Waar ik niet goed in ben

Voor het eerst in #40 dagen bloggen zat ik even zonder inspiratie. Maar toen zag ik dit lijstje van Ditjes en Datjes, die zelf ook al de mosterd haalde bij Boston, Baby!

Uiteraard zijn er veel dingen die ik niet kan. Maar wat mij spontaan door het hoofd schoot waren de volgende 5 items:

  1. Rustig blijven in het verkeer. Geloven dat iedereen rond jou zit te knoeien en zijn eigen regeltjes volgt terwijl jij de enige bent die rijdt zoals het moet. (Waar de rest van de chauffeurs allicht zijn eigen mening over heeft.) Foeteren in de auto. Constant en onbewust. Tot je toen anderhalf jaar oude dochter eens achter jou luidop “Tommen Uil” riep toen je eens nogal plots remde op een T-kruispunt. Met een rode kop naar huis rijden, je verhaal aan de echtgenoot vertellen en een diepe zucht als reactie krijgen.
  2. Op mijn vingers fluiten. Kilo’s beschuiten met platte kaas en bruine suiker heb ik vroeger bij mijn meter gegeten, want naar ’t schijnt zou je daarvan leren fluiten. Maar ik kan het dus nog niet.
  3. De tekst van een liedje opvangen. Het lukt mij niet om te horen wat ze zingen. Dus heb ik van alle grote hits mijn eigen Mama Appelsap-versies. Waar ik me jammer genoeg niet altijd van bewust ben. Soms 30 jaar lang niet, maar kom. Het leidt wel tot quasi constante Aha-Erlebnissen als ik de dochters hoor zingen. “Aha, dat zingt die dus eigenlijk…”
  4. Werken in een keuken als het aanrecht een chaos is. Ik kan niet koken als de ontbijttroep nog op het aanrecht staat. Dan moet ik eerst onze afwasmachine uit- en inladen zodat het aanrecht opgeruimd is. Waarna ik dan op de keukentafel begin te werken, daar een nieuwe chaos veroorzaak (maar die wel zelf opruim)…
  5. Organisatie-ideeën van een ander volgen. Een voorbeeldje. Vol bewondering kijk ik naar mensen die erin slagen van hun kasten en hun huis bijvoorbeeld Marie Kondo-gewijs te organiseren. Telkens opnieuw denk ik dat dat misschien ook wel een goed idee zou zijn om onze kleerkast of onze woonkamer of zo te herstructureren. Ik haal het boek in huis, neem het door (en ik denk er hier en daar al een beetje het mijne van). Toch zal ik dan vol enthousiasme mijn kleerkast leeghalen, voor een stuk sorteren en de rest zo goed mogelijk Marie Kondo-gewijs weer in de kasten hangen/leggen. Maar terwijl ik bezig ben, realiseer ik me dat de truien op die manier sorteren echt niet zal lukken, om die of die reden. En dus bedenk ik telkens opnieuw mijn eigen systemen. Die voor mij perfect werken, maar die mogelijk (soms) nogal chaotisch of verwarrend overkomen voor een buitenstaander. Kijk, een “how to organise” moet je van mij niet verwachten, maar hier in huis werkt het (meestal) (redelijk goed).

Tja, niemand is perfect en er zijn gerust ook veel (nutteloze) dingen die ik écht wel heel goed kan. Maar dat is voer voor een volgend lijstje, als de inspiratie weer eens wat minder is ;-).

Puberkuren

Ongelooflijk fier en blij zijn wij met onze prachtige dochters. Twee tienerdames intussen, van 13 en bijna 16. Met een eigen karakter en een eigen willetje. Geïnteresseerd, open, liefdevol. Aan het begin en halverwege hun groei naar volwassenheid. Het is een eer om hen op dat pad te mogen begeleiden, om hun weg van dichtbij te mogen meemaken.

Maar heel af en toe komt het ook tot confrontaties. Wanneer mama en papa hun ontwikkeling in de weg staan met hun onmogelijke en absurde regeltjes. Wanneer mama en papa oordelen dat ze nog niet klaar zijn voor die volgende stap en “neen” zeggen. Dan durft het hier in huis wel eens flink stormen.

Het is telkens opnieuw schrikken als je dat als mama overkomt. In 98% van de gevallen kunnen wij hier thuis goed praten. Er is ruimte voor overleg en meestal komen we er ook samen uit. Maar af en toe zijn er toch wel eens akkefietjes. Dan vinden zij dat wij “onredelijk streng” zijn en niks toelaten en dan zijn wij verwonderd waar al die emoties ineens vandaan komen.

Het escaleert soms zo snel, zonder dat je er erg in hebt. Dan probeer je de spanning te breken met een flauw mama-grapje (dat ze in alle andere omstandigheden al ogen rollend afdoen als flauwe ouderhumor) en dan is het net die ene keer dat het écht verschrikkelijk verkeerd valt. Dan wordt er hier al eens geroepen en teruggeroepen, dan vloeien er tranen en wordt er wel eens met een deur gegooid.

En ja, ik draag zeker mijn deel van de verantwoordelijkheid in onze stormen. Ik zou soms ook wat meer op mijn tong moeten bijten en alles eerst moeten laten afkoelen vooraleer we het uitpraten. Ik zou beter moeten weten – been there, done that – mijn dochters hebben hun koppigheid, hun gevoel voor drama en hun sterk ontwikkelde onrechtvaardigheidsmeter uiteraard van geen vreemde ;-).

Het hoort erbij. Om op te groeien tot volwaardige volwassenen moeten ze hun grenzen opzoeken en deze in vraag stellen. Ze hebben gelijk dat ze hun grenzen soms te beperkend vinden en dat het dringend tijd is om deze weer wat verder te leggen. Dat ze daarbij soms lijnrecht tegenover ons komen te staan, is part of the game. Maar toch doet het pijn. Want ook wij doen wat we doen met de allerbeste bedoelingen. Wij willen hen alleen maar beschermen.

Onze beschermingsdrang vloekt vaak met onze wil om hen de ruimte te geven. Het is zoeken naar een evenwicht. Vaak vinden we dat blindelings, maar af en toe knettert het eerst voor we dat evenwicht terugvinden. Moeten we allemaal even bekomen. En achteraf, als we allemaal gekalmeerd zijn, overleggen we opnieuw, tot we er in alle rust wel samen uitkomen.

En intussen denkt de mama: nog maar een paar jaar en dan is die vermaledijde puberteit ook weer gepasseerd. Dat de dochters tegen dan misschien wel klaar zullen zijn om het huis uit te gaan, daar denken we nu nog niet aan. IK ben daar nog niet klaar voor (als ik dat ooit al zal zijn)…

puberteit

(www.pinterest.com)

De olympische droom

Er was een tijd dat ik mijn geld verdiende met het schrijven van sportartikels, met het maken van sportnieuws voor teletekst en internet. Het was mijn kinderdroom en ik had het grote geluk dat ik hem 13 jaar lang kon waarmaken. Maar er passeerde een besparingsronde en het was ook wel tijd voor een nieuwe uitdaging. En dus kwam er een einde aan het sportverhaal. In eerste instantie miste ik het absoluut niet. Ik was immers al bij “the happy few” geweest.

Maar met het vorderen van de tijd begon het soms wel eens te kriebelen. Af en toe stak er al eens een klein gemis de kop op. Toen Boonen net na onze stopzetting zijn geweldige voorjaar 2012 beleefde, met zeges in Gent-Wevelgem, Kuurne-Brussel-Kuurne, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, was ik een enthousiast supporter. Maar toch ook blij dat ik niet na afloop als een gek berichten kon beginnen typen, sms’jes sturen, standen opmaken,… Tevreden dat ik eindelijk ook gewoon kon genieten.

Het kriebelde een tweede keer al wat feller toen de Rode Duivels aan het WK 2014 begonnen in Brazilië. De hele WK-gekte, de Duivels-uitdagingen, ze kregen ook mij te pakken. (Ik ben op dat vlak ook wel een makkelijk slachtoffer, moet ik bekennen.) Het was van 2002 geleden dat we in outfit gingen werken, juichten bij een Belgisch doelpunt voor we als een gek begonnen te typen. Voor het eerst miste ik ook het schrijven, het verwoorden van je ideeën, het uitbeelden van je gedachten met woorden. Zelfs het sleutelen: schrijven, herschrijven, herformuleren en schrappen tot je tevreden bent. Een paar weken na dat WK begon ik te bloggen en dat stilde mijn creatieve honger.

Vanmorgen op de trein was er opnieuw zo’n mismomentje. De Olympische Spelen lopen op hun laatste benen. Het was een bijzonder succesvolle editie voor onze Belgen. Topmomenten met Greg Van Avermaet, Pieter Timmers, Nafi Thiam, Jolien D’Hoore, onze Red Lions en Dirk Van Tichelt. Om van de vele vierde plaatsen nog te zwijgen. Een paar verwachte hoogtepunten, maar vooral veel verrassingen. Ook onze dochters leefden mee en leerden sporten kennen die we anders nooit te zien krijgen. “Waarom krijgt die nu een punt tegen? Wat is ippon? Waarom is het nu gedaan?”

Bij het turnen kijk je je ogen uit en knijp je ze telkens opnieuw dicht bij een salto, een afsprong of een radslag. Alsof die bewegingen nog niet pijnlijk genoeg zijn voor het menselijk lichaam was er ergens, ooit in de geschiedenis iemand (een échte sadist als je het mij vraagt) die opperde: “Ok, het is allemaal wel mooi en fijn, maar als we dat nu eens op een balkje van een tiental centimeter doen? Of aan de brug met ongelijke leggers? Of aan de ringen?” En tot zijn grote verbazing kreeg hij nog bijval ook en werd dat een olympische discipline. Naar worstelen en boksen kijken we niet, maar voor de rest zijn we eigenlijk niet zo kieskeurig. Geef ons een obscure sport met een Belg erin en we zitten voor tv. En voor de grote olympische disciplines (zwemmen en atletiek) met hun vedetten (Phelps en Bolt) maken we met plezier tijd vrij.

En toch moesten we dit jaar redelijk wat hoogtepunten missen, of in uitgesteld relais bekijken. We hebben de wekker toch maar niet gezet en besloten het slaapgebrek niet te trotseren. Ik ken mezelf: als het spannend is, blijf ik toch zitten. Dan eindig ik zonder slaap en ben ik absoluut niet te genieten. Om van topprestaties de dag erna nog maar te zwijgen… Al heb ik bij Nafi Thiam wel getwijfeld, ik had al zo’n voorgevoel dat ze héél dicht zou eindigen ;-).

Maar er was een tijd dat ik de ochtendshiften wel voor mijn rekening nam (tijdens de Olympische Spelen, de US Open en de Australian Open). In het prille begin zat ik dan al om 6 uur ’s morgens op een uitgestorven werkvloer in mijn eentje te werken: een paar tv’s op sport, de actualiteit opvolgen en bijwerken. Later kon ik van thuis uit werken en zat ik al om 5 uur aan mijn bureau. Of met de laptop voor tv en dan een wedstrijd volgen, noteren en een verslag schrijven, reacties weergeven en sms’jes uitsturen.

En neen, ik ben absoluut geen ochtendmens, maar op die momenten, als het ’s nachts nog donker was buiten, als iedereen nog sliep, kon ik er zo van genieten om in mijn eentje te werken, door te peren en te zorgen dat alles bijgewerkt was tegen het moment dat de rest van de wereld zou ontwaken. Ik was erbij, ik beleefde het daar én dan, terwijl buiten de zon opkwam en de wereld stilaan ontwaakte. Deelnemen aan dat moment, ook al was het dan thuis (in mijn pyjama) voor tv. Fijn was ook het ogenblik dat de dochters ontwaakten, naast mij kwamen zitten en vroegen: “Hoe is het nu met Clijsters, mama? Heeft ze gewonnen? En Henin?”

Dat ik achteraf uitgeteld was en toch wel even recuperatietijd nodig had van mijn nachtelijke escapades, daaraan dacht ik deze morgen in de trein uiteraard niet. Dat het ook de piek- en stressmomenten waren in onze job en dat het toch wel serieus doorwerken was, daar hield ik deze morgen ook geen rekening mee. Even zag ik mezelf daar terug zitten en dacht ik: “dat waren nog eens tijden”.

Maar dan ontmoet je je afspraak van de dag, heb je een productief gesprek, zit je vol ideeën om je gezamenlijk project aan te passen en te verbeteren en ga je met een voldaan gevoel naar huis, klaar voor het allerlaatste olympische weekend en nog één Belgische medaille. Toch?

20160818_214759[1]_mini (1)

Meisjesmama, jongensmeter

Twee dochters heb ik. Ongelooflijk fier ben ik op mijn meiden. Ongelooflijk gelukkig ook met onze prachtige dames. Vooral omdat ik nooit geloofde dat het voor mij weggelegd zou zijn. Ik zag mezelf immers helemaal als jongensmama. Zelf ook een halve jongen, met mijn rattenkopje in de puberteit. Ik voetbalde en ik had zelfs redelijk wat speldoorzicht (wat enorm frustrerend was als we met een damesploeg in competitie probeerden uit te komen en je één van de weinige speelsters was die probeerde “je vrouw” en je positie te houden, terwijl de rest van de ploeg als een zwerm bijen op de bal afdook). Ik was toen al ongelooflijk geïnteresseerd in sport en had absoluut niks met de typische meisjesdingen. Een kort kapsel was vooral handig bij het sporten en kleren moesten eerst en vooral “praktisch” zijn.

Dat veranderde wel wat bij het ouder worden: de jongensinteresses mogen dan wel gebleven zijn, het jongensachtige ging er (gelukkig) toch wat af. Vooral qua kledingstijl dan toch, make-up, kapsels en accessoires zijn nog altijd niet echt mijn ding en echt handig kan je mij ermee niet noemen. Toen we dus aan kindjes begonnen, was ik er altijd van uitgegaan dat er jongens zouden volgen. Het was dan ook (even) schrikken toen de gynaecoloog een meisje ontdekte in mijn buik. Ik moest toch even wennen aan het idee. Maar lang duurde dat niet, en toen we bij een tweede zwangerschap ontdekten dat we terug een dochter verwachtten, was ik stiekem blij: twee zusjes.

Dat de echtgenoot de naam niet zou verder zetten, vond ik wel erg. Dat hij geen zonen zou hebben om mee naar het voetbal te gaan, daar zat ik toch ook even mee in mijn maag. Hij niet, dat zou hij dan wel met zijn kleinzonen doen. En onze dames groeiden op en geheel naar familietraditie waren het toch ook weer geen poppemiekes: ze speelden met Playmobil, bouwden (net als de papa) Lego (al waren het dan Harry Potter-huizen, en verkozen ze Lego Friends en Lego City). Al vrij vroeg keken ze mee naar onze voetbalwedstrijden en probeerden ze de matchen mee te volgen en te begrijpen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan of misschien hebben wij hen een klein beetje geïndoctrineerd. Een piepklein beetje maar ;-)!

En toen werd ik gevraagd om meter te worden van één van de kindjes van mijn broer. En ditmaal was ik ervan overtuigd dat het een meisje zou worden. Maar het werd een zoontje en het was liefde op het eerste gezicht. Een jongetje. Een kleine stap in het onbekende. Bij meisjes wist ik intussen perfect wat ze wilden, waar we ze blij mee konden maken en de dochters waren ook altijd bereid om die arme mama met raad en daad bij te staan, maar een jongetje was toch iets nieuws. Maar het klikte en al snel begrepen we elkaar. Ik mocht hem verwennen met voetbalspulletjes, kastelen, ridders, draken en dinosaurussen. Hij werd een voetbalmannetje. Uiteraard, want onze indoctrinatie ging gewoon verder ;-). En hij weet op zijn bijna negende al goed wat hij wil, ook al wil dat zeggen dat hij voor een andere ploeg supportert dan zijn papa. En de meter staat erbij, kijkt ernaar, moedigt zijn keuzes aan en juicht mee in stilte.

7 jaar later kreeg ik een nieuw verzoek tot het meterschap, ditmaal van mijn jongste zus. En het werd opnieuw een jongetje en weer was ik meteen verkocht. Intussen is hij twee geworden (stilaan oud genoeg om de voetbalindoctrinatie te beginnen), één brok energie en vrolijkheid. Hij windt ons allemaal rond zijn vingertjes, we weten het en we genieten ervan. Wat natuurlijk gemakkelijk is als je als meter het opvoedwerk aan de ouders kan overlaten.

Ik voel me de koningin te rijk, met mijn twee dochters en mijn twee jongens-metekindjes. Ergens is er in de loop der jaren een mooi evenwicht gekomen tussen de dames en de heren in mijn leven.

Temptation Island: de ultieme verleiding?

Nooit gedacht dat ik een blog zou wijden aan dit programma. Het is niet echt mijn favoriete tv-programma, om het zacht uit te drukken. Maar je kan niet ontkennen dat er alweer een hype rond hangt en laat de tieners in huis daar nu net gevoelig voor zijn. Of ze het mochten opnemen? Tja, dat het niet bepaald een stichtend programma zou zijn, dat was vrij voorspelbaar. Bovendien zijn alle beelden tegenwoordig toch op internet te vinden, dus dacht ik dat we maar beter samen konden kijken. Om de discussie aan te gaan en de Temptation-realiteit hier en daar een beetje bij te kleuren.

De eerste twee afleveringen keken we met ons drietjes. De mama was stiekem vooral gerustgesteld toen de dochters op het juiste moment bezwaar aantekenden. Dat het toch wel héél snel gaat. Dat in de fout gaan na amper 2 dagen in een gelukkige relatie misschien toch geen normaal gedrag is. Maar dat het programma dan ook geen “normale omgeving” is. Dat drank misschien wel rare dingen doet met een mens, maar dat te veel drinken geen excuus is om dan maar in de fout te gaan. Enzovoort. We praten erover en af en toe laat ik hen even nadenken. Zo kan zelfs Temptation Island een goede aanleiding vormen om hen te leren dat het leven niet altijd zwartwit hoeft te zijn, maar dat er nog vele tinten grijs tussen liggen…

Maar toen ging Marvin op het eiland nog een stapje verder. Wij besloten dan ook dat onze jongste toch écht nog te veel kind is voor dergelijke beelden. Maar zij maalde er niet om. Ze volgt nog wel mee en informeert wel naar wat er precies gebeurde, maar hoeft dat (gelukkig) niet meteen met eigen ogen te zien. De oudste keek met haar 14 jaar wel, samen met de mama. Zij stelde zich achteraf vooral veel vragen. Of alle mannen nu echt bedriegers zijn? En of zij dan naïef is?

En dan probeer je nog maar eens uit te leggen dat zo’n programma niet de realiteit is, verre van. Dat er daar op dat eiland alles aan gedaan wordt om toch maar dit soort beelden te kunnen tonen. Dat het dan misschien wel een beetje (veel?) uitgelokt is, maar dat het toch écht wel gebeurd is en dat dit ook wel in het dagelijkse leven voorkomt. Dat je gerust in de liefde mag geloven, maar dat je ook niet blind mag zijn.

Want liefde is nu eenmaal geen Disney-sprookje van “ze leefden nog lang en gelukkig”. Er is niks mooiers dan je leven te delen met iemand die je begrijpt, steunt, aanvult en vertrouwen geeft. Toch is een relatie (zelfs met de beste bedoelingen) soms ook hard werken, ruzie maken, op elkaar zagen, sleur en alledaagsheid. Maar een “Temptation Island” is het voor mij nu ook weer niet. In het dagelijks leven gebeurt het niet zo vaak dat ze je volgieten met drank om dan vrouwen of mannen op je af te sturen die er alles voor over hebben om je binnen te doen. “Verleiden” noemen ze dat daar. Dat woordje heeft voor mij toch wel een hele andere betekenis ;-).

Als volwassene kan je dat allemaal best relativeren. Maar onze tieners, in volle puberteit en onzekerheid, met vallen en opstaan op weg naar volwassenheid, heen en weer slingerend tussen Disney en de grauwe realiteit, die vatten het niet altijd. Zij denken daarover na en weten niet meer goed wat ze moeten geloven. Als mama vraag ik me dan af of ik hen niet beter nog even in de waan gelaten had. Of ik het Disney-sprookje nog even intact had moeten houden. Maar tegelijkertijd weet je dat het nu eenmaal geen rozengeur en maneschijn is en wil je hen net weerbaar maken. Wil ik ervoor zorgen dat ze opgewassen zijn tegen teleurstellingen, tegen pijn, tegen verdriet. Wil ik dat ze leren dat je zelfs dat overleeft en dat je er sterker van wordt: “What doesn’t kill you, makes you stronger.”

zevende hemelEn dan blijkt opvoeden eens te meer zoeken en tasten en het zeker niet altijd even goed weten. Een beetje aanmodderen, met de beste bedoelingen, maar zonder te weten waar het je zal brengen. En dan kan je alleen maar hopen dat ze hier en daar wat oppikken. Dat ze sterk genoeg zullen zijn op de momenten dat dat van hen gevraagd wordt. Stiekem hoop ik wel dat ze toch een beetje naïef blijven, vol dromen en romantiek. (Net als de mama ;-)!) En dus zullen we dit weekend misschien nog eens met ons allen naar een Disney-film kijken, als tegengewicht tegen al het Temptation-cynisme… Al bleken onze dames het dan weer een beter idee te vinden om de Twilight-saga nog eens boven te halen, “als je dan toch moderne romantiek wil, mama”. Zucht.

21 jaar Valentijn

PrintOp Valentijnsdag 1995, exact 21 jaar geleden, begon onze liefdesgeschiedenis. Vandaag zijn we de helft van ons leven samen. En daar heb ik nog geen dag spijt van gehad. Ik zou dus een geweldig stuk kunnen schrijven over de ideale manier om Valentijn te vieren of het perfecte cadeau of zelfs tips om je relatie spannend te houden. Maar dat doen we niet. Vandaag vieren wij onze liefde en die zit voor mij niet in een prachtige bos bloemen of een zalig ontbijt op bed.

Liefde is…

  • Hij die elke dag met veel liefde voor ons kookt
  • Zijn geduld met onze kinderen
  • De tijdschriften die hij meebrengt als ik ziek in de zetel lig (zodat hij zeker weet dat ik toch een paar uur rust neem)
  • Een blik van verstandhouding
  • ’s Morgens samen ontwaken en nog 10 minuten knuffelen voor we echt uit ons bed moeten
  • ’s Avonds samen inslapen
  • ’s Nachts wakker worden en zijn aanwezigheid voelen
  • De auto die hij ’s morgens voor mij buiten zet zodat ik 2 minuten langer aan tafel kan zitten
  • De “blijf jij nog maar even liggen” in het weekend
  • Onze “series” samen delen
  • Ruzie maken en het bijleggen
  • Samen duimen dat Bruce Springsteen ook echt naar België of Nederland komt, kaarten bestellen en aftellen
  • Voor dat podium staan en zien hoe hij in het optreden opgaat en daar ontzettend van genieten
  • Zijn altijd aanwezige steun
  • Hij die me op mijn nummer zet als dat nodig is
  • Zijn gezicht toen hij onze dochters voor het eerst in zijn armen had
  • Hoe hij zich op een zaterdagochtend toch in de Colruyt-drukte stort om boodschappen voor ons te doen
  • Hij die naar het wielrennen of het voetbal kijkt en daar volledig in opgaat
  • Samen gek doen, samen lachen
  • ’s Avonds met zijn allen in de zetel, dicht bij elkaar, een half uur samen knuffelen
  • Hij die toch maar een vijfde keer Italië op de agenda zet, omdat zijn dames dat zo graag willen
  • Het gemis tijdens zijn driedaagse in Londen en de kriebels als hij ’s morgens (eindelijk) terugkeert…
  • De aantrekkingskracht die me soms ineens overvalt
  • Zijn relativering over “mijn ingebeelde buik”
  • Zijn “wat zie je er weer veel te goed uit vandaag” dat me helemaal warm maakt vanbinnen
  • De boeken die hij voor me uitkiest en die er telkens opnieuw knal opzitten

Het zit ‘m in de kleine dingen. Is het perfect? Natuurlijk niet en gelukkig maar: het is stil waar het nooit waait. Maar al 21 jaar lang vult hij me aan en brengt hij het beste in mij naar boven. Heeft hij geduld en weet hij te relativeren. Schrijven wij samen aan een prachtig verhaal. En dat vieren wij vandaag!

Liebster Award

liebsterVan Fiekefatjerietjes kreeg ik de Liebster Award toegeworpen (en daar was ik eigenlijk stiekem wel heel blij mee). De Liebster Award is een award die nieuwe of beginnende blogs de kans geeft om een beetje in de schijnwerpers te staan. Als je de award krijgt, moet je op de 11 vragen antwoorden die je kreeg, en vervolgens zelf een award sturen naar 5 bloggers, samen met 11 nieuwe vragen.

De vragen van Fiekefatjerietjes:

1. Ben je een sloddervos of eerder supergeorganiseerd?

Ik ben geen sloddervos, maar supergeorganiseerd zou ik mezelf toch ook niet bepaald noemen. Als ik mezelf moet omschrijven, heb ik het meestal over georganiseerde chaos. Op een buitenstaander kan ik redelijk chaotisch overkomen, maar er zit voor mezelf echt wel een systeem in of achter. In mijn hoofd is alles zeer goed georganiseerd.

Probleem is wel dat alles ook in mijn hoofd zit en de computer heeft al eens problemen met het RAM-geheugen 😉 En dus probeer ik al een jaar om een back-up te maken op een externe harde schijf, maar voorlopig zonder al te veel succes. Ik heb nog geen sluitend systeem gevonden. Niet voor de agenda, niet voor to do- of boodschappenlijstjes,…

En dus staan we soms voor dubbele of afwezige boekingen (wegens niet op de papieren gezinsagenda geschreven), vergeten we al eens een belangrijk ingrediënt uit de Colruyt (wat we uiteraard pas merken tijdens het bakken zodat we in allerijl nog eens terug kunnen rijden) of doe ik in het holst van de nacht het licht aan om iets op een papiertje te schrijven dat ik absoluut niet mag vergeten…

2. Wat is jouw ‘guilty pleasure’?

Ik heb er eigenlijk te veel om op te noemen. Ik schreef er eerder ook al blogs over:

Staan nog zeker op het programma: Stiekeme (tv)pleziertjes en (film)pleziertjes. Verder hoop ik nog op een vlaag van inspiratie om het thema verder uit te diepen 😉

3. Welke bestemming staat bovenaan op je travel list?

Italië is mijn favoriet aller tijden: de taal, het eten, de ijsjes, de cultuur, de zon,… Maar we zijn er nu al een paar jaar op rij geweest: het wordt tijd om wat afstand te nemen en het verlangen weer te doen groeien.

Het allerhoogst op mijn verlanglijstje staat momenteel Noorwegen. We willen er een bezoekje gaan brengen aan hele fijne mensen met wie we een paar zomers in Italië doorbrachten en naar ’t schijnt vormen de fjorden en de natuur een ervaring voor het leven. In combinatie met een bezoekje aan Kopenhagen, een stad die me sinds “Borgen” ontzettend aanspreekt.

Last but not least: New York! Maar dan moet ik wel eerst mijn vliegangst opzij kunnen zetten. En dan zullen we toch nog een paar jaartjes moeten sparen. Want zowel Noorwegen als New York zijn niet goedkoop. We zullen dus voorlopig nog even wegdromen 😉

4. Welk boek zou iedereen gelezen moeten hebben?

Ik val in herhaling, maar als ik er eentje moet noemen, dan is én blijft dat voor mij “Les Liaisons Dangereuses” van Choderlos De Laclos. Passie, verliefdheid, onbeantwoorde liefde, afwijzing, woede, haat,… in briefvorm. In de taal van de liefde, Frans. Vergeet de (nochtans uitstekende) film met Glenn Close, Michelle Pfeiffer en John Malkovich, maar ga meteen voor het schitterende boek.

5. Welke eigenschappen heb je van je mama / papa en ben je trots op?

Van allebei heb ik overduidelijk hun liefde voor taal en voor literatuur meegekregen. Het was ons moe die een hele kast jeugdboeken met alle liefde voor ons ontsloot en die telkens opnieuw bereid was ons goede boeken aan te raden en door te geven. Het is mijn vader die we een hele zomervakantie lang ’s morgens bij het opstaan met een Frans boek in de zetel vonden. Van mijn vader heb ik ook de liefde voor Frans geërfd.

6. Zou je iets aan jezelf willen veranderen, en indien ‘ja’, wat?

Ik zou af en toe graag mijn gedachten willen afzetten. Een piekerknopje dat je ’s avonds kan uitzetten, dat zou ik zo ontzettend handig vinden soms.

7. Wat is jouw droomjob?

Toen ik 16 was, was deze vraag het onderwerp van ons examen-opstel voor Engels. Ik schreef toen dat het “zonde was dat ik een meisje was, want anders werd ik sportjournalist”. Aangezien dat me niet haalbaar leek, koos ik dan voor leerkracht Frans. Tot mijn grote verbazing rolde ik toch de sportjournalistiek in. Een beetje geluk, op het juiste moment op de juiste plek,… 15 jaar lang heb ik dat met hart en ziel gedaan. Ik genoot van het schrijven, van de kick die “nieuws maken” gaf. Ik was en ben nog steeds groot sportliefhebber en ik prijs mezelf ongelooflijk gelukkig dat ik van mijn hobby mijn beroep kon maken.

Voor leerkrachten heb ik ongelooflijk veel bewondering. Mijn ouders waren het, de echtgenoot is het. Leerkracht zijn is geen beroep, het is een roeping en daar heb ik nog altijd veel respect voor. Was ik 10 jaar jonger, ik zou niet twijfelen. Maar om op mijn veertigste alsnog te beginnen aan een leven van interims, van onzekerheid, ik zie het niet meer zitten. En ergens vind ik dat jammer, want het geeft ongelooflijk veel voldoening om voor een klas te staan en je leerlingen mee te hebben. Tijdens mijn stage een paar jaar geleden heb ik één keer een les kunnen geven dat alles “ineenklikte” en dat geeft tonnen energie.

Maar de job van mijn leven is het moederschap. Het feit dat ik mama mag zijn van mijn 2 prachtige dochters vind ik nog steeds een enorm voorrecht. Hen een goede start geven, hen de juiste bouwstenen aanreiken voor een gelukkig leven, hen beetje bij beetje loslaten is mijn belangrijkste opdracht, en de leukste, of lastigste 😉

8. Voor welk gerecht mogen ze je zelfs ’s nachts wakker maken?

Versgebakken cake met chocolade, nog niet al te lang uit de oven. Wanneer het korstje nog knapperig is en de binnenkant nog een piepklein beetje warm.

9. Wat is jouw populairste blogpost?

Dat is grappig genoeg de voorstelling van Heist-op-den-Berg. Kijk, ik woon hier graag. En blijkbaar zijn de Heistenaars talrijk én allemaal fier op hun gemeente 😉

10. Wat is de leukste blogpost die nog op je blogplanning staat?

Gezien het feit dat ik niet echt supergeorganiseerd ben ;-), ben ik ook niet zo’n planner. Ik heb geen blogplanning. Ik vind het al een ontzettend grote prestatie van mezelf dat ik in Evernote een lijstje met blogideeën heb (voor als ik eens zonder inspiratie zit). Maar eigenlijk schrijf ik volledig vanuit de inspiratie van het moment. Ik laat me leiden door de actualiteit, door de gebeurtenissen in mijn leven, door andere blogs te lezen, door discussies met vrienden, kennissen, collega’s.

Ik heb ooit wel eens een blogplanning afgedrukt. Het was een hele mooie roze. Ik heb zelfs de eerste week volledig ingevuld. Maar toen kwam er een ideetje doorheen gefietst en was zelfs de planning voor de eerste week al om zeep. Het staat wel op mijn to do-lijstje voor als ik ooit eens een dagje tijd heb. Ik besef immers goed genoeg dat een dergelijke planning nodig zal worden als ik serieus wil blijven bloggen. Maar aangezien ik nog geen jaar bezig ben, moet er nog een zekere regelmaat gevonden worden. Ik geef mezelf dus nog wat tijd.

11. Wat is je favoriete drankje op een zonnig terras?

Simpel: een ijskoud glas witte wijn, een ijskoude margerita of een mojito met veel ijsblokjes. Als ik dorst heb, verkies ik een blikje Cola Light. Neen, de verslaving is jammer genoeg nog niet onder controle. Ik heb nog een half jaar om af te kicken 😉

Mijn vragen:

  1. Op welke eigenschap ben je het meest trots?
  2. Wat zou je liefst aan jezelf veranderen?
  3. Wat is het eerste dat je ‘s morgens doet en het laatste dat je ’s avonds doet?
  4. Wat maakt jou instant gelukkig?
  5. Welk tv-programma uit je jeugd mag wel eens een remake krijgen?
  6. Aan welk liedje heb je de mooiste herinneringen?
  7. Welk familierecept hoop je je mama of oma nog te ontfutselen?
  8. Wie wil je graag eens in de bloemetjes zetten?
  9. Waar moet je volgens jou zeker geweest zijn (land of stad)?
  10. Welk kunstwerk heeft het meeste indruk op je gemaakt?
  11. Wat is volgens jou het meest overschatte boek aller tijden?

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden van:

Veel succes ! En iedereen die zich geroepen voelt, mag uiteraard ook de vraagjes invullen. Zet dan gewoon een linkje in de reacties 😉