De tuinkamer groeit…

Hoe zou het intussen met onze uitbreidingsplannen zijn? Goed, dankjewel! Onze tuinkamer groeit gestaag en verandert bijna dagelijks. Wat hebben we de afgelopen weken allemaal gedaan? We hebben chape gelegd: we hebben ervoor gezorgd dat de vloer van de tuinkamer op gelijke hoogte zal komen als de andere kamers van het gelijkvloers. Een serieus werkje, waar de schoonpapa en de echtgenoot toch een paar zaterdagen zoet mee geweest zijn.

Na de vloer heeft de schoonpapa, met een beetje hulp van de echtgenoot, het plafond gestoken. En nu zijn we een aantal wanden aan het bekleden. De tuinkamer wordt hoe langer hoe lichter. De verwarming en de elektriciteit werden geïnstalleerd door vakspecialisten. Het gaat hier echt met rasse schreden vooruit. Als ik ’s avonds van mijn werk thuiskom, is het eerste wat ik doe, het licht aansteken in de tuinkamer en even vanuit de keuken piepen en het geleverde werk bewonderen.

Of het haalbaar wordt om de feestperiode in onze tuinkamer door te brengen? Ik denk het niet. De drukste weken van het jaar komen eraan voor de echtgenoot, ik denk dat de werken even een adempauze zullen nemen. Eerlijk, ik vind het ook niet meer zo belangrijk wanneer we precies onze nieuwe ruimte zullen kunnen innemen: wat maken die paar weken extra nog uit? Het is op komst, je ziet het huis groeien en eigenlijk geniet ik ook wel een beetje van de weg ernaar toe. En ja, ik heb makkelijk spreken: we verbouwen niet, we bouwen aan. Dat is uiteraard een wezenlijk verschil: wij houden gewoon de deuren dicht en zitten dus niet weken op een stuk in stof en vuil, zonder water, verwarming of elektriciteit…

We proberen het ook in één keer goed te doen. Dat betekent misschien ook dat we zullen schilderen voor we de vloer (die we nog moeten kiezen) leggen. Lekker makkelijk, dan moeten we niet meteen alles gaan afdekken. En ik vermoed dat je ook niet onmiddellijk op een nieuw gelegde vloer zal kunnen lopen… Dus heb ik in mijn hoofd de deadline al verschoven naar de verjaardag van de jongste, eind januari.

Stiekem kijk ik er al naar uit om aan de schilderwerken te kunnen beginnen. Want dan kan ik echt een handje helpen. Het heeft me dit jaar soms gefrustreerd dat ik “erbij stond en ernaar keek”. Dat ik niet meer kon doen dan voedsel te voorzien voor de werkers en het huishouden draaiende te houden. Ik steek eigenlijk ook wel graag de handen uit de mouwen, maar laat ons eerlijk zijn: als het over het zware, lichamelijke werk gaat, dan moet ik afhaken. Alhoewel ik hier bij het aanleggen van onze oprit wel de “verantwoordelijkheid” droeg voor het “wegscheppen van de chapebergen”. Tot hilariteit van onze verzamelde buurmannen, die niet konden geloven dat ik daadwerkelijk die héle berg in mijn eentje zou wegwerken. Onze buurvrouw had dan weer medelijden. Het was toen wel de echtgenoot die de kruiwagens aan- en afreed, want als ze éénmaal vol waren, kon ik ze niet meer duwen ;-).

Toen de kinderen nog jong waren en met oma en opa naar de zee gingen, maakten wij van hun weekje afwezigheid gebruik om het huis te schilderen. Het heeft ons een paar jaar gekost én er kwam wel eens wat nachtwerk aan te pas om alles toch maar klaar te krijgen voor hun thuiskomst, maar ik kon daar achteraf heel erg van genieten. Bovendien had ik de leukste job: terwijl de echtgenoot zich met veel gevoel op het precisiewerk van het “aflijnen” stortte, mocht ik mij bezighouden met het brute werk en rollen. Zalig!

Achteraf heb je overal pijn. Dan heb je blijkbaar spieren aan het werk gezet waarvan je niet wist dat je ze had (in mijn geval gebeurt dat wel vaker, maar kom). Maar telkens als je naar de kamer kijkt, voel je toch een zekere fierheid. Want wij hebben dat wel zelf gedaan. Na een paar weken begint een perfectionist als ik dan jammer genoeg wel de plekjes te zien die we gemist hebben of waar ik toch buiten de lijntjes van de echtgenoot kleurde, maar je wordt wel beter met de jaren: het verschil tussen de allereerste kamer die we onder handen namen en degene waar we eindigden is groot.

Intussen zijn we echter een kleine 10 jaar verder en het wordt stilaan tijd voor een nieuwe laag, zeker in onze leefruimtes. De muren dragen hier en daar wat kindersporen ;-). Maar in de loop der jaren heb ik (meestal) wel geleerd om mezelf (en dus ook mijn omgeving) geen onrealistische deadlines meer op te leggen. We zullen het ditmaal stapje voor stapje doen, en eerst staat de afwerking van onze tuinkamer op de planning. De rest zien we daarna wel weer…

tuinkamer

Advertentie

We zijn er weer aan begonnen!

schoolHet nieuwe schooljaar is net afgetrapt. Met een dochter in het derde middelbaar en eentje in het zesde leerjaar zou je denken dat het stilaan routine wordt. En toch steeg de spanning de laatste week en kregen de drie schoolplichtigen hier in huis in min of meerdere mate last van wat zenuwen.

Ons jongste meisje stapte vandaag zelfverzekerd naar haar zesde leerjaar toe. Haar allerlaatste jaar in de lagere school. Het wordt een bewogen jaar. Tegelijkertijd vertrouwd – nog een allerlaatste jaartje in hetzelfde klasje, op de vertrouwde school, met de vertrouwde juffen en meesters  – en toch ook bepalend. Er wacht een feestje én een afscheid. Maar daarnet stapte ze de speelplaats op als schooloudste, mooi uitgedost en vol vertrouwen.

De oudste begint zo meteen aan haar derde middelbaar. Met kriebels in de buik. Ze hebben net een studiekeuze gemaakt en dus valt het oude klasje van de eerste twee jaren uit elkaar. En dat zorgt toch voor wat spanning bij het begin van het nieuwe schooljaar. Er wordt een nieuwe klas gevormd en dat wordt weer even zoeken. Maar toen ik haar daarnet zag vertrekken, op de fiets, met de vriendinnen, en haar net tevoren hoorde zeggen “gelukkig mag ik de zenuwen eraf fietsen” dacht ik bij mezelf dat het wel zou meevallen.

Ongelooflijk wat een weg de kinderen afleggen eens ze de lagere school uit zijn. Hoe snel de ontwikkeling ineens gaat, wat voor reuzenstappen ze zetten naar hun volwassenheid toe. En als mama sta je erbij en kijk je ernaar. Hier en daar kan je wel eens een duwtje geven of wat intomen, maar het grootste stuk van de tijd geef je ze de ruimte en het vertrouwen. En hou je je klaar om ze op te vangen als het nodig is. (Wat tot je eigen verbazing minder vaak gebeurt dan je dacht.) En dan begint er alweer een nieuw schooljaar en denk je bij jezelf: “derde middelbaar al, hoe kan dat nu, waar is dat kleintje van gisteren gebleven?”

Tja, en de laatste schoolganger hier in huis is eigenlijk al gerodeerd. De echtgenoot heeft al vele jaren ervaring op de teller. En toch blijft het ook voor hem spannend. Nieuwe klassen, nieuwe leerlingen, nieuwe handboeken, nieuwe collega’s,… Elk nieuw begin is weer even wennen. Maar als de eerste schooldag straks achter de rug is, is de kop eraf en zijn we weer vertrokken.

En alsof dat nog niet spannend genoeg was, gaan we vandaag ook nog eens wat “uitbouwen”. Net op 1 september is Aldera begonnen met het installeren van de ramen, deuren en het dak van onze veranda/tuinkamer. Tja, waarom het simpel maken als het ook ingewikkeld kan?

Traditioneel rollenpatroon

Het is Paasvakantie en ook ik heb een weekje verlof. De druk mag even van de ketel. Het was nodig. De voorbije weken kwam alles samen: het boek van de echtgenoot, examens van de dochter, drukke weken op onze normale jobs. Ik heb het gevoeld: de schouders zaten aanhoudend vast (elk om de beurt) en de migraineaanvallen begonnen steeds sneller op elkaar te volgen. Ook de echtgenoot heeft het zwaar gehad: de griep die hem half februari zwaar te pakken had, heeft nog een paar weken in zijn lijf gehangen.

IMG_4277Maar het volgende project stond al op ons te wachten: onze uitbouw/veranda. Het eerste stuk doen we zelf: we metsen zelf de paar muren die er toch zijn. En dus zitten we deze week wel in een heel traditioneel rollenpatroon: de echtgenoot klust en metst buiten, ik zorg voor eten op tafel en werk het huishouden bij. Ik ruim op, doe boodschappen en werk de berg was en strijk bij. En ik haal er eerlijk gezegd ontzettend veel voldoening uit. Het is fijn om eten op tafel te brengen voor de werkende mensen, het is fijn om eindelijk nog eens bij te zijn met het huishouden. Deze namiddag had ik voor het eerst in weken zelfs tijd om nog eens een boek uit te lezen (in het zonnetje).

Soms is het gewoon fijn om eens even rustig thuis te zijn, om te zorgen. Jammer dat we daar in de hectiek van het leven zo weinig tijd voor hebben. Jammer dat het huishouden doen nu bijzaak geworden is, terwijl dat het hele leven van mijn grootmoeders was. Terwijl zij daar evengoed voldoening uit haalden. Zou enkel dit mijn hele leven kunnen zijn? Neen, natuurlijk niet. Ik heb met veel plezier gestudeerd en ik geniet er nog altijd van om mijn hersenen te gebruiken. Ik haal ook ontzettend veel voldoening uit projecten die ik succesvol kan afronden of uit de coaching van mensen in de professionele sfeer. Ik kan me niet voorstellen dat ik de hele dag zou vullen met enkel het huishouden.

En toch. Soms vraag ik me af hoe Oma en Meter zouden reageren als ze ons zo bezig zouden zien. Hard werken, ’s avonds het huishouden tussendoor proberen te doen en af en toe quality time spenderen aan man en kinderen. Mijn grootouders waren zo fier toen ze me naar de unief zagen gaan, ze hebben mijn traject gevolgd en Oma en Opa en Meter hebben de echtgenoot nog leren kennen. Oma heeft zelfs mijn beide kinderen nog gekend. Mijn grootouders hebben keihard gewerkt om hun kinderen een beter leven te gunnen. Zeker langs moederskant, met 8 kinderen, zal dat geen evidentie geweest zijn. Ze waren fier op ons, ze waren op het einde tevreden dat het goed met ons ging.

Maar wat is goed natuurlijk? We leven in een maatschappij waar “goed” vertaald wordt als (materieel) succesvol. Waar we “er” pas zijn als we verschillende keren per jaar op reis gaan, als we een mooi, groot huis hebben, de nieuwste snufjes, de nieuwste, grootste auto… Ergens onderweg zijn we de essentie kwijtgeraakt denk ik. En vraag ik me af of het dat was waar onze grootouders zo hard voor gewerkt hebben. Zouden zij hun naoorlogs leven van toen inruilen voor het onze? We hebben het inderdaad nooit (materieel) beter gehad in ons leven, maar daar betalen we in mijn ogen vaak een hoge (kwalitijds)prijs voor.

Ik had het mijn grootouders graag nog eens gevraagd, maar toen ik hen verloor, stond mijn volwassen leven nog maar in zijn kinderschoenen. Ik was toen volop aan mijn weg aan het timmeren. Toen ik voor het eerst stil stond en me vragen stelde, waren zij er niet meer. Al hoor ik in gedachten nog vaak Meters standaardantwoord op mijn vele levensvragen als tiener. “Mo menneke toch!” En dan liet ze me praten, vertellen, wenen, lachen en redeneren, tot ik tot een conclusie kwam. “Ziede wel da ge dat zelf kunt…”