Haar eerste fuif

Onze oudste is 14, op weg naar 15 en zit in het derde middelbaar. Op haar school mogen ze dan voor het eerst naar de schoolfuif. Met apart polsbandje, want drinken zit er (nog) niet in. (In theorie uiteraard). En dus kregen wij een paar weken geleden de al zo lang gevreesde vraag “Mag ik naar de fuif?”, onmiddellijk vergezeld van het onafscheidelijke “Iedereen van de klas mag”.

We hebben onderling overlegd, haar nog even in spanning gehouden en uiteindelijk – nadat ook haar jeugdvriendin thuis groen licht gekregen had – onze toestemming gegeven. Om haar dan nog een paar weken te overstelpen met “goede” raad. “Let op elkaar, blijf bij elkaar, zorg voor elkaar, let op je drankjes, drink niks dat raar smaakt,…” Maar gisteren was het zo ver. En dus zorgde de mama ervoor dat ze op tijd thuis was om haar dochter naar een vriendin te brengen. Daar hadden ze met een hele groep meisjes afgesproken om samen te rijden, want “dan hoef je niet alleen binnen te gaan”.

Ze was toch een beetje nerveus, mijn meisje, en dus heb ik haar alleen maar op het hart gedrukt om ervan te genieten. Om zich te amuseren en te dansen. Toen we arriveerden, heb ik haar nog even geknuffeld (dat mocht gelukkig nog) en haar losgelaten. Ze werd onmiddellijk opgenomen in de vriendinnenkliek en meegenomen. “Nu worden ze toch echt groot, hé”, zuchtten wij mama’s toch even samen en toen reed ik naar huis.

En dan zit je thuis in de zetel te wachten tot je haar mag gaan oppikken en blijkt het toch niet evident om je wakker te houden. En dan zullen de uren in de komende jaren nog wel wat opschuiven. Dan denk je terug aan jouw schoolfuiven, in de prehistorie. Toen er nog gerookt mocht worden en je stinkend naar rook en bier terug thuis kwam. Dat het druk was, dat je eigenlijk geen ruimte had, dat er wel eens getrokken en geduwd werd. Dat er altijd toch een aantal jongens en meisjes waren die geen maat konden houden. Dat dat dansen eigenlijk toch niet veel voorstelde (wegens te veel volk). Dat oogje op de klok om zeker niet te laat buiten te zijn want anders duurde het weer een hele tijd eer je naar je volgende fuif mocht.

Eigenlijk vond ik daar zelf niet zo veel aan, aan die schoolfuiven in het middelbaar. Pas later toen ik kon uitgaan in Leuven werd het écht leuk. Al blijven de mooiste herinneringen gelinkt aan avondjes in onze fakbar die op geïmproviseerde feestjes uitdraaiden. Waar in de vroege uurtjes toch gedanst werd op plaatjes die we aanvroegen of zelf draaiden. Ik heb het nooit écht gehad op die massaevenementen waar je geen plaats hebt om te dansen, te draaien of te ademen. Maar er is niets leukers dan zot doen met een klein groepje.

Maar onze oudste had het wel leuk gevonden. Het blijft toch een belevenis. Die eerste keren kijk je toch je ogen uit. Zie je je klasgenoten ineens in een ander daglicht. Maar toen ze vertelde dat het vooral écht leuk was in het begin, toen er nog niet te veel volk was en ze nog goede muziek draaiden (“niet van die slechte boenkeboenke”), dacht ik toch “dat is onze meid”. En was de mama vooral opgelucht dat alles goed verlopen was en dat ze zich geamuseerd had. Dat alle stiekeme zorgen (in mama’s hoofd) voor niks geweest waren, maar dat ze gewoon genoten had van het springen op “The Hum”. Al moeten we als rechtgeaarde rockers misschien toch nog een beetje werken aan onze muzikale erfenis ;-)!

Advertentie

Cake for life 2015

cake_miniOok dit jaar wilden onze dames maar al te graag hun steentje bijdragen aan Music For Life. En dus trokken zij zaterdagnamiddag met hun tweetjes onze keuken in. Een paar uur later stonden 6 marmercakes te blinken in onze keuken. De keuken was compleet ontploft, maar daar heb je nu éénmaal afwasmachines voor. En mama’s, want de afwas raakt natuurlijk niet vanzelf op de juiste plek ;-).

Zondagmorgen trokken onze dames met hun cake en hun spaarpotje de boer op. Aan 1 euro per stuk gingen ze de omringende straten af. En ze hadden succes: tegen ’s middags hadden ze 72,5 euro verdiend voor “Prinses Harte”, hun zelfgekozen goede doel. Ook over hun plaatje waren ze het snel eens: dat zou “Est-ce que tu m’aimes”, van Maître Gims worden.

IMG_5475Deze namiddag trokken we dan naar De Schorre in Boom, om Music For Life een bezoekje te brengen. Onze dames met hun spaarpotje en het vaste voornemen om hun centjes te doneren. Maar sinds we de laatste keer een bezoekje brachten aan het Glazen Huis (toen nog op het Martelarenplein in Leuven, in de prehistorie dus) is er blijkbaar wel één en ander veranderd. Wij herinnerden ons nog heel goed de glazen buizen waar je je centjes in kon deponeren en dat wilden we met onze dochters graag doen.

Maar al sinds een jaar of 4 nemen ze bij Music For Life geen cash geld meer aan. We moeten onze actie nu registreren en het geld gewoon storten. En dat zullen we uiteraard ook doen, maar het voelt toch enigszins anders aan. Het was immers een actie van onze kinderen: ze hadden samen zelf hun goed doel gekozen, ze hadden zelf de cake gebakken, ze hadden zelf hun spaarpotje geknutseld, ze hadden zelf hun cake aan de man gebracht en ergens is het wel jammer dat ik nu de centjes zal moeten overschrijven. Voor hen was het authentieker geweest als ze hun centjes echt hadden kunnen afgeven…

Maar we hebben Linde Merckpoel wel gezien, we waren van de partij en de centjes worden straks overgeschreven. En al is het maar een druppeltje op een hete plaat, het initiatief kwam wel volledig uit henzelf en dat telde voor ons meer dan de uiteindelijke opbrengst…

Het was weer op het nippertje…

deadlinesHet was hier de laatste weken behoorlijk hectisch. Van job veranderen, de echtgenoot die strijd leverde met een paar deadlines, de oudste die als prille puber stilaan ook een eigen agenda begint te plannen,… Het was even wat pompen. En dus was ik even uit het oog verloren dat de goedheilig man volgende week al zijn opwachting zal maken.

Voor onze dochters mag de magie er intussen grotendeels af zijn, toch zetten ze nog steeds hun schoentje en blijkt de grootste kindervriend hen nooit te vergeten. Maar er zijn intussen al 3 mete- en petekindjes die wel vol verwachting uitkijken naar de komst van de Sint (en zijn cadeautjes). Al zal de jongste (dik anderhalf) allicht niet goed beseffen wat hem overkomt. Toen onze dochters zijn leeftijd hadden, hadden ze meestal meer oog voor de verpakking dan voor hetgeen er in de dozen zat. Zo kreeg de oudste ooit haar allereerste Playmobilsetje cadeau en heeft ze zich de rest van de ochtend vooral geamuseerd met de doos. Open, dicht, erin, eruit,… Geweldig vond ze dat. Het speelgoed zelf leerde ze pas later appreciëren.

Maar de vooruitgang staat voor niks. Waar we vroeger de kinderen naar oma en opa brachten “om met de Sint te gaan praten”, deed ik dit jaar mijn Sint-aankopen online. En gelukkig konden we de verlanglijstjes inwilligen. Al zal ik – ouderwetse shopper – pas gerust zijn als ik alles in mijn handen heb en alles er degelijk uit ziet. Want wie weet spelen ook de metekindjes liever met de doos… En als het tegenvalt, hebben we nog 2 zaterdagen om alsnog met de Sint te gaan praten ;-). Sowieso moeten we nog bij hem langs voor het snoepgoed.

Soms wou ik dat we beter georganiseerd waren. Als ik hoor en lees dat vele mama’s al weken klaar zijn met hun Sint-aankopen, dan vraag ik me vaak af hoe iedereen dat doet. Ik kan ook oprecht bewondering koesteren voor mensen die al in augustus bezig zijn met hun kerstcadeautjes. Hoe ik me ook in bochten draai, de kerstcadeautjes worden hier meestal pas de laatste week voor de kerstvakantie uitgezocht en dat zal dit jaar allicht niet anders zijn, ondanks alle goede voornemens. Het is niet dat we zitten te niksen. Integendeel, onze avonden en weekends zijn meer dan goed gevuld. Volgende week beginnen de examens alweer en dan wordt het ontzettend druk voor de echtgenoot en de dochters. Gelukkig is er dit jaar nog zo goed als een hele week kerstvakantie voor we aan de feestdis gaan zitten. We hebben dus nog zeeën van tijd…

“Ach menneke”, zei mijn meter vroeger, “ge hebt er van alle soorten nodig”.  Dat ze me toen troostte omdat ik in volle puberteit mijn beklag deed over mijn gebrek aan groeipotentieel, dat vegen we nu even onder de mat. Er zijn er nu eenmaal die wat strakker georganiseerd zijn dan anderen en ik denk dat het op mijn bijna 42ste tijd wordt om te erkennen dat ik altijd wel met deadlines zal flirten. Al heb ik het wel maar één keer zo bont gemaakt dat ik de avond voor Pasen nog snelsnel naar de nachtwinkel moest om eieren… Iemand moet het spannend maken, toch?

Een glimp van de vrouw in wording

Vorige week deden wij hier onze eerste winterinkopen. En ditmaal had de jongste spulletjes nodig. Twee keer per jaar wisselen wij hier de kasten en moeten de zomerkleren plaats ruimen voor de winterspulletjes of omgekeerd. Een dergelijke operatie gaat hier meestal gepaard met de nodige passessies en opruimacties (en het nodige gezucht en geblaas bij de dochters, “moet dat echt?”). De kleren die de oudste niet meer passen, worden in de kast van de jongste gelegd. De kledij waar de jongste is uitgegroeid, worden ingepakt en worden doorgegeven aan het jongere nichtje.

Dit jaar bleek er verrassend weinig van de kast van de oudste naar de jongste over te gaan, terwijl we toch weer een paar zakken spulletjes konden doorgeven aan het nichtje. En dus moest de kleerkast van de jongste nodig aangevuld worden. Wat de jongste niet meteen op gejuich onthaalde, want shoppen is voorlopig nog niet haar favoriete tijdverdrijf ;-). Maar het lukte, we verzamelden toch redelijk wat spulletjes die zij uiteraard meteen uit de kast haalde.

Toen ze de trap afkwam in haar eerste nieuwe outfit, was dat toch even schrikken voor de oudste en de mama. Weg was het jurkenmeisje, maar in een smalle jeans, een lange witte pull en bijhorend bloesje stond daar ineens een tiener. En daar waren we niet op voorbereid. De oudste zag de kloof met haar “kleine” zusje ineens een pak minder groot worden. De mama moest erkennen dat ze geen kleintjes meer heeft, dat we de kinderfase hier stilaan ontgroeien. En dat was toch even wennen.

Het is ook een dubbel gevoel. Bij een eerste kindje groei je zelf mee. Je went stap voor stap aan dat opgroeiende mensje. Je staat verwonderd van elke stap die je zoon of dochter zet en soms moet je even rennen om gelijke tred te kunnen houden met hun ontwikkeling. Bij een jongste kindje zou je de tijd soms liefst stilzetten. Telkens opnieuw neem je afscheid van een fase waar ze alweer doorheen zitten en telkens opnieuw lijkt het alsof jij de enige bent die nog niet klaar is voor de volgende stap. Terwijl je bij de oudste telkens opnieuw benieuwd bent naar het volgende en erin rolt voor je het door hebt, wil je de ontwikkeling soms precies “afremmen” bij de jongste, wil je elke fase net iets langer koesteren.

Spijtig genoeg is dit ook geen lineair proces: het is nooit zo (of uitzonderlijk) dat je met één kind de ontwikkeling volledig doorloopt, vooraleer je aan de groei van het volgende kind kan beginnen. En dus is het soms handig als de oudste in rustiger vaarwater zit terwijl de jongste volop stappen zet of omgekeerd. Maar zo loopt het bijna nooit. En dus zitten wij hier volop in de beginnende puberteit van de oudste, proberen we mee te groeien om haar te steunen terwijl de jongste rustig aan haar laatste kinderjaren bezig was. Dachten wij.

En dan staat ze daar ineens voor je neus. De kinderkleren (toch eventjes) ontgroeid, een heuse tiener in bijpassende kleren. Even zagen we een glimp van de vrouw in wording. Uiteraard hoort dat bij het leven, maar die ochtend heeft de mama in stilte alweer afscheid genomen van een fase. Heb ik herinneringen opgehaald aan het baby’tje dat écht nog maar net op een winterse nacht in mijn leven was gekomen, aan het kleutertje dat trots en zonder problemen voor het eerst naar school ging, aan het meisje dat zo ontzettend fier haar eerste lettertjes (en boekjes) leerde lezen. En dus slikte ik even voor ik zei “je ziet er fantastisch uit, lieve schat”…

EmilysQuotes_Com-unknown-sad-kids-grow-up-choice-negative-question

Mijn dochter is niet “lekker”

Vorige week stond er bij ons nog eens een schaatsuitje gepland. Met de dochters en aanhang waagde ik mij tijdens een mooie namiddag aan het discoschaatsen. En het lukte! Ook ik bleef recht op mijn schaatsen ;-). Terwijl ik samen met de jongste rondjes draaide, amuseerde de oudste zich uitstekend met haar vriendin. De sfeer was goed: gekleurde spots, af en toe een rookkanon, het was niet te druk en ook de muziek was best te pruimen. De jongste maakte er een sport van om de mama zoveel mogelijk te dubbelen en het was leuk.

Een klein donderwolkje aan een verder rimpelloze dag was de opmerking van één van de schaatsers aan het adres van de oudsten: “Mijn broer vindt je lekker”. Tot 2 keer toe. Ik heb het laten passeren. En dat ligt bijna een week later nog altijd op mijn maag.

Dat ik als mama moet wennen aan het feit dat de dochters opgroeien, staat als een paal boven water. In mijn ogen is het helemaal nog niet zo lang geleden dat ik zwanger was en dat dat piepkleine baby’tje voor het eerst in mijn armen werd gelegd. Dat baby’tje waar ik toen op slag verliefd op werd en dat ik toen voor eeuwig beloofde te beschermen. Dat ik wilde behoeden voor alle pijn, leed en verdriet in de hele wereld. Maar ze groeien op en je leert loslaten. Al snel heb je door dat dat beschermen misschien toch niet zo’n bereikbaar ideaal is en dus probeer je hen weerbaar te maken. En je probeert hen te laten experimenteren, je laat hen eens met hun kop tegen de muur lopen en je hoopt dat ze hun lessen zullen trekken. Al doe je dat – volgens hen – zeker niet vaak genoeg en vooral niet vroeg genoeg.

Dat er op een bepaald moment jongens op hun pad zouden komen, was voorspelbaar. Dat zij er eerder aan toe blijken te zijn dan wij, lag ook voor de hand. Waar is de tijd dat ik hen nog kon wijsmaken dat ze niet mochten kussen voor hun 28ste? En ze – in fasen – doorkregen dat de mama en de papa zich daar zelf niet aan gehouden hadden (ah ja, want toen wij 28 waren, waren we al getrouwd en was de oudste net geboren)

Maar toen een 12-jarige gast de oudste meisjes “lekker” noemde, had ik het toch wel even moeilijk. Gelukkig was ik niet de enige. Ook mijn dochter kon de woordkeuze niet echt waarderen. “Lekker, dan lijk ik een ding uit de winkel waar je even wil in bijten”, zei de oudste achteraf. Of het als een compliment bedoeld was, weet ik niet, maar zo kwam het in ieder geval niet over. Wel relativeerde ze het ook: “het is maar crapuul van de ijsbaan, mama, het is nog niet zo erg”.

Dat weet ik 5 dagen later echter nog altijd niet. Een 12-jarige jongen die hem onbekende meisjes van 14 “lekker” noemt, moeten we zijn bedenkelijke woordkeuze dan maar “jong en naïef” noemen? Een jeugdzonde? Een gebrek aan opvoeding? Of is dit een teken des tijds? Is dit nu wat men noemt de generatiekloof en ben ik te oud geworden om dit te begrijpen?

Toch, als ik een tip zou mogen geven aan de would-be Casanova: let op je woordkeuze als je je verleiding succesvol wil afronden. En nog eentje: het helpt absoluut niet als je dit spelletje tegelijk ook met andere meisjes probeert. Want dat hebben onze dames echt wel door hoor, ook al probeer je dit in jouw ogen discreet een halve ronde verder.

(A)sociale media: onze gsm’s in de parking?

De sociale media. Ik ben al jaren fan. Maar sinds een tijdje duiken er hier toch barstjes in de relatie op. Toen ik nog als sportjournalist werkte bij Nieuwe Media was het “part of the job” om op de hoogte te blijven van de evoluties in het medialandschap. Onder invloed van een paar front row-collega’s was ik er dus als de kippen bij: wij experimenteerden met alle mogelijke internet- en sms-toestanden. Op een blauwe maandag hebben we zelfs nog MMS-berichten verstuurd (sms’jes met foto’s).

Msn was in die tijd ons geliefde roddelkanaal. Als er nieuwtjes te verspreiden waren, en je wou dat enigszins discreet doen, dat opende je je msn-chatbox en begon je als een gek te typen. Absoluut heel discreet ;-). Toen facebook zich begon te verspreiden, schakelden we over op dit nieuwe mediakanaal. In het begin was het een leuke speeltuin: je vond familie en vrienden van vroeger terug, je deelde hier en daar wat foto’s en je gaf hier en daar wel eens wat commentaar op een tv-programma of je sprak je solidariteit uit.

In de beginjaren moest je ook echt nog moeite doen om iets met de sociale media te kunnen doen: je had een laptop nodig, internetverbinding,… Als je een foto wou toevoegen, moest je die eerst op je computer laden en dan duurde het eeuwen vooraleer je die in facebook opgeladen kreeg. Intussen zijn we echter 10 jaar verder en heeft iedereen een smartphone, kan je overal wifi gebruiken en maak je de meeste foto’s gewoon met je gsm.

Maar dat heeft ook ferme nadelen: je hebt je gsm gewoon altijd bij de hand. Je bent ook altijd online. Het kost ook totaal geen moeite meer: even je FB checken of een commentaartje plaatsen op Twitter terwijl je een match volgt op tv. Na het koken even een foto trekken (of een paar) en de beste vlug nog even posten via Instagram. Het stopt eigenlijk nooit meer. Voor je het weet ben je alweer drie kwartier kwijt. Je wereld wordt groter (nu vind je op Twitter meer dan genoeg gelijkgezinden om te lullen over een voetbalmatch of het Eurovisiesongfestival of K3 zoekt K3 ;-)), maar tegelijkertijd ook een pak kleiner (waar is de tijd dat we samen op café gingen om live naar een voetbalmatch te kijken en live commentaar te geven?).

facebookEn laat ons eerlijk zijn: het leven dat we via de sociale media delen, is op zijn minst “bijgekleurd”. Zo goed als iedereen kent nu wel iets van fotobewerking, of verfraait zijn foto’s via Instagram. Daar waar we vroeger nog wel eens een baaldag durfden delen, is dat nu absoluut not done. Je online leven is prachtig, leuk, vol “YOLO-ervaringen” en “OMG-belevenissen”. Op Facebook schijnt de zon altijd, zijn we altijd op vakantie, vieren we altijd feestjes, of checken we in bij dat éne optreden (waar overigens iedereen bij is), zijn we altijd mooi gekleed en mooi opgemaakt. We werken nooit, we hebben nooit slaapgebrek en zijn nooit ziek ;-).

Vind ik dat erg? Neen, want je past je verwachtingen aan en je doet ook mee. Als ik met die ene ex-collega nog eens wil chatten, dan doen we dat gewoon. Dan hoeven we even geen schijn op te houden, kunnen we elkaar vragen hoe het nu echt met ons gaat, met ons werk en met onze kinderen. Dan kunnen we even terug naar de tijd dat we allemaal samen aan onze bureautjes zaten en (onopvallend) nieuwtjes zaten uit te wisselen. Stiekem geniet ik ook heel erg als ik een foto zie passeren van het jongste dochtertje of het oudste zoontje van een neef of een nicht dat ik nog niet irl heb gezien. Dat ik dan even kan denken: “ze is toch helemaal de papa” of “hij aardt toch helemaal naar onze kant”.

Maar misschien wordt het wel tijd dat we hier thuis ook een “parking” installeren voor onze smartphones. Dat hier na 21.00 uur alle gsm’s uitgeschakeld worden en we af en toe nog eens gewoon samen kunnen zijn. Want de mama en de tienerdochter zijn soms wel veel bezig met hun gsm en dat werkt de echtgenoot wel eens op de zenuwen. De opmerking “ik zal mijn commentaar misschien ook op Twitter plaatsen, dan kan je daarop reageren”, is hier wel al eens gepasseerd.

Want wij hebben nog anders geweten, maar voor de tienerdochter en haar generatie zal het nooit anders zijn. Onze dochters zullen hun jeugd (en hun jeugdzonden) beleven in de schijnwerpers van de sociale media, wat bij ons gelukkig niet het geval was. Niet dat ik zoveel uitgestoken heb in mijn jonge jaren, maar bepaalde dingen hoefden mijn ouders (en latere werkgevers) niet echt te zien. Ontelbare fuiffoto’s heb ik intussen al zien passeren (en die zien er allemaal hetzelfde uit), toen ik bij sollicitaties wel eens de profielen van mogelijke kandidaten checkte. Dat er momenteel nog altijd te veel jongeren zijn die hun profielen niet beschermen, kan er bij mij trouwens niet in.

Een boek vergeten op school? Dan neem je toch gewoon de ipad, maak je een foto van de nodige pagina’s en deelt die via facebook? Afspraken maken voor een uitstapje met de klas? Ik denk dat daar honderden berichtjes via msn aan voorafgaan… Toen wij deze week aan de oudste vroegen om goed af te spreken met de fietsvriendinnen voor de volgende dag, nam ze haar gsm om “even te sms’en”, terwijl ze 5 minuten later met diezelfde vriendinnen 30 minuten zou fietsen. Wat de echtgenoot de uitspraak ontlokte: “je vraagt je soms af hoe wij er ooit in geslaagd zijn onze jeugd te overleven zonder een smartphone…”

Sociale media hebben duidelijk hun voor- en nadelen. Uiteraard kan ik mijn dochters in deze tijden niet afzijdig houden (neem hun gsm maar eens een avond in beslag, amai!), maar soms mag het wel eens wat minder. Soms mag het wel eens wat rustiger. Soms mag het perfecte facebook-leventje wel even een weekendje aan de kant voor het gewone leven. Ook voor de mama, want die zou het goede voorbeeld moeten geven…

De illusie van het multitasken

concentratie, spreuk LoesjeVorige week las ik ergens – vermoedelijk op de wetenschappelijke sectie van hln.be 😉 – dat multitasken eigenlijk niet bestaat. Want dat je verschillende zaken tegelijk eigenlijk niet goed kan doen. Nu, dat wist ik uiteraard al langer, maar ik was blij dat het eindelijk eens zwart op wit bevestigd werd.

Nochtans slaag ik er perfect in om te lezen op mijn hometrainer. Liefst een boek weliswaar, want het gebeurt wel eens dat het boek van mijn scherm glijdt en de grond op dondert. Ik ben dus ontzettend voorzichtig als ik dan toch eens de tablet neem om wat nieuws te lezen.

Tv kijken terwijl ik fiets, lukt ook. A la limite durf ik mij zelfs aan de combinatie strijken – tv-kijken te wagen. Met wisselend succes weliswaar. Soms heb ik hier en daar wel eens een pointe gemist in mijn serie (lang leve de rewind-knop) of blijk ik mijn vingers weer eens mee gestreken te hebben…  Tijdens het voetbal – als het een spannende match belooft te worden – durf ik zelfs opzettelijk de strijkplank boven te halen. Dan kan ik me volledig op het strijken concentreren en vergeet ik zenuwachtig te worden…

Maar veel vaker loopt het faliekant af als ik verschillende zaken wil combineren. Tegelijk een gesprek volgen en een mail beantwoorden, zorgt er gegarandeerd voor dat ik of de draad verlies van de conversatie of dat ik woorden of stukken gesprek in mijn antwoord typ… Hetzelfde trouwens als ik probeer een boek te lezen met de tv op. Soms moet ik een bepaalde zin 3 of 4 keer opnieuw lezen en heb ik nog niet begrepen wat er staat, terwijl ik ook helemaal niet meer kan volgen wat er op tv aan het gebeuren is. Al heb ik soms wel extreem heldere momenten. Zo kan ik in het midden van een drukke werkdag, met veel gebabbel en gedoe ineens wel een stukje uit het radionieuws gehoord hebben.

Maar dat multitasken een illusie is, weten wij hier in huis al langer. Sinds die keer “dat mama bijna het huis heeft doen branden”. Onze dochters waren toen een jaar of 3 en een jaar of 6. En we waren met zijn drietjes alleen thuis. De jongste zat in bad en kon dat eigenlijk perfect alleen. Ze had enkel wat hulp nodig bij het spoelen van de haartjes. En dus was ik intussen aan het eten begonnen. Groentjes snijden, aardappeltjes schillen, je kent dat wel. Wat ik precies wou maken, weet ik niet meer. Maar ik herinner me wel nog levendig de pot met boter die ik al op het vuur zette. Uiteraard net op het moment dat de jongste van boven riep.

En dus ging de mama een handje helpen. En dacht ze twee vliegen in één klap te slaan door snelsnel ook de was mee naar beneden te nemen. Maar dan moet je ook vlug even de kinderkamers controleren op rondslingerende was. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: ik bleef (te lang) plakken en werd ineens gealarmeerd door de oudste: “Oei, mama, het hangt hier vol rook”.

De boter was volledig opgekookt, de pot zag een beetje (veel) zwart en de keuken hing inderdaad vol rook. Maar we zetten de ramen open, we goten de pot vol water (en azijn) en het heeft uiteindelijk geen sporen nagelaten. Tot de telefoon ging, de oudste opnam en ik haar enthousiast hoorde vertellen: “Dag oma, weet je wat mama nu gedaan heeft? Ze heeft het huis bijna in brand gestoken. Het hing hier helemaal vol rook en ik moest hoesten en de pot ziet helemaal zwart…” Waarop de mama haar ongeruste moeder mocht geruststellen dat het allemaal zo erg nog niet was. Maar dat multitasken tijdens het koken hebben we sindsdien wel (min of meer) achterwege gelaten ;-).

Modetips van tienerdochters voor hun hopeloze moeder

Mijn lievelingsbloemenjurkIk zie graag mooie kleren en ik kleed me graag mooi. Het heeft wel een tijdje geduurd voor ik een onderscheid kon maken tussen wat ik mooi vond en wat me stond of flatteerde. De wijsheid kwam in de loop der jaren, na vele mislukte experimenten.

En ik leer nog altijd bij, vooral onder impuls van mijn 2 tienerdochters. Zij zorgen er mee voor dat de mama niet vastroest in een bepaalde kledingstijl, maar dat ze af en toe eens nieuwe dingen probeert, met wisselend succes weliswaar ;-).

  1. Een legging is géén broek. Daar was de oudste héél erg stellig in. Want “dan zie je alles, elk putje, elk kwabbetje”. Tot de mama vertelde dat haar favoriete outfit in haar studentenjaren een zwarte legging met witte bolletjes was, met daarover een oversized pull. Algemene hilariteit, ongeloof in de ogen van de dochters en je zag hen gewoon denken dat er nog veel werk aan de winkel was.
  2. Olifantenpijpen zijn afgrijselijk! Toen we zaterdag gingen shoppen, had ik een bootcut jeans aan. En “straight” kon je ze vanonder niet bepaald noemen. En dus liet de oudste zich langs haar neus weg ontvallen dat het tijd werd dat ik nog eens een skinny jeans kocht, want “degene die je nu aan hebt, is toch écht niet mooi meer hoor, mama, daar kan je echt niet meer mee gaan werken”. En zeggen dat ik ergens in de jaren ’90 nog échte olifantenpijpen droeg. Om van mijn kinderjaren ’70 nog maar te zwijgen.
  3. Streepjes zijn zo hard mode en ik had écht mijn zinnen gezet op een mooi gestreept truitje à la Parisienne. Tot ik het aanhad en de oudste droogjes opmerkte dat het me echt niet flatteerde. Ik denk dat haar exacte woorden waren: “het maakt je dikker, mama”.
  4. Oppassen met prints, vooral geen grote bollen! Het mag gewoon niet te opvallend zijn. Alhoewel ze wel dol zijn op mijn bloemenjurken. Zo erg zelfs dat de oudste op vakantie mijn jurk eruit pikt om naar feestjes te gaan. Ja, we delen voorlopig nog dezelfde maat, maar om één of andere reden ben ik niet degene die daarvan profiteert.
  5. Ook mijn kostuumvestjes zijn erg geliefd. Ik heb een zwart, ecru, geel, rood, hemelsblauw en donkerblauw. Ik draag dat graag: het maakt een nonchalante outfit meteen gekleder. Ik draag het zowel op jurkjes, rokjes als op een gewone jeans. En ook de oudste vindt mijn zwarte jasje het perfecte item om haar outfit af te maken. Tijdens de wintermaanden hangt het dan ook bijna standaard in haar kleerkast. Zo erg dat ik eraan denk om stiekem een tweede zwart te kopen dat ik dan voor mezelf kan bewaren.
  6. Crop tops zijn niks voor mama’s. Mama’s tonen geen blote buiken. Dat is gênant. Gelukkig heb ik al sinds het derde middelbaar absoluut geen ambitie meer in die richting.
  7. Hoe kort mag een rok zijn bij de mama? Tot net boven de knie vinden de dochters. In de winter zijn ze net iets minder streng, dan kan je immers veel verstoppen met dikke panty’s. Het was de jongste die de laatste keer in mama’s lievelingswinkel een jurkje uit de rekken nam met een toch wel opvallende seventiesprint. En wat korter dan normaal. De oudste trok al onmiddellijk een bedenkelijk gezicht (ik trouwens ook), maar toen ik het aanhad, was het absoluut liefde op het eerste gezicht.
  8. De jeansshort: Jani heeft ongelijk. Op vakantie, in een warm zonnig land, geven mijn dochters de voorkeur aan een korte short, zelfs voor hun bijna 42-jarige mama. Shorts met iets bredere pijpen tot net boven de knie zijn gewoon lelijk en de smalle varianten tot net boven of net onder de knie, worden nipt getolereerd. Als het dan toch echt moet. Spannende legging-achtige shortjes zijn een absolute no-go, in alle omstandigheden.

Het is intussen al zover gekomen dat als we samen gaan winkelen (met wat vriendinnen erbij, voor hen én voor mij) en we even opsplitsen, de oudste mij al verwittigt: “en niks kopen zonder dat ik het gezien heb hé mama, bel maar als je iets vindt, dan kom ik wel even kijken”. Zij is gelukkig wel begiftigd met feeling voor mode, voor kledij én voor accessoires en dus luister ik (meestal) wel naar haar goede moderaad. En dan heb ik voorlopig nog geluk dat de jongste nog net niet into shopping is…

En toen palmden de tieners ons huis in…

nailart_miniGisteren vierde onze oudste haar uitgesteld verjaardagsfeestje met de vriendinnen. Ons zomerkindje mag dan meestal wel genieten van een zonovergoten verjaardag, haar feestje moet meestal wel verschoven worden naar het einde van het schooljaar of het begin van het volgende. Vakantieplanningen, weet je wel.

In het verleden waren haar feestjes eigenlijk het makkelijkst te organiseren, in tegenstelling tot de feestjes van ons winterkindje. Bij goed weer (bijna elk jaar) zorgden we voor ons zwembadje en de nodige waterspelletjes. En konden we ze met waterballonnen minstens een uur loslaten in de tuin. Of trokken ze naar het voetbalveldje in onze straat. “Potteke stamp” is hier tot in den treure gespeeld, met veel enthousiasme, en bij sommige jongens-klasgenootjes tot op het fanatieke af ;-). Uiteraard is hier in de loop der jaren ook wel eens een springkasteel of een clown gepasseerd, en ook de bak- en knutselfeestjes zijn uitgetest en goedgekeurd.

Maar intussen zitten we al even met een tienerdochter en moeten we het qua entertainment toch al iets anders aanpakken: zo hadden we al eens een zwem- of een bowlingfeestje. Maar ook die tijden veranderen en intussen zitten onze dames in hun vriendinnen-fase. En dus hadden we gisteren een meiden-namiddag (en sloeg de echtgenoot ei zo na op de vlucht): ze waagden zich aan nail art, ze experimenteerden met make-up, ze zorgden voor ingewikkelde kapsels (bij elkaar) en deden een voor- en-na-fotoshoot…

nailart2_miniEn wij hielden ons op de achtergrond. Ik was fotograaf van dienst en zorgde samen met de echtgenoot voor de nodige voedingsmiddelen. De oudste had hamburgers gekozen en dus bakten wij de burgers, uien, spek en sneden broodjes, ijsbergsla en tomaatjes…

Het was een dag vol gekwebbel en gegiechel, maar toen we onze oudste ’s avonds vroegen of ze zich geamuseerd had, kregen we een volmondige “ja”. En dankzij haar blije gezichtje werd die enorme hoop afwas ineens een klein molshoopje ;-). (Bijna toch!)

We zijn er weer aan begonnen!

schoolHet nieuwe schooljaar is net afgetrapt. Met een dochter in het derde middelbaar en eentje in het zesde leerjaar zou je denken dat het stilaan routine wordt. En toch steeg de spanning de laatste week en kregen de drie schoolplichtigen hier in huis in min of meerdere mate last van wat zenuwen.

Ons jongste meisje stapte vandaag zelfverzekerd naar haar zesde leerjaar toe. Haar allerlaatste jaar in de lagere school. Het wordt een bewogen jaar. Tegelijkertijd vertrouwd – nog een allerlaatste jaartje in hetzelfde klasje, op de vertrouwde school, met de vertrouwde juffen en meesters  – en toch ook bepalend. Er wacht een feestje én een afscheid. Maar daarnet stapte ze de speelplaats op als schooloudste, mooi uitgedost en vol vertrouwen.

De oudste begint zo meteen aan haar derde middelbaar. Met kriebels in de buik. Ze hebben net een studiekeuze gemaakt en dus valt het oude klasje van de eerste twee jaren uit elkaar. En dat zorgt toch voor wat spanning bij het begin van het nieuwe schooljaar. Er wordt een nieuwe klas gevormd en dat wordt weer even zoeken. Maar toen ik haar daarnet zag vertrekken, op de fiets, met de vriendinnen, en haar net tevoren hoorde zeggen “gelukkig mag ik de zenuwen eraf fietsen” dacht ik bij mezelf dat het wel zou meevallen.

Ongelooflijk wat een weg de kinderen afleggen eens ze de lagere school uit zijn. Hoe snel de ontwikkeling ineens gaat, wat voor reuzenstappen ze zetten naar hun volwassenheid toe. En als mama sta je erbij en kijk je ernaar. Hier en daar kan je wel eens een duwtje geven of wat intomen, maar het grootste stuk van de tijd geef je ze de ruimte en het vertrouwen. En hou je je klaar om ze op te vangen als het nodig is. (Wat tot je eigen verbazing minder vaak gebeurt dan je dacht.) En dan begint er alweer een nieuw schooljaar en denk je bij jezelf: “derde middelbaar al, hoe kan dat nu, waar is dat kleintje van gisteren gebleven?”

Tja, en de laatste schoolganger hier in huis is eigenlijk al gerodeerd. De echtgenoot heeft al vele jaren ervaring op de teller. En toch blijft het ook voor hem spannend. Nieuwe klassen, nieuwe leerlingen, nieuwe handboeken, nieuwe collega’s,… Elk nieuw begin is weer even wennen. Maar als de eerste schooldag straks achter de rug is, is de kop eraf en zijn we weer vertrokken.

En alsof dat nog niet spannend genoeg was, gaan we vandaag ook nog eens wat “uitbouwen”. Net op 1 september is Aldera begonnen met het installeren van de ramen, deuren en het dak van onze veranda/tuinkamer. Tja, waarom het simpel maken als het ook ingewikkeld kan?