Jong van geest…

Lang geleden, toen ik jong was, had ik er een hekel aan als mensen me jonger inschatten dan ik werkelijk was. Als ik daarover mijn beklag deed bij mijn moeder, kreeg ik telkens opnieuw te horen dat er een tijd zou komen dat ik het wel leuk zou vinden dat ik er jonger uitzie dan mijn leeftijd. Niet dat dat een troost was toen men mij 12 of 13 gaf terwijl ik écht wel al de kaap van de “sweet sixteen” had gerond. Eén keer vond ik het grappig toen men me – al ver in mijn twintiger jaren – bij het uitgaan (of bij het bestellen van drank in het buitenland) mijn “ID” vroeg, maar alle daaropvolgende keren niet meer.

Maar er komt een tijd dat je je moeder gelijk moet geven (dochters, dit geldt ook voor jullie 😉!). Op mijn 43ste kan ik er eigenlijk wel mee leven dat men mij nog altijd jonger inschat dan ik in werkelijkheid ben. Het leidt vooral tot verwarring bij nieuwe gesprekspartners en tot binnenpretjes voor mezelf. Als ik nieuwe mensen ontmoet, durven mijn dochters na de gebruikelijke koetjes en kalfjes wel eens onderwerp van gesprek te worden. Als ik dan langs mijn neus weg vertel over mijn 16-jarige tienerdochter, zie ik mijn gesprekspartners soms wel héél raar kijken. Dan zie ik hen in gedachten een rekensommetje maken en zie ik hen gewoon denken dat ik er dan toch wel héél erg vroeg bij was. Wat ze na het onthullen van mijn werkelijke leeftijd meestal ook gewoon luidop uitspreken.

Dat ik er die geweldige, erfelijke mix van genen mag voor danken, dat besef ik maar al te goed. En dat er toch ook wat werk in kruipt, moeten we ook toegeven. Er wordt hier toch regelmatig gesport om alle onderdelen nog enigszins gesmeerd te laten werken. Maar volgens mij helpt het ook als je regelmatig “zot” blijft doen. Onbevangen blijven, nieuwsgierig en enthousiast zijn, voluit lachen en genieten en af en toe eens “foert” zeggen en gewoon doen waar je op dat moment zin in hebt. Dat je dan soms raar bekeken wordt, klopt. Dat de dochters op zo’n momenten al eens met de ogen durven rollen en zuchten dat zij de enige “volwassenen” in huis zijn, neem je er maar bij. Maar als ze al iets van de mama erven, dan hoop ik dat het die zotheid is. En dat pakketje “verjongende” genen mogen ze ook hebben natuurlijk.

Al lijkt het mij dat het bij de tieners van tegenwoordig allemaal net iets vlotter gaat, die overgang naar de volwassenheid. Ik heb de indruk dat ze toch wel sneller opgroeien, dat wij misschien toch net iets langer “kind” waren. Of klink ik nu echt als een oude zaag 😉?

Advertentie

Maatschappelijke keuzes…

Soms zijn er zo van die dagen dat je je weer opjaagt in bepaalde stellingnames. Een paar dagen geleden zorgde Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten opnieuw voor een geweldig ballonnetje. (Niet voor het eerst overigens.) Ze wil de huisvrouwen “emanciperen” door het huwelijksquotiënt in vraag te stellen. Er bestaat immers – en dat blijkt ook effectief uit onderzoek, zoals dat van de OESO – een verband tussen het opleidingsniveau van de moeder en dat van haar kinderen.

Maar er zitten een aantal denkfouten in de redenering van Gwendolyn Rutten. Vooreerst ben ik het niet eens met haar oplossing, namelijk mensen financieel straffen om hen te dwingen aan het werk te gaan. Een tweede denkfout is bijvoorbeeld de veralgemening over het opleidingsniveau van de thuisblijfmama. Niet alle huisvrouwen zijn laag opgeleid of hebben nood aan “emancipatie”. Voor een aantal hoogopgeleide vrouwen is thuisblijven een bewuste keuze, vaak om de balans van het hele gezin wat meer in evenwicht te brengen. Zij zullen de financiële “emancipatie” van Open VLD allicht slechts gering voelen en zullen toch achter hun keuze blijven staan. Maar voor de vele laagopgeleide thuisblijfmama’s is dit wel een bittere pil: niet alleen wordt hun bijdrage aan hun gezin alweer niet “economisch nuttig” gewaardeerd, maar zij hebben de financiële tegemoetkoming vaak wel nodig.

Vanmorgen op stubru.be werd dan de campagne “Mama blijft aan boord” gelanceerd. Dat ging gepaard met een aantal getuigenissen van prille mama’s en een papa die de komst van hun kindje met hun ontslag moesten bekopen. Ook al kan/mag dat wettelijk niet, toch gebeurt het nog te vaak dat een dergelijke blijde privé-gebeurtenis zware professionele gevolgen heeft. En dan zit je in de auto te luisteren en je leeft mee. Tot een andere luisteraar inbelt en zegt dat elk verhaal twee kanten heeft en dat je “als kleine ondernemer op zo’n mensen écht niet kan rekenen, aangezien die om de haverklap afwezig zijn”. En dan zit je in de auto onderweg naar je werk en dan zucht je eens diep. Echt? In 2017? Wat wil de maatschappij nu eigenlijk? Moeten alle huisvrouwen geëmancipeerd worden en aan het werk? Maar gaan ze dan wel een job vinden want “op zo’n mensen kan je niet rekenen, aangezien die om de haverklap afwezig zijn”?

Meteen denk je terug aan de discussie van afgelopen zomer met de Noorse vrienden. Waar zij stomverbaasd was dat wij al na 3 maanden terug aan de slag moesten, terwijl zij een jaar mocht thuisblijven bij haar pasgeborene. “Maar hoe doe je dat dan? En met de borstvoeding? En als de kindjes ziek zijn?” Je doet het gewoon, met veel pijn in het hart, ook als je kindje ziek is. En je improviseert, je trommelt hulptroepen op (als je het geluk hebt die te kunnen inroepen) en je slaat je erdoor. Je vertelt hoe moeilijk het soms is als jonge vrouw om te solliciteren (“Heeft u een kinderwens of plannen in die richting?”), of om hogerop te klimmen als je ook nog kinderen wil (“En hoe denk je deze uitdagende job te combineren met je gezin?”) en krijgt dan van je hoogopgeleide Noorse manager-vriendin te horen: “We aren’t even allowed to think that way.”

En dus denk ik – als ik in de krant alweer dat nieuwe ballonnetje van Gwendolyn Rutten lees – zorg er misschien eerst voor dat de (vaak onuitgesproken) discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt verdwijnt. Geef vrouwen én mannen meer mogelijkheden om hun carrière met hun gezin te verzoenen en straf hen niet voor hun keuze voor kinderen en voor hun gezin. Kijk nu eindelijk eens serieus naar dat Scandinavische voorbeeld (niet enkel als het in jullie kraam past) en doe er wat aan. Misschien dat meer vrouwen vrijwillig de arbeidsmarkt opkomen als ze hun gezin beter met hun werk kunnen combineren. Breid het ouderschapsverlof uit, voor mama’s en papa’s, stem school en werk beter op elkaar af. Misschien is die werkweek van 30 uur waar onder andere Femma voor pleit wel een mooi compromis?

Onbetaalbaar? Dat hangt vooral af van de keuzes die je maakt als maatschappij. Waar hechten we belang aan en waar willen we in investeren? En ja, dan gaat mijn voorkeur uit naar meer levenskwaliteit, meer solidariteit en beter onderwijs voor onze kinderen. En niet naar alweer een besparing op de kap van de zwaksten in onze maatschappij.

Perfectie bestaat niet. Gelukkig maar?!

Het perfecte leven bestaat niet, de perfecte ik ook niet, maar toch steken we vaak ongelooflijk veel moeite in het “streven naar”. Dat maakt hoe langer hoe meer mensen doodmoe. Maar het leven is bijlange niet zo schitterend als we op de sociale media tonen. Geweldige feestjes, mooie outfits, gezonde en aantrekkelijke maaltijden tonen we met veel plezier en fierheid. De avonden na de feestjes dat je doodmoe in je pyjama in de zetel hangt of geweldig vroeg in je bed ligt omdat dat uitgaan wel héél lang in je kouwe kleren kruipt, zie je uiteraard niets verschijnen op instagram en consoorten.

wasmand_miniOok ik toon foto’s van onze nieuwe veranda als ze volledig opgeruimd en gekuist is en geweldig blinkt. Wanneer het rekje met onze was er staat, wanneer de boekentassen van de kinderen of volle wasmanden de doorgang volledig versperren, er schoenen verspreid liggen en de tafel bezaaid ligt met hun schoolgerief en hun boeken, dan toon ik dat niet. Dus kies ik voor een beperkte selectie uit ons dagelijks leven. Met aangepaste, glanzende filter uiteraard.

Tegelijkertijd zie ik rond mij hoe langer hoe meer mensen tegen hun grenzen aanbotsen. De combinatie van een (pril) gezin met professionele ambities, bouwperikelen en een druk sociaal leven wordt te zwaar. Ook te veel late twintigers of jonge dertigers willen of kunnen niet meer mee en haken af. Is het omdat we te veel willen? Ligt de druk van de (professionele) maatschappij te hoog? Of doen we het onszelf aan omdat we niet willen of kunnen kiezen?

15 jaar geleden was het bij ons pompen of verzuipen. Drukke professionele bezigheden, kleine kinderen, een huis bouwen: het was een beetje te veel van het goede. Er waren momenten dat we een babysit vroegen om eens een nachtje te kunnen doorslapen. Ons sociaal leven kende een serieuze dip en me-time was er de eerste 5 jaar na de dochters heel weinig bij. Mijn laatste boek (Kapitein Corelli’s Mandoline) las ik vlak voor de geboorte van de oudste. Pas 4,5 jaar en een tweede dochter later las ik met de “Da Vinci Code” opnieuw een boek uit. We beslisten samen dat ik 4/5 zou gaan werken om de combinatie werk-gezin draaglijker te maken. Er kwam een hometrainer: zo kon ik thuis mijn kilometertjes malen en hoefde ik geen babysit te boeken om 1 à 2 keer per maand een duur sportabonnement te verantwoorden.

Tot mijn grote frustratie slaagde ik er desondanks niet in om alles perfect rond te krijgen. Ik wou tegelijkertijd de perfecte mama zijn, de perfecte partner, de perfecte werknemer met een druk en uitgebreid sociaal leven en liefst ook nog fit en gezond, maar ik kreeg dat maar niet voor elkaar. Ik deed mijn best, probeerde voor alles en iedereen goed te doen, maar slaagde daar in mijn ogen te weinig in en vaak ten koste van mezelf. Het was uiteindelijk een storend (en onnodig) werktelefoontje op reis dat mijn emmer deed overlopen. Dat deed me beseffen dat er grenzen waren aan mijn combinatiedrang en mijn flexibiliteit. Het werd tijd om keuzes te maken. Voor mezelf en voor mijn gezin.

Daarna werd het stilaan beter. De dochters groeiden op, ons sociaal leven keerde weer, er kwam terug wat meer balans. Af en toe kregen we zelfs al eens een gevoel van “het lukt”. Tot een zieke dochter, deadlines of een onverwachte gebeurtenis weer roet in het eten gooiden. Gelukkig leer je met de jaren (beter) relativeren. Je leert dat “goed genoeg” ook mooi is. Je leert keuzes maken, grenzen stellen en de consequenties aanvaarden. Je leert dat je niet alles onder controle kan hebben of houden. Je leert om je aan te passen. Je leert vooral dat je niet alles tegelijkertijd kan combineren, maar dat dat best ok is. Meestal toch. Je weet dat na een drukkere periode ook weer een dipje zal volgen dat je wat ademruimte zal geven. Je leert dat je niet altijd en overal bij kan zijn en dat je daar gerust mee kan leven, zolang je maar het beste maakt van de momenten die je wel beleeft. Je leert dat je niet voor iedereen goed kan doen en je aanvaardt dat zolang jouw geliefden daar tevreden mee zijn. Je leert te leven in het moment.

Lukt dat? Soms wel, heel vaak niet. Maar we hebben nog een leven voor ons om eraan te werken. Want geef toe: hoe saai zou ons leven niet zijn als we niets meer hadden om naar te streven…

Alweer gestraft als mama…

Het nieuwe pensioenvoorstel van de federale regering – alweer een schoon ballonnetje – is uiteraard niet in het voordeel van de mama’s. Terwijl de hoogste pensioenen wel mogen stijgen, wordt het meetellen van onder andere de zwangerschappen moeilijker gemaakt. Telkens en telkens opnieuw word je als werkende mama gestraft voor je keuze voor kinderen.

Dat begint al bij het solliciteren. Hoe vaak wordt er niet de voorkeur gegeven aan mannen voor eenzelfde functie aangezien jonge vrouwen mogelijk nog kinderen zullen krijgen (en dus een tijdlang onbeschikbaar zullen zijn voor de werkgever of de arbeidsmarkt). Bij de loononderhandelingen geldt eigenlijk je hele carrière door hetzelfde plafond. Een man verdient voor dezelfde functie telkens en telkens opnieuw meer dan een vrouw met gelijkaardige achtergrond en gelijkaardige verdiensten. Bovendien is het dan ook nog eens onze eigen schuld dat loonverschil: vrouwen zijn nu eenmaal “te braaf”, ze onderhandelen niet scherp genoeg, ze durven hun eigen verdiensten niet genoeg in de verf zetten. Eigenlijk vinden de vrouwen dus zelf dat ze geen opslag verdienen, waarom zou je hen dan iets geven?

Een promotie voor een vrouw? Ook dat zou een beetje dom zijn, niet? Late of vroege vergaderingen kunnen met haar immers niet, zij moet op tijd thuis zijn voor de kinderen. Bovendien moet je op een zeker niveau ook hard kunnen zijn en vrouwen hebben eigenlijk te snel begrip of medelijden om écht goed leiding te kunnen geven. Stel je voor dat ze iemand zouden moeten ontslaan, kunnen ze dat wel?

Je hele carrière door word je als vrouw telkens opnieuw gestraft of gediscrimineerd omwille van je (mogelijke) keuze voor kinderen. Bovendien voel je je als vrouw ook telkens opnieuw dubbel schuldig, zowel naar je werkgever als naar je gezin toe. Je kan als moeder nooit goed doen. Blijf je thuis als de kinderen ziek zijn, dan laat je je collega’s in de steek en zadel je hen mogelijk op met extra werk. Maar ga je toch werken terwijl de kinderen ziek zijn, dan voel je je een ganse dag een slechte moeder. Terwijl je soms geen keuze meer hebt. Terwijl je soms zo bang bent om je job te verliezen, dat je telkens en telkens opnieuw maar tegen je natuur in kiest.

Deze maatschappij is niet afgestemd op het krijgen van kinderen of op mama worden. Maar ergens kan ik dat nog enigszins plaatsen. Maar er is ook totaal geen begrip meer. Je bent geen volwaardige deelnemer meer aan het economische leven. Je telt niet meer mee. Tenzij je je kind zo snel mogelijk dumpt en je rechtmatige plek in het werkveld weer inneemt. Liefst zonder op ook maar enige wijze te refereren naar die ingrijpende gebeurtenis die in je leven heeft plaatsgevonden.

Ik vraag me soms af met wat voor maatschappijbeeld men wil dat we leven. De ballonnetjes die nu telkens en telkens opnieuw opgelaten worden, doen me vermoeden dat men eigenlijk kiest voor een maatschappij waar je liefst enkel in je vrije tijd moeder bent. Zolang het je efficiëntie maar niet verlaagt. Zolang je kinderen maar geen impact hebben op je arbeidsrol. Wie moet dan nog voor de kinderen zorgen? De grootouders? Maar ook die moeten zo lang mogelijk economisch efficiënt zijn… Moeten we dan maar telkens opnieuw betalen voor de opvang van onze kinderen? Of kiezen we voor een maatschappij met zo min mogelijk kinderen?

Laat mij heel duidelijk stellen dat dat niet de maatschappij is waarin ik wil leven. Ik heb bewust én ten volle voor het moederschap gekozen. Ik heb ervoor gekozen om tijd door te brengen met mijn kinderen. Om er te zijn wanneer ze mij nodig hadden en hebben. Dat dit implicaties had, wist ik en nam ik erbij. Dat dit betekende dat ik mijn promotiekansen (zowel qua jobniveau als financieel) minstens tijdelijk in de koelkast stak, wist ik en nam ik erbij. Dat het verschrikkelijk wrong en dat het onrechtvaardig was, dat wist ik, en dat nam ik er knarsetandend ook maar bij. Dat een promotie naar een collega ging omdat hij wel 5 op 5 beschikbaar was terwijl ik de job misschien beter deed, maar ervoor koos om toch één alibidag per week bij de kinderen te zijn, dat wist ik en heb ik uiteindelijk ook wel verteerd.

Maar dat ik binnen 25 jaar opnieuw gestraft zal worden omdat wij ooit met twee voor een gezin kozen, kan er bij mij niet meer in. Dan kijk je terug en dan denk je aan al die keren dat je je ziek kindje ’s morgens een Perdolan gaf en toch naar de onthaalmoeder deed omdat je op die manier een dag won. Dan denk je aan al die opofferingen die je gemaakt hebt. Aan al het harde werk om te compenseren voor de paar afwezigheden per jaar. Dan blik je terug en vraag je je af waarom je dat allemaal gedaan hebt. Want laat ons eerlijk zijn, op externe waardering voor je opvoedkundige bijdrage aan de maatschappij, moet je duidelijk niet rekenen.

En toch ga je door, en doe je je best. Slik je ook dit. Terwijl we de laatste jaren hoe langer hoe harder aan het werken zijn, terwijl we allemaal onze uiterste best doen om zo efficiënt mogelijk te zijn, terwijl het spook van de besparingen en de verschillende opeenvolgende crisissen ons allemaal met angst heeft opgezadeld om onze job toch maar niet te verliezen, zwijgen we, slikken we en steken we nog een tandje bij. Hebben we hoe langer hoe minder tijd voor onszelf, voor de kinderen, voor elkaar. Zijn we onszelf massaal aan het voorbij hollen. Zien we de eerste vliegen vallen en zijn we opgelucht dat wij het niet zijn. Of zijn we heel diep vanbinnen een klein beetje jaloers op die grote leegte en voelen we ons daar alweer verschrikkelijk schuldig over.

Hoe lang nog? Hoe veel kunnen en willen we nog opofferen op het altaar van de economische vooruitgang en efficiëntie? Wanneer zeggen we met zijn allen dat het genoeg geweest is? Dat dit niet is wat we willen?

Het kittelmoment #boostyourpositivity

Het laatste thema in de #boostyourpositivity-challenge van Danone is “kids”. Quality time met je kinderen en de grootste uitdagingen die je als mama doormaakt. Ik ben dol op mijn kinderen. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik mama ben kunnen worden: ik had me mijn leven zonder kinderen niet kunnen voorstellen.

Als klein meisje was ik – naar het schijnt – al een zorgzaam moeke voor “het zusje van Zwarte Piet”. Jaja, de beste vriend van de Sint had speciaal voor mij een kleintje achtergelaten in een draagmandje. Maanden- of jarenlang heb ik mijn “kindje” en haar mandje overal heen gesleurd. Zelfs jaren later zat ze nog altijd (louter als versiering uiteraard) op een rek in mijn kamer, ook toen ik al veel te oud was om nog met poppen te spelen. Ik heb zelfs ooit nog geprobeerd haar aan de dochters te verpatsen, maar mijn popje had een krullenbol en dat vonden onze dames (opgegroeid met babypopjes) maar niks. Mijn (poppen)moederhart brak toen onze dames mijn poppemieke met dat rare haar maar akelig vonden…

Toen we aan kindjes begonnen, was ik daar vrij naïef in: je oefent een paar maanden en hup, 9 maanden later krijg je een baby en leef je nog lang en gelukkig. Maar het liep even anders. Niemand had me verwittigd dat het ook wel eens mis kon gaan. Dat de dromen over een kindje soms ook een abrupt einde kennen. En dus waren we des te meer dankbaar voor de meisjes die er wel kwamen. Onze grootste rijkdommen.

En het waren dan ook nog eens gemakkelijke kinderen. De oudste sliep al vanaf dag 3 door, de jongste had daar amper 8 weken voor nodig. En als je genoeg slaap hebt, dan kan je de wereld aan. Wij toch, want wij zijn nu eenmaal een familie van slapertjes. Allemaal. De grootste uitdagingen hier in huis zijn dan ook de ochtenden dat één of meerdere (meestal vrouwelijke) gezinsleden niet voldoende slaap gehad hebben. Dan kan er wel eens een boom(pje) (door)gezaagd worden of komt het al eens tot een uitbarstinkje.

En de appel valt niet ver van de boom hoor. Soms is het alsof de mama in een spiegel kijkt als ze de oudste bezig ziet. “Kruip maar rap in je bed, want je hebt duidelijk niet genoeg geslapen.” De oudste heeft dan nog het excuus dat ze midden in haar puberjaren zit en dus meer nood heeft aan slaap. Bij de rest van ons is het gewoon biologisch: wij hebben nu eenmaal meer slaap nodig dan de gemiddelde Vlaming ;-).

zoedt-wenskaart-mijn-hart-giechelt-van-gelukOnze grootste en meest geliefde kwalitijd speelt zich dan weer af in de zetel. ’s Avonds, net voor het slapen gaan, kruipen de vrouwen hier in huis met zijn drieën in de zetel. Onder een dekentje kijken we samen naar Thuis. Daarna moet de jongste naar boven en wat later volgt ook de oudste.

Op sommige avonden hangen we gewoon tegen elkaar aan: lekker warm en gezellig. En als de mama dan haar dochters dicht tegen zich aan voelt, dan kan ze zich soms niet inhouden. Dan wordt er al eens gekitteld, of in billen geknepen,… En dan wordt er hier gelachen tegen de sterren op, want de jongste kan daar niet tegen. De mama eigenlijk ook niet, wat de oudste intussen durft uit te buiten. En dan lopen die kittelgevechten uit de hand tot er iemand “zich overgeeft” of al lachend uit de zetel rolt.

Geen betere manier om alle stress en drukte van de dag van je af te lachen. Al weet ik niet of de onschuldige slachtoffers het daar altijd mee eens zijn ;-)!

 

Hoe combineer je werk en gezin? Eén stem? #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity draait rond werk. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze? Deel het via #boostyourpositivity en lees mee hoe anderen ‘werk’ ervaren.”

Over de keuzes die wij als gezin gemaakt hebben, heb ik het later deze week nog wel eens. Maar na het lezen van de vele getuigenissen deze week en de voorbije weken, zit ik toch met een kleine bedenking. Veel van dergelijke eerlijke blogposts, of ze nu over de moeilijke combinatie werk en gezin, over het al dan niet borstvoeden of over de roze wolk van het opvoeden verhalen, draaien telkens opnieuw uit op een strijd tussen voor- en tegenstanders. Zelfs een fotootje op Instagram, waarbij een mama-in-spe het aandurfde om te tonen dat ze zich “bezondigd” had aan een McDonald’s maaltijd leidde tot een online berisping van “de zwangerschapspolitie”, “weet jij wel waaraan je je kind blootstelt?”.

Wat doen we mekaar toch aan? Welke kansen laten we als vrouw en als mama telkens opnieuw liggen? Als iemand met een eerlijke getuigenis probeert een punt te maken, zorgen we er met zijn allen zelf voor dat die stem verloren gaat. Zo zorgen we er telkens opnieuw zelf voor dat alles bij het oude blijft, dat er absoluut niets hoeft te veranderen.

Als een jonge mama de boodschap brengt dat ze het zo moeilijk vindt om alles te combineren, dat ze in het weekend vaak uitgeteld is en het niet meer kan opbrengen om ook nog te investeren in haar sociale leven, omdat ze toevallig probeert een uitdagende job te combineren met de zorg voor jonge kinderen, dan krijgt ze te horen dat ze verwend is, dat ze dan maar voor een job dichter bij huis, of een minder uitdagende job moet kiezen. Dan krijgt ze telkens opnieuw te horen dat ze MOET kiezen. Dat ze niet alles kan hebben in het leven. Waarom niet? Waarom moet een jonge mama keuzes maken? Waarom is het aan haar om haar uitdagende job te laten schieten? Waarom gaan we haar met zijn allen be- of veroordelen voor de individuele keuze die ze gemaakt heeft? Terwijl zij alleen maar wil aangeven dat er ergens toch iets niet klopt. Dat je op dit moment nog altijd “gestraft” wordt, zeker als mama, als je voor kinderen kiest.

Waarom worden de vragen niet naar een hoger niveau getild? Op geen enkel moment in alle reacties is gekeken naar de keuzes die onze maatschappij maakt, naar de richting die we met zijn allen moeten volgen en waar steeds meer mensen het moeilijk mee hebben. Maar neen, zolang we met zijn allen op het individuele niveau blijven be- of veroordelen, hoeven er geen maatschappelijke antwoorden gegeven worden. Dus wordt een maatschappelijk relevante vraag al van in het begin in de kiem gesmoord. Als we daarentegen getuigenissen zouden toevoegen, als we het verhaal gewoon zouden delen, kan het wel een sneeuwbal vormen, kan het wel viraal gaan en kunnen er misschien op een hoger niveau wel antwoorden geëist worden… Want gaat de combinatie job-gezin écht makkelijker worden als we ons perfect organiseren en bijvoorbeeld ’s avonds de kleertjes al klaarleggen of de tafel al dekken voor het ontbijt?

Hetzelfde met het borstvoedingsverhaal. Er wordt dus een campagne gevoerd om het borstvoeden tot 2 jaar te promoten. Hoe reageren wij? We gaan met zijn allen heftig campagne voor- of tegen het borstvoeden voeren, tot we in zinloze onderlinge discussies begraven raken. Op geen enkel moment is de vraag gesteld naar het nut van een dergelijke campagne als je na 3 maanden bevallingsrust toch opnieuw voltijds aan de slag moet. We hadden een krachtig antwoord moeten geven dat dergelijke campagnes heel mooi zijn, maar met de vraag hoe we dit als werkende mama praktisch moeten waarmaken? Maar neen, opnieuw laten we een uitgelezen kans liggen omdat we het belangrijker vinden om ons eigen kleine gelijk te behalen…

Siska Schoeters tenslotte krijgt nu op haar dak omdat ze het aandurfde haar kinderen “kleine fuckers” te noemen. Want als je je kinderen zo noemt, zullen ze zich ook zo gaan gedragen. Ook zij geeft aan dat het ouderschap zwaar is, dat er geen roze wolk is en wij gaan het hebben over een “misplaatste woordkeuze”? Laat ons inderdaad met zijn allen maar zagen over de “kleine fuckers” en intussen alweer een signaal van een jonge moeder collectief onder de mat vegen.

Jammer. Zolang we ons eigen kleine gelijk willen halen, zolang we dergelijke verhalen vooral gebruiken als een middel om onze eigen ingebeelde morele superioriteit vast te stellen, zullen we er niet in slagen om een krachtig signaal af te geven. De macht van het nummer hebben wij duidelijk niet. Wij mama’s slagen er niet in om met één stem te spreken en dat vind ik vooral een gemiste kans. Voor ons, voor de jonge mama’s nu en voor onze dochters. Ook zij zullen ooit een jonge mama zijn, maar wij zullen nagelaten hebben om het voor hen beter te maken… En dat vind ik ontzettend jammer.