Theorie vs praktijk: verwennen (6)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen theorie en praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Laat het ons vandaag eens hebben over “verwennen”. De theorie hierover was meestal niet bepaald eensluidend. “Je mag je kinderen niet verwennen, laat ze maar eens goed huilen.” Of “Met aandacht kan je je kinderen niet verwennen, dat mag je hen niet ontzeggen.” Of “Je mag niet altijd toegeven, je moet streng zijn, voor hun bestwil, anders maak je er rotverwende, onhandelbare kinderen van.” Begin er dan maar eens aan, hè, aan dat opvoeden, als de theorie niet duidelijk is. Als je niet weet wat je moet doen om goed te doen. Als je constant tegenstrijdige adviezen krijgt uit je omgeving. En zeker bij je eerste, weet je het nog allemaal niet zo goed, dan wil je je nog wel eens laten leiden door de goede raad die je her en der oppikt. Gelukkig weet je bij een tweede meestal al wel beter 😉.

We hebben dus maar onze eigen weg gezocht. We hebben zowat een gulden middenweg bewandeld en geprobeerd hen langs de ene kant materieel niet alles in de schoot te werpen, maar langs de andere kant niet te scheutig te zijn met aandacht. Al moesten de dochters ook leren dat het niet altijd rond hen kon draaien. Dat ze soms ook beleefd hun beurt moesten afwachten.

Wat wil dat nu concreet zeggen? Dat ze van ons kregen wat ze nodig hadden (en allicht toch ook wat meer), maar dat we toch wel grenzen trokken. Er was wel degelijk een budget (voor kledij, voor ontspanning, voor speelgoed bijvoorbeeld) en daar hielden we ons meestal wel aan. Als ze dan eens “grotere” wensen hadden voor hun verjaardag of voor Sinterklaas, dan legden we al eens samen voor één groot geschenk, in plaats van hen met vele cadeautjes te verwennen. Soms moesten ze ook sparen voor iets dat ze echt graag wilden. Zo vroeg de oudste vorig jaar centjes voor haar verjaardag en deed ze een vakantiejob omdat ze haar zinnen gezet had op een laptop.

Ook al zien we hen doodgraag en zouden we alles voor hen willen doen, het is ook onze taak als ouders om hen de waarde van geld bij te brengen en om hen te leren dat niet alles zomaar in hun schoot zal vallen. Dat ze – met hun zakgeld – moeten leren hun budget te beheren, hoe klein dat budget in het begin misschien ook was. Bovendien moeten ze ook leren dat ze niet alles kunnen krijgen en moeten ze leren tevreden zijn met wat ze hebben.

Wat het verwennen met “aandacht” betreft, daar heb ik me nooit veel aangetrokken van alle oudewijvenpraatjes die de ronde deden over “dat we hen soms maar eens goed moesten laten doorwenen, want dat ze anders rotverwende kinderen zouden worden waar geen land mee te bezeilen valt”. Onze dochters hebben eigenlijk nooit echt veel geweend, dus als ze dat toch deden, was het meestal wel serieus en dan waren we er uiteraard om hen te troosten. Waar we wel streng in waren, was dat ze elkaar en ons moesten laten uitpraten en dat ze beleefd genoeg moesten zijn om gesprekken niet ineens te onderbreken.

Na de geboorte van onze jongste werd het heel even pittig. Toen moest de oudste – die tot dan toe in het middelpunt van onze belangstelling had gestaan – onze aandacht ineens delen “met dat krijsend klein ding”. En dat was zeker niet meteen naar haar goesting. En dus durfde ze wel eens toeren uithalen terwijl mama haar kleine zusje borstvoeding gaf of verzorgde. Dan moest ik gewoon streng zijn. En soms kreeg het zusje borstvoeding terwijl de oudste de hele duur van de borstvoeding huilend aandacht vroeg. En op andere momenten speelde je het spelletje dat je net met de oudste aan het spelen was eerst uit vooraleer je het gejammer van haar zusje beantwoordde. Al was de oudste zelf ook niet écht geweldig goed bestand tegen het gehuil van haar zusje en droeg ze haar mama of papa soms al snel op “om zus toch niet te laten wenen”.

Zijn onze dochters verwend? Ja en neen. Als je vergelijkt met wat wij vroeger hadden, dan is de luxe waarin we nu leven toch nog net iets groter. Maar we hebben wel ons best gedaan om er vooral voor hen te zijn. Om tijd voor hen te maken in plaats van hen te overstelpen met materiële zaken. Af en toe zijn we ook gewoon streng: dan laten we hen zelf sparen voor iets dat ze echt graag willen. Bovendien duwen we hen wel eens met de neus op de feiten: dat het niet evident is dat ze dat of dat kunnen/mogen doen, want dat veel andere kinderen dat geluk niet hebben. Meestal beseffen ze dat ook wel. Al moeten we eerlijk zijn: ze zullen pas ten volle begrijpen wat dit inhoudt als ze er zelf (en alleen) voor staan…

Advertentie

Theorie vs praktijk: schermtijd (5)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen theorie en praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Onze theorie over schermtijd was dat we dit zoveel mogelijk wilden beperken. We wilden absoluut vermijden dat onze dochters enkel plezier zouden vinden via dat kleine schermpje, we wilden voorkomen dat ze constant computer- en tv-kicks zouden zoeken. Het was niet zozeer dat we dit schadelijk of ongezond achtten, maar we hoopten hen zoveel mogelijk andere impulsen te bieden, zodat ze er niet naar zouden vragen. Dat was misschien naïef van ons en we zijn niet altijd even consequent geweest, maar al bij al zijn we er toch in geslaagd om hen niet afhankelijk te maken van een tv-, computer-, smartphone- of Nintendo-scherm. Maar we hebben die dingen ook niet buiten ons huis kunnen en willen houden. Het kwam er dus op aan om een evenwicht te vinden.

Toen ze klein waren, mochten ze enkel tv kijken na school (en nadat hun huiswerk gemaakt was). In het weekend waren we net iets minder consequent. Als je – door hen ’s morgens tv te laten kijken – zelf wat langer kan slapen, tja, dan moesten die heilige principes al eens wijken voor dat beetje broodnodige slaap. En zoals dat met kleine kinderen gaat, hadden ze vrij snel door dat ze tv konden kijken zolang wij niet wakker werden. En dus waren onze meiden wel héél erg braaf en héél erg stil op weekendochtenden. Maar de regel “niet voor 9 uur ’s morgens” heeft de tand des tijds wel doorstaan. Want ook hun nachtrust was ons heilig: ik wou zeker niet dat ze al om 6 uur uit hun bed zouden gelokt worden door “iets dat ze absoluut wilden volgen op tv”.

Wat de computer-, Nintendo- of Wii-spelletjes betreft, we hadden dat natuurlijk ook niet in huis kunnen halen. Maar ik vind dat je er ook moet leren mee omgaan. Van ons mochten ze een uurtje, maar enkel op “schoolvrije” momenten, dus woensdagnamiddag en in het weekend. Soms gingen ze geweldig op in hun spelletjes en als hun gezichten rood werden, was dat voor ons het teken dat het meer dan lang genoeg geduurd had. Hebben we onze theorie altijd consequent toegepast? Natuurlijk niet. Ze vroegen ook wel eens om de computer op een weekavond. Maar eigenlijk hebben onze dochters nooit echt overdreven.

Toen ze een smartphone kregen, waren we daar weer streng in. De gsm mag niet op de  slaapkamer na bedtijd en ligt ook niet in hun buurt tijdens het studeren. Maar daar hebben ze nooit een probleem van gemaakt. Op hun twaalfde viel er met hen te praten en we hebben onze redenen altijd duidelijk gemotiveerd: omdat ze hun concentratie nodig hadden voor hun schoolwerk en omdat we hun nachtrust niet wilden verstoren. Toch waren de regels niet voor alle leeftijdsgenoten even streng. Al stelde ik me er wel vragen bij als je merkt dat de meldingen op hun telefoon vaak tot 11 uur en (veel) later doorgaan. Niet iedereen heeft evenveel slaap nodig, maar toch.

Maar tijden veranderen nu eenmaal en een groot stuk van het sociale leven van onze tieners speelt zich via hun smartphone af. En dus brengen ze toch redelijk wat tijd op dat toestel door. In het begin probeer je hen nog te volgen bij de apps die ze installeren, maar bij Snapchat heb ik afgehaakt. Dan moet je erin geloven dat ze wel weten wat ze doen en dat ze je ook in vertrouwen zullen nemen als het uit de hand loopt. En dat doen ze gelukkig ook.

Zijn we altijd even consequent geweest in onze schermregels? Neen, als wij er profijt (lees: slaap) konden uithalen, lieten we de teugels al eens wat vieren 😉. Maar tegelijkertijd hebben we de basis er wel goed ingepompt: onze meisjes zijn niet vergroeid met de schermen in hun leven en kunnen deze ook wel eens een aantal uren of dagen missen. Zeker als we samen dingen doen of als we in gezelschap zijn, zitten ze gelukkig niet de hele tijd naar dat schermpje te staren (in de meeste gevallen hebben ze het zelfs niet eens bij). Gelukkig maar, want het had ook heel anders kunnen uitdraaien…