Avonturen op de baan

Af en toe moet ik voor mijn job de baan op. Dat ik daar niet zo’n held in ben, schreef ik al eerder. Maar soms heb ik zo het gevoel dat me toch wel erg vaak “speciallekes” overkomen. Vandaag had ik weer zo’n dag op de baan, voor een afspraak in Blankenberge. Toen ik me gisteravond (mentaal) voorbereidde, had ik gezien dat de meest logische weg me over Antwerpen via de E34 naar Blankenberge zou brengen. Ik zou daar ongeveer 2 uur voor nodig hebben. Het alternatief via het openbaar vervoer zou me minstens 3 uur kosten. Dat zagen we dus niet zitten.

Maar in volle ochtendspits had ik (gelukkig) ruim de tijd genomen. Een ongelukje in Waasland Haven-Oost (zelfs niet eens op de autostrade zelf, maar op een parallelweg ernaast) zorgde immers voor een moeizame ochtendspits in Antwerpen. Op het einde van de E34 wordt er gewerkt en krijg je de melding dat je je gps moet negeren. Wat ik uiteraard NIET deed, met als gevolg dat ik toch wel wat verkeerd reed. Maar daar verloor ik maar een minuut of 10 mee, dat maakte na de Antwerpse passage het verschil niet meer. Uiteindelijk arriveerde ik nipt op tijd op mijn bestemming, exact 2u55’ nadat ik thuis was vertrokken.

Op de middag zat mijn afspraak erop en begon ik aan “the long road home”. Maar dat doe je met veel optimisme: het is middag, het zonnetje schijnt, je rijdt ditmaal niet verkeerd bij de werken aan het begin van de E34. Nadat je eindelijk van de expresweg af bent (waar je maar 90 mag en om de haverklap voor een licht staat), is het rustig op de autostrade. Je kan voluit 120 gaan, met een leuk muziekje op de achtergrond. Zo is het best aangenaam rijden.

Tot je aan de werken in Zelzate komt. Het wordt wat drukker, iedereen moet naar één rijstrook, je moet wat heen en weer van vakken veranderen. Enkel nog de tunnel door, dan zit het werkstuk erop en kan je weer doorrijden. Maar het is niet zo’n aangename tunnel in Zelzate en zeker niet nu je met alle verkeer door één koker moet en ze de al smalle baanvakken nog wat vernauwd hebben door betonblokken in het midden te plaatsen om het verkeer duidelijk te scheiden.

E34_miniIneens zie je rook uit de tunnel komen. Op dat moment rem ik al wat af en denk ik bij mezelf: “ik rijd echt geen tunnel door als er daar brand is”. Maar plots zit het muurvast, ook vanuit de tegenovergestelde richting komt er geen wagen meer door. In de verte zie je chauffeurs uit hun truck komen en naar voor lopen. Het duurt even voor je door hebt wat er aan de hand is, maar vrij snel klinkt het “dat er een camion op een personenwagen gereden is”. Een tijdje later komt de brandweer eraan. In looppas, aangezien ons verkeer niks kan doen: niet opzij, niet draaien, niks. Wij staan vast.

Eerst zie je de “medic” passeren, met de nodige EHBO-uitrusting. Daarna passeert ook het brandweervolk met het stevige materiaal om een auto op te krikken en open te snijden indien nodig. Al snel komt de boodschap van voor dat “de chauffeur van de personenwagen gelukkig ongedeerd is”. Het verkeer uit de tegengestelde richting wordt tegengehouden om de ambulance ter plekke te laten, maar niemand stapt in (voor zover je dat kan zien). En dan krijg je de situatie dat alle chauffeurs uit hun auto komen en beginnen te “netwerken” op de autostrade. De motard achter mij vertelt me “voor die ene keer dat ik eens wat vroeger dacht te vertrekken”. De chauffeur van de wagen daarachter: “en het was nu zo rustig”…

Normaal gezien zou ik me ongelooflijk snel opjagen in dit soort situaties, maar ik kon geen kant op en dus moet je het maar over je heen laten komen. Het hielp natuurlijk wel dat ik al een goede afspraak achter de rug had ;-). En dus was het daar best gezellig, op de E34, in het zonnetje, met de andere “gestranden”.  Uiteindelijk viel het allemaal best mee. Na een dik uur reden we terug. Er was gelukkig enkel wat materiële schade. Een uurtje later dan voorzien (3u15′) was ik terug thuis, met een straf verhaal. Vol dankbaarheid dat het allemaal goed meeviel. (En dat ik eens geen betrokken partij was…)

Een mens mag dan al eens naar Blankenberge. En zeggen dat ik de zee niet eens gezien heb omdat ik er de voorkeur aan gaf om zo snel mogelijk naar huis te rijden ;-).

Advertentie

Wegpiraat of schrikschijter?

De voorbije weken moest ik regelmatig de baan op, professioneel gezien dan. Met de wagen rijden, is eerlijk gezegd niet hetgeen ik het liefst doe. Als ik kan, verkies ik het openbaar vervoer, zeker in de spitsperiode. Maar soms is het openbaar vervoer gewoon geen alternatief, omdat je niet op de plek raakt waar je moet zijn, of pas na héél veel omwegen en vertraging. En dus had ik de voorbije weken soms geen andere keuze dan mijn autootje van stal te halen.

Ik heb een late rij-roeping gehad. Op mijn achttiende zei het me niet zoveel. Bovendien hadden mijn ouders net een nieuwe wagen gekocht en zagen ze het niet meteen zitten om me met die wagen te leren rijden. Dat mijn zomer na het middelbaar dan ook was volgepland met taalstages, kwam hen dus eigenlijk niet zo slecht uit. Het heeft geduurd tot na mijn studies vooraleer ik leerde rijden. En dat deed ik met de rijschool. Toen ik mijn examen had afgelegd, kwam mijn moeder mij oppikken met de legendarische woorden: “Is het wonder geschied?”. Ja hoor.

Toen ik begon te werken, heeft het nog een hele tijd geduurd vooraleer ik met de auto ging werken, maar toen ik eenmaal begon te rijden, was ik snel overtuigd: ik won er zoveel tijd mee. Tijd die ik verloor met wachten. Wachten op de trein die moest komen, op mijn aansluiting, op de bus. Uiteindelijk was ik zo goed als 1,5 uur onderweg voor een autoritje van 45 minuten.

Maar een paar botsingen later, onder andere met vrachtwagens op de autosnelweg, kreeg ik schrik. Ik was in het begin misschien een beetje te enthousiast, maar zelfs als je zelf voorzichtig bent, heb je in het verkeer nooit garanties dat de andere chauffeurs niet een beetje verstrooid zijn, of vermoeid, of heel even niet opletten. En dus begon het verkeer me stress te bezorgen: in extreme weersomstandigheden, tijdens files,… Toen ik van job veranderde, was ik dan ook blij dat ik het openbaar vervoer kon nemen, of dat ik dichter bij huis werkte en de autostrades kon vermijden.

fileleed

(www.loesje.nl)

Maar af en toe is het gewoon nodig. Dan is het tijdsverschil te groot en neem ik dus wel de auto. Zo moest ik de afgelopen weken twee keer naar Gent. Ik kom er niet vaak en meestal nemen we de E19 en daarna de E40. Die weg ken ik, maar die route was in de ochtendspits uiteraard geen optie wegens 3 structurele files. Dus reden we langs Antwerpen, en dat viel al bij al nog mee. De meeste tijd verloor ik op de ring rond Mechelen-Noord (!), voor de rest liep de rit eigenlijk heel vlotjes. Dus was ik ruim op tijd op de plaats van afspraak. Had ik zelfs nog een uurtje speling.

Die avond was ik wel compleet uitgeteld. Ik blijf zo’n verplaatsing héél erg vermoeiend vinden. Ik heb ontzettend veel bewondering voor mensen die dit dag in dag uit professioneel doen. Voor mij zou het geen optie zijn. Geef mij de trein maar. Je kan er op je gemakje een boek lezen, je zet dagelijks toch serieus wat stappen (want je werkplek ligt uiteraard nooit naast het station…) en je bent uitgewaaid tegen het moment dat je thuis komt. Het enige gemis in de trein is Studio Brussel. En af en toe is er wat/veel vertraging, of komt de trein niet opdagen. Maar daar wen je aan. En dan is er nog altijd de auto als alternatief. Zelfs voor deze schrikschijter. Als het echt niet anders kan.

Stiekem ben ik dan ook blij dat het paasvakantie is. Dat we (bijna) even alle verkeer en verplaatsingen kunnen laten voor wat het is. De komende twee weken halen wij de ochtendspits sowieso niet ;-).

Zondvloed

Ik ben geen held in het verkeer. Ik ben dan ook dolgelukkig dat ik met het openbaar vervoer kan gaan werken. Met de trein reizen vind ik meestal een enorme luxe: 25 minuten onafgebroken leestijd. Maar als ik late vergaderingen heb of als er gestaakt wordt, dan durf/moet ik wel eens met de auto naar het werk rijden. Dat was dinsdag ook het geval.

Rond 16u30 barstte een onweer los boven Leuven. Eerst bleef het nog beperkt: het regende wat, het bliksemde af en toe even en het rommelde wat in de verte. Maar tegen 18u30, net op het moment dat ik wou vertrekken naar mijn late afspraak, was het wel héél hevig aan het onweren. De regen viel met bakken uit de lucht en je zag bliksem om bliksem door de lucht klieven. In de auto hoorde ik ook dat er problemen waren op de autostrade rond Leuven en ik zag de bui al hangen.

Na kort overleg bleek dat ik toch gemist kon worden en besloot ik maar onmiddellijk naar huis te rijden. En de autostrade te vermijden. Snel rijden als je ruitenwissers op het maximum staan en je bij wijze van spreken amper voor je ziet, ik doe het niet graag. Tegelijkertijd voorbij gevlamd worden door de mastodonten op de autostrade, die je nog eens extra nat gooien in het passeren, zag ik ook niet zitten. Binnendoor dus. Tegen 70 km per uur maximum.

Tijdens het eerste deel van de rit kon ik het rijden eigenlijk best nog smaken: fijn muziekje, niet te druk (de avondspits was eigenlijk al achter de rug) en verwondering bij het zien van de bliksemflitsen in de lucht. Tot ik bijna in Aarschot was en de weg afgesloten was omwille van een ondergelopen kruispunt. Een omweg dan maar, en de GPS volgen. En toen reed ik door Betekom en Begijnendijk en bleek dat het toch wel héél veel geregend had. De eerste ondergelopen weg kon ik nog passeren via het hogere en iets drogere midden. De tweede ondergelopen weg nam ik via het fietspad dat net iets boven de rijweg uitstak.

Maar de derde ondergelopen weg was er teveel aan. Er stond minstens 30 centimeter water en bij de jeeps en stationwagens voor mij spatte het water al verschrikkelijk hoog op. Laat staan dat ik er met mijn Corsa’tje door zou ploeteren. Een zijweggetje dan maar, maar dat bleek ook helemaal ondergelopen, minstens even hoog. Terugkeren was geen optie, aangezien ik al 2 ondergelopen banen getrotseerd had. Er toch maar doorheen dan.

En dus heb ik gewacht tot de tegenliggers gepasseerd waren en heb ik het erop gewaagd. Met de daver op het lijf en de bibber in mijn benen. En het was een héél lang stuk (of zo leek het toch), ik moest toch een paar honderd meter overbruggen. Uiteraard kreeg ik halverwege dan toch een paar tegenliggers, maar stoppen was op dat moment geen optie meer. En dan rijd je maar door. Ben je blij en opgelucht als je de laatste meters terug in het midden van de baan kan rijden waar het weer wat hoger is. En dat je het gehaald hebt. De rest van de weg voelde ik mijn benen trillen. Ik was ontzettend opgelucht dat ik thuis was. Waar het grootste deel van het onweer eigenlijk aan ons voorbij ging. Waar het wel wat geregend had en wat rommelde in de verte, maar ook niet meer dan dat.

De rest van de week staan er geen late vergaderingen meer op het programma en reis ik gewoon met de trein. En neem ik de mogelijke vertragingen voor lief. Een beetje lezen, geen trillende benen. Want mijn autootje mag dan makkelijk zijn en me luxe en vrijheid bieden, ritten als dinsdag verteer ik niet zo snel. De herinnering is nu nog jong genoeg om even niet te zagen en te klagen over het openbaar vervoer. Tot de volgende staking uiteraard en je in het station vruchteloos staat te wachten op een trein die maar niet komt opdagen.

Maandag dus ;-).