Vijf op vrijdag: weekendroutine

Elk weekend staan er een aantal to do’s op mijn lijstje. Sommige taken komen eens om de zoveel tijd voor, andere plannen keren wekelijks terug. Ze maken deel uit van onze gezinsorganisatie en van onze gewoontes. We zijn er gewend aan geraakt, ook al zijn er een paar vaste gebruiken die ik zeker niet zal missen.

De wasroutine. Ik probeer het hele was- en strijkcircus af te werken in het weekend. Dat betekent een heel weekend wassen draaien, was ophangen (liefst buiten), was strijken en terug opbergen in onze kasten. Ik doe dit gelukkig niet alleen: de ophang- en opbergtaken worden al eens uitbesteed aan de tienerdochters. Als zondagavond alle manden leeg zijn, heb ik goed werk geleverd, maar vaak blijft er wel een wasmand over. Die er vaak nog staat tegen het volgende weekend (en dus de volgende wasroutine). Jammer maar helaas. Tijdens de week probeer ik wel in te halen, maar de drukte van het werkleven steekt daar vaak een stokje voor (of het gebrek aan goesting/inzet van ondergetekende, het is maar hoe je het bekijkt 😉).

Koken. Tijdens de week is de echtgenoot meestal als eerste thuis en neemt hij het koken op zich, zodat we – wanneer ik thuiskom – meteen de benen onder tafel kunnen steken. In het weekend probeer ik tijd te maken om wat uitgebreider te koken. Om wat te experimenteren, of net de gerechten te bereiden die wat meer tijd vragen. Zoals lasagne bijvoorbeeld, of een ander pastagerecht. Vaak probeer ik ook nog wat extra te koken zodat we ook tijdens de week eens een avond winnen, maar de laatste tijd lukt dat niet meer zo makkelijk. Ik vrees dat ik er nog altijd niet aan gewend ben dat de dochters intussen ook al volwassen eters zijn. Schotels waar we vroeger makkelijk met zijn vieren twee keer van aten, raken nu meestal al meteen volledig op. Maar kijk, dat is dan ook een teken dat het lekker was, hopelijk.

Fietsen. Op zaterdag en zondag probeer ik ’s ochtends te fietsen. Het fietsen gaat me sowieso ’s morgens het best af, maar ik zie het absoluut niet zitten om tijdens de week een uurtje slaap op te offeren om te sporten. Dus trainen we ook een paar keer ’s avonds, maar dat is elke keer opnieuw doorbijten. Het duurt een pak langer eer ik het ritme vind en het is vaak aftellen naar het einde. En teleurgesteld zijn als je ineens constateert dat je nog een pak langer moet dat je ingeschat/gehoopt had. Het contrast met de ochtendsessies kan niet groter zijn: dan loopt het bijzonder vlot en tikken de minuten veel sneller weg dan je inschat. Bovendien ligt het ritme altijd wat hoger en durf ik wel eens wat langer doorgaan “als de flow me te pakken heeft”.

Genieten met een boek(je). Al is het maar een uurtje, maar elk weekend probeer ik tijd te maken om rustig een aantal pagina’s te lezen. Of ik neem een tijdschrift door. Er zijn ook weekends dat ik aan één stuk door lees, als het boek waarin ik bezig ben spannend of meeslepend is (en dringend uit moet). Lezen is voor mij nog altijd tot rust komen, ontspannen, wegduiken in een andere wereld. Even de boel de boel laten en gewoon genieten.

Familietijd. Tijdens onze weekends maken we tijd voor elkaar. We zitten al eens wat langer aan tafel, we praten en lachen, we kijken samen “De Mol” en beginnen er pas aan als iedereen er is. Of we gaan op familiebezoek en praten bij met ouders, (schoon)broer en (schoon)zus en genieten van de speelsheid van de neefjes en het nichtje om ons heen. Soms is het “full house” en dan kan het best wel druk zijn met zijn allen. Soms is het “in beperkt gezelschap” en dan is er wat meer tijd en ruimte om bij te praten en te discussiëren. Het is een fijne terugkeer naar mijn roots, naar mijn ouderlijke woonst en de vele herinneringen. Maar het is net zo plezant om op het einde van de namiddag met ons vieren naar “onze thuis” terug te rijden.

weekendvibesEen weekend is voor ons vaak een stapje terug. We laten het ritme even wat zakken en maken tijd voor de simpele dingen waar we tijdens de weekdrukte soms te snel over gaan. Het lukt zeker niet altijd en soms is het ook gewoon van hier naar daar hollen, maar in de loop der jaren ben ik er hoe langer hoe beter in geslaagd om dat stukje voor ons af te schermen en zoveel mogelijk te bewaken. Om een baken van rust te bewaren in een wereld die steeds sneller en steeds veeleisender lijkt te worden.

 

Advertentie

’s Morgens vroeg, ten huize Tifosa #boostyourpositivity

Een nieuwe challenge in blogland, afgetrapt door Kelly van Tales from the crib. We gaan weer tips & tricks doorheen blogland rondsturen, voor #boostyourpositivity. De eerste uitdaging draait rond het ochtendgebeuren: je ontbijt en je “bedkop” (wil je dat zien, dan zal je me ook moeten volgen op instagram ;-)) Deze week staat de stelling centraal: “Ochtenden kunnen behoorlijk druk zijn. Hoe zien die van jou eruit en hoe slaag je erin om ze goed te doorspartelen?”

Interessante vraag, vooral voor iemand die allesbehalve een ochtendmens is. Ik zou mezelf eerder een dieseltje noemen, dat wel wat tijd en brandstof nodig heeft om in gang te schieten. En dat zichzelf niet echt gunt. Want wij doen er hier vooral alles aan om de nacht zo lang mogelijk te laten duren. Liever 5 minuten langer slapen om daarna in volle galop het ochtendritueel af te werken. Dat er daarbij dan af en toe eens een hindernisje sneuvelt, of dat het paard zelf eens flink struikelt, tja, dat hoort er bij zekers? (Je wil niet weten hoe vaak we aan de schoolpoort stonden om ons dan pas te realiseren dat het vrijdag zwemdag was en dat de zwemzak jammer genoeg nog gemaakt moest worden… Gelukkig was de school niet zó ver van huis.)

Hoe zien onze ochtenden er uit? Als onze wekker afloopt, horen we de oudste meestal al in de badkamer rommelen. De dochters kleden zich aan, brengen hun badkamerbezoekje en gaan naar beneden om te ontbijten. Sinds een paar weken smeren ze (soms) ook zelf hun boterhammetjes. Intussen maken ook wij ons klaar. Na een dik half uur vertrekt de oudste als eerste met de fiets naar school. 10 minuten later zijn ook de echtgenoot en de jongste het huis uit. Eigenlijk is het de bedoeling dat ik dan ook meteen vertrek, maar dat lukt me eigenlijk nooit. Ik geniet dan meestal nog even van de rust in huis, blader nog even door de krant en zal, altijd later dan gepland, ook vertrekken.

Als ik dit hier zo beschrijf, lijkt het alsof de ochtenden hier bij ons in alle rust en kalmte verlopen. Maar in werkelijkheid gaat het er een pak hectischer aan toe. Uiteindelijk hebben we maar een dik half uur om de eerste de deur uit te krijgen. En als je nog even langs de bakker moet, (met 2) nog wil douchen, nog een boekentas moet maken, dan wordt het net iets krapper. Komt daarbij dat ik al mijn hele leven functioneer in een systeem met min of meer glijdende uren, terwijl de echtgenoot en dochters stipt op tijd op school moeten zijn. Dat wil al eens botsen. Legendarisch zijn de (paar) ochtenden dat ik de echtgenoot of de dochters toch moet afzetten aan de schoolpoort en daar absoluut geen haast bij maak, terwijl de echtgenoot steeds zenuwachtiger op de klok begint te kijken…  zeker als hij voor de Londenreis extreem vroeg op school moet zijn en als leraar écht niet te laat wil arriveren ;-)!

En ja hoor, toen onze dochters jonger waren, begonnen onze dagen uiteraard ook vroeger. Toen onze dochters nog aangekleed moesten worden, kon ik pas aan mijn ochtendritueel beginnen als de dochters en de echtgenoot de deur al uit waren. Dan was het eerst mijn taak om de dochters vertrekkensklaar te krijgen en leek het alsof we niets anders deden dan lopen te zagen. “Waar is je boekentas? Heb je je zwemzak meegenomen? Heb je al een koek? Kom je brooddoos eens halen op de keukentafel. Waar heb je je jas gelaten? Och meisje, je hebt je kousen/trui/T-shirt achterstevoren/binnenstebuiten aan, kom, ik zal je helpen. Laat dat boek nu alstublieft liggen, het is tijd om te vertrekken!”

Of de legendarische kledingdiscussies. De jongste was/is dol op jurkjes. Toen ze in haar peuterpuberteit zat, was ze met geen stokken in een broek te krijgen. Ook niet als het afgrijselijk koud was. Soms was de enige manier om je zin te krijgen bloedserieus verklaren dat “echt wel alle jurkjes en rokjes in de was zaten en of ze dan liever in haar pyjama of blootje naar school ging”. Gelukkig vond ze dat er na rijp beraad toch enigszins over, ik weet niet wat we gedaan zouden hebben als ze de pyjama of het blootje had verkozen… Of die keren dat ze – in putteke winter – in haar allermooiste én allerdunste zomerjurkje in onze kamer stond en écht niet begreep waarom ze dat niet aan mocht (“ik zal wel pietekousen aandoen, mama, én een truitje eronder”). Dat combineren met mijn geef-me-alstublieft-even-tijd-om-rustig-wakker-te-worden-humeur, was niet altijd even makkelijk. Het lontje was dan soms wat korter en dan was er geen tijd en zin in alweer een discussie over jurkjes met een tweejarige.

Maar kijk, als ik dan toch een goede raad mag geven voor het ochtendritueel: hou vol! Het wordt beter. Je overleeft het en ze zijn groot voor je er erg in hebt. En dan hoef je geen ganse ochtend meer te stressen, dan kan je al eens een krant lezen ’s morgens. (Of toch op zijn minst de koppen én hier en daar een artikel.) Voor je het weet, zit je met een lege tafel en mis je de drukke morgenstond… “Geniet” er dus van zolang het duurt ;-)!

morgen_mini