#covfefe

Ik heb een levendige verbeeldingskracht. En dat bedoel ik letterlijk. Als ik een boek lees, “zie” ik dat in mijn hoofd. Als iemand een verhaal vertelt, is het alsof er voor mijn ogen een film afspeelt. Ik vind dit een héél plezierig talent, al zijn er momenten dat ik het even uit zou willen zetten ;-).  Toen vanmorgen het #covfefe-verhaal van Trump op Twitter een eigen (geweldig) leven begon te leiden, kon ik het niet helpen dat ik meteen een heel verhaal in mijn hoofd kreeg. De president van Amerika, één van de machtigste mannen op aarde, die een halve tweet verstuurt, met een onbestaand woord erin. Was hij in slaap gevallen? Of waren zijn vingers gewoon te groot voor het toetsenbord? Maar neen.

Een week lang was POTUS immers verdacht stil op Twitter. Toevallig viel die week samen met zijn eerste buitenlandse trip met echtgenote Melania aan zijn zijde. The first lady kwam eindelijk prominent in beeld. Maar duidelijk niet van harte, gezien de verschillende “subtiele” afwijzingen die de president kreeg wanneer hij een poging deed om haar hand te grijpen. Volgens mij hadden ze daar in het presidentiële vliegtuig zware ruzie gekregen. In het midden van een geweldige Sloveense scheldpartij krijgt furie Melania zijn smartphone te pakken (de bron van alle kwaad) en gooit dat ding tegen de grond. Kapot! En niet zomaar te vervangen. Kwestie van nationale veiligheid en al.

En dus kon POTUS een week niet tweeten. Maar jammer genoeg kreeg hij bij zijn terugkeer thuis nieuw (veilig) speelgoed. Alleen, je kent dat, een nieuwe versie, dus hier en daar zijn er weer wat dingen veranderd, je moet wat wennen. Bovendien is het woordenboek dan niet meteen afgestemd op jouw woordenschat: je moet dat terug opbouwen. “Fake news”, “coverage”,… stond nog niet voorgeprogrammeerd.

Maar POTUS vond dat hij het onder de knie had, zijn team had hem – na een tijdlang oefenen op het interne netwerk – net weer aangemeld op het wereldwijde web toen de president besloot dat het hoog tijd was voor een nieuwe boodschap van de allergrootste. Net op het moment dat hij zijn gal weer aan het spuwen was over die fucking media kwam Melania, voor één keer wel op het Witte Huis, de kamer binnen. Gezien de moeilijke weken die het presidentiële paar achter de rug had, wou de president geen olie op het vuur gooien door haar met zijn nieuwe smartphone te confronteren. Maar Melania’s bezoekje duurde langer dan voorzien en tegen het moment dat zij de kamer verliet, was de president allang vergeten dat hij aan het tweeten was. Met de nieuwe gsm, wat gevoeliger dan zijn oude, robuuste toestel, bleek die vermaledijde tweet jammer genoeg ook al verstuurd. Per ongeluk een “Letermeke” gedaan ;-).

Dat het uren duurde voor zijn communicatieteam het foutje spotte, is toch wel een piepklein beetje vreemd, maar aangezien de baas van de ploeg pas een dag eerder ontslagen was (of zelf was opgestapt), was er daar een klein (afscheids)feestje gevierd. Met veel te veel drank natuurlijk, aangezien ook de eerste buitenlandse reis “een homerun” geworden was en de president zich eindelijk (min of meer, altijd voor discussie vatbaar) had gedragen. Was dat een pijnlijk ontwaken deze morgen. Ze hadden daar duidelijk nood aan veel #covfefe om dit akkefietje alweer toe te dekken.

Kijk, het was een hilarische dag op Twitter. Ik heb me ziek gelachen met de soms pijnlijk grappige reacties: meer dan een miljoen tweets over #covfefe. Maar dit is wel de president van de Verenigde Staten van Amerika. Eén van de belangrijkste functies ter wereld. Zucht. Nog 3 jaar en 8 maanden.

J’aime, j’aime la vie…

30 jaar geleden is het intussen al dat Sandra Kim voor België het Songfestival won. 13 was ik toen. In mijn herinnering stelde het Songfestival toen echt nog iets voor. Geweldige liedjes kwamen er toen uit voort, die ook effectief de toenmalige hitparades haalden. Mijn liefde voor Italië vond er zijn oorsprong, zeker toen de landen nog verplicht waren in hun eigen taal te zingen. Fantastisch vond ik die vele nummers in onverstaanbare talen, waarvan je af en toe toch iets herkende.

Maar misschien zijn mijn herinneringen toch een beetje gekleurd. Allicht zat er toen evenveel bagger in als vandaag, maar herinner ik me alleen “het feest” dat ermee samenhing. Voor het Songfestival mochten wij als kinderen immers langer opblijven en zeker vanaf het moment dat we op de puntentelling mochten wachten, was het spannend. Toch die paar keren dat België écht meedeed voor de knikkers. Die twee keer dus, met Sandra Kim en later Urban Trad (ook onverstaanbaar trouwens, ook al was het dan Belgisch).

Het waren ook de weinige momenten dat je écht fier was op hetgeen je land bracht. Dat je volop duimde dat we toch zeker weer niet laatste zouden zijn. Dat je stiekem leedvermaak had als één van de grote landen achter ons kleine landje eindigde. Dat je weer zat te hopen op die Nederlandse punten, die vaak ook onze enige punten waren. Tenzij één of ander Oost-Europees land zich bij het voorlezen van hun punten vergiste en ons (in plaats van Belarus of Bulgarije, wie weet) per ongeluk ook een paar puntjes toekende. De sfeer was toen (bijna) even goed als tijdens de matchen van de Rode Duivels (alhoewel zij 30 jaar geleden in juni ook voor een sportief hoogtepunt zorgden). En qua spanning waren de voetbalmatchen in die periode zeker ook ongeëvenaard.

Wat het Songfestival in mijn herinnering als kind was, is het absoluut niet meer. Alhoewel het de laatste jaren ook terug aan charme gewonnen heeft. Zeker als je tijdens het Songfestival ook op Twitter zit en met heel België en Nederland samen “meeleeft” en commentaar geeft. Hilarisch zijn soms de opmerkingen over het kattengejank, de geweldige acts en de kostuums (of het minimum aan textiel waarin sommige deelnemers zich hullen).

Straks zullen we dan ook duimen voor onze Laura, alhoewel we de laatste jaren wel eens véél sterkere inzendingen afgeleverd hebben, maar kom. Want de finale zaterdag is een pak minder spannend zonder Belgische vertegenwoordiging. En laat onze kinderen nu intussen ook de leeftijd hebben dat ze meeleven en meeduimen tot na de puntentelling. Vorig jaar beleefden ook zij hun topavond met Loic Nottet.

Of er dit jaar weer een onvergetelijke editie inzit, is hoogst onzeker. Ik heb nog geen échte toppers gezien in de eerste halve finale, al “kijk ik uit” naar de wolvenzanger van straks, maar we duimen alvast voor véél kitsch en glitter. Is er niks te zien of te horen, dan zal Twitter vast en zeker wel de moeite zijn ;-)…

(A)sociale media: onze gsm’s in de parking?

De sociale media. Ik ben al jaren fan. Maar sinds een tijdje duiken er hier toch barstjes in de relatie op. Toen ik nog als sportjournalist werkte bij Nieuwe Media was het “part of the job” om op de hoogte te blijven van de evoluties in het medialandschap. Onder invloed van een paar front row-collega’s was ik er dus als de kippen bij: wij experimenteerden met alle mogelijke internet- en sms-toestanden. Op een blauwe maandag hebben we zelfs nog MMS-berichten verstuurd (sms’jes met foto’s).

Msn was in die tijd ons geliefde roddelkanaal. Als er nieuwtjes te verspreiden waren, en je wou dat enigszins discreet doen, dat opende je je msn-chatbox en begon je als een gek te typen. Absoluut heel discreet ;-). Toen facebook zich begon te verspreiden, schakelden we over op dit nieuwe mediakanaal. In het begin was het een leuke speeltuin: je vond familie en vrienden van vroeger terug, je deelde hier en daar wat foto’s en je gaf hier en daar wel eens wat commentaar op een tv-programma of je sprak je solidariteit uit.

In de beginjaren moest je ook echt nog moeite doen om iets met de sociale media te kunnen doen: je had een laptop nodig, internetverbinding,… Als je een foto wou toevoegen, moest je die eerst op je computer laden en dan duurde het eeuwen vooraleer je die in facebook opgeladen kreeg. Intussen zijn we echter 10 jaar verder en heeft iedereen een smartphone, kan je overal wifi gebruiken en maak je de meeste foto’s gewoon met je gsm.

Maar dat heeft ook ferme nadelen: je hebt je gsm gewoon altijd bij de hand. Je bent ook altijd online. Het kost ook totaal geen moeite meer: even je FB checken of een commentaartje plaatsen op Twitter terwijl je een match volgt op tv. Na het koken even een foto trekken (of een paar) en de beste vlug nog even posten via Instagram. Het stopt eigenlijk nooit meer. Voor je het weet ben je alweer drie kwartier kwijt. Je wereld wordt groter (nu vind je op Twitter meer dan genoeg gelijkgezinden om te lullen over een voetbalmatch of het Eurovisiesongfestival of K3 zoekt K3 ;-)), maar tegelijkertijd ook een pak kleiner (waar is de tijd dat we samen op café gingen om live naar een voetbalmatch te kijken en live commentaar te geven?).

facebookEn laat ons eerlijk zijn: het leven dat we via de sociale media delen, is op zijn minst “bijgekleurd”. Zo goed als iedereen kent nu wel iets van fotobewerking, of verfraait zijn foto’s via Instagram. Daar waar we vroeger nog wel eens een baaldag durfden delen, is dat nu absoluut not done. Je online leven is prachtig, leuk, vol “YOLO-ervaringen” en “OMG-belevenissen”. Op Facebook schijnt de zon altijd, zijn we altijd op vakantie, vieren we altijd feestjes, of checken we in bij dat éne optreden (waar overigens iedereen bij is), zijn we altijd mooi gekleed en mooi opgemaakt. We werken nooit, we hebben nooit slaapgebrek en zijn nooit ziek ;-).

Vind ik dat erg? Neen, want je past je verwachtingen aan en je doet ook mee. Als ik met die ene ex-collega nog eens wil chatten, dan doen we dat gewoon. Dan hoeven we even geen schijn op te houden, kunnen we elkaar vragen hoe het nu echt met ons gaat, met ons werk en met onze kinderen. Dan kunnen we even terug naar de tijd dat we allemaal samen aan onze bureautjes zaten en (onopvallend) nieuwtjes zaten uit te wisselen. Stiekem geniet ik ook heel erg als ik een foto zie passeren van het jongste dochtertje of het oudste zoontje van een neef of een nicht dat ik nog niet irl heb gezien. Dat ik dan even kan denken: “ze is toch helemaal de papa” of “hij aardt toch helemaal naar onze kant”.

Maar misschien wordt het wel tijd dat we hier thuis ook een “parking” installeren voor onze smartphones. Dat hier na 21.00 uur alle gsm’s uitgeschakeld worden en we af en toe nog eens gewoon samen kunnen zijn. Want de mama en de tienerdochter zijn soms wel veel bezig met hun gsm en dat werkt de echtgenoot wel eens op de zenuwen. De opmerking “ik zal mijn commentaar misschien ook op Twitter plaatsen, dan kan je daarop reageren”, is hier wel al eens gepasseerd.

Want wij hebben nog anders geweten, maar voor de tienerdochter en haar generatie zal het nooit anders zijn. Onze dochters zullen hun jeugd (en hun jeugdzonden) beleven in de schijnwerpers van de sociale media, wat bij ons gelukkig niet het geval was. Niet dat ik zoveel uitgestoken heb in mijn jonge jaren, maar bepaalde dingen hoefden mijn ouders (en latere werkgevers) niet echt te zien. Ontelbare fuiffoto’s heb ik intussen al zien passeren (en die zien er allemaal hetzelfde uit), toen ik bij sollicitaties wel eens de profielen van mogelijke kandidaten checkte. Dat er momenteel nog altijd te veel jongeren zijn die hun profielen niet beschermen, kan er bij mij trouwens niet in.

Een boek vergeten op school? Dan neem je toch gewoon de ipad, maak je een foto van de nodige pagina’s en deelt die via facebook? Afspraken maken voor een uitstapje met de klas? Ik denk dat daar honderden berichtjes via msn aan voorafgaan… Toen wij deze week aan de oudste vroegen om goed af te spreken met de fietsvriendinnen voor de volgende dag, nam ze haar gsm om “even te sms’en”, terwijl ze 5 minuten later met diezelfde vriendinnen 30 minuten zou fietsen. Wat de echtgenoot de uitspraak ontlokte: “je vraagt je soms af hoe wij er ooit in geslaagd zijn onze jeugd te overleven zonder een smartphone…”

Sociale media hebben duidelijk hun voor- en nadelen. Uiteraard kan ik mijn dochters in deze tijden niet afzijdig houden (neem hun gsm maar eens een avond in beslag, amai!), maar soms mag het wel eens wat minder. Soms mag het wel eens wat rustiger. Soms mag het perfecte facebook-leventje wel even een weekendje aan de kant voor het gewone leven. Ook voor de mama, want die zou het goede voorbeeld moeten geven…