moest de mama jammer genoeg alweer aan het werk, terwijl de dochters en de leraar-echtgenoot nog een weekje langer vakantie vieren. En alhoewel ik het intussen, in het twintigste jaar van mijn professionele leven, al gewend zou moeten zijn, blijft het toch telkens weer pijn doen.

Het betekent immers dat ik mijn bed uitspring van zodra de wekker gaat en dat ik de rest van het ochtendritueel zo stil mogelijk probeer af te werken. Want de echtgenoot en de dochters slapen uit en dat probeer ik zo te houden. Bovendien heb ik op weg naar de volwassenheid toch enigszins vooruitgang geboekt. Toen ik vroeger “zachtjes” de trap probeerde af te gaan, was het volgens mijn moeder altijd “net of er een bende olifanten passeerde”.

Alhoewel er af en toe nog wel eens een ongelukje gebeurt, zeker als je niet uitgeslapen bent. Dan laat je de elektrische tandenborstel natuurlijk met veel gerammel en geklingel in de wasbak vallen. Of dan valt de deur veel luider toe dan je verwacht had. Of dan ben je natuurlijk nog iets in de kamer vergeten en moet je de deur, die je een kwartier eerder zachtjes achter je had toegetrokken, weer openen. Of dan staat er ineens een dochter voor je neus en verschrik je je (luidkeels) een ongeluk. Of de doucheknop gaat met geweldig veel gebonk tegen de douchebodem en knalt onderweg ook nog eens stevig tegen de muur waarachter de oudste probeert te doen alsof ze mama écht niet hoort. Of de deur van de badkamerkast open laten staan omdat het klopt telkens je ze sluit en vervolgens dan keihard met je kop tegen de openstaande deur knallen. Of je blote tenen (want dat maakt veel minder geluid dan schoenen aan je voeten) dan wel tegen de deur stoten. Niet dat dat zoveel lawaai maakt, maar de pijnkreet en het bijhorende gevloek natuurlijk wel.

Of je trekt beneden de koelkast open en een fles drank, die duidelijk niet goed geplaatst was, valt eruit, wat een hels lawaai maakt. (En dan kan je nog eens de keuken beginnen opkuisen, terwijl je eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk – zonder al te veel geluid – het huis probeerde uit te sluipen.) Tijdens de vakantieweken valt het ook héél hard op hoe de voordeur toch altijd zo’n vreselijk kabaal maakt als die in het slot valt, zeker als het voor de rest muisstil is. En ik doe écht waar héél hard mijn best, maar de keren dat de echtgenoot ’s avonds vraagt: “zeg, wat was dat nu toch weer deze morgen?” zijn hier niet meer op één hand te tellen. En al bovenstaande gevalletjes heeft yours truly ook al minstens één keer “live” meegemaakt op een vroege vakantieochtend.

En waar dat gezegde van de ezel en zijn steen vandaan komt, begrijp ik eerlijk waar ook niet, want ons (mij) overkomen sommige onfortuinlijke gebeurtenissen echt wel tot verschillende keren toe. Maar telkens het wel lukt om het huis in relatieve stilte te verlaten en iedereen nog rustig ligt te slapen als ik vertrek, bloedt mijn (moeder)hart een klein beetje. Dan wil ik eigenlijk niets liever dan terug naar binnen gaan, in mijn bed kruipen en de rest van de dag met mijn geliefden doorbrengen.

Alhoewel ik het de kinderen en de echtgenoot van harte gun, ben ik telkens toch stiekem een beetje blij als de vakantie erop zit, als alles terug zijn gewone gangetje gaat en we allemaal terug in het normale ritme zitten. Als ik me ’s morgens geen zorgen hoef te maken om het behoud van de stilte en het vermijden van welk lawaai dan ook. Als er ineens een pak minder ongelukjes gebeuren ’s morgens vroeg (in mijn verbeelding dan toch). Als de dames des huizes weer een ochtendhumeur hebben wegens niet uitgeslapen en drukdrukdruk. Als we het ochtendritueel in alle haast doorspartelen omdat we liever een kwartiertje langer slapen dan de dag rustig te beginnen. Als we aan een stuk door de kinderen moeten aanzetten tot haast en spoed omdat het nu écht wel hoog tijd is om te vertrekken.

Misschien is het dan toch niet zo erg om (min of meer) stilletjes het huis uit te sluipen in de vakantie…

morning people

Maart was…

Een beetje ziekjes. De griep heeft hier in huis goed toegeslagen deze maand. Ik bracht ‘m binnen en één na één gingen de huisgenoten plat. Sommigen erger dan anderen en blijkbaar worden de oudjes hier in huis het zwaarst getroffen. Telkens met een week tussen sloeg het griepvirus toe. Onze dochters sloegen zich er nog redelijk door en toen we na de oudste gespaard bleven, dachten we dat het voorbij was. Maar toen werd het Paasvakantie en bleek de echtgenoot alsnog geveld. Uiteraard, leerkrachten sparen dat op tot de vakantie ;-).

Vakantie. Het griepvirus van de echtgenoot zorgde voor een rustige vakantie. Het was nodig en het deed deugd. We sliepen uit, we werkten onze stapels wasmanden (min of meer) bij en we deden de nodige boodschappen. De oudste en de mama vonden dan toch nog een communieoutfit voor het feest binnen 2 weken en een aantal boodschappen of taken die al héél lang op ons to do-lijstje stonden, werden eindelijk uitgevoerd. Zo raakte ik dan toch bij de opticien om lenzen te bestellen en vonden we de ideale zeteltjes voor ons leeshoekje in de tuinkamer…

Examens. De oudste had in het derde middelbaar nog paasexamens van alle vakken van minstens 2 uur. Examens van dinsdag tot en met maandag. En ze begon met een stevige valse noot: tijdens haar eerste weekend studeren (voor Latijn) kampte ook zij met een – gelukkig iets minder zware variant – griepvirusje. Barstende hoofdpijn leverde haar dat op, maar ze nam een pijnstiller en leerde dapper voort. En wij keken toe, supporterden vanop de zijlijn en leefden mee. De mama met schuldgevoelens en de vrees dat ook de migraine bij de genetische kruising toch mee overgeleverd werd. Maar ons meisje beet door en ze kreeg loon naar werken. Tot haar grote blijdschap en tot onze grote trots. Ook de jongste kreeg vlak voor de Paasvakantie haar rapport en ook zij deed het alweer uitstekend.

Londenreis. Voor de zesdejaars worden op de school van de echtgenoot buitenlandse reizen georganiseerd. Vaak is de echtgenoot van de partij bij de Londenreis. Ook voor ons is dat eigenlijk wel een gezellige periode, want oma en opa komen die week logeren, om mee de kinderen op te vangen.

Maar dit jaar was het toch een beetje anders dan anders. Want op 22 maart vond de terreuraanval plaats in Zaventem en de Brusselse metro. Het was een hele dag spannend of de buitenlandse reizen wel zouden kunnen plaatsvinden. Maar de reizen gingen door en dus vertrok de echtgenoot dinsdagnacht heel vroeg naar Londen. Het was toch met gemengde gevoelens, bij ons allebei. Er gebeurde zoveel die eerste dagen en mijn maatje was er niet. Even de dag bespreken, even overleggen of aftoetsen, dat lukte niet. Hun programma was immers goed gevuld, veel tijd om te bellen was er niet.

Wel sms’ten we meer dan anders. Er ging informatie over en weer. Voor de echtgenoot werd het een intense reis en een prachtige ervaring. De groep klitte heel goed samen en ze waren in gedachten vaak in België: de National Gallery kleurde zwartgeelrood, er was een herdenkingsmoment op Trafalgar Square. Een aantal leerlingen liep ook rond met Belgische sjaals, t-shirts of vlaggetjes en ging het gesprek aan met straatartiesten die tekenden “voor België”. Ze voelden veel solidariteit en dat deed hen deugd. Wij keken hier in België veel nieuws en staken kaarsjes aan. Toch waren we allemaal heel opgelucht toen de echtgenoot terug “veilig” thuis was. Die paar dagen scheiding, zeker in deze intense omstandigheden, doen ons telkens opnieuw beseffen hoe gezegend we wel zijn: we zijn allemaal gezond en we hebben elkaar.

IMG_6309Wij kijken hier al uit naar april: er komt weer een feestje aan en de lente hangt in het land. Binnenkort wordt het weer tijd om de kasten te wisselen en de zomerkledij boven te halen. Maar eerst hebben we nog een weekendje vakantie en daar gaan wij nog even van genieten!

Een snipperdag, de rapporten en vakantie!

De laatste week van het schooljaar probeer ik minstens één dag verlof te plannen. Dan kan ik de oudste opvangen, terwijl de leraar-echtgenoot zijn schoolse verplichtingen nakomt: hij evalueert en houdt zijn oudercontacten. Tot vorig jaar hielden we op zo’n snipperdag een shoppingtripje, maar dit jaar had de oudste andere plannen. En dus “genoot” de mama gisteren in haar eentje van een snipperdag. Er werd opgeruimd, gekookt en strijk bijgewerkt. Het was nodig want de achterstand was hier weer een Mount Everest geworden ;-)!

Maar het was ook rapportdag. En voor de oudste was het toch een beetje spannend. Het derde middelbaar is een zwaar jaar, ze zit in een zware richting, ze is aan het puberen. Het was soms een beetje veel samen. Er was al eens een mindere toets, er was al eens een discussie met de mama en de papa. En we leren hier allemaal samen dat “opvoeden” vooral en vaak “vertrouwen” inhoudt. In elkaar. Dat de mama en de papa het best goed menen, ook al durven ze wel eens grenzen stellen en “neen” zeggen. Dat de dochter het minstens even goed meent, maar dat ze wat aanpassing nodig heeft, aan een nieuwe klas, een nieuwe richting en een nieuw ritme. Dat ze best weet waar ze mee bezig is, als we haar vertrouwen durven schenken.

En dus was het voor haar (en voor ons) een opluchting om te zien dat haar inspanningen lonen, dat ze goed bezig is. Dat ze weet wat er nodig is en dat ook kan opbrengen. En dus mocht zij (opgelucht) juichen toen ze haar punten kreeg en mogen wij haar overladen “met jubel en boeken”.

’s Avonds bij de jongste kregen we hetzelfde verhaal. Ze doet het meer dan behoorlijk in haar zesde leerjaar. Ze is op weg naar een keuze die haar geen problemen zal opleveren (volgens haar juf) en ons zonnetje blijft stralen. En dus waren wij ongelooflijk fiere ouders. Trots op onze dochters die het goed doen, die ervoor gaan én een mooi, groot hart hebben. We zijn ontzettend gezegend met onze dochters. En dat zullen we proberen voor ogen te houden als de puberkuren eens komen opzetten en we eventjes in zwaarder weer verzeild raken. Want diep vanbinnen weet ik dat het wel goed komt met die dochters van mij, dat we er samen wel zullen komen.

Sinds vanavond zit het er voor ons hier (eventjes) op. Wij gaan in vakantiemodus. We gaan even met zijn viertjes bekomen van een druk jaar. Van een hectische job, het schrijven van een boek, een verandering van lucht, een verbouwing, een nieuwe klas, een nieuwe richting: het is veel geweest de afgelopen maanden. We hebben hier vaak (te) hard gewerkt. En dus gaan we met zijn allen uitslapen (daar zijn wij écht wel heel goed in), het een beetje rustiger aandoen en van de feesten genieten. Morgen storten we ons in de cadeautjesdrukte. Of misschien wel overmorgen. Of maandag, wie weet.

De riem gaat er hier even af. We hebben nog een hele hoop dvd’s staan die we nu misschien wel eens gaan bekijken. Of net niet. We hebben hier nog geen vastomlijnde plannen voor de komende twee weken. De controlefreak in mij heeft de uitknop gevonden. Vandaag toch. We zullen zien hoe lang het duurt. De echtgenoot zet zijn geld alvast op tweeëneenhalve dag ;-).

happy

What happens in Tuscany…

IMG_4859Net thuis van 3 weken Italië. 3 dagen Milaan, 2 weken Toscane. Batterijtjes volledig opgeladen! We hebben genoten van de mooie steden, het stralende zonnetje (hittegolf tot 40 graden), het heerlijke Italiaanse eten, van de rust en van elkaar.

Tijd voor een eerste korte terugblik.

Wat we nu al missen:

  • De rust. De afwezigheid van geluid in de Toscaanse heuvels. Twee weken geen uurwerk hoeven te dragen. De tijd leren inschatten aan de hand van de stand van de zon. Leven op je instincten: opstaan als je wakker wordt, eten als je honger krijgt
  • De Italiaanse klok. Feestje om 17.00 uur betekent dat je tegen 18.00 uur arriveert en dan ben je nog ruimschoots op tijd. Wat voor ons Noord-Europeanen een moeilijke aanpassing is. Want wie zit er dan om 17.15 stipt te wachten op zijn eten? Juist, de Belgen en de Nederlanders…
  • Toscaans etenHet zalige Italiaanse eten. Wij hadden het ongelooflijke geluk te logeren in een agriturismo waar er een paar keer per week eten gekookt werd. En dan blijken de simpelste dingen gewoonweg overheerlijk. Een pizza met ajuin, op smaak gebracht met peper, zout en uitstekende olijfolie. Pasta alla verdura, pasta met groenten: geen room, geen kunstmatige smaakstoffen, enkel ui, courgette, aubergine, paprika en kruiden.
  • Zon en zwembad: de kinderen spelen, zwemmen en spetteren, de mama koelt af en leest boeken.
  • Het internationale gezelschap. Onze eerste week was zalig. Met een tiental gezinnen samen uit alle hoeken van Europa. Deense families, een Vlaams en een Waals gezin, aangevuld met Duitsers en Nederlanders. Aan de praat raken met een Deen over de grexit en de speech van Verhofstadt. De kinderen “coucou” zien/horen spelen ’s avonds: aftellen in het Engels en dan verder horen “c’est qui? Wie is het?”
  • Gelati! Gingen we nu op stadsbezoek om een ijsje te kunnen eten of om een stad te ontdekken?
  • Italiaans spreken/horen. Toen we 4 jaar geleden voor het eerst naar Italië trokken werd ik consequent in het Engels beantwoord als ik een poging deed om mijn Italiaans op te frissen. Dat is intussen gelukkig achter de rug. 4 vakanties in Italië hebben toch iets van het aangeleerde teruggebracht.
  • Au revoirHet taalbad Frans (voor de kinderen). Onze dames sloten vriendschap met 2 Waalse meisjes en brachten hun Frans in de praktijk. Bij de jongste was dat na amper 1 jaartje Frans nog met wat hulp van de zus en de mama, bij de oudste ging dat al verbazend vlot. Al vond zij het met momenten vooral frustrerend: “je dis quelque chose et après je pense, mais non, c’est une faute!” En, “de moeilijke dingen die ken ik nog, mama, maar de simpele dingen ben ik vergeten. Ik weet nog wat “genou” is en “épaule”, maar “been” ben ik vergeten.”Toen ze dit op de laatste avond ook aan Margot en Eléa vertelde, antwoordde de mama van beide meisjes: “Si moi je parlais le Néerlandais comme tu parles le Français, je serais vraiment contente.” Je had onze oudste moeten zien glunderen.

Wat we niet missen:

  • De Italiaanse chauffeurs. Er zijn maar 2 mogelijkheden: of je hangt in hun gat, of zij hangen in jouw gat. Met andere woorden: of jij rijdt te traag, wat ferm op hun zenuwen werkt, ze komen in je gat hangen en ze steken je voorbij op momenten dat jij dat echt niet vindt kunnen. Of ze rijden in zo van die halve autootjes (waarmee je niet meer dan 40 of zo kunt) en dus hang jij in hun gat, te wachten op het moment dat jij hen voorbij kunt steken, wat in de Toscaanse heuvels écht wel lang kan duren 😉
  • Het rijden in de Toscaanse heuvels. Een plat land heeft toch wel iets. Dat herinneren we ons elke keer opnieuw nadat we voor het eerst boodschappen gedaan hebben in Toscane. Want dat betekent: heuvel van het huisje helemaal af naar beneden (met scherpe bochten en serieuze afdalingen), heuvel van het stadje helemaal op naar boven (met alweer haarspeldbochten en scherpe klimmetjes)… Laat je nooit misleiden door Toscaanse afstanden. 20 km is géén twintig minuten rijden!
  • Een overdaad aan Belgen/Nederlanders. Wij genieten van de mix der nationaliteiten in ons vakantiehuisje, maar als de vakantie der Nederlanders/Belgen echt begonnen is, durft er wel eens een overdaad aan Belgen of Nederlanders opduiken. En om één of andere reden is het subtiele evenwicht weg als één nationaliteit de bovenhand haalt. We hebben het twee jaar geleden al eens meegemaakt in een Belgische week, dit jaar beleefden we een Nederlandse week. En dat leidt tot minder rust. We zijn onder ons, dus we voelen ons thuis. Het volume aan het zwembad gaat de hoogte in, de spelletjes worden luider en heviger, de kinderen worden minder kort gehouden…De kinderen spelen ook niet in één grote groep, maar vormen kliekjes. Op onze laatste avond was er een feestje in het centrale gebouw. Maar zowel wij, als het Finse en Deense gezin hadden het feestje al snel voor bekeken gehouden en waren naar ons huisje teruggekeerd. Waar het opmerkelijk rustig was. En dat viel op, bij alle ouders. En dus werd er nog snel van geprofiteerd om in alle kalmte nog even te gaan zwemmen…

En dan kom je terug in België en dan regent het… Laat ons zeggen dat het even aanpassen was na 3 weken Italiaanse hittegolf 😉