Opvoeden: theorie vs praktijk (1)

De #ouderzonden zitten er op, jammer genoeg. Meteen na het afronden van de laatste post, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen de theorie en de praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Zo wou ik absoluut mondige en weerbare kinderen. Ik sta er nog altijd achter en ik denk dat we in ons opzet geslaagd zijn, maar er is uiteraard ook een keerzijde. Namelijk dat ze die eigenschappen op een bepaald moment ook tegen hun eigen ouders zullen inzetten. Zelfs dat had ik op voorhand ingecalculeerd. Zo had ik al doembeelden van kletterende puberruzies. Waar ik echter niet op bedacht was, was dat onze dochters hun mondigheid al véél vroeger zouden inzetten.

Het blijft hilarisch als je er nu op terugblikt, maar ik herinner me legendarische discussies met de jongste over haar kledij. Uiteraard ’s morgens vroeg als je je klaarmaakt om naar school en naar het werk te vertrekken en dus een strakke timing hanteert. Onze jongste was een prinsessenmeisje en droeg niets liever dan “fladderende” jurkjes en rokjes. Letterlijk: het doorslaggevend argument in haar kledingkeuze was voor een spiegel gaan staan, ronddraaien en kijken of het kleedje genoeg “draaide”. Maar dat soort rokjes en jurkjes had je vooral in de zomer, een pak minder in de winter, wanneer er van kledij vooral verwacht werd dat ze de drager ervan zou warm houden.

motherhood

(www.someecards.com)

Zo kon ik op een koude winterochtend wel eens in discussie met een koppige tweejarige omdat die een zomerjurkje uitgekozen had en niet vatbaar was voor mama’s argumenten. “Maar ik heb nooit kou.” “Het zonnetje schijnt toch, mama.” “Ik zal er anders pietenkousen onder doen, mama.” Om nog maar te zwijgen over de “broekendagen”. En dan haal je – waar je je tevoren had voorgenomen om nooit die weg op te gaan – jouw doorslaggevende argumenten boven. “Omdat mama het zegt”. Of “Waarom?” “Daarom!”. Of “al jouw jurkjes zijn in de was, je zal wel een broek moeten aandoen”. Of “je mag natuurlijk ook je pyjama aanhouden om naar school te gaan, maar wat gaan je vriendinnetjes dan wel zeggen…”

Onze dochters wisten al héél snel dat mama absoluut allergisch is aan liegen. Dat ze vaker onder hun voeten kregen omdat ze de waarheid geweld aan deden, dan om het “misdrijf” dat ze probeerden te verdoezelen. Er was wel één uitzondering. Soms waren onze dochters zo bedreven in het “creatief omspringen met de waarheid” of zoals we met een moderne term zouden zeggen, het “out-of-the-box-denken”, dat we niet anders konden dan in de lach schieten. En dat helpt absoluut niet als je hen eigenlijk zou moeten straffen. Als ze met volstrekt onschuldige gezichten (en monden vol chocolade) volhouden dat het “Zwarte Piet geweest was die aan de chocolade had gezeten. Dat ze het écht waar zelf gezien hadden. Dat zij alleen maar een héél klein stukje hadden opgegeten. En dat hij gezegd had dat het mocht.”

Toen ze in de puberteit kwamen, verwachtte ik dus veel tienerdrama, maar het valt eigenlijk geweldig goed mee. Al zijn ze nog slimmer geworden en zo mogelijk nog “radder” van tong. En dan is het moeilijk om hen een stap voor te blijven. Dan kan je soms niet anders dan toegeven dat ze je te pakken hebben. Zeker als de mama wat moe of afgeleid is, een straffe uitspraak doet en vrijwel meteen wordt klemgezet. Toen ik de oudste nog een jaartje van de festivals dacht te houden door “pas als je 16 bent” te antwoorden op haar vraag of ze mocht gaan. Met in het achterhoofd dat dat gezien haar verjaardag halverwege de zomer dus niet zou lukken voor Werchter. Waarop zij net iets sneller dacht en me meteen vloerde met “maar dan mag ik wel naar Pukkelpop?”. Waarop de echtgenoot droogjes reageerde: “je hebt dat nu wel gezegd hè”. We zijn dan maar samen naar Pukkelpop geweest.

Als ik nu terugblik op mijn oorspronkelijke voornemen om hen “weerbaar en mondig” te maken, dan denk ik dat we daarin geslaagd zijn. Dat ik daardoor al héél snel in nutteloze discussies met hen verzeild zou raken, had ik niet voor ogen. Dat ik zelf dan de non-argumenten “omdat mama het zegt” zou bovenhalen, behoorde niet tot het masterplan. En dat ze al op 16-jarige leeftijd slimmer zouden blijken dan hun moeder, zegt dan misschien net iets meer over de moeder dan over de dochters 😉.

Maar voor de rest zijn we vooral fier. Ze komen voor zichzelf op, ze hebben erg veel moeite met onrecht en repliceren vlot, voor zichzelf en voor anderen. En ze mogen dan wel mondig en weerbaar zijn, maar ze blijven gelukkig (meestal) beleefd. Dat we daardoor al eens een discussie verliezen of ons ongelijk moeten toegeven, nemen we dan maar voor lief. Hen tonen hoe ze gracieus een nederlaag slikken (zucht) behoort ook tot ons opvoedkundig project. Al had ik vooraf toch gedacht/gehoopt dat we dat langer zouden kunnen uitstellen 😉.