Leve Italië! #eurovision

Zijn wij hier in de ban van het Songfestival? Bah, een heel klein beetje misschien. Het is niet dat er in mei nog zo geweldig veel op tv te zien is. Bovendien is het bijzonder moeilijk om de portie kitsch die je in die paar dagen over je heen krijgt te weerstaan. Nemen we het Songfestival au sérieux? Al veel te lang niet meer. Maar de afgelopen week hebben de oudste en ik ons samen wel geweldig geamuseerd met de jaarlijkse hoogmis (?) van het Europese lied.

  • Zorg dat je op Twitter zit. Veel te vaak hoor je dat Twitter een riool is en blijf je er beter weg, maar tijdens het Songfestival is de commentaar hilarisch. Het is – samen met het WK voetbal – de enige keer dat ik effectief mijn Twitter nog eens open en #eurovision volg.
  • Onze Belgische inzending vond ik eigenlijk nog niet zo slecht. Zeker in vergelijking met veel van de andere nummers die de finale wel haalden. Wel kan ik de kritiek volgen dat we te weinig hadden ingezet op de “show” rond het nummer. Wat blijkbaar het verschil kan maken tussen net wel de finale halen of net niet.
  • Ja, er bestaan écht nog mensen die naar het Songfestival kijken voor de muziek en voor de nummers. Die al het gedoe er omheen afleiding vinden en gewoon een goed nummer willen horen. En die nummers zijn er best ook nog, kijk maar naar de winnaar van vorig jaar. In 2017 haalde Portugal het immers met een breekbaar nummer. Maar dat lukt blijkbaar geen twee keer na elkaar, dit jaar bleek de gimmick belangrijker dan het muzikale aspect. En ergens vind ik dat altijd jammer.
  • Wie in godsnaam is de vakjury en hoe bepalen zij aan wie ze hun punten geven? Het wordt al een paar jaar een constante dat er een enorme kloof gaapt tussen de punten van de vakjury en de punten van de publieksjury. Niet dat dat per se een probleem zou moeten geven, maar ben ik naïef als ik geloof dat kwaliteit zou moeten bovendrijven en dat er dus toch meer eensgezindheid zou moeten zijn over de toppers, zowel bij de vakjury als bij de televoters?
  • Soms denk ik dat de “grote 6” (de landen die sowieso geplaatst zijn omdat ze financieel het meeste bijdragen aan de organisatie van het Songfestival) benadeeld zijn, zeker bij de vakjury, net omdat ze rechtstreeks geplaatst zijn en daardoor hun nummer niet al eens kunnen brengen in de halve finales. Ze missen ergens een “toonmoment” voor hun nummer en dat blijkt telkens weer een nadeel. Dit jaar zaten er nochtans goede nummers bij de “grote 6”. Zeker de inzendingen van Frankrijk, Duitsland en Italië waren gewoon goed, maar dat vertaalde zich – zeker voor Italië – niet in de nodige punten.
  • Kijk, er mag gerust wel eens een showelement toegevoegd worden aan een nummer, maar dat mag voor mij niet de doorslag geven. En dus vind ik het telkens jammer als een nummer wint omwille van een gimmick en veel minder om het muzikale aspect. Dit jaar won het toktoklied van Israël. Naar ’t schijnt zat er ook een #metoo-boodschap in, maar ik daag u uit om die uit de gimmick te vissen…
  • Mijn favoriet was Italië. Misschien niet echt een verrassing gezien mijn Romaanse verleden 😉. Het allerlaatste optreden van de avond. Het nummer bleef hangen. Het had ook een boodschap en het was gewoon goed. Typisch Italiaans dat wel en een beetje teruggegrepen naar het succesrecept van “Gente di Mare”: een wat afgeborstelde zanger in combinatie met de ruige, meer hese, ruwe bolster (de woorden van de oudste). Maar het nummer kwam volledig uit de lucht gevallen: het was op voorhand nooit genoemd en kreeg ook héél weinig punten van de vakjury (het stond ergens halverwege de tweede kolom). Net op het moment dat je je écht begint af te vragen of je doof wordt en of je spoken ziet omdat je dat goed vindt, blijken de televoters dit op de derde plaats te zetten. Er is dus toch nog goede smaak in Europa 😉.

De jaarlijkse hoogmis van het Europese lied (en de wansmaak) is weer achter de rug. Het was alweer geen onvergetelijke versie. Gelukkig was Italië een eenzaam lichtpuntje, al wil ik de Vikings van Denemarken toch ook even vermelden. Dat we met België de finale niet haalden, maakte het ook al een pak minder spannend natuurlijk. Gelukkig kunnen we dit voor minstens een jaar achter ons laten en mag “Toy” (Israël) van mij gerust meteen een stille dood sterven. Al hoop ik Ermal Meta en Fabrizio Moro binnen een paar maanden in Italië nog een paar keer te horen…

Advertenties

Vijf op vrijdag: foute zomerhits

Met het goede weer van de voorbije week verandert ook mijn muzieksmaak. De foute zomerhits komen al wat vaker in de ether geslopen: er wordt al wat meer zonnige muziek gedraaid. En het toeval wil dat we daar ook net iets meer vatbaar voor zijn als het warmer wordt en als de zon schijnt. Want we moeten eerlijk zijn: de meeste van deze (zomer)hits zouden ons niet kunnen bekoren zonder zon, vakantie, een ijsje of een wijntje op een (Italiaans) terrasje of naast het zwembad.

dans

(www.someecards.com)

Vaak worden deze hits dan nog “vergezeld” van een aangepast dansje, dat je met veel geduld en kunde (?) wordt aangeleerd door de plaatselijke animatoren. Of dat je kinderen ergens opgepikt hebben en je in al hun enthousiasme willen bijbrengen. Meestal trouwens ook voer voor gênante filmpjes. Soms ben ik zo ontzettend blij dat mijn jeugdige overmoed plaatsvond tijdens de gsm- en cameraloze tijden 😉.

  • Kaoma – “Lambada”. De moeder aller zomerhits. Uit 1989, ik was toen 16 jaar. De allereerste keer dat ik geconfronteerd werd met een uitheems, opzwepend ritme. Een aanstekelijk muziekje en ook de dans leek zo aantrekkelijk. Maar wees gerust, ik had dat ritme niet in mijn heupen en buiten wat oefenen op mijn kamer heb ik deze dans – in mijn versie – nooit op de wereld losgelaten. Gelukkig maar.
  • Juanes – “La camisa negra”. Ik heb me ooit laten vertellen/wijsmaken dat dit eigenlijk absoluut geen vrolijk nummer is. Integendeel, het zou een deprimerende tekst hebben. Ik kan dat niet met zekerheid zeggen, ik heb nooit Spaans gehad, ik ben een Italianist 😉. Maar het is alweer een aanstekelijk nummer dat aanzet tot dansen. Veel dansen en blijven dansen. Een hele avond en nacht toen we dat nog konden.
  • Michel Teló – “Ai Se Eu Te Pego”. Braziliaans wordt wel een constante in dit rubriekje 😉. De eerste zomerhit die mijn dochters bewust mee beleefden en mee dansten. Ooit hadden we wel filmpjes van onze dansmoves op dit nummer, maar die zijn jammer genoeg verloren gegaan toen ikzelf erin slaagde om bij een update van de computer al onze bestanden (ook foto’s en filmpjes) te verwijderen. Gelukkig maar, of net niet.
  • Gusttavo Lima – “Balada”. Dit is gelinkt met het vorige, het ene kan niet los gezien worden van het andere. Ik heb hier fantastische herinneringen aan. Onze dames hadden hier een eigen dansje op gemaakt en hadden dit op vakantie aan hun Noorse vriendinnetjes aangeleerd. Telkens het nummer gespeeld werd op één van de feestjes in onze agriturismo, gingen ze hier met zijn vieren op uit de bol. Zelfs jaren later nog. En dus is het nummer niet alleen meer een foute zomerhit, maar een ode aan een Belgisch-Noorse vriendschap die jaren geleden in Italië tot stand kwam.
  • Stromae – “Ta fête”. Voor je dacht dat alleen Brazilianen en Spanjaarden zomermuziek in het bloed hebben, wil ik dat toch even ontkrachten. Wij kunnen dat ook. Enfin, Stromae kan dat ook. Maar dat is dan ook dé Belgische meester in dansmuziek. Overigens ook niet altijd even optimistisch van tekst. Van dit nummer moét je trouwens de “Belgian Red Devils version” kiezen. Zalige clip, speciaal gemaakt voor het WK voetbal in Brazilië. Wij waren toen op vakantie in Italië en gingen telkens met alle Belgische vakantiegasten volledig los op dit nummer. Geweldig!

En omdat we in een gulle bui zijn, krijg je er nog eentje cadeau. Het had Las Ketchup kunnen zijn, maar zo geweldig was dat nummer nu ook weer niet. En dat dansje heb ik nog altijd niet onder de knie, dus dat vergeten we. Ook de Macarena was een optie, maar eerlijk gezegd, die mannen van Los del Rio waren eigenlijk gewoon een beetje eng. Neen, we geven jullie het lied dat misschien wel eens de zomerhit van 2018 wordt. Ook geweldig aanstekelijk. Veel tekst zit er niet in, maar leuk is het wel: MC Fioti – “Bum Bum Tam Tam”.

Struggle for… Ed Sheeran

Zaterdag 8 juli ging in België de ticketverkoop voor een concert van Ed Sheeran van start. Onze dochters zijn fan en wilden dus maar al te graag een plekje op de Werchterse wei. Ook wij kunnen hem best pruimen en vooral zijn folk-zijstapje heeft ook bij ons serieus punten gescoord. Bovendien zijn we ooit bij het zappen eens op een live-optreden van de man gestuit en dat blijkt echt de moeite. En dus stond hij toch al een tijdje op ons “te zien”-lijstje.

Maar tickets scoren blijft altijd weer een loterij. Zijn concert in het Sportpaleis was in een paar minuten uitverkocht: voor ik er erg in had, bleek de verkoop alweer voorbij. Hetzelfde overkwam me trouwens ook bij de ticketverkoop voor de solotour van Eddie Vedder. Ik was niet echt goed voorbereid: tegen het moment dat ik me realiseerde dat de verkoop begonnen was, dat ik maar best eens zou inloggen (wat was dat verdomde paswoord nu ook weer voor deze account?) bleek ik alweer naast tickets gegrepen te hebben.

Dat zou me ditmaal niet overkomen. En dus had ik de datum van de ticketverkoop in mijn agenda gezet (een uur te vroeg!) en had ik vrijdagavond al mijn account én paswoord opgespoord en ingelogd. Bovendien wilden we onze kansen spreiden. Ook de echtgenoot zou met zijn account inloggen en voor tickets gaan. Maar de echtgenoot moest zaterdagochtend zijn account nog instellen en dus zaten we rond 10u15 al achter onze laptop. Terwijl hij zijn account terugzocht, zocht ik naar het juiste adres van de site waar we tickets wilden bestellen. Ik zal me ook al maar aanmelden, terwijl ik nu toch achter de computer zit, dacht ik. En nog even alle correcte informatie opzoeken. En dus klik ik op het informatie-icoontje bij het concert en tot mijn verbazing krijg ik onmiddellijk de melding dat ik “op de wachtlijst geplaatst ben omdat het extreem druk is op de site”. Meteen doet de echtgenoot hetzelfde.

En dan begint het (lange) wachten. Vooral omdat het op dat moment nog maar 10u28 of zoiets was. We krijgen de melding dat het tot maximum een half uur kan duren. Maar aangezien het nog niet eens 11 uur was, laat ik het gewoon lopen terwijl ik intussen was opvouw. Mijn klokje gaat een eerste keer volledig rond en begint rond 10u45 opnieuw. Tegen 11 uur zie ik dat mijn klokje zo goed als rond is, maar eigenlijk niet echt meer vooruit gaat. Bij de echtgenoot begint het vanaf 11 uur wel ineens vooruit te gaan, maar hij heeft nog een behoorlijke achterstand.

En dan, een paar minuten na 11, zit ik er ineens in. Ik kan vrijwel onmiddellijk aan de ticketpagina en ik kan ook zonder problemen 4 tickets bestellen en betalen. Alles verloopt zo ongelooflijk vlot dat ik het in eerste instantie niet kan geloven. Maar op het moment dat via mail de melding binnenkomt dat de koop is gesloten en ik ook de digitale tickets binnenkrijg, haal ik opgelucht adem. Wat een makkie! Amper 7 na 11 en ik heb al tickets. De echtgenoot sluit onmiddellijk zijn tabblad af en de kinderen juichen. Heel naïef denk ik op dat moment dat de belangstelling misschien toch niet zo groot zal zijn: het is nu eenmaal het begin van de volgende vakantieperiode en hij was net nog in het land…

Als ik daarna op Facebook de melding plaats dat we erbij zijn, merk ik tot mijn verbazing dat de verkoop helemaal niet vlot verloopt voor anderen en dat wij ongelooflijk veel geluk gehad hebben. Dat het normale stramien – wachten, wachten, wachten en uiteindelijk een melding krijgen dat alles is uitverkocht – bij anderen toch weer standaard procedure blijkt te zijn. Misschien heeft het universum wel medelijden gehad na mijn geknoei en mijn hartenpijn om het concert van Eddie Vedder ;-). Maar volgend jaar zijn we er dus bij en daar waren vooral onze dames héél erg gelukkig om. Al moet de oudste nog even afwachten of haar Griekenlandreis begin volgende zomer geen roet in haar Ed Sheeran-optreden zal gooien…

Eddie Vedder-crush

Toen ik in de hoogdagen van de grunge jong was, was je voor Nirvana of voor Pearl Jam. Beide groepen kwamen uit Seattle en er heerste in die begindagen van “onze” nieuwe muziekstroming toch wel wat onderlinge rivaliteit. Lange tijd bleek Nirvana aan het langste eind te trekken met hun instant succes “Nevermind”, tot frontman Kurt Cobain veel te vroeg overleed.

Maar ik hoorde van in het begin tot het kamp van Pearl Jam. Mijn dochters zouden het nu “team-Eddie” noemen. Hun “Ten” kon zeker naast “Nevermind” staan en was in mijn ogen ook gewoon beter. En dat lag vooral aan de stem van Eddie Vedder: een mix van onvervalste rock en warme soul, ook al kon hij zijn klep zeker ook een serieus stukje open zetten. En laat ons eerlijk zijn: de jonge Vedder was gewoon ook een pak knapper dan zijn Nirvana-evenknie (zelfs al voor de drugs zijn onherroepelijke neerwaartse effect liet optekenen bij die laatste).

Gelukkig bleek de echtgenoot ook in het Pearl Jam-kamp te zitten: dan hadden we dat toch al gemeen qua muzieksmaak. (Tot hij Springsteen introduceerde, me meenam naar een Springsteen-concert en ik verkocht was, maar dat is een ander verhaal.) Op een optreden van Pearl Jam moesten we echter jarenlang wachten. Wij hadden tickets voor Werchter 2000, maar na het gedrum en de doden op Roskilde net tevoren, schrapte Pearl Jam toen de rest van zijn Europese tour. Het zou uiteindelijk nog tot 2006 duren eer we hen eindelijk live aan het werk zagen in het Sportpaleis in Antwerpen. En dat was een memorabel optreden. Zo fantastisch goed dat ik nog jaren op de herinneringen kon teren en het niet eens erg vond dat we niet in België waren om hen alsnog op Werchter aan het werk te zien.

Vanavond speelt Eddie Vedder – solo – in de Lotto Arena. Ik had in eerste instantie geen tickets: het optreden was immers in amper 6 minuten uitverkocht en ik hoorde niet bij de gelukkigen. Vorige week had ik de kans om alsnog aan tickets te raken, maar wegens de examens van onze dochters (en een zware dag voor de oudste) besloten we het uiteindelijk toch maar aan ons voorbij te laten gaan. Ook al is het met pijn in het hart.

Maar omdat de muziek voor zich spreekt, omdat het toch wel een beetje pijn aan mijn (muziek)hart doet, omdat ik er in gedachten toch wel bij ben vanavond, mijn favoriete Pearl Jam/Eddie Vedder-nummers:

Als je mij dan nu wilt excuseren, ik ga de rest van de avond Pearl Jam spelen en mezelf zielig vinden omdat ik er toch niet bij kan zijn ;-).

Italiaanse disco in de auto

Muziek maakt een groot deel uit van ons leven. Met een drummer als echtgenoot hoort muziek er altijd bij. Maar ook de dochters hebben de muziekmicrobe geërfd. Sinds ze allebei “Spotify” op hun smartphone geïnstalleerd hebben, vinden we hen regelmatig ergens in een zetel met oortjes in, lezend, zingend en op hun telefoon tokkelend. Wij luisteren nog op de ouderwetse manier, via de radio. Soms kiezen we 5 cd’s, die we dan op “shuffle” zetten en dan laten we ons min of meer verrassen.

Ook in de wagen staat er altijd wel muziek op. Toen onze dochters jonger waren, hebben we in de wagen eindeloos K3-cd’s gespeeld, tot we die allemaal van voor naar achter en omgekeerd konden meezingen. Het werd zelfs zo erg dat als je op een bepaald moment een K3-liedje op de radio hoorde, je op het einde al spontaan het volgende liedje van de cd begon te zingen. Zo erg waren we allemaal geconditioneerd.

Heel vaak hebben we in de wagen een “cd van het moment”. Zo was de cd van Stromae een paar jaar geleden de soundtrack van onze Italiëtrip. Nog altijd kan ik “Papaoutai” en de andere nummers van die cd niet horen zonder spontaan aan Toscane en onze Noorse vrienden te denken. Ook Bastille (de allereerste cd en Adele – “21”) vormden ooit de soundtrack van een reisweg.

Momenteel wordt het “Italiaans Songbook” nogal grijsgedraaid in de auto. Binnenkort zijn het weer studiereizen op de school van de echtgenoot. Hij zorgde in het verleden wel eens voor “Songbooks” voor zijn leerlingen: een boekje met songteksten en de daarbij horende cd’s (om tijdens de busritten te spelen). We hebben hier thuis een Londense versie en een Italië-versie. En die laatste haalde de echtgenoot een paar weken geleden nog eens boven. Intussen heeft hij er allicht wel al spijt van want tijdens elke autorit vragen de dochters telkens opnieuw naar een viertal  zelfde nummers van ons Italiaans Songbook. Zijn zeker van de partij: “Gente di Mare”, “Ti Amo” en vooral “I treni di Tozeur”.

Wanneer “nummer 13” van de cd weerklinkt, draaien we het volume omhoog, zingen we luidkeels mee en houden we disco in de wagen. De echtgenoot schudt het hoofd bij zoveel vrouwelijke gekheid in de wagen en de mama is alleen maar blij dat de dochters toch iets van haar liefde voor Italië, Italiaans en de Italiaanse muziek hebben geërfd…

PS: Geweldige jaren ’80 kitsch ;-), maar soms moet je de muziek voor zich laten spreken en mag je de beelden er niet bij halen. Ik vrees dat ik zonet het nummer voor onze dames onherstelbaar bijgekleurd heb…

Waar ik blij van word…

De dagen zonder klagen zijn vandaag gestart. Ook bij mij. Niet dat ik dat ooit 10 dagen op een stuk volhoud. Maar het begin was er vandaag alvast (min of meer). In plaats van uiting te geven aan bepaalde frustraties zal ik deze avond nog eens een “tourke du living” fietsen op mijn hometrainer en maakte ik vandaag, op de Internationale Dag van het Geluk, een lijstje van de (kleine) dingen waar ik gelukkig van word.

  1. De echtgenoot en de dochters. Uiteraard. Mijn grootste bron van geluk.
  2. Uitslapen
  3. Zon en vakantie
  4. Een heerlijk rustig ontbijt met de krant erbij
  5. Een verse mattentaart bij dat ontbijt
  6. Dat éne kopje Caffé Latte ‘s morgens
  7. Rondhangen in pyjama
  8. Mij klaarmaken voor een feest, met alles erop en eraan: mooie kledij, haren en maquillage in orde en dan de blik van de echtgenoot als hij me ziet
  9. Een concert van Bruce Springsteen, Pearl Jam, Snow Patrol,…
  10. Een lang vergeten liedje dat je opeens terug op de radio hoort
  11. Bloemetjes
  12. Chocolade
  13. Het allereerste Italiaanse ijsje op vakantie
  14. Een grapje dat lukt: met uitgestreken gezicht een valse bewering brengen, je toehoorder er laten in trappen en dan al na een paar seconden “strijk gaan”
  15. De jongste kietelen
  16. De laatste knuffel voor het slapengaan
  17. De slapende dochters nog even een kusje gaan geven als ze in hun bed liggen – niets schoners dan de onschuld van je kind
  18. Samen de slappe lach krijgen
  19. Met de dochters en de echtgenoot op uitstap
  20. Bijkletsen met vriendinnen
  21. Headbangen en dansen in het algemeen
  22. In onze tuinzetel met een boek “een kleurke opdoen” in de eerste zon van het jaar
  23. Eindelijk dat éne ding vinden waar je al zo lang naar zocht, of het nu een kledingstuk is, dat éne perfecte paar schoenen, iets voor in huis of een fantastisch mooi boek
  24. Hoge hakken – om op te staan natuurlijk, van erop lopen word je net iets minder gelukkig
  25. Fietsen als je het goede ritme te pakken hebt
  26. Kussen en flirten met de echtgenoot
  27. Mijn zonnebril opzetten
  28. De eerste keer blote benen in de zon
  29. In bed kruipen – van zodra het opgewarmd is
  30. Lege wasmanden en een opgeruimd huis – dat eerste kwartier nadat de kuisvrouw is geweest
happiness

(www.quoteaddicts.com)

Stommiteiten: Blue heaven

Dinsdagavond, een zonnige zomeravond. Net een dagje aan zee doorgebracht met man en kinderen. In de auto op weg naar huis. Na een tijdje toch maar overgeschakeld van Studio Brussel naar Joe. Het ene jeugdsentiment na het andere. We draaien de volumeknop open en zingen luidkeels mee. Hilariteit bij onze dames, die de zangkunsten van hun ouders niet altijd naar waarde weten te schatten.

Het was goede muziek, echt uit onze tijd ;-). Na een tijdje gooien ze ook Belinda Carlisle in de ether. Geweldig nummer. We waren 14 toen het nummer een dikke hit werd. Helemaal midden in de gezellige en vrolijke jaren ’80, nog voor de grunge van Nirvana onze jeugd zwart en rebels maakte en ons een krachtige uppercut gaf. Maar Belinda Carlisle was nog licht, luchtig en poppy. En dus zong ik uit volle borst mee “Blue heaven is a place on earth”…

Ik denk dat we zo halverwege het nummer waren toen de echtgenoot opmerkte dat ze niet “Blue heaven” zong, maar “ooh heaven”. Ik viel compleet uit de lucht. “Maar waarom heet dat nummer dan “Blue Heaven”?” “Dat nummer heet gewoon “Heaven is a place on earth”. “Ben je zeker?” “Ja hoor, echt wel. Bij de volgende variant van de strofe ging ik nog een keertje volledig de mist in. “Hier ook geen “blue” zeker, maar gewoon “ooh”?

Eerlijk, ik kon hem niet geloven. Ik ben de tekst thuis gaan opzoeken, zo overtuigd was ik van mijn gelijk. Dat ik niet echt een muzikaal gehoor heb, wist ik al. Dat ik vaak pas jaren later begrijp wat een groep/zanger of zangeres eigenlijk zingt en dus pas na een zekere tijd een Aha-Erlebnis krijg over de betekenis van sommige nummers, is niet bepaald nieuw. Maar ik denk dat dit toch wel één van de langste vergissingen uit mijn persoonlijk “mama appelsap”-repertoire is. Het nummer dateert uit 1987, ik zing dat dus al bijna 30 jaar verkeerd. (Net geen jubileum, dju toch!) Al bijna 30 jaar lang vond ik “Blue Heaven” van Belinda Carlisle één van de betere overblijfsels uit onze jeugd.

We hebben er eens goed om gelachen in de auto. Enfin, de echtgenoot en de dochters toch. Ik een beetje groen, of moet ik blauw zeggen ;-)? En eerlijk, ik denk niet dat ik het er nog uit krijg, die “blue heaven”. Na 30 jaar indoctrinatie is het kwaad misschien wel geschied. Maar het blijft wel een leuk deuntje, die “Heaven is a place on earth”…