Haar eerste fuif

Onze oudste is 14, op weg naar 15 en zit in het derde middelbaar. Op haar school mogen ze dan voor het eerst naar de schoolfuif. Met apart polsbandje, want drinken zit er (nog) niet in. (In theorie uiteraard). En dus kregen wij een paar weken geleden de al zo lang gevreesde vraag “Mag ik naar de fuif?”, onmiddellijk vergezeld van het onafscheidelijke “Iedereen van de klas mag”.

We hebben onderling overlegd, haar nog even in spanning gehouden en uiteindelijk – nadat ook haar jeugdvriendin thuis groen licht gekregen had – onze toestemming gegeven. Om haar dan nog een paar weken te overstelpen met “goede” raad. “Let op elkaar, blijf bij elkaar, zorg voor elkaar, let op je drankjes, drink niks dat raar smaakt,…” Maar gisteren was het zo ver. En dus zorgde de mama ervoor dat ze op tijd thuis was om haar dochter naar een vriendin te brengen. Daar hadden ze met een hele groep meisjes afgesproken om samen te rijden, want “dan hoef je niet alleen binnen te gaan”.

Ze was toch een beetje nerveus, mijn meisje, en dus heb ik haar alleen maar op het hart gedrukt om ervan te genieten. Om zich te amuseren en te dansen. Toen we arriveerden, heb ik haar nog even geknuffeld (dat mocht gelukkig nog) en haar losgelaten. Ze werd onmiddellijk opgenomen in de vriendinnenkliek en meegenomen. “Nu worden ze toch echt groot, hé”, zuchtten wij mama’s toch even samen en toen reed ik naar huis.

En dan zit je thuis in de zetel te wachten tot je haar mag gaan oppikken en blijkt het toch niet evident om je wakker te houden. En dan zullen de uren in de komende jaren nog wel wat opschuiven. Dan denk je terug aan jouw schoolfuiven, in de prehistorie. Toen er nog gerookt mocht worden en je stinkend naar rook en bier terug thuis kwam. Dat het druk was, dat je eigenlijk geen ruimte had, dat er wel eens getrokken en geduwd werd. Dat er altijd toch een aantal jongens en meisjes waren die geen maat konden houden. Dat dat dansen eigenlijk toch niet veel voorstelde (wegens te veel volk). Dat oogje op de klok om zeker niet te laat buiten te zijn want anders duurde het weer een hele tijd eer je naar je volgende fuif mocht.

Eigenlijk vond ik daar zelf niet zo veel aan, aan die schoolfuiven in het middelbaar. Pas later toen ik kon uitgaan in Leuven werd het écht leuk. Al blijven de mooiste herinneringen gelinkt aan avondjes in onze fakbar die op geïmproviseerde feestjes uitdraaiden. Waar in de vroege uurtjes toch gedanst werd op plaatjes die we aanvroegen of zelf draaiden. Ik heb het nooit écht gehad op die massaevenementen waar je geen plaats hebt om te dansen, te draaien of te ademen. Maar er is niets leukers dan zot doen met een klein groepje.

Maar onze oudste had het wel leuk gevonden. Het blijft toch een belevenis. Die eerste keren kijk je toch je ogen uit. Zie je je klasgenoten ineens in een ander daglicht. Maar toen ze vertelde dat het vooral écht leuk was in het begin, toen er nog niet te veel volk was en ze nog goede muziek draaiden (“niet van die slechte boenkeboenke”), dacht ik toch “dat is onze meid”. En was de mama vooral opgelucht dat alles goed verlopen was en dat ze zich geamuseerd had. Dat alle stiekeme zorgen (in mama’s hoofd) voor niks geweest waren, maar dat ze gewoon genoten had van het springen op “The Hum”. Al moeten we als rechtgeaarde rockers misschien toch nog een beetje werken aan onze muzikale erfenis ;-)!