Een beetje Italië in België

We zijn terug in het land. Onze jaarlijkse vakantie zit er jammer genoeg op. 2 weken Italië en we hebben met volle teugen genoten. Van het weer, het lekkere eten, de ijsjes, het zwembad, de uitstapjes, het gezelschap en van elkaar. Een verslag, onze hoogtepunten en mindere belevenissen, de vakantieversies van mijn “Stommiteiten”,… volgen zeker nog de komende weken.

Maar wat een terugkeer! Voor één keer kwamen we niet in een temperatuurshock terecht, maar kregen we bij onze thuiskomst Italiaanse temperaturen. Kwestie van de overgang dit keer wel verteerbaar te maken. Dat was de voorbije jaren wel eens anders, met als triest dieptepunt die keer dat we in Turkije vakantie vierden, er vertrokken met bijna 40 graden en een dagje later ontwaakten bij een Belgisch grijze 12 graden.

IMG_6970Bovendien hebben wij hier wel meer trucjes om het vakantiegevoel nog even te laten doorleven. Vakantiesouvenirs hadden we dit jaar niet meer bij. De kinderen hebben geen Italiaans T-shirt of zilveren oorhangertjes gekozen op één of ander marktje of bij één of ander stadsbezoek. Een T-shirt dat ze in eerste instantie met veel enthousiasme aan iedereen showen, maar dat na de zomervakantie vrij snel ergens in een hoekje van hun kleerkast terecht komt om nooit meer op te duiken. Te veel vakantiesfeer, niet geschikt voor op school en een jaar later blijken ze er helemaal uitgegroeid. Als dat fantastische T-shirt al de Belgische after-reis-was overleeft, want ook dat is niet altijd een zekerheid.

Of de oorringetjes, die “gespaard” worden voor de speciale gelegenheden, maar waar na één lange, intense feestavond toch van blijkt dat onze dochters er allergisch op reageren. En de hangertjes dus toch geen “echt zilver” blijken te zijn, ook al was de verkoper op het marktje héél erg zeker van zijn stuk. Of die helemaal verkleurd blijken te zijn na een douchebeurt, waarop we samen beslissen dat groen uitgeslagen oorbellen misschien toch niet de meest ideale keuze zijn voor meisjes met een heel gevoelige huid.

Dit jaar brachten we uit onze agriturismo wel zelfgemaakte wijn, olijfolie en pasta mee. Zodat we ook de komende weken af en toe nog eens Italië op ons bord kunnen brengen. Of van een mooie zomeravond genieten met een heerlijk glaasje witte wijn. Al mag de pasta van de echtgenoot en de dochters nog wel even in de kast blijven. Na 2 weken Italiaans eten hebben mijn huisgenoten hier even behoefte aan normale Belgische kost. Wat ik wel begrijp, maar ergens ook jammer vind.

Toen we lang geleden, in het vijfde middelbaar, op Romereis gingen, bleek ik al de enige te zijn die het absoluut niet erg vond dat er bij terugkeer een lasagne op het menu stond. Daar waar de jaargenoten al dagen aan het fantaseren waren over de gerechten die ze in België wilden eten, genoot ik intens van al dat Italiaans heerlijks en mocht dat voor mij gerust nog even blijven duren. Ik had ook absoluut geen nood aan het McDonald’s-uitstapje in Rome waar iedereen naar aftelde. Maar volgende week zijn we al 10 dagen terug thuis, dan wordt het  dringend tijd om nog eens wat Italiaans op ons menu te zetten. Toch?

Ook ontbijten doe ik momenteel nog altijd op zijn Italiaans. Vorig jaar ontdekte ik de ontbijtgranen van “Gran Cereale”. Al bij ons eerste Coop-bezoekje bleek dat ze dit jaar hun gamma zelfs nog uitgebreid hebben, met een chocoladeversie. Zalig! En dus sloeg ik meteen een voorraadje in, sleurden we dat mee de Alpen over en kan ik me ’s morgens nog even in Italië wanen als ik in onze veranda geniet van de Belgische zomer. Jammer genoeg zijn die dingen maar beperkt houdbaar en dus zal ik binnen een paar weken weer moeten overschakelen naar het Belgisch brood of de Amerikaanse graanvarianten.

Maar tegen dan is het “dolce far niente-gevoel” allicht ook al uit mijn systeem en word ik weer helemaal in de Belgische hectiek gezogen. Ook al nemen we ons elk jaar voor om toch een beetje Italiaanse rust te behouden, om toch wat meer te genieten, om onze pauzeknop van op vakantie ook tijdens het jaar wat meer te activeren. En ach, misschien duren mooie liedjes niet lang, maar we doen toch weer een poging. De wijn staat hier al koud ;-).

Advertentie

Einde van de lagere school

school-is-out-schoolbordHet is zover. Straks, als de schoolpoort deze middag voor twee maanden dicht gaat, sluiten wij de lagere schoolperiode af. Dinsdag kreeg de jongste haar getuigschrift, vandaag neemt ze afscheid van de jongens en meisjes waar ze 9 jaar een klas mee deelde. Ze zal het moeilijk krijgen, ons meisje, en er zullen allicht ook wat traantjes vloeien.

Het is ook niet niks, het afscheid van de lagere school. 9 jaar lang zaten ze samen in een klas. Met haar beste vriendin deelt ze al een klas sinds het eerste kleuterklasje. En nu zullen de wegen scheiden. Want een aantal kinderen zoekt nieuwe (school)oorden op en daar is onze dochter bij. Maar er zijn al afspraakjes gemaakt, ze zullen elkaar nog geregeld zien in deze lange vakantie die op hen wacht. En eigenlijk zijn ze wel toe aan iets nieuws. Het wordt straks een beetje slikken, maar toch kijken ze ook al uit naar de nieuwe school, de nieuwe klasgenootjes, de nieuwe vakken, de nieuwe leerkrachten… Het helpt dat er hier in huis een oudere zus is met vele verhalen over de nieuwe school. Of dat we al eens gingen kijken op de opendeurdag. Dat er al dansvriendinnetjes zijn die ook naar de nieuwe school zullen gaan.

Maar straks dringt het echt door: de lagere school-periode zit erop. In september wordt het een nieuwe speelplaats, met nieuwe gezichten. Voor ons wordt het na 12 jaar geen ochtendritje meer langs deze school om een kind af te zetten. Geen twee stops meer voor de echtgenoot. Het wordt wennen. 12 jaar lang stonden we elke ochtend en elke avond aan de schoolpoort. We kennen heel veel gezichten, je kwam er altijd wel een bekende tegen. Dat valt nu weg. Vanaf september hoeven we niet meer aan de schoolpoort te gaan staan, maar rijden ze zelf, met de fiets. Alweer een stapje verder in hun groei naar zelfstandigheid, alweer een beetje meer loslaten.

En dus heeft ook de mama het vandaag wel een beetje moeilijk. Afscheid nemen na 12 jaar, het is toch wat. En het gaat zo snel in dat middelbaar. Ze groeien zo snel op, ze maken zich zo snel los. Het hoort er uiteraard bij, en ik ben heel trots op mijn dochters, op wie ze aan het worden zijn, maar tegelijkertijd blijven ze in mijn ogen die piepkleine baby’tjes die wij met heel veel liefde verwelkomden in onze wereld. Wil ik hen nog altijd even hard beschermen tegen alle pijn en onrecht op hun pad, maar moet ik hoe langer hoe meer toekijken hoe ze dat zelf beginnen doen. Geef ik hen hoe langer hoe meer de touwtjes zelf in handen en sta ik ergens op de achtergrond klaar om te helpen als dat zou nodig zijn. Maar dat is hoe langer hoe minder nodig. En dat maakt me blij, maar ook een beetje triestig.

Gelukkig hebben we nog 2 maanden om ons voor te bereiden op de nieuwe realiteit. En dat zal vooral de mama hard nodig hebben…

Het werd zomer. Bijna!

IMG_6393Neen, we gaan het niet hebben over het fantastisch Belgische zomerweertje. Waar we een warm dagje alweer moeten bekopen met verschrikkelijke zomeronweders. Maar het einde van de examens en proefwerken is stilaan in zicht. De oudste heeft nog geschiedenis, de jongste heeft nog rekenen, maar het leren is al achter de rug. Nog een keertje alles geven en ze kunnen aan hun zomervakantie beginnen.

Ook bij de echtgenoot is het verbeterwerk (net) achter de rug. De punten worden doorgegeven, nu volgen een paar dagen deliberaties en moet hij de rapporten nog schrijven en wat administratieve zaken afhandelen. En dan kan de riem er hier even af. Het is tijd en het is nodig. Ze zijn zo moe, mijn huisgenoten. En ze zijn het moe. Even geen school meer. Even geen taken meer, geen lessen. Even alleen maar genieten, luieren, wat lezen. Uitslapen ook, recupereren van een lang, vermoeiend jaar.

Toen onze meisjes jonger waren, zag je in mei en juni gewoon dat ze aan het einde van hun Latijn waren. Het bobijntje was af. Ze gingen zonder morren op tijd naar bed, ze durfden in het weekend al eens een gaatje in de dag te slapen en vooral de jongste kroop in de loop van de dag wel eens stilletjes met een boekje in bed. Een uur later vonden we haar dan diep in slaap. Ze hadden het soms zo nodig. Mei is dan ook een erg drukke maand met de schoolfeesten, de dansoptredens, soms nog wat communie- en verjaardagsfeesten hier en daar. Het was soms teveel voor onze dames.

Intussen zijn ze opgegroeid en zijn ze het al meer gewend. En toch. De examens zijn ook gewoon vermoeiend. Het vraag een constante mentale inspanning en dat vergt toch veel van onze meisjes. En dan zijn de lontjes soms wat korter: er wordt al eens stevig gezeurd. Op het oneerlijke (studeer)leven, op de ouders (met hun bedenkelijk gevoel voor humor), op de zus. Op het eten dat net niet is wat ze liefst gewenst hadden. Of op de muziek/lach/stem die te luid is, de mattentaartjes die uitverkocht waren bij de bakker,… Het grappige is dat dat gezeur meteen stopt op het moment dat de examens afgelopen zijn. Min of meer toch ;-). Vanaf morgenavond kunnen ze weer wat meer hebben. Dan blijven ze al eens langer op en slapen ze ook gewoon weer een stukje langer uit. Het ritme wordt verlegd, we zetten een stapje terug. Er “moet” ineens niks meer, er “mag” veel meer.

Lang zal het overigens niet duren vooraleer we hier “ik verveel me” te horen krijgen. Of “mag ik op de Nintendo/tablet/computer”? Want wat moet je in godsnaam met die zeeën van tijd gaan doen (zeker als het regent)? En je kan nu toch niet de hele dag door blijven lezen (tenzij het goed weer is en je als eerste de ligzetels hebt ingepalmd natuurlijk). Het moet gezegd dat ook de waterspelletjes en ons plastieken zwembadje enorm populair blijven bij onze dochters. Zeker als ze gezelschap kunnen/mogen vragen. Of een logeerpartijtje mogen houden…

Die belofte van de oneindige zomer, de leegte die zich voor je uitstrekt, dat mis ik nog altijd. Maar als ik eraan denk dat je dan eerst nog eens die examens moest doorworstelen, dan is dat gemis snel over. Al zal het binnenkort toch weer slikken zijn, als iedereen vakantie viert en ik ’s morgens het huis stilletjes uit sluip om toch maar niemand wakker te maken en de liefdes van mijn leven hun broodnodige recuperatie te gunnen.

Nog één examen, nog één weekje, en dan zit het er alweer op. Is de lagere school een afgesloten hoofdstuk in dit gezin. Dan zit de helft van het middelbaar er voor de oudste al op . Het gaat toch zo ontzettend snel allemaal. Even met je ogen knipperen en voor je het weet zijn ze opgegroeid. Ik ben daar zó niet klaar voor. Maar voor de dochters kan het soms niet snel genoeg gaan. Zeker niet nu ze weer twee superlange vakantiemaanden in het vizier hebben ;-).

Examens-EK: onmogelijke combinatie?

De examenstress hangt weer in huis. De oudste begint er dinsdag aan, met wiskunde, en heeft er dus al een blokweekend opzitten. De jongste rondt haar lagere school af met een examenreeks vanaf donderdag en de leraar-echtgenoot zit al weken van ’s morgens tot ’s avonds te werken om alles rond te krijgen: de laatste taken en toetsen verbeteren, zijn examens opstellen, examens afnemen, verbeteren en delibereren. Zeker de periode vlak voor de examens van start gaan, hangt er veel zenuwachtigheid in huis. Van zodra we in de examenperiode zelf zitten, keert er een zekere rust terug. Dan vervallen we al snel in een vaste routine, zeker voor de oudste en de echtgenoot, die halve dagen naar school moeten en halve dagen thuis zitten werken.

IMG_6391Maar dit jaar is het ook EK voetbal. Wat alles nog een beetje meer compliceert. Want wij zijn hier allemaal voetballiefhebbers en fans van de Rode Duivels. De Belgische Euro 2016-matchen staan al maanden in mijn agenda genoteerd. Om zeker te zijn dat ik die dagen geen andere afspraken plan en ruim op tijd thuis ben om de matchen te kunnen zien. Enfin ja, zien. In hoeverre ik echt zal kijken, weet ik nog niet. Ik leef immers (te) hard mee, maak mezelf ook regelmatig wijs dat ik ongeluk breng en dat ik dus beter in de keuken zit en niet kijk. Het is hier in huis trouwens al geweten dat de doelpunten van de Rode Duivels meestal vallen op momenten dat ik even niet voor het scherm zit. Ik kan dus misschien mijn zitje in de keuken al reserveren.

Maar de combinatie EK-examens is gewoon zwaar. Ook al leven onze dochters mee, toch zullen ze de eerste ronde-matchen allicht moeten missen. De meeste matchen zijn gewoon te laat en we willen toch op zijn minst dat ze uitgeslapen zijn voor hun examens. En dus hopen we maar dat de Rode Duivels de eerste ronde overleven, dan krijgen onze meisjes misschien ook nog een match “live” te zien. En ondanks de hele euforie en de halve finale- of finale-dromen hier in België zal het al een prestatie zijn als we de eerste ronde overleven in onze groep.

De eerste 3 matchen van een groot tornooi vallen met zekerheid in de examens. Als je dan geluk had dat er eens geen examen viel na een match, kon je wel eens twee uurtjes voetbal beleven. Maar je miste zeker één of meerdere matchen. En tegen dat je dan wel vrij was, lagen de Rode Duivels er uit, of gingen ze eruit. Heel erg frustrerend! Zo herinner ik me nog héél goed het WK 1986 in Mexico, met matchen om middernacht en om 2 uur ’s nachts. Ik was toen (bijna) 13 en zal in het tweede middelbaar gezeten hebben. Uiteraard mocht ik niet opblijven om de matchen te zien.

Maar toch leefde ik mee en dus vroeg ik telkens opnieuw aan mijn vader of hij na de match wou komen zeggen wat ze gedaan hadden. Wat hij niet écht van plan geweest zal zijn, maar om één of andere reden hoorde ik hem telkens de trap op komen en kon ik even mijn kamer uit om te vragen hoe het geweest was. Waarna ik met een gerust hart verder kon slapen. De eerste match die ik wel mocht zien, was de halve finale tegen Argentinië. En toen verloren we. Er was ook nog een troosting op zaterdagnamiddag, maar dat bleek de match teveel en ook toen gingen we onderuit. Erg pijnlijk: het beste tornooi ooit van de Rode Duivels, maar de enige matchen die ik mocht/kon zien, verloren we.

Intussen zijn we 30 jaar later, hebben we zelf kinderen die ook meeleven en gunnen we hen van harte hun matchen en hun topmomenten, maar willen we als ouders tegelijkertijd ook dat ze uitgeslapen aan hun examens beginnen. Dus sturen we hen op tijd naar bed en moeten ze de matchen missen, net als de mama vroeger. En vinden ze dat allicht even irritant als de mama vroeger. We zullen dus maar duimen dat de Rode Duivels doen wat ze beloven. Want als ze de halve finale of de finale halen, dan hebben onze dames nog heel wat matchen te goed. Dan kunnen ze zich uitleven met de schmink en de vlaggen die hier al klaar liggen.

Maar eerst winnen van Italië. Ik zal alvast in de keuken gaan zitten, kwestie van zeker geen ongeluk te brengen ;-).

Mei was…

Ten huize Tifosa was mei een maand met twee gezichten. Goed, rustig, georganiseerd afgetrapt, maar net iets hectischer en iets minder strak geëindigd.

Rustig en druk. We waren de maand zo goed begonnen. Met een paar verlofdagen, een paar lange weekends en we hadden geen grootse plannen gemaakt. Gewoon genieten met ons viertjes. En het werkte: niet alleen waren we (even) uitgerust, de kasten waren gewisseld, de strijk was gedaan, er was opgeruimd en dat geeft meteen ook rust en ruimte in mijn hoofd. Gaan werken in de wetenschap dat je niet nog eens uren achter je strijkplank moet gaan zitten ’s avonds, maar alleen “mag” bloggen of fietsen, geeft mij rust.

Het lijkt dan alsof de weken “vertraagd” zijn, er is een zekere leegte die mogelijkheden biedt. Je “kan” alles, en tegelijkertijd “moet” er niks. Mijn creativiteit klopt dan overuren. Ik heb de meest wilde ideeën, vind oplossingen, breng structuur aan en heb legendarische discussies met de echtgenoot (over de Rode Duivels, over de actualiteit, over de maatschappelijke problemen, over de toekomst van onze kinderen,…) Het zijn vaak ook mijn meest productieve weken. Net omdat er niks “moet”, gebeurt er veel. Dingen die al eeuwen op mijn to do-lijstje stonden worden eindelijk ook eens aangepakt.

En dan klopt de realiteit weer aan je deur. Dan heb je een paar héél hectische weekends na elkaar. Je bent bijna niet thuis, je probeert de normale huishoudelijke routine wel tussendoor te doen, maar het eindigt op zondagavond meestal met volle wasmanden waarvan er vaak maar één of twee gestreken zijn. Je hebt dan ook in de week een aantal afspraken waardoor je je normale routine tussendoor probeert te plannen. Je moet kiezen tussen bloggen of fietsen of strijken. In plaats van “rust” in je hoofd, krijg je een opgejaagd gevoel, is het “drukdrukdruk” en ben je alleen maar moe. Dat probeer je in je weekends te compenseren, maar je kan niet tegelijkertijd slaap én huishoudelijk werk én quality time inhalen. Kiezen is verliezen, maar dat wil je niet en dus prop je alles vol en hol je maar door om toch zoveel mogelijk tegelijk rond te krijgen. En dan vergeet je tussenin eigenlijk in het moment te leven en te genieten van de kleine dingen.

Zon en grijs. Grappig genoeg hingen bovenstaande weken ook samen met zonnige en grijze weken. De weken dat er hier rust in huis was, waren toevallig ook de zonovergoten weken in mei. De veranda ging open, de ligzetels kwamen in de tuin, we namen er een boekje bij en stalen een paar uurtjes. We waren helemaal in Italiëstemming en zetten een stapje terug. De slippers gingen aan, (je loopt dan ook wat trager), onze dames misten enkel nog hun zwembad. Strijken is ook een pak leuker in de zon als je tegelijkertijd ook aan je kleurtje kan werken. Zorg wel voor goede zonnecrème want al na een uurtje strijken buiten kan je wel eens rood uitslagen ;-).

Maar het weer sloeg om en de drukte sloop opnieuw ons leven binnen. En met het grijze weer valt dat voor mij ook wat moeilijker te verteren. Van zodra de zon schijnt, leef ik op, heb ik meer energie en pak ik meer dingen aan. Maar als we ’s morgens de rol optrekken en het regent of het is grijs, dan wordt er hier al eens flink gezucht. It’s all in the mind…

Juni brengt ook niet onmiddellijk beterschap. Volgende week beginnen de examens voor de dochters en bij de echtgenoot is het momenteel de klok rond werken. Verbeteren, examens opstellen, examens afnemen, punten uittellen, delibereren en nog verschillende naschoolse verplichtingen: het wordt nog een drukke maand. Maar het is mijn eerste maand met vrije woensdagen en dus kan ik inspringen. Kan ik de dochters al eens opvangen na een examen en extra in de watten leggen. Kan ik het de echtgenoot al eens wat makkelijker maken door voor twee dagen te koken.

Duivelsgekte_miniToch is juni ook een fijne maand. Want na de drukte komt de decompressie voor de echtgenoot en onze meisjes. En hier in de streek hebben ze de braderij en bijhorende kermis perfect na de examens getimed. Vrijdag begint ook het EK voetbal en naar ’t schijnt worden de Rode Duivels Europees kampioen. Hét excuus om alle rode kledij weer boven te halen, onze vlag uit te hangen en roodgeelzwart geschminkt rond te lopen. Geen betere manier trouwens om alle spanningen van je te laten afglijden dan 2 uur te roepen en te tieren tegen die 11 mannen op tv ;-). Of geen betere manier om veel strijk gedaan te krijgen als je van de spanning niet durft te kijken en dan maar besluit je huishoudelijke taken aan te pakken ;-).

En we leven op hoop: er is goed weer op komst. Toch?

Een stapje terug en een stap vooruit…

Vanaf morgen werk ik niet meer op woensdag. Het is een bewuste keuze om wat meer tijd vrij te maken voor ons gezin en voor mezelf. Ik had het gevoel dat we onszelf de laatste jaren maar bleven voorbij hollen. Het was alsof we in een wielerwedstrijd zaten, het peloton binnen handbereik en toch raakten we er maar niet bij. We bleven op achtervolgen aangewezen.

Jaren geleden, toen we aan kindjes begonnen, kozen wij er met twee voor dat ik een stapje terug zou zetten. De echtgenoot combineerde zijn voltijdse job als leerkracht met een bijberoep als sportjournalist. Als je daar ook nog mijn voltijdse functie (en even een bijberoep-zijstapje als leerkracht Italiaans bijtelde) werd het zwaar om dragen. We zagen elkaar nog amper. En dus besloten we samen dat ik een stapje zou terugzetten. In totaal heb ik 11 jaar lang niet op woensdag gewerkt. Ik heb loopbaanonderbreking genomen en ouderschapsverlof. Daarna ben ik vrijwillig 90% gaan werken: ik werkte 4 dagen een uurtje langer en bleef dan op woensdag thuis.

Toen mijn job geschrapt werd en ik 4 jaar geleden opnieuw op de arbeidsmarkt kwam, besloot ik voltijds te gaan werken: de kinderen waren intussen toch wat ouder en ik wou graag ook mijn volledig steentje bijdragen in ons gezinsinkomen. Voor een stuk ook bang gemaakt door de verhalen over de zeer lage pensioenen waar je als deeltijds werkende arbeidskracht op kan rekenen. En het lukte, en tegelijkertijd was het ook ontzettend zwaar.

Mijn vrije woensdag zorgde voor een rustpuntje in onze week. In de mijne, in die van de kinderen en in die van de echtgenoot. De woensdagvoormiddag was mijn administratie- (en dus bleven de rekeningen zich geen wekenlang opstapelen in onze “rekeningenschuif”) en mijn boodschappenmoment. Snel in de voormiddag de boodschappen doen tot het einde van de week: het bespaarde de echtgenoot minstens één drukke Colruyt-sessie met hongerige kinderen in zijn kielzog. Vaak  probeerde ik ook al 2 maaltijden te koken, om de echtgenoot in de avonddrukte wat tijd te besparen.

Niet alleen misten we die woensdagrust, maar al mijn “taakjes” kwamen bij de echtgenoot terecht, of maakten het al drukke weekend nog een pakje slopender. Het lukte allemaal wel, maar wij waren een ander ritme gewend. En we kregen de knop maar niet om. Ergens bleven we allemaal verlangen naar hoe het vroeger was. Maar we spraken het lang niet tegen elkaar uit: het extra loon was toch wel fijn en het was alleen maar een kwestie van gewoon worden, een nieuw ritme vinden, ons wat beter te leren organiseren.

Maar het bleef ergens wel sluimeren. Als ik eens een recupdagje op een woensdag plande, was er wel minstens één dochter die liet optekenen “dat het toch wel fijn was dat de mama nog eens thuis was”. En dat vond de mama diep vanbinnen ook. En ik zag hoe de echtgenoot ook deugd had van die paar woensdagen dat ik de zorg van hem overnam. Dat het voor hem eens geen avondshift hoefde te worden en dat hij genoot van een onverwachte vrije avond.

Vanaf morgen zet ik dus een stapje terug. En zetten wij allemaal samen eentje vooruit. Het is in eerste instantie mijn keuze, maar we staan er hier allemaal achter. Ik werk immers héél erg graag, ik heb een uitdaging nodig en ga er volledig voor, maar ik wil er ook zijn voor mijn gezin. Ik gun de echtgenoot een paar rustige uurtjes bureauwerk, ik wil de verhalen van de kinderen horen na school, ik wil met hen naar hun dansles. En in de voormiddag wil ik van de rust in huis gebruik maken om mijn ding te doen:  te bloggen, een boekje te lezen, een uurtje te trainen of te koken. Wat ik heel ontspannend vind als ik er tijd voor heb, maar niet als er nog zoveel taken op je to do-lijstje wachten.

En ja, het is een ongelooflijke luxe dat wij deze keuze kunnen maken. Dat wij voor “tijd” kunnen kiezen. Veel andere mensen hebben deze optie niet en gaan tegen beter weten in maar door. Houden zich amper staande of botsen keihard tegen hun grenzen aan. Of die van hun kinderen. Of die van hun relatie. Want ergens klopt er iets niet meer. Er is iets fundamenteels fout als we ondanks een voltijdse job én een bijberoep amper het einde van de maand halen als alleenstaande mama. Of als we het normaal vinden dat jonge kindjes van 7 tot 18u in de kinderopvang zitten. Als hoe langer hoe meer gezinnen op het einde van hun loon nog maand over hebben. Sinds wanneer is ons “werken om te leven” doorgedraaid naar “leven om te werken”? En hoe keren we deze evolutie terug om?

“Stapje voor stapje”, zou mijn meter gezegd hebben. “En begint bij uzelf.” Vanaf morgen dus. Met mijn vrije woensdag.

Haar eerste concert

Dinsdagavond hadden wij tickets voor Mumford and Sons in het Sportpaleis. De echtgenoot en ik wonen wel vaker optredens bij, maar het was ook het eerste echte concert van de oudste. Enfin, we waren wel al eens naar een K3 Show geweest met de kinderen (je weet wel, in de tijd dat zelfs Kathleen nog deel uitmaakte van de populaire meidengroep, 2 edities geleden). Ook naar Clouseau hadden we de kinderen al eens verplicht meegenomen. Dat werd een belevenis voor de oudste, maar de jongste was na een uur al slaperig en vond er daarna niet echt veel meer aan.

De oudste had de smaak wel te pakken en toen één van haar favoriete bands een optreden aankondigde, was ze er als de kippen bij: “we gaan toch hé, bestel je kaarten, alstublieft”. Dat was nog voor we ons realiseerden dat ook hun dansoptreden, het schoolfeest van de jongste en het leerlingenconcert van de papa in dezelfde week vielen. Maar we hadden kaarten en gingen er dus volledig voor.

Al hing ons vertrek dinsdag wel even aan een zijden draadje door de “grote ontsnapping” van ons hondje. Onze oudste had er meteen een pak minder zin in. Tot de papa haar duidelijk maakte dat “het niet was omdat we thuisbleven, dat ons Indie zou opduiken, of omgekeerd, dat het niet was omdat we zouden gaan, dat ze niet naar huis zou komen”. Bovendien waren oma en opa toch in huis met de jongste; er zou dus altijd iemand zijn om de verloren dochter weer binnen te laten. Ook de staking gooide ei zo na roet in het eten, maar we gingen toch voor onze normale parkeerplek en besloten het stuk te stappen. En dat viel gelukkig mee: op amper 25 minuten waren we in het Sportpaleis. Het duurt soms langer om het trammetje te nemen.

20160524_225521We waren ruim op tijd, we hadden goede plaatsen en het voorprogramma viel wel mee. Vooral het liedje waar leadzanger Marcus Mumford al even de stembanden kwam opwarmen terwijl de zaal nog halfleeg was, bracht wat animo. En dan begint het optreden en word je meteen meegezogen in de energie, in de leuke liedjes. Wat hebben ze toch veel toppertjes! Al heb ik het minder op de nieuwere songs en verkies ik nog steeds de oudere nummers. Was het een schitterend optreden? Af en toe een beetje wisselvallig: het geluid zat niet altijd even goed, Marcus was niet altijd even goed bij stem, maar de energie en de sfeer maakten veel goed. Zeker het ogenblik dat de zanger het publiek indook, zich een weg baande door het middenplein om uiteindelijk in de tribunes aan de zijkant en achteraan te eindigen, op een tiental meter van ons.

Toen we de band de eerste keer zagen, op Pinkpop, in het voorprogramma van Bruce Springsteen, was het een hoogtepunt, een zeer aangename kennismaking. Dinsdag was een leuk tussendoortje. Het geeft nog steeds honger naar meer, maar écht top drie aller tijden was het niet. Voor de oudste zal het wel een avondje uit de duizend blijven. Haar eerste optreden en ze genoot – af en toe met een dubbel gevoel omwille van onze verdwenen hond – toch met volle teugen. Bij “Little Lion Man”, het tweede nummer van de avond, schoot ze meteen recht, al was het nog met wat blikken links en rechts van “kan ik dat wel maken”, maar daarna ging ze gewoon uit de bol. Dat heeft ze van de mama ;-).

Tijdens onze wandeling terug kreeg de papa te horen: “Ik kende er meer van dan mama, ik kon gewoon meer meezingen.” Logisch, zij heeft een oor voor teksten (geërfd van de papa), wat de mama absoluut niet heeft. Een dag later verteerde zij de uitspattingen ook beter dan haar oudjes. Terwijl  wij ’s avonds echt wel uitgeteld waren, liet zij weten “dat het eigenlijk allemaal nog meeviel”. “Ik voel me best wel goed, ik had véél erger verwacht.” Het zal dan ook niet verwonderen dat ze intussen al uitkijkt naar haar volgende concert (Florence + the Machine of Maître Gims)… en wij mogen gerust nog een keertje mee ;-).

Kleine momenten van geluk

Onze dochters hebben dansoptreden dit weekend. Zaterdagavond en zondagavond geven ze allebei het beste van zichzelf. Dit jaar zijn ze zelfs “jubilarissen” binnen de dansschool, al telt hun 5 jaar dienst nog niet om hen in de bloemetjes te zetten op het podium. Die eer is enkel voor de jubilarissen met 15 en 20 jaar op de teller weggelegd.

Zenuwachtig zijn onze meiden eigenlijk niet. De zenuwen horen eigenlijk meer bij de laatste hectische weken repetitie, als de laatste hand gelegd wordt aan de dansjes. Maar deze week, bij de eerste oefensessies in de zaal en op het podium (met de juiste kledij en attributen) is het alsof alles in de plooi valt. Loopt alles perfect? Natuurlijk niet, dat mag ook niet: de generale repetitie moet ook gewoon volledig fout lopen voor een goede première, maar onze meisjes hadden er zin in.

Zaterdag moeten ze er al héél vroeg zijn. De show wordt in de namiddag nog eens helemaal doorlopen. In het begin van hun danscarrière was dat zwaar. Meestal waren onze meisjes dan al moe tegen de start van hun eigenlijke optreden, maar nu vinden ze een namiddag bij de dansvriendinnetjes gewoon leuk. Er wordt héél veel getetterd, gegiecheld, gelachen en gesnoept achter de schermen. Tot het beginuur nadert en het wel echt wordt. Dan krijgen een aantal meisjes echt plankenkoorts.

Onze dames dus niet. De jongste kalmeert haar dansvriendinnetjes en heeft zelf helemaal geen last van zenuwen. Zij liep 5 minuten voor het optreden (dat hun groepje mocht openen) nog boekjes te verkopen (en veel praat te verkondigen). De oudste was al een week aan het aftellen. Zij had namelijk twee vriendinnetjes uitgenodigd om te komen supporteren en met zijn drieën keken ze daar héél hard naar uit. (En naar het logeerpartijtje achteraf).

En dan ga je de zaal in, gaan de lichten uit en komen de kinderen op het podium voor een wervelende show van zo’n drie uur. Op voorhand hebben we samen aangeduid wanneer onze meisjes het podium op mogen en tellen we af naar hun dansjes. Tijdens hun optreden hebben we enkel en alleen oog voor onze dochters. Zijn we blij als alles goed lukt, genieten we van hun stralende gezichten (ook al mochten ze allebei NIET lachen tijdens één van hun 4 dansen en hadden ze ons daarvoor op voorhand goed verwittigd dat ze écht wel serieus moesten blijven) en hun flexibele lijven tijdens de hiphop en vinden we hen uiteraard de allergrootste danstalenten die we in ons leven ooit gezien hebben.

trotsEn toch is het voorbij voor je er erg in hebt. Komen ze na afloop vol gebabbel en gelach uit de kleedkamers, vertellen ze exact wat er misliep en waar ze toch wel een foutje gemaakt hadden (dat wij natuurlijk niet opgemerkt hadden). Kruipt de jongste in haar bed, legt ze haar hoofd op haar kussen en valt ze doodmoe meteen in slaap. De oudste had nog wat tijd nodig om met de vriendinnetjes na te kaarten, maar na een uurtje was het daar ook ineens stil in de kamer.

En nu is het luierzondag. Worden de batterijtjes weer opgeladen. We slapen uit, er wordt “gehangen” en film gekeken. De meisjes doen het even kalm aan, want straks wacht het tweede optreden. Dan zullen ze nog een keertje alles geven en gaan wij nog éénmaal genieten van hun magie en stralende gezichten. En noteren we de data van het volgende optreden al in onze agenda, dan kunnen we beginnen aftellen…

As we speak #mei

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Genieten. Van het zonnetje dat even geweldig haar best deed. En dat net in het lange weekend. Gek hoeveel schoner het leven is als de zon schijnt. Hoe meer energie een mens heeft als dat hele lijf niet bezig is met de interne chauffage op 24 graden te houden ;-). Hoeveel deugd het doet na een lange winter om weer t-shirts, jurkjes en rokjes boven te halen en de eerste zon op je lijf te voelen. Om met een boekje in de ligzetel in de tuin te gaan zitten. Om een zonnebril op je neus te hebben. Om de hometrainer buiten te rijden en daar je uurtje training af te werken. In de schaduw van de notenboom, maar toch je sporttopje erin gebrand zien staan. Een heel weekend door wassen en plassen, toch al fluitend, alleen maar omdat het zonnetje schijnt.

veranda

(Foto Aldera)

Genieten van onze veranda. Na amper een weekje zalig weer de nieuwe tuinkamer niet meer kunnen missen. Ontbijten, lunchen en dineren in de eetkamer (omdat die toevallig in de tuinkamer staat). Absoluut niet meer begrijpen waarom je zolang getwijfeld hebt of je dat ding wel zou zetten. Telkens opnieuw tegen de echtgenoot verzuchten dat het toch een zalige kamer is. Ook met de ramen wagenwijd open. ’s Avonds het huis laten afkoelen door de ramen nog een tijdje te laten openstaan en toch een pak minder last hebben van muggen en vliegen omdat het vliegenraam alles tegenhoudt. Nu al veruit onze favoriete plek in huis en dan zijn onze leeszeteltjes nog niet gearriveerd. We hebben er 2 besteld, wedden dat het vechten wordt voor een plekje? En dat wij opgelucht zullen zijn als de kinderen eindelijk in bed liggen en wij het leeshoekje eens voor onszelf zullen kunnen opeisen?

Eten. Hoogtepunt deze maand was vast en zeker de brunch voor Moederdag bij Bar Muza in Lier. Al was het hele Hemelvaartweekend culinair dik in orde, met een paar barbecues en een delicieus etentje met de echtgenoot. Het was te merken aan de weegschaal ook. En omdat de bikinistress met het mooie weer toch ook begon toe te slaan, zijn we wat gezonder beginnen eten, hebben we de porties een beetje verkleind en zijn we terug aan het sporten. Gelukkig is het slaatjes-weer, wat ik heerlijk vind als de zon schijnt. Al zeggen we nooit neen tegen een lekkere pasta. Of een zalig ijsje. Of zelfgemaakte koekjes. Laat het duidelijk zijn, na een paar moeilijkere maanden is de eetlust helemaal terug.

Sporten. Tja, en als de eetlust terug is en het eindelijk jurkjes- en rokjesweer is, dan moet je sporten. Ik heb mijn fietstrainingen weer opgedreven (naar minstens 4 per week) en heb een stappenteller geïnstalleerd. Het is nog nieuw en die medailles motiveren me eigenlijk wel. En dus doe ik tijdens de middagpauze al eens een wandelingetje en ga ik al eens met de echtgenoot de hond mee uitlaten. Om daarna als een kind zo blij te zijn als mijn telefoon mij een medaille geeft omdat ik mijn “stappen” of “actieve minuten” van de dag gehaald heb. Of, de allerbeste, de medaille voor de “meest actieve dag ooit”. Ik heb me laten vangen door de gezondheidsmaffia, ik weet het, maar mijn lijf kan er maar goed bij varen. En tegen september is het nieuwe eraf en zoek ik een nieuwe hobby. (Dan hoef ik ook even niet meer in mijn bikini’s te passen.)

Culturele uitstapjes. Deze maand woonden we nog eens een theatervoorstelling bij. De echtgenoot-leraar doet dat wel vaker, maar voor mij komt het er niet meer zo vaak van. En ergens had ik het wel gemist. We woonden “Het gelukzalige” bij, van Olympique Dramatique. Met o.a. Tom Dewispelaere, Geert Van Rampelberg en Ben Segers. Niet van de minsten, maar toch viel het stuk mij een beetje tegen. Het was vervreemdend en was voorbij voor we er erg in hadden. Letterlijk. Toen de acteurs hun buiging kwamen maken, dacht ik eerst dat het pauze was. En heb ik toch wel een paar keer aan de echtgenoot moeten vragen: “Is het gedaan? Echt?” Maar na een paar buigingen verlieten de auteurs de scène en begon het publiek de zaal te verlaten. We waren dan ook héél snel terug bij de babysit. De echtgenoot vond het ook sneu: hij had de afgelopen jaren een paar héél goede stukken van dit gezelschap mogen bijwonen, maar dit was duidelijk het minste.

Lezen. We kunnen heel kort zijn: niets dat de moeite van het vermelden waard is. Ik denk dat ik al in een soort van spaarstand aan het gaan ben. Een kort winterslaapje voor de meest intense leesperiode van het jaar. De vakantie is op komst en dan nemen we véél boeken mee. Momenteel beleef ik de voorpret: ik leg leeslijstjes aan en er staan al een paar boeken klaar die ik “opspaar” voor de zomerperiode. En dus herlezen we onze romannetjes of duiken we in Libelle, de krant of (Weekend) Knack.

Kijken. Het zomerseizoen is duidelijk begonnen: de grote, geweldige reeksen zitten erop. Maar ook het lichtere entertainment kunnen wij aan het einde van een zware werkdag of werkweek wel eens appreciëren. Met de dochters zijn we hier fan van “Jani gaat” of “Duivelse vrouwen”. De aflevering dat Jani “mama” werd, is hier in huis fel gesmaakt. De dochters gierden het uit bij de dolle belevenissen van mama Jani. Alleen al daarom is het programma de moeite waard. (Al kijk ik misschien evenveel naar de dochters, maar kom.) En met “Duivelse vrouwen” komen wij stilaan in de EK-sfeer. Bijna, nog 3 weken, en dan kunnen we onze België-gadgets weer boven halen. Ik kijk er nu al naar uit. En naar de spannende matchen zelf ook, natuurlijk!

Ruiken. Niet alleen kreeg ik van de echtgenoot een mooie ruiker bloemen voor Moederdag, maar ook mijn ouders brachten een ruikertje seringen-uit-de-eigen-tuin mee. Meer dan een week lang rook ik elke morgen opnieuw die intense zoete geur bij het binnenstappen in de veranda. En telkens opnieuw bracht dat herinneringen aan de boom die in mijn ouderlijk huis net voor de keuken stond. Vroeger waren het paarse seringen, nu witte. De kleur was het niet helemaal, maar die geur… Elke ochtend opnieuw even terug naar mijn kindertijd. Een heel fijne manier om de dag te beginnen.

Supporteren. Niets schattiger dan het oudste metekind die voor een andere ploeg supportert dan zijn papa en “weigert” mee te vieren als de ploeg van de papa kampioen speelt. Op de vraag of hij voor de Rode Duivels supportert een volmondig “ja” krijgen. “En ook voor zijn dorpje.” En de Buffalo’s dus. En als meter stiekem blij zijn dat er al zoveel karakter inzit.

Zingen. Met het kleinste metekindje. In het Wammeks dialect je jeugdliedjes opnieuw bovenhalen en volledig gecharmeerd worden als hij zo goed als klankcorrect meezingt. Of hem vol enthousiasme zijn K3-repertoire horen bovenhalen. Compleet verkocht zijn als hij “Meter Nele” zegt, met de Franse “r”.

Lachen. Met de dochters en de echtgenoot. Samen tv kijken en de slappe lach krijgen. Elkaar belevenissen vertellen en dezelfde (flauwe) humor delen. Ja, het is een familietrekje en wij vinden het soms wel heel grappig samen.

Je eigen “As we speak” nalezen en heel goed beseffen dat je gezegend bent. Dat het wel een drukke maand was, professioneel gezien dan, zowel voor mezelf als voor de echtgenoot, maar er desondanks in geslaagd zijn om te genieten van de momenten die er waren. Voldoening halen uit de kleine dingen des levens, het is me vaak niet gegeven. Maar deze mooie maand lukte het meestal wel en dat gaf ongelooflijk veel energie. Op naar de volgende!

Een nieuwe dag, een nieuw ballonnetje

Wordt er eigenlijk nog geregeerd in ons land? Of worden er vooral (mislukte) ballonnetjes opgelaten? Zodat we vooral kunnen doen alsof we aan het regeren zijn? Ik vraag het me af, hoe langer hoe meer. De kracht van de verandering is nu 2 jaar ver en veel zie ik toch niet veranderen.

Er zijn nog steeds lange wachtlijsten voor mensen met beperkingen die zorg nodig hebben. Vele schoolgebouwen zijn aftands en dringend aan vervanging/renovatie toe, maar op het terrein zie je weinig gebeuren. Het hoger onderwijs snakt naar (financiële) ademruimte, die er niet is. De militairen, die al jarenlang zwaar bespaard hebben, springen de al even fel getroffen politie bij. Of de cipiers. Het langdurig ziekteverzuim piekt. Vele jonge ouders weten niet meer van welk hout pijlen maken: hoe moet je vandaag de dag in godsnaam nog je professioneel leven met je gezinsleven verzoenen?

Dat het moeilijke tijden zijn, weten we allemaal. Dat we een paar jaar op onze tanden moesten bijten, konden we ook nog slikken. We hadden er zelfs begrip voor. Maar na 2 jaar beleid stel ik me de vraag of er wel een visie is. Wat zijn de keuzes die we maken? Hoe zien we arbeid, samenleven, onderwijs,… op langere termijn? Waarin willen we investeren? Wat vinden wij – als maatschappij – belangrijk?

Het enige wat we krijgen, zijn ballonnetjes. Het laatste in de rij was dat van mevrouw Rutten. Dat we de bevallingsrust misschien beter konden verdelen, want dat het ervoor zorgt dat vrouwen geen carrière kunnen maken. Laat ons er nog van uitgaan dat ze het effectief goed bedoelde. Dat de oorspronkelijke gedachte erachter goed bedoeld was. Alleen kwam het alweer aan als een opdoffer. Het weinige dat we hebben (zeker in vergelijking met het Europees gemiddelde), mogen we dan nog eens gaan verdelen.

Misschien had mevrouw Rutten, gezien haar goede contacten in de bedrijfswereld, haar vrienden-ondernemers kunnen aanzetten om de papa’s die hun vaderschapsverlof  wensen op te nemen, niet langer tegen te werken. Of hen vriendelijk te verzoeken niet langer te discrimineren bij hun aanwervingspolitiek en de sterkste kandidaat te kiezen. Ook al is dat een vrouw met een mogelijk tikkende biologische klok. Misschien had ze hen kunnen aansporen om hun werkorganisaties wat meer af te stemmen op de combinatie met het gezinsleven. Om de netwerkmomenten en vergaderingen niet langer op een onmenselijk vroeg of laat uur te plannen, zodat mama’s en papa’s ook effectief kunnen deelnemen. Ze had hen ook kunnen vragen om mensen te promoveren op basis van kwaliteiten en verdiensten, niet op basis van hun deeltijdse of voltijdse arbeidsregime. Of ze had kunnen beginnen met de moederschapsrust voor zelfstandigen op hetzelfde niveau te brengen als dat van de werknemer-moeders.

Ze had zoveel kunnen doen, maar in plaats daarvan schoffeerde ze alle werkende ouders. De jonge mama’s die hun 15 weken bijlange niet genoeg vinden, voelen zich nu schuldig, want “medisch gezien zijn ze al lang hersteld”. Dat de nachten nog steeds onderbroken worden, dat ze overdag van elk moment gebruik maken om bij te slapen, dat de borstvoeding nog niet loopt zoals zou moeten, is van geen tel. Dat ze er overdag niet toe komen om zich aan te kleden of te douchen, omdat ze nog steeds proberen het huishouden min of meer te combineren met dat kleintje, doet er niet toe. Ze schoffeerde alle vrouwen die graag werken, maar op belangrijke momenten liever voorrang geven aan hun gezin. Alle papa’s, die maar al te graag veel meer de zorgende rol op zich willen nemen, maar geen (expliciete of impliciete) toestemming krijgen van hun werkgever.

Misschien kan mevrouw Rutten beginnen met écht te regeren, in plaats van ballonnetjes op te laten? Misschien kan ze eens even met twee voeten in het échte leven gaan staan en afdalen van haar pluchen zetel? Misschien kan ze – samen met haar gewaardeerde collega Peeters – eens aan den lijve ondervinden wat dat precies betekent voor een gemiddelde Belg, “boven zijn stand leven”? Vanop de oppositiebanken blijft het trouwens oorverdovend stil, op enkele gelijkaardige ballonnetjes na. Waar blijft het realistisch alternatief? Waar blijven de ideeën voor een andere toekomst? Waar blijft de hoop?

En wat doen wij? Wij werken, wij betalen onze rekeningen, wij proberen er zoveel mogelijk voor onze kinderen te zijn en hen een toekomst te bieden. Een toekomst waarin er opnieuw plaats is voor solidariteit, voor mekaar, voor familie en vrienden. Een toekomst waarin ze een droomjob combineren met een rijk privéleven. Hopelijk staat er dan een generatie op met visie. Een generatie die zich niet tevreden stelt met wat ballonnetjes, maar die daadwerkelijk beleid voert en verandering brengt.