Maartse buien…

Vorig weekend genoten we met zijn allen van het zonnetje en van een aangename 15 graden. Dit weekend daalt de temperatuur weer onder de nul graden, voelt het buiten aan alsof het -14 graden is (volgens één of andere krant) en ligt er een laagje sneeuw. Typisch Belgisch. Typisch maartse buien. Ook typisch voor deze tijd van het jaar: het is straks namelijk Milaan-Sanremo en “La Primavera” bekijken we hier vaak terwijl het buiten stormt, regent, hagelt of sneeuwt (of alles tegelijk 😉).

20180317_094930[1] Het hoort zo, maar toch vind ik het moeilijk om een stapje terug te zetten als je voor het eerst hebt mogen proeven van lenteweer, een aangenaam zonnetje, een zonnebril op je neus en voor het eerst ook eens iets anders kon dragen dan de winterkleren die je sinds een half jaar afwisselt en stilaan grondig beu bent. Bij de eerste lentezon droom ik stiekem al van zomer, van rokjes, van zonnebrillen en terrasjes. Dan wil ik de winter- en zomerspullen al wisselen in de kasten en wil ik de sandalen boven halen.

Natuurlijk is maart nog véél te vroeg. In het beste geval gebeurt de kastenwissel pas in de Paasvakantie, de voorbije jaren was het vaak zelfs mei vooraleer het weer goed genoeg was om t-shirts en rokjes boven te halen. Maar toch. Ergens diep in mijn geheugen ligt de herinnering begraven aan dat éne jaar waarin het al in de Paasvakantie 30 graden was. Waarin de hele lente ongewoon warm was. (Volgens mij zo’n 6 jaar geleden, dat moet dus 2011 of 2012 geweest zijn.) De zomer was dat jaar wel typisch Belgisch, niet zo geweldig dus, maar dat kleine feit heb ik vakkundig uit mijn geheugen gewist.

Kijk, het is een lange, grijze en zelfs koude winter geweest. Ik heb nood aan zon en aan warmte. Ik wil mijn melkwitte benen (een jaar geen zomer in Italië en de benen fluoresceren bijna) een kleurtje gunnen. Geduld is een schone deugd, ik weet het, want na de maartse buien volgen ook nog de aprilse grillen, maar ik bezit die deugd niet 😉. Het is genoeg geweest. De sneeuw en koude mag terug opgeborgen worden tot volgende winter, wanneer ik ze de allereerste keer wel terug kan appreciëren. Aangezien de spinnen al naar buiten komen en we daar ook mee moeten leven, mag er toch iets zijn om naar uit te kijken.

Maar kom, het is koers deze namiddag en Greg Van Avermaet is in vorm. En wie weet schijnt in Milaan de zon wel…

Stommiteiten – spinnenalarm

Het is weer spinnentijd. Gegil en gehuiver, want ik ben niet dol op deze beestjes. (En dat is een understatement.) Ik weet ook dat ze nuttig zijn, maar ze zien er gewoon niet uit. En waarom moeten die nu massaal de warmte binnenshuis opzoeken? En waarom moeten ze dat nét altijd doen als mijn grote held van huis is en ik dus alleen in onze woonst vertoef?

Vrijdagavond was de echtgenoot de jongste gaan oppikken na een late uitstap. De oudste en ik lagen – uitgeteld na een zware week – te genieten in de zetel. Met een hapje erbij en een drankje voor de mama. Maar toen ik de plastieken verpakking naar de berging wou brengen en ik de deur opentrok zat daar een ontzettend grote verrassing. En dus riep ik de oudste ter hulp. Waarop zij de spin doodde die aan mijn voeten zat en die ik (nog) niet gezien had. Met het nodige geschreeuw erbij uiteraard. Maar de spin in de berging, daar durfde zij zich ook niet aan wagen. “Dat is echt wel een hele grote, mama.” (I know) “En ze heeft haar op haar lijf. Sorry, maar dat durf ik ook niet.”

De stofzuiger was geen optie, die stond immers ook in de berging en dan moesten we er langs. Hetzelfde met een borstel. Ook die stond onbereikbaar. En dus hebben we de deur dichtgetrokken en een sms’je gestuurd naar de echtgenoot of hij zich alstublieft kon haasten, dat het spinnenalarm was en dat wij niet durfden. Nu was het niet de eerste keer dit jaar dat ik in een dergelijke situatie terecht kwam. Maar de eerste keer was de jongste wel van de partij en zij sprong haar mama dapper ter hulp. Volgens mij voelen die beestjes het aan wanneer de kust veilig is.

20 minuten later kwamen de echtgenoot en de jongste thuis. Terwijl de echtgenoot de auto in onze garage parkeerde, kwam de jongste vragen wat het probleem was. “We staan daar nog wat na te praten en dan komt er zo’n sms’je. Mama toch.” Zij vond het bijzonder grappig. Wij niet echt, al hadden we zelf ook min of meer groen gelachen om het absurde van de hele situatie. Ook de jongste inspecteerde de berging, maar onze ongenode gast was uiteraard verdwenen. En dan kan je het positief bekijken: de grote harige indringer zat al op een paar centimeter van de buitendeur en heeft dus mogelijk het huis al verlaten. Of je kan ook veronderstellen dat het beestje een veilig onderkomen gevonden heeft onder de droogkast, de koelkast, de wasmachine of één van de vele rekken die in onze berging staan. En dat we dus een nieuwe ontmoeting niet mogen uitsluiten…

Een paar uur later, toen de dochters al even in bed lagen en de echtgenoot en ik samen nog even naar televisie keken, zag ik vanuit mijn ooghoek opeens vanonder de andere zetel opnieuw een spin onderuit schieten. Gekeel (alweer), maar ditmaal stond mijn koene ridder wel paraat en loste hij het probleem vakkundig (in twee keer) op. Of het dezelfde was, weet ik niet. Ik blijf meestal uit de buurt en onderwerp deze geleedpotigen liever niet aan een nadere inspectie.

Misschien kan ik beter toch maar wat (natuurlijke) middeltjes uitproberen om de beestjes uit ons huis te houden. Niet van de zijde van de echtgenoot wijken is natuurlijk ook een mogelijkheid, al vrees ik voor de goede verstandhouding als de spinnentijd nog een paar weken duurt. En dus gillen we ons er wel doorheen. Nog een maandje, toch? En dan zijn we er weer even vanaf?

spider