Eind goed, al goed…

Dat het niet mijn jaar is, 2016. Of dat het alleszins niet goed begonnen is. Even terug naar maandag. Dat ik blij zou zijn als de week voorbij was, liet ik toen optekenen. Drukke week voor de boeg: een aantal avondverplichtingen zowel voor de echtgenoot als voor mij. Tussendoor ook nog repetities van de jongste voor haar communie en the usual hobbysuspects van de dochters.

Zoiets mag je nooit zeggen. Want ergens beslissen ze dan om nog wat “drama” toe te voegen. Om het nog wat spannender te maken. En dus ging ik maandagavond plat door een hevige buikgriep. Alweer. Dinsdagmorgen naar de dokter en direct vermelden dat het “net deze week communie is”. En uiteraard doen wij het feestje thuis. Gerustgesteld worden, want “tegen woensdagavond zal je je echt wel beter voelen. Maar voor nu moest ik me overgeven aan de ziekte: slapen, liggen en wachten tot het keert.”

Niet dat je veel keus hebt, als je je nog geen kwartier kan ophouden. Maar je doet wat de dokter zegt en leeft op hoop. Tegen woensdag begin je stilaan opnieuw te eten, maar dat was niet meteen een succes. Tegen woensdagavond doe je de dochters van en naar de dansles en moet je tussenin gaan liggen “om van de rit van een kwartier te bekomen”. Waarop je beseft dat het nog niet beter is en je toch wel even panikeert.

Toen de kinderen jong waren, en ze weer eens “doodziek” waren of “ongeneeslijke pijnen” hadden, noemde ik hen “hypochonders” of “malades imaginaires”. Ik beken, het is erfelijk en ze hebben het van mij. Want woensdagavond overviel me een zwarte bui waarbij ik écht geloofde nooit meer normaal te zullen eten. Bovendien was ik er even rotsvast van overtuigd dat ik de volgende dag onmiddellijk door de dokter doorverwezen zou worden, want dat er écht iets serieus met mij aan de hand zou blijken te zijn.

Hét bleek een maagontsteking te zijn. Nieuwe pilletjes én de belofte dat ik me snel beter zou voelen. Maar dat ik toch nog een paar dagen op mijn eten zou moeten letten. En gelukkig keerde het inderdaad (snel). Vrijdag was ik in staat de geplande kookactiviteiten te laten doorgaan en het feest – onder de deskundige leiding van mijn mama, de vol-au-vent-specialiste – degelijk voor te bereiden. Tegen vrijdagavond waren we klaar met onze mise-en-place, maar zat ik wel uitgeteld in de zetel. Want dat eten, dat lukte nog niet helemaal. Dat de week mij een bonus van een paar kg opleverde, was gezien de outfit, de enige meevaller. Geen corrigerend ondergoed voor mijn ingebeelde buik, want die was er écht niet meer.

Maar wat waren we zaterdag blij en ontroerd, toen we ons kleintje alweer een stap vooruit zagen zetten. En zelfs de weergoden waren ons gunstig gezind: net tijdens de blijde intrede van de communicantjes besloot de zon (even) voluit te stralen. Ze genoot met volle teugen, ons meisje. Ze zag er prachtig uit, ze genoot van het gezelschap, ze straalde op haar feestje. En tegen halftien was ze op en kroop ze uitgeteld haar bedje in.

koesterenEn de mama? Die was allang blij dat we het gehaald hadden. Dat er geen nieuwe zieken in huis waren bijgekomen. Dat het eten gelukt was, dat er genoeg was voor iedereen en dat het lekker was. Dat de mama nog steeds niet normaal kon eten, zich tevreden moest stellen met mini-porties en geen glaasje prosecco of wijn aandurfde, was uiteindelijk maar een voetnootje bij een voor de rest geslaagd feestje. Maar dat we stiekem toch een beetje blij zijn dat het achter de rug is, dat we even uit de feestjes zijn en dat het nu eventjes wat rustiger wordt.

Februari was…

bloemenFebruari was een mooie maand, met een klein (ziek) angeltje in de staart. Nog altijd geen lente in het vooruitzicht jammer genoeg, ook al bloeien onze narcissen hier al een kleine maand. Ik denk dat ze intussen al een paar keer bevroren zijn en daardoor net iets langer houden dan gewoonlijk ;-). We hebben wel de lente in huis gehad met tulpen (gekocht en gekregen) als contrast tegen de oneindige en overvloedige regenbuien buiten.

Februari was familie. In het begin van de maand werd mijn vader 70 en dat was hét moment voor een feestje. Hij werd in de bloemetjes gezet, hij werd verwend door zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, broers en schoonzussen en hij genoot. En dus genoten wij ook. Van de 3 broers samen aan de praat in onze living. Van de kleinkinderen die binnen de kortste keren weer allemaal samen een heel Playmobildorp gebouwd hadden en die we dus weer voor de rest van de namiddag boven kwijt waren. Van de kleinste van de hoop die duidelijk niet bang is van onze hond en enthousiast “Didi” roepend achter haar aan ging. De hond (Indie) in kwestie zag dat net iets minder zitten en zette het op een lopen…

Een week later kwamen de neefjes en het nichtje logeren. 5 kinderen in huis en toch was het een “rustig” weekendje. Ze waren eerst een paar uur zoet met – uiteraard – het Playmobildorp en daarna bracht Disney rust. De klassiekers “Lady en Vagebond” en “Belle en het beest” werden nog eens bovengehaald en het waren niet alleen de kleintjes die genoten. Zondagmorgen zaten ze schoon met zijn vijven op een rijtje in onze zetel toen Belle stilaan verliefd werd op het beest. Schattig om te zien! En dus genoot de mama/tante/meter meer van het kijken naar de kinderen dan naar de film.

Alleen was de nacht net iets korter dan normaal: het lang uitslapen is duidelijk een familietrekje dat onze dochters van papa’s kant geërfd hebben. Al zorgde de jongste van de hoop voor de verrassing door het veldbedje geweldig te vinden én dus voor een slaaprecord te zorgen. In de logeerkamer naast ons was er al vroeger leven in huis, maar het bleef (relatief) stil tot half acht.

Dit weekend gingen we dan weer op bezoek bij het jongste neefje. Die had ons in eigen huis helemaal niet verwacht. En dus duurde het na zijn middagdutje even voor hij ontdooide. Maar toen dat gelukt was, was hij alweer zijn vrolijke, hartveroverende zelf. En staan we elke keer opnieuw verwonderd te kijken van de taalontwikkeling bij zo’n jonge kindjes. Hoe snel dat toch allemaal gaat. Hoe veel ze telkens opnieuw bijleren. Hoe ongelooflijk schattig het is om hem te horen roepen op onze dochters of de echtgenoot. Hoe trots je toch bent als je hem zijn nieuwe Franse “r” hoort demonstreren, ook al heb je er zelf absoluut geen verdienste aan.

Dat het ook nog koers was afgelopen weekend. Dat koers altijd fijner is in familieverband. Zeker als er Belgen winnen en je samen kan kijken. En je de vreugde om een Belgische zege kan delen.

Februari was liefde. Liefde voor de echtgenoot en ons 21-jarig samenzijn. Genieten van een gestolen dagje samen om “klef” te doen, zoals de dochters altijd grappen. Samen lachen, samen eten, samen babbelen, samen knuffelen. Een dagje samen met de dochters in de Krokusvakantie. Geen grootse plannen, gewoon samen thuis, samen (rustig) ontbijten, samen lachen, samen koken, samen babbelen. Tijd voor elkaar, het kan soms zo’n deugd doen.

Februari eindigde ziekjes. De mama die een paar dagen geveld werd door griep, de jongste die een weekje later ook mama’s virus overnam en daar toch ook flink ziek van was. Wel genezen zijn, maar nog geen 100%. Snakken naar beter weer, naar zon, naar droogte.

In maart dan maar? Misschien?

Het was weer op het nippertje…

deadlinesHet was hier de laatste weken behoorlijk hectisch. Van job veranderen, de echtgenoot die strijd leverde met een paar deadlines, de oudste die als prille puber stilaan ook een eigen agenda begint te plannen,… Het was even wat pompen. En dus was ik even uit het oog verloren dat de goedheilig man volgende week al zijn opwachting zal maken.

Voor onze dochters mag de magie er intussen grotendeels af zijn, toch zetten ze nog steeds hun schoentje en blijkt de grootste kindervriend hen nooit te vergeten. Maar er zijn intussen al 3 mete- en petekindjes die wel vol verwachting uitkijken naar de komst van de Sint (en zijn cadeautjes). Al zal de jongste (dik anderhalf) allicht niet goed beseffen wat hem overkomt. Toen onze dochters zijn leeftijd hadden, hadden ze meestal meer oog voor de verpakking dan voor hetgeen er in de dozen zat. Zo kreeg de oudste ooit haar allereerste Playmobilsetje cadeau en heeft ze zich de rest van de ochtend vooral geamuseerd met de doos. Open, dicht, erin, eruit,… Geweldig vond ze dat. Het speelgoed zelf leerde ze pas later appreciëren.

Maar de vooruitgang staat voor niks. Waar we vroeger de kinderen naar oma en opa brachten “om met de Sint te gaan praten”, deed ik dit jaar mijn Sint-aankopen online. En gelukkig konden we de verlanglijstjes inwilligen. Al zal ik – ouderwetse shopper – pas gerust zijn als ik alles in mijn handen heb en alles er degelijk uit ziet. Want wie weet spelen ook de metekindjes liever met de doos… En als het tegenvalt, hebben we nog 2 zaterdagen om alsnog met de Sint te gaan praten ;-). Sowieso moeten we nog bij hem langs voor het snoepgoed.

Soms wou ik dat we beter georganiseerd waren. Als ik hoor en lees dat vele mama’s al weken klaar zijn met hun Sint-aankopen, dan vraag ik me vaak af hoe iedereen dat doet. Ik kan ook oprecht bewondering koesteren voor mensen die al in augustus bezig zijn met hun kerstcadeautjes. Hoe ik me ook in bochten draai, de kerstcadeautjes worden hier meestal pas de laatste week voor de kerstvakantie uitgezocht en dat zal dit jaar allicht niet anders zijn, ondanks alle goede voornemens. Het is niet dat we zitten te niksen. Integendeel, onze avonden en weekends zijn meer dan goed gevuld. Volgende week beginnen de examens alweer en dan wordt het ontzettend druk voor de echtgenoot en de dochters. Gelukkig is er dit jaar nog zo goed als een hele week kerstvakantie voor we aan de feestdis gaan zitten. We hebben dus nog zeeën van tijd…

“Ach menneke”, zei mijn meter vroeger, “ge hebt er van alle soorten nodig”.  Dat ze me toen troostte omdat ik in volle puberteit mijn beklag deed over mijn gebrek aan groeipotentieel, dat vegen we nu even onder de mat. Er zijn er nu eenmaal die wat strakker georganiseerd zijn dan anderen en ik denk dat het op mijn bijna 42ste tijd wordt om te erkennen dat ik altijd wel met deadlines zal flirten. Al heb ik het wel maar één keer zo bont gemaakt dat ik de avond voor Pasen nog snelsnel naar de nachtwinkel moest om eieren… Iemand moet het spannend maken, toch?

Mijn lijf, mijn kathedraal, euh kapel #boostyourpositivity

Mijn lichaam en ik, de nieuwe opdracht in het kader van #boostyourpositivity van Danone. Had je me hier 25 jaar geleden naar gevraagd, was ik allicht niet zo tevreden geweest. Als tiener vond ik de ontwikkelingen in mijn lichaam niet altijd even aangenaam. In die periode probeer je vooral op te gaan in de heersende schoonheidsnormen, die ook toen al lang en slank waren. En dat was ik dus niet. Toen iedereen begon aan zijn groeischeut, bleek de mijne al gestopt. Maar vormen kreeg ik wel. Tot mijn verbazing en ook een beetje tot mijn schrik en ongenoegen.

my body and meMaar 25 jaar later, op mijn 41ste heb ik vrede met mijn lichaam, met mijn vormen. Ik mag dan niet tot de grootsten behoren, ik kan wél altijd hoge hakken dragen. En ja, ik heb vormen, maar in de loop der jaren leer je je sterke punten benadrukken en je zwakke punten te maskeren. Op mijn 41ste zit ik eigenlijk redelijk goed in mijn vel. Idealiter fiets ik er nog 2 kg af, maar het lukt de laatste tijd zo moeilijk om mijn trainingsritme aan te houden en ik eet/snoep nu eenmaal zo graag.

Het had misschien wel leuk geweest als ze bij het vormen van mijn unieke genetische combinatie toch net iets minder familienadeeltjes bijeen gestoken hadden. En dus zit ik tegelijkertijd opgescheept met de trage vertering van mijn grootvader, het mindere gehoor van mijn grootmoeder en het verminderde zicht van de andere kant. Te laat uitgebreid tafelen zit er dus niet in en het vooruitzicht om hoe langer hoe minder te zien en te horen is ook niet bepaald een rooskleurig toekomstbeeld, maar we zullen het er toch mee moeten doen. Want als ik ook dat stukje genen van mijn oma heb doorgekregen, behoor ik tot een taai vrouwelijk ras, dat het toch wel even uitzingt.

Bovendien moeten we eerlijk zijn, op je 41ste beginnen de eerste slijtagetekenen zich te vertonen. Toen ik een dikke 10 jaar geleden voor het eerst last had van een ontstoken schouder, verwittigde mijn toenmalige baas me nog dat dat wel eens mijn zwakke punt zou kunnen worden. “Jaja”, en in al mijn naïviteit dacht ik toen nog dat het allemaal wel niet zo’n vaart zou lopen. Een ontstoken schouder was toch gewoon wat pech hebben. Intussen weet ik wel beter.

Toch ben ik blij met dat lijf van mij. Het heeft me 2 prachtige kinderen geschonken. Ja, er zitten wel wat productiefoutjes in hier en daar en het had handig geweest als we wat reserveonderdelen hadden kunnen aanspreken, maar het doet wat het moet doen en het is gezond. Wil ik met de kinderen gaan schaatsen, dan kan ik dat. Wil ik mezelf een stevige fietstraining opleggen 3 keer per week, dan lukt dat. Willen we nog eens een avondje met zijn tweetjes gaan dansen tot een stuk in de nacht, dan kost ons dat achteraf een pak meer moeite dan vroeger, maar dan doen we dat gewoon.

Ik draag dan ook zorg voor mijn omhulsel. Ik probeer zoveel mogelijk te bewegen (al moet ik mijn fietstraining dringend weer hervatten), ik probeer gezond te eten, genoeg te slapen en naar mijn lijf te luisteren, en af en toe eens goed te zondigen, want je leeft echt maar één keer. Dat hoop ik mijn zoekende tienerdochters vooral mee te geven: aanvaard wat je hebt/krijgt en draag er zorg voor. En relativeer het lichamelijke/uiterlijke aspect toch zoveel mogelijk. Want er is meer in het leven dan enkel je lichaam/uiterlijk, ook al krijgt dit aspect buitensporige (media)aandacht.

Dus, meisjes van mij, lees, fantaseer, praat, eet, geniet, relativeer, lach en LEEF!

Ik beken: ik ben een snoeper

etenIk ben dol op eten. Lekker uit eten gaan, altijd een dessertje, op tijd en stond een heerlijk tussendoortje,… Ik leef eigenlijk van maaltijd tot maaltijd. Mijn eerste vraag ’s morgens is vaak “wat eten we straks?” Dan kan ik me immers mentaal al voorbereiden en kan ik beginnen “voorgenieten”. Als er op het werk getrakteerd wordt, ben ik er als de kippen bij. Ik heb ook altijd een noodvoorraad koekjes in mijn bureaulade liggen. Mijn motor heeft op tijd en stond brandstof nodig. Of: als ik te lang niets eet, word ik knorrig én slap.

Na mijn puberteit heb ik wel “met mate” leren genieten. Het hoeft niet zo nodig een hele chocoladereep te zijn, ik ben perfect gelukkig met een klein stukje. Een bolletje ijs is trouwens ook al ruim voldoende om te kunnen genieten. En sinds we ons in de Colruyt beperken tot de mini-zakjes chips hou ik zelfs mijn chips-verslaving in toom. Ja, ik heb “karakter” (op eetvlak dan toch).

En toch merk ik de laatste tijd dat er hier en daar een kilootje bijkwam én bleef plakken. Ondanks alle goede voornemens van dit jaar slaagde ik er niet echt in om meer groenten en fruit te eten. En mijn fietsgewoonte raakte ik stilaan een beetje beu en dus durfde ik wel eens te slabakken. Was het dramatisch? Neen, bijlange niet, maar ik begon toch te voelen dat mijn broeken wat spannender werden (en de rest van de kleren dus ook). En dat begreep ik niet, want ik at toch gezond en ik sportte toch meer dan voldoende?

Vroeger was het dan genoeg om het eens een paar dagen wat rustiger aan te doen. Om me eens een weekje op groenten en fruit te storten en de tussendoortjes te laten. Maar sinds ik de kaap van de 40 gerond heb, lukt dat trucje niet meer. Of heb ik gewoon het karakter niet meer ;-). En dus installeerde ik begin deze week – na een interessante blog van Prinses – de (gratis) eetmeterapp op mijn gsm. En begon ik nauwkeurig alles in te geven wat ik at. En na 3 dagen valt dat eerlijk gezegd toch tegen. Niet dat ik overdrijf en zoveel eet ik absoluut niet, maar er waren toch wel heel veel koekjes én chocolaatjes én chips én ijsjes én andere dessertjes ingeslopen…

En dus heb ik de voorbije dagen ’s morgens braafjes wortelen geraspt (als tussendoortje) en ben ik terug beginnen fietsen. Want ik zou het toch fijn vinden dat mijn broeken weer net iets ruimer zitten. En als ik het in de week kalm en gezond aan doe, dan kan ik in het weekend toch minstens één klein dessertje eten, niet? Of een glaasje wijn drinken? Of een heerlijke pasta eten? Of één zalig lekkere hamburger?

cookiesMisschien kan ik mijn fietsintensiteit beter gewoon terug opdrijven, want laat ons eerlijk zijn: wat eten betreft, is het vlees gewoon zwak 😉 !

Goede voornemens 2015: hoe ver staan we?

appels_miniBegin januari nam ik me voor om in 2015 toch een aantal veranderingen door te voeren. We zijn intussen halfweg. Tijd om even een kleine balans op te maken. En laat ik meteen maar met de deur in huis vallen: er is werk aan de winkel!

  1. Meer kwalitijd. Voor het eerst dit jaar heb ik het gevoel dat ik een beetje controle heb. Dat ik het momenteel geregeld krijg. Dat de echtgenoot en de dochters nog volop in vakantie zitten, zal daar allicht een grote rol in spelen. Ik mag dan wel in de ratrace zitten, de rest van het gezin gelukkig nog niet. En dus is er ’s avonds en in de weekends al eens wat meer tijd voor leuke of gezonde dingen. Voor een beetje zotheid, soms tot ergernis van de dochters die dan hun hoofd schudden en afkeurend “mamaaa” zeggen, voor ik ze doodkittel. Het lukt zelfs om de was en de strijk tegen zondagavond gedaan te krijgen (zonder hulp). Dat het de laatste weken ontzettend heet was en we letterlijk weinig om het lijf hadden, houden we daarbij even voor ons. Nog 3 weken illusie dat het allemaal wel lukt…
  2. Minder Cola Light, minder suiker. Dat is een moeilijke. Ik zit de laatste weken weer op een ritme van 2 blikjes Cola Light per dag. Jammer, want op vakantie in Italië durfde ik zelfs al eens een dagje over te slaan zonder mijn broodnodige dosis cafeïne. Het zit in mijn hoofd én het is een verslaving. Maar afkicken blijkt oh zo moeilijk, zeker tijdens mijn weekendshiften of in mijn late weken. Dan heb ik de oppepper in de late namiddag soms echt nodig. Een alternatief heb ik nog altijd niet gevonden…                                                                                        Bovendien zorgt Cola Light echt wel voor een grotere behoefte aan suiker of chocolade. Maar sinds een week heb ik de koekjes-tussendoortjes wel geschrapt en neem ik fruit en/of groentjes mee naar het werk als tussendoortje. En dus knabbel ik worteltjes of tomaatjes tussendoor. En dat smaakt! Het zoete dessertje na het eten staat wel nog op mijn menu. Je kan niet alles tegelijk aanpakken en het is nu eenmaal ijsjesseizoen 😉
  3. Gezonder leven. Dat vond ik op voorhand het makkelijkste voornemen. Sporten deed ik immers al vrij intensief, ik wou alleen wat meer tijd maken om (nog) gezonder te koken, maar eigenlijk deden we dat ook al. En toch is het serieus de mist ingegaan. Terwijl de echtgenoot begon te lopen en schoon begon op te bouwen, lag bij mij alles stil. Gedurende verschillende maanden. Ik herbegon wel af en toe, en fietste dan nog eens een week intensief, maar een ritme kreeg ik er niet meer in. We zijn nu opnieuw kalmpjes gestart, hopelijk lukt het om tegen het begin van het schooljaar toch terug om een routine op te bouwen.           Gezonder koken is uiteraard ook een kwestie van tijd. Momenteel lukt het om wat te experimenteren. De oudste heeft intussen ook de bakmicrobe te pakken en experimenteert met brood, cake en koekjes. Ze wil ook koken en maakt al eens een heerlijke pasta. Haar interesse motiveerde me om zelf ook weer aan de slag te gaan. De tuin van de opa’s staat momenteel ook in volle bloei en dus eten we verse biologische tomaten, maken we verse courgettesoep of plukken we (gigantische) appels uit onze eigen tuin. En de echtgenoot maakt de heerlijkste slaatjes en laat het daar nu net het seizoen voor zijn…
  4. Meer lezen en schrijven. Als je van vakantie terugkeert met 7 gelezen boeken in je bagage dan denk ik dat je wel kan stellen dat dit voornemen lukt. Ik geniet ook terug van het lezen. Ik ben wel selectiever geworden. Minder boeken, minder rommel. En dan zit er al eens een pareltje tussen en dan wil je je nog eens verliezen in een andere wereld. Of dan word je weer geraakt en zit je nog dagen te herkauwen op een mooi verhaal. Zo had ik me deze morgen buiten op mijn fiets geïnstalleerd met mijn boek. Ik hoopte aan een uurtje training te komen. Binnen de kortste keren was ik volledig mijn verbeelding ingezogen. Toen ik even opkeek om te zien hoe lang ik nog “moest” fietsen, bleek er al drie kwartier voorbijgevlogen te zijn…                                                                                  Schrijven is geen opgave. Het is en blijft een uitlaatklep. Nu vind ik het vreemd dat ik er 3 jaar geleden zomaar ineens een streep onder getrokken heb. Het zit in mij, het is deel van mij en het moet eruit. “Wat wil je daar nu eigenlijk mee bereiken?”, krijg ik soms te horen, maar daar draait het voor mij niet om. Het gaat om het schrijven zelf, het nadenken, het ordenen van mijn gedachten, het bouwen en verfraaien van de zinnen, het spelen met taal,… Dat er reacties komen, dat er herkenbaarheid is, vind ik zeker leuk, maar voor mij gaat er niets boven het moment dat het “eruit” is, dat het verhaal af is. Zeker, sommige stukken zijn beter dan andere en de Nobelprijs literatuur zal ik er niet mee winnen, maar zolang ik geniet van het ambacht, doe ik verder.

stokbrood_miniEr is nog wat werk aan de winkel. Maar in mijn hoofd begin ik klaarheid te hebben, zit er weer wat orde en structuur. Er zijn plannen en ik broed op manieren om alles in de praktijk om te zetten. En dus is het een kwestie van volhouden. Op de Cola Light na hoop ik begin 2016 toch een redelijk rapport te kunnen voorleggen ;-).

Liebster Award – deel 2

liebster En nog een Liebster Award, ditmaal eentje van misscaesar. Gratis en voor iedereen, en het waren leuke vraagjes, dus we doen mee 😉

De Liebster Award is een award die nieuwe of beginnende blogs de kans geeft om een beetje in de schijnwerpers te staan. Als je de award krijgt, moet je op de 11 vragen antwoorden die je kreeg, en vervolgens zelf een award sturen naar 5 bloggers, samen met 11 nieuwe vragen.

1. Wat heb je gestudeerd en ben je tevreden over die keuze?

Ik heb licentiaat Romaanse Talen gestudeerd en ik zou het zo opnieuw doen. Ook al weet ik intussen dat het misschien niet de meest jobgerichte opleiding is die je kan kiezen (als je niet in het onderwijs belandt). Maar ik ben nog altijd dol op Frans en Italiaans én ik heb fantastische boeken mogen lezen uit de Franse, Italiaanse en wereldliteratuur. Het linguïstische gedeelte van de studie lag me net iets minder, maar het kan niet al goud zijn wat blinkt.

Terugblikkend zou ik wel nog een aanvullende opleiding geschiedenis erbij doen. Ik zou, puur uit interesse, voor een jaar moderne geschiedenis opteren. Omdat je veel uit het verleden kan leren aangezien dezelfde fouten zich telkens opnieuw schijnen te herhalen 😉

2. Als je één ding zou mogen wensen, wat zou het zijn?

Het enige dat ik voor mezelf zou wensen, is tijd. In eerste instantie om bij man en kinderen te zijn, om te genieten met familie en vrienden, maar ook om een aantal wilde ideeën misschien toch eens uit te werken. Om dat boek in mijn hoofd eindelijk toch eens neer te schrijven.

3. Heb je huisdieren?

Wij hebben een schat van een hond, ons Indie. Over haar schreef ik eerder al:

4. Mag ik je agenda zien? (De lay-out, inhoud hoeft niet :D)

Mijn smartphone is mijn agenda. Daar staan zowel mijn werkafspraken als mijn privédingetjes in. Een papieren versie heb ik niet meer. Het is al moeilijk genoeg om één ding up to date te houden, laat staan dat ik het én zou opschrijven én zou ingeven in de gsm. Wel hebben we in onze keuken de Libelle-kalender ophangen en daar schrijven we het meeste ook nog op. Daar vind ik de werkvergaderingen van de echtgenoot, daar schrijven we familie- en verjaardagsfeestjes op, mijn lates, mijn weekends én tandarts-, kappers-, dokters- en andere afspraken. Als we het niet vergeten te noteren 😉

5. Wat neem je mee naar je werk? (Van eten, andere spulletjes…?)

Naar mijn werk neem ik mee: mijn handtas, een fles Spa, mijn boterhammetjes, een doos Grany Brut, en een doosje Morocco Mint-thee. Ik zou dringend nog eens wat fruit moeten meenemen als gezond tussendoortje.

6. In welke hype ben je ooit helemaal opgegaan?

Duivelsgekte_miniWij gaan elke keer volledig op in alweer een nieuwe Rode Duivels-hype. Tijdens het WK vorig jaar hadden we de spiegels van onze beide auto’s “aangekleed”, hing onze vlag uit (die we ook meenamen op reis naar Italië). Op het werk had ik van de collega’s Duivels-hoorntjes gekregen voor de computer en hing op het prikbord achter mij ook een vlag.

Op matchdagen droeg de echtgenoot zijn Duivels-shirt (zelfs terwijl hij toezicht moest doen bij de examens, tot hilariteit van zijn leerlingen) en ga ik in het rood gekleed werken. Tijdens de match komen daar dan nog de geschilderde vlagjes op onze kaken bij. Verder hebben we nog hoeden, drietanden en truitjes uit verschillende tijdperken 😉 Voor mij is dat echt genieten én onze dochters zijn intussen ook al gebeten door de microbe.

7. Welke fantastische tip heb je om je huishouden op rolletjes te laten lopen?

Relativeren, soms je ogen sluiten voor de rommel en op tijd en stond hulp inroepen.

8. Welk gerechtje kan jij goed klaarmaken en deel je even het recept?

Ik ben bij ons thuis eigenlijk de weekend-kok. Tijdens de week is de echtgenoot vroeger thuis en maakt hij meestal het eten. Als ik kook, kook ik dus meestal gerechten die wat meer tijd en werk in beslag kunnen/mogen nemen. Op feestjes pak ik regelmatig uit met mijn zelfgemaakte lasagne. Je kan je schalen perfect op voorhand klaarmaken, zodat je ze de dag zelf enkel nog in de oven hoeft te schuiven. Zo kan je zelf ook nog meegenieten van het gezelschap en hoef je niet de hele avond of namiddag in je eentje in de keuken door te brengen.

Als dessert gaan we meestal voor een duo-chocomousse. Het favoriete nagerecht van de jongste. Eigenlijk varieer ik: er zijn potjes bruine, potjes witte en potjes bruin-witte chocomousse. Voor ieder wat wils dus 😉

9. Heb je ooit een dieet gevolgd en zo ja, wat zijn je ervaringen ermee?

In mijn tienerjaren was ik zo’n 10 kg zwaarder dan nu. Ik heb dus zowat alles geprobeerd om die overtollige kilo’s kwijt te raken. Montignac (kreeg ik hoofdpijn van), vegetarisch eten, vetten of suikers of koolhydraten,… schrappen,… De conclusie na alle pogingen is dat je gewoon alles mag eten, maar met mate. En dat je een dieet best combineert met een gezonde dosis sport. Dat is volgens mij het enige dat voor blijvend resultaat zorgt.

10. Mocht je nog een opleiding moeten volgen, wat zou je kiezen?

Stel dat ik om een of andere reden ineens een zee van tijd heb, dan zou ik nog een master geschiedenis bij willen studeren. Omdat geschiedenis me heel erg interesseert en omdat ik eigenlijk graag met mijn hersenen bezig ben.

En tegelijkertijd zou ik ook graag dingen “kunnen”. Beter leren koken en bakken, beter leren fotograferen, leren naaien,… En ik zou daar redelijk fanatiek in zijn. Niet zomaar een vrijblijvende cursus koken, maar dan meteen de opleiding patisserie, bijvoorbeeld.

Daarnaast wil ik mijn vaardigheden op werkvlak natuurlijk verder ontwikkelen. Uitdieping van de social media, webdesign of van google analytics, een serieuze bijscholing communicatie en media, schrijfvaardigheidscursussen,… laat maar komen!

11. Waar koop jij de meeste van jouw kleren?

Meestal kies ik voor een paar (duurderde) blikvangers, aangevuld met mooie basisstukken. Blikvangers vind ik bij Lucy has a secret, Billi Bloom, Avalanche, King Louie,… De basisstukken komen meestal van Esprit.

Leuke winkels zijn HIPPO!Royale in Leuven, Vixx/Victor in Putte en Plan in Heist-op-den-Berg.

La nouvelle Nele est arrivée

Nele3Het is gebeurd. De staart is geknipt. Ik ga weer met een halflang kopje door het leven. Heb ik er spijt van? Neen, maar het was wel wennen telkens ik een spiegel passeerde. Grappig, hoe je hersenen telkens een beetje tijd nodig hebben om dat nieuwe beeld aan je bewustzijn te koppelen…

Zalig om de wind weer in mijn nek te voelen. Wat een luxe om ’s nachts niet meer op mijn haren te liggen… Wel was ik vergeten dat je bij een korter kopje wat meer moeite moet doen ’s morgens. Het was jaren geleden dat ik nog een krultang nodig had (en echt handig ben ik er nooit mee geweest). Maar het drogen van de haren duurt wel een pak minder lang… Laat het ons ’s morgens dus op een nuloperatie houden… Had ik er echt slaap voor moeten opofferen, zou ik het nu al opnieuw laten groeien. Een mens moet zijn prioriteiten kennen in het leven 😉

25 dingen die jullie nog niet over mij wisten

25 dingen die je niet over mij wist_mini1. Laat ons beginnen met het begin: ik heb niet 1, maar 3 voornamen. Ik ben genoemd naar mijn doopmeter en -peter en heet officieel Nele Hermien Petra, maar zeg maar Nele.

2. Ik ben een kleintje, voor de volle 1m59… Toch nog groter dan Madonna, Prince en Kylie Minogue en naar ’t schijnt door mijn gebrek aan lengte overdreven gedreven.

3. Ik ben een Steenbok, koppig, passioneel en ambitieus. Of dat klopt, laat ik in het midden 😉

4. Ik hou van kleur in mijn leven (mijn puberteit was al zwart genoeg 😉 ) en het mogen gerust felle kleurtjes zijn… Mijn lievelingskleur is rood.

5. Ik ben dol op hoge schoenen (zie punt 2 😉 ) met een stevige hak. Ik denk dat ik sinds mijn achttiende geen platte schoenen meer gedragen heb. Behalve sport- of wandelschoenen en die leveren me rugpijn op…

6. Narcissen zijn mijn favoriete bloemen. Zij kondigen na een lange donkere winter de start van de zon en de lente aan én ze vormden het allereerste (zelfgeplukte) boeketje dat ik van het lief, nu de echtgenoot, kreeg.

7. Als aperitief verkies ik een mojito of een margarita, maar een heerlijk fris wit wijntje op een zonnige zomeravond is zeker niet te versmaden.

8. Ik onthoud futiliteiten, wat mij een goede quizzer maakt. Mijn specialiteiten zijn sport en roddels. Ik heb wel een goede afwerker nodig. Op de naam zelf blijk ik op “le moment suprême” te weinig te komen; ik kan wel ontzettend veel details én goede omschrijvingen geven die een ander dan maar heeft binnen te koppen…

9. Ik denk soms te snel of anders geformuleerd: ik spring van de hak op de tak. In mijn gedachten is dat uiteraard nooit zo, maar helaas blijk ik mijn gedachtengang alleen binnenin mijn hoofd te laten evolueren. Gelukkig is de echtgenoot intussen getraind om mijn bokkensprongen mee te volgen.

10. Ik ben een rockchick. Dol op Bruce Springsteen, Pearl Jam, Coldplay, Snow Patrol, Foo Fighters, Editors, Muse, Kings of Leon, Killers,… Heb hen de afgelopen jaren allemaal minstens 1 keer live aan het werk gezien, behalve de Foo Fighters. Laat Werchter daarvoor volgend jaar maar een week vroeger plaatsvinden…

11. Maar ik sta ook open voor andere genres. Stromae, Avicii én Tomorrowland staan nog op mijn wish list.

12. Ik heb een erfelijk gehoorprobleem. Ik zal allicht net als mijn grootmoeder en vader op latere leeftijd een hoorapparaat mogen dragen. Enig verband met punten 10 en 11 is niet bewezen!

13. Ik lees veel en lees regelmatig eerst het einde van een boek. Bij liefdesromans stoort dat toch niet. Je weet dat het uiteindelijk goed komt; de weg ernaartoe is in dat soort romans belangrijker dan het einde. Ik doe dit niet bij spannende boeken of verhalen die je moet gelezen hebben. (Uiteraard heb ik bij de Millenniumtrilogie NIET het einde eerst gelezen).

14. Ik eet in fasen. Momenteel zit ik in mijn witte Twix-fase, maar ze begint weer op zijn einde te lopen. Zo ook met ontbijtgranen (Fitness Honing & Amandelen) of tussendoortjes (Grany Brut – Pure Chocolade). Vooral zeer lastig voor de echtgenoot, die bij ons thuis de boodschappen doet, zijn best doet om zijn dames in de watten te leggen, maar moeite heeft om de verschillende fasen bij te benen…

15. Ondanks mijn duidelijk humane interesse én mijn aanleg voor talen, heb ik in het middelbaar Natuurwetenschappen (met 8 uur wiskunde) gevolgd. Ik was daar eigenlijk ook goed in. Thuis ben ik dan ook de financieel directeur van dienst.

16. Ik vul al jaren zelf ons belastingformulier in. Het kost mij telkens een voormiddag. Intussen vind ik het stiekem een uitdaging om alles uit te pluizen en op orde te hebben.

17. Ik kan niet koken als de keuken overhoop staat. Voor ik eraan begin, zal ik dan ook de afwasmachine uit- en opnieuw inladen. Pas als de keuken proper is, kan ik er opnieuw een puinhoop van maken (die ik wel zelf opruim).

18. Ik ben niet op mijn best ’s morgens. Toen ik na 15 jaar vertrok bij mijn toenmalige werkgever, werd in de aankondiging van mijn vertrek nog verwezen naar mijn “legendarisch ochtendhumeur”. Ik heb het in de loop der jaren wel leren controleren 😉

19. Ik ben héél graag op reis, maar de weg ernaartoe (of het nu met de wagen of het vliegtuig is) is een bron van stress.

20. Ik ben een bezorgde mama. Toen de oudste begin vorig schooljaar met de fiets naar school begon te rijden, heb ik maandenlang de klok in het oog gehouden. 8u30, ze is er. 16u30, ze is veilig terug thuis. Toen de jongste onlangs een weekje op bosklassen was, gunde ik haar haar herinneringen, maar had ik alweer moeite met loslaten.

21. Ik ben verstrooid. Ik sta me vaak af te vragen in een bepaalde kamer wat ik daar nu eigenlijk kwam doen en moet dan (in gedachten) terug naar de vorige kamer om me dat te herinneren.

22. Ik kan me dagenlang zitten afvragen van waar ik die bepaalde acteur/zanger of medemens toch ken. Dat blijft door mijn hoofd spelen tot ik, een week of zo later, in een volledig andere context, ineens een Aha-Erlebnis krijg.

23 is mijn geluksgetal. Ik ben geboren op 23 december, vandaar.

24. Ik ben dol op feestjes. Verjaardagsfeestjes, verrassingsfeestjes (voor een ander), ik geef ze graag. Kerstmis is voor mij een hoogtepunt. De kerstboom, de pakjes, een mooi gedekte tafel, lekker eten en uiteraard mijn geliefden rond mij. Ook Oudjaar met onze “usual suspects” is telkens een fijne overgang naar een nieuw jaar.

25. Ik heb absoluut niet te klagen. Hoewel het glas voor mij eerder halfleeg lijkt, hebben wij het goed: we hebben elkaar, 2 prachtdochters, een ondeugende hond, een goed dak boven ons hoofd, een fijne omgeving. I’m a very lucky girl…