Dansen op een slappe koord…

Hoe zou het nog met de “worklife balance” zijn geweest in 2017? Nadat we in 2016 besloten een stapje terug te zetten en opnieuw 4/5de te gaan werken, was het een tijdlang zoeken naar een nieuw evenwicht. Het blijft één van de zwaarste opgaven in een mensenleven om de eisen van het professionele bestaan te verzoenen met het gezinsleven. Er zijn perioden dat je het gevoel hebt alles perfect onder controle te hebben, erin te slagen alle balletjes in te lucht te houden, maar op andere momenten loop je gewoon achter de feiten aan. Dan lukt de combinatie weer net wat minder en moet je voorrang geven aan het ene of het andere.

Laat ons zeggen dat we in 2017 over het algemeen meestal een goed gevoel hadden. Mijn perfectionistische zelve zou daaraan toevoegen “de ene week was al meer voor verbetering vatbaar dan de andere”. Maar globaal gezien was er lucht en waren er weken dat ik alle to do’s van het lijstje in mijn hoofd kon schrappen. (Waarop ik er dan meestal nog een paar items aan toevoegde, kwestie van het toch maar spannend te houden.) Het is – met onze twee tienerdochters – ook al makkelijker om alles geregeld te krijgen dan toen onze dames nog peuters of kleuters waren en we regelmatig met kinderziektes en andere onvoorziene omstandigheden af te rekenen hadden. Onze meiden helpen al eens een handje en kunnen zichzelf ook al best redden. En dat brengt rust.

Toch waren er ook dit jaar weer momenten dat het tempo de hoogte in moest: de examenperiode van de echtgenoot is altijd weer naar adem happen en ook bij mij waren er drukke tijden. Het is een fijn gevoel als je weet dat het best lukt om dat tandje bij te steken. En dus hou ik een optimistisch gevoel over aan 2017. Maar misschien verschilde dit jaar niet eens zo gek veel van de voorbije jaren. Misschien heb ik vooral de waardevolle lessen die ik de voorbije jaren leerde in de praktijk gebracht…

Leer relativeren! De moeilijkste les voor een perfectionist als ik. Het is ok als er na het weekend nog een mand strijk overblijft. Het is ok als ik er de voorkeur aan geef om eerst een boek te lezen vooraleer ik aan mijn huishouden begin. Het is ok om uit te slapen in het weekend als we daar nood aan hebben. Het is ok om frietjes te gaan halen als we eens geen zin hebben om gezond te koken. Het is ok om de rommel in een kamer weg te steken en de deur toe te trekken zodat we onze opruimwoede een tijdlang kunnen negeren. Maar het is even goed ok om te denken dat ik mijn uurtje leesplezier moet “verdienen” door eerst orde op zaken te zetten in mijn huishouden.

Luister naar je lijf! Je bent niet moe van de ene dag op de andere: je lijf zal je op zijn eigen unieke manier verwittigen als je tegen je grenzen aan het botsen bent. Mijn lijf heeft een hele variatie aan boodschappen, gaande van ontstekingen (nog vrij onschuldig) tot zware migraine-aanvallen. En ja hoor, er speelde dit jaar wel eens een schouder op en ik moest hier en daar wel eens een migrainepil nemen, maar het viel al bij al wel mee dit jaar. Het helpt als je tijdig rust neemt (en dus regelmatig bijslaapt in het weekend) en naar je lichaam probeert te luisteren. Het helpt als je de voortekenen van een migraineaanval ernstig neemt en je voorzorgen neemt. Lukt dat altijd? Uiteraard niet, want tussen “weten” en “doen” ligt ook nog een hele weg, maar is bewustzijn niet de eerste stap?

Onderga! Voor alle momenten dat het toch niet lukt om te combineren zoals jij dat liefst zou doen, of zoals je het in je hoofd had, onderga! Go with the flow! Hou je gevoel voor humor, lach er samen mee, ventileer indien nodig en tel af naar momenten dat er weer net dat beetje extra ruimte is. Het helpt niet om je te verzetten, om je kwaad te maken of om je op te jagen in de dingen die je toch niet kan veranderen. Onderga. Er zijn altijd betere tijden op komst. Soms duurt dat wel even, en dan kan je maar beter het beste maken van datgene waar je nu door moet. (Ik moet toegeven dat dit ook een moeilijke is voor mij 😉.)

vintageSoms is het genoeg dat je je best doet. Dat je probeert. Soms met succes, sommige dagen wil het maar niet lukken. Maar ook die dagen gaan voorbij. Zei de 44-jarige perfectioniste die zich de laatste jaren keihard inzet om het glas halfvol te zien en daar nu toch al regelmatig eens in slaagt. En zichzelf belooft om in 2018 even hard haar stinkende best te doen om er af en toe in te slagen 😉. Is dat geen realistisch voornemen?

Advertentie

Perfectie bestaat niet. Gelukkig maar?!

Het perfecte leven bestaat niet, de perfecte ik ook niet, maar toch steken we vaak ongelooflijk veel moeite in het “streven naar”. Dat maakt hoe langer hoe meer mensen doodmoe. Maar het leven is bijlange niet zo schitterend als we op de sociale media tonen. Geweldige feestjes, mooie outfits, gezonde en aantrekkelijke maaltijden tonen we met veel plezier en fierheid. De avonden na de feestjes dat je doodmoe in je pyjama in de zetel hangt of geweldig vroeg in je bed ligt omdat dat uitgaan wel héél lang in je kouwe kleren kruipt, zie je uiteraard niets verschijnen op instagram en consoorten.

wasmand_miniOok ik toon foto’s van onze nieuwe veranda als ze volledig opgeruimd en gekuist is en geweldig blinkt. Wanneer het rekje met onze was er staat, wanneer de boekentassen van de kinderen of volle wasmanden de doorgang volledig versperren, er schoenen verspreid liggen en de tafel bezaaid ligt met hun schoolgerief en hun boeken, dan toon ik dat niet. Dus kies ik voor een beperkte selectie uit ons dagelijks leven. Met aangepaste, glanzende filter uiteraard.

Tegelijkertijd zie ik rond mij hoe langer hoe meer mensen tegen hun grenzen aanbotsen. De combinatie van een (pril) gezin met professionele ambities, bouwperikelen en een druk sociaal leven wordt te zwaar. Ook te veel late twintigers of jonge dertigers willen of kunnen niet meer mee en haken af. Is het omdat we te veel willen? Ligt de druk van de (professionele) maatschappij te hoog? Of doen we het onszelf aan omdat we niet willen of kunnen kiezen?

15 jaar geleden was het bij ons pompen of verzuipen. Drukke professionele bezigheden, kleine kinderen, een huis bouwen: het was een beetje te veel van het goede. Er waren momenten dat we een babysit vroegen om eens een nachtje te kunnen doorslapen. Ons sociaal leven kende een serieuze dip en me-time was er de eerste 5 jaar na de dochters heel weinig bij. Mijn laatste boek (Kapitein Corelli’s Mandoline) las ik vlak voor de geboorte van de oudste. Pas 4,5 jaar en een tweede dochter later las ik met de “Da Vinci Code” opnieuw een boek uit. We beslisten samen dat ik 4/5 zou gaan werken om de combinatie werk-gezin draaglijker te maken. Er kwam een hometrainer: zo kon ik thuis mijn kilometertjes malen en hoefde ik geen babysit te boeken om 1 à 2 keer per maand een duur sportabonnement te verantwoorden.

Tot mijn grote frustratie slaagde ik er desondanks niet in om alles perfect rond te krijgen. Ik wou tegelijkertijd de perfecte mama zijn, de perfecte partner, de perfecte werknemer met een druk en uitgebreid sociaal leven en liefst ook nog fit en gezond, maar ik kreeg dat maar niet voor elkaar. Ik deed mijn best, probeerde voor alles en iedereen goed te doen, maar slaagde daar in mijn ogen te weinig in en vaak ten koste van mezelf. Het was uiteindelijk een storend (en onnodig) werktelefoontje op reis dat mijn emmer deed overlopen. Dat deed me beseffen dat er grenzen waren aan mijn combinatiedrang en mijn flexibiliteit. Het werd tijd om keuzes te maken. Voor mezelf en voor mijn gezin.

Daarna werd het stilaan beter. De dochters groeiden op, ons sociaal leven keerde weer, er kwam terug wat meer balans. Af en toe kregen we zelfs al eens een gevoel van “het lukt”. Tot een zieke dochter, deadlines of een onverwachte gebeurtenis weer roet in het eten gooiden. Gelukkig leer je met de jaren (beter) relativeren. Je leert dat “goed genoeg” ook mooi is. Je leert keuzes maken, grenzen stellen en de consequenties aanvaarden. Je leert dat je niet alles onder controle kan hebben of houden. Je leert om je aan te passen. Je leert vooral dat je niet alles tegelijkertijd kan combineren, maar dat dat best ok is. Meestal toch. Je weet dat na een drukkere periode ook weer een dipje zal volgen dat je wat ademruimte zal geven. Je leert dat je niet altijd en overal bij kan zijn en dat je daar gerust mee kan leven, zolang je maar het beste maakt van de momenten die je wel beleeft. Je leert dat je niet voor iedereen goed kan doen en je aanvaardt dat zolang jouw geliefden daar tevreden mee zijn. Je leert te leven in het moment.

Lukt dat? Soms wel, heel vaak niet. Maar we hebben nog een leven voor ons om eraan te werken. Want geef toe: hoe saai zou ons leven niet zijn als we niets meer hadden om naar te streven…

(A)sociale media: onze gsm’s in de parking?

De sociale media. Ik ben al jaren fan. Maar sinds een tijdje duiken er hier toch barstjes in de relatie op. Toen ik nog als sportjournalist werkte bij Nieuwe Media was het “part of the job” om op de hoogte te blijven van de evoluties in het medialandschap. Onder invloed van een paar front row-collega’s was ik er dus als de kippen bij: wij experimenteerden met alle mogelijke internet- en sms-toestanden. Op een blauwe maandag hebben we zelfs nog MMS-berichten verstuurd (sms’jes met foto’s).

Msn was in die tijd ons geliefde roddelkanaal. Als er nieuwtjes te verspreiden waren, en je wou dat enigszins discreet doen, dat opende je je msn-chatbox en begon je als een gek te typen. Absoluut heel discreet ;-). Toen facebook zich begon te verspreiden, schakelden we over op dit nieuwe mediakanaal. In het begin was het een leuke speeltuin: je vond familie en vrienden van vroeger terug, je deelde hier en daar wat foto’s en je gaf hier en daar wel eens wat commentaar op een tv-programma of je sprak je solidariteit uit.

In de beginjaren moest je ook echt nog moeite doen om iets met de sociale media te kunnen doen: je had een laptop nodig, internetverbinding,… Als je een foto wou toevoegen, moest je die eerst op je computer laden en dan duurde het eeuwen vooraleer je die in facebook opgeladen kreeg. Intussen zijn we echter 10 jaar verder en heeft iedereen een smartphone, kan je overal wifi gebruiken en maak je de meeste foto’s gewoon met je gsm.

Maar dat heeft ook ferme nadelen: je hebt je gsm gewoon altijd bij de hand. Je bent ook altijd online. Het kost ook totaal geen moeite meer: even je FB checken of een commentaartje plaatsen op Twitter terwijl je een match volgt op tv. Na het koken even een foto trekken (of een paar) en de beste vlug nog even posten via Instagram. Het stopt eigenlijk nooit meer. Voor je het weet ben je alweer drie kwartier kwijt. Je wereld wordt groter (nu vind je op Twitter meer dan genoeg gelijkgezinden om te lullen over een voetbalmatch of het Eurovisiesongfestival of K3 zoekt K3 ;-)), maar tegelijkertijd ook een pak kleiner (waar is de tijd dat we samen op café gingen om live naar een voetbalmatch te kijken en live commentaar te geven?).

facebookEn laat ons eerlijk zijn: het leven dat we via de sociale media delen, is op zijn minst “bijgekleurd”. Zo goed als iedereen kent nu wel iets van fotobewerking, of verfraait zijn foto’s via Instagram. Daar waar we vroeger nog wel eens een baaldag durfden delen, is dat nu absoluut not done. Je online leven is prachtig, leuk, vol “YOLO-ervaringen” en “OMG-belevenissen”. Op Facebook schijnt de zon altijd, zijn we altijd op vakantie, vieren we altijd feestjes, of checken we in bij dat éne optreden (waar overigens iedereen bij is), zijn we altijd mooi gekleed en mooi opgemaakt. We werken nooit, we hebben nooit slaapgebrek en zijn nooit ziek ;-).

Vind ik dat erg? Neen, want je past je verwachtingen aan en je doet ook mee. Als ik met die ene ex-collega nog eens wil chatten, dan doen we dat gewoon. Dan hoeven we even geen schijn op te houden, kunnen we elkaar vragen hoe het nu echt met ons gaat, met ons werk en met onze kinderen. Dan kunnen we even terug naar de tijd dat we allemaal samen aan onze bureautjes zaten en (onopvallend) nieuwtjes zaten uit te wisselen. Stiekem geniet ik ook heel erg als ik een foto zie passeren van het jongste dochtertje of het oudste zoontje van een neef of een nicht dat ik nog niet irl heb gezien. Dat ik dan even kan denken: “ze is toch helemaal de papa” of “hij aardt toch helemaal naar onze kant”.

Maar misschien wordt het wel tijd dat we hier thuis ook een “parking” installeren voor onze smartphones. Dat hier na 21.00 uur alle gsm’s uitgeschakeld worden en we af en toe nog eens gewoon samen kunnen zijn. Want de mama en de tienerdochter zijn soms wel veel bezig met hun gsm en dat werkt de echtgenoot wel eens op de zenuwen. De opmerking “ik zal mijn commentaar misschien ook op Twitter plaatsen, dan kan je daarop reageren”, is hier wel al eens gepasseerd.

Want wij hebben nog anders geweten, maar voor de tienerdochter en haar generatie zal het nooit anders zijn. Onze dochters zullen hun jeugd (en hun jeugdzonden) beleven in de schijnwerpers van de sociale media, wat bij ons gelukkig niet het geval was. Niet dat ik zoveel uitgestoken heb in mijn jonge jaren, maar bepaalde dingen hoefden mijn ouders (en latere werkgevers) niet echt te zien. Ontelbare fuiffoto’s heb ik intussen al zien passeren (en die zien er allemaal hetzelfde uit), toen ik bij sollicitaties wel eens de profielen van mogelijke kandidaten checkte. Dat er momenteel nog altijd te veel jongeren zijn die hun profielen niet beschermen, kan er bij mij trouwens niet in.

Een boek vergeten op school? Dan neem je toch gewoon de ipad, maak je een foto van de nodige pagina’s en deelt die via facebook? Afspraken maken voor een uitstapje met de klas? Ik denk dat daar honderden berichtjes via msn aan voorafgaan… Toen wij deze week aan de oudste vroegen om goed af te spreken met de fietsvriendinnen voor de volgende dag, nam ze haar gsm om “even te sms’en”, terwijl ze 5 minuten later met diezelfde vriendinnen 30 minuten zou fietsen. Wat de echtgenoot de uitspraak ontlokte: “je vraagt je soms af hoe wij er ooit in geslaagd zijn onze jeugd te overleven zonder een smartphone…”

Sociale media hebben duidelijk hun voor- en nadelen. Uiteraard kan ik mijn dochters in deze tijden niet afzijdig houden (neem hun gsm maar eens een avond in beslag, amai!), maar soms mag het wel eens wat minder. Soms mag het wel eens wat rustiger. Soms mag het perfecte facebook-leventje wel even een weekendje aan de kant voor het gewone leven. Ook voor de mama, want die zou het goede voorbeeld moeten geven…

Recht op foutjes, recht op falen?

De KU Leuven heeft besloten dat eerstejaars die te zwaar buizen, geen tweede kans krijgen, maar een nieuwe studierichting moeten kiezen. Toen rector Rik Torfs dat voorstel deed, vond ik het in eerste instantie nog begrijpelijk, “gezien de kost voor onze maatschappij die een bisjaar met zich meebrengt”.

Intussen zijn we een paar weken verder, is het voorstel regel geworden (toch aan de KU Leuven) en heb ik toch een paar bedenkingen. Ik ken immers een paar studenten die hun eerste jaar zwaar gebuisd waren. Te veel gefeest, niet kunnen omgaan met de nieuwe vrijheid, vaak ook geen degelijke studiemethode… Dat leidde tot een pijnlijke reality check op het einde van dat eerste jaar. Maar degenen die ik ken, zijn wel opnieuw begonnen. Ze hebben doorgezet en hebben hun diploma alsnog gehaald. Eén iemand heeft dat zelfs met glans gedaan, is later nog gaan doctoreren en is nu professor. Dat zullen allicht de uitzonderingen zijn, de minderheid,… Maar met het nieuwe voorstel worden zij wel de “collateral damage”.

Ook mijn studieloopbaan liep niet helemaal over rozen. Ik had een existentiële crisis in 1e licentie (Is dit het nu? Is dit de richting die ik met mijn leven uit wil?) die tot een thesisjaar leidde. Een jaar te veel. Ik heb dat jaar gewerkt om mijn studies te kunnen betalen. Ik heb daar veel uit geleerd. Dat niet alles vanzelfsprekend was, dat je ervoor moet werken als je echt iets wil. Maar ik had het wel nodig om met mijn kop keihard tegen de muur te lopen. Mijn “falen” heeft me veel bijgebracht.

Ik vind het eigenlijk een teken des tijds. We zijn zo streng geworden, zo hard voor mekaar. Nog een voorbeeldje: de discussie over hoe we gezin en job moeten combineren ontaardde in een welles-nietes tussen vrouwen onderling, waarbij de pot de ketel vanalles verweet. Als we solidair geweest waren en vooral gehamerd hadden op het feit dat alle vrouwen “de keuze” moeten hebben, dan zou het allicht meer indruk gemaakt hebben. Nu hebben we onze eigen ruiten voor een stuk ingegooid. Nu werd een terechte bekommernis van veel ouders nogal makkelijk onder de mat geveegd omwille van die onderlinge discussies.

En dat doen we wel vaker. Steeds meer Belgen geven hun buren aan bij de belastingdienst. Stakers verwijten niet-stakers egoïsme en omgekeerd. Waar is de solidariteit gebleven? Waar is het begrip voor elkaar gebleven? Moet dat eerst economisch afgewogen worden? Kunnen we ons “begrip” wel permitteren? Zijn we zeker dat zij het écht wel slechter hebben dan wij en op geen enkele manier van het systeem profiteren voor we willen meeleven? Zijn we nu echt allemaal zo kil en berekend geworden?

Moeten we dan echt allemaal perfect zijn? Mogen we geen fouten meer maken? Moet ons falen onmiddellijk bestraft worden? Hebben we geen recht op een tweede kans? Mogen we niet meer leren van onze eigen stommiteiten? Ik dacht dat onze jeugd bedoeld was om fouten te maken en daaruit te leren zodat je in je later leven daar de vruchten van kon plukken.

En dus vind ik het voorstel van de KU Leuven te ver gaan. Iedereen heeft het recht te falen, zolang je maar uit je fouten leert. Ik wil geen deel uitmaken van een maatschappij die perfectie tot de norm maakt. Ik herinner me nog heel goed dat een professor zijn eerste les begon met de woorden: “kijk eens goed naar uw collega links van u en uw collega rechts van u: één van beiden zit hier volgend jaar niet meer”.

Ik heb het wel gehaald, maar dat was me niet gelukt zonder de hulp van een hele groep medestudenten. We deelden samenvattingen, vragen, we legden elkaar moeilijke stukken uit, we spraken elkaar moed in en pepten elkaar op als het eens wat moeilijker ging. We lachten samen, we huilden samen, we deden het SAMEN. We waren solidair… Zo’n maatschappij wil ik voor mijn dochters…

Te veel druk op onze kinderen?

dochters_miniDeze week een interessant artikel gelezen over de druk op onze kinderen. Als mama van 2 prachtige dochters voelde ik me uiteraard aangesproken. Mag ik mijn dames misschien even voorstellen?

 

  • Mijn dochters lezen. Veel. Allebei. De oudste had tijdens onze 3 weken vakantie 7 boeken mee. Toen de hare uit waren, heeft ze die van de zus ook nog gelezen en is ze ook aan die van de mama begonnen. De jongste is het laatste jaar aan een serieuze inhaalbeweging bezig. Ze is de hele kast van haar zus aan het plunderen… Ze gaan ook volledig op in hun boeken en genieten van de fantasiewereld die zich voor hen ontvouwt.
  • Mijn dochters zorgen. Mijn beide dochters zijn de (bijna) oudste kleinkinderen en hebben een groot hart voor de neefjes en het nichtje die hen volgen. Ze spelen, ze bedenken spelletjes, ze roepen hen tot de orde, ze houden hen bezig. Ze zijn ook volledig uitgeteld na een dagje met de neefjes en het nichtje, maar ze genieten zo intens van dat contact.
  • Mijn dochters praten. Met anderen. In vreemde talen. Met handen en voeten. Sinds wij de vakanties met ons gezin in het buitenland doorbrengen, sluiten onze dames – ondanks taalbarrières – toch de nodige vriendschappen. Het eerste jaar hadden de jongste en haar Noors vriendinnetje nog de hulp van de respectievelijke papa’s nodig om elkaar te begrijpen, maar jaar na jaar lukt het beter. Het is prachtig om je oudste dochter een heel (vrijwel foutloos – we zijn en blijven linguïsten) gesprek te zien voeren in het Engels, terwijl ze nog nooit Engelse les gehad heeft of om haar kinderen in de rij voor haar te zien helpen in het beetje Frans dat ze al gehad had…
  • Mijn dochters zijn nieuwsgierig. Ze vinden het geen opgave om samen met de mama en de papa een nieuwe stad te ontdekken, een museum binnen te gaan en verhalen (uit het verleden) te beluisteren. Ze lezen de krant en stellen vragen. Ze willen begrijpen. Ze vragen oma en opa om uitleg, om familiegeschiedenis, om verhalen “van vroeger”.
  • Mijn dochters dansen. En ja, daar hoort een jaarlijkse opvoering bij. Zenuwen, kriebels in de buik en dan dat podium op. Lichten aan en dansen… En dan zit je als mama in de zaal en zie je die stralende gezichten. Ondanks alle zenuwen/kriebels genieten mijn meiden van hun optreden en dat zie je ook. Brok in de keel en een ongelooflijk fiere mama, telkens opnieuw.
  • Mijn dochters zijn beleefd. Ja, het kan gerust eens stormen, als de oudste vindt dat de mama te veeleisend is en zich te veel op het negatieve fixeert. Maar ze zeggen alsjeblieft en dankjewel en ze weten hoe ze zich moeten gedragen. Toen de jongste “complimenten aan de chef” gaf, glunderde niet alleen onze tafeldame…

Leggen wij te veel druk? Soms. Ik wil dat mijn dochters hun best doen en uiteraard kan je discussiëren over wat dat is “je best doen”. Stellen wij eisen? Ja. Voor wat hoort wat en ze moeten leren dat niet alles in hun schoot geworpen zal worden. Eisen wij perfectie? Ik hoop van niet.

De mama is ook niet perfect. De mama heeft soms een bad hair day of een zware dag op het werk (of stel je voor de twee samen). De mama is af en toe gewoon moe en kortaf. Het stormt ook wel eens tussen de mama en de papa. Het huis is geregeld een puinhoop en toch kiest de mama ervoor om de ogen te sluiten. Of de stapels wasmanden te negeren… Of om niet te luisteren naar het stemmetje van de perfectioniste in zichzelf…

De volgende Einstein, de nieuwe Kim Clijsters of de volgende winnares van So You Think You Can Dance loopt bij ons thuis (misschien) niet rond. Maar ik ben een heel trotse mama als ik mijn dochters bezig zie. De bouwstenen om gelukkig te worden zitten er wel in. Hopelijk blijven ze doen wat ze doen en zijn wie ze zijn, met plezier. Dan zal de mama, in stilte, met een krop in de keel, en met veel fierheid, vanop afstand toekijken en genieten…

En als de mama te veeleisend is, grijpt de papa wel in 😉