Uitgaan: theorie vs praktijk (3)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen de theorie en de praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Toen we aan kinderen begonnen, dacht ik in eerste instantie niet meteen aan het fuif-vraagstuk. Maar kleine meisjes worden groot en uiteindelijk komt de vraag wel op je bord. Vroeger dan je had ingecalculeerd natuurlijk. Dan is het een kwestie van overleggen met andere ouders én van je gevoel volgen. Na de vraag of “ze naar die fuif mogen”, volgt immers meteen “want iedereen van de klas mag/gaat”.

Dat tweede deel is bij tieners meestal met een korreltje zout te nemen. Als je doorvraagt, blijkt vaak NIET iedereen van de klas te mogen. Al geven ze je wel het gevoel dat jij echt de allerstrengste ouder ooit in de geschiedenis van de planeet (en bij uitbreiding het sterrenstelsel) bent, je staat daarin nooit alleen. Toch wordt dat meteen weer gerelativeerd: “maar ja, die mag écht niks thuis” of “ja maar die ouders zijn écht wel héél ouderwets”.

Wij hadden op voorhand al eens rondgevraagd zodat we een beetje zicht kregen op de normale startleeftijd voor het uitgaan. Het begint meestal in het vierde middelbaar, rond de leeftijd van 16. Daar hadden we ons dan ook op ingesteld. Maar toen bleek de school van onze dochters een schoolfuif te organiseren en kregen de leerlingen vanaf het derde middelbaar een uitnodiging. Een jaar vroeger dan we ingeschat/gehoopt hadden, maar “omdat werkelijk iedereen mocht” en “bij wijze van uitzondering” lieten we de oudste dan ook maar gaan. Binnenkort kan dus ook de jongste zich stilaan gaan opmaken voor haar eerste (school)fuif.

Maar dan ben je er nog niet. Want als ze mogen fuiven, is er natuurlijk ook nog de kwestie van het einduur. “Hoe lang mag ik blijven?” Ook hier informeerden we ons en kwamen we – in overleg – tot een aanvaardbaar compromis. Voor haar en voor ons. Maar naarmate ze ouder worden, wordt dat einduur in vraag gesteld. En nog een keertje. En dat einduur, daar heb je vooral jezelf mee liggen. Want iemand moet die fuivers ook nog gaan oppikken. En 1 uur ’s nachts valt af en toe best te verteren, maar 2 uur is écht wel een gat in de nacht. En sommigen onder ons hebben al een zekere maturiteit en verteren dat nachtbraken niet zo geweldig 😉.

En hoe vaak mag je dan uitgaan? Want het gaat snel. Daar waar we in het derde jaar de grens trokken bij de schoolfuif, zitten ze amper een paar maanden later al in het vierde jaar en mogen ze al eens wat vaker een stapje in de wereld zetten. En in het vijfde jaar wordt de frequentie nog verder opgedreven. Gelukkig zijn er niet elke maand evenveel “geweldige, onmisbare” fuiven en kunnen de oudjes af en toe ook eens een paar weken recupereren. Maar net zo vaak vallen dé 2 fuiven van het jaar in dezelfde maand als het verjaardagsfeestje van die éne vriendin en die éne keer in het jaar dat ook de oudjes nog eens een stapje in de wereld zetten. Dan ben je best wel opgelucht als er een weekje vakantie volgt zodat je even kan bekomen…

Kijk, als er één conclusie is na bijna 17 jaar ouderschap, dan is het wel dat je je als ouders heel vaak aanpast. Dat je de theorie “op maat van je kinderen” aanpast aan de praktijk. Dat je je gezond verstand moet laten spreken. En dat je af en toe grenzen moet trekken, ook al vinden je kinderen dat niet fijn. Al denken wij dan weer dat we gewoon verschrikkelijke softies zijn en best wat strenger zouden mogen zijn, terwijl zij verzuchten “dat ze niks mogen”… Maar gelukkig maakt hun strijd tegen de grenzen en regels van hun ouders ons aller leven weer wat spannender. Toch 😉?

Sad life

IMG_7007Het bioritme van onze tieners spoort niet met ons bioritme. Integendeel. De laatste weken had de oudste een druk sociaal leven en dat laat zijn sporen na. Onderbroken nachten zijn weer ons deel, ik voel me vermoeid, heb meer koffie nodig om de dag door te komen en heb zwaardere dipjes. Al moet ik eraan toevoegen dat het een jaarlijks wederkerend fenomeen is. September, de start van het nieuwe schooljaar, de overgang van het (soms) prachtige en warmere zomerseizoen naar regenachtige, koude, grijze dagen is altijd wat moeilijker te verteren en zorgt jaarlijks voor een energiedipje.

Maar meestal compenseren we dat dan door het in de weekends wat rustiger aan te doen. Door geen grootse plannen te maken, door uit te slapen, door het ritme te laten zakken. Maar sinds de oudste uitgaat, betekent de start van het schooljaar uiteraard ook het opdrijven van de sociale activiteiten. En toevallig concentreerde zich dat dit jaar in een drukke oktobermaand: haar verjaardagsfeestje met de vriendinnen, een verjaardag van een vriendin (met fuif) en één van dé fuiven van het jaar uit de streek, toevallig drie weken na elkaar. Dat in combinatie met ook nog wat activiteiten van de oudjes (ja hoor, dat bestaat, ook wij hebben soms nog een sociaal leven 😉) was dodelijk.

Het is niet zozeer het opstaan midden in de nacht dat het zwaar maakt, want we kunnen daarna natuurlijk verder slapen en het gemiste uurtje ’s morgens compenseren. Maar voor mij is het wakker worden problematisch: ik slaap daarna een pak minder diep, word ook veel vaker wakker en heb het gevoel niet uitgerust te zijn. En dat geldt zeker voor uitgangsactiviteiten op een zaterdagavond. Als ze op vrijdagavond uit geweest zijn, krijg ik zaterdagnacht nog een kans om de onderbroken nacht goed te maken. Maar bij een onderbroken zaterdagnacht staat de werkweek meteen daarna al voor de deur.

Als je aan kinderen begint, weet je dat gebroken nachten erbij horen. We lachten er vroeger altijd mee dat er een reden is dat je best vroeg aan kinderen begint. Dan ben je fysiek nog in staat om het vele opstaan ’s nachts en de onderbroken nachten te verteren. Bovendien hebben wij niet te klagen gehad: onze meisjes zijn altijd goede slapertjes geweest, op wat sporadische ziekte- of nachtmerrienachten na. Maar 15 jaar later, als zij aan hun sociale uitgangsleven beginnen, ben je wel 15 jaar ouder natuurlijk. En beginnen er hier en daar al eens wat fysieke mankementjes op te duiken. Ik heb vooral geleerd om op tijd en stond rustmomenten in te bouwen, zodat je er vol tegenaan kan gaan in de hectiek van het leven.

Uiteraard gunnen we onze dochters hun sociale leven, hun fuiven en alles wat erbij hoort. En natuurlijk brengen we hen met plezier en pikken we hen graag terug op. Maar we zijn stiekem ook blij dat er de komende weken eens niks gepland is zodat we hier wat kunnen recupereren. Bovendien zal de week vakantie in het Allerheiligenverlof deugd doen voor het energiepeil van de oudjes. Voorlopig zijn er nog geen grootse plannen. Al behoort ook dat tot de geplogenheden van het leven met tieners in huis: het zal allicht niet zo rustig blijven: die agenda’s kunnen last minute nog heel wat wijzigingen ondergaan.

Maar binnen een jaar of 10 zullen we ook die periode weer kunnen afsluiten. En dan zal ik allicht toch ook weer weemoedig zijn dat er alweer een fase voorbij is. Maar nu, na zo’n drukke periode als de afgelopen weken, durf ik wel al eens te berekenen hoeveel dagen precies we nog door moeten voor we weer normaal kunnen slapen 😉.

Onze tienerkamers 2.0

De voorbije weken hebben we de kamers van onze dochters een nieuw kleurtje gegeven en de boel eens uitgemest. In het kader van de “Mins Game” (meer informatie vind je hier) hebben wij hier de voorbije weken serieus opgeruimd en “ontspuld”. Als de kamers dan toch leeggemaakt moeten worden om te schilderen, kan je misschien best ineens ook de kasten uitkuisen en opruimen. Wat toch wel serieus wat tijd in beslag neemt. Het schilderen op zich duurt “amper” een vijftal dagen (en dan is de kamer ook opgekuist), maar het opnieuw inladen van de kasten, het sorteren van de spulletjes en het afscheid nemen ervan duurt doorgaans toch wat langer.

En ja, een hele hoop voorwerpen zullen naar het containerpark verhuizen, op de rommelmarkt verkocht worden of doorgegeven worden aan het nichtje (kleren), maar de tussenfase (de zolder) bestaat hier ook nog. Van sommige zaken (zoals knutselwerkjes of hun ingevulde schoolboeken uit het zoveelste leerjaar) kan ik maar moeilijk afscheid nemen. En dus worden die in dozen gestopt en op zolder gestockeerd. Waar ze, en dat besef ik maar al te goed, nooit meer zullen uitkomen tot het huis ooit volledig opgeruimd moet worden. Maar wie weet kunnen de klein- of achterkleinkinderen er dan nog eens in neuzen. Of zie ik wonder boven wonder het licht en passen we dat “Mins Game” zelfs ooit op de zolder toe.

Maar onze tienerkamers zijn mooi geworden. Al zeg ik het zelf. Onze dames kozen elk hun eigen kleurencombinatie en zaten volgens de verkoper echt wel aan de twee uiteinden van het spectrum: de warmere versus de koudere kleuren. Ze wisten allebei goed wat ze wilden en waren allebei overtuigd van hun keuze. Wij in den beginne misschien niet helemaal, maar goed, het was hun kamer, hun keuze. Maar als je het uiteindelijke resultaat ziet, dan zijn beide kamers eigenlijk wel geslaagd. Elk op hun manier. En moeten we toegeven dat onze meisjes er wel oog voor hebben.

Kamers

Al zitten we momenteel wel nog een beetje met een leeg canvas en moeten beide kamers ook nog wat aangekleed worden. Ze moeten nog gezellig gemaakt worden. En zo hebben wij meteen ook weer ons projectje voor de komende weken. Het is vakantie, we zouden ons toch niet willen vervelen, zeker ;-).

Uit het tienerleven: kruispunt

Onze oudste zit al een aantal weken in het studiekeuze-proces op school. Deze week zal dat uiteindelijk uitmonden in een advies: dan heeft de klassenraad bekeken of de gewenste richting wel realistisch is. Bovendien wordt er ook al eens voorzichtig verder gekeken. Naar de toekomst na het middelbaar.

Het is voor hen een spannende periode, maar ook voor ons als ouders. Je probeert je kind zo goed mogelijk te begeleiden, maar tegelijkertijd ben je ook geen specialist en is het toch maar uitzoeken. Hoe bereid je je kind het beste voor op haar toekomst? Hoe zorg je ervoor dat ze haar kansen gaaf houdt? Maar tegelijkertijd probeer je ook rekening te houden met wie ze is, met haar talenten en met haar gevoel. En wat doe je als jullie hierover van mening verschillen: stuur je haar jouw richting uit of volg je haar?

Toen mijn dochters nog baby’tjes waren, kon ik me soms zo ongelooflijk machteloos voelen als ze huilden en ik geen idee had waarom ze weenden. Ik was ergens opgelucht toen ze de leeftijd bereikten dat ze zelf konden zeggen wat er aan de hand was: of ze boos waren, honger of pijn hadden, iets wilden. Onze dochters zijn intussen tieners en in veel opzichten is het een stuk makkelijker geworden. Onze taak is geëvolueerd van “zorgen voor” naar “waken over”. De meeste dingen kunnen ze zelf, ze hebben ons hoe langer hoe minder nodig. Wij steunen hen in wat ze doen, geven goede raad en zijn er op de achtergrond. We moeten hen hoe langer hoe meer loslaten en er vertrouwen in hebben dat hen dat ook zal lukken.

Maar studiekeuzes hebben wel een belangrijke impact op de mogelijkheden voor en in hun verdere leven. Als ouder wil je uiteindelijk alleen maar het beste voor je kind. Maar wat is het beste? Toen ik de leeftijd van mijn dochter had, wist ik al dat ik Frans-Italiaans wou gaan studeren. En toch heb ik in de derde graad van het middelbaar Natuurwetenschappen gevolgd. Heb ik daar spijt van gehad? Eigenlijk niet, want ik deed ook graag wiskunde en heb in het laatste jaar zelfs even getwijfeld. Had mijn latere weg er anders uit gezien als ik Latijn-Moderne Talen had gevolgd, wat eigenlijk de keuze van mijn hart was? Geen idee.

Intussen zijn we 25 jaar verder en heb ik geleerd dat er niet één juiste weg is, maar net veel verschillende manieren om een doel te bereiken. Dat je soms omwegen maakt, maar uiteindelijk toch je bestemming vindt. Dat je je talenten moet koesteren, want dat dat net hetgeen is dat je uniek maakt én dat je intrinsiek motiveert. Als je kan doen wat je graag doet en waar je goed in bent, dan ben je meestal niet geneigd om dat als een opgave te beschouwen, maar net als iets waar je energie uit haalt. En dan kijk je niet op een inspanning meer of minder.

Onze dochter zal zelf haar toekomst moeten maken. Allicht zal ze in de loop van haar leven een paar keer een verkeerde afslag nemen, of een omweg maken, of zal ze voor een minder evidente weg kiezen. Soms zal ze zelf een verkeerd pad inslaan, soms zullen de omstandigheden haar tocht blokkeren en haar dwingen op haar stappen terug te keren. Wij zullen er voor haar zijn en haar steunen, op alle mogelijke manieren. Soms zullen we haar waarschuwen, maar toch een stapje opzij zetten en haar tegen de muur laten lopen, omdat dat nu éénmaal de enige manier zal zijn waarop ze zal leren.

En dus laten we haar zoeken. Ze informeert zich, ze spreekt met de leerkrachten, ze vraagt raad, ze doet testen op internet, ze bekijkt haar opties, ze praat met ons. We zien dat ze twijfelt, afweegt, de ene dag het ene verkiest en de andere dag weer het andere. Hoe moeilijk het ook is, we proberen haar niet te sturen, we proberen haar vrij te laten. Op voorwaarde dat zij overtuigd is en er vol voor gaat. Op voorwaarde dat ze haar talenten ten volle benut. Haar hart erin legt.

Helemaal zijn we er nog niet. Maar toch bijna. En dan kan je als mama enkel hopen dat ze haar weg wel zal vinden. Met omwegen, zijsprongen en alle hindernissen die erbij horen. Vol vertrouwen (maar met een klein hartje) laten we haar alweer een beetje meer los.

De kleinste in huis

Kijk, iemand moet het zijn. Sinds gisteren heb ik officieel de eer en het genoegen om de kleinste in huis te zijn. De oudste is me intussen al een jaar of twee en een centimeter of 7 voorbijgestoken. Zelfs met hakken aan kan ik het nog amper verbergen. Maar zondag liep ik hier na een dag op hakken op blote voeten rond en de jongste zag haar kans schoon. Want het is al een paar weken kantje boordje. Toen we een maand geleden nog eens tegen elkaar gingen staan, scheelde het nog een centimetertje, in mijn voordeel.

Maar de jongste is haar puberteit ingegaan en groeit als kool. Broeken die in de herfst nog ingekort moesten worden omdat ze echt nog wel ettelijke centimeters te lang waren, zijn intussen net gepast. Zijn wij blij dat “flanking” momenteel in de mode is – anders betaalden we ons blauw aan jeansbroeken alleen ;-). Maar zondag liet ze me nog even naast haar staan en mochten de papa en de oudste scheidsrechter spelen. Veel scheelt het niet, maar nu heeft onze jongste het voordeel en ben ik dus het kleintje ten huize Tifosa.

Vind ik dat erg? Bah neen. Het hoort bij het leven dat de nieuwe generatie de oude voorbijstreeft en we hadden al zo’n voorgevoel dat de jongste wel eens een fikse groeischeut zou kunnen krijgen. Zij aardt immers naar de grote kant van de familie terwijl ik eerlijk gezegd de vorige generatie niet heb overtroffen ;-). Voor de jongste is de jacht op de oudste nu open…

En ik? Zolang ik hakken draag, kan ik nog een klein beetje de schijn ophouden. Misschien is dit nieuwtje dan maar een goede aanleiding om nog eens hoge schoenen te kopen. En wat de vakantiefoto’s betreft, zal ik de goede raad om een heuveltje op te zoeken maar opvolgen. Dan kan ik net een paar centimeters boven de dochters uittorenen. Op mijn 43ste moet ik mijn “grotere” erkennen in de tienerdochters van bijna 16 en net 13. Ik had op nog een jaartje respijt gehoopt, maar het is wat het is. De kleinste in huis. Zucht.

Uit het tienerleven: mijn lieve lijf

Een paar dagen geleden stond ik in een winkel kleren te passen. Vaak neem ik dan iets mee “om eens te proberen”, met de gedachte dat zo’n soort kledij me toch niet zal staan. Maar omdat het iets is dat in de mode is, of dat ik écht heel mooi vind bij andere vrouwen, neem ik het toch mee. Vanuit de gedachtegang “dan hebben we het gepast, gezien dat het mij niet staat en dan hoeven we niet verder  te dromen van een dergelijke jurk, of een dergelijk truitje,…”.

Maar heel vaak staan die dingen me dan toch. En dat ik mezelf onderschat, heeft nog altijd zijn wortels in mijn puberteit. Ik vond de overgang van meisje naar vrouw eigenlijk niet zo’n leuke tijd. Ik was altijd een halve jongen geweest, een speelvogel en was zeer jong van geest. Ik was nog niet klaar voor de vormen die ik ineens kreeg. Ik heb me lang niet thuis gevoeld in mijn lijf. Bovendien genoot ik in mijn late puberteit en in mijn studententijd best wel van het leven: ik at graag lekker, we dronken al eens een (paar) drankje(s) en veel sport kwam er in die jaren niet echt meer aan te pas. Tenzij je headbangen (ik ging uit in de grunge jaren ’90) zou meetellen.

Aan mijn studententijd hield ik toch wel een tiental kilootjes te veel over. Die er tijdens mijn werkjaren prompt weer afgingen, maar in mijn hoofd zijn ze altijd blijven plakken. En dus meet ik eigenlijk nog steeds met een beeld van mezelf dat al jaren niet meer met de realiteit strookt. Zo kan het soms even duren vooraleer ik me realiseer dat die vrouw in het spiegelbeeld van het uitstalraam en ik één en dezelfde persoon zijn. Vaak heb ik zelfs al gedacht dat die eigenlijk toch wel een schoon lijf heeft voor mijn frank valt. Dat klinkt allicht best grappig, maar eigenlijk is het voor mezelf toch een beetje groen lachen dat ik dan achteraf doe.

Voor een stuk hoort het bij het opgroeien: jezelf leren aanvaarden zoals je bent, met je min- en pluspuntjes. In de loop der jaren leer je ook dat de dingen waar jij je zo hard aan stoort, dat dat vaak net de dingen zijn die jou uniek maken, die jou je charme geven. En je leert ook je minpuntjes verdoezelen en je pluspunten uitspelen. Hoe ouder je wordt, hoe meer je leert relativeren. Ik voel me begin 40 beter in mijn vel dan toen ik een tiener was. Als ik terugblik, vind ik het voor mijn tienerzelf vooral jammer dat ik me zo kon opjagen in uiterlijkheden en dat ik me soms zo liet leiden door de mening van anderen.

Intussen ben ik echter mama van twee tienerdochters en is het mijn taak om hen een realistisch zelfbeeld mee te geven. Moet ik hen op hun eigenheid wijzen. En ja, zoals dat bij tienermeisjes gaat, wil degene met sluik haar graag “een slag” en omgekeerd. Onze dames zijn heel andere types en soms kunnen ze daar wel eens over doorbomen: dan willen ze net datgene hebben of zijn dat de ander heeft of is. Dan is het aan ons om hen erop te wijzen dat iedereen wel iets heeft waar hij/zij ontevreden over is en dat iedereen wel graag iets zou veranderen aan zijn lijf. Als mama hoop ik hen vooral te leren dat ze zichzelf moeten aanvaarden zoals ze zijn. Perfectie bestaat niet en gelukkig maar, want ik denk dat het leven dan ongelooflijk saai zou zijn. Maar ik wil voor mijn dochters vooral niet dat zij twintig jaar later nog “schrikken” als ze zichzelf toevallig in een winkelraam zien.

En de jurk uit het pashokje? Ik heb ze gekocht. Nu ik het nog kan dragen, zal ik het ook dragen. Wie weet begint de zwaartekracht binnenkort op te spelen… Ik hoop dat mijn dochters dan op hun beurt hun moeder zullen behoeden voor modeflaters op haar oude dag ;-).

Uit het tienerleven: vakantie!

Het is Paasvakantie. Onze tieners zijn thuis. Van zodra ook mama vakantie heeft, worden er wel wat activiteiten gepland, maar voorlopig moeten ze zichzelf nog wat bezighouden. Zijn ontzettend populaire “activiteiten” tot nog toe: uitslapen, in de zetel hangen, de smartphone, tv kijken en boeken lezen.

In de vakantie zijn de regels hier in huis al wat losser. Er mag wat meer, er moet een pak minder. En ja, naar het schijnt heeft het lichaam van een puber nood aan meer slaap. Om de ontwikkeling van de hersenen (en de rest van het lijf) te compenseren of zo. Een wetenschappelijke verklaring kan ik zo gauw niet geven, maar representatieve steekproeven ten huize Tifosa tonen duidelijk aan dat voldoende rust onontbeerlijk is voor een “smooth” verloop van je dag. Je tiener wekken in de vakantie (of op een redelijk uur naar bed sturen) is niet zo’n geweldig idee wil je de vrede en de rust in huis tijdens de vakantie garanderen. En dan zijn onze dochters nog eens erfelijk belast met een uitslaap-gen…

Ochtendmensen zitten er ook niet echt in onze familie. En dus worden wij meestal langzaam wakker: de dochters installeren zich met de tv-dekentjes in de zetel en bekijken eerst één van onze vele opnames of bingewatchen de serie “van het moment” (Gossip Girl). Mama en papa trekken zich terug in de keuken, ontbijten op hun gemakje en delen de krant.

Hebben wij regels voor smartphone-gebruik? Natuurlijk. Niet aan tafel, en ’s avonds moet dat ding af een half uur voor de meiden gaan slapen. Zijn we in de vakantie streng? Niet echt. Het leven van een tiener speelt zich immers voor een groot stuk af via dat toestel. Contact houden met de vriendinnen, muziek beluisteren, whatsappen, snappen, chatten,… noem maar op: alles loopt via dat ene – aan hun hand vergroeide – toestel. En dus gebeurt het hier regelmatig dat de twee dames elk in hun zetel op hun schermpje zitten te staren. Of compleet van de wereld zijn omdat ze tegelijkertijd een boek lezen, af en toe één van hun social media-kanalen checken en met hun oortjes in muziek luisteren. “Gezellig zo’n gezamenlijke tv-avonden”, zegt de echtgenoot dan, de enige van ons die eigenlijk nooit met dat speelgoed in de zetel zit te multitasken. Zijn 3 dames daarentegen…

Heel vaak is het hier ook een duiventil tijdens de vakantie. Dan wordt er afgesproken met een hele hoop vriendinnen, blijft er al eens eentje logeren en hebben de dochters vooral nood aan “Taxi Mama”. Het enige probleem is dat hun afspraakjes meestal nogal last minute zijn en wel eens kunnen “aangepast” worden. Tot 10 minuten tevoren! Wat dan meestal niet echt in goede aard valt bij het ouderpaar dat opgetrommeld wordt om toch voor vervoer te zorgen. Maar ze weten niet beter en hebben nooit anders gekend. Het ontlokte de oudste ooit de gevleugelde uitspraak “hoe deden jullie dat eigenlijk vroeger, zo zonder gsm?”. Stel je voor, en we leven nog ;-).

Vooraleer je denkt dat het hier enkel leegte of luiheid is tijdens een typische tienervakantie, wil ik dat beeld toch enigszins bijkleuren. Onze meiden tonen de rest van de tijd ook hun (vele) goede kanten. Zo had de jongste maandag haar kamer opgeruimd (post-examen rommel) en durven ze ook al eens een afwasmachine uitladen of een mand was ophangen buiten. Toen ik gisteravond thuis kwam, had de oudste nog eens een aanval van bakwoede gehad en kreeg ik het water in de mond van de heerlijke vanille-chocoladegeur die me tegemoet kwam na het openen van de voordeur. Tijdens het koken kunnen we ook vaak op een helpende hand rekenen om de tafel te dekken of wat groenten te snijden.

Af en toe is het echt wel een gemak, tieners in huis. En dan is een mens voor de rest al eens wat milder wat de smartphone- of andere huisregels betreft. Maar dat hebben ze uiteraard niet door. Of hebben ze hun ouders net goed liggen met hun opstootjes van dienstbaarheid 😉 ?

Taxi Mama

Woensdag, mijn vrije dag. Normaal gezien een rustpunt in de week. Uitslapen, op het gemakje ontbijten, de krant lezen, mijn uurtje fietsen, bloggen en wat huishoudelijke taken bijwerken. Dat is toch het plan. Maar vandaag viel het een klein beetje in het water. Mama mocht al van ’s morgens vroeg taxi spelen en is pas gestopt met rijden rond 21 uur deze avond.

Normaal gezien is de voormiddag voor mij. Me-time. Dan heb ik het huis voor mij alleen en kan ik (een beetje) mijn goesting doen en (een beetje) achterstallige huishoudelijke klusjes wegwerken. Maar vanmorgen moest ik er niet alleen vroeg uit, ik mocht meteen ook de oudste wegbrengen. Ze gingen immers met de klas op uitstap, maar moesten er wel zelf geraken. Amper terug thuis kon ik opnieuw vertrekken: de jongste heeft immers examens en had vandaag al om 10 uur gedaan. Na een uurtje op de hometrainer was het alweer snelsnel de wagen in. De excursie van de oudste was afgelopen en dus moest ze ook opgehaald worden.

In de namiddag hebben onze dochters dansles. En dus staan we ook nog een hele namiddag paraat met onze taxi. Normaal gezien verdelen de echtgenoot en ik de ritjes, maar hij had nog schoolverplichtingen. En dus mocht de mama ook de hele namiddag voor haar rekening nemen. Eigenlijk heb ik niks fatsoenlijks gedaan vandaag, en toch ben ik moe.

Maar we klagen niet (of maar een klein beetje) want stiekem vind ik die ritjes wel leuk. Het is quality time met de dochters: we babbelen, we lachen en ik krijg te horen waar ze mee bezig zijn en hoe het allemaal loopt in hun tienerlevens. Ook al zijn de ritjes kort, te kort om in te gaan op de zware dingen des levens, toch geniet ik ervan. Het zijn zo van die kleine geluksmomentjes waar ik achteraf met een warm gevoel aan terugdenk. Als ik eindelijk uitgeteld in de zetel zit.

Uit het tienerleven: Temptation Island

Met twee tieners in huis is “Temptation Island” hier uiteraard één van favoriete trashprogramma’s van het moment. Maar aangezien we in een eerder leven al zelf getuige waren van het feit dat het programma niet altijd even opvoedkundig verantwoord is, doen wij hier aan “parental previews”. Niet dat we ook maar enige illusie koesteren dat we hen in deze internettijden kunnen beletten om bepaalde beelden te zien, maar dan weten we tenminste wanneer we ernaast moeten gaan zitten “om een en ander te kaderen”.

En dus “offeren” wij ons woensdagavond op, kijken de hele aflevering uit en zuchten bij zoveel onzin, melodramatisch en ranzig gedoe. Een dag later kijken we dan samen met de dochters, stellen we hier en daar al eens een kritische vraag en laten we hen nadenken over het relatiebeeld dat opgehangen wordt. Zijn we over het algemeen tevreden dat onze dochters best wel weten te relativeren en ook zien dat Jolien veel te goed is voor haar Herbert. Dat het achterbakse gedoe van Lisa niet bepaald door de beugel kan, maar dat Merijn ook wel zeer snel conclusies trekt en dat je toch ook wel héél veel kapot kan maken met een paar uit-verband-gerukte-uitspraken of met een minutieuze selectie van beelden (Lize, Jeffie). En dat je maar op de blaren moet zitten als je je gat brandt, Niels.

Tegelijkertijd wijzen we onze meisjes er ook op dat je als tv-maker veel kan manipuleren. Dan vertellen we over die ene vriend die op een blauwe maandag ooit aan een reality programma meewerkte. Dat ze hun kandidaten soms een uur lang interviewen om daar dan één onnozel zinnetje uit te halen dat ze perfect in hun “verhaallijn” kunnen inpassen. Dat de montage zo gebeurt dat het scenario klopt. Dat de vraagstelling van de zogenaamd objectieve presentatoren op bepaalde momenten toch wel op zijn minst heel tendentieus genoemd kan worden. Dat in de televisiewereld “what you see is what you get” zeker niet altijd opgaat, integendeel.

Tot we aan de “wraakaflevering” van vorige woensdag kwamen en de mannen er los over gingen. Dan durven de echtgenoot en ik elkaar wel eens aankijken van “moeten de dochters dit echt zien?”. Soms kan je niet meer doen dan verzuchten dat het er in een normale relatie (gelukkig) meestal zo niet aan toegaat. Dan laten we onze dochters weten dat we echt wel hopen dat zij slimmer zullen kiezen. En nooit ofte nimmer aan dergelijke programma’s zullen deelnemen. Dan lachen we groen om zoveel onnozelheid, testosteron en drank gecombineerd.

Zou het nu een fijn programma zijn om te maken? Want ok, de kandidaten mogen dan wel jong, naïef, onnozel of af en toe een beetje manipulatief zijn, die kampvuren waarin je een paar zorgvuldig uitgekiende beelden laat zien aan een deelnemer die zijn of haar partner mist en al een tijdje niet gezien heeft, en die beelden dan nog voorziet van een paar suggestieve vragen of commentaar, die zijn ergens toch ook gewoon heel hard en pijnlijk. En ja, ik ben het ermee eens dat ze weten waaraan ze beginnen en dat ze op heel veel momenten véél slimmer zouden moeten zijn, dat ze af en toe eens 5 seconden zouden moeten nadenken vooraleer ze handelen, maar toch wordt er hier grof geld verdiend aan de miserie van een ander.

Maar uiteindelijk kijken wij ook, dus we houden dit mee in stand. Willens nillens. In de hoop dat we – door samen te kijken – de dochters toch een paar kanttekeningen kunnen aanreiken. Bovendien wordt er toch ontzettend veel afgelachen ook. Want zeg nu zelf, waar blijven ze die deelnemers in godsnaam toch halen? En waarom trappen die er allemaal telkens opnieuw – met zoveel overtuiging – in?

Op naar woensdag dan maar, ook de vrouwen zijn nu op oorlogspad. Dat belooft. (zucht).

Shoppen met tieners

shoppingMet drie dames in huis ziet de echtgenoot soms zijn peren. Want shoppen is écht niks voor hem, maar zijn drie vrouwen vinden het van tijd tot tijd (te vaak 😉 ) een absolute noodzaak. En sinds de jongste de kaap van de 12 gerond heeft, is ze van kamp gewisseld. Eigenlijk had onze kleinste altijd een hekel aan winkelen. Het stuk dat ze kleren mee naar huis nam, kon ze wel appreciëren, maar het gedeelte dat je daarvoor (véél te lang) moet rondlopen in een stad of een winkelcentrum en dan nog eens eindeloos kleren moet passen, was er voor haar echt wel te veel aan.

Maar de oudste zit intussen al een tijdje in een definitieve kledingmaat: ze shopt ook met de mama mee in “haar” winkels en dus valt er voor de jongste bij de kastenwissel niet veel meer te rapen uit de kleerkast van de oudste. De jongste vond het altijd een geweldig moment als ze bij de wisseling der seizoenen ineens een hele hoop (vooral jurkjes) van de oudste erfde. Soms had ze stiekem al zitten aftellen naar het moment dat dat éne prachtige kleedje van haar zus in haar kast zou belanden en vaak betekende dat voor haar ook “een shoptrip minder. Oef”.

Maar het was wel even schrikken toen de kleinste bij de laatste kastwissel ineens zo goed als géén kleren meer overhield en ook niets kon overnemen uit de kast van haar zus. Er moest dus wel geshopt worden en dat was geen onverdeeld positieve ervaring. Onze jongste zit namelijk (eventjes) in de moeilijke leeftijd tussen kind en vrouw in. Te groot voor de kinderkledij, maar nog niet groot genoeg voor de dameswinkels. Maar in de kinderwinkels vindt ze absoluut haar gading niet meer wegens “te kinderachtig”.

Zij wil nu gewoon skinny jeans dragen met een leuk t-shirt en/of sweater. Onze jongste was altijd nogal girly en ze wil maar al te graag nog verder jurken dragen, maar mag het alstublieft ook een beetje stoer zijn? Als we in de kinder- en jeugdwinkels shoppen, dan zijn de jeans net niet skinny genoeg en dan staan op de meeste t-shirts of sweaters tekeningen. En de prinsessenjurken in de allervrolijkste kleurtjes is mijn kleinste ontgroeid. We zagen dit eerder al bij de oudste: een jaar lang is het even zoeken naar een eigen stijl en naar een winkel waar ze haar gading kan vinden. En die zijn er véél te weinig, en bovendien zijn ze vaak nogal prijzig, wat zonde is voor kledij die je niet meer dan één seizoen zal dragen.

Dat leidt wel eens tot frustraties bij onze jongste. Want net op het moment dat ze de overgang aan het maken is van meisje naar vrouw en net op het moment dat haar lijf haar hoofd misschien net niet helemaal volgt, vindt ze niet (altijd) de kledij om haar groeiende persoonlijkheid en haar groeiend zelfbewustzijn uit te drukken. En dan mag je als mama wel troosten met de woorden dat het “maar een fase is, dat het volgend jaar écht wel beter zal zijn”, daar heeft ons meisje op dit moment niet veel aan. En dus plannen we binnenkort een écht shoppinguitje, zodat we de juiste winkels kunnen bezoeken en zodat de oudste haar jongere zus de weg kan wijzen.

Tips over leuke, betaalbare winkels voor stoere tienermeiden met een peperkoeken hartje zijn trouwens altijd welkom in de comments. Onze jongste zal u dankbaar zijn (en de mama ook) ;-).