Zeven op zondag: zotte zomer

Wat een fantastische zomer hebben wij achter de rug. Het was hier een tijdje stil, maar we hebben zoveel beleefd, we hebben drie maanden gewoon keihard geleefd. In het moment, zoals ze dat dan zo schoon noemen. Vaak was er geen tijd om te schrijven en soms was er ook geen goesting. Er waren zoveel schone momenten dat we daar met ons hoofd gewoon een foto van genomen hebben en die opgeslagen hebben op onze interne harde schijf. Om daar later, als het leven zijn gewone gangetje terug gaat en de dagdagelijkse sleur het weer overneemt, af en toe naar te kunnen teruggrijpen. Herinneringen van o zo mooie dagen.

IMG_9206Zon. We maken het officieel: ik ben een zonnekind. Geboren in putteke Winter, dat wel, en als kind héél lang dol geweest op het witte, koude en feestelijke van “mijn” decembermaand. Maar intussen van kamp veranderd. De zon geeft het leven gewoon extra glans. En warmte maakt het leven aangenaam. Geef mij – ondanks ondraaglijke zomernachten – toch maar de 36 graden. Eventjes toch.

Zomerrokjes en jurkjes. Heeft er iemand van jullie deze zomer een jeans uit de kast gehaald? Een dikke drie maanden droeg ik alleen maar rokjes, jurkjes en topjes. Hoe zalig is dat? Of korte jeansshortjes. Af en toe combineerde ik zelfs al eens een rokje met sneakers. Al opteerde ik nog het meest voor sandalen. De platte versie. Jaja, zelfs op latere leeftijd kan een mens nog tot de jaren van verstand komen. Het gaat dus echt wel de verkeerde kant op met de glamour in mijn bestaan 😉, maar wat zaten ze gemakkelijk.

Voetbalzotheid. Wat. Een. Geweldig. WK. Voetbal! Deze uitzonderlijk getalenteerde generatie Rode Duivels deed het dan toch. België is nummer 3 van de wereld en daar zijn we ongelooflijk trots op. Al blijft de match tegen de Fransen ook twee maanden later nog altijd een pijnlijke herinnering. We waren gewoon beter, maar ze hebben het slim gespeeld. Eigenlijk hadden we gewoon in die finale moeten staan en dat WK moeten winnen. Binnen twee jaar dan maar op het EK?

Niet alleen de resultaten waren fantastisch, maar wat hebben we genoten van de collectieve zotheid die ons land in zijn greep kreeg. Nu zijn wij altijd wel blijven geloven. Ook in de jaren dat het niet wou lukken. Soms met de moed der wanhoop en vaak tegen beter weten in. Maar het is fijn als je zot kan doen omdat jouw team het gewoon goed doet. Ook al zie je zelf veel te weinig van de matchen omdat a. je bijgelovig bent en denkt dat je ongeluk brengt als je kijkt en b. omdat je gewoon niet goed tegen de spanning kan. En dus heeft vooral onze hond genoten van lange, intense wandelingen tijdens de matchen van de Rode Duivels. Wist je dat de straten opvallend leeg zijn tijdens de matchen van België? En dat je zelfs al wandelend gejuich, gevloek, geroep en getier hoort en je het duel in kwestie niet kan negeren…

Sport. Er was niet alleen het WK voetbal, maar ook het EK atletiek leefde hier in huis. Zeker als het de tweelingbroers Borlée een zilveren en een bronzen medaille oplevert in hun individuele 400 m. Of als Nafi Thiam alweer goud pakt in de veeleisende zevenkamp. Hoe snel zijn we haar topprestaties niet normaal gaan vinden? Terwijl zij nog altijd ongelooflijk jong is. Maar het allerschoonste moment was wel de 4×400 meter bij de mannen. Dat de Borlées na al die jaren zich nog kunnen opladen en telkens opnieuw het beste van zichzelf geven, blijft fantastisch mooi om te zien, maar dat youngster Jonathan Sacoor op zijn eerste grote meeting de Europese kampioen afhoudt en zo een tikje uitdeelt, dat was prachtig. Ik denk dat ze ons tot op straat hebben horen roepen 😉.

Muziek. Er waren héél veel optredens deze zonovergoten zomer. Er waren de Foo Fighters, er was Ed Sheeran, er was Werchter en Pukkelpop. Pearl Jam op Werchter was top. Hét optreden van de zomer. We stonden in het eerste vak, ik zag mijn jeugdidool Eddie Vedder tot op enkele meters, ik genoot met volle teugen van alle muzikale herinneringen, die op sublieme wijze vertolkt werden. Top!

Er was ook Pukkelpop. Wat een fijn festival is dat. Onze oudste ging voor Dua Lipa, wij genoten van Flogging Molly (Geweldig! Als het publiek spontaan begint te volksdansen, dan weet je dat het optreden geslaagd was.) en vooral Tourist LeMC. Zijn optreden was schoon, prachtig, intiem. Hij komt binnenkort in de Lotto Arena, een absolute aanrader!

Lekker eten. Misschien was het te vaak te warm om uitgebreid te koken, maar toch was de zomer overheerlijk. Er stonden veel salades op het menu, er werd vaak gebarbecued en we flansten al eens vaker een snelle pastaschotel in elkaar. Er werd uitgebreid en rustig ontbeten, met veel fruit, een beetje (zelfgemaakte) granola en een kopje latte. Er waren veel aardbeitjes tussendoor, of nectarines. Of ijsjes. Héél veel ijsjes. Er was pizza. Er waren broodjes met mozzarella, tomaat, olijfolie en peper en zout. Of we lieten de tomaat en mozzarella vallen en genoten van warme broodjes met olijfolie, peper en zout. Yummie 😉. Of stapelbroodjes, met restjes van de barbecuegroentjes, en veel augurkjes en ajuintjes. We namen de tijd en aten meestal buiten.

Gezelligheid. Er was zoveel warmte deze zomer. Er waren gezellige uitjes, met zijn tweetjes, met ons gezin, met vrienden. Er was voetbal, er was muziek. Er waren barbecues en feestjes. Er waren logeerpartijtjes in huis en genieten van de dochters en hun gezelschap in huis. Er waren fijne, intense babbels. Er was in stilte naast elkaar zitten op een zonnige zomeravond, lezend in een boek. Er was gelach, geplaag en zotheid. Het was vaak alledaags, en toch zo bijzonder.

De zomer van 2018 was heet, zonovergoten en ongelooflijk gezellig. “Warm” in alle betekenissen van het woord. Kunnen genieten van de kleine dingen is ook een kunst, net als leven in het nu. Dat maakte de zomer van 2018 onvergetelijk.

IMG_9356

 

Weg met de stappenteller!

Toen mijn smartphone vorige week van de hersteldienst terugkeerde, was hij uiteraard volledig gereset. Ik kon dus meteen alle apps die erop stonden opnieuw opladen. En dat doe je uiteraard snel. Binnen het uur stonden facebook, instagram, wordpress en twitter opnieuw op mijn gsm en was ik weer up and running.

Maar er was één app waar ik wel even over wou nadenken: mijn stappenteller. Ik denk dat die app een klein jaar op mijn gsm gestaan heeft. Ergens vorig jaar in mei of juni heb ik ‘m geïnstalleerd. Op zich vond ik het best een nuttige app. Hij heeft me geleerd dat 10.000 stappen per dag ongelooflijk veel is. Mijn doel (volgens de app) was 6.000 stappen per dag en dat haalde ik enkel op werkdagen, als ik met de trein pendelde en ’s middags ook nog een halfuurtje wandelde. Op thuisdagen kwam ik nog niet in de buurt van mijn 6.000 stappen. Helemaal niet trouwens. Er zat regelmatig een zaterdag of zondag tussen met minder dan 500 stappen. Niet echt schitterend.

Maar je moet dat meteen ook relativeren. Op mijn dagen thuis lag de gsm meestal gewoon op de kast, of stak hij in mijn handtas. Af en toe nam ik mijn telefoon wel eens vast om mijn social media of mijn mail te checken, maar als je druk bezig bent, heb je dat ding niet elk uur in je handen. En dat relativeerde meteen ook mijn “prestaties”. Want ook op thuisdagen ben ik best wel actief bezig: eten koken, de was ophangen, opruimen, van boven naar beneden crossen en nog eens terug,… Alleen heb ik mijn gsm dan uiteraard niet altijd bij en wordt “mijn activiteit” dus niet geregistreerd.

Er waren periodes en dagen dat ik wel mijn best deed, en dan stak ik de gsm een hele dag in mijn broekzak, om toch te kunnen meten hoeveel stappen ik thuis afleg. Of ik stapte nog 5 extra minuten als ik merkte dat ik die dag nog 5 actieve minuten te kort kwam. Maar ik werd het stilaan beu. Ook toen ik mijn fietsroutine een aantal weken geleden nieuw leven in blies, bleek de health app redelijk waardeloos. Aangezien ik mijn trainingen afwerk op een hometrainer, leg ik dus geen kilometers af en registreert de app dus niks. Mijn fietstrainingen van een uurtje, zo’n 4 keer per week, kwamen dus niet in mijn “activiteitenmeter”. En dus kreeg ik berichtjes dat ik “mijn activiteiten moest opkrikken” terwijl ik die dag bijvoorbeeld al een uur gefietst had.

Hoewel dat ding nu bijna een jaar heeft geregistreerd wat ik heb uitgespookt en ik de meeste weken volgens de app “boven het gemiddelde van mijn groep vergelijkbare vrouwen” presteerde, heb ik me niet echt beter, gezonder en/of fitter gevoeld. Integendeel, de app werd eigenlijk “een extra verplichting” en gaf soms extra (mentale) druk “om toch nog 5 minuten te gaan wandelen om alsnog mijn stappen van de dag te halen”.

Toen ik mijn gsm dus opnieuw installeerde, liet ik de stappenteller eraf. Het hoeft voor mij niet meer, ik weet dat ik meer dan genoeg beweeg. En of het toeval is of niet, maar deze week (week nummer 4 van de teruggevonden fietsliefde) presteerde ik uitzonderlijk goed: ik haalde probleemloos telkens de 50 km en zelfs mijn enige avondsessie liep bijzonder vlot. Sinds ik niet meer registreer, is de mentale druk weg, maar sport ik des te beter en voelde ik voor het eerst zelfs iets als een “biker’s high”. Meteen ook alweer een bevestiging van het feit dat ik meer “op gevoel” functioneer dan “op cijfers” ;-).

De olympische droom

Er was een tijd dat ik mijn geld verdiende met het schrijven van sportartikels, met het maken van sportnieuws voor teletekst en internet. Het was mijn kinderdroom en ik had het grote geluk dat ik hem 13 jaar lang kon waarmaken. Maar er passeerde een besparingsronde en het was ook wel tijd voor een nieuwe uitdaging. En dus kwam er een einde aan het sportverhaal. In eerste instantie miste ik het absoluut niet. Ik was immers al bij “the happy few” geweest.

Maar met het vorderen van de tijd begon het soms wel eens te kriebelen. Af en toe stak er al eens een klein gemis de kop op. Toen Boonen net na onze stopzetting zijn geweldige voorjaar 2012 beleefde, met zeges in Gent-Wevelgem, Kuurne-Brussel-Kuurne, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, was ik een enthousiast supporter. Maar toch ook blij dat ik niet na afloop als een gek berichten kon beginnen typen, sms’jes sturen, standen opmaken,… Tevreden dat ik eindelijk ook gewoon kon genieten.

Het kriebelde een tweede keer al wat feller toen de Rode Duivels aan het WK 2014 begonnen in Brazilië. De hele WK-gekte, de Duivels-uitdagingen, ze kregen ook mij te pakken. (Ik ben op dat vlak ook wel een makkelijk slachtoffer, moet ik bekennen.) Het was van 2002 geleden dat we in outfit gingen werken, juichten bij een Belgisch doelpunt voor we als een gek begonnen te typen. Voor het eerst miste ik ook het schrijven, het verwoorden van je ideeën, het uitbeelden van je gedachten met woorden. Zelfs het sleutelen: schrijven, herschrijven, herformuleren en schrappen tot je tevreden bent. Een paar weken na dat WK begon ik te bloggen en dat stilde mijn creatieve honger.

Vanmorgen op de trein was er opnieuw zo’n mismomentje. De Olympische Spelen lopen op hun laatste benen. Het was een bijzonder succesvolle editie voor onze Belgen. Topmomenten met Greg Van Avermaet, Pieter Timmers, Nafi Thiam, Jolien D’Hoore, onze Red Lions en Dirk Van Tichelt. Om van de vele vierde plaatsen nog te zwijgen. Een paar verwachte hoogtepunten, maar vooral veel verrassingen. Ook onze dochters leefden mee en leerden sporten kennen die we anders nooit te zien krijgen. “Waarom krijgt die nu een punt tegen? Wat is ippon? Waarom is het nu gedaan?”

Bij het turnen kijk je je ogen uit en knijp je ze telkens opnieuw dicht bij een salto, een afsprong of een radslag. Alsof die bewegingen nog niet pijnlijk genoeg zijn voor het menselijk lichaam was er ergens, ooit in de geschiedenis iemand (een échte sadist als je het mij vraagt) die opperde: “Ok, het is allemaal wel mooi en fijn, maar als we dat nu eens op een balkje van een tiental centimeter doen? Of aan de brug met ongelijke leggers? Of aan de ringen?” En tot zijn grote verbazing kreeg hij nog bijval ook en werd dat een olympische discipline. Naar worstelen en boksen kijken we niet, maar voor de rest zijn we eigenlijk niet zo kieskeurig. Geef ons een obscure sport met een Belg erin en we zitten voor tv. En voor de grote olympische disciplines (zwemmen en atletiek) met hun vedetten (Phelps en Bolt) maken we met plezier tijd vrij.

En toch moesten we dit jaar redelijk wat hoogtepunten missen, of in uitgesteld relais bekijken. We hebben de wekker toch maar niet gezet en besloten het slaapgebrek niet te trotseren. Ik ken mezelf: als het spannend is, blijf ik toch zitten. Dan eindig ik zonder slaap en ben ik absoluut niet te genieten. Om van topprestaties de dag erna nog maar te zwijgen… Al heb ik bij Nafi Thiam wel getwijfeld, ik had al zo’n voorgevoel dat ze héél dicht zou eindigen ;-).

Maar er was een tijd dat ik de ochtendshiften wel voor mijn rekening nam (tijdens de Olympische Spelen, de US Open en de Australian Open). In het prille begin zat ik dan al om 6 uur ’s morgens op een uitgestorven werkvloer in mijn eentje te werken: een paar tv’s op sport, de actualiteit opvolgen en bijwerken. Later kon ik van thuis uit werken en zat ik al om 5 uur aan mijn bureau. Of met de laptop voor tv en dan een wedstrijd volgen, noteren en een verslag schrijven, reacties weergeven en sms’jes uitsturen.

En neen, ik ben absoluut geen ochtendmens, maar op die momenten, als het ’s nachts nog donker was buiten, als iedereen nog sliep, kon ik er zo van genieten om in mijn eentje te werken, door te peren en te zorgen dat alles bijgewerkt was tegen het moment dat de rest van de wereld zou ontwaken. Ik was erbij, ik beleefde het daar én dan, terwijl buiten de zon opkwam en de wereld stilaan ontwaakte. Deelnemen aan dat moment, ook al was het dan thuis (in mijn pyjama) voor tv. Fijn was ook het ogenblik dat de dochters ontwaakten, naast mij kwamen zitten en vroegen: “Hoe is het nu met Clijsters, mama? Heeft ze gewonnen? En Henin?”

Dat ik achteraf uitgeteld was en toch wel even recuperatietijd nodig had van mijn nachtelijke escapades, daaraan dacht ik deze morgen in de trein uiteraard niet. Dat het ook de piek- en stressmomenten waren in onze job en dat het toch wel serieus doorwerken was, daar hield ik deze morgen ook geen rekening mee. Even zag ik mezelf daar terug zitten en dacht ik: “dat waren nog eens tijden”.

Maar dan ontmoet je je afspraak van de dag, heb je een productief gesprek, zit je vol ideeën om je gezamenlijk project aan te passen en te verbeteren en ga je met een voldaan gevoel naar huis, klaar voor het allerlaatste olympische weekend en nog één Belgische medaille. Toch?

20160818_214759[1]_mini (1)

As we speak #april

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Eten. Te weinig momenteel, maar het gaat in de goede richting. Nog steeds herstellende van het buikgriepvirus dat vorige week (veel te) hard toesloeg. Maar de goesting keert stilaan terug, het dromen van lekkere ijsjes, warme chocomelk met echte chocolade, verse koekjes of cake ook. Nu de dochters nog zo ver krijgen dat ze aan het bakken gaan ;-).

Sporten. Actief, veel te weinig. En ik was nochtans zo goed herbegonnen de paar weken voor het virusje. Maar straks begin ik er weer aan. Denk ik. Hoop ik. Probeer ik. Passief zijn het daarentegen topweken. Het is koers! De Ronde van Vlaanderen was al schoon, met een geweldige Petr Sagan als winnaar. Ik ben fan: het wielrennen heeft zo’n nood aan figuren als Sagan: een échte topsporter-winnaar met een hoek af.

Maar toen moest Parijs-Roubaix nog komen. WAT. EEN. KOERS! Dat er Belgen meespeelden tot de streep was al schoon, maar dat Tom Boonen – een paar maanden na zijn zware val – al zo dicht bij het record van 5 zeges zou komen, maakte er een onvergetelijke editie van. De jongste dacht dat we ruzie aan het maken waren toen ze ons hoorde schreeuwen. Tot ze ergens in het geroep en getier “Tom Boonen” hoorde. Toen besefte ze dat we ons alleen maar aan het opjagen waren in de koers én dat hij dus niet gewonnen had. Zo intens meegeleefd, het duurde toch wel even vooraleer we de teleurstelling en de spanning weer kwijt waren. Een ongelooflijk schone “Jani gaat…” trouwens de dag erna. Het beeld van de verzorger met tranen in zijn ogen op het moment dat hij beseft dat zijn kopman het net niet haalt, kippenvel!

celliste-portofinoLezen. Ook veel te weinig eigenlijk de laatste weken. Mij de laatste keren in de bibliotheek een paar keer mispakt, en daardoor was de leeshonger snel over. Tot de echtgenoot met de dochters naar de bib ging en met “De celliste van Portofino” (Alyson Richman) thuiskwam. Een licht tussendoortje, wel mooi en pakkend. Ik heb ‘m in één ruk uitgelezen. Dat het verhaal zich in Italië afspeelt, helpt in mijn geval altijd: wegdromen van de vele plekken die we nog moeten bezoeken of waar we al geweest zijn. De perfecte treinliteratuur.

Kijken. Er waren de laatste maanden toch wel een paar toppertjes op tv. Er was het onvermijdelijke Homeland, waarvan we de laatste 2 afleveringen al opgevraagd hebben. Waar fictie de realiteit stilaan toch wel heel dicht nadert…

Maar er was vooral “Terug naar eigen land”. Niet te missen. Wij gingen er met zijn tweeën “heel graag” voor zitten. Telkens opnieuw gepakt door wat we zagen. Telkens opnieuw napraten en discussiëren. Heel vaak beschaamd of kwaad zijn om wat je ziet. Ook niet weten hoe we dit moeten oplossen, maar wel beseffen dat niks doen geen optie is. Binnenkort kijken we opnieuw, met de kinderen erbij. Klein beginnen om iets te veranderen.

Babbelen. Met vriendinnen. Een paar héél leuke eetafspraken gehad. Er was er eentje met een vriendin uit het middelbaar. Jarenlang niet meer gezien en toch fijn bijpraten. Hetzelfde met de universiteitsvriendin. Heel snel terug op dezelfde golflengte en elkaars probleempjes begrijpen en delen. Of die ene waar je toevallig 2 afspraken op een week tijd mee plant, beide afspraken toch laat doorgaan en dan zonder problemen uren zitten tetteren. Het geeft zo’n energie en is zo ontzettend ontspannend.

Missen en samenzijn. Drie daagjes gaat de echtgenoot op Londenreis. Drie luttele daagjes. In de drukte van het werk en de school van de kinderen vliegen die dagen zo om. En toch mis ik hem en voel ik me niet heel. Ben ik altijd blij als het vrijdagavond is en ik mag denken: “morgen is hij er terug”. ’s Nachts wakker worden en niet meer kunnen slapen “omdat hij nu echt wel bijna thuis is, nog een paar uurtjes”. Achteraf des te harder van elkaar genieten, van ons gezinnetje, van een weekje vakantie met zijn vieren. Niets bijzonders plannen en des te meer deugd te hebben van gewoon “samen”.

Genieten. Voor de communie van de jongste hadden beide dochters hun haar laten opsteken. Mijn twee meisjes bekijken en in stilte genieten. Ontzettend hard lachen tijdens het poseren omdat enkel de killer heels van de mama er nog voor zorgen dat yours truly de schijn kan ophouden de grootste te zijn. Even op kousenvoeten gaan staan tussen beide dochters en een héél ander zicht krijgen, want ook de jongste is zo hard aan het opschieten de laatste maanden. Nog maar een paar centimetertjes en ik ben officieel de kleinste in huis. En daar eigenlijk gewoon geweldig in je schik mee zijn. Zo ontzettend fier op mijn 2 knappe meisjes (en uiteraard 100% objectief).

Als uitsmijter de vrolijke conducteur. Daarnet op de trein mijn ticket laten controleren door een gezellige conducteur, die met luide stem én veel gevoel voor humor de ticketjes en abonnementen controleerde. Instant vrolijkheid voelen als hij de wagon binnen komt en met een glimlach op je gezicht de trein afstappen, in een stralend zonnetje. Soms is het geluk écht wel in de kleine dingen te vinden :-)!

Laat de Panini-gekte maar beginnen!

IMG_6303Afgelopen weekend kwam de echtgenoot ermee thuis: het boekje van Euro 2016 en de eerste 10 stickerzakjes. Panini uiteraard! Ja, wij doen daaraan mee. Vrij fanatiek zelfs 😉 ! Het is een jarenlange traditie intussen. Het eerste boekje van de echtgenoot was dat van Espana 1982, zonet zijn we aan onze 22ste verzameling begonnen. Ik was iets later, maar in de late jaren ’80 raakte ook ik helemaal bekeerd. Meer dan een jaar lang heeft het Panini-stickertje van Eli Ohana (met zilveren randje) mijn schoolagenda gesierd.

Het hoort intussen bij onze voorbereiding op het EK of WK voetbal. In de loop van de maanden voordien halen we het boekje in huis en beginnen we de spelers, stadions en ploegfoto’s te verzamelen. Regelmatig wordt er dan eens in het boekje gebladerd, zodat we de spelers en de ploegen wel min of meer kennen tegen de aftrap van de openingswedstrijd. En tijdens de matchen ligt ons naslagwerk ook altijd in de buurt. Zodat we snel even kunnen spieken als er toch een onbekende speler het plein op komt.

Het is ook gewoon leuk: de zakjes in huis halen, openscheuren en dan kijken of er Belgen tussen zitten, checken of het zakje voldoende nieuwe beeldjes bevat en niet te veel dubbels. Tijdens het vorige WK raakten ook onze dames gebeten door de microbe. De jongste was zelfs tamelijk bedreven in het ruilen, met het neefje of met de klasgenoten op school. Waar zij als meisje dan weer een unicum is, zoals ik dat vroeger ook was. Ja, ik verzamel die plakkertjes (voor mezelf, natuurlijk) en ja, ik weet heus wel waarover ik spreek. Uiteraard kan ik buitenspel perfect uitleggen…

De jongste wist op het einde exact welke spelers we nog misten. Het was toen zelfs zo erg dat ons album mee naar Italië reisde (we vierden er vakantie tijdens het WK) zodat we de matchen degelijk konden voorbereiden én we in het thuisland van Panini op jacht konden naar onze laatste missing links. Groot was onze teleurstelling toen bleek dat ze er een andere variant hadden van de fameuze stickertjes, die niet in ons album paste…

Zijn onze albums ooit vol geraakt? Weinig of niet. De echtgenoot heeft één boekje, van de Belgische voetbalcompetitie begin jaren ’80 (Football 83), waarvan hij alle stickers wist te bemachtigen, maar meestal ontbreken er een tiental. Eenmaal het EK of WK afgelopen is, ebt de goesting om het allerlaatste stickertje nog te bemachtigen langzamerhand weg. Zolang we alle Rode Duivels maar hebben, dan is het voor ons allang goed. En laat ons eerlijk zijn, de ontbrekende stickers “nabestellen”, telt in onze ogen toch niet helemaal.

IMG_6310Maar misschien moeten we dit jaar toch eens voor het échte collector’s item gaan: de volle variant. De start was alvast veelbelovend dit weekend, zonder dubbeltjes én met 4 Belgen. We weten weer wat te doen de komende maanden… en voor wie binnenkort nog eens op bezoek komt: laat de fles wijn of de bloemetjes maar thuis, een paar zakjes Panini-stickers en wij zijn ferm content 😉 !

Excuses aan Thomas Van Der Plaetsen

Het verhaal deze week van de “betrapte” tienkamper Thomas Van Der Plaetsen die later aan teelbalkanker bleek te lijden, heeft me geraakt. 15 jaar lang was ik sportjournalist. Eerst voor teletekst, later ook voor het web. Ik heb in die 15 jaar de journalistiek een richting zien uitgaan waar ik me niet langer thuis in voelde en het vermeende dopingverhaal rond Van Der Plaetsen is daar een pijnlijk voorbeeld van.

Teletekst- en webjournalistiek wordt gekenmerkt door snelheid. Waar er vroeger in de sportjournalistiek één deadline was (het drukken van de krant of het 7 uur-journaal) heeft vooral het web dit grondig veranderd. “Ik wil het weten. Nu.” was ooit onze slogan. Wij werkten constant tegen deadlines. Je wil je nieuws zo snel mogelijk brengen, liefst om de concurrentie (net) voor te zijn. Dat je daarbij niet altijd even grondig je bronnen checkt, of niet elke partij aan het woord laat, is een spijtig neveneffect, maar dat neem je erbij in je jacht op primeurs.

Jouw primeurs moeten ook zo goed mogelijk verkocht worden. Internet is immers bij uitstek een vluchtig medium. Er passeert zoveel nieuws, dat je maar beter kan opvallen. En hoe spring je eruit? Door een sprekende kop én een opvallende foto. Vandaar de vaak weinig genuanceerde titels. “Van Der Plaetsen betrapt” verkoopt nu eenmaal beter dan “Mogelijke positieve test Van Der Plaetsen”.

Ergens in dat hele verhaal is de nuance verdwenen. En het respect. Op een bepaald punt verlies je uit het oog dat je over mensen bezig bent, niet over personages in jouw verhaal. Dat besef is bij mij keihard doorgedrongen toen Wouter Weylandt verongelukte in de Giro. De manier waarop de pers toen op dat ongeluk is gesprongen, heeft me heel erg gedegouteerd; de manier waarop zijn zwangere vriendin, zijn ouders en zus achtervolgd werden, tot een reactie werden gedwongen. Zij bleven echter heel waardig…

Ik kon het daarna niet meer. Ik was het heilige vuur kwijt en ik kon en wilde de concurrentie met de jonge honden niet meer aan. Ik heb voor mezelf de grens toen getrokken en heb een paar maanden later ook de eer aan mezelf gehouden. Maar sport is wel een liefde gebleven. Het heeft me wel een paar jaar gekost om het plezier terug te vinden. Het enthousiasme rond de Rode Duivels, het WK, heeft daar veel toe bijgedragen.

Daarom vond ik het hele verhaal rond Thomas Van Der Plaetsen zo pijnlijk deze week. Wie lekt zo’n nieuws? Voor je het “verhaal” brengt, moet je toch op zijn minst even contact opnemen met Thomas of zijn manager (in dit geval zijn zus) om te checken of het waar is. Meteen werd ook de link gelegd naar een mogelijke tumor als medische oorzaak. Waarom kreeg de familie niet de tijd om dat rustig uit te zoeken? Kon de primeur echt geen 24 uur wachten?

Alweer reageerde de sporter in kwestie met enorm veel waardigheid. Tegelijk bracht hij ook een ingetogen maar keiharde aanklacht tegen de werkwijze van het antidopingagentschap én van de pers. Thomas Van Der Plaetsen vroeg excuses. Ik heb ze nog nergens gezien.

Is dat de journalist van tegenwoordig? Gedreven genoeg om de primeur boven het menselijke te plaatsen, maar niet mans genoeg om zijn fout te erkennen? Ik wil vanuit mijn vroegere beroepsgroep de excuses wel overmaken aan Thomas en zijn familie. Het spijt me dat jullie menselijke verhaal moest wijken voor de jacht op de primeur. Het spijt me dat er alweer niet voldoende respect was. Veel sterkte, Thomas, snel herstel en hopelijk schitter je binnenkort weer op de atletiekvelden. Wij kijken er al naar uit.

Zot van sport

Jarenlang in de sport(media) gewerkt en nog steeds een mening. Dol op sport(exploten), maar nooit blind voor de keerzijdes.

Genoten van de 7 Tourzeges van Lance Armstrong, maar telkens in het achterhoofd de vraag “hoe zuiver is dit?” Nu, jaren na de val, de vraag wat het er nog toe doet. Wie reed in die tijd wel zuiver? Wat is het nut van de schrapping van zijn 7 Tourzeges? Voor wie doet dat er al die jaren later nog toe? De atleten zelf? Wat heeft een geklopte aan een zege jaren later? In de koers was hij wel tweede… De organisatoren? Zagen zij in de koers zelf niet dat er vanalles niet klopte? Waarom grepen ze toen niet in? De journalisten? Waarom werden er toen geen kanttekeningen geplaatst? Jaren later een held van zijn voetstuk halen is wel makkelijker dan op het moment zelf tegen de stroom in roeien…

Is het nu dan beter? Wie zal het zeggen? Exploten als toen kunnen niet meer? Is het normaal dat Alberto Contador met een gebroken scheenbeen minder dan 2 maand na zijn val alweer start in een grote Ronde? Iedereen blij dat de grote gemiste Franse strijd dan toch nog plaats kan vinden in Spanje, maar niemand stelt zich de vraag of dit wel normaal is voor een menselijk lichaam…

Sport is spektakel en hoe meer hoe liever, maar o wee als onze kampioenen zich dan ook laten kennen als mens en hun toevlucht zoeken tot verboden middelen om aan de verwachtingen van datzelfde publiek te kunnen voldoen…