Uit het tienerleven: kruispunt

Onze oudste zit al een aantal weken in het studiekeuze-proces op school. Deze week zal dat uiteindelijk uitmonden in een advies: dan heeft de klassenraad bekeken of de gewenste richting wel realistisch is. Bovendien wordt er ook al eens voorzichtig verder gekeken. Naar de toekomst na het middelbaar.

Het is voor hen een spannende periode, maar ook voor ons als ouders. Je probeert je kind zo goed mogelijk te begeleiden, maar tegelijkertijd ben je ook geen specialist en is het toch maar uitzoeken. Hoe bereid je je kind het beste voor op haar toekomst? Hoe zorg je ervoor dat ze haar kansen gaaf houdt? Maar tegelijkertijd probeer je ook rekening te houden met wie ze is, met haar talenten en met haar gevoel. En wat doe je als jullie hierover van mening verschillen: stuur je haar jouw richting uit of volg je haar?

Toen mijn dochters nog baby’tjes waren, kon ik me soms zo ongelooflijk machteloos voelen als ze huilden en ik geen idee had waarom ze weenden. Ik was ergens opgelucht toen ze de leeftijd bereikten dat ze zelf konden zeggen wat er aan de hand was: of ze boos waren, honger of pijn hadden, iets wilden. Onze dochters zijn intussen tieners en in veel opzichten is het een stuk makkelijker geworden. Onze taak is geëvolueerd van “zorgen voor” naar “waken over”. De meeste dingen kunnen ze zelf, ze hebben ons hoe langer hoe minder nodig. Wij steunen hen in wat ze doen, geven goede raad en zijn er op de achtergrond. We moeten hen hoe langer hoe meer loslaten en er vertrouwen in hebben dat hen dat ook zal lukken.

Maar studiekeuzes hebben wel een belangrijke impact op de mogelijkheden voor en in hun verdere leven. Als ouder wil je uiteindelijk alleen maar het beste voor je kind. Maar wat is het beste? Toen ik de leeftijd van mijn dochter had, wist ik al dat ik Frans-Italiaans wou gaan studeren. En toch heb ik in de derde graad van het middelbaar Natuurwetenschappen gevolgd. Heb ik daar spijt van gehad? Eigenlijk niet, want ik deed ook graag wiskunde en heb in het laatste jaar zelfs even getwijfeld. Had mijn latere weg er anders uit gezien als ik Latijn-Moderne Talen had gevolgd, wat eigenlijk de keuze van mijn hart was? Geen idee.

Intussen zijn we 25 jaar verder en heb ik geleerd dat er niet één juiste weg is, maar net veel verschillende manieren om een doel te bereiken. Dat je soms omwegen maakt, maar uiteindelijk toch je bestemming vindt. Dat je je talenten moet koesteren, want dat dat net hetgeen is dat je uniek maakt én dat je intrinsiek motiveert. Als je kan doen wat je graag doet en waar je goed in bent, dan ben je meestal niet geneigd om dat als een opgave te beschouwen, maar net als iets waar je energie uit haalt. En dan kijk je niet op een inspanning meer of minder.

Onze dochter zal zelf haar toekomst moeten maken. Allicht zal ze in de loop van haar leven een paar keer een verkeerde afslag nemen, of een omweg maken, of zal ze voor een minder evidente weg kiezen. Soms zal ze zelf een verkeerd pad inslaan, soms zullen de omstandigheden haar tocht blokkeren en haar dwingen op haar stappen terug te keren. Wij zullen er voor haar zijn en haar steunen, op alle mogelijke manieren. Soms zullen we haar waarschuwen, maar toch een stapje opzij zetten en haar tegen de muur laten lopen, omdat dat nu éénmaal de enige manier zal zijn waarop ze zal leren.

En dus laten we haar zoeken. Ze informeert zich, ze spreekt met de leerkrachten, ze vraagt raad, ze doet testen op internet, ze bekijkt haar opties, ze praat met ons. We zien dat ze twijfelt, afweegt, de ene dag het ene verkiest en de andere dag weer het andere. Hoe moeilijk het ook is, we proberen haar niet te sturen, we proberen haar vrij te laten. Op voorwaarde dat zij overtuigd is en er vol voor gaat. Op voorwaarde dat ze haar talenten ten volle benut. Haar hart erin legt.

Helemaal zijn we er nog niet. Maar toch bijna. En dan kan je als mama enkel hopen dat ze haar weg wel zal vinden. Met omwegen, zijsprongen en alle hindernissen die erbij horen. Vol vertrouwen (maar met een klein hartje) laten we haar alweer een beetje meer los.

Leef naar je talenten!

Een tijdje geleden mocht ik op bijscholing. Twee dagen lang werkten we met de collega’s rond “talent”. We kregen soms zeer interessante uiteenzettingen en we volgden een aantal workshops, waarin we zelf actief aan de slag moesten. Ik heb die dagen veel bijgeleerd, maar er was één workshop waarin ik het licht zag.

Eigenlijk was het een workshop van amper een uurtje en konden we niet diep genoeg op het thema ingaan. Aan de hand van een aantal stellingen bepaalden we ons “persoonlijkheidstype”. De test was niet uitgebreid genoeg, maar bleek verrassend accuraat, zowel voor mij als voor de meeste collega’s. Grappig hoe anders je op bepaalde situaties reageert volgens je type, grappig om te zien welke prioriteiten je spontaan kiest. Heel interessant ook toen we probleemsituaties met elkaar moesten delen: sommigen overleggen, anderen ondernemen actie en nog anderen analyseren… En toch vormen al die verschillen een mooi geheel.

Maar het was in de nabespreking achteraf dat mijn frank viel. Want het viel een aantal collega’s op dat bepaalde types wel héél vaak voorkwamen in bepaalde jobs. En uiteraard was er een zekere correlatie tussen je persoonlijkheidstype en de functie die je meestal uitoefent of de taken die je geneigd bent op jou te nemen. Dat klopt, gaf de lesgever toe, meestal toch. Want veel mensen gaan net die dingen waar ze minder goed in zijn overcompenseren. Sommigen oefenen ook jarenlang een job uit die eigenlijk niet echt bij hun type past. “Kan dat?” “Uiteraard”, antwoordde de lesgever, “maar het zal je meer tijd en moeite blijven kosten.” En ergens is het ook nutteloos, want er zijn “types” die daarin beter blijven omdat die eigenschappen wel in hun persoonlijkheid zitten en in de jouwe niet. Terwijl jij dan weer andere unieke kwaliteiten hebt, die even nuttig kunnen zijn.

Het kwartje viel en bleef vallen, ook toen ik ’s avonds uitgebreid nakaartte met de echtgenoot. Want de lesgever had een punt: het is gewoon makkelijker én aangenamer als je naar je talenten leeft. Maar jammer genoeg is onze maatschappij volledig omgekeerd georganiseerd. Al van in de prille jeugd wordt te vaak de nadruk gelegd op wat je (nog) niet (goed genoeg) kan. Wordt de vergelijking gemaakt met dat onbestaande gemiddelde waar iedereen moet aan voldoen. En al van in je kindertijd wordt je aangeleerd dat alles kan, mits voldoende inzet en oefening.

Bij studiekeuzes wordt altijd eerst gekeken naar wat je niet kan. We mikken allemaal zo hoog mogelijk tot blijkt dat je het niet aankan en dan maar moet afzakken. In je puberjaren word je gedefinieerd als “onvoldoende voor wiskunde” of “onvoldoende voor Latijn” of “onvoldoende voor Frans”. Net in die uiterst breekbare puberperiode van opgroeien naar volwassenheid word je gekarakteriseerd naar gelang de dingen waar je niet goed in bent.

Later als je gaat werken, duurt dat voort. In je jaarlijkse evaluatiegesprekken worden je sterke punten ook wel opgesomd, maar wordt toch vooral gewezen op je werkpunten. Er wordt dan gevraagd welke opleidingen je nog nodig hebt, hoe je geholpen kan worden om je zwakkere kantjes bij te schaven. Op geen enkel moment in mijn carrière zijn me opleidingen aangeboden om mijn sterke punten nog verder te ontwikkelen “want dat kan je al, daar ben je al goed in”. Ik heb er ook nooit om gevraagd, ook ik wou vooral aan mijn minpunten werken, in de ijdele hoop daar ooit mijn troeven van te maken.

Eigenlijk is dat fundamenteel verkeerd. Wat een verspilling van tijd en moeite. Want een chaoot in het diepst van zijn gedachten zal nooit het grootste organisatietalent worden, ook al doet hij jarenlang zijn best. Hij zal wel trucjes leren en hij kan zijn chaos leren beheersen, maar dat blijft telkens opnieuw veel van hem vragen. En misschien is op die manier wel een sterke people manager verloren gegaan, of een baanbrekend artiest of een bijzonder lucratief idee ;-).

Het pakte me, het was ook zo herkenbaar. Ik heb jarenlang veel energie gestopt in mijn minpuntjes, ik heb er zo hard aan gewerkt. Om dan te horen dat je er eigenlijk toch niet veel kan aan doen, want je talenten liggen daar niet. Maar het was ook een ongelooflijke bevrijding om het eens van de andere kant te bekijken. Er zijn ook dingen waar ik echt in uitblink. En toen was ik gewoon trots zijn op mijn kwaliteiten. Alsof men mij een nieuwe bril gegeven had en ik mezelf voor het eerst écht goed kon zien.

Daar moet je dan 42 voor worden…

talent