Theorie vs praktijk: verwennen (6)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen theorie en praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Laat het ons vandaag eens hebben over “verwennen”. De theorie hierover was meestal niet bepaald eensluidend. “Je mag je kinderen niet verwennen, laat ze maar eens goed huilen.” Of “Met aandacht kan je je kinderen niet verwennen, dat mag je hen niet ontzeggen.” Of “Je mag niet altijd toegeven, je moet streng zijn, voor hun bestwil, anders maak je er rotverwende, onhandelbare kinderen van.” Begin er dan maar eens aan, hè, aan dat opvoeden, als de theorie niet duidelijk is. Als je niet weet wat je moet doen om goed te doen. Als je constant tegenstrijdige adviezen krijgt uit je omgeving. En zeker bij je eerste, weet je het nog allemaal niet zo goed, dan wil je je nog wel eens laten leiden door de goede raad die je her en der oppikt. Gelukkig weet je bij een tweede meestal al wel beter 😉.

We hebben dus maar onze eigen weg gezocht. We hebben zowat een gulden middenweg bewandeld en geprobeerd hen langs de ene kant materieel niet alles in de schoot te werpen, maar langs de andere kant niet te scheutig te zijn met aandacht. Al moesten de dochters ook leren dat het niet altijd rond hen kon draaien. Dat ze soms ook beleefd hun beurt moesten afwachten.

Wat wil dat nu concreet zeggen? Dat ze van ons kregen wat ze nodig hadden (en allicht toch ook wat meer), maar dat we toch wel grenzen trokken. Er was wel degelijk een budget (voor kledij, voor ontspanning, voor speelgoed bijvoorbeeld) en daar hielden we ons meestal wel aan. Als ze dan eens “grotere” wensen hadden voor hun verjaardag of voor Sinterklaas, dan legden we al eens samen voor één groot geschenk, in plaats van hen met vele cadeautjes te verwennen. Soms moesten ze ook sparen voor iets dat ze echt graag wilden. Zo vroeg de oudste vorig jaar centjes voor haar verjaardag en deed ze een vakantiejob omdat ze haar zinnen gezet had op een laptop.

Ook al zien we hen doodgraag en zouden we alles voor hen willen doen, het is ook onze taak als ouders om hen de waarde van geld bij te brengen en om hen te leren dat niet alles zomaar in hun schoot zal vallen. Dat ze – met hun zakgeld – moeten leren hun budget te beheren, hoe klein dat budget in het begin misschien ook was. Bovendien moeten ze ook leren dat ze niet alles kunnen krijgen en moeten ze leren tevreden zijn met wat ze hebben.

Wat het verwennen met “aandacht” betreft, daar heb ik me nooit veel aangetrokken van alle oudewijvenpraatjes die de ronde deden over “dat we hen soms maar eens goed moesten laten doorwenen, want dat ze anders rotverwende kinderen zouden worden waar geen land mee te bezeilen valt”. Onze dochters hebben eigenlijk nooit echt veel geweend, dus als ze dat toch deden, was het meestal wel serieus en dan waren we er uiteraard om hen te troosten. Waar we wel streng in waren, was dat ze elkaar en ons moesten laten uitpraten en dat ze beleefd genoeg moesten zijn om gesprekken niet ineens te onderbreken.

Na de geboorte van onze jongste werd het heel even pittig. Toen moest de oudste – die tot dan toe in het middelpunt van onze belangstelling had gestaan – onze aandacht ineens delen “met dat krijsend klein ding”. En dat was zeker niet meteen naar haar goesting. En dus durfde ze wel eens toeren uithalen terwijl mama haar kleine zusje borstvoeding gaf of verzorgde. Dan moest ik gewoon streng zijn. En soms kreeg het zusje borstvoeding terwijl de oudste de hele duur van de borstvoeding huilend aandacht vroeg. En op andere momenten speelde je het spelletje dat je net met de oudste aan het spelen was eerst uit vooraleer je het gejammer van haar zusje beantwoordde. Al was de oudste zelf ook niet écht geweldig goed bestand tegen het gehuil van haar zusje en droeg ze haar mama of papa soms al snel op “om zus toch niet te laten wenen”.

Zijn onze dochters verwend? Ja en neen. Als je vergelijkt met wat wij vroeger hadden, dan is de luxe waarin we nu leven toch nog net iets groter. Maar we hebben wel ons best gedaan om er vooral voor hen te zijn. Om tijd voor hen te maken in plaats van hen te overstelpen met materiële zaken. Af en toe zijn we ook gewoon streng: dan laten we hen zelf sparen voor iets dat ze echt graag willen. Bovendien duwen we hen wel eens met de neus op de feiten: dat het niet evident is dat ze dat of dat kunnen/mogen doen, want dat veel andere kinderen dat geluk niet hebben. Meestal beseffen ze dat ook wel. Al moeten we eerlijk zijn: ze zullen pas ten volle begrijpen wat dit inhoudt als ze er zelf (en alleen) voor staan…

Twee jongens alleen in de stad…

Dinsdagmorgen. Ik ben onderweg van het station naar mijn werkplek in de grootstad. Voor mij stopt een bus en er stappen twee jongens uit. De oudste is een jaar of 10 en draagt zijn boekentas op de rug. In de ene hand heeft hij zijn ongeveer 6-jarig broertje (?) vast, in de andere hand het boekentasje van de kleinste. De oudste helpt de kleinste behoedzaam de bus uit en die paar trapjes af. Met zijn tweeën gaan ze op weg. Op de hoek van de straat stoppen ze even en zie ik de oudste de jongste zorgzaam wat goede raad meegeven vooraleer ze de hoek omgaan en uit mijn zicht verdwijnen. Wat hun verhaal was, weet ik niet, maar ze hebben een ganse dag in mijn hoofd gezeten. Hoe dat oudste jongetje al zoveel zorgzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel uitstraalde. Hoe serieus hij keek. Hoe de kleinste naar hem opkeek.

Ik had die twee jongetjes nog nooit gezien, ofschoon ik elke dag rond ongeveer hetzelfde uur dezelfde weg afleg. Misschien was het de eerste keer dat ze die weg alleen aflegden, misschien is het een gewoonte. Ik weet het niet. Onvermijdelijk vergelijk je met je eigen kinderen, met je eigen situatie. Eén van ons beiden was er bij ons wel altijd voor de kinderen. Dat was meestal de papa-leraar, maar als hij door schoolse verplichtingen toch moest passen, sprong de mama zoveel mogelijk in. Natuurlijk hebben onze dames ook wel eens in de naschoolse opvang gezeten (en vonden ze het telkens jammer als we hen véél te vroeg kwamen ophalen), maar één van ons bracht hen naar school en ging hen oppikken. En als wij er door omstandigheden niet konden zijn, dan stonden oma of opa wel aan de schoolpoort.

Het is een ongelooflijke luxe dat we er altijd voor hen konden/kunnen zijn. Natuurlijk heeft de keuze voor ons gezin ook consequenties gehad op professioneel vlak, maar wij hebben wel altijd de optie gehad om de kinderen voorrang te geven. Want het zat ons eigenlijk ook wel mee. We zijn (nog altijd) met zijn tweeën. Bovendien speelden ook onze professionele keuzes een doorslaggevende rol. Als de papa geen leraar was geworden, was het al een pak moeilijker te organiseren bijvoorbeeld. Jammer genoeg heeft niet iedereen dezelfde luxe of dezelfde opties. Alleenstaande moeders of gescheiden koppels moeten het ook allemaal maar geregeld krijgen. In hun eentje en vaak zonder de mogelijkheid om hun werk en privéleven op elkaar af te stemmen. Onze dochters zullen het misschien niet altijd even leuk gevonden hebben dat we er altijd waren, dat zij ook niet af en toe wat zelfstandigheid kregen, maar toen ik vanmorgen die twee jongetjes door de stad zag lopen, brak mijn hart toch een beetje voor hen. En liep het over van dankbaarheid omdat wij er wel hadden kunnen zijn voor onze meisjes.

PS: Het kan natuurlijk ook dat de jongetjes in kwestie al maanden aan het zeuren waren om hen nu eindelijk eens alleen naar school te laten gaan. “Dat ze intussen echt wel groot genoeg waren en dat ze echt waar heel voorzichtig zouden zijn.” Misschien zat de mama of de papa ook wel op de bus – of ergens in de buurt – om hen vanop afstand toch nog in het oog te houden, om zeker te zijn dat ze het wel konden. Ik weet het niet, ik ken hun verhaal en omstandigheden niet en kan en wil absoluut geen oordeel vellen. Maar mijn gedachten dwaalden regelmatig af vandaag. Met pijn in het hart, want die jongens waren nog zo klein. En ergens klopt het toch niet: twee kleine jongetjes ’s morgens vroeg alleen in een grote stad…

Loslaten: theorie vs praktijk (4)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen de theorie en de praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Loslaten vind ik misschien wel het moeilijkste begrip in het hele opvoeden. Volgens de theorie laat je je kinderen beetje bij beetje los, als ze er klaar voor zijn. Maar hoe weet je dat in godsnaam “dat ze er klaar voor zijn”? En hoe doe je dat “beetje bij beetje”? Hoe hou je daar een evenwicht in? Hoe word je langs de ene kant geen “helikoptermama” en gun je hen dus voldoende vrijheid, maar geef je hen tegelijkertijd voldoende steun en omkadering?

Het loslaten was in de opvoeding van mijn kinderen misschien wel het moeilijkste vraagstuk. Ik heb dat zeker niet altijd gedaan “als ze er klaar voor waren”, want ze hebben dat loslaten voor een stuk ook opgeëist. In hun ogen waren zij er altijd eerder klaar voor dan ze dat in mijn ogen waren. Soms hadden zij het bij het rechte eind en hadden ze gelijk om dat stukje zelfstandigheid eerder te vragen dan wij dachten te geven. Maar soms lieten we hen los en bleken ze er toch nog niet helemaal klaar voor te zijn. En was de tussenkomst van mama en papa toch nog gewenst.

Wat onze dochters “loslaten” noemen, is in onze ogen vaak “behoeden voor”. En ja hoor, natuurlijk weet ik dat ik hen de kans moet geven om hun eigen fouten te maken en daaruit te leren, maar dat is zo verdomd moeilijk als je weet dat die fouten hen ook hartzeer (zullen) opleveren. Soms raken je kinderen verzeild in pijnlijke/harde situaties en moet je hen toch de kans geven om zelf te strijden, om zelf oplossingen te bedenken, ook al schreeuwt je hele hart dat je moet tussenkomen, dat je hen moet behoeden voor de pijn en het verdriet. Soms wil je het hen gewoon gemakkelijker maken en doe je snel maar even iets in hun plaats, terwijl zij het recht opeisen om te mogen leren.

Als ouders zaten wij hierin ook niet altijd op dezelfde lijn. Soms vond de papa dat mama overdreef en steunde hij de kinderen in hun terechte vraag naar wat meer zelfstandigheid of vrijheid. Andere keren was het dan weer de mama die geloofde dat ze best al klaar waren voor de volgende stap. Hoewel alle opvoedboeken aanraden dat je als ouders aan eenzelfde zeel dient te trekken naar je kinderen toe, was het in deze af en toe een must dat we niet op dezelfde lijn zaten en dat we elkaar daarin konden bijsturen.

Het moeilijkste in deze is voor mij denk ik dat je als mama moet ophouden met het baby’tje, de  peuter, de kleuter enzovoort te blijven zien in de opgroeiende dames. Ze zijn je altijd een stapje voor. Net als jij dacht gewend te zijn aan de lagere school, blijken ze ineens al in het middelbaar te zitten. Zetten zij fikse stappen vooruit terwijl jij je best doet om bij te benen. Af en toe stormt het dan wel eens.

En hoewel het vertrouwen in de loop der jaren uiteraard gegroeid is in onze dochters en hoewel we best wel zien dat ze op de drempel van hun volwassenheid staan, weet ik nu al dat het moment dat ze het huis uitgaan en zelfstandig worden, voor mij altijd te vroeg zal komen. En zullen zij – zoals ze nu ook al wel eens durven te doen – verzuchten dat het moet gedaan zijn met mama’s bemoeienis, terwijl de mama enkel en alleen “wat goede raad” wil geven. Tegelijkertijd zal de mama ook moeten accepteren dat het aan hen is om hun eigen keuzes te maken en mama’s goede raad eventueel links te laten liggen.

Laat ons zeggen dat het een groeiproces is en blijft, en dat de dochters altijd net een stapje voor zijn. Zucht.

Dalai Lama Quotes On Life picture-The very purpose of our life is to seek happiness

Dalai Lama Quotes On Life picture-The very purpose of our life is to seek happiness

Ouderzonden #3 – Luxuria

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De derde uitdaging draait rond:

#3 Luxuria (onkuisheid – lust – wellust) Wat doe je om jezelf graag te blijven zien en dit over te brengen aan je partner nu je in de eerste plaats vooral ‘ouder van …’ bent?

Met deze uitdaging ben ik het niet helemaal eens. Vooral bij het tweede stuk van de vraag “nu je in de eerste plaats vooral “ouder van…” bent?” heb ik mijn bedenkingen. Ik heb mezelf immers nooit in de eerste plaats enkel “ouder van…” gezien. Ik heb altijd beseft dat we onze dochters maar “tijdelijk” onder onze hoede zouden hebben en dat we er dus maar beter voor konden zorgen dat wij als koppel goed bleven overeenkomen. Want op een bepaald moment in ons leven zouden onze dochters het nest verlaten. En dan moeten we natuurlijk wel met zijn tweeën verder.

Het klopt wel, en daar gaan we niet onnozel over doen, dat de zorgtaken voor je kinderen ontzettend veel tijd in beslag nemen. Zeker als je voor het eerst mama wordt, kan de omvang ervan je wel overvallen. De eerste maanden en jaren kruipt er ontzettend veel tijd in dat kleintje. En tegen dat je zowat je draai gevonden hebt met dat eerste en je terug wat tijd voor jezelf krijgt, begin je meestal een tweede kleintje te plannen en begint het hele circus opnieuw.

Die eerste jaren met kleine kindjes vergen ontzettend veel. Van jezelf en van je relatie. Het is niet zo aangenaam dat je jaren op een stuk “in shiften” eet, omdat één van beiden de kinderen bezighoudt, zodat de partner snel zijn voedsel naar binnen kan schuiven. Om rustig en uitgebreid met zijn tweeën te kunnen tafelen en uitgebreid te kunnen praten, boek je best een babysit en plan je een etentje uit (of eet je na bedtijd van de kinderen). Al die onderbroken nachten zorgen vaak ook voor korte lontjes en dat werk je uiteraard uit op de persoon die je het meest dierbaar is en het meest na is. Je leven verandert ingrijpend van zodra je kinderen krijgt.

Maar hoe zorg je er nu voor dat je jezelf graag blijft zien en hoe breng je dit over naar je partner? Humor is voor mij het codewoord. Samen blijven lachen. Het grappige proberen te zien in elke situatie. Ook als je voor de derde keer die nacht wakker gehuild wordt door een ziek kind en je voor de zoveelste keer die nacht het volledige beddengoed mag verversen én opnieuw een bad kan laten vollopen om een zieke dochter al voor de zoveelste keer te verfrissen. Of als je voor de zoveelste avond op rij je eten lauw naar binnen speelt na de zoveelste onderbreking.

Tijd blijven maken voor elkaar. Om de zoveel weken (of maanden) een avondje voor elkaar reserveren. Of dat nu buitenshuis is of in huis speelt eigenlijk niet zo’n grote rol. Maar af en toe dingen samen doen. Samen een tv-programma bekijken en je plezier met elkaar delen. Samen uit eten gaan of samen een weekendje weg en nog eens de dingen doen die jullie samen graag doen. Dat je dan – zeker in je prille ouderschap – de helft van de tijd over de kinderen aan het praten bent, neem je er gewoon bij. Dat mag. De tijd komt wel terug dat je weer over boeken zal praten, of over een goede film die je samen gezien hebt. Of over een fantastisch concert dat je met twee kon delen. Samen praten, samen lachen, samen verdriet hebben, samen boos zijn. Samen-zijn.

Moeite blijven doen voor elkaar. Als we samen uit gaan, maak ik me nog altijd mooi, speciaal voor hem. Dan doe ik die éne jurk aan die hij prachtig/sexy vindt en dan maak ik me speciaal voor hem op. Dan probeer ik die ene avond even alle slapeloze nachten van de weken ervoor te camoufleren. (Restaurants opzoeken waar ze met gedimd licht werken, kan daarbij een handig hulpmiddel zijn 😉!) Soms hoef je niet eens het huis uit te gaan, maar kan een klein gebaar voldoende zijn: hem laten uitslapen (omdat hij zware weken gehad heeft op het werk en stilaan aan het einde van zijn Latijn raakt) of zijn lievelingskostje maken en hem rustig laten eten. Of gewoon even met de kinderen het huis uit gaan zodat hij een uurtje ongestoord voor school kan werken. En regelmatig ook nog eens goed “klef doen”, dat blijft ook belangrijk natuurlijk 😉.

Sinds ik 16,5 jaar geleden mama werd, draait het grootste deel van mijn leven rond de kinderen. Het is aan ons om hen een goede start te geven in hun leven en om hen de waarden mee te geven die wij belangrijk vinden. Maar dat doen wij samen, in team. Met ons tweeën. En dat team mag zich misschien altijd ergens in de achtergrond opgehouden hebben, tegelijkertijd is dat ook altijd de kern geweest. Hoe beter dat team draaide, hoe makkelijker ik de obstakels op onze weg de baas kon. En dat blijft zo.

Ouderzonden #1 – Superbia

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De eerste uitdaging draait rond:

#1 – SUPERBIA (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid) Waarom ben jij een goede ouder? Waar blink jij in uit?

Moeilijke vraag om mee te beginnen, want eigen lof stinkt. Bovendien vond ik het zeker in den beginne allemaal niet zo evident, dat moederen. Met zo’n kleintje voel je je vaak hulpeloos. Waarom weent ze nu? Waarom wil ze niet slapen? Heeft ze wel genoeg gegeten? Ze voelt precies wat warm aan, zou ze koorts hebben? Moeten we naar de dokter of kunnen we nog even afwachten? Het was wat zoeken en net als vele prille mama’s was ik bang om fouten te maken, om het te verknoeien, om haar ziek of ongelukkig te maken.

Maar gaandeweg word je er handiger in, in dat ouderschap. Leer je je kind beter lezen. Dan besef je wat ze precies wil als ze op die manier huilt. Dan knoop je in je oren dat je gerust nog wel even kan afwachten bij de eerste koortstekenen, dat het niet onmiddellijk levensbedreigend is en je dus niet stante pede naar de kliniek moet vertrekken. Gaandeweg krijg je meer vertrouwen, in jezelf en in dat kleine wezentje. Je begint stilaan te communiceren, je leert elkaar kennen en aan te voelen.

Zo groeien ze op. Intussen zijn onze dochters al 14 en 16. Stevige tieners dus, op de rand van de volwassenheid (de ene gelukkig al wat meer dan de andere). Stilaan slaan ze hun vleugels uit, stilaan nemen ze afstand van hun ouders, op een goede manier. Stilaan zie je de karakters vorm krijgen en dus vroeg ik het daarnet gewoon aan hen: “Waarom ben ik een goede ouder?” Omdat er veel liefde is tussen ons vieren, omdat we goed met jullie kunnen praten, omdat we het gevoel hebben dat we met alles bij jullie terecht kunnen.

Wil dat zeggen dat het altijd rozengeur en maneschijn is? Natuurlijk niet, we hebben tenslotte tieners in huis en het hoort ook bij hun opgroeien dat ze zich moeten afzetten tegen hun ouders. En het hoort bij ons takenpakket dat we hen – zelfs op het randje van hun volwassenheid – nog proberen wenken mee te geven. Dat we hen af en toe – als wij denken dat het nodig is – nog corrigeren. Terwijl zij dat dan uiteraard absoluut niet nodig vinden. En af en toe stormt het dan wel eens.

Maar kijk, het zal niet meer zo lang duren vooraleer onze oudste dochter op eigen benen zal staan (slik!). We hebben er vertrouwen in dat ze er klaar voor is. Dat ze meegekregen heeft wat wij nodig achten en dat ze daar zelf op een goede manier mee omgaat. Bovendien geven onze meisjes aan dat de communicatielijnen op elk moment openstaan, dat ze weten dat ze bij ons terecht kunnen. Dan kan ik alleen maar concluderen dat we dat samen toch maar goed gedaan hebben. Dat we ergens – in de loop der jaren – dat ouderschap onder de knie gekregen hebben. Als we nu ook nog snel dat loslaten leren beheersen…

Uit het tienerleven: kruispunt

Onze oudste zit al een aantal weken in het studiekeuze-proces op school. Deze week zal dat uiteindelijk uitmonden in een advies: dan heeft de klassenraad bekeken of de gewenste richting wel realistisch is. Bovendien wordt er ook al eens voorzichtig verder gekeken. Naar de toekomst na het middelbaar.

Het is voor hen een spannende periode, maar ook voor ons als ouders. Je probeert je kind zo goed mogelijk te begeleiden, maar tegelijkertijd ben je ook geen specialist en is het toch maar uitzoeken. Hoe bereid je je kind het beste voor op haar toekomst? Hoe zorg je ervoor dat ze haar kansen gaaf houdt? Maar tegelijkertijd probeer je ook rekening te houden met wie ze is, met haar talenten en met haar gevoel. En wat doe je als jullie hierover van mening verschillen: stuur je haar jouw richting uit of volg je haar?

Toen mijn dochters nog baby’tjes waren, kon ik me soms zo ongelooflijk machteloos voelen als ze huilden en ik geen idee had waarom ze weenden. Ik was ergens opgelucht toen ze de leeftijd bereikten dat ze zelf konden zeggen wat er aan de hand was: of ze boos waren, honger of pijn hadden, iets wilden. Onze dochters zijn intussen tieners en in veel opzichten is het een stuk makkelijker geworden. Onze taak is geëvolueerd van “zorgen voor” naar “waken over”. De meeste dingen kunnen ze zelf, ze hebben ons hoe langer hoe minder nodig. Wij steunen hen in wat ze doen, geven goede raad en zijn er op de achtergrond. We moeten hen hoe langer hoe meer loslaten en er vertrouwen in hebben dat hen dat ook zal lukken.

Maar studiekeuzes hebben wel een belangrijke impact op de mogelijkheden voor en in hun verdere leven. Als ouder wil je uiteindelijk alleen maar het beste voor je kind. Maar wat is het beste? Toen ik de leeftijd van mijn dochter had, wist ik al dat ik Frans-Italiaans wou gaan studeren. En toch heb ik in de derde graad van het middelbaar Natuurwetenschappen gevolgd. Heb ik daar spijt van gehad? Eigenlijk niet, want ik deed ook graag wiskunde en heb in het laatste jaar zelfs even getwijfeld. Had mijn latere weg er anders uit gezien als ik Latijn-Moderne Talen had gevolgd, wat eigenlijk de keuze van mijn hart was? Geen idee.

Intussen zijn we 25 jaar verder en heb ik geleerd dat er niet één juiste weg is, maar net veel verschillende manieren om een doel te bereiken. Dat je soms omwegen maakt, maar uiteindelijk toch je bestemming vindt. Dat je je talenten moet koesteren, want dat dat net hetgeen is dat je uniek maakt én dat je intrinsiek motiveert. Als je kan doen wat je graag doet en waar je goed in bent, dan ben je meestal niet geneigd om dat als een opgave te beschouwen, maar net als iets waar je energie uit haalt. En dan kijk je niet op een inspanning meer of minder.

Onze dochter zal zelf haar toekomst moeten maken. Allicht zal ze in de loop van haar leven een paar keer een verkeerde afslag nemen, of een omweg maken, of zal ze voor een minder evidente weg kiezen. Soms zal ze zelf een verkeerd pad inslaan, soms zullen de omstandigheden haar tocht blokkeren en haar dwingen op haar stappen terug te keren. Wij zullen er voor haar zijn en haar steunen, op alle mogelijke manieren. Soms zullen we haar waarschuwen, maar toch een stapje opzij zetten en haar tegen de muur laten lopen, omdat dat nu éénmaal de enige manier zal zijn waarop ze zal leren.

En dus laten we haar zoeken. Ze informeert zich, ze spreekt met de leerkrachten, ze vraagt raad, ze doet testen op internet, ze bekijkt haar opties, ze praat met ons. We zien dat ze twijfelt, afweegt, de ene dag het ene verkiest en de andere dag weer het andere. Hoe moeilijk het ook is, we proberen haar niet te sturen, we proberen haar vrij te laten. Op voorwaarde dat zij overtuigd is en er vol voor gaat. Op voorwaarde dat ze haar talenten ten volle benut. Haar hart erin legt.

Helemaal zijn we er nog niet. Maar toch bijna. En dan kan je als mama enkel hopen dat ze haar weg wel zal vinden. Met omwegen, zijsprongen en alle hindernissen die erbij horen. Vol vertrouwen (maar met een klein hartje) laten we haar alweer een beetje meer los.

Uit het tienerleven: Temptation Island

Met twee tieners in huis is “Temptation Island” hier uiteraard één van favoriete trashprogramma’s van het moment. Maar aangezien we in een eerder leven al zelf getuige waren van het feit dat het programma niet altijd even opvoedkundig verantwoord is, doen wij hier aan “parental previews”. Niet dat we ook maar enige illusie koesteren dat we hen in deze internettijden kunnen beletten om bepaalde beelden te zien, maar dan weten we tenminste wanneer we ernaast moeten gaan zitten “om een en ander te kaderen”.

En dus “offeren” wij ons woensdagavond op, kijken de hele aflevering uit en zuchten bij zoveel onzin, melodramatisch en ranzig gedoe. Een dag later kijken we dan samen met de dochters, stellen we hier en daar al eens een kritische vraag en laten we hen nadenken over het relatiebeeld dat opgehangen wordt. Zijn we over het algemeen tevreden dat onze dochters best wel weten te relativeren en ook zien dat Jolien veel te goed is voor haar Herbert. Dat het achterbakse gedoe van Lisa niet bepaald door de beugel kan, maar dat Merijn ook wel zeer snel conclusies trekt en dat je toch ook wel héél veel kapot kan maken met een paar uit-verband-gerukte-uitspraken of met een minutieuze selectie van beelden (Lize, Jeffie). En dat je maar op de blaren moet zitten als je je gat brandt, Niels.

Tegelijkertijd wijzen we onze meisjes er ook op dat je als tv-maker veel kan manipuleren. Dan vertellen we over die ene vriend die op een blauwe maandag ooit aan een reality programma meewerkte. Dat ze hun kandidaten soms een uur lang interviewen om daar dan één onnozel zinnetje uit te halen dat ze perfect in hun “verhaallijn” kunnen inpassen. Dat de montage zo gebeurt dat het scenario klopt. Dat de vraagstelling van de zogenaamd objectieve presentatoren op bepaalde momenten toch wel op zijn minst heel tendentieus genoemd kan worden. Dat in de televisiewereld “what you see is what you get” zeker niet altijd opgaat, integendeel.

Tot we aan de “wraakaflevering” van vorige woensdag kwamen en de mannen er los over gingen. Dan durven de echtgenoot en ik elkaar wel eens aankijken van “moeten de dochters dit echt zien?”. Soms kan je niet meer doen dan verzuchten dat het er in een normale relatie (gelukkig) meestal zo niet aan toegaat. Dan laten we onze dochters weten dat we echt wel hopen dat zij slimmer zullen kiezen. En nooit ofte nimmer aan dergelijke programma’s zullen deelnemen. Dan lachen we groen om zoveel onnozelheid, testosteron en drank gecombineerd.

Zou het nu een fijn programma zijn om te maken? Want ok, de kandidaten mogen dan wel jong, naïef, onnozel of af en toe een beetje manipulatief zijn, die kampvuren waarin je een paar zorgvuldig uitgekiende beelden laat zien aan een deelnemer die zijn of haar partner mist en al een tijdje niet gezien heeft, en die beelden dan nog voorziet van een paar suggestieve vragen of commentaar, die zijn ergens toch ook gewoon heel hard en pijnlijk. En ja, ik ben het ermee eens dat ze weten waaraan ze beginnen en dat ze op heel veel momenten véél slimmer zouden moeten zijn, dat ze af en toe eens 5 seconden zouden moeten nadenken vooraleer ze handelen, maar toch wordt er hier grof geld verdiend aan de miserie van een ander.

Maar uiteindelijk kijken wij ook, dus we houden dit mee in stand. Willens nillens. In de hoop dat we – door samen te kijken – de dochters toch een paar kanttekeningen kunnen aanreiken. Bovendien wordt er toch ontzettend veel afgelachen ook. Want zeg nu zelf, waar blijven ze die deelnemers in godsnaam toch halen? En waarom trappen die er allemaal telkens opnieuw – met zoveel overtuiging – in?

Op naar woensdag dan maar, ook de vrouwen zijn nu op oorlogspad. Dat belooft. (zucht).

Het werd zomer. Bijna!

IMG_6393Neen, we gaan het niet hebben over het fantastisch Belgische zomerweertje. Waar we een warm dagje alweer moeten bekopen met verschrikkelijke zomeronweders. Maar het einde van de examens en proefwerken is stilaan in zicht. De oudste heeft nog geschiedenis, de jongste heeft nog rekenen, maar het leren is al achter de rug. Nog een keertje alles geven en ze kunnen aan hun zomervakantie beginnen.

Ook bij de echtgenoot is het verbeterwerk (net) achter de rug. De punten worden doorgegeven, nu volgen een paar dagen deliberaties en moet hij de rapporten nog schrijven en wat administratieve zaken afhandelen. En dan kan de riem er hier even af. Het is tijd en het is nodig. Ze zijn zo moe, mijn huisgenoten. En ze zijn het moe. Even geen school meer. Even geen taken meer, geen lessen. Even alleen maar genieten, luieren, wat lezen. Uitslapen ook, recupereren van een lang, vermoeiend jaar.

Toen onze meisjes jonger waren, zag je in mei en juni gewoon dat ze aan het einde van hun Latijn waren. Het bobijntje was af. Ze gingen zonder morren op tijd naar bed, ze durfden in het weekend al eens een gaatje in de dag te slapen en vooral de jongste kroop in de loop van de dag wel eens stilletjes met een boekje in bed. Een uur later vonden we haar dan diep in slaap. Ze hadden het soms zo nodig. Mei is dan ook een erg drukke maand met de schoolfeesten, de dansoptredens, soms nog wat communie- en verjaardagsfeesten hier en daar. Het was soms teveel voor onze dames.

Intussen zijn ze opgegroeid en zijn ze het al meer gewend. En toch. De examens zijn ook gewoon vermoeiend. Het vraag een constante mentale inspanning en dat vergt toch veel van onze meisjes. En dan zijn de lontjes soms wat korter: er wordt al eens stevig gezeurd. Op het oneerlijke (studeer)leven, op de ouders (met hun bedenkelijk gevoel voor humor), op de zus. Op het eten dat net niet is wat ze liefst gewenst hadden. Of op de muziek/lach/stem die te luid is, de mattentaartjes die uitverkocht waren bij de bakker,… Het grappige is dat dat gezeur meteen stopt op het moment dat de examens afgelopen zijn. Min of meer toch ;-). Vanaf morgenavond kunnen ze weer wat meer hebben. Dan blijven ze al eens langer op en slapen ze ook gewoon weer een stukje langer uit. Het ritme wordt verlegd, we zetten een stapje terug. Er “moet” ineens niks meer, er “mag” veel meer.

Lang zal het overigens niet duren vooraleer we hier “ik verveel me” te horen krijgen. Of “mag ik op de Nintendo/tablet/computer”? Want wat moet je in godsnaam met die zeeën van tijd gaan doen (zeker als het regent)? En je kan nu toch niet de hele dag door blijven lezen (tenzij het goed weer is en je als eerste de ligzetels hebt ingepalmd natuurlijk). Het moet gezegd dat ook de waterspelletjes en ons plastieken zwembadje enorm populair blijven bij onze dochters. Zeker als ze gezelschap kunnen/mogen vragen. Of een logeerpartijtje mogen houden…

Die belofte van de oneindige zomer, de leegte die zich voor je uitstrekt, dat mis ik nog altijd. Maar als ik eraan denk dat je dan eerst nog eens die examens moest doorworstelen, dan is dat gemis snel over. Al zal het binnenkort toch weer slikken zijn, als iedereen vakantie viert en ik ’s morgens het huis stilletjes uit sluip om toch maar niemand wakker te maken en de liefdes van mijn leven hun broodnodige recuperatie te gunnen.

Nog één examen, nog één weekje, en dan zit het er alweer op. Is de lagere school een afgesloten hoofdstuk in dit gezin. Dan zit de helft van het middelbaar er voor de oudste al op . Het gaat toch zo ontzettend snel allemaal. Even met je ogen knipperen en voor je het weet zijn ze opgegroeid. Ik ben daar zó niet klaar voor. Maar voor de dochters kan het soms niet snel genoeg gaan. Zeker niet nu ze weer twee superlange vakantiemaanden in het vizier hebben ;-).

Achter deze vrouw staat een sterke man #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity van Danone draait rond de balans werk-gezin. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze?”

Ik ben intussen 19 jaar aan het werk. Ik heb Romaanse Talen (Frans-Italiaans) gestudeerd en dat vormde naar verluidt de kortste weg naar het onderwijs. Bij mij liep het echter anders. Toen ik op de arbeidsmarkt kwam, lagen de jobs niet voor het oprapen. Mijn allereerste jobaanbieding kwam van een Brusselse school (die later in het nieuws kwam voor een geval van zware agressie tegenover een jonge godsdienstlerares, als ik me nog goed herinner), maar mijn lief vond dat ik beter nog wat verder rondkeek. Een paar maanden later kon ik aan de slag in de media, als redactiemedewerkster.

Na een kleine 2 jaar startten we een sportredactie op en ik zou die uiteindelijk 13 jaar lang coördineren. Het was een uitdagende job en ze vroeg veel inzet. Ik ging er vol voor. Ik was altijd sportliefhebber geweest én toen ik de kans kreeg om van mijn hobby mijn beroep te maken, was het soms moeilijk om een grens te trekken. Bovendien wou ik mijn job zo goed mogelijk doen en had ik soms/vaak de neiging om er net iets te veel in op te gaan. Dat gecombineerd met leuke collega’s en een nieuwsverslaving maakte de grens tussen werk en privé soms/vaak nogal wazig, al voelde het nooit écht als “arbeid”…

Intussen combineerde de echtgenoot zijn voltijdse job als leraar Nederlands en Engels met een zelfstandig bestaan, eerst als sportfreelancer, later als auteur van een handboek Engels. We werkten hard en veel die eerste jaren. Maar toen we voor een kindje gingen, maakten we samen heel bewust de keuze dat ik 4/5 zou gaan werken. Het bracht wat rust. Eens een dag geen files voor mij, genieten met de kinderen, thuis wat administratie op orde brengen of voor de boodschappen zorgen en de echtgenoot een beetje ontlasten.

Want wij vormden misschien toch niet echt het archetype van het traditionele gezin. De leraar-echtgenoot was bij ons degene die in de week de kinderen van school ophaalde en voor het eten zorgde. Ik kwam later thuis en sprong dan in. Als de echtgenoot terug achter zijn bureau kroop om aan zijn schoolwerk te beginnen, nam ik het huishouden over en deed ik de kinderen in bed. En ik zorgde voor de crisisopvang: als de kinderen ziek waren, of als ze een dagje facultatief verlof hadden, dan ving ik dat op. We vulden mekaar mooi aan, maar alle lof voor de echtgenoot: zonder hem had ik mijn job niet kunnen (blijven) doen. Hij heeft mij de kans gegeven om er vol voor te gaan.

11 jaar lang ben ik ’s woensdags thuis geweest voor de kinderen. Ik heb gebruik gemaakt van loopbaanonderbreking én van het ouderschapsverlof. Toen alle wettelijke stelsels opgebruikt waren, bleef ik gewoon 4/5 en later 90% werken en leverde ik met plezier loon in om thuis te kunnen zijn.

Maar toen kwam er door besparingen een einde aan het sportverhaal en moest ik op mijn 38ste opnieuw de arbeidsmarkt op. In volle crisis. Met het besef dat het sportverhaal wel mooi geweest was, maar dat het voor mij ook afgerond was. Dus zocht ik een nieuwe uitdaging. Het werden voltijdse jobs. De kinderen waren toen ook al 11 en 8, ze waren dus al groter, maar het was toch wat zoeken naar een nieuw evenwicht. Het lukte, al werd de druk op de echtgenoot weer wat groter. Toen er ook avond- en weekendshiften bijkwamen, bleek dat voor ons gezin een zware dobber.

liefde_is_iemand_op_wie_je_altijd_kunt_steunenBen ik blij met de keuzes die wij gemaakt hebben? Jazeker. Maar ik zat dan ook in een luxepositie. Dat ik een uitdagende job kon combineren met de kinderen, heb ik voor een groot stuk te danken aan de echtgenoot. Daarnaast was het voor ons, als hoger opgeleide tweeverdieners, financieel mogelijk om een stukje loon in te leveren voor “kindertijd”. Dat deden we 15 jaar geleden, toen de prijzen van de huizen nog niet een quasi onbetaalbare zeepbel vormden.

Was het de ideale keuze? Voor ons gezin misschien wel, al was het zeker niet altijd even gemakkelijk. Op piekmomenten (in mijn of zijn job) was het soms echt naar adem happen en hadden we af en toe hulp nodig. Dan sprongen de grootouders wel eens in, of bleven de kinderen wat langer in de opvang. Me-time was er de eerste jaren – met jonge kinderen – quasi niet. Mijn laatste boek las ik tijdens de laatste weken voor de oudste in ons leven kwam, het volgende boek las ik toen de jongste bijna één was, 3,5 jaar later! In tijden van kinderziektes was het pompen en zo goed als verzuipen, maar we sprongen voor elkaar in de bres en we gunden elkaar “ons ding”. Het ene moment wel wat meer dan een andere keer ;-).

Natuurlijk heb ik me in de loop der jaren wel schuldig gevoeld om de professionele keuzes die ik gemaakt heb. Het was makkelijker geweest als ik niet per se nood had aan een inhoudelijk uitdagende job. Ik had andere keuzes kunnen maken, ik had misschien halftijds kunnen werken of een tijdje thuis kunnen blijven. Maar dat deden we niet.

Als ik terugblik, dan ben ik vooral dankbaar voor alle momenten die ik gehad heb. Voor alle keren dat ik de kinderen kon laten uitslapen en ze rustig uit hun bedje kon halen. Voor al die keren dat ik wel aan de schoolpoort kon staan. Voor de keren dat de echtgenoot zich niet moest haasten om de kinderen op te pikken, maar gewoon rustig naar huis kon komen en eens kon genieten van een voor hem met liefde bereide maaltijd… Tegelijk ben ik trots op alle sportmomenten die ik kon beleven, en de artikels die ik erover schreef. Of op het handboek Frans waar ik even mocht aan meewerken. Of op die ene lesgroep die ik van het begin tot het einde begeleidde en waarmee  ik zo’n fijne band had. Of op de verviervoudigde aanhang van onze Facebook-pagina…

En dan kijk ik naar onze twee prachtmeiden. Goedlachs, beleefd, geïnteresseerd, ruimdenkend, open, vriendelijk en warm (zei de fiere mama) en dan denk ik telkens opnieuw dat we het nog niet zo slecht gedaan hebben. Dat de balans – misschien niet altijd even perfect – er ergens toch altijd geweest is…

Hoe combineer je werk en gezin? Eén stem? #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity draait rond werk. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze? Deel het via #boostyourpositivity en lees mee hoe anderen ‘werk’ ervaren.”

Over de keuzes die wij als gezin gemaakt hebben, heb ik het later deze week nog wel eens. Maar na het lezen van de vele getuigenissen deze week en de voorbije weken, zit ik toch met een kleine bedenking. Veel van dergelijke eerlijke blogposts, of ze nu over de moeilijke combinatie werk en gezin, over het al dan niet borstvoeden of over de roze wolk van het opvoeden verhalen, draaien telkens opnieuw uit op een strijd tussen voor- en tegenstanders. Zelfs een fotootje op Instagram, waarbij een mama-in-spe het aandurfde om te tonen dat ze zich “bezondigd” had aan een McDonald’s maaltijd leidde tot een online berisping van “de zwangerschapspolitie”, “weet jij wel waaraan je je kind blootstelt?”.

Wat doen we mekaar toch aan? Welke kansen laten we als vrouw en als mama telkens opnieuw liggen? Als iemand met een eerlijke getuigenis probeert een punt te maken, zorgen we er met zijn allen zelf voor dat die stem verloren gaat. Zo zorgen we er telkens opnieuw zelf voor dat alles bij het oude blijft, dat er absoluut niets hoeft te veranderen.

Als een jonge mama de boodschap brengt dat ze het zo moeilijk vindt om alles te combineren, dat ze in het weekend vaak uitgeteld is en het niet meer kan opbrengen om ook nog te investeren in haar sociale leven, omdat ze toevallig probeert een uitdagende job te combineren met de zorg voor jonge kinderen, dan krijgt ze te horen dat ze verwend is, dat ze dan maar voor een job dichter bij huis, of een minder uitdagende job moet kiezen. Dan krijgt ze telkens opnieuw te horen dat ze MOET kiezen. Dat ze niet alles kan hebben in het leven. Waarom niet? Waarom moet een jonge mama keuzes maken? Waarom is het aan haar om haar uitdagende job te laten schieten? Waarom gaan we haar met zijn allen be- of veroordelen voor de individuele keuze die ze gemaakt heeft? Terwijl zij alleen maar wil aangeven dat er ergens toch iets niet klopt. Dat je op dit moment nog altijd “gestraft” wordt, zeker als mama, als je voor kinderen kiest.

Waarom worden de vragen niet naar een hoger niveau getild? Op geen enkel moment in alle reacties is gekeken naar de keuzes die onze maatschappij maakt, naar de richting die we met zijn allen moeten volgen en waar steeds meer mensen het moeilijk mee hebben. Maar neen, zolang we met zijn allen op het individuele niveau blijven be- of veroordelen, hoeven er geen maatschappelijke antwoorden gegeven worden. Dus wordt een maatschappelijk relevante vraag al van in het begin in de kiem gesmoord. Als we daarentegen getuigenissen zouden toevoegen, als we het verhaal gewoon zouden delen, kan het wel een sneeuwbal vormen, kan het wel viraal gaan en kunnen er misschien op een hoger niveau wel antwoorden geëist worden… Want gaat de combinatie job-gezin écht makkelijker worden als we ons perfect organiseren en bijvoorbeeld ’s avonds de kleertjes al klaarleggen of de tafel al dekken voor het ontbijt?

Hetzelfde met het borstvoedingsverhaal. Er wordt dus een campagne gevoerd om het borstvoeden tot 2 jaar te promoten. Hoe reageren wij? We gaan met zijn allen heftig campagne voor- of tegen het borstvoeden voeren, tot we in zinloze onderlinge discussies begraven raken. Op geen enkel moment is de vraag gesteld naar het nut van een dergelijke campagne als je na 3 maanden bevallingsrust toch opnieuw voltijds aan de slag moet. We hadden een krachtig antwoord moeten geven dat dergelijke campagnes heel mooi zijn, maar met de vraag hoe we dit als werkende mama praktisch moeten waarmaken? Maar neen, opnieuw laten we een uitgelezen kans liggen omdat we het belangrijker vinden om ons eigen kleine gelijk te behalen…

Siska Schoeters tenslotte krijgt nu op haar dak omdat ze het aandurfde haar kinderen “kleine fuckers” te noemen. Want als je je kinderen zo noemt, zullen ze zich ook zo gaan gedragen. Ook zij geeft aan dat het ouderschap zwaar is, dat er geen roze wolk is en wij gaan het hebben over een “misplaatste woordkeuze”? Laat ons inderdaad met zijn allen maar zagen over de “kleine fuckers” en intussen alweer een signaal van een jonge moeder collectief onder de mat vegen.

Jammer. Zolang we ons eigen kleine gelijk willen halen, zolang we dergelijke verhalen vooral gebruiken als een middel om onze eigen ingebeelde morele superioriteit vast te stellen, zullen we er niet in slagen om een krachtig signaal af te geven. De macht van het nummer hebben wij duidelijk niet. Wij mama’s slagen er niet in om met één stem te spreken en dat vind ik vooral een gemiste kans. Voor ons, voor de jonge mama’s nu en voor onze dochters. Ook zij zullen ooit een jonge mama zijn, maar wij zullen nagelaten hebben om het voor hen beter te maken… En dat vind ik ontzettend jammer.