Ode aan mijn (nieuwe) man

Volgens Fernand Huts ben ik een “moderne, veeleisende vrouw die haar man geen ruimte laat om te ondernemen”.  Ik verwacht dan ook “dat hij mee instaat voor het huishouden, dat hij thuis is, meegaat op citytrip, skiverlof, en liefst nog verlof heeft in de krokus- en paasvakantie, in het groot verlof, met Allerheiligen en tussen kerst en nieuw”. Quality time together komt voor mij ook voor geld verdienen. En blijkbaar moet ik dringend eens met mijn man in een koetsje door de stad of samen een wafeltje gaan eten op het strand.

Eigenlijk moet je erom lachen, maar dat kan ik niet. Fernand Huts is immers niet de enige hooggeplaatste man die er een dergelijke mening op na houdt. Al te vaak bots je in je professioneel leven als vrouw op dergelijke dinosaurussen. De ene al wat subtieler dan de andere. Het begint al bij je sollicitatiegesprek waar je de vraag krijgt of je kinderen wil. Of als je er al hebt, hoe je het allemaal zal regelen. Moet een man ooit de kinderopvang na school gaan verantwoorden in het eerste gesprek voor een nieuwe job?

Het duurt je hele carrière door. 4/5 werken? Berg meteen je carrièredromen maar op want “een managementfunctie is een voltijdse job hoor”. Leiding geven? “Een vrouw is niet hard of doortastend genoeg.” “Ze draaien rond de pot, ze durven geen beslissingen nemen, ze babbelen teveel.” Je bedrijf vertegenwoordigen op een evenement ’s avonds? “Jij? Moet jij ’s avonds niet bij je kinderen zijn?” Er zal geen vrouw te vinden zijn die niet minstens één dergelijke opmerking te slikken gekregen heeft in haar loopbaan. Het is vernederend, het is vervelend en je wordt het beu om je telkens opnieuw te moeten verdedigen, te moeten verantwoorden of met dezelfde (bedenkelijke) “grapjes” te moeten lachen. Want nog een ferm nadeel: we hebben geen gevoel voor humor en we zijn toch wel heel snel op onze teentjes getrapt.

Gelukkig zijn er ook andere mannen. Of ze “nieuw” zijn, laat ik in het midden. De echtgenoot is mijn partner in crime, mijn beste vriend. Hij staat achter mij net zoals ik achter hem sta. Hij stimuleert me, net zoals ik dat bij hem probeer. Hij steunt me, zoals ik hem. Hij is er voor mij, zoals ik er voor hem probeer te zijn. Hij werkt, ik ook. Hij heeft drukke periodes en dan probeer ik hem te ontlasten en voor hem in te springen, wat hij op zijn beurt ook voor mij doet. Hij geeft me de kans mijn ding te doen, ik gun hem zijn dromen.

We kozen samen voor kinderen en we zorgen er ook samen voor. Onze kinderen missen mama evenveel als papa de avondjes dat één van ons verplichtingen heeft. Ze protesteren als mama een drukke week heeft, net zoals ze ook papa liefst zoveel mogelijk in hun buurt hebben. Af en toe zetten we samen zelfs nog eens een stapje in de wereld en maken we tijd voor elkaar. Dat vind ik belangrijk, maar hij ook. Hij haalt het beste in mij boven en ik hoop dat ik dat ook bij hem doe.

Maar we ondernemen niet en we vinden “leven” belangrijker dan “geld verdienen”. We zoeken heel hard naar een goede balans tussen ons professioneel leven en ons privéleven. Tussen er zijn voor elkaar en onze kinderen en het voldoen van onze arbeidsverplichtingen. Er zijn momenten dat het lukt, maar er zijn ook drukke periodes dat het evenwicht ver weg lijkt. We doen heel hard ons best om alle balletjes in de lucht te houden, maar soms kunnen we niet anders dan constateren dat het niet wil lukken. Soms heeft hij het zwaarder en dan probeer ik in te springen, soms is het omgekeerd en vaak komt alles samen en is het gewoon doorbijten.

Zal de worklife-balans op mysterieuze wijze in zijn plooi vallen van zodra de vrouw haar man de ruimte geeft? Wil de (nieuwe) man eigenlijk terug naar hoe het vroeger was? Wil hij de ruimte wel krijgen om (enige) kostwinner te worden? Wil hij de financiële druk voor zijn gezin op zich nemen? Wil hij de kwalitijd met zijn kinderen opofferen op het altaar van het geldgewin? Misschien is het aan de (jonge) nieuwe mannen om massaal hun stem te laten horen. Misschien dat de oude krokodillen geneigd zijn om wel werk te maken van een “leefbare” arbeidsorganisatie als het niet enkel de “zagende” vrouwen zijn die hun ongenoegen over het huidige systeem kenbaar blijven maken.

En tot slot, mijnheer Huts, ik ben veeleisend ja, en ik ben er fier op. Mijn man is minstens even veeleisend en daar ben ik hem dankbaar om en daar heb ik respect voor. Zo stimuleren wij elkaar om te blijven groeien, als gezin, als werknemer en als mens. Onze onderneming: goed leven.