Vermist en gevonden

De voorbije 48 uur waren niet meteen de beste uit ons leven. Dinsdag maakte ons hondje Indie van een kiertje in de voordeur gebruik om er vandoor te gaan. Wij waren allemaal al de deur uit, maar onze poetsvrouw was hard aan het werk in ons huis. Tot Indie dus het huis uit stormde, op zoek naar avontuur. Paniek!

Het was Indies tweede vlucht en het was allicht ook geen toeval. Wat we niet wisten toen we Indie kochten was dat ze “een Tsjechisch paspoort” had. Dat ze dus het slachtoffer was van wat An Lemmens telkens opnieuw de broodfokkers noemt. Op de website waar we Indie vonden, stond duidelijk “eigen kweek”. Maar blijkbaar is het voldoende om één ras zelf te kweken om daarmee uit te pakken. En je krijgt de verrassing pas te horen als je je pup al gekozen hebt: “ze heeft een Tsjechisch paspoort, dat vindt u toch niet erg?”.

Nochtans hadden we al wat ervaring. Indie is ons tweede hondje. Ze kwam in huis nadat “ons Pepper” op 11-jarige leeftijd aan de gevolgen van ouderdomskanker overleed. Wat we in de loop der jaren vooral merkten, was dat Indie heel erg afstand hield, ook ten opzichte van mensen die ze eigenlijk zou moeten kennen: mijn ouders, de buurman, onze vrienden, onze poetsvrouwen. Ze bleef blaffen, ze bleef grommen en ze bleef letterlijk afstand houden. Ze heeft nooit agressief gereageerd, ze is eigenlijk heel lief, maar ze houdt afstand. Daarnaast hebben we het vermoeden dat ze niet goed ruikt en/of niet altijd even goed hoort. Of wil luisteren, dat kan ook. Ze is allicht veel te vroeg weggehaald bij de mama en ze heeft vermoedelijk een zwaar transport meegemaakt. Na ons Pepper, een opvallend aanhankelijk en trouw hondje, was het toch wel even wennen.

Een paar jaar geleden ontsnapte ze al eens op Oudejaarsavond. Maar ze zat buiten, toen heel vroeg op de avond in de buurt vroege vuurpijlen werden afgeschoten. Een dag later vonden we haar dankzij een alerte buurvrouw gelukkig terug. We spoorden het gaatje in onze afsluiting op en lieten haar voortaan binnen zitten als we even niet thuis waren. We weten het aan de knallen en stopten het ver weg in onze herinneringen.

Tot ze gisteren dus opnieuw de plaat poetste. Onhoudbaar, zonder om te kijken naar onze poetsvrouw of de buurman, die nog probeerden haar tegen te houden en terug naar huis te jagen. De rest van de dag werd er gezocht: eerst door mijn schoonouders, na school ook door de echtgenoot en de dochters. Ik contacteerde de politie en plaatselijke asielen, zocht online en spamde de nieuwe media-kanalen om het berichtje zo veel mogelijk te verspreiden. Maar het haalde weinig uit. Ze bleef onvindbaar.

En dan sta je op en ga je de keuken in zonder begroet te worden met gekwispel. Zie je haar lege mand en merk je buiten dat het bordje eten dat je optimistisch toch buiten gezet had niet aangeraakt werd. Besef je dat de tijd begint te dringen. Zie je traantjes bij de dochters en probeer je je zelf ook met een ferme krop in de keel sterk te houden. “Dat we de moed niet opgeven, dat we vertrouwen moeten hebben in ons hondje (of haar honger)”, maar word je zelf stilaan toch ook pessimistischer over de goede afloop. Begin je te vrezen dat je toch nooit twee keer dat geluk zal hebben. Telkens en telkens opnieuw speur je de grote baan af met de daver op het lijf. Dat je haar zal vinden langs de kant van de weg. Doe je nog maar eens een toertje, stilaan tegen beter weten in.

20160525_181420En dan rinkelt opeens de telefoon. De buurjongen riep tijdens het eten ineens: “ik zie Indie”. De buurvrouw die zonder te controleren haar telefoon neemt en belt. De oudste die de telefoon beantwoordt, meteen alles laat vallen en samen met de papa en de jongste naar buiten stormt. Ons Indie die doodgemoedereerd komt aanwandelen. Vuil en vies, zwart, volledig onder het slijk. De oudste die mij dan met een klein stemmetje belt terwijl ik met de trein naar huis spoor. Een pak dat van je hart valt.

Thuiskomen, de dochters zien lachen en genieten van de zotte badkuren van ons hondje. Zo immens opgelucht dat we weer compleet zijn…

Meet… ons Indie (uit Tsjechië)!

Indie3_miniMag ik jullie voorstellen? Ons Indie. Een belangrijk deel van ons leven sinds de zomer van 2011. Een paar weken eerder hadden we ons Pepper verloren. Zij overleed op amper 11-jarige leeftijd aan een uitgezaaide kanker. De kinderen (en wij) waren ontroostbaar en na een paar weken twijfel besloten we alsnog voor een nieuw speelkameraadje te gaan.

Ons Pepper was een bastaardje. We hadden haar ooit gekregen van een tante van de echtgenoot en ze was een superlief hondje. Doodbraaf ook. Ze waakte vanaf dag 1 over het wiegje van de oudste. Ze liet de kinderen paardrijden op haar rug, ze ging mee fietsen met de echtgenoot en ze stond een kwartier op voorhand al aan het hek te wachten op mijn thuiskomst…

Toen ze in onze ogen veel te vroeg stierf, wilden we liefst opnieuw “een Peppertje”. We hadden liefst opnieuw een bastaardje, maar er waren wel een aantal voorwaarden. Nu hadden we al kinderen, dat hield in dat we toch voorzichtig moesten zijn bij de keuze van een hondje. Onze eerste gedachte was om een asielhondje een nieuwe thuis te geven. Ik durfde niet. We wilden zeker en vast een pup, zodat we ze zelf konden opvoeden. We wilden ook geen al te grote hond en moesten dus enigszins zeker zijn dat dat lieve kleine pupje niet zou uitgroeien tot een te groot “monster”.

Onze dierenarts had ooit gezegd dat in ons Pepper trekken van een “sheltie” zaten. Na Peppers dood hebben we dat opgezocht en vrij snel waren we het eens dat wij een “Shetland sheepdog” wel zagen zitten. Bij ons in de buurt was een kwekerij en dus ging de echtgenoot kijken. Maar toen we ons hondje de volgende middag wilden gaan oppikken, bleek het al verkocht te zijn. De echtgenoot keek dan verder rond op internet en vond nog shelties ergens bij een kwekerij in Limburg, reed ernaar toe en kwam thuis met “ons Indie”.

Indie_miniAlleen bleek ons Indie een Tsjechisch paspoort te hebben. Wat we niet wisten toen we naar Limburg reden om een hondje te gaan kiezen. Op de site van de kennel stond immers “eigen kweek”. Wisten wij veel dat dat niet voor alle rassen op de site geldt…

Het werd ook niet verteld toen de echtgenoot naar de hondjes gebracht werd. Hij kreeg het pas te horen toen hij uit dat nestje van 3 gekozen had. “Ze heeft een Tsjechisch paspoort, u vindt dat toch niet erg?” Jawel, dat vonden we wél erg, en hadden we het op voorhand geweten, we waren nooit naar die kennel gereden om een hondje te kiezen.

Indie2_miniToen we later dan de reportages op tv zagen over de Oost-Europese hondenkwekers, over de mishandeling en uitbuiting van mamahonden en pups, viel veel op zijn plaats.

Daarom slokte ons Indie de eerste dagen bij ons alsof ze nog nooit eten gezien had. Daarom plaste ze de eerste 6 maanden telkens opa binnenkwam en “Dag Indie” zei. Daarom blijft ze zeer wantrouwig ten opzichte van “vreemden”. Vreemden blijven in haar geval ook de mensen die hier regelmatig over de vloer komen: onze familie en vrienden…

Wij zijn zeker niet de enige mensen die op deze manier in ’t zak gezet worden. Een klasgenootje van de oudste kreeg een Jack Russell met Hongaars paspoort en ook dat werd pas gezegd op het moment dat één van de kinderen het hondje al in zijn armen had…

Indie4_miniWij hebben zeker geen spijt van ons Indie. We hebben haar wel strenger moeten opvoeden dan bij Pepper het geval was. We hebben haar op bepaalde momenten heel kort moeten houden. Maar ze maakt hier deel uit van de familie en we zouden haar niet meer kunnen missen.

De volgende keer dat we een hondje in huis halen, zullen we wel beter opletten. We zullen zoeken naar een kennel waar we ook de mama en de papa kunnen zien. Waar we op voorhand een pup reserveren, waar we een paar keer langs gaan om kennis te maken. Want An Lemmens heeft gelijk. We hadden een ziek, onhandelbaar of agressief dier in huis kunnen halen en dat wilden we met onze kinderen net vermijden.