Het was weer op het nippertje…

deadlinesHet was hier de laatste weken behoorlijk hectisch. Van job veranderen, de echtgenoot die strijd leverde met een paar deadlines, de oudste die als prille puber stilaan ook een eigen agenda begint te plannen,… Het was even wat pompen. En dus was ik even uit het oog verloren dat de goedheilig man volgende week al zijn opwachting zal maken.

Voor onze dochters mag de magie er intussen grotendeels af zijn, toch zetten ze nog steeds hun schoentje en blijkt de grootste kindervriend hen nooit te vergeten. Maar er zijn intussen al 3 mete- en petekindjes die wel vol verwachting uitkijken naar de komst van de Sint (en zijn cadeautjes). Al zal de jongste (dik anderhalf) allicht niet goed beseffen wat hem overkomt. Toen onze dochters zijn leeftijd hadden, hadden ze meestal meer oog voor de verpakking dan voor hetgeen er in de dozen zat. Zo kreeg de oudste ooit haar allereerste Playmobilsetje cadeau en heeft ze zich de rest van de ochtend vooral geamuseerd met de doos. Open, dicht, erin, eruit,… Geweldig vond ze dat. Het speelgoed zelf leerde ze pas later appreciëren.

Maar de vooruitgang staat voor niks. Waar we vroeger de kinderen naar oma en opa brachten “om met de Sint te gaan praten”, deed ik dit jaar mijn Sint-aankopen online. En gelukkig konden we de verlanglijstjes inwilligen. Al zal ik – ouderwetse shopper – pas gerust zijn als ik alles in mijn handen heb en alles er degelijk uit ziet. Want wie weet spelen ook de metekindjes liever met de doos… En als het tegenvalt, hebben we nog 2 zaterdagen om alsnog met de Sint te gaan praten ;-). Sowieso moeten we nog bij hem langs voor het snoepgoed.

Soms wou ik dat we beter georganiseerd waren. Als ik hoor en lees dat vele mama’s al weken klaar zijn met hun Sint-aankopen, dan vraag ik me vaak af hoe iedereen dat doet. Ik kan ook oprecht bewondering koesteren voor mensen die al in augustus bezig zijn met hun kerstcadeautjes. Hoe ik me ook in bochten draai, de kerstcadeautjes worden hier meestal pas de laatste week voor de kerstvakantie uitgezocht en dat zal dit jaar allicht niet anders zijn, ondanks alle goede voornemens. Het is niet dat we zitten te niksen. Integendeel, onze avonden en weekends zijn meer dan goed gevuld. Volgende week beginnen de examens alweer en dan wordt het ontzettend druk voor de echtgenoot en de dochters. Gelukkig is er dit jaar nog zo goed als een hele week kerstvakantie voor we aan de feestdis gaan zitten. We hebben dus nog zeeën van tijd…

“Ach menneke”, zei mijn meter vroeger, “ge hebt er van alle soorten nodig”.  Dat ze me toen troostte omdat ik in volle puberteit mijn beklag deed over mijn gebrek aan groeipotentieel, dat vegen we nu even onder de mat. Er zijn er nu eenmaal die wat strakker georganiseerd zijn dan anderen en ik denk dat het op mijn bijna 42ste tijd wordt om te erkennen dat ik altijd wel met deadlines zal flirten. Al heb ik het wel maar één keer zo bont gemaakt dat ik de avond voor Pasen nog snelsnel naar de nachtwinkel moest om eieren… Iemand moet het spannend maken, toch?

Een glimp van de vrouw in wording

Vorige week deden wij hier onze eerste winterinkopen. En ditmaal had de jongste spulletjes nodig. Twee keer per jaar wisselen wij hier de kasten en moeten de zomerkleren plaats ruimen voor de winterspulletjes of omgekeerd. Een dergelijke operatie gaat hier meestal gepaard met de nodige passessies en opruimacties (en het nodige gezucht en geblaas bij de dochters, “moet dat echt?”). De kleren die de oudste niet meer passen, worden in de kast van de jongste gelegd. De kledij waar de jongste is uitgegroeid, worden ingepakt en worden doorgegeven aan het jongere nichtje.

Dit jaar bleek er verrassend weinig van de kast van de oudste naar de jongste over te gaan, terwijl we toch weer een paar zakken spulletjes konden doorgeven aan het nichtje. En dus moest de kleerkast van de jongste nodig aangevuld worden. Wat de jongste niet meteen op gejuich onthaalde, want shoppen is voorlopig nog niet haar favoriete tijdverdrijf ;-). Maar het lukte, we verzamelden toch redelijk wat spulletjes die zij uiteraard meteen uit de kast haalde.

Toen ze de trap afkwam in haar eerste nieuwe outfit, was dat toch even schrikken voor de oudste en de mama. Weg was het jurkenmeisje, maar in een smalle jeans, een lange witte pull en bijhorend bloesje stond daar ineens een tiener. En daar waren we niet op voorbereid. De oudste zag de kloof met haar “kleine” zusje ineens een pak minder groot worden. De mama moest erkennen dat ze geen kleintjes meer heeft, dat we de kinderfase hier stilaan ontgroeien. En dat was toch even wennen.

Het is ook een dubbel gevoel. Bij een eerste kindje groei je zelf mee. Je went stap voor stap aan dat opgroeiende mensje. Je staat verwonderd van elke stap die je zoon of dochter zet en soms moet je even rennen om gelijke tred te kunnen houden met hun ontwikkeling. Bij een jongste kindje zou je de tijd soms liefst stilzetten. Telkens opnieuw neem je afscheid van een fase waar ze alweer doorheen zitten en telkens opnieuw lijkt het alsof jij de enige bent die nog niet klaar is voor de volgende stap. Terwijl je bij de oudste telkens opnieuw benieuwd bent naar het volgende en erin rolt voor je het door hebt, wil je de ontwikkeling soms precies “afremmen” bij de jongste, wil je elke fase net iets langer koesteren.

Spijtig genoeg is dit ook geen lineair proces: het is nooit zo (of uitzonderlijk) dat je met één kind de ontwikkeling volledig doorloopt, vooraleer je aan de groei van het volgende kind kan beginnen. En dus is het soms handig als de oudste in rustiger vaarwater zit terwijl de jongste volop stappen zet of omgekeerd. Maar zo loopt het bijna nooit. En dus zitten wij hier volop in de beginnende puberteit van de oudste, proberen we mee te groeien om haar te steunen terwijl de jongste rustig aan haar laatste kinderjaren bezig was. Dachten wij.

En dan staat ze daar ineens voor je neus. De kinderkleren (toch eventjes) ontgroeid, een heuse tiener in bijpassende kleren. Even zagen we een glimp van de vrouw in wording. Uiteraard hoort dat bij het leven, maar die ochtend heeft de mama in stilte alweer afscheid genomen van een fase. Heb ik herinneringen opgehaald aan het baby’tje dat écht nog maar net op een winterse nacht in mijn leven was gekomen, aan het kleutertje dat trots en zonder problemen voor het eerst naar school ging, aan het meisje dat zo ontzettend fier haar eerste lettertjes (en boekjes) leerde lezen. En dus slikte ik even voor ik zei “je ziet er fantastisch uit, lieve schat”…

EmilysQuotes_Com-unknown-sad-kids-grow-up-choice-negative-question

Mijn lijf, mijn kathedraal, euh kapel #boostyourpositivity

Mijn lichaam en ik, de nieuwe opdracht in het kader van #boostyourpositivity van Danone. Had je me hier 25 jaar geleden naar gevraagd, was ik allicht niet zo tevreden geweest. Als tiener vond ik de ontwikkelingen in mijn lichaam niet altijd even aangenaam. In die periode probeer je vooral op te gaan in de heersende schoonheidsnormen, die ook toen al lang en slank waren. En dat was ik dus niet. Toen iedereen begon aan zijn groeischeut, bleek de mijne al gestopt. Maar vormen kreeg ik wel. Tot mijn verbazing en ook een beetje tot mijn schrik en ongenoegen.

my body and meMaar 25 jaar later, op mijn 41ste heb ik vrede met mijn lichaam, met mijn vormen. Ik mag dan niet tot de grootsten behoren, ik kan wél altijd hoge hakken dragen. En ja, ik heb vormen, maar in de loop der jaren leer je je sterke punten benadrukken en je zwakke punten te maskeren. Op mijn 41ste zit ik eigenlijk redelijk goed in mijn vel. Idealiter fiets ik er nog 2 kg af, maar het lukt de laatste tijd zo moeilijk om mijn trainingsritme aan te houden en ik eet/snoep nu eenmaal zo graag.

Het had misschien wel leuk geweest als ze bij het vormen van mijn unieke genetische combinatie toch net iets minder familienadeeltjes bijeen gestoken hadden. En dus zit ik tegelijkertijd opgescheept met de trage vertering van mijn grootvader, het mindere gehoor van mijn grootmoeder en het verminderde zicht van de andere kant. Te laat uitgebreid tafelen zit er dus niet in en het vooruitzicht om hoe langer hoe minder te zien en te horen is ook niet bepaald een rooskleurig toekomstbeeld, maar we zullen het er toch mee moeten doen. Want als ik ook dat stukje genen van mijn oma heb doorgekregen, behoor ik tot een taai vrouwelijk ras, dat het toch wel even uitzingt.

Bovendien moeten we eerlijk zijn, op je 41ste beginnen de eerste slijtagetekenen zich te vertonen. Toen ik een dikke 10 jaar geleden voor het eerst last had van een ontstoken schouder, verwittigde mijn toenmalige baas me nog dat dat wel eens mijn zwakke punt zou kunnen worden. “Jaja”, en in al mijn naïviteit dacht ik toen nog dat het allemaal wel niet zo’n vaart zou lopen. Een ontstoken schouder was toch gewoon wat pech hebben. Intussen weet ik wel beter.

Toch ben ik blij met dat lijf van mij. Het heeft me 2 prachtige kinderen geschonken. Ja, er zitten wel wat productiefoutjes in hier en daar en het had handig geweest als we wat reserveonderdelen hadden kunnen aanspreken, maar het doet wat het moet doen en het is gezond. Wil ik met de kinderen gaan schaatsen, dan kan ik dat. Wil ik mezelf een stevige fietstraining opleggen 3 keer per week, dan lukt dat. Willen we nog eens een avondje met zijn tweetjes gaan dansen tot een stuk in de nacht, dan kost ons dat achteraf een pak meer moeite dan vroeger, maar dan doen we dat gewoon.

Ik draag dan ook zorg voor mijn omhulsel. Ik probeer zoveel mogelijk te bewegen (al moet ik mijn fietstraining dringend weer hervatten), ik probeer gezond te eten, genoeg te slapen en naar mijn lijf te luisteren, en af en toe eens goed te zondigen, want je leeft echt maar één keer. Dat hoop ik mijn zoekende tienerdochters vooral mee te geven: aanvaard wat je hebt/krijgt en draag er zorg voor. En relativeer het lichamelijke/uiterlijke aspect toch zoveel mogelijk. Want er is meer in het leven dan enkel je lichaam/uiterlijk, ook al krijgt dit aspect buitensporige (media)aandacht.

Dus, meisjes van mij, lees, fantaseer, praat, eet, geniet, relativeer, lach en LEEF!

Een afscheid en een nieuw begin

Vrijdag stond er een afscheid op mijn programma. Na 2 jaar heb ik besloten nieuwe professionele wegen in te slaan. Een afscheid, dat wil zeggen: cake en traantjes. Ik ben niet zo goed in afscheid nemen. Nooit geweest eigenlijk.

Toen ik als kindje nog met mijn ouders op vakantie ging, had ik er al moeite mee. In mijn prille kindertijd brachten wij elk jaar een week aan de zee door, in een vakantiedorp. Altijd waren er wel kinderen in de buurt met wie het klikte. Tot je op het einde van de week naar je vertrouwde stek moest terugkeren. Ontelbare keren verliep het eerste stuk van de autorit naar huis in traantjes. Contact houden was in die tijd ook niet evident. Wij hadden toen zelfs nog geen telefoon. De enige manier om contact te houden, was brieven schrijven, wat als 6- of 7-jarige bepaald niet evident was.

Later brachten we onze vakantieweek door met vrienden van mijn ouders en hun 4 kinderen. Het klikte ook tussen de kinderen en we beleefden dan ook dolle weken. Maar het afscheid bleef moeilijk. Geografisch gezien woonden we toch een eindje uit elkaar. We zagen elkaar ook wel eens doorheen het jaar, maar dat beperkte zich tot een tweetal namiddagbezoekjes en dat was bijlange zo intens niet als de week kattenkwaad die we in de zomervakantie samen mochten beleven. Intussen slaagde ik er wel in om doorheen het jaar min of meer contact te houden via (ellenlange) brieven. Mijn liefde voor schrijven moet daar ooit zijn oorsprong gevonden hebben.

Nog later kende ik mijn eerste reizen alleen. Zo mocht ik op mijn zestiende op uitwisseling in een Waals gezin (om Frans te leren). Het afscheid van mijn ouders kostte me toen ontzettend veel moeite. Een onbekend gezin, een onbekende Vlaamse mede-uitwisselaar, het overviel me allemaal bij het afscheid en dus was ik ontroostbaar. En dat duurde toch wel even. “Elle pleure encore?”, vroeg de stoere Vlaamse jongen, die een paar jaar ouder was en absoluut geen moeite had met het vertrek van zijn ouders. Toch beleefde ik daar toen 2 fantastische weken: een zalig gastgezin, leuke plaatselijke vrienden en vriendinnen,… Dus bleek ook het vakantie-einde een zware dobber, een waar tranendal. Maar de volgende jaren keerde ik er wel terug, om mijn Frans te perfectioneren.

Afscheid nemen went wel in de loop der jaren. Contact houden is ook een pak makkelijker geworden. Geen bladzijdenlange epistels meer, maar op het einde van een fantastische (vakantie)periode Facebook-gegevens uitwisselen, af en toe berichtjes sturen en elkaars foto’s liken, met Kerstmis nog eens een kaartje of een cadeautje opsturen… Professioneel gezien wordt een afscheid meer een feestje, zeker als je zelf voor je vertrek gekozen hebt. Je trakteert met een hapje of een drankje en je spreekt meteen af om samen nog eens te gaan eten. Je pinkt wel een traantje weg, maar dat hou je voor de autorit op weg naar huis.

werk-waar-je-van-houdVrijdag was ik dan ook voorbereid, met de nodige cake om het vertrek te verzachten. En dan krijg je het afscheid dat je verwachtte. Op weg naar huis moet je toch even een ferme krop wegslikken. Tot je thuiskomt en de echtgenoot heel droogjes opmerkt: “En wanneer staat het etentje met je nu ex-collega’s gepland?”

Maar 2 dagen verder zit de buik wel vol kriebels. Want de nieuwe uitdaging begint straks echt. En daar kijk ik toch ontzettend naar uit.

Liebster Award – deel 2

liebster En nog een Liebster Award, ditmaal eentje van misscaesar. Gratis en voor iedereen, en het waren leuke vraagjes, dus we doen mee 😉

De Liebster Award is een award die nieuwe of beginnende blogs de kans geeft om een beetje in de schijnwerpers te staan. Als je de award krijgt, moet je op de 11 vragen antwoorden die je kreeg, en vervolgens zelf een award sturen naar 5 bloggers, samen met 11 nieuwe vragen.

1. Wat heb je gestudeerd en ben je tevreden over die keuze?

Ik heb licentiaat Romaanse Talen gestudeerd en ik zou het zo opnieuw doen. Ook al weet ik intussen dat het misschien niet de meest jobgerichte opleiding is die je kan kiezen (als je niet in het onderwijs belandt). Maar ik ben nog altijd dol op Frans en Italiaans én ik heb fantastische boeken mogen lezen uit de Franse, Italiaanse en wereldliteratuur. Het linguïstische gedeelte van de studie lag me net iets minder, maar het kan niet al goud zijn wat blinkt.

Terugblikkend zou ik wel nog een aanvullende opleiding geschiedenis erbij doen. Ik zou, puur uit interesse, voor een jaar moderne geschiedenis opteren. Omdat je veel uit het verleden kan leren aangezien dezelfde fouten zich telkens opnieuw schijnen te herhalen 😉

2. Als je één ding zou mogen wensen, wat zou het zijn?

Het enige dat ik voor mezelf zou wensen, is tijd. In eerste instantie om bij man en kinderen te zijn, om te genieten met familie en vrienden, maar ook om een aantal wilde ideeën misschien toch eens uit te werken. Om dat boek in mijn hoofd eindelijk toch eens neer te schrijven.

3. Heb je huisdieren?

Wij hebben een schat van een hond, ons Indie. Over haar schreef ik eerder al:

4. Mag ik je agenda zien? (De lay-out, inhoud hoeft niet :D)

Mijn smartphone is mijn agenda. Daar staan zowel mijn werkafspraken als mijn privédingetjes in. Een papieren versie heb ik niet meer. Het is al moeilijk genoeg om één ding up to date te houden, laat staan dat ik het én zou opschrijven én zou ingeven in de gsm. Wel hebben we in onze keuken de Libelle-kalender ophangen en daar schrijven we het meeste ook nog op. Daar vind ik de werkvergaderingen van de echtgenoot, daar schrijven we familie- en verjaardagsfeestjes op, mijn lates, mijn weekends én tandarts-, kappers-, dokters- en andere afspraken. Als we het niet vergeten te noteren 😉

5. Wat neem je mee naar je werk? (Van eten, andere spulletjes…?)

Naar mijn werk neem ik mee: mijn handtas, een fles Spa, mijn boterhammetjes, een doos Grany Brut, en een doosje Morocco Mint-thee. Ik zou dringend nog eens wat fruit moeten meenemen als gezond tussendoortje.

6. In welke hype ben je ooit helemaal opgegaan?

Duivelsgekte_miniWij gaan elke keer volledig op in alweer een nieuwe Rode Duivels-hype. Tijdens het WK vorig jaar hadden we de spiegels van onze beide auto’s “aangekleed”, hing onze vlag uit (die we ook meenamen op reis naar Italië). Op het werk had ik van de collega’s Duivels-hoorntjes gekregen voor de computer en hing op het prikbord achter mij ook een vlag.

Op matchdagen droeg de echtgenoot zijn Duivels-shirt (zelfs terwijl hij toezicht moest doen bij de examens, tot hilariteit van zijn leerlingen) en ga ik in het rood gekleed werken. Tijdens de match komen daar dan nog de geschilderde vlagjes op onze kaken bij. Verder hebben we nog hoeden, drietanden en truitjes uit verschillende tijdperken 😉 Voor mij is dat echt genieten én onze dochters zijn intussen ook al gebeten door de microbe.

7. Welke fantastische tip heb je om je huishouden op rolletjes te laten lopen?

Relativeren, soms je ogen sluiten voor de rommel en op tijd en stond hulp inroepen.

8. Welk gerechtje kan jij goed klaarmaken en deel je even het recept?

Ik ben bij ons thuis eigenlijk de weekend-kok. Tijdens de week is de echtgenoot vroeger thuis en maakt hij meestal het eten. Als ik kook, kook ik dus meestal gerechten die wat meer tijd en werk in beslag kunnen/mogen nemen. Op feestjes pak ik regelmatig uit met mijn zelfgemaakte lasagne. Je kan je schalen perfect op voorhand klaarmaken, zodat je ze de dag zelf enkel nog in de oven hoeft te schuiven. Zo kan je zelf ook nog meegenieten van het gezelschap en hoef je niet de hele avond of namiddag in je eentje in de keuken door te brengen.

Als dessert gaan we meestal voor een duo-chocomousse. Het favoriete nagerecht van de jongste. Eigenlijk varieer ik: er zijn potjes bruine, potjes witte en potjes bruin-witte chocomousse. Voor ieder wat wils dus 😉

9. Heb je ooit een dieet gevolgd en zo ja, wat zijn je ervaringen ermee?

In mijn tienerjaren was ik zo’n 10 kg zwaarder dan nu. Ik heb dus zowat alles geprobeerd om die overtollige kilo’s kwijt te raken. Montignac (kreeg ik hoofdpijn van), vegetarisch eten, vetten of suikers of koolhydraten,… schrappen,… De conclusie na alle pogingen is dat je gewoon alles mag eten, maar met mate. En dat je een dieet best combineert met een gezonde dosis sport. Dat is volgens mij het enige dat voor blijvend resultaat zorgt.

10. Mocht je nog een opleiding moeten volgen, wat zou je kiezen?

Stel dat ik om een of andere reden ineens een zee van tijd heb, dan zou ik nog een master geschiedenis bij willen studeren. Omdat geschiedenis me heel erg interesseert en omdat ik eigenlijk graag met mijn hersenen bezig ben.

En tegelijkertijd zou ik ook graag dingen “kunnen”. Beter leren koken en bakken, beter leren fotograferen, leren naaien,… En ik zou daar redelijk fanatiek in zijn. Niet zomaar een vrijblijvende cursus koken, maar dan meteen de opleiding patisserie, bijvoorbeeld.

Daarnaast wil ik mijn vaardigheden op werkvlak natuurlijk verder ontwikkelen. Uitdieping van de social media, webdesign of van google analytics, een serieuze bijscholing communicatie en media, schrijfvaardigheidscursussen,… laat maar komen!

11. Waar koop jij de meeste van jouw kleren?

Meestal kies ik voor een paar (duurderde) blikvangers, aangevuld met mooie basisstukken. Blikvangers vind ik bij Lucy has a secret, Billi Bloom, Avalanche, King Louie,… De basisstukken komen meestal van Esprit.

Leuke winkels zijn HIPPO!Royale in Leuven, Vixx/Victor in Putte en Plan in Heist-op-den-Berg.