Lerares voor even

Een van mijn kinderdromen was om voor een klas te gaan staan. Ik ben opgegroeid in een lerarengezin en met mijn studies (Romaanse Talen) lag het misschien wel voor de hand. Maar op één of andere manier is het er nooit van gekomen. Na mijn studies rolde ik immers de sportjournalistiek in. Wat overigens ook een jeugddroom was, maar eentje die ik als puber afdeed als onrealistisch.

Toen het sportverhaal stopte, heb ik er een tijdje aan gedacht om in het onderwijs te stappen. Ik was op mijn 36ste terug gaan studeren om mijn SLO (Specifieke Leraren Opleiding) alsnog te halen en heb het hele programma voor Frans doorlopen: de theoretische vakken, de luisterstages en de eigenlijke stages. Het was toen een heel avontuur: de lessen gaan volgen samen met véél jongere studenten, terwijl ik probeerde om werk, gezin en studies te verzoenen. Toch was het ook een fijne ervaring en heb ik er veel uit geleerd.

Maar toen het moment daar was om ook daadwerkelijk in het onderwijs te stappen, heb ik het niet gedaan. De onzekerheid van het interimbestaan zag ik op mijn 38ste niet meer zitten en dat hoort jammer genoeg onafscheidelijk bij het lerarenbestaan. Ik zocht en vond een alternatief en ben daar heel gelukkig mee.

Maar soms steekt het verlangen nog wel eens de kop op. Als de echtgenoot vol enthousiasme thuiskomt van een geslaagde les, een interessante uitstap of zelfs een zware maar ook fijne Italiëreis, dan kriebelt het nog altijd wel wat. Bovendien mocht ik in mijn huidige job af en toe ook nog eens in het Frans werken en dan denk je telkens opnieuw: “ik deed dat toch graag” en “ik mis mijn talen toch nog altijd een beetje”. En dus reageer je enthousiast op een Facebook-oproep waarin gelegenheidsleerkrachten gezocht worden voor een paar lessen Italiaans voor een lessenmarathon. Denk je achteraf weer dat je misschien toch beter even had nagedacht – story of my life 😉 – en word je toch wel een beetje zenuwachtig een uurtje voor je voor de klas verwacht wordt.

Maar het viel allemaal best mee, al schrik je telkens toch weer hoe inspannend het is om een bende 18-jarigen een uurtje (proberen) te boeien. Na amper 2 uurtjes was ik uitgeteld. Het resulteert elke keer weer in tonnen respect voor diegenen die dit dag in dag uit moeten doen. Ook als je een moeilijke dag hebt, moet je daar weer met enthousiasme een vak staan te “verkopen”, en probeer je iedereen mee te krijgen, ook de leerlingen die jouw vak niet leuk vinden, of er geen aanleg voor hebben. Dan kom ik thuis van mijn 2 uurtjes, plof ik in de zetel neer, terwijl de echtgenoot achter zijn bureau taken zit te verbeteren en de lessen van de volgende dag voorbereidt.

werk-waar-je-van-houdHet was ongelooflijk leuk om even te mogen inspringen, om even te mogen proeven van het lesgeven, maar toch concludeer ik na afloop (met een zucht van opluchting) dat ik het toch maar aan de specialisten laat om dit dagelijks te doen. We zullen een andere manier zoeken om nog eens met mijn Frans of Italiaans bezig te zijn. Een reisje plannen, misschien 😉 ?

Juli was…

Met een paar dagen vertraging wegens schilderwerken in huis, toch nog een maandoverzicht. En juli stond volledig in het teken van vakantie, Italië, vriendschap, rust, genieten en ons gezin.

IMG_6538Italië. Wat het Songfestival allemaal niet kan doen. Dat een Italiaanse deelname zoveel indruk kan maken dat het al die jaren later nog gevolgen heeft. Toen ik als 13-jarige bakvis viel voor de knappe ogen van Raf, zat de verleiding in het complete plaatje. Het melancholische nummer (Gente di mare), de onbegrijpelijke taal, het contrast tussen de in mijn ogen zachtere, verlegen jongeman aan het begin van zijn carrière en de ietwat brute, vol zelfvertrouwen zittende zanger met reputatie. Het liedje bleef bij, de zangers verdwenen naar de achtergrond, maar ook de taal bleef sluimeren. 4 jaar later was de keuze voor Italiaans er eentje vanuit het hart.

Toen we 5 jaar geleden voor het eerst met onze meisjes naar Italië trokken, voelde dat voor mij een beetje als thuiskomen. Het lekkere eten, de rust, de zon, de mentaliteit, het Italiaans. En het zaadje is intussen ook bij de dochters geplant. Vooral de oudste is helemaal mee in het Italiëverhaal. Al liet ook de jongste dit jaar weten dat ze Italiaans wil leren, zodat ze zich kan redden als ze later naar Toscane trekt. Tot afgrijzen van de echtgenoot, die het tijd vindt om de Italiëzotheid wat te laten rusten.

Vriendschap. 5 jaar Italië, 4 jaar Noorse ontmoetingen. We kijken er met zijn allen naar uit. En dat allemaal dankzij de vriendschap die de jongste 5 jaar geleden sloot met een Noors leeftijdsgenootje. Twee dolle weken, samen spelen, samen zwemmen, communicatie met handen en voeten en dankzij vertalingen van de papa’s die daardoor ook veel contact hadden. Twee jaar later volgde een nieuwe toevallige ontmoeting en kregen we weer 2 prachtige weken samen.

Intussen regelen we ontmoetingen via Facebook en tellen we allemaal af. Het klikt nog altijd tussen de meisjes, die 10 minuten nodig hadden om te ontdooien, maar daarna geen moment uit elkaars buurt te vinden zijn. Tussen de papa’s, die samen voetbal kijken en politiek bediscussiëren. Tussen de mama’s, die over hun dochters en hun wegen naar volwassenheid ideeën uitwisselen. Samen zonnen, samen zwemmen, samen eten, samen praten. Grappig hoe je over de grenzen heen toch telkens opnieuw zoveel gelijkenissen ontdekt. Zoveel meer dat we delen dan dat ons scheidt. Op naar de volgende ontmoeting. In België, Noorwegen of Italië dan maar weer…

Talen. De echtgenoot en ik zijn talenmensen. Hij Germaans, ik Romaans. Maar we delen een liefde voor boeken. Taal als communicatiemiddel was meer iets voor hem. Hij stapt makkelijker op mensen af en staat meer open voor contact. Ik ben voorzichtiger. Ik zal daardoor soms ook afstandelijker overkomen, terwijl ik niets liever zou willen dan meepraten. Maar intussen hoort het bij vakantie. En nog steeds is hij vlotter en legt hij makkelijker contact, maar ik heb bijgeleerd.

Het mooiste is echter te mogen zien hoe de dochters zijn opengebloeid. De jongste lijkt op haar papa. Geen problemen met communiceren, in welke taal dan ook. Of met handen en voeten, maar binnen de kortste keren heeft ze wel vriendjes en vriendinnetjes. Zij werd in de loop der jaren wat kieskeuriger, leerde dat je soms wel eens het deksel op de neus krijgt als je te open bent. De oudste neigde wat meer naar de mama en had soms een duwtje in de rug nodig. Kreeg in het prille begin wel eens hulp van de zus, maar wil dat niet langer en overwint zichzelf. En doet dat met brio en geniet ervan. Ze krijgt hoe langer hoe meer communicatietrekken van de papa. En de mama kijkt toe en geniet. Ons grootste cadeau voor hen is misschien wel hun openheid naar en interesse in anderen.

Rust, genieten en ons gezin. Je hoeft er uiteraard niet helemaal voor naar Italië te reizen, maar onze 3 weken samen hebben ons wel deugd gedaan. Ruimte maken voor elkaar, voor onze dochters, is makkelijker als er een hele dag geen “moetjes” op je programma staan. Als je niet in de sleur zit van werk, huishouden, school, taken… En dan kom je thuis met het vaste voornemen om de Italiaanse stemming ook thuis vast te houden, maar al snel slorpt de realiteit je weer op. Ben je weer aan het wassen, plassen en schilderen voor je er erg in hebt. Dan zijn de dochters een weekje naar zee met hun grootouders, schilderen de mama en de papa intussen de woonkamer en is het de jongste die elke avond aan de telefoon vraagt: “hebben jullie vandaag wel al me & you-time gehad?”.

IMG_6657Maar misschien zit dat genieten vooral in de kleine dingen. In een dag samen schilderen en samen meezingen met “Radio Nostalgie”, waar ze verdacht veel nummers uit onze jeugd draaien. In het aftellen en uitkijken naar het moment dat we de dochters kunnen ophalen en ze weer thuis zijn. In het getater de hele rit naar huis. In het samen zijn met elkaar en met fijne mensen. In het nu leven. Niet blijven hangen in wat had kunnen zijn, wat anders had gekund of gemoeten. Geen zorgen maken over wat morgen komt, maar gewoon vandaag genieten. Lukt dat? De ene dag wat beter dan de andere, maar misschien zit de schoonheid vooral in het proberen, elke dag opnieuw, en minder in het slagen zelf.

Als ik dat nu eens meeneem naar augustus?

Stommiteiten: Mekka of Choppers

Toen we na een week vakantie van Toscane naar Piemonte reden, liep het op het einde van onze rit even moeizaam. Op ongeveer 10 minuten van ons hotel, bleef de GPS ons maar heuvels op sturen. De eerste weg liep dood op een gesloten poort, een andere optie strandde dan weer op het basketveldje naast een huis. En neen, er was geen weg rond, langs of doorheen.

Heuvels PiemonteDus draaiden we telkens opnieuw terug, op die zeer smalle weggetjes die nogal abrupt eindigen, om terug te keren naar de hoofdbaan en van daaruit een nieuwe poging te wagen. Na 3 pogingen hadden we (lees: ik) er even genoeg van en dus zochten we een plek om de weg te vragen. De plaatselijke winkel annex restaurant bleek echter gesloten. Allicht zaten we midden in de siësta, maar daar zouden we ons pas later die week bewust van worden.

Het benzinestation waar de echtgenoot net nog volk gezien had, bleek verlaten tegen dat we er opnieuw langsreden. Iets verder langs de hoofdweg zag de echtgenoot wel volk zitten aan een schuur. Een cafeetje, denkt een rasechte Belg dan en meteen dook ik onze rugzak met papieren in om de gegevens van het hotel op te vissen. Zodat ik met de naam van het hotel en de straatgegevens correcte rijaanwijzingen kon vragen.

Ik had net alles bijeengezocht toen de echtgenoot de wagen voor het schuurtje parkeerde. Ik wil uitstappen om de weg te vragen, als ik de plakkaat boven de schuur zie hangen. “Mekka of Choppers.” En de 5 mannen die daar samen aan een soort picknicktafel van een biertje genoten, waren inderdaad motards, met alles erop en eraan: tatoeages, leren vesten, spijkervesten. Ik kijk naar de echtgenoot. “Serieus? Moet ik hier de weg vragen?” Maar we waren al gestopt, er was in de nabije omgeving geen levende ziel te bespeuren en dus ben ik uitgestapt. “Buon giorno.”

Ik denk dat ze het wel grappig vonden, dat kleine vrouwtje dat in haar beste Italiaans de weg kwam vragen. Met hun vijven door elkaar probeerden ze me allemaal even hartelijk de snelste weg te wijzen naar ons hotel. Eerlijk, ik heb er zeker niet alles van begrepen. Ik heb alleen onthouden dat we rechtdoor moesten tot aan een “zona industriale” en aan de “Torrone” linksaf moesten. Daarna volgde nog een hele uitleg doorheen de heuvels, tot aan een brug waar we onder of over moesten en dan zouden we eindelijk onze bestemming bereiken.

Ik heb die mannen vriendelijk bedankt, ben ingestapt en heb gezegd dat we rechtdoor moesten. We reden recht op de industriezone af en toen ik de “torrone” zag, viel mijn frank. Torrone is Italiaanse nougat. Ik ben er dol op. Vandaar dat dat woord bleef hangen in de hele uitleg. Maar bij onze vierde poging reden we wel recht naar ons hotel toe. Na de fabriek van de “Torrone” nam de GPS weer over, maar ik herkende de rest van de uitleg: de punten die de mannen genoemd hadden, de brug waarna we het dorp zouden inrijden. Toen we het echt niet meer wisten, zagen we gelukkig het bordje voor het hotel hangen.

Eind goed al goed in de heuvels van Piemonte, dankzij de mannen van “Mekka of Choppers” en hun torrone ;-).

Love at first sight: schoenen ;-)

CINDERELLA_largeIk ben dol op schoenen. Hoge schoenen. Hoe hoger, hoe liever. Ik denk dat ik sinds mijn achttiende geen lage schoenen meer gedragen heb. Tenzij om te trainen. Het zou redelijk belachelijk zijn om dat op je hakken te proberen 😉

Alhoewel. Ik heb wel meer dingen op hakken gedaan waar een normale mens zich niet aan zou wagen. 4 dagen citytrip Londen. Enkel hakken mee, waaronder een nieuw paar schoenen, nooit eerder gedragen. Het wordt pijnlijk (letterlijk én figuurlijk) als je de laatste dag de All Stars van je oudste moet lenen omdat je écht niet meer op je nieuwe schoenen kan lopen. Oorzaak: een grote blaar op de onderkant van je voet… Misschien voor de verandering toch maar eens een eigen paar All Stars kopen voor we op vakantie trekken dit jaar?

schoenen1_miniEn laat ons eerlijk zijn: ik ben ook niet meteen het elegante slentertype. Ik stap door, tegen een stevig tempo. Je hoort me letterlijk aankomen. Vroeger had ons moe het over een bende olifanten die de trap op denderden (ja, dat ben ik, in mijn eentje), nu hoort men op het werk mijn aanwezigheid voor men mij te zien krijgt…

En zetten wij een stapje in de wereld, dan mag ik van geluk spreken dat we meestal hand in hand lopen. Want wees gerust: dat éne putje in het voetpad of die ene voeg die verdwenen is, ik vind die én ik verstap mij. Gelukkig heb ik flexibele enkels én een fantastische bewaarengel.

schoenen2_miniIk heb geen ideale voeten. Kleine voeten: maatje 36. Dat heeft één groot voordeel: ik kan gerust wachten tot de koopjesperiode om mijn goesting nog te vinden. Mijn kleine voeten zijn helaas niet bepaald fijn. Niet elke type schoen zit goed of past. En dus ga ik elk seizoen op zoek naar een nieuwe variatie op hetzelfde thema. Stevige schoenen, maar toch Italiaans sierlijk. Met bandje om ze aan mijn voet te houden én met een stevige hak (zowel in de hoogte als in de breedte).

Naaldhakjes, ik heb ze geprobeerd. De echtgenoot heeft er nog nachtmerries van. Ik ook trouwens. Probeer maar eens gracieus te blijven, op naaldhakken, op de kasseien in Leuven, tijdens het prille begin van je relatie (als je nog indruk wil maken). Ik kan je garanderen: het mislukt grandioos als je om de 5 stappen kwakkelt of ternauwernood op je gezicht gaat. Langs de andere kant: hij wist meteen wat voor vlees hij in de kuip had 😉

schoenen3_miniMaar af en toe gebeurt het dan: liefde op het eerste gezicht. Dat éne paar schoenen dat je moet hebben. Ze waren duur. Maar ik heb gegokt. De solden afgewacht en ze uiteindelijk een jaar later in de outlet op de kop getikt voor een kwart van de oorspronkelijke prijs. Dan kan je het nooit een miskoop noemen.

Zelfs niet als je er eigenlijk niet op kan stappen (aangezien ze van mijn voeten glijden (gebrek aan bandjes weet je wel) en ze toch wel heel hoog zijn als je ze verliest. Maar ze staan zo mooi. En ik sta er zo mooi op. Letterlijk dan, want staan is het enige wat ik ermee kan doen. Eén voordeel: ik zal er nog lang op staan, want ze zullen niet snel verslijten 😉

Wat heeft jullie voorkeur: een mooie of een praktische schoen? Laten jullie je wel eens verleiden door dat ene paar waar je eigenlijk niks mee kan doen maar waar je graag naar kijkt?