As we speak #mei

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Genieten. Van het zonnetje dat even geweldig haar best deed. En dat net in het lange weekend. Gek hoeveel schoner het leven is als de zon schijnt. Hoe meer energie een mens heeft als dat hele lijf niet bezig is met de interne chauffage op 24 graden te houden ;-). Hoeveel deugd het doet na een lange winter om weer t-shirts, jurkjes en rokjes boven te halen en de eerste zon op je lijf te voelen. Om met een boekje in de ligzetel in de tuin te gaan zitten. Om een zonnebril op je neus te hebben. Om de hometrainer buiten te rijden en daar je uurtje training af te werken. In de schaduw van de notenboom, maar toch je sporttopje erin gebrand zien staan. Een heel weekend door wassen en plassen, toch al fluitend, alleen maar omdat het zonnetje schijnt.

veranda

(Foto Aldera)

Genieten van onze veranda. Na amper een weekje zalig weer de nieuwe tuinkamer niet meer kunnen missen. Ontbijten, lunchen en dineren in de eetkamer (omdat die toevallig in de tuinkamer staat). Absoluut niet meer begrijpen waarom je zolang getwijfeld hebt of je dat ding wel zou zetten. Telkens opnieuw tegen de echtgenoot verzuchten dat het toch een zalige kamer is. Ook met de ramen wagenwijd open. ’s Avonds het huis laten afkoelen door de ramen nog een tijdje te laten openstaan en toch een pak minder last hebben van muggen en vliegen omdat het vliegenraam alles tegenhoudt. Nu al veruit onze favoriete plek in huis en dan zijn onze leeszeteltjes nog niet gearriveerd. We hebben er 2 besteld, wedden dat het vechten wordt voor een plekje? En dat wij opgelucht zullen zijn als de kinderen eindelijk in bed liggen en wij het leeshoekje eens voor onszelf zullen kunnen opeisen?

Eten. Hoogtepunt deze maand was vast en zeker de brunch voor Moederdag bij Bar Muza in Lier. Al was het hele Hemelvaartweekend culinair dik in orde, met een paar barbecues en een delicieus etentje met de echtgenoot. Het was te merken aan de weegschaal ook. En omdat de bikinistress met het mooie weer toch ook begon toe te slaan, zijn we wat gezonder beginnen eten, hebben we de porties een beetje verkleind en zijn we terug aan het sporten. Gelukkig is het slaatjes-weer, wat ik heerlijk vind als de zon schijnt. Al zeggen we nooit neen tegen een lekkere pasta. Of een zalig ijsje. Of zelfgemaakte koekjes. Laat het duidelijk zijn, na een paar moeilijkere maanden is de eetlust helemaal terug.

Sporten. Tja, en als de eetlust terug is en het eindelijk jurkjes- en rokjesweer is, dan moet je sporten. Ik heb mijn fietstrainingen weer opgedreven (naar minstens 4 per week) en heb een stappenteller geïnstalleerd. Het is nog nieuw en die medailles motiveren me eigenlijk wel. En dus doe ik tijdens de middagpauze al eens een wandelingetje en ga ik al eens met de echtgenoot de hond mee uitlaten. Om daarna als een kind zo blij te zijn als mijn telefoon mij een medaille geeft omdat ik mijn “stappen” of “actieve minuten” van de dag gehaald heb. Of, de allerbeste, de medaille voor de “meest actieve dag ooit”. Ik heb me laten vangen door de gezondheidsmaffia, ik weet het, maar mijn lijf kan er maar goed bij varen. En tegen september is het nieuwe eraf en zoek ik een nieuwe hobby. (Dan hoef ik ook even niet meer in mijn bikini’s te passen.)

Culturele uitstapjes. Deze maand woonden we nog eens een theatervoorstelling bij. De echtgenoot-leraar doet dat wel vaker, maar voor mij komt het er niet meer zo vaak van. En ergens had ik het wel gemist. We woonden “Het gelukzalige” bij, van Olympique Dramatique. Met o.a. Tom Dewispelaere, Geert Van Rampelberg en Ben Segers. Niet van de minsten, maar toch viel het stuk mij een beetje tegen. Het was vervreemdend en was voorbij voor we er erg in hadden. Letterlijk. Toen de acteurs hun buiging kwamen maken, dacht ik eerst dat het pauze was. En heb ik toch wel een paar keer aan de echtgenoot moeten vragen: “Is het gedaan? Echt?” Maar na een paar buigingen verlieten de auteurs de scène en begon het publiek de zaal te verlaten. We waren dan ook héél snel terug bij de babysit. De echtgenoot vond het ook sneu: hij had de afgelopen jaren een paar héél goede stukken van dit gezelschap mogen bijwonen, maar dit was duidelijk het minste.

Lezen. We kunnen heel kort zijn: niets dat de moeite van het vermelden waard is. Ik denk dat ik al in een soort van spaarstand aan het gaan ben. Een kort winterslaapje voor de meest intense leesperiode van het jaar. De vakantie is op komst en dan nemen we véél boeken mee. Momenteel beleef ik de voorpret: ik leg leeslijstjes aan en er staan al een paar boeken klaar die ik “opspaar” voor de zomerperiode. En dus herlezen we onze romannetjes of duiken we in Libelle, de krant of (Weekend) Knack.

Kijken. Het zomerseizoen is duidelijk begonnen: de grote, geweldige reeksen zitten erop. Maar ook het lichtere entertainment kunnen wij aan het einde van een zware werkdag of werkweek wel eens appreciëren. Met de dochters zijn we hier fan van “Jani gaat” of “Duivelse vrouwen”. De aflevering dat Jani “mama” werd, is hier in huis fel gesmaakt. De dochters gierden het uit bij de dolle belevenissen van mama Jani. Alleen al daarom is het programma de moeite waard. (Al kijk ik misschien evenveel naar de dochters, maar kom.) En met “Duivelse vrouwen” komen wij stilaan in de EK-sfeer. Bijna, nog 3 weken, en dan kunnen we onze België-gadgets weer boven halen. Ik kijk er nu al naar uit. En naar de spannende matchen zelf ook, natuurlijk!

Ruiken. Niet alleen kreeg ik van de echtgenoot een mooie ruiker bloemen voor Moederdag, maar ook mijn ouders brachten een ruikertje seringen-uit-de-eigen-tuin mee. Meer dan een week lang rook ik elke morgen opnieuw die intense zoete geur bij het binnenstappen in de veranda. En telkens opnieuw bracht dat herinneringen aan de boom die in mijn ouderlijk huis net voor de keuken stond. Vroeger waren het paarse seringen, nu witte. De kleur was het niet helemaal, maar die geur… Elke ochtend opnieuw even terug naar mijn kindertijd. Een heel fijne manier om de dag te beginnen.

Supporteren. Niets schattiger dan het oudste metekind die voor een andere ploeg supportert dan zijn papa en “weigert” mee te vieren als de ploeg van de papa kampioen speelt. Op de vraag of hij voor de Rode Duivels supportert een volmondig “ja” krijgen. “En ook voor zijn dorpje.” En de Buffalo’s dus. En als meter stiekem blij zijn dat er al zoveel karakter inzit.

Zingen. Met het kleinste metekindje. In het Wammeks dialect je jeugdliedjes opnieuw bovenhalen en volledig gecharmeerd worden als hij zo goed als klankcorrect meezingt. Of hem vol enthousiasme zijn K3-repertoire horen bovenhalen. Compleet verkocht zijn als hij “Meter Nele” zegt, met de Franse “r”.

Lachen. Met de dochters en de echtgenoot. Samen tv kijken en de slappe lach krijgen. Elkaar belevenissen vertellen en dezelfde (flauwe) humor delen. Ja, het is een familietrekje en wij vinden het soms wel heel grappig samen.

Je eigen “As we speak” nalezen en heel goed beseffen dat je gezegend bent. Dat het wel een drukke maand was, professioneel gezien dan, zowel voor mezelf als voor de echtgenoot, maar er desondanks in geslaagd zijn om te genieten van de momenten die er waren. Voldoening halen uit de kleine dingen des levens, het is me vaak niet gegeven. Maar deze mooie maand lukte het meestal wel en dat gaf ongelooflijk veel energie. Op naar de volgende!

Advertentie

Een valse start in 2016

Na amper één dagje werken, zat ik vanaf dinsdag al terug thuis door een darminfectie. Van een valse start in 2016 gesproken! En laat ik nu niet meteen de ideale patiënt zijn…

  • Ziekteverlof = rusten 

Dat is meteen om problemen vragen met deze patiënt. Ik leef immers in de overtuiging dat het “ziekteverlof” het ideale moment is om de huishoudelijke achterstand weg te werken. Niet meteen uiteraard, maar na een dagje uitzieken heb je meestal nog 2 dagen ziekteverlof over, die je dan best ook nuttig kan gebruiken, niet? En dus begint deze patiënt te strijken, op te ruimen of andere huishoudelijke klusjes in te halen.

Ervaring heeft me intussen echter geleerd dat dit een zeer slecht idee is. Het niet respecteren van de door de dokter opgelegde rust zorgt er alleen maar voor dat het herstel een pak langer duurt. Dat ik nog weken kamp met de naweeën van het virus dat me te pakken had. Dagenlang blijf ik oververmoeid en des te vatbaarder voor nieuwe ziektekiemen. Dus probeer ik écht waar rust te houden als de dokter me dat voorschrijft. Daarom halen we boeken in de bib, of brengt de echtgenoot een lading “boekskes” mee. “Dan ben ik tenminste zeker dat je toch minstens een paar uur zal rusten…”

Het helpt bovendien enorm als je lijf ook daadwerkelijk protesteert tegen wat voor inspanning je ook probeert te doen. De afwasmachine uitladen was voldoende voor een paar uurtjes slaap op de zetel. Een poging om voor boodschappen te zorgen in de Colruyt leidde tot een uitgebreide middagdut…

  • Darminfectie = op je eten letten 

“Het beste wat je kan doen, is rusten en op je eten letten”, zei de dokter.  In eerste instantie kon ik er nog enigszins (groen) mee lachen. Dat het misschien toch wel beter was zo na die zware feestdagen: het eens een paar dagen wat kalmer aan doen. Dat iedereen het nieuwe jaar start met goede voornemens en dat ik nu dankzij de dokter toch ook wat gezonder zou leven. Maar toen kreeg ik honger. En neen, van koekjes, chips, warme chocomelk,… was uiteraard geen sprake. Wat een straf 😉 !

  • Ziekteverlof = zagen 

Ik ben duidelijk niet de makkelijkste patiënt. Ik werk tijdens mijn ziekteverloven en mijn (gedwongen) rustperiodes op het systeem van mijn omgeving, en dan vooral op dat van de echtgenoot. “Neen, natuurlijk kan je niet veel doen tijdens je ziekteverlof. Ja, natuurlijk ben je moe als je wat hooi op je vork neemt. Je zal je erbij neer moeten leggen en gewoon rustig je periode uitzitten.”

Als het niet loopt zoals ik zou willen of zoals ik gepland heb, dan begin ik te zagen. Ik maak immers altijd en overal plannetjes. Ziek? Meteen begint mijn hoofd de “vrijgekomen” tijd in te vullen. Probleem is dat het lijf zich ellendig voelt en niet mee wil. Alleen blijft dat hoofd maar doorgaan: van plan A over plan B en C tot ik het hele alfabet heb afgewerkt. Maar dat lijf volgt niet! Niet op dag één, maar daar kunnen we nog enigszins mee leven. Dag 2 gaat ook nog niet, wat al iets moeilijker is om te verteren, maar toen ook dag 3 nog geen beterschap bracht, werd het ook mijn hoofd teveel.

  • Ik ben een hypochonder 

Als het na een bepaald aantal dagen rust nog niet loopt hoe ik het zou willen of gepland heb, dan gaan er alarmbelletjes af. Dan begin ik te vrezen dat ik nooit meer beter  zal worden, of dat ik met één of andere chronische toestand zal kampen of dat er nog iets ernstigs verborgen zit dat de dokter over het hoofd heeft gezien. Dat dit het gevolg is van de 42 jaren die ik intussen op de teller heb en dat het vanaf nu alleen maar bergaf kan gaan, want “jonger worden we er ook niet op”.

Dan slaat mijn verbeelding compleet op hol. Dan zie ik voor mij hoe ik de rest van mijn dagen zal slijten in de zetel of in bed, hoe het huis een enorme rommelhoop wordt (want uiteraard doet in mijn gedachten niemand anders hier iets: stereotypering ten top 😉 !), hoe niemand nog iets aan mij zal hebben,… Tot de echtgenoot thuis komt en alles relativeert: “Waarom denk je dat de dokter je zoveel dagen voorschrijft? Die weet echt wel wat ze doet hoor, heb nu eens wat geduld, het zal langzamerhand wel beter gaan…”

  • Ik leer maat houden, met vallen en opstaan 

En dan komt toch het moment dat je het voelt keren. Dat je voor het eerst weer met smaak kan eten. Dat je een tocht naar de Colruyt overleeft zonder te bekomen in de zetel. Dat het zagen vermindert en er al eens terug een grapje vanaf kan. Dat je toch een kop chocomelk drinkt zonder dat uit te boeten. Dat je je terug mens begint te voelen (en alle zwarte visioenen ziet vervliegen).

In vroeger tijden zou dat het sein geweest zijn om er meteen terug in te vliegen. Om boven alle bedden te gaan verversen, om manden strijk te verzetten en om een tandje bij te steken. Gelukkig weet ik intussen beter en zullen we het nog een weekendje kalm aan doen. Zullen we uitslapen en voldoende rust inbouwen. Zullen we mijn lijf de tijd geven om te herstellen, zodat de nieuwe start wel de goede wordt ;-).

(Op dit punt lacht de echtgenoot mij vierkant uit: “Eerst zien en daarna geloven!”)

lachen