Een stapje terug en een stap vooruit…

Vanaf morgen werk ik niet meer op woensdag. Het is een bewuste keuze om wat meer tijd vrij te maken voor ons gezin en voor mezelf. Ik had het gevoel dat we onszelf de laatste jaren maar bleven voorbij hollen. Het was alsof we in een wielerwedstrijd zaten, het peloton binnen handbereik en toch raakten we er maar niet bij. We bleven op achtervolgen aangewezen.

Jaren geleden, toen we aan kindjes begonnen, kozen wij er met twee voor dat ik een stapje terug zou zetten. De echtgenoot combineerde zijn voltijdse job als leerkracht met een bijberoep als sportjournalist. Als je daar ook nog mijn voltijdse functie (en even een bijberoep-zijstapje als leerkracht Italiaans bijtelde) werd het zwaar om dragen. We zagen elkaar nog amper. En dus besloten we samen dat ik een stapje zou terugzetten. In totaal heb ik 11 jaar lang niet op woensdag gewerkt. Ik heb loopbaanonderbreking genomen en ouderschapsverlof. Daarna ben ik vrijwillig 90% gaan werken: ik werkte 4 dagen een uurtje langer en bleef dan op woensdag thuis.

Toen mijn job geschrapt werd en ik 4 jaar geleden opnieuw op de arbeidsmarkt kwam, besloot ik voltijds te gaan werken: de kinderen waren intussen toch wat ouder en ik wou graag ook mijn volledig steentje bijdragen in ons gezinsinkomen. Voor een stuk ook bang gemaakt door de verhalen over de zeer lage pensioenen waar je als deeltijds werkende arbeidskracht op kan rekenen. En het lukte, en tegelijkertijd was het ook ontzettend zwaar.

Mijn vrije woensdag zorgde voor een rustpuntje in onze week. In de mijne, in die van de kinderen en in die van de echtgenoot. De woensdagvoormiddag was mijn administratie- (en dus bleven de rekeningen zich geen wekenlang opstapelen in onze “rekeningenschuif”) en mijn boodschappenmoment. Snel in de voormiddag de boodschappen doen tot het einde van de week: het bespaarde de echtgenoot minstens één drukke Colruyt-sessie met hongerige kinderen in zijn kielzog. Vaak  probeerde ik ook al 2 maaltijden te koken, om de echtgenoot in de avonddrukte wat tijd te besparen.

Niet alleen misten we die woensdagrust, maar al mijn “taakjes” kwamen bij de echtgenoot terecht, of maakten het al drukke weekend nog een pakje slopender. Het lukte allemaal wel, maar wij waren een ander ritme gewend. En we kregen de knop maar niet om. Ergens bleven we allemaal verlangen naar hoe het vroeger was. Maar we spraken het lang niet tegen elkaar uit: het extra loon was toch wel fijn en het was alleen maar een kwestie van gewoon worden, een nieuw ritme vinden, ons wat beter te leren organiseren.

Maar het bleef ergens wel sluimeren. Als ik eens een recupdagje op een woensdag plande, was er wel minstens één dochter die liet optekenen “dat het toch wel fijn was dat de mama nog eens thuis was”. En dat vond de mama diep vanbinnen ook. En ik zag hoe de echtgenoot ook deugd had van die paar woensdagen dat ik de zorg van hem overnam. Dat het voor hem eens geen avondshift hoefde te worden en dat hij genoot van een onverwachte vrije avond.

Vanaf morgen zet ik dus een stapje terug. En zetten wij allemaal samen eentje vooruit. Het is in eerste instantie mijn keuze, maar we staan er hier allemaal achter. Ik werk immers héél erg graag, ik heb een uitdaging nodig en ga er volledig voor, maar ik wil er ook zijn voor mijn gezin. Ik gun de echtgenoot een paar rustige uurtjes bureauwerk, ik wil de verhalen van de kinderen horen na school, ik wil met hen naar hun dansles. En in de voormiddag wil ik van de rust in huis gebruik maken om mijn ding te doen:  te bloggen, een boekje te lezen, een uurtje te trainen of te koken. Wat ik heel ontspannend vind als ik er tijd voor heb, maar niet als er nog zoveel taken op je to do-lijstje wachten.

En ja, het is een ongelooflijke luxe dat wij deze keuze kunnen maken. Dat wij voor “tijd” kunnen kiezen. Veel andere mensen hebben deze optie niet en gaan tegen beter weten in maar door. Houden zich amper staande of botsen keihard tegen hun grenzen aan. Of die van hun kinderen. Of die van hun relatie. Want ergens klopt er iets niet meer. Er is iets fundamenteels fout als we ondanks een voltijdse job én een bijberoep amper het einde van de maand halen als alleenstaande mama. Of als we het normaal vinden dat jonge kindjes van 7 tot 18u in de kinderopvang zitten. Als hoe langer hoe meer gezinnen op het einde van hun loon nog maand over hebben. Sinds wanneer is ons “werken om te leven” doorgedraaid naar “leven om te werken”? En hoe keren we deze evolutie terug om?

“Stapje voor stapje”, zou mijn meter gezegd hebben. “En begint bij uzelf.” Vanaf morgen dus. Met mijn vrije woensdag.

Advertentie