Klein geluk #9

En toen was het eventjes zomer in april. Wat hebben we hier intens genoten van die paar zonnige dagen die de lente al voor ons in petto had.

20160719_190425_mini

  • Het was al tijd voor de eerste barbecue van het jaar: het was lekker, het was gezellig.
  • Er was een hele tafel vol groentjes bij de barbecue: daar geniet ik zelfs nog meer van dan van het met veel liefde bereide vlees op de barbecue zelf 😉.
  • Het was ook al tijd voor het eerste ijsje met verse aardbeien.
  • Er waren fijne gesprekken met vriend(inn)en.
  • Sinds we de fietsroutine terug oppikten, konden we al 2 van de 3 keer de hometrainer buiten rollen en in het zonnetje fietsen. En dat gaat des te beter.
  • De zon scheen al zo intens dat we er zelfs in slaagden om een schone, rode kleurprent op de rug te hebben. Die intussen wel bruin bijgekleurd is.
  • Het was al blote benen-weer.
  • We hadden al een zonnebril op de neus.
  • We haalden al het eerste zomerjurkje uit de kast, ondanks de melkwitte benen 😉.
  • We droegen al sandalen zonder dat de tenen afvroren.
  • We zetten voor het eerst het grote raam in de veranda open en lieten de lente binnen.
  • We haalden voor het eerst de ligzetels uit hun winterslaap en lazen in de zon.
  • We lazen nog eens een mooi verhaal.
  • We genieten met ons vieren samen van de “mollenjacht” op vier. We hebben allemaal wel onze verdachten, we leven mee en we schrikken telkens weer als het scherm van de afvaller rood wordt.
  • We zijn allemaal samen thuis en dat is altijd genieten.
  • We hebben de kapstok wintervrij gemaakt (ja, we zijn hier optimistisch!): de jassen, sjaals, handschoenen en mutsen zijn gewassen en opgeborgen tot de volgende winterprik.

Het is Paasvakantie, we zijn allemaal samen thuis en de zon schijnt. Het is warm buiten, de bloemen staan volop in bloei en het ruikt buiten gewoon naar lente. Er is tijd om op het gemak het huishouden te regelen, wat rond te lummelen, te lezen, te schrijven en te fietsen. En dat in het allerliefste gezelschap. Wat kan een mens nog meer wensen?

Vijf op vrijdag: favoriete zomergerechtjes

In de zomer eten wij anders dan in de winter. In de donkere, koude wintermaanden zal ik vaak trek hebben in hartige, zwaardere stoofpotjes of ovenschotels met veel puree en gebakken patatjes, terwijl ik in de zomer liefst licht en luchtig eet. Wat niet altijd “gezond” betekent, maar de kans daarop is in de zomer over het algemeen wel groter dan tijdens de wintermaanden.

Ook het snoepgoed verandert. Als we tijdens de wintermaanden regelmatig cake, brownies of koekjes bakken of af en toe eens vanillepudding koken, dan zullen we in de zomer de ijsmachine al eens vaker uit de kast halen (of de crèmerie in het dorp met een bezoekje vereren). Bakken gebeurt nog wel, maar we gaan de oven niet opwarmen als het sowieso al 35 graden is.

Aangezien we de eerste zonnige dagen achter de rug hebben, en we deze week opvallend meer zomergerechten introduceerden, zullen we onze favorieten eens opsommen in onze Vijf op Vrijdag/Zaterdag (met dank aan Boston, baby! voor de inspiratie).

  1. Mozzarella met tomaten, olijfolie, zout en peper. Uiteraard kan je dit tijdens de wintermaanden ook eten als aperitiefhapje, maar het smaakt nooit beter dan tijdens de zomermaanden, als we verse tomaten mogen meebrengen uit Opa’s tuin. Met buffelmozzarella en smaakvolle olijfolie. Of je moet het in Italië zelf eten natuurlijk, waar de tomaten wel pas in de supermarkt komen als ze al volledig gerijpt zijn (en dus smaak hebben). Wij zijn verwend/verknoeid voor het leven omdat we al heel vroeg het verschil leerden tussen verse smaakbommen uit onze tuin en de slappe, waterige winkelvariant.
  2. Barbecue. Voor mij het excuus bij uitstek om me te buiten te gaan aan verse groentjes. Sla, tomaten, komkommer, bloemkool, boontjes, worteltjes, radijsjes, augurkjes en ajuintjes. Doe er dan nog een koud eitje, een aardappelslaatje of tabouleh bij en ik ben al ruim tevreden. Naar ’t schijnt moet je daar ook nog vlees bij eten. Als het dan toch echt moet, dan geef ik de voorkeur aan een witte pens. Grappig eigenlijk want de rest van het jaar eet ik nooit witte pensen. Ik vind dat eigenlijk alleen lekker met véél groentjes en gegrild op de barbecue.
  3. Koude schotel. Opnieuw een schotel vol groentjes, maar ditmaal aangevuld met het overheerlijke garnaalslaatje van de echtgenoot, gerookte forel en gerookte zalm. Meestal hebben we genoeg voor twee dagen en dan krijg ik de overschot een dag later mee naar het werk. (Anders “offert” de echtgenoot zich meestal op voor onze restjes.) Onze koude schotels zien er ook altijd fantastisch uit: de echtgenoot is een pro in het schikken. En aangezien ik vooral “eet met de ogen”, werkt dat trucje elke keer.
  4. Pizza. Uiteraard eten we ook in de winter pizza, maar toch is het vooral een zomers gerecht. Het was jarenlang de vaste keuze van de oudste op haar verjaardagsfeestjes. Die steevast buiten doorgingen, héél vaak onder een stralend zonnetje. Waarbij de kinderen zich eerst hadden uitgeleefd in het zwembad, of met de waterballonnen. Intussen bakte ik een paar schotels pizza, die we dan buiten, onder de parasol, aan lange tafels verorberden, in fijn gezelschap. Ook onze favoriete keuze in Italië, waar ik de simpele pizza’s leerde verkiezen. Er is niets zo heerlijk als een pizza met olijfolie, ajuin, peper en zout. Of olijfolie, courgette, peper en zout. Of enkel olijfolie en peper en zout. Ja, ik vind een pizza bianca alle verdure (met groentjes) vaak minstens even lekker als de tomatensaus-variant.
  5. Een club-ciabatta. Voor mij hoeft er in de zomer niet per sé gekookt worden. Ik geniet minstens even hard van een vers broodje recht uit de oven. Nog een beetje lauw en knapperig, vol groentjes: sla, tomaten, komkommer, wortelen, een eitje, augurken en ajuintjes. Saus hoeft er niet bij, beleg ook niet per sé, maar een sneetje Hollandse kaas, Italiaanse Parmaham, onze “meesterlijke” hesp of een sneetje gerookte zalm mag gerust. En als we nog boontjes of bloemkool over hebben, prop ik er dat ook tussen. Met de nodige commentaar van de echtgenoot en de kinderen tot gevolg: “het steekt nauw zeker” of “die ene augurk ligt toch écht wel een beetje scheef, daar kan je best nog iets aan doen”.

Toscaans etenEén constante: lekker, vers en vooral véél groentjes, die net dit seizoen bomvol smaak zitten. Laat de zomer dus maar komen, wij zijn er volledig klaar voor. En als de zomer niet wil komen, kunnen we ‘m al in huis halen met onze gerechtjes. Koude schotel morgen? Pizza op maandag?