Stommiteiten: Blue heaven

Dinsdagavond, een zonnige zomeravond. Net een dagje aan zee doorgebracht met man en kinderen. In de auto op weg naar huis. Na een tijdje toch maar overgeschakeld van Studio Brussel naar Joe. Het ene jeugdsentiment na het andere. We draaien de volumeknop open en zingen luidkeels mee. Hilariteit bij onze dames, die de zangkunsten van hun ouders niet altijd naar waarde weten te schatten.

Het was goede muziek, echt uit onze tijd ;-). Na een tijdje gooien ze ook Belinda Carlisle in de ether. Geweldig nummer. We waren 14 toen het nummer een dikke hit werd. Helemaal midden in de gezellige en vrolijke jaren ’80, nog voor de grunge van Nirvana onze jeugd zwart en rebels maakte en ons een krachtige uppercut gaf. Maar Belinda Carlisle was nog licht, luchtig en poppy. En dus zong ik uit volle borst mee “Blue heaven is a place on earth”…

Ik denk dat we zo halverwege het nummer waren toen de echtgenoot opmerkte dat ze niet “Blue heaven” zong, maar “ooh heaven”. Ik viel compleet uit de lucht. “Maar waarom heet dat nummer dan “Blue Heaven”?” “Dat nummer heet gewoon “Heaven is a place on earth”. “Ben je zeker?” “Ja hoor, echt wel. Bij de volgende variant van de strofe ging ik nog een keertje volledig de mist in. “Hier ook geen “blue” zeker, maar gewoon “ooh”?

Eerlijk, ik kon hem niet geloven. Ik ben de tekst thuis gaan opzoeken, zo overtuigd was ik van mijn gelijk. Dat ik niet echt een muzikaal gehoor heb, wist ik al. Dat ik vaak pas jaren later begrijp wat een groep/zanger of zangeres eigenlijk zingt en dus pas na een zekere tijd een Aha-Erlebnis krijg over de betekenis van sommige nummers, is niet bepaald nieuw. Maar ik denk dat dit toch wel één van de langste vergissingen uit mijn persoonlijk “mama appelsap”-repertoire is. Het nummer dateert uit 1987, ik zing dat dus al bijna 30 jaar verkeerd. (Net geen jubileum, dju toch!) Al bijna 30 jaar lang vond ik “Blue Heaven” van Belinda Carlisle één van de betere overblijfsels uit onze jeugd.

We hebben er eens goed om gelachen in de auto. Enfin, de echtgenoot en de dochters toch. Ik een beetje groen, of moet ik blauw zeggen ;-)? En eerlijk, ik denk niet dat ik het er nog uit krijg, die “blue heaven”. Na 30 jaar indoctrinatie is het kwaad misschien wel geschied. Maar het blijft wel een leuk deuntje, die “Heaven is a place on earth”…

Stommiteiten – de zonnige examenversie

20160615_092401[1]Ik heb het gehad met dat Belgisch zomerweertje. Deze namiddag viel de regen hier weer eens uren op een stuk met bakken uit de lucht. Er zijn uiteraard ook voordelen: onze zomertopjes, rokjes, jurkjes en shorts zijn nog amper de kast uit geweest. En dan nog enkel “per vergissing”. Op die dagen dat de lucht zo prachtig blauw zag als we de rol ‘s morgens optrokken en het er buiten zo aanlokkelijk en warm uitzag dat ik toch maar voor dat zomerse rokje ging. Om amper een uur later, net de trein uit, te moeten constateren dat het allicht even een optische illusie geweest was en dat ik beter ook de andere kant van het huis (waar de wolken zich al verzamelden) gecheckt had bij het opstaan. Waarop je de rest van de dag dan maar bibberend met je jas kan aanzitten…

Maar de echtgenoot, hier in huis degene bij wie het glas altijd halfvol is, noemde het mindere weer daarnet toch een zegen voor de studerende jeugd. Zo dacht ook de oudste even toen ze halverwege haar twee vakken in de loop van de vooravond nood had aan “lucht” en vol enthousiasme met de paraplu en de hond ging wandelen. De hond zag het iets minder zitten en probeerde tijdens het openen van de paraplu ervandoor te muizen richting zijn warme binnenshuis gesitueerde nest, maar liep dan toch maar met de oudste tot het einde van de straat. Zij kwam al lachend uitgewaaid en uitgeregend terug binnen, maar de hond was de hele wandeling mee onder de paraplu gekropen en was toch een zielig verzopen kieken dat naar binnen sukkelde en zich toen voor de hele gang uitschudde ;-).

Ooit, toen juni nog echte zomers kende en de examens steevast geplaagd werden door schitterend heet en zonnig weer, studeerde ik in Leuven. In mijn laatste jaar, toen ik het klappen van de zweep al kende, had ik ooit van een kleine pauze tussen twee examens in gebruik gemaakt om wat zon te zien. Ik had me op mijn vensterbank geïnstalleerd met een boekje en was min of meer in slaap gevallen. Om een uurtje later wakker te schrikken. Spijtig genoeg had ik toen niet het lumineuze idee gehad om halverwege eens om te draaien zodat beide kanten gelijkmatig konden bakken.

En dus kon ik twee dagen later examen gaan afleggen met een half verbrand gezicht, een rode schouder en een rode arm. Enfin, laat ons zeggen dat het ergste rood er al af was, maar er was toch nog altijd een duidelijk verschil merkbaar. En het was niet de gemakkelijkste prof. Ik had ‘m eerder al gehad en ik had niet altijd even schitterend gepresteerd. In mijn laatste jaar was ik gebrand op een goede prestatie en eigenlijk verliep het examen ook redelijk vlot. Ik kon toch op alle vragen antwoorden en ik had er een redelijk goed gevoel bij. Tot de prof me fijntjes liet weten: “Je vois que vous avez déjà pris un bain de soleil. Partiellement quand même…”

Met een (uniform) rode kop heb ik toen het lokaal verlaten. Maar het was één van de allerlaatste examens ooit, het studeren zat er zo goed als op, ik had mijn diploma bijna op zak, het was zomer, de festivals stonden voor de deur, mijn lief had ook geen examens meer. De belofte van een eindeloze zalige zomer strekte zich voor ons uit… en het was nog te vroeg om me al druk te maken over de arbeidstoekomst in de verte.

Ik ben nadien wel nooit meer vergeten dat je bij het bakken het vlees regelmatig moet draaien, voor een gelijkmatige garing ;-). Als we hier in België ooit nog zomer krijgen natuurlijk.

Recht blijven, hè, mevrouw!

Toen ik (amper) twee weken geleden voor het eerst over mijn “stommiteiten” schreef, had ik al de tegenwoordigheid van geest om er #part1 aan toe te voegen. Ik had toen al het donkerbruin vermoeden dat ik wel stof zou vinden voor een terugkerend rubriekje ;-). Helaas.

Meestal maak ik van mijn middagpauze gebruik om een wandelingetje te maken in de stad. Zeker nu ik een stappenteller geïnstalleerd heb op mijn gsm. Of die app er lang op zal blijven, weet ik nog niet, want dat soort dingen maakt mij (te) competitief. Naar ’t schijnt moet je 10.000 stappen zetten per dag. Aangezien ik een zittend leven heb, haal ik dat vrijwel nooit. Zeker niet als ik met de auto naar het werk ga. Als ik het openbaar vervoer neem, gecombineerd met een paar wandelingetjes van en naar de trein, dan lukt het vaak wel. Als ik tenminste ’s middags een stapje in de wereld zet én ’s avonds ook de hond uitlaat. Dan krijg ik mijn (virtuele) medailles en daar doe je het toch allemaal voor, niet!

Zeker als het weer ook nog meezit, ben ik geneigd om een extra inspanning te doen. Even weg van de computer, even het hoofd leegmaken. Deze middag had ik nog een extra reden, want samen met de schoonbroer zou ik een poging doen om de zus te verrassen. Maar zoals gewoonlijk was ik weer net te laat vertrokken en dus zette ik er stevig de pas in. Op hakken uiteraard. Maar dat valt tegen als je de kasseien dient te trotseren (voor mij toch).

Bij het betreden van het Ladeuzeplein ging het ei zo na fout. En uiteraard zat dat Ladeuzeplein vol studenten. Maar het lukte nét om recht te blijven. Al heb ik beide voeten in hoeken geplooid die allicht niet echt gezond zijn voor mijn enkelgewrichten, al dacht ik even dat ik recht op mijn gezicht zou gaan en stak ik mijn handen al uit om dit tegen te gaan. Maar je houdt nipt stand en dan kijk je rond en hoop je dat die vele studenten net allemaal de andere kant opkeken. Tot je gelach hoort en “Recht blijven hé, mevrouw.” “Goed zo.”

Gelukkig waren er geen brokken, buiten mijn trots dan. Alleen een pijnlijke voet, die ik net iets te enthousiast omsloeg. En je moet het zo zien: die arme studenten zijn pas aan hun blok begonnen, een paar daarvan heb ik dan toch even een momentje van hilariteit bezorgd.

falling-down-hurts-way-more-when-someone-sees-you-fall-in-slow-motion-and-doubles-over-in-laughter--bbc78

Stommiteiten #part 1

Met de regelmaat van een klok overkomen mij “ongelukjes”. Die ik meestal wel zelf uitgelokt heb. Dingen waarvan ik achteraf écht niet kan verklaren hoe dat in godsnaam weer is kunnen gebeuren. Dat ik soms/vaak verstrooid ben, in gedachten verzonken of gewoon van de wereld, helpt niet echt. Maar in combinatie met een aangeboren onhandigheid is het gewoonweg dodelijk. Dat gaat van kleine dingen zoals me telkens opnieuw verbranden bij het strijken of weer eens een geweldig grote blauwe plek ontdekken op mijn bil, arm, rug, achterste, noem maar op, zonder dat ik kan verklaren hoe ik eraan gekomen ben. Of de trein voor je neus zien wegrijden, omdat jij per sé nog op je dooie gemak naar de voorste wagon wou wandelen. Struikelen over die éne losliggende kei in het hele voetpad…

Maar af en toe komen er brokken van. Letterlijk vaak, maar ook figuurlijk. Je wil niet weten hoe vaak hier glazen sneuvelen, omdat ik ze verkeerd geplaatst heb. Of dan wil ik een pot met suiker, bloem of pastalettertjes uit de kast nemen, net te hoog uiteraard, en dan heb ik de pot niet goed vast, kantelt die om en ligt heel de keukenvloer vol suiker, bloem en lettertjes. Nooit met mate. Neen, de hele doos gaat meteen leeg. Een hoop straffe verhalen kleuren zo onze familiegeschiedenis. En achteraf blijken ze vaak heel grappig. Maar op het moment dat je er alweer midden in zit, is gevoel voor humor héél ver te zoeken.

Toen ik vrijdag wou bloggen en de computer opstartte, klikte ik zonder goed te beseffen wat ik deed op de upgrade van Windows 7 naar Windows 10. 5 uur later was de computer nog bezig en had ik allang via onze andere computer een verhaal de wereld ingestuurd. Toen ik de computer de volgende dag opnieuw wou opstarten, liep dat niet van een leien dakje. Bleek dat ik ingelogd was “onder een tijdelijk profiel” en ik kreeg de waarschuwing dat mijn documenten en afbeeldingen zouden verwijderd worden bij het afsluiten van de computer.

Paniek. Want alle foto’s die wij met ons “Canon” trekken, staan op mijn computer. Dat zijn er intussen meer dan 6.000. (Paniek zorgt bij mij voor kortsluiting in de hersenen. Ik denk op dat moment niet meer helder.) Ik moet onmiddellijk een back-up maken, is mijn eerste gedachte. We nemen er een paar usb-sticks bij, maar daar krijgen we geen foto’s op. Veel te weinig geheugen. De echtgenoot biedt aan om er eentje te gaan kopen in de winkel, of de computerwinkel te bellen, maar ik los het op door de foto’s naar een andere map te slepen.

De volgende dag bij het heropstarten blijken de mappen leeg. Alle documenten weg, maar veel erger nog, alle foto’s weg. ALLEMAAL. Alle 6.000. Nog grotere paniek en nergens iets te vinden. Bij de documenten zien we in Word de titels nog staan, maar als je erop klikt, leidt het nergens toe. Een paar zoekacties en pogingen tot herstel of pogingen tot het terugplaatsen van een eerdere versie halen niks uit. (Een fikse ruzie overigens ook niet.) In de prullenbak vind ik nog 27 foto’s terug. Van de 6.000. Waar we dus geen back-up van hebben. (Enfin, er zou ergens een stickje moeten rondslingeren met onze foto’s erop tot twee jaar geleden, maar waar dat ligt, geen idee).

Toen ik erover na begon te denken, kreeg ik het enorm benauwd. Ik heb er ook letterlijk een nacht van wakker gelegen. De foto’s van de communie van de jongste, van het feestje voor de 70ste verjaardag van opa, Nieuwjaar (met de laatste brief van de jongste), Sinterklaas, Kerst,… allemaal weg. Ik houd enorm veel van foto’s. Ik blader regelmatig door onze albums (ja, wij maken er nog, alleen zitten we jammer genoeg meestal een paar jaar achter) en ga ook op de computer regelmatig door de afbeeldingen. Tastbare herinneringen.

Een selectie van de foto’s durf ik wel eens op Facebook plaatsen, maar dat doe ik niet met alle foto’s. Dus rest er een enorme leegte. Dinsdag zijn we meteen met de laptop naar de computerwinkel gereden. “Dat we hem nooit hadden mogen updaten, want dat dat gevaarlijk is voor “oude” computers.” Mijn laptop dateert van een jaar of 5 geleden, ik had er niet bij stilgestaan dat dat in computerlevens passé is. En als de computer dat niet aankan, waarom krijg je dan constant die meldingen? “Dat ik nog geluk had dat de computer niet meteen gecrasht was.” “Maar dat ik mijn mappen niet had mogen verplaatsen.” Als de computer meteen gecrasht was, had ik allicht geen mappen verplaatst, dus of het een geluk was dat hij niet meteen volledig plat ging, weet ik niet. Maar ze gingen proberen om onze bestanden terug te vinden, al konden ze absoluut geen garantie geven.

computerprobleemDat ik alles in een cloud had moeten zetten of de bestanden had moeten kopiëren in plaats van te verplaatsen. Ik weet het. Je blijft jezelf keer op keer verwijten: “had ik maar dit of dat” en achteraf weet je het altijd beter. Maar dan is het te laat. Dan is het al gebeurd. Dan kan je zelf niks meer doen en alleen maar hopen dat één of andere IT-nerd een klein mirakeltje verricht…

Als jullie trouwens ideetjes hebben om toch nog iets te redden???

De geheimen van de menselijke anatomie

Blijkbaar is er al die jaren geleden in de lessen biologie toch één en ander misgegaan. Ergens heb ik precies toch één en ander gemist wat de menselijke anatomie betreft…

Vorig weekend stond ik ’s nachts op met pijn in mijn linker onderrug. In mijn toestand van half-slapen-half-waken dacht ik eerst nog: “het zullen mijn nieren zijn, het is weer weekend”. En neen, daar bedoel ik uiteraard niet mee dat wij in het weekend hier bacchanale uitspattingen beleven. Ik probeer gewoon dagelijks minstens een liter water te drinken. En dat lukt op het werk, met mijn fles water naast mij, blijkbaar vlotter dan in het weekend thuis. Vooraleer opnieuw in slaap te sukkelen, nam ik me voor om de volgende dag toch opnieuw mijn fles water soldaat te maken.

Maar de pijn bleef. In de loop van de dag werd het een zeurende pijn en kreeg ik het af en toe zelfs benauwd bij het ademen. En dus besloot ik toch maar een doktersafspraak te maken. En ook de collega’s merkten op dat ik niet in mijn gewone doen was.

“Het doet al een paar dagen pijn in mijn linker onderrug. Ik dacht eerst dat het mijn nieren waren, dat ik weer eens te weinig gedronken had, maar ik vrees dat het dat niet is. Want intussen voel ik ook een pijnscheut als ik mijn hoofd naar voor buig, bij het lachen of het ademhalen. Het lijkt heel erg op die keer dat ik een zware verkoudheid had en zodanig hard gehoest had dat ik een rib kneusde. Toen had ik ook moeite om adem te halen en kon ik amper lachen door de pijn. Als ik nu eens zeker wist dat we vanachter ook ribben hadden, dan had het dat geweest kunnen zijn.”

skeletMijn collega kwam niet meer bij van het lachen. “Natuurlijk heb je vanachter ook ribben! Heb jij nooit een skelet gezien?” “Jawel, dat stond in het biologielokaal, maar dan heb ik dat blijkbaar vanachter nooit goed bekeken.” Verder dan de wervelkolom en de schouderbladen kon ik me de achterkant ook niet meer voorstellen. In mijn herinnering zaten onze ribben dus alleen vooraan. Wat ook de oudste trouwens hilarisch vond toen ik mijn stommiteit later die avond thuis herhaalde. “Mama toch.”

De clou was dan nog dat later die avond bij de dokter bleek dat ik het in al mijn onozelheid zelfs nog bij het rechte eind had: ik zat met een ontstoken spier aan de ribbenboog, wat dus ook het beklemd gevoel bij het ademen veroorzaakte. Een gevolg van een onschuldig koutje. Ik had de winterkleren dus toch beter een weekje eerder bovengehaald… En ik zal het menselijk skelet beter nog maar eens goed bestuderen, voor ik weer problemen krijg met mij onbekende lichaamsdelen ;-).