Nergens beter dan thuis

4 hele dagen verlof. 4 dagen zomerse hitte. 4 dagen thuis. We hebben met volle teugen genoten van de eerste zomerdagen in 2017.

Zwembadseizoen

  1. Het zwembadseizoen is geopend. Al sinds de kinderen klein zijn, halen wij elk jaar opnieuw een plastieken zwembad in huis. Om verkoeling te vinden tijdens de zonovergoten dagen. Echt zwemmen kunnen we niet meer, daarvoor is het intussen niet meer diep genoeg. Watergevechten horen er ook niet meer bij, of het moest de mama zijn die met een waterpistooltje in actie kwam. En dat uiteraard weer terugkreeg. Ons zwembad dient eigenlijk alleen nog als koude zetel tijdens het lezen. Of voor een gekoeld uurtje slaap ;-).
  2. Technische vooruitgang bij het oppompen van het zwembad. Ik bracht dit keer een mechanisch opblaasding mee uit de winkel. Tot genoegen van de echtgenoot, die voor de allereerste keer toekeek hoe het zwembad in amper een kwartiertje volledig opgeblazen was. In plaats van twee uur met de voetpomp aan de slag te gaan. Al was dat natuurlijk wel een goede oefening en was het genot achteraf des te groter. Je had je zwembad echt wel verdiend, zeg maar. Al heeft de echtgenoot de vooruitgang met veel vreugde verwelkomd ;-).
  3. De barbecue werkt nog. Als de zon schijnt, is het barbecuetijd. Bij ons was het donderdagavond al van dat, maar de rest van Heist-op-den-Berg had blijkbaar vrijdagavond plannen: de berg vlees en drank die vrijdagochtend al uit de Colruyt buitengesleept werd, was indrukwekkend. De file op de parking ook trouwens. Net als de “survival of the fittest” in de winkel zelf.
  4. Italië in België. De temperaturen gaan de hoogte in en wij eten Italiaans (op barbecue na dan, al doen ze dat in Italië ook). Pizza stond op ons menu, net als lasagna en de onvermijdelijke tomaat-mozzarella. Met verse ciabatta uit de oven natuurlijk. De zomer kwam al even aankloppen en wij gooiden de ramen van onze veranda wagenwijd open en genoten van rustige maaltijden met ons vieren in de buitenlucht.
  5. De geur van zonnecrème. Het is pas echt zomer als je een hele dag naar zonnecrème ruikt en elke avond opnieuw moet douchen om proper in je lakens te kunnen duiken.
  6. Slapen met de ramen en de rol open. Warmte stijgt en wij slapen onder het dak. Als het een paar dagen lang hoogzomer is, is het ’s avonds om te bakken. Dan mag het raam open en ook de rol op kiertjes. Zodat er nog (frisse) lucht binnen komt. Om dan rond 5 uur wakker te worden van het licht en de rol toch maar dicht te doen en in één beweging beneden de ramen open te zetten. Om dan rond 8 uur wakker te schrikken van een fikse onweersbui en je dan maar met een slaapkop naar beneden te haasten om te ramen terug dicht te doen…
  7. Strijken in de zon. Uiteraard waren er nog huishoudelijke klusjes. Dat is dan weer het nadeel van thuisblijven tijdens een lang weekend. Maar strijken is een pak leuker in de zon en in goed gezelschap. Al moet je je ook dan insmeren, zelfs al zit je in de schaduw. (Een mens leert uit zijn fouten!)
  8. Ijsjes! Aardbeien! De combinatie van beide! Als het te heet is, dan eten we een ijsje. Om het nog min of meer gezond te houden, vullen we een hele kom met aardbeitjes en maken we dat af met een bolletje vanilleijs. Er is geen lekkerder zomerdessert dan dat. Zeker als de aardbeien op hun best zijn. Of uit de tuin van opa komen (wat nog net te vroeg is, maar we leven op hoop: ze komen eraan!)
  9. Onweders. Tja, het hoort erbij in België. Geef ons zomerhitte en het dondert en bliksemt. Het allereerste warmteonweer ’s nachts heeft nog wel iets, vind ik. Als je wakker wordt van het gerommel en dan in je bed uit je raam de bliksemschichten kan zien vallen, dat blijf ik indrukwekkend vinden. De kracht van de natuur in al zijn glorie. Voor één keer mag het. Daarna is het weer een gewoonte en hoeft het voor mij niet meer.

tomaat_mozzarella

Het waren prachtige, rustige dagen. Met ons viertjes en met het nodige gezelschap. De dochters kregen wel eens bezoek en wij hadden onze gestolen momenten met ons tweetjes. Soms moet het echt niet meer zijn dan dat. Zeker als je dan op de radio hoort dat het 3 uur aanschuiven is richting kust. Dan ben ik al lang blij met mijn plastieken zwembadje in onze eigen achtertuin.

Piemonte: een dubbeltje op zijn kant

Tweede stop in onze Italiëreis dit jaar was Piemonte. Voor ons onbekend, maar we waren klaar voor de ontdekking van een nieuwe Italiaanse regio. Het werd een moeilijke week, maar uiteindelijk vielen we toch (min of meer) voor de nieuwe ontdekking.

We namen een valse start. Er vloeiden wat traantjes toen we uit Toscane vertrokken en sommige gezinsleden waren misschien liever daar gebleven. We reden ook een klein beetje verloren toen we bijna ter plekke waren en het is niet evident om op je stappen terug te keren als je op een eenrichtingsbaan midden in de wijnvelden heuvelopwaarts strandt. Hoewel de echtgenoot een uitstekende chauffeur is, knijp ik toch mijn ogen dicht als je je wagen moet keren waar er eigenlijk niet echt veel plaats is. En dan blijken de “heuveltjes” in Piemonte toch écht wel serieuze heuvels te zijn, die nogal abrupt aan het einde van de weg eindigen.

Ook ons hotelletje was even wennen. Een typisch Italiaans familiehotelletje (lees: met vast tapijt en ouderwets behangpapier), midden in een residentiële woonwijk. Het enige zwembad in de omtrek, dat vooral in het weekend overspoeld werd door Italiaanse dorpelingen die ook verkoeling zochten. De eerste twee dagen bleek het er “uitzonderlijk” heet voor de tijd van het jaar, wat vooral ’s nachts te merken was: geen airco, geen vliegenraam. De Italiaanse muggen genoten met volle teugen van de Belgische hapjes: de echtgenoot en de oudste bleken erg in de smaak te vallen. Het raam sluiten was wegens de hitte geen optie en dus hadden we een paar onrustige nachten.

Het uitzonderlijk hete weer werd na een paar dagen gevolgd door onweer. Ja, ook in Piemonte kennen ze dat typische zomerfenomeen. En een onweertje in Piemonte is niet te onderschatten: eerst trekken alle wolken samen en kleurt het hele dal donker, waarna het klettert, bliksemt en dondert en ontzettend intens durft te regenen. Maar het is kort en krachtig: het trekt ook snel terug open. Ik was wel ontzettend blij dat we niet op dat moment onze heuvel aan het op- of afrijden waren, want het water stroomt dan letterlijk de berg af.

Tenslotte zijn wij geen wijnkenners en laat dat nu één van de belangrijkste troeven van Piemonte zijn: de uitstekende wijnen (o.a. de Barolo). Eigenlijk ga je naar Piemonte om in elk dorp een “castello” te bezoeken, de plaatselijke wijn te degusteren en de juiste flessen mee naar huis te nemen. Wij drinken wel eens graag een wijntje, maar daar stopt het ook. Laat staan dat we 55 euro of meer zouden betalen voor iets wat wij niet volledig naar waarde kunnen schatten.

Maar het kwam allemaal goed. De eigenares van ons hotelletje was een fantastisch lieve dame, die echt wel voor het hotelvak geboren was. Ze deed niets liever dan haar gasten in de watten leggen. Bovendien had ze een uitstekende kok: het ontbijt en het Italiaanse avondmaal waren echt om duimen en vingers bij af te likken. Het was er ook zeer rustig, op het weekend na dan. Zo hadden we op dinsdagmorgen het zwembad helemaal voor ons alleen. Wisten wij toen veel dat het binnen het uur zou betrekken én hevig onweren ;-). Gelukkig brachten de buitjes ook minder heet weer met zich mee, en minder zwoele nachten. Minder nachtelijke muggenaanvallen, zodat we ook terug aan slapen toe kwamen.

Ook cultureel bleek Piemonte over fijne troeven te beschikken. Alba was écht wel een ontdekking. Een fantastisch leuk, aangenaam, klein stadje bij op onze favoriete Italiaanse stedenlijst. Asti vonden wij dan weer net iets minder uitnodigend. Piemonte is veel minder op toeristen gericht dan Toscane. Dat heeft een aantal nadelen (de Italiaanse siësta tussen 12u30 en 15u30 valt naar Belgische normen nogal slecht, zeker als ook het avondmaal op zijn Italiaans ten vroegste om 19u30 geserveerd wordt – honger!), maar zeker ook zijn voordelen. De steden in Piemonte zijn relatief rustig te bezoeken. Al helpt het natuurlijk wel als je besluit een stad te bezoeken op één van de heetste dagen van het jaar midden in de siësta, de warmste uren van de dag. En wij ons maar afvragen wat er aan de hand was, waar in godsnaam al dat volk verstopt zat. De Italianen zullen ons zot verklaard hebben dat we ons toen buiten waagden.

De laatste 2 dagen genoten we ’s morgens van uitzonderlijk helder weer, waardoor we de Alpen in de verte perfect konden zien liggen vanuit onze hotelkamer. En dan blijkt die heuvelachtige omgeving in het niet te vallen tegen de machtige bergketen erachter. Dan lijkt het hele dal met de vele heuvels ineens uit te vlakken. Maar wat een natuurpracht! Het was écht om stil van te worden.

We hebben in Piemonte genoten van de rust met ons viertjes, van de prachtige omgeving en van de natuurelementen. Onze dochters vatten het op het einde van onze tweede week goed samen: “Fijn dat we dit gedaan hebben, maar een terugkeer hoeft niet meteen.” Al hadden we toen nog 3 dagen Turijn voor de boeg…

Piemonte 2016

Zondvloed

Ik ben geen held in het verkeer. Ik ben dan ook dolgelukkig dat ik met het openbaar vervoer kan gaan werken. Met de trein reizen vind ik meestal een enorme luxe: 25 minuten onafgebroken leestijd. Maar als ik late vergaderingen heb of als er gestaakt wordt, dan durf/moet ik wel eens met de auto naar het werk rijden. Dat was dinsdag ook het geval.

Rond 16u30 barstte een onweer los boven Leuven. Eerst bleef het nog beperkt: het regende wat, het bliksemde af en toe even en het rommelde wat in de verte. Maar tegen 18u30, net op het moment dat ik wou vertrekken naar mijn late afspraak, was het wel héél hevig aan het onweren. De regen viel met bakken uit de lucht en je zag bliksem om bliksem door de lucht klieven. In de auto hoorde ik ook dat er problemen waren op de autostrade rond Leuven en ik zag de bui al hangen.

Na kort overleg bleek dat ik toch gemist kon worden en besloot ik maar onmiddellijk naar huis te rijden. En de autostrade te vermijden. Snel rijden als je ruitenwissers op het maximum staan en je bij wijze van spreken amper voor je ziet, ik doe het niet graag. Tegelijkertijd voorbij gevlamd worden door de mastodonten op de autostrade, die je nog eens extra nat gooien in het passeren, zag ik ook niet zitten. Binnendoor dus. Tegen 70 km per uur maximum.

Tijdens het eerste deel van de rit kon ik het rijden eigenlijk best nog smaken: fijn muziekje, niet te druk (de avondspits was eigenlijk al achter de rug) en verwondering bij het zien van de bliksemflitsen in de lucht. Tot ik bijna in Aarschot was en de weg afgesloten was omwille van een ondergelopen kruispunt. Een omweg dan maar, en de GPS volgen. En toen reed ik door Betekom en Begijnendijk en bleek dat het toch wel héél veel geregend had. De eerste ondergelopen weg kon ik nog passeren via het hogere en iets drogere midden. De tweede ondergelopen weg nam ik via het fietspad dat net iets boven de rijweg uitstak.

Maar de derde ondergelopen weg was er teveel aan. Er stond minstens 30 centimeter water en bij de jeeps en stationwagens voor mij spatte het water al verschrikkelijk hoog op. Laat staan dat ik er met mijn Corsa’tje door zou ploeteren. Een zijweggetje dan maar, maar dat bleek ook helemaal ondergelopen, minstens even hoog. Terugkeren was geen optie, aangezien ik al 2 ondergelopen banen getrotseerd had. Er toch maar doorheen dan.

En dus heb ik gewacht tot de tegenliggers gepasseerd waren en heb ik het erop gewaagd. Met de daver op het lijf en de bibber in mijn benen. En het was een héél lang stuk (of zo leek het toch), ik moest toch een paar honderd meter overbruggen. Uiteraard kreeg ik halverwege dan toch een paar tegenliggers, maar stoppen was op dat moment geen optie meer. En dan rijd je maar door. Ben je blij en opgelucht als je de laatste meters terug in het midden van de baan kan rijden waar het weer wat hoger is. En dat je het gehaald hebt. De rest van de weg voelde ik mijn benen trillen. Ik was ontzettend opgelucht dat ik thuis was. Waar het grootste deel van het onweer eigenlijk aan ons voorbij ging. Waar het wel wat geregend had en wat rommelde in de verte, maar ook niet meer dan dat.

De rest van de week staan er geen late vergaderingen meer op het programma en reis ik gewoon met de trein. En neem ik de mogelijke vertragingen voor lief. Een beetje lezen, geen trillende benen. Want mijn autootje mag dan makkelijk zijn en me luxe en vrijheid bieden, ritten als dinsdag verteer ik niet zo snel. De herinnering is nu nog jong genoeg om even niet te zagen en te klagen over het openbaar vervoer. Tot de volgende staking uiteraard en je in het station vruchteloos staat te wachten op een trein die maar niet komt opdagen.

Maandag dus ;-).