Stap voor stap gezonder (4)

Intussen zitten we al in de vierde week van de goede voornemens en komen we stapje voor stapje dichter bij dat gezonde leven. De trap nemen in plaats van de lift kunnen we intussen al een nieuwe gewoonte noemen. Ik denk er intussen al niet meer over na: ik loop de lift zonder nadenken voorbij en stap gezwind (😉) naar boven, intussen zelfs al tot de zesde verdieping. Gelukkig blijft de zesde etage de uitzondering die de regel bevestigt, ik mag er nog niet aan denken dat dat ooit een dagelijkse gewoonte wordt.

Het vroeger gaan slapen hebben we al na een week opnieuw begraven. Momenteel heb ik verlof, dus haal ik met gemak mijn nodige slaapuren, maar dat is niet omdat we op tijd ons bed induiken. Wel omdat het deze week zonder problemen lukt om wat langer te blijven liggen. Ik vrees dat dit nooit een gewoonte zal worden, vooral ook omdat ik er tot op heden niet echt een probleem in zie. Zo laat gaan we nu ook weer niet slapen (op hier en daar een uitzondering na) en voorlopig lukt het om in het weekend voldoende slaap in te halen.

Vorige week nam ik me voor om eindelijk ook het fietsen weer op te pikken. Dat was intussen al een aantal maanden geleden: de hometrainer stond hier de voorbije periode voornamelijk stof te vergaren in onze oude bureau, de moderne vergeetput ten huize Tifosa. Als gebruiksvoorwerp wil je er dus liever niet terecht komen. Vorige week nam ik me voor om mijn hometrainer deze week minstens 3 keer een half uur in dienst te nemen.

Het werd een homerun met de hometrainer 😉. Drie keer werd de fiets uit zijn winterslaap gehaald en gelukkig bleek ook mijn conditie de paar maanden roestige rust best te verteren. Tijdens mijn eerste trainingsritje lukte het al meteen probleemloos om een halfuurtje rond te fietsen en dus deed ik er nog een kwartiertje bij. En nog eentje. Omdat ik voor de eerste keer niet wou overdrijven, heb ik na 60 minuten afgeklokt. Voor rit twee en drie werd de hometrainer buiten in het zonnetje gerold en opnieuw ging het trainen bijzonder vlot en maalde ik zonder problemen een uurtje vol. Dat het zonnetje ongenadig brandde en ik dus alweer met een schone (rode) tekening op de rug kan pronken, namen we dan maar voor lief.

Maar ik zal dit ritme nog minstens twee weken vol moeten houden vooraleer we stilaan terug van een gewoonte kunnen spreken. Deze (vakantie)week zal dat allicht geen probleem vormen, maar lukt het daarna om het fietsen te blijven combineren met alle andere uitdagingen op mijn pad? Het begin is er, nu nog volhouden.

20180329_124012[1]Welke goede gewoonte wil ik deze week toevoegen? Ik wil al een tijdje proberen om eens “echt” vegetarisch te koken. En dus niet zomaar een maaltijd bereiden waarbij ik het vlees van de huisgenoten simpelweg vervang door een vegetarisch alternatief. Ik wil proberen om een volwaardige groentenmaaltijd te bereiden. Eentje die vult en smaak heeft. Zo had ik al een tijdje “Plenty” van Ottolenghi in huis gehaald ter inspiratie. Maar dat boek heeft tot nog toe vooral mijn boekenkast versierd en héél weinig geïnspireerd. Deze verlofweek lijkt mij het ideale moment om daar verandering in te brengen, tussen het fietsen, het trappenlopen en het voldoende slapen door. Een makkie, niet?

 

Hoe groen ben ik? #3

Laat ons vandaag – op verzoek van Eilish – ons vervoer eens even onder de loep nemen. En daar scoren we niet slecht in. Want ik neem (zo goed als elke dag) de trein naar het werk. Van het station stap ik elke dag een klein halfuurtje (heen en terug samen) van en naar het werk.

Dat we ’s morgens – wegens nog niet goed wakker en ons ochtendritueel altijd nogal héél nipt gepland – meestal wel de auto nemen om naar het station te rijden voor de volle twee kilometer – spreekt dan weer niet in mijn voordeel, maar dat laten we even buiten beschouwing. Het plan is elke dag (als de zon ’s morgens schijnt) om de fiets te nemen, maar elke morgen vertrek ik net te laat en dan durf ik niet anders dan de auto in te stappen omdat ik bang ben om mijn trein te missen.

We nemen hier trouwens best wel vaak de fiets, zeker voor kleine verplaatsingen. Ik fiets ook gewoon héél erg graag en het is hier in onze buurt ook gewoon erg handig. Zolang je de Aarschotsesteenweg/Liersesteenweg maar vermijdt, want die is ronduit gevaarlijk met een fietspad van een kleine 50 centimeter breed en het vrachtvervoer dat tegen 70 km/u langs je heen vliegt. Maar voor de rest kan je hier in de omgeving niet beter af zijn dan met de fiets. Alles is vlot en goed bereikbaar, meestal ook met een afgeschermd fietspad. Bovendien ben je van bij ons even snel in het dorpscentrum met de fiets als met de wagen (zeker als je het parkeren mee in beschouwing neemt). Als nu het weer ook nog wil meewerken, dan komt ons ijzeren ros ook weer wat meer van stal.

Op dit vlak vind ik dat we eigenlijk wel goed bezig zijn: we nemen de fiets al regelmatig, zeker voor korte afstanden. We zijn liefhebbers van het openbaar vervoer en dat ondanks alle stakingsdagen én regelmatige vertragingen. Ons woon-werktraject is niet zo ontzettend lang, waardoor vertragingen – op een paar uitzonderingen na – meestal tot maximum 10 minuten beperkt blijven. En daarvoor kan ik niet in de auto stappen: met ochtendfiles erbij rijd ik altijd langer dan de rit met de trein me zou kosten, 10 minuten vertraging inclusief. Bovendien haal ik op een treindag vlot mijn 10.000 stappen, daar waar ik op een autodag nog niet in de buurt kom. Zelfs niet bij benadering 😉!

fietsen

(www.loesje.nl)

Als we dan toch een werkpuntje mogen benoemen voor 2018, dan zou het fijn zijn als ik er wat meer in zou slagen om de 2 km van en naar het station met de fiets te doen, in plaats van daarvoor de wagen uit de garage te halen. Dat zou mijn conditie niet alleen ten goede komen, ook onze portemonnee zou er wel bij varen. Om van de gevolgen voor het milieu nog te zwijgen. En ja hoor, ik geloof er écht in dat alle beetjes helpen. Hoe kort de afstand ook is. Als nu de zon nog een beetje wil meewerken…

As we speak #september

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Zalige nazomer. Wat een geweldig weertje had september voor ons in petto. En neen, ik ga niet klagen over de hitte, ik geniet er met volle teugen van. Zelfs al moet ik ’s nachts een koud washandje in mijn nek leggen om enigszins verkoeling te vinden onder ons dak. Niets fijner dan opstaan en een blauwe hemel zien. Ervan genieten om ’s morgens in alle vroegte alle ramen open te zetten en in de tuinkamer een briesje te voelen tijdens het ontbijt. Wat een prachtweken! Oprecht jammer vind ik dat het nu zal afkoelen. Ik heb het nu al frisjes…

20160719_190425_miniBarbecue en pasta. We hebben de afgelopen maand vooral thuis héél lekker gegeten. De Italië-afkoelingsperiode lag achter ons, er mochten weer pastaschotels op het menu en daar hebben we volop van geprofiteerd. Vaak. Bovendien was het zomers weertje de perfecte aanleiding om onze barbecue nog eens boven te halen. Misschien wel voor het laatst dit jaar? Al mag die Indian Summer van mij gerust nog een paar weken aanhouden. Alhoewel. Ik zag dat er al witloof in de winkels lag, maar om nu witloof met ham en kaas te maken als het 30 graden is, dat klopt toch ook niet. Misschien zijn er dan toch voordelen aan de koelere periode die komt. Ik hoor de dochters al bij voorbaat juichen uit oprecht enthousiasme, dol als ze zijn op deze Belgische klassieker ;-).

Medailles. Sinds het schooljaar opnieuw begonnen is, verzamelen wij hier om ter meest sportieve medailles. Ik heb een app op mijn gsm die me telkens met een medaille beloont als ik mijn stappen per dag haal (en dat zijn er volgens de app “maar” 6.000) of mijn 60 actieve minuten per dag. Sinds halverwege augustus het goede weer begon, fiets ik naar het station. Het levert me 25 fietsminuten per dag op en meestal stap ik (in stukken en brokjes) nog eens 40 minuten per dag. Sinds begin september fietsen ook de echtgenoot en de dochters heen en terug naar school, goed voor zo’n uur sport per dag. Op mijn vrije woensdag fiets ik ’s morgens met hen mee: haal ik meteen “mijn medaille” én het is gewoon intensiever om buiten tegen de wind in te fietsen.

Maar we moeten eerlijk zijn: het echte trainen (het uurtje op de hometrainer fietsen zo’n 3 à 4 keer per week) ligt eigenlijk wel al een paar weken stil en in de weekends kom ik nog niet in de buurt van 60 actieve minuten of 6.000 stappen. OK, de gsm ligt dan meestal ook gewoon op de kast terwijl ik trappen op- en afloop (I wish), en dat ding registreert geen inspanningen tijdens het opruimen, strijken en/of kuisen, wat ergens toch ook niet klopt. Al hebben we gisteren de hometrainer nog eens van stal gehaald en meteen voor 60 actieve fietsminuten gezorgd. We zijn weer vertrokken, hopen we.

Lezen en tv-kijken. We kunnen kort zijn. Qua lectuur niks noemenswaardigs. Alleen “De Kinderbarak” van Valentine Goby krijgt een eervolle vermelding. Al was het niet zo’n boek dat achteraf nog dagenlang door je hoofd spookt. Maar we hebben wel de nieuwe bibliotheek des huizes ingericht. Ik heb dus passief wel wat boeken in mijn handen gehad.

Het nieuwe tv-seizoen is dan weer volkomen aan mij voorbij gegaan. We zitten hier immers met opgroeiende dochters die stilaan even lang opblijven als hun ouders. Terwijl het bij hen in stijgende lijn gaat, zitten wij duidelijk in een neerwaartse curve. De strijd om de afstandsbediening hebben we voorlopig (even?) verloren. Hoe eis je dat ding terug op? Of moeten we écht een tweede tv in huis halen om zelf nog iets te kunnen zien? Als we ze dan eindelijk in hun bed gekregen hebben, is mijn licht meestal ook zo goed als uit. Of dan kijken we “snel” nog even naar het nieuws.

En we hebben Callboys gemist. Serieus. Ik dacht dat we de hype van het moment hadden opgenomen, maar het blijkt op mysterieuze wijze van onze box verdwenen. Ik verdenk de dochters des huizes van een bewuste censuurdaad. Ze gunnen hun oudjes ook écht niks. Wacht tot wij het “kaske” (binnen een paar maanden) – als we ooit nog eens uitgerust raken – weer in handen krijgen. Al hun opnames gaan eraan.

De zomer is voorbij – ondanks het schitterende weer. Het is hier de voorbije weken soms hectisch geweest: het einde van onze verbouwing met nog wat opruim- en verhuiswerken, de start van het schooljaar, de hobby’s en het heen-en-weer-gerij dat daarmee gepaard gaat. We zoeken allemaal nog wat naar het juiste ritme, maar aan de horizon zien we het leven weer in zijn vertrouwde plooi vallen en daar kan ik eigenlijk ook wel van genieten. Lang leve de septembersleur 😉 !

Het EK was…

Na een maand zit de voetbalgekte er jammer genoeg/gelukkig misschien (schrappen wat niet past) op. Portugal kroonde zich zondag tot Europees kampioen. Cristiano Ronaldo moest al na 25 minuten in tranen het veld verlaten door een blessure, maar was toch als een kind zo blij toen hij de beker in de lucht kon steken. Nadat alles gespeeld is, is het tijd voor een terugblik. Het EK was:

Teleurstellend. Te weinig écht goede matchen. Te veel verdedigend ingestelde ploegen die op de counter speculeerden en op het kansje dat toch zou komen. Exponent daarvan de nieuwe Europese kampioen Portugal, dat van zijn 7 matchen amper eentje winnend kon afsluiten na 90 minuten. Ik had op thuisland Frankrijk gegokt als eindwinnaar, maar het mocht niet zijn. Het werd het tornooi waarin de aanvallend ingestelde ploegen bang werden of het deksel op de neus kregen.

Er zat meer in. Als we naar het tornooi van onze Rode Duivels kijken, dan kunnen we niet anders dan concluderen dat er meer in zat. De tabel lag volledig open en ergens blijf ik geloven dat wij het tegen Portugal wel zouden gekund hebben als we tenminste van Wales hadden kunnen winnen. Maar in mijn oorspronkelijk dialect zeggen we “as(se) ligt op nen hogen berg”. Als… dan, misschien,… Het werd niet ons tornooi. Eén uitstekende match (tegen Hongarije), een goede match (tegen Ierland), een middelmatige match tegen Zweden en een zwakke match tegen Italië.

Tegen Wales had het nochtans gekund, we hebben de kansen gehad, maar de bal viel niet. En achterin waren we in de match van de waarheid zeer kwetsbaar. En dan wil ik niet met de vinger wijzen naar de jonge invallers. Eigenlijk was het last minute uitvallen van Vertonghen al een teken aan de wand. Echte tornooiploegen hebben geen zware blessures in “hun” tornooi. Of een gele schorsing van een bepalende speler op hét moment van de waarheid. We zijn soms niet slim genoeg, te braaf. Ik miste te vaak ook de grinta, de over-mijn-lijk-mentaliteit die sommige ploegen wel hebben. Misschien moeten we een voorbeeld nemen aan het opladen van de Italianen, die uit volle borst hun volkslied meebrullen (vals of niet) en bij de uitschakeling hun tranen niet meer kunnen bedwingen. Bij ons klinkt het dan “dat er ergere dingen zijn in het leven”. Dat klopt uiteraard, maar zo’n kans zullen we niet snel opnieuw krijgen.

Is het de schuld van de trainer? Natuurlijk niet, al hadden sommige zaken écht wel beter gekund. We vonden geen antwoord op het stugge, verdedigende spel van de Italianen en van de Welshmen. En dat hadden we eerder ook al maar moeizaam gevonden in de laatste voorbereidende oefenmatchen. Misschien werd er niet scherp genoeg getraind, misschien hadden er duidelijke tactische keuzes gemaakt moeten worden door de trainer. Misschien verwacht Wilmots wel te veel van zijn spelers, misschien overschat hij hen wel. Blijkbaar zijn ze niet in staat op het veld oplossingen te vinden als het niet loopt zoals ze zouden willen.

Is het op met Wilmots? Dat denk ik wel. Er wordt momenteel te veel uit de biecht geklapt en na twee kwartfinales is het wel mooi geweest. Laat een andere trainer het nu maar eens met deze selectie proberen. En voor mij mag het een trainer zijn die stevig traint, houdt van discipline en duidelijke tactische keuzes maakt. En als hij dan alstublieft wil kiezen voor de ploeg die startte tegen Ierland, want met Dembele als controlerende middenvelder voetbalde België als ploeg een stuk sterker en kreeg Witsel de kans om uit te blinken. Het middenveld is dan duidelijk balvaster en geniet mijn voorkeur.

Euro 2016 was geen versie die lang zal blijven nazinderen. Te veel saai en verdedigend voetbal, te weinig sportieve nagelbijters. Eerlijk, we hebben de Nederlanders gemist. Is het niet voor hun vrank en vrij voetbal, dan wel voor de extrasportieve verhalen, de ruzietjes, het gedoe binnen de kern. Het was allemaal zo braafjes… Gelukkig was er nog Ijsland, met hun “Viking haka”, en kleurden de supporters keer op keer het tornooi waar hun helden dat jammer genoeg te vaak vergaten. Met telkens opnieuw fantastisch sportieve gebaren. De Belgische erehaag in het station van Rijsel voor de Welshe fans was een knap hoogtepunt. Of het schitterende gebaar van het Portugese jongetje voor de ontroostbare Franse fan

Gelukkig is er de Tour om het voetbalgemis te verzachten. Al ligt ook de Ronde van Frankrijk mogelijk al in een beslissende plooi en heeft Chris Froome een nieuwe zege, zijn derde, al binnen. En binnenkort mogen we ons opmaken voor de Olympische Spelen waar de Belgian Tornados, Thomas Van Der Plaetsen en Philip Milanov mogelijk opnieuw Belgische sportgeschiedenis zullen schrijven. Dat hopen we toch!