22 jaar samen

Al 22 jaar delen wij lief en leed. De echtgenoot en ik zijn nu langer samen dan we ooit apart zijn geweest. Ik kan me niet meer voor de geest halen hoe het in mijn eentje was. Vage herinneringen aan verliefdheden, twijfels en onzekerheden (“zal hij me wel leuk vinden?”, “ziet hij me wel staan?”) en allesoverheersend verdriet (“hij wil me niet”) waarbij de wereld voor een paar dagen compleet verging, liggen al meer dan 2 decennia achter mij.

Zoveel is er intussen gebeurd. We werden verliefd, studeerden af, eisten ons plekje op de arbeidsmarkt op, gingen samenwonen, bouwden een nestje en kregen twee prachtige dochters. Het waren intense jaren. Er gebeurde zoveel. Het was niet altijd rozengeur en maneschijn: het is stil waar het nooit stormt en kletteren deed/doet het af en toe ook ten huize Tifosa. Maar we praatten het uit en we maakten het goed. Hij is de enige die me op mijn nummer kan en mag zetten.

En kijk, ineens zijn er 22 jaar voorbijgegaan. Er was zoveel moois dat we mochten delen. Zoveel om dankbaar voor te zijn. Ook na 22 jaar is het nog altijd genieten als we samen kunnen praten, discussiëren, lachen, naar een film kijken, verwonderd zijn, als we gewoon samen kunnen zijn. Er was ook verdriet en er waren de nodige hindernissen, maar ze waren makkelijker te dragen als we het konden delen. Er is nog altijd het gemis als we om één of andere reden eens een nachtje gescheiden worden. Er is nog altijd het hunkeren naar en het thuiskomen bij.

Hij is nog altijd de eerste met wie ik een nieuwtje wil delen. Met hem kan ik nog altijd het beste lachen. Bij hem mag ik mijn verdriet en teleurstelling tonen, zijn armen blijven de meest troostrijke plek die ik ken. Hij is mijn allerbeste vriend, mijn maatje, de liefde van mijn leven, de vader van mijn kinderen en ik vind hem nog altijd even sexy als 22 jaar geleden. Hij kleurt mijn leven en haalt het beste in mij naar boven.

22 jaar. Wie had dat ooit gedacht toen ons verhaal op 14 februari 1995 ergens in het Leuvense begon…

img_7090

Eind goed, al goed…

Dat het niet mijn jaar is, 2016. Of dat het alleszins niet goed begonnen is. Even terug naar maandag. Dat ik blij zou zijn als de week voorbij was, liet ik toen optekenen. Drukke week voor de boeg: een aantal avondverplichtingen zowel voor de echtgenoot als voor mij. Tussendoor ook nog repetities van de jongste voor haar communie en the usual hobbysuspects van de dochters.

Zoiets mag je nooit zeggen. Want ergens beslissen ze dan om nog wat “drama” toe te voegen. Om het nog wat spannender te maken. En dus ging ik maandagavond plat door een hevige buikgriep. Alweer. Dinsdagmorgen naar de dokter en direct vermelden dat het “net deze week communie is”. En uiteraard doen wij het feestje thuis. Gerustgesteld worden, want “tegen woensdagavond zal je je echt wel beter voelen. Maar voor nu moest ik me overgeven aan de ziekte: slapen, liggen en wachten tot het keert.”

Niet dat je veel keus hebt, als je je nog geen kwartier kan ophouden. Maar je doet wat de dokter zegt en leeft op hoop. Tegen woensdag begin je stilaan opnieuw te eten, maar dat was niet meteen een succes. Tegen woensdagavond doe je de dochters van en naar de dansles en moet je tussenin gaan liggen “om van de rit van een kwartier te bekomen”. Waarop je beseft dat het nog niet beter is en je toch wel even panikeert.

Toen de kinderen jong waren, en ze weer eens “doodziek” waren of “ongeneeslijke pijnen” hadden, noemde ik hen “hypochonders” of “malades imaginaires”. Ik beken, het is erfelijk en ze hebben het van mij. Want woensdagavond overviel me een zwarte bui waarbij ik écht geloofde nooit meer normaal te zullen eten. Bovendien was ik er even rotsvast van overtuigd dat ik de volgende dag onmiddellijk door de dokter doorverwezen zou worden, want dat er écht iets serieus met mij aan de hand zou blijken te zijn.

Hét bleek een maagontsteking te zijn. Nieuwe pilletjes én de belofte dat ik me snel beter zou voelen. Maar dat ik toch nog een paar dagen op mijn eten zou moeten letten. En gelukkig keerde het inderdaad (snel). Vrijdag was ik in staat de geplande kookactiviteiten te laten doorgaan en het feest – onder de deskundige leiding van mijn mama, de vol-au-vent-specialiste – degelijk voor te bereiden. Tegen vrijdagavond waren we klaar met onze mise-en-place, maar zat ik wel uitgeteld in de zetel. Want dat eten, dat lukte nog niet helemaal. Dat de week mij een bonus van een paar kg opleverde, was gezien de outfit, de enige meevaller. Geen corrigerend ondergoed voor mijn ingebeelde buik, want die was er écht niet meer.

Maar wat waren we zaterdag blij en ontroerd, toen we ons kleintje alweer een stap vooruit zagen zetten. En zelfs de weergoden waren ons gunstig gezind: net tijdens de blijde intrede van de communicantjes besloot de zon (even) voluit te stralen. Ze genoot met volle teugen, ons meisje. Ze zag er prachtig uit, ze genoot van het gezelschap, ze straalde op haar feestje. En tegen halftien was ze op en kroop ze uitgeteld haar bedje in.

koesterenEn de mama? Die was allang blij dat we het gehaald hadden. Dat er geen nieuwe zieken in huis waren bijgekomen. Dat het eten gelukt was, dat er genoeg was voor iedereen en dat het lekker was. Dat de mama nog steeds niet normaal kon eten, zich tevreden moest stellen met mini-porties en geen glaasje prosecco of wijn aandurfde, was uiteindelijk maar een voetnootje bij een voor de rest geslaagd feestje. Maar dat we stiekem toch een beetje blij zijn dat het achter de rug is, dat we even uit de feestjes zijn en dat het nu eventjes wat rustiger wordt.

Temptation Island: de ultieme verleiding?

Nooit gedacht dat ik een blog zou wijden aan dit programma. Het is niet echt mijn favoriete tv-programma, om het zacht uit te drukken. Maar je kan niet ontkennen dat er alweer een hype rond hangt en laat de tieners in huis daar nu net gevoelig voor zijn. Of ze het mochten opnemen? Tja, dat het niet bepaald een stichtend programma zou zijn, dat was vrij voorspelbaar. Bovendien zijn alle beelden tegenwoordig toch op internet te vinden, dus dacht ik dat we maar beter samen konden kijken. Om de discussie aan te gaan en de Temptation-realiteit hier en daar een beetje bij te kleuren.

De eerste twee afleveringen keken we met ons drietjes. De mama was stiekem vooral gerustgesteld toen de dochters op het juiste moment bezwaar aantekenden. Dat het toch wel héél snel gaat. Dat in de fout gaan na amper 2 dagen in een gelukkige relatie misschien toch geen normaal gedrag is. Maar dat het programma dan ook geen “normale omgeving” is. Dat drank misschien wel rare dingen doet met een mens, maar dat te veel drinken geen excuus is om dan maar in de fout te gaan. Enzovoort. We praten erover en af en toe laat ik hen even nadenken. Zo kan zelfs Temptation Island een goede aanleiding vormen om hen te leren dat het leven niet altijd zwartwit hoeft te zijn, maar dat er nog vele tinten grijs tussen liggen…

Maar toen ging Marvin op het eiland nog een stapje verder. Wij besloten dan ook dat onze jongste toch écht nog te veel kind is voor dergelijke beelden. Maar zij maalde er niet om. Ze volgt nog wel mee en informeert wel naar wat er precies gebeurde, maar hoeft dat (gelukkig) niet meteen met eigen ogen te zien. De oudste keek met haar 14 jaar wel, samen met de mama. Zij stelde zich achteraf vooral veel vragen. Of alle mannen nu echt bedriegers zijn? En of zij dan naïef is?

En dan probeer je nog maar eens uit te leggen dat zo’n programma niet de realiteit is, verre van. Dat er daar op dat eiland alles aan gedaan wordt om toch maar dit soort beelden te kunnen tonen. Dat het dan misschien wel een beetje (veel?) uitgelokt is, maar dat het toch écht wel gebeurd is en dat dit ook wel in het dagelijkse leven voorkomt. Dat je gerust in de liefde mag geloven, maar dat je ook niet blind mag zijn.

Want liefde is nu eenmaal geen Disney-sprookje van “ze leefden nog lang en gelukkig”. Er is niks mooiers dan je leven te delen met iemand die je begrijpt, steunt, aanvult en vertrouwen geeft. Toch is een relatie (zelfs met de beste bedoelingen) soms ook hard werken, ruzie maken, op elkaar zagen, sleur en alledaagsheid. Maar een “Temptation Island” is het voor mij nu ook weer niet. In het dagelijks leven gebeurt het niet zo vaak dat ze je volgieten met drank om dan vrouwen of mannen op je af te sturen die er alles voor over hebben om je binnen te doen. “Verleiden” noemen ze dat daar. Dat woordje heeft voor mij toch wel een hele andere betekenis ;-).

Als volwassene kan je dat allemaal best relativeren. Maar onze tieners, in volle puberteit en onzekerheid, met vallen en opstaan op weg naar volwassenheid, heen en weer slingerend tussen Disney en de grauwe realiteit, die vatten het niet altijd. Zij denken daarover na en weten niet meer goed wat ze moeten geloven. Als mama vraag ik me dan af of ik hen niet beter nog even in de waan gelaten had. Of ik het Disney-sprookje nog even intact had moeten houden. Maar tegelijkertijd weet je dat het nu eenmaal geen rozengeur en maneschijn is en wil je hen net weerbaar maken. Wil ik ervoor zorgen dat ze opgewassen zijn tegen teleurstellingen, tegen pijn, tegen verdriet. Wil ik dat ze leren dat je zelfs dat overleeft en dat je er sterker van wordt: “What doesn’t kill you, makes you stronger.”

zevende hemelEn dan blijkt opvoeden eens te meer zoeken en tasten en het zeker niet altijd even goed weten. Een beetje aanmodderen, met de beste bedoelingen, maar zonder te weten waar het je zal brengen. En dan kan je alleen maar hopen dat ze hier en daar wat oppikken. Dat ze sterk genoeg zullen zijn op de momenten dat dat van hen gevraagd wordt. Stiekem hoop ik wel dat ze toch een beetje naïef blijven, vol dromen en romantiek. (Net als de mama ;-)!) En dus zullen we dit weekend misschien nog eens met ons allen naar een Disney-film kijken, als tegengewicht tegen al het Temptation-cynisme… Al bleken onze dames het dan weer een beter idee te vinden om de Twilight-saga nog eens boven te halen, “als je dan toch moderne romantiek wil, mama”. Zucht.

Februari was…

bloemenFebruari was een mooie maand, met een klein (ziek) angeltje in de staart. Nog altijd geen lente in het vooruitzicht jammer genoeg, ook al bloeien onze narcissen hier al een kleine maand. Ik denk dat ze intussen al een paar keer bevroren zijn en daardoor net iets langer houden dan gewoonlijk ;-). We hebben wel de lente in huis gehad met tulpen (gekocht en gekregen) als contrast tegen de oneindige en overvloedige regenbuien buiten.

Februari was familie. In het begin van de maand werd mijn vader 70 en dat was hét moment voor een feestje. Hij werd in de bloemetjes gezet, hij werd verwend door zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, broers en schoonzussen en hij genoot. En dus genoten wij ook. Van de 3 broers samen aan de praat in onze living. Van de kleinkinderen die binnen de kortste keren weer allemaal samen een heel Playmobildorp gebouwd hadden en die we dus weer voor de rest van de namiddag boven kwijt waren. Van de kleinste van de hoop die duidelijk niet bang is van onze hond en enthousiast “Didi” roepend achter haar aan ging. De hond (Indie) in kwestie zag dat net iets minder zitten en zette het op een lopen…

Een week later kwamen de neefjes en het nichtje logeren. 5 kinderen in huis en toch was het een “rustig” weekendje. Ze waren eerst een paar uur zoet met – uiteraard – het Playmobildorp en daarna bracht Disney rust. De klassiekers “Lady en Vagebond” en “Belle en het beest” werden nog eens bovengehaald en het waren niet alleen de kleintjes die genoten. Zondagmorgen zaten ze schoon met zijn vijven op een rijtje in onze zetel toen Belle stilaan verliefd werd op het beest. Schattig om te zien! En dus genoot de mama/tante/meter meer van het kijken naar de kinderen dan naar de film.

Alleen was de nacht net iets korter dan normaal: het lang uitslapen is duidelijk een familietrekje dat onze dochters van papa’s kant geërfd hebben. Al zorgde de jongste van de hoop voor de verrassing door het veldbedje geweldig te vinden én dus voor een slaaprecord te zorgen. In de logeerkamer naast ons was er al vroeger leven in huis, maar het bleef (relatief) stil tot half acht.

Dit weekend gingen we dan weer op bezoek bij het jongste neefje. Die had ons in eigen huis helemaal niet verwacht. En dus duurde het na zijn middagdutje even voor hij ontdooide. Maar toen dat gelukt was, was hij alweer zijn vrolijke, hartveroverende zelf. En staan we elke keer opnieuw verwonderd te kijken van de taalontwikkeling bij zo’n jonge kindjes. Hoe snel dat toch allemaal gaat. Hoe veel ze telkens opnieuw bijleren. Hoe ongelooflijk schattig het is om hem te horen roepen op onze dochters of de echtgenoot. Hoe trots je toch bent als je hem zijn nieuwe Franse “r” hoort demonstreren, ook al heb je er zelf absoluut geen verdienste aan.

Dat het ook nog koers was afgelopen weekend. Dat koers altijd fijner is in familieverband. Zeker als er Belgen winnen en je samen kan kijken. En je de vreugde om een Belgische zege kan delen.

Februari was liefde. Liefde voor de echtgenoot en ons 21-jarig samenzijn. Genieten van een gestolen dagje samen om “klef” te doen, zoals de dochters altijd grappen. Samen lachen, samen eten, samen babbelen, samen knuffelen. Een dagje samen met de dochters in de Krokusvakantie. Geen grootse plannen, gewoon samen thuis, samen (rustig) ontbijten, samen lachen, samen koken, samen babbelen. Tijd voor elkaar, het kan soms zo’n deugd doen.

Februari eindigde ziekjes. De mama die een paar dagen geveld werd door griep, de jongste die een weekje later ook mama’s virus overnam en daar toch ook flink ziek van was. Wel genezen zijn, maar nog geen 100%. Snakken naar beter weer, naar zon, naar droogte.

In maart dan maar? Misschien?

21 jaar Valentijn

PrintOp Valentijnsdag 1995, exact 21 jaar geleden, begon onze liefdesgeschiedenis. Vandaag zijn we de helft van ons leven samen. En daar heb ik nog geen dag spijt van gehad. Ik zou dus een geweldig stuk kunnen schrijven over de ideale manier om Valentijn te vieren of het perfecte cadeau of zelfs tips om je relatie spannend te houden. Maar dat doen we niet. Vandaag vieren wij onze liefde en die zit voor mij niet in een prachtige bos bloemen of een zalig ontbijt op bed.

Liefde is…

  • Hij die elke dag met veel liefde voor ons kookt
  • Zijn geduld met onze kinderen
  • De tijdschriften die hij meebrengt als ik ziek in de zetel lig (zodat hij zeker weet dat ik toch een paar uur rust neem)
  • Een blik van verstandhouding
  • ’s Morgens samen ontwaken en nog 10 minuten knuffelen voor we echt uit ons bed moeten
  • ’s Avonds samen inslapen
  • ’s Nachts wakker worden en zijn aanwezigheid voelen
  • De auto die hij ’s morgens voor mij buiten zet zodat ik 2 minuten langer aan tafel kan zitten
  • De “blijf jij nog maar even liggen” in het weekend
  • Onze “series” samen delen
  • Ruzie maken en het bijleggen
  • Samen duimen dat Bruce Springsteen ook echt naar België of Nederland komt, kaarten bestellen en aftellen
  • Voor dat podium staan en zien hoe hij in het optreden opgaat en daar ontzettend van genieten
  • Zijn altijd aanwezige steun
  • Hij die me op mijn nummer zet als dat nodig is
  • Zijn gezicht toen hij onze dochters voor het eerst in zijn armen had
  • Hoe hij zich op een zaterdagochtend toch in de Colruyt-drukte stort om boodschappen voor ons te doen
  • Hij die naar het wielrennen of het voetbal kijkt en daar volledig in opgaat
  • Samen gek doen, samen lachen
  • ’s Avonds met zijn allen in de zetel, dicht bij elkaar, een half uur samen knuffelen
  • Hij die toch maar een vijfde keer Italië op de agenda zet, omdat zijn dames dat zo graag willen
  • Het gemis tijdens zijn driedaagse in Londen en de kriebels als hij ’s morgens (eindelijk) terugkeert…
  • De aantrekkingskracht die me soms ineens overvalt
  • Zijn relativering over “mijn ingebeelde buik”
  • Zijn “wat zie je er weer veel te goed uit vandaag” dat me helemaal warm maakt vanbinnen
  • De boeken die hij voor me uitkiest en die er telkens opnieuw knal opzitten

Het zit ‘m in de kleine dingen. Is het perfect? Natuurlijk niet en gelukkig maar: het is stil waar het nooit waait. Maar al 21 jaar lang vult hij me aan en brengt hij het beste in mij naar boven. Heeft hij geduld en weet hij te relativeren. Schrijven wij samen aan een prachtig verhaal. En dat vieren wij vandaag!

Liefde is… de hele avond blijven dansen

liefde is... dansenZaterdag had ik nog eens een date met de echtgenoot. Voor echt! De kinderen gingen bij de oma en opa logeren en wij gingen uit, naar een fuif. De allerlaatste keer dat we dat deden, was een jaar geleden, op de verjaardag van de echtgenoot. De keer ervoor was toen we allebei 30 werden en zelf onze eigen fuif organiseerden…

Eigenlijk vind ik dat jammer, want ik dans graag. Ik doe ook graag zot op de dansvloer. Ik stam uit de zware jaren ’90. Nirvana, Pearl Jam, Metallica,… bring it on. Laat ons nog eens headbangen ;-). Maar de tijden evolueren, de muziek ook en jarenlang was het niet meer zo ons ding. De combinatie van het werkleven met jonge kinderen was ook niet echt bevorderlijk voor ons uitgangsleven. In tijden van ziektes en onrustige nachten staat je hoofd niet echt naar fuiven. Dan wil je in het weekend alleen maar slapen en maak je deals over wie op moet voor de kinderen en wie kan blijven liggen.

Maar de dochters groeien op, de nachten en je leven komen in een rustiger vaarwater en dus kan je af en toe weer een stapje in de wereld zetten. Al was dat wel even wennen met een echtgenoot-leraar in de onmiddellijke omgeving. Overal waar we kwamen, kwamen we leerlingen van de echtgenoot tegen. Uitgaan in Heist? Leerlingen. Een cafeetje doen in de omgeving? Leerlingen. Een ijsje gaan eten met de kinderen? Leerlingen. Braderij? Leerlingen. Is dat erg? Absoluut niet, maar het zorgt er wel een beetje voor dat je je gedraagt, zeker de echtgenoot blijft dan “in functie”.

En dus waren we stiekem wel héél erg blij met de Dirty Dancing-fuif zaterdagavond. Voor dertigers en veertigers. Onze muziek. En dus maakten we ons schoon, trokken onze beste kleren aan en gingen er voor. In tegenstelling tot de jaren ’90 zelf toen wij gewoon in jeans en T-shirt uitgingen. In onze jeugd – de prehistorie – mocht er nog gerookt worden op fuiven. Uitgaan stond toen gelijk aan stinkend thuis komen en dat deed je uiteraard niet in je beste kleren.

Het was een leuke fuif. En we hebben ons goed geamuseerd. Er is duidelijk een markt voor dit soort fuiven: het was druk, ook op de dansvloer. Ook het VIP-gedeelte (met champagne en hapjes) was volledig volgeboekt. Dat was in de jaren ’90 nochtans nog niet in zwang, toch niet op onze fuiven. Er trad een bandje op (uitstekend), daarna waren (verschillende) deejays aan zet. Toen de boenkeboenke bezig was, wilden we gaan lopen, maar een klein kwartiertje later kreeg de deejay een bevlogen jaren ’90 moment en ben ik toch nog even gaan headbangen. Ik heb zelfs geslowd met de echtgenoot! Jaja, het was een geslaagde avond.

En de leerlingen? Die waren er toch. Sommigen waren aan het werk, anderen kwamen ook fuiven. Maar we hebben hen genegeerd en ons maar een heel klein beetje ingehouden ;-). En laat ons eerlijk zijn, tegen dat de leerlingen écht in actie kwamen, lagen wij allicht al in ons bed. De leeftijd, weetjewel. En over zondag zwijgen we: dat recupereren duurt precies ook wat langer dan in de jaren ’90 ;-).

Als de liefde passeert…

maanenterugZondag, op bezoek bij de grootouders van onze dochters. De jongste zit met oma te babbelen als oma’s oog ineens op het kettinkje van onze dochter valt. De jongste heeft al 7 maanden een vriendje en met Valentijn hadden ze cadeautjes uitgewisseld. Blijkbaar was oma’s oog daar nog nooit op gevallen.

“Ben jij daar niet te jong voor?” “Oma, of het nu vroeg of laat komt, de liefde kan je niet tegenhouden.” Zaten wij daar allemaal even met onze mond vol tanden.

11 jaar. Mijn dochter. Ik denk dat we nog een en ander met haar zullen beleven 😉

7 feiten die je nog niet over me wist

sunshineDeze Sunshine Blogger Award kreeg ik een tijdje terug van Carrie, maar ik heb er vrij lang zitten op kauwen. Vooral die 7 feiten die jullie nog niet over mij weten, vond ik ontzettend moeilijk. Ik ben toch een open boek 😉

Maar we doen een poging en met veel plezier volg ik – min of meer – de regels.

Regel 1: Plaats het logo van de Sunshine award. Done!

Regel 2: Link naar de blogger die jou genomineerd heeft. Done!

Regel 3: Vertel 7 willekeurige feiten over jezelf.

1. Onhandig, verstrooid of gewoon lomp. That’s me. Ik loop voor de verandering weer eens met een grote pleister én flammigel op de arm. Het gevolg van een kookongelukje. 2 dingen tegelijk aan het doen, niet aan het opletten, verstrooid. Enfin, voor ik het wist, kreeg ik het ovenrooster 2 (!) keer tegen de arm en dus loop ik intussen al meer dan een week mezelf te verzorgen. En dit is geen toevalstreffer. Ik heb ontelbare littekens overgehouden aan het strijken, bakken,… Lomp dus.

2. Brokkenpiloot. Mijn rijparcours is ook geen mooie rechte baan. In mijn jonge jaren heb ik toch wel een aantal auto-ongelukjes gehad. 2 keer was ik zelf in fout, 3 keer werd ik aangereden. Ik heb zelfs ooit een auto-ongeval gehad zonder dat ik in de buurt was. Ik had mijn auto voor onderhoud naar de garage gebracht en toen ik hem de volgende avond kwam oppikken, bleek de deur ingedeukt te zijn. Was er op de parking van de garage iemand tegen mijn auto gereden en ervandoor gemuisd… We hebben nooit geweten wie de schuldige toen was, maar de garage heeft mijn auto zonder morren hersteld.

3. Foeteraar. Ik ben een ongelooflijke vloeker in het verkeer. Ik zit altijd op alles en iedereen te vitten. Beetje ironisch eigenlijk, als je mijn eigen brokkenparcours in je achterhoofd houdt. Toen de oudste 1,5 was, en achterin in haar stoeltje ooit “tommen uil” riep, toen de mama nogal bruusk remde, ben ik met een knalrode kop naar huis gereden en heb ik toch geprobeerd om daarna op mijn woorden te letten met de kinderen erbij.

4. Ik ben niet dol op vlees, wel op slachtafval. Met andere woorden: mij maak je niet blij met een schone biefstuk, maar ik eet wel héél graag worsten en gehakt, de gemalen overschot of het slachtafval. Ik ben de fiere kleindochter van een boer; ik heb in mijn jeugd meer dan eens gezien hoe je van de koe tot biefstukken of karbonaden komt. Of hoe je aan een kipfilet komt, of hesp…

5. Als ik lees, ben ik van de wereld. Dan hoor ik letterlijk niets meer. Ik wou dat ik kon zeggen dat dat het effect is van schitterende literatuur, maar ik ben de draad van een gesprek ook volkomen kwijt als ik een mail of een sms lees. Multitasken is dus echt niks voor mij 😉

6. Ik droom soms heel erg levendig. En kan dan ontzettend blij zijn als ik wakker schiet en het “maar” een droom was. Een klassieker, komt elk jaar wel minstens één keer langs: ik droom dat ik nog in Leuven zit, dat het examens zijn en dat ik niet klaar raak met het studeren. De paniek dat ik het niet ga kunnen en dat het allemaal dik mijn eigen schuld is omdat ik alweer te laat begonnen ben, voel ik dan echt. Mijn hart bonkt dan zo hevig dat ik er wakker van word. De opluchting als ik besef dat het niet echt is, dat ik straks geen examen moet afleggen, maar enkel droomde, is onbeschrijflijk…

7. Ik vind de forties leuker dan mijn twintiger jaren. De rust, de zelfverzekerdheid en het geluk van nu zou ik voor geen geld ter wereld willen ruilen voor de “alles kan nog, alles ligt open”-sfeer van toen. Ik weet nu veel beter wie ik ben, wat ik wil en niet wil, wat mijn sterke kanten zijn en hoe ik mijn zwakke punten in mijn voordeel kan ombuigen. Ik ben tevreden met de weg die ik bewandeld heb. Had ik dingen anders kunnen of willen doen? Zeker geen essentiële zaken. Mijn keuzes hebben me gemaakt tot wie ik ben en daar heb ik nu min of meer vrede mee 😉

Regel 4: Nomineer 15 andere blogs. Deze laat ik passeren. Aangezien ik nog niet echt lang blog, ken ik nog niet echt veel bloggers. De meesten hebben deze award ook al gekregen. Maar als je je geroepen voelt, ga gerust je gang 😉