Haar allerlaatste 1 september

Elk jaar neem ik verlof op 1 september. Dan wil ik bij dat nieuwe begin mijn kinderen zelf kunnen afzetten op school en dan ben ik ’s avonds graag thuis om hen op te vangen en uit de eerste hand hun verhalen te kunnen horen. Liefst verwen ik hen dan ook nog eens met een lekker feestmaal, om het afscheid van de geweldige vakantie en de abrupte overgang naar de sleur van het schoolse bestaan wat te kunnen milderen.

Ook dit jaar was ik – al voor de vijftiende keer – thuis om een eerste schooldag te kunnen beleven. In het prille begin van de schoolcarrière van onze meiden was zo’n eerste schooldag wel héél erg spannend: zouden er traantjes vloeien? Zouden ze ons wel willen lossen? Eigenlijk viel het allemaal best wel mee. Ja, er vloeiden wel eens traantjes, maar dat was dan vaker bij de mama dan bij de dochters. De oudste had in de laatste maanden bij de onthaalmama toch wel een paar kindjes naar school zien vertrekken en was er zelf ook op gebrand en de jongste zat dan weer al maanden op hete kolen om in de voetsporen van haar grote zus te kunnen treden.

Het schoolleven wende snel. Al vlug kwamen er geen traantjes meer aan te pas en werd 1 september routine. We sloten de kleuterperiode af en stoomden geruisloos door naar de lagere school. Dat deden in ieder geval toch de dochters. De mama had moeite met het afscheid van kleutertjes in huis en leerde al een eerste overgang verteren. De stap naar het middelbaar onderwijs bleek toch wat groter: een nieuwe school met een minimum aan of zonder de vertrouwde lagere school-vriendinnetjes. Het was spannend, het was nieuw en de avond tevoren doken er al eens zenuwen op bij de dochters. De mama deed héél erg haar best om de hare onder controle te houden of zo min mogelijk te tonen aan de dochters. Er werd al eens een nacht wat minder geslapen (dat deed ook de mama) en ook ’s morgens waren de dochters wel héél vroeg uit de veren (net als de mama 😉). Ook de secundaire school werd al weer snel een gewoonte, al waren de oneven jaren met studiekeuzes en nieuwe klasindelingen weer net dat tikkeltje spannender, maar we overleefden het.

Sinds de dochters de overstap maakten naar de middelbare school, fietst de mama samen met hen de eerste schooldag in. Goed voor de zenuwen van ons allemaal, maar toch vooral voor de mama doet dat halfuurtje fietsen deugd. En zolang de dochters het toelaten, fietst de mama mee. Hoe verder in het middelbaar, hoe minder de dochters dat fietstochtje “nodig” hadden. Tot op het punt dat ze er vooral hun emotionele mama een plezier mee doen op die eerste schooldag.

Zo reed ik ook dit jaar weer met de dochters naar school. Voor de oudste was het de laatste 1 september. Terwijl zij een spannend laatste jaar tegemoet gaat, probeerde de mama alweer een afscheid te verteren en slikte ze – in het terugrijden – een paar tranen weg. Terwijl het voor de oudste niet snel genoeg kan gaan in dat opgroeien, zag ik haarscherp dat kleine peutertje voor mij dat ik voor het eerst bij de juf moest achterlaten. Dat toch ook meehuilde toen ze de kindjes rond haar zag en hoorde wenen. Ik herinnerde me hoe de papa me toen wegleidde “om het niet te laten aanslepen en het niet zwaarder te maken voor haar”. Hoe ik nog even door het raam keek en mijn hart voelde breken toen ze zoekend rond zich keek met traantjes die over haar wangen gleden. Hoe de juf haar best deed, maar niet alle 20 kindjes tegelijkertijd kon troosten. Hoe ik me snikkend in de auto afvroeg of ze ons meisje wel zou begrijpen.

15 jaren zijn voorbijgevlogen. Dat kleine peutertje is een fijne jongedame geworden en staat op het punt om uit te vliegen. Ze is klaar voor de keuzes die ze moet maken, dat zien en beseffen we best wel. Ze stormt vooruit en het is haar van harte gegund. Ze weet dat we er voor haar zijn, maar ze is klaar om losgelaten te worden. En de mama? Die neemt de volgende 1 september opnieuw verlof. Want de jongste heeft nog een paar jaar middelbaar voor de boeg. En dus hebben we nog eventjes respijt om te wennen aan die volgende overgang. Al zal ook dat afscheid voor de mama toch weer véél te vroeg uit de lucht komen vallen…

Theorie vs praktijk: verwennen (6)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen theorie en praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Laat het ons vandaag eens hebben over “verwennen”. De theorie hierover was meestal niet bepaald eensluidend. “Je mag je kinderen niet verwennen, laat ze maar eens goed huilen.” Of “Met aandacht kan je je kinderen niet verwennen, dat mag je hen niet ontzeggen.” Of “Je mag niet altijd toegeven, je moet streng zijn, voor hun bestwil, anders maak je er rotverwende, onhandelbare kinderen van.” Begin er dan maar eens aan, hè, aan dat opvoeden, als de theorie niet duidelijk is. Als je niet weet wat je moet doen om goed te doen. Als je constant tegenstrijdige adviezen krijgt uit je omgeving. En zeker bij je eerste, weet je het nog allemaal niet zo goed, dan wil je je nog wel eens laten leiden door de goede raad die je her en der oppikt. Gelukkig weet je bij een tweede meestal al wel beter 😉.

We hebben dus maar onze eigen weg gezocht. We hebben zowat een gulden middenweg bewandeld en geprobeerd hen langs de ene kant materieel niet alles in de schoot te werpen, maar langs de andere kant niet te scheutig te zijn met aandacht. Al moesten de dochters ook leren dat het niet altijd rond hen kon draaien. Dat ze soms ook beleefd hun beurt moesten afwachten.

Wat wil dat nu concreet zeggen? Dat ze van ons kregen wat ze nodig hadden (en allicht toch ook wat meer), maar dat we toch wel grenzen trokken. Er was wel degelijk een budget (voor kledij, voor ontspanning, voor speelgoed bijvoorbeeld) en daar hielden we ons meestal wel aan. Als ze dan eens “grotere” wensen hadden voor hun verjaardag of voor Sinterklaas, dan legden we al eens samen voor één groot geschenk, in plaats van hen met vele cadeautjes te verwennen. Soms moesten ze ook sparen voor iets dat ze echt graag wilden. Zo vroeg de oudste vorig jaar centjes voor haar verjaardag en deed ze een vakantiejob omdat ze haar zinnen gezet had op een laptop.

Ook al zien we hen doodgraag en zouden we alles voor hen willen doen, het is ook onze taak als ouders om hen de waarde van geld bij te brengen en om hen te leren dat niet alles zomaar in hun schoot zal vallen. Dat ze – met hun zakgeld – moeten leren hun budget te beheren, hoe klein dat budget in het begin misschien ook was. Bovendien moeten ze ook leren dat ze niet alles kunnen krijgen en moeten ze leren tevreden zijn met wat ze hebben.

Wat het verwennen met “aandacht” betreft, daar heb ik me nooit veel aangetrokken van alle oudewijvenpraatjes die de ronde deden over “dat we hen soms maar eens goed moesten laten doorwenen, want dat ze anders rotverwende kinderen zouden worden waar geen land mee te bezeilen valt”. Onze dochters hebben eigenlijk nooit echt veel geweend, dus als ze dat toch deden, was het meestal wel serieus en dan waren we er uiteraard om hen te troosten. Waar we wel streng in waren, was dat ze elkaar en ons moesten laten uitpraten en dat ze beleefd genoeg moesten zijn om gesprekken niet ineens te onderbreken.

Na de geboorte van onze jongste werd het heel even pittig. Toen moest de oudste – die tot dan toe in het middelpunt van onze belangstelling had gestaan – onze aandacht ineens delen “met dat krijsend klein ding”. En dat was zeker niet meteen naar haar goesting. En dus durfde ze wel eens toeren uithalen terwijl mama haar kleine zusje borstvoeding gaf of verzorgde. Dan moest ik gewoon streng zijn. En soms kreeg het zusje borstvoeding terwijl de oudste de hele duur van de borstvoeding huilend aandacht vroeg. En op andere momenten speelde je het spelletje dat je net met de oudste aan het spelen was eerst uit vooraleer je het gejammer van haar zusje beantwoordde. Al was de oudste zelf ook niet écht geweldig goed bestand tegen het gehuil van haar zusje en droeg ze haar mama of papa soms al snel op “om zus toch niet te laten wenen”.

Zijn onze dochters verwend? Ja en neen. Als je vergelijkt met wat wij vroeger hadden, dan is de luxe waarin we nu leven toch nog net iets groter. Maar we hebben wel ons best gedaan om er vooral voor hen te zijn. Om tijd voor hen te maken in plaats van hen te overstelpen met materiële zaken. Af en toe zijn we ook gewoon streng: dan laten we hen zelf sparen voor iets dat ze echt graag willen. Bovendien duwen we hen wel eens met de neus op de feiten: dat het niet evident is dat ze dat of dat kunnen/mogen doen, want dat veel andere kinderen dat geluk niet hebben. Meestal beseffen ze dat ook wel. Al moeten we eerlijk zijn: ze zullen pas ten volle begrijpen wat dit inhoudt als ze er zelf (en alleen) voor staan…

Twee jongens alleen in de stad…

Dinsdagmorgen. Ik ben onderweg van het station naar mijn werkplek in de grootstad. Voor mij stopt een bus en er stappen twee jongens uit. De oudste is een jaar of 10 en draagt zijn boekentas op de rug. In de ene hand heeft hij zijn ongeveer 6-jarig broertje (?) vast, in de andere hand het boekentasje van de kleinste. De oudste helpt de kleinste behoedzaam de bus uit en die paar trapjes af. Met zijn tweeën gaan ze op weg. Op de hoek van de straat stoppen ze even en zie ik de oudste de jongste zorgzaam wat goede raad meegeven vooraleer ze de hoek omgaan en uit mijn zicht verdwijnen. Wat hun verhaal was, weet ik niet, maar ze hebben een ganse dag in mijn hoofd gezeten. Hoe dat oudste jongetje al zoveel zorgzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel uitstraalde. Hoe serieus hij keek. Hoe de kleinste naar hem opkeek.

Ik had die twee jongetjes nog nooit gezien, ofschoon ik elke dag rond ongeveer hetzelfde uur dezelfde weg afleg. Misschien was het de eerste keer dat ze die weg alleen aflegden, misschien is het een gewoonte. Ik weet het niet. Onvermijdelijk vergelijk je met je eigen kinderen, met je eigen situatie. Eén van ons beiden was er bij ons wel altijd voor de kinderen. Dat was meestal de papa-leraar, maar als hij door schoolse verplichtingen toch moest passen, sprong de mama zoveel mogelijk in. Natuurlijk hebben onze dames ook wel eens in de naschoolse opvang gezeten (en vonden ze het telkens jammer als we hen véél te vroeg kwamen ophalen), maar één van ons bracht hen naar school en ging hen oppikken. En als wij er door omstandigheden niet konden zijn, dan stonden oma of opa wel aan de schoolpoort.

Het is een ongelooflijke luxe dat we er altijd voor hen konden/kunnen zijn. Natuurlijk heeft de keuze voor ons gezin ook consequenties gehad op professioneel vlak, maar wij hebben wel altijd de optie gehad om de kinderen voorrang te geven. Want het zat ons eigenlijk ook wel mee. We zijn (nog altijd) met zijn tweeën. Bovendien speelden ook onze professionele keuzes een doorslaggevende rol. Als de papa geen leraar was geworden, was het al een pak moeilijker te organiseren bijvoorbeeld. Jammer genoeg heeft niet iedereen dezelfde luxe of dezelfde opties. Alleenstaande moeders of gescheiden koppels moeten het ook allemaal maar geregeld krijgen. In hun eentje en vaak zonder de mogelijkheid om hun werk en privéleven op elkaar af te stemmen. Onze dochters zullen het misschien niet altijd even leuk gevonden hebben dat we er altijd waren, dat zij ook niet af en toe wat zelfstandigheid kregen, maar toen ik vanmorgen die twee jongetjes door de stad zag lopen, brak mijn hart toch een beetje voor hen. En liep het over van dankbaarheid omdat wij er wel hadden kunnen zijn voor onze meisjes.

PS: Het kan natuurlijk ook dat de jongetjes in kwestie al maanden aan het zeuren waren om hen nu eindelijk eens alleen naar school te laten gaan. “Dat ze intussen echt wel groot genoeg waren en dat ze echt waar heel voorzichtig zouden zijn.” Misschien zat de mama of de papa ook wel op de bus – of ergens in de buurt – om hen vanop afstand toch nog in het oog te houden, om zeker te zijn dat ze het wel konden. Ik weet het niet, ik ken hun verhaal en omstandigheden niet en kan en wil absoluut geen oordeel vellen. Maar mijn gedachten dwaalden regelmatig af vandaag. Met pijn in het hart, want die jongens waren nog zo klein. En ergens klopt het toch niet: twee kleine jongetjes ’s morgens vroeg alleen in een grote stad…

De Paasvakantie is voorbij. Hoera!?

Afgelopen weekend las ik deze blog over de opluchting van een jonge mama dat de Paasvakantie (bijna) voorbij is. Een citaat: “Na twee weken frullen en prullen, heb ik het gehad. Net als wandelen, schminken en verkleden. Of bakken: de cupcakes komen m’n oren uit. En zeven keer slijm maken, komaan, het toffe is er nu wel af.”

Ik begrijp haar ergens wel. Ik weet nog hoe moeilijk het soms was om onze meiden twee weken lang bezig te houden. Zeker als het ook nog eens slecht weer was. Hoewel wij al van in het begin oordeelden dat “ze niet zouden doodgaan van een beetje verveling” en we niet de nood voelden om heel hun dagen van ’s morgens tot ’s avonds met activiteiten te vullen. Maar dan nog is het best wel pittig en intens. Een vakantieperiode eindigde altijd met oneindig veel bewondering voor het geduld en de inzet van de kleuterjuffen “die maar liefst 20 van die pagadders elke dag opnieuw moesten bezighouden”.

Hoe vaak hebben wij onder mama’s niet verzucht dat het verdorie “zo goed als ontspanning was om te gaan werken, als je dat vergelijkt met het bezighouden van je kinderen op een vakantiedag”. En af en toe is je geduld en je inspiratie ook gewoon op en dan ben je blij als ze eens een halfuurtje stil bezig zijn. Ook al doen ze dan dingen die “opvoedkundig niet verantwoord zijn” en waarvan je je voorgenomen had om daar héél streng mee om te gaan (denk: tv-kijken of op de computer spelletjes spelen!).

Maar toch. Ook ik heb vorige week Paasvakantie gevierd met mijn beide dochters en mijn gevoel na afloop was helemaal anders. Toen we gisteravond de werk- en schoolspullen terug bijeen zochten, had ik net héél erg het gevoel dat het alweer veel te snel voorbijgevlogen was. Dat we nog zoveel plannen gemaakt hadden die we niet hadden kunnen realiseren. En dus had de Paasvakantie voor mij gerust nog een weekje langer mogen duren.

Maar mijn dochters zijn intussen ook tieners en staan op het randje van hun volwassenheid. Ze rekenen vaak al niet meer op hun ouders “voor hun entertainment”. Integendeel. Toen ik vorige week thuis was, was er amper één dag dat de agenda van minstens één van beide dochters géén activiteit vertoonde. Elke dag hadden ze wel minstens één afspraak. Voor een tennistraining of een repetitie met de dansgroep, om aan een taak voor school te werken, of gewoon om een namiddag met een vriend(in) door te brengen: het was elke dag wel iets. Het was al goed zoeken naar momenten die we wel samen door konden brengen.

Het hoort bij hun leeftijd, dat ze zelfstandig worden en ons een pak minder nodig hebben (tenzij voor de heen- en terugritten uiteraard 😉). Maar terwijl de mama uit de column een gevoel van opluchting heeft dat de Paasvakantie bijna afgelopen is en ze niet langer hoeft te entertainen, bekruipt mij net het tegenovergestelde gevoel. Een gevoel van weemoed, dat ik de kindertijd van mijn dochters door mijn vingers zie glippen. Onze oudste zit intussen al in het vijfde middelbaar. Nog één zorgeloze Paasvakantie vooraleer ze “mag” studeren tijdens deze vakantie. Ik hoef hoe langer hoe minder te entertainen en eerlijk gezegd, soms mis ik die periode.

Hoewel ik dus meer dan begrip kan opbrengen voor de opiniemama, soms denk ik toch “be careful what you wish for”! Het gaat immers zo ongelooflijk snel. Eén keer met je ogen knipperen en ze zitten al in het hoger onderwijs en dan denk je met verlangen terug aan de momenten dat je cupcakes bakte met hopen, of voor de zevende keer slijm mocht maken…

Opvoeden: theorie vs praktijk (1)

De #ouderzonden zitten er op, jammer genoeg. Meteen na het afronden van de laatste post, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen de theorie en de praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Zo wou ik absoluut mondige en weerbare kinderen. Ik sta er nog altijd achter en ik denk dat we in ons opzet geslaagd zijn, maar er is uiteraard ook een keerzijde. Namelijk dat ze die eigenschappen op een bepaald moment ook tegen hun eigen ouders zullen inzetten. Zelfs dat had ik op voorhand ingecalculeerd. Zo had ik al doembeelden van kletterende puberruzies. Waar ik echter niet op bedacht was, was dat onze dochters hun mondigheid al véél vroeger zouden inzetten.

Het blijft hilarisch als je er nu op terugblikt, maar ik herinner me legendarische discussies met de jongste over haar kledij. Uiteraard ’s morgens vroeg als je je klaarmaakt om naar school en naar het werk te vertrekken en dus een strakke timing hanteert. Onze jongste was een prinsessenmeisje en droeg niets liever dan “fladderende” jurkjes en rokjes. Letterlijk: het doorslaggevend argument in haar kledingkeuze was voor een spiegel gaan staan, ronddraaien en kijken of het kleedje genoeg “draaide”. Maar dat soort rokjes en jurkjes had je vooral in de zomer, een pak minder in de winter, wanneer er van kledij vooral verwacht werd dat ze de drager ervan zou warm houden.

motherhood

(www.someecards.com)

Zo kon ik op een koude winterochtend wel eens in discussie met een koppige tweejarige omdat die een zomerjurkje uitgekozen had en niet vatbaar was voor mama’s argumenten. “Maar ik heb nooit kou.” “Het zonnetje schijnt toch, mama.” “Ik zal er anders pietenkousen onder doen, mama.” Om nog maar te zwijgen over de “broekendagen”. En dan haal je – waar je je tevoren had voorgenomen om nooit die weg op te gaan – jouw doorslaggevende argumenten boven. “Omdat mama het zegt”. Of “Waarom?” “Daarom!”. Of “al jouw jurkjes zijn in de was, je zal wel een broek moeten aandoen”. Of “je mag natuurlijk ook je pyjama aanhouden om naar school te gaan, maar wat gaan je vriendinnetjes dan wel zeggen…”

Onze dochters wisten al héél snel dat mama absoluut allergisch is aan liegen. Dat ze vaker onder hun voeten kregen omdat ze de waarheid geweld aan deden, dan om het “misdrijf” dat ze probeerden te verdoezelen. Er was wel één uitzondering. Soms waren onze dochters zo bedreven in het “creatief omspringen met de waarheid” of zoals we met een moderne term zouden zeggen, het “out-of-the-box-denken”, dat we niet anders konden dan in de lach schieten. En dat helpt absoluut niet als je hen eigenlijk zou moeten straffen. Als ze met volstrekt onschuldige gezichten (en monden vol chocolade) volhouden dat het “Zwarte Piet geweest was die aan de chocolade had gezeten. Dat ze het écht waar zelf gezien hadden. Dat zij alleen maar een héél klein stukje hadden opgegeten. En dat hij gezegd had dat het mocht.”

Toen ze in de puberteit kwamen, verwachtte ik dus veel tienerdrama, maar het valt eigenlijk geweldig goed mee. Al zijn ze nog slimmer geworden en zo mogelijk nog “radder” van tong. En dan is het moeilijk om hen een stap voor te blijven. Dan kan je soms niet anders dan toegeven dat ze je te pakken hebben. Zeker als de mama wat moe of afgeleid is, een straffe uitspraak doet en vrijwel meteen wordt klemgezet. Toen ik de oudste nog een jaartje van de festivals dacht te houden door “pas als je 16 bent” te antwoorden op haar vraag of ze mocht gaan. Met in het achterhoofd dat dat gezien haar verjaardag halverwege de zomer dus niet zou lukken voor Werchter. Waarop zij net iets sneller dacht en me meteen vloerde met “maar dan mag ik wel naar Pukkelpop?”. Waarop de echtgenoot droogjes reageerde: “je hebt dat nu wel gezegd hè”. We zijn dan maar samen naar Pukkelpop geweest.

Als ik nu terugblik op mijn oorspronkelijke voornemen om hen “weerbaar en mondig” te maken, dan denk ik dat we daarin geslaagd zijn. Dat ik daardoor al héél snel in nutteloze discussies met hen verzeild zou raken, had ik niet voor ogen. Dat ik zelf dan de non-argumenten “omdat mama het zegt” zou bovenhalen, behoorde niet tot het masterplan. En dat ze al op 16-jarige leeftijd slimmer zouden blijken dan hun moeder, zegt dan misschien net iets meer over de moeder dan over de dochters 😉.

Maar voor de rest zijn we vooral fier. Ze komen voor zichzelf op, ze hebben erg veel moeite met onrecht en repliceren vlot, voor zichzelf en voor anderen. En ze mogen dan wel mondig en weerbaar zijn, maar ze blijven gelukkig (meestal) beleefd. Dat we daardoor al eens een discussie verliezen of ons ongelijk moeten toegeven, nemen we dan maar voor lief. Hen tonen hoe ze gracieus een nederlaag slikken (zucht) behoort ook tot ons opvoedkundig project. Al had ik vooraf toch gedacht/gehoopt dat we dat langer zouden kunnen uitstellen 😉.

Ouderzonden #2 – Avaritia

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De tweede uitdaging draait rond:

#2 – AVARITIA (hebzucht – gierigheid) Wat zou je nooit delen met je kinderen? Of kind?

In eerste instantie dacht ik, “dit is compleet niet op mij van toepassing, ik deel gewoon alles met de kinderen”. Mijn tienerdochters eten alles wat ze in huis vinden en houden er geen rekening mee dat die chips net toevallig is meegebracht omdat ik daar de laatste weken een voorkeur voor heb. Eén keer proeven en ook zij vinden dat nieuwe smaakje geweldig en beginnen dan maar eerst aan “mijn” zakken chips. Na een paar dagen is mijn voorraad dan uitgeput en kunnen zij gezellig aan hun eigen voorraad beginnen. Uiteraard net die smaakjes waar wij absoluut niets van moeten weten. Dit geldt overigens ook voor chocolade, of koekjes, of cornflakes,…

Ook mijn kleerkast is niet langer “heilig”. Intussen delen de oudste en ik een maat en zit de jongste ons op de hielen. En dus is het gewoon geweldig handig als er geen nylonkousen meer voorradig zijn om even in mama’s kleerkast te duiken. Of als een outfit net niet warm genoeg is, je te herinneren dat er in mama’s kast ergens nog wel een zwart kostuumjasje hing dat perfect kan dienen. Eén van mijn zomerjurkjes hangt intussen al een aantal jaar in de kast van de oudste. We moeten er eerlijk in zijn: het staat haar ook gewoon beter.

En toch. Als je dan wat langer nadenkt over deze tweede uitdaging, dan blijkt dat je hier en daar toch wat nuances moet aanbrengen. Dat er toch wel een aantal zaken zijn die ik niet deel met mijn dochters, ook al zie ik hen doodgraag en zou ik mijn laatste centen liever in hen investeren dan aan mezelf te spenderen.

  • Die ene avond om de zoveel weken dat de echtgenoot en ik tijd voor elkaar maken, delen we niet met onze dochters. Ze durven dan op voorhand wel eens informeren waar we heen gaan om dan te verzuchten “dat zij ook wel graag nog eens pizza gaan eten” of “dat dat nu net de film is die zij ook wel graag willen zien”,… maar onze tijd samen delen we niet.
  • Ik lees de Libelle het liefst als eerste. Ik kan er ongelooflijk van genieten om een nieuw tijdschrift als eerste open te slaan, om als eerste de verhalen te lezen en om als eerste alles te ontdekken. En dat weten de dochters ook. Ze zullen het een eigenaardig trekje vinden, maar ze respecteren mijn “eersteleesrecht” op de Libelle.
  • Ze mogen gerust in mijn kleerkast zitten en ik deel zonder problemen basic t-shirts, jasjes en nylons, maar van mijn mooie jurken moeten ze wel afblijven. Ook de mama maakt zich nog eens graag mooi en ik ben dus héél erg zuinig op mijn topstukken. Die zijn van mij en die wil ik niet uit één of andere kleerkast gaan vissen. Of uit de wasmand nadat ze ongevraagd “geleend” werden. Maar dat respecteren onze meisjes ook. Het helpt ook dat ze mijn jurken best wel mooi vinden, … “voor oudere vrouwen”…
  • Toen onze dochters begonnen te experimenteren met make-up, doken ze uiteraard meteen in mijn make-up-koffertje. Ik had redelijk wat verzameld, maar eigenlijk gebruikte ik weinig of geen make-up ook echt. Maar die paar spulletjes die ik ook daadwerkelijk gebruikte, daar bleven ze af. Dat was dan één kleurtje nagellak, één kleurtje lippenstift, een oogpotlood en mascara. De dochters experimenteerden naar hartenlust met de rest van de spulletjes en begonnen stilaan hun eigen hebbedingetjes te verzamelen. We hebben hier dus allemaal onze eigen kleurtjes nagellak en de oudste en ik hebben ook eigen make-up. Nagellak remover zullen we wel eens bij elkaar gaan lenen en ook de bus micellair water wordt door ons drieën gebruikt, maar de echte make-up lenen we niet uit.
  • Verzorgingsspullen “claimen” we niet zo hard als de make-up-spullen, maar het blijft wel lastig als je ineens ontdekt dat de bus shampoo net voor jouw wasbeurt ineens zo goed als leeg blijkt terwijl die de vorige keer toch écht nog een ruime bodem had.
  • Ik zal ook niet héél erg moeilijk doen over die éne zak chips die ik voor mezelf had bestemd en die ineens verdwenen blijkt als ik me er eindelijk dacht op te storten, maar als de allerlaatste witte Twix (waar ik me een hele dag op verlekkerd heb) ongevraagd verdwenen blijkt te zijn net op het moment dat ik er dacht van te genieten, dan durf ik écht wel een serieuze zaag te spannen.

Ik zie mijn dochters doodgraag en sinds ze in mijn leven zijn, staan ze bovenaan mijn prioriteitenlijstje (wat allicht voor elke mama geldt, niet?). Zo goed als altijd en overal komen zij eerst. Zo goed als alles wil ik met hen delen. Alleen de allerlaatste witte Twix hou ik liefst voor mezelf 😉.

Ouderzonden #1 – Superbia

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De eerste uitdaging draait rond:

#1 – SUPERBIA (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid) Waarom ben jij een goede ouder? Waar blink jij in uit?

Moeilijke vraag om mee te beginnen, want eigen lof stinkt. Bovendien vond ik het zeker in den beginne allemaal niet zo evident, dat moederen. Met zo’n kleintje voel je je vaak hulpeloos. Waarom weent ze nu? Waarom wil ze niet slapen? Heeft ze wel genoeg gegeten? Ze voelt precies wat warm aan, zou ze koorts hebben? Moeten we naar de dokter of kunnen we nog even afwachten? Het was wat zoeken en net als vele prille mama’s was ik bang om fouten te maken, om het te verknoeien, om haar ziek of ongelukkig te maken.

Maar gaandeweg word je er handiger in, in dat ouderschap. Leer je je kind beter lezen. Dan besef je wat ze precies wil als ze op die manier huilt. Dan knoop je in je oren dat je gerust nog wel even kan afwachten bij de eerste koortstekenen, dat het niet onmiddellijk levensbedreigend is en je dus niet stante pede naar de kliniek moet vertrekken. Gaandeweg krijg je meer vertrouwen, in jezelf en in dat kleine wezentje. Je begint stilaan te communiceren, je leert elkaar kennen en aan te voelen.

Zo groeien ze op. Intussen zijn onze dochters al 14 en 16. Stevige tieners dus, op de rand van de volwassenheid (de ene gelukkig al wat meer dan de andere). Stilaan slaan ze hun vleugels uit, stilaan nemen ze afstand van hun ouders, op een goede manier. Stilaan zie je de karakters vorm krijgen en dus vroeg ik het daarnet gewoon aan hen: “Waarom ben ik een goede ouder?” Omdat er veel liefde is tussen ons vieren, omdat we goed met jullie kunnen praten, omdat we het gevoel hebben dat we met alles bij jullie terecht kunnen.

Wil dat zeggen dat het altijd rozengeur en maneschijn is? Natuurlijk niet, we hebben tenslotte tieners in huis en het hoort ook bij hun opgroeien dat ze zich moeten afzetten tegen hun ouders. En het hoort bij ons takenpakket dat we hen – zelfs op het randje van hun volwassenheid – nog proberen wenken mee te geven. Dat we hen af en toe – als wij denken dat het nodig is – nog corrigeren. Terwijl zij dat dan uiteraard absoluut niet nodig vinden. En af en toe stormt het dan wel eens.

Maar kijk, het zal niet meer zo lang duren vooraleer onze oudste dochter op eigen benen zal staan (slik!). We hebben er vertrouwen in dat ze er klaar voor is. Dat ze meegekregen heeft wat wij nodig achten en dat ze daar zelf op een goede manier mee omgaat. Bovendien geven onze meisjes aan dat de communicatielijnen op elk moment openstaan, dat ze weten dat ze bij ons terecht kunnen. Dan kan ik alleen maar concluderen dat we dat samen toch maar goed gedaan hebben. Dat we ergens – in de loop der jaren – dat ouderschap onder de knie gekregen hebben. Als we nu ook nog snel dat loslaten leren beheersen…

Perfectie bestaat niet. Gelukkig maar?!

Het perfecte leven bestaat niet, de perfecte ik ook niet, maar toch steken we vaak ongelooflijk veel moeite in het “streven naar”. Dat maakt hoe langer hoe meer mensen doodmoe. Maar het leven is bijlange niet zo schitterend als we op de sociale media tonen. Geweldige feestjes, mooie outfits, gezonde en aantrekkelijke maaltijden tonen we met veel plezier en fierheid. De avonden na de feestjes dat je doodmoe in je pyjama in de zetel hangt of geweldig vroeg in je bed ligt omdat dat uitgaan wel héél lang in je kouwe kleren kruipt, zie je uiteraard niets verschijnen op instagram en consoorten.

wasmand_miniOok ik toon foto’s van onze nieuwe veranda als ze volledig opgeruimd en gekuist is en geweldig blinkt. Wanneer het rekje met onze was er staat, wanneer de boekentassen van de kinderen of volle wasmanden de doorgang volledig versperren, er schoenen verspreid liggen en de tafel bezaaid ligt met hun schoolgerief en hun boeken, dan toon ik dat niet. Dus kies ik voor een beperkte selectie uit ons dagelijks leven. Met aangepaste, glanzende filter uiteraard.

Tegelijkertijd zie ik rond mij hoe langer hoe meer mensen tegen hun grenzen aanbotsen. De combinatie van een (pril) gezin met professionele ambities, bouwperikelen en een druk sociaal leven wordt te zwaar. Ook te veel late twintigers of jonge dertigers willen of kunnen niet meer mee en haken af. Is het omdat we te veel willen? Ligt de druk van de (professionele) maatschappij te hoog? Of doen we het onszelf aan omdat we niet willen of kunnen kiezen?

15 jaar geleden was het bij ons pompen of verzuipen. Drukke professionele bezigheden, kleine kinderen, een huis bouwen: het was een beetje te veel van het goede. Er waren momenten dat we een babysit vroegen om eens een nachtje te kunnen doorslapen. Ons sociaal leven kende een serieuze dip en me-time was er de eerste 5 jaar na de dochters heel weinig bij. Mijn laatste boek (Kapitein Corelli’s Mandoline) las ik vlak voor de geboorte van de oudste. Pas 4,5 jaar en een tweede dochter later las ik met de “Da Vinci Code” opnieuw een boek uit. We beslisten samen dat ik 4/5 zou gaan werken om de combinatie werk-gezin draaglijker te maken. Er kwam een hometrainer: zo kon ik thuis mijn kilometertjes malen en hoefde ik geen babysit te boeken om 1 à 2 keer per maand een duur sportabonnement te verantwoorden.

Tot mijn grote frustratie slaagde ik er desondanks niet in om alles perfect rond te krijgen. Ik wou tegelijkertijd de perfecte mama zijn, de perfecte partner, de perfecte werknemer met een druk en uitgebreid sociaal leven en liefst ook nog fit en gezond, maar ik kreeg dat maar niet voor elkaar. Ik deed mijn best, probeerde voor alles en iedereen goed te doen, maar slaagde daar in mijn ogen te weinig in en vaak ten koste van mezelf. Het was uiteindelijk een storend (en onnodig) werktelefoontje op reis dat mijn emmer deed overlopen. Dat deed me beseffen dat er grenzen waren aan mijn combinatiedrang en mijn flexibiliteit. Het werd tijd om keuzes te maken. Voor mezelf en voor mijn gezin.

Daarna werd het stilaan beter. De dochters groeiden op, ons sociaal leven keerde weer, er kwam terug wat meer balans. Af en toe kregen we zelfs al eens een gevoel van “het lukt”. Tot een zieke dochter, deadlines of een onverwachte gebeurtenis weer roet in het eten gooiden. Gelukkig leer je met de jaren (beter) relativeren. Je leert dat “goed genoeg” ook mooi is. Je leert keuzes maken, grenzen stellen en de consequenties aanvaarden. Je leert dat je niet alles onder controle kan hebben of houden. Je leert om je aan te passen. Je leert vooral dat je niet alles tegelijkertijd kan combineren, maar dat dat best ok is. Meestal toch. Je weet dat na een drukkere periode ook weer een dipje zal volgen dat je wat ademruimte zal geven. Je leert dat je niet altijd en overal bij kan zijn en dat je daar gerust mee kan leven, zolang je maar het beste maakt van de momenten die je wel beleeft. Je leert dat je niet voor iedereen goed kan doen en je aanvaardt dat zolang jouw geliefden daar tevreden mee zijn. Je leert te leven in het moment.

Lukt dat? Soms wel, heel vaak niet. Maar we hebben nog een leven voor ons om eraan te werken. Want geef toe: hoe saai zou ons leven niet zijn als we niets meer hadden om naar te streven…

Ode aan de vaders in mijn leven

Vaderdag. Tijd voor een ode aan de twee belangrijkste mannen in mijn leven: mijn vader en de vader van mijn kinderen.

Ik ben een papa’s meisje. Altijd geweest. Hij was de stille, wijze man op de achtergrond. Ik trad in zijn voetsporen toen ik in Leuven Romaanse ging studeren. Hij moedigde me aan, gaf me vertrouwen en zette me op mijn nummer zoals hij alleen dat kon. Hoewel het met ons moe fel kon botsen en we soms hevige strijd leverden, ben ik nooit dieper geraakt dan toen hij me liet weten “teleurgesteld in mij” te zijn. Pas als je zelf kinderen hebt, begrijp je ten volle de diepe liefde waarmee je gekoesterd bent en de noodzaak van een strenge, leidende hand. Onze va was zeker niet altijd de strengste, maar als hij een grens trok, wisten we dat we maar beter konden luisteren. Maar bovenal was en is er liefde. Veel en grote liefde.

En toen kwam de echtgenoot op mijn weg. En werd mijn vader de op één na belangrijkste man in mijn leven. Ik kreeg een nieuw ankerpunt, al keerde ik graag en vaak terug naar mijn oude nest. Maar de verhoudingen veranderden. Mijn vader zette een stap opzij. Het zal hem moeite gekost hebben, maar hij gaf ons vertrouwen en gaf ons de ruimte.

Verliefd worden, een relatie krijgen verandert iemand. Je wordt een twee-eenheid. Er zijn gelijkenissen, maar ook veel verschilpunten. Toch wist ik al vrij snel dat de echtgenoot een blijvertje was. Dat we samen aan een groot avontuur begonnen. Daar hoorden voor mij – op het juiste moment – ook kinderen bij. Ik heb hem nooit liever gezien dan toen hij – uiterst voorzichtig – dat piepkleine baby’tje in zijn armen nam en tegen zich aan legde.

Twee dochters kwamen op zijn weg. Het was een stap in het onbekende. Geen zijlijn van een voetbalveld, het werd een tennisplein en een danszaal. Geen ridders en kastelen, geen soldaten en kampen, geen piraten en schepen, maar ook het prinsessenkasteel van Playmobil en alle poppen- en andere huisjes stak hij met veel plezier ineen voor zijn dames. De meisjesjurkjes en alle meisjesfrullen waar onze dames zo dol op waren (de bijpassende kousjes, jasjes, diademen en haarspulletjes) vormden een uitdaging en al droegen ze niet altijd de correcte outfit, hij deed zijn best om hen op tijd gekleed en op school te krijgen.

De leraar-echtgenoot was er altijd voor onze dames: hij pikte hen op op school, overleefde samen met hen de moeilijke uren dat hij tegelijkertijd probeerde eten te maken, hen aan hun huiswerk te krijgen en overleefde hun vermoeide huil- en ruziebuien na school. Om dan ’s avonds als de mama arriveerde, terug achter zijn schoolboeken te kruipen. Hij combineerde vele jobs en blonk uit als papa.

Hij staat er elke dag voor zijn meisjes, ook nu ze tieners geworden zijn. Vaak slaakt hij zuchten om al dat vrouwelijk geweld om zich heen en al die vrouwelijke hormonen draaien hem af en toe ook wel eens dol. Hij weet intussen perfect wanneer hij zich best terugtrekt en wanneer hij de dames de (shop)ruimte moet gunnen. Ook hij houdt zich vaak wat meer op de achtergrond, maar als hij tussenkomt, luisteren al zijn vrouwen. En af en toe, als het eens ontploft tussen de dames, is hij de enige die het hoofd koel houdt en slaagt hij er telkens opnieuw in de boel te kalmeren en te verzoenen.

Hij is mijn lief, mijn beste vriend, mijn maatje, maar de schoonste rol in zijn leven vervult hij als papa. En ik zie hem er des te liever om.

Gelukkige vaderdag!

Een beetje mildheid, creativiteit en ideeën graag…

Woensdag ook de reportage van Pano gezien over onze kleuterscholen, over die moedige kleuterjuffen en meesters die met hand en tand een dertigtal kleuters nog iets proberen bij te brengen tussen de vele plas- en andere pauzes door? Over de kindjes die de namiddag amper overleven en in slaap vallen op een kussentje terwijl de juf een verhaaltje probeert voor te lezen? Over dat het “allemaal de schuld is van de (luie) ouders, die hun kinderen niet zindelijk naar school sturen en ze véél te vroeg naar school laten gaan terwijl ze duidelijk nog nood hebben aan hun middagdutje”?

Dat er toch ergens iets niet klopt als kindjes tot hun 2 jaar, 5 maanden en 30 dagen in een crèche verblijven waar er verplicht 1 kinderverzorgster is per 7 kindjes, maar vanaf hun 2 jaar en 6 maanden gerust in een klasje kunnen gaan zitten waar er amper 1 kleuterjuf is voor een groep tot (maximum?) 30 kindjes. Gelukkig  krijgt de kleuterjuf ook nog 2 halve dagen per week versterking van een kinderverzorgster (afhankelijk van het aantal leerlingen van de school uiteraard).

Dat we als ouders alweer het gevoel krijgen te falen in datgene wat we toch het allerbelangrijkste vinden in ons leven, de opvoeding van onze kinderen. Dat we zoveel MOETEN in ons leven dat we het niet meer gecombineerd krijgen. Dat we uitstekende ouders moeten zijn, een sexy, interessante én fitte partner en uiteraard de ideale werknemer. Die het bedrijf op de eerste plaats zet, overuren maakt en zijn economische waarde in stand houdt. Die niet weet hoe ze het aan haar kinderen moet uitleggen dat mama alweer een halfuurtje te laat is in de opvang. Die met het schaamrood op de kaken net voor (of net na) sluitingstijd de crèche binnengestormd komt – alweer. Het was een drukke week, maand, jaar.

Dat je dan amper nog tijd overhoudt voor je kinderen (en hun potjestraining). Dat je je sowieso schuldig voelt, altijd en overal. Dat je je telkens opnieuw voelt falen en er absoluut geen behoefte aan hebt om daar nog eens door een minister op gewezen te worden. Stiekem denk je dat zelf – veel te vaak – ook al.

De afgelopen jaren hebben de budgetten voor de scholen ook een besparingsoperatie ondergaan. De klassen werden zo alweer wat groter, maar dat schuift de minister wel eventjes onder de mat. We zetten in op jobs, jobs, jobs, maar er schiet niet voldoende geld over voor het onderwijs van onze kinderen zodat één kleuterjuf 30 kindjes moet opvangen. Het zou misschien nét iets minder problematisch zijn als de kleuterjuf 10 kindjes kon opvangen, waarvan er dan per klas misschien maar één of twee nog niet zindelijk waren. Dan zouden we ook jobs, jobs, jobs creëren en tegelijkertijd investeren in de toekomst van ons land in plaats van extra geld te laten wegvloeien in de zakken van rijke (buitenlandse) investeerders.

We kunnen ook andere beleidskeuzes maken. We hebben dringend nood aan een beetje creativiteit en nieuwe ideeën. We hebben leiders nodig met een visie op lange termijn: waar willen we met ons land naartoe? Welke keuzes maken we als samenleving? We moeten stoppen met beleid te voeren “om het budget van dit jaar in evenwicht te krijgen”, en dan volgend jaar het volgende tekort aanpakken met alweer korte termijn-plannen en snelle winsten, maar die onze maatschappij op lange termijn niets bijbrengen.

We hebben dringend nood aan een sterk sociaal weefsel en burgerinitiatieven. Moeten we echt een crowdfunding opstarten om voldoende kleuterjuffen of meesters voor de klassen van onze kinderen te krijgen? We zullen van onderuit ideeën moeten aanreiken en eventueel ook afdwingen – via alle mogelijke wegen. Moeten we net als een aantal ouders nu al doen ons land in gebreke stellen om (noodzakelijke) zorg af te dwingen voor onze kinderen, onze naasten?

img_7145En héél misschien – als we af en toe een beetje meer tijd zouden hebben – die we zelf kunnen indelen, misschien dat we dan ook nog eens creatief kunnen zijn. Zodat we met ideeën kunnen komen voor onze maatschappij. Misschien moeten we met zijn allen massaal van het rad springen waarin we allemaal samen doldraaien. Misschien dat we dan weer wat milder kunnen zijn, voor onszelf en voor elkaar. Misschien hebben we dan de tijd om eens op lange termijn plannen te maken, voor onszelf en voor onze kinderen. Misschien is het Femma-pleidooi voor een 30 uren-week wel een goed beginpunt voor een maatschappelijke discussie over een betere combinatie tussen alle rollen die je in je leven invult: als ouder, partner, kind, werknemer, vriendin…

Als we nu eens massaal grenzen beginnen te trekken. Tot hier en niet verder. Voor ons en voor onze kinderen. Wanneer beginnen we eraan?