Uitgaan: theorie vs praktijk (3)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen de theorie en de praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Toen we aan kinderen begonnen, dacht ik in eerste instantie niet meteen aan het fuif-vraagstuk. Maar kleine meisjes worden groot en uiteindelijk komt de vraag wel op je bord. Vroeger dan je had ingecalculeerd natuurlijk. Dan is het een kwestie van overleggen met andere ouders én van je gevoel volgen. Na de vraag of “ze naar die fuif mogen”, volgt immers meteen “want iedereen van de klas mag/gaat”.

Dat tweede deel is bij tieners meestal met een korreltje zout te nemen. Als je doorvraagt, blijkt vaak NIET iedereen van de klas te mogen. Al geven ze je wel het gevoel dat jij echt de allerstrengste ouder ooit in de geschiedenis van de planeet (en bij uitbreiding het sterrenstelsel) bent, je staat daarin nooit alleen. Toch wordt dat meteen weer gerelativeerd: “maar ja, die mag écht niks thuis” of “ja maar die ouders zijn écht wel héél ouderwets”.

Wij hadden op voorhand al eens rondgevraagd zodat we een beetje zicht kregen op de normale startleeftijd voor het uitgaan. Het begint meestal in het vierde middelbaar, rond de leeftijd van 16. Daar hadden we ons dan ook op ingesteld. Maar toen bleek de school van onze dochters een schoolfuif te organiseren en kregen de leerlingen vanaf het derde middelbaar een uitnodiging. Een jaar vroeger dan we ingeschat/gehoopt hadden, maar “omdat werkelijk iedereen mocht” en “bij wijze van uitzondering” lieten we de oudste dan ook maar gaan. Binnenkort kan dus ook de jongste zich stilaan gaan opmaken voor haar eerste (school)fuif.

Maar dan ben je er nog niet. Want als ze mogen fuiven, is er natuurlijk ook nog de kwestie van het einduur. “Hoe lang mag ik blijven?” Ook hier informeerden we ons en kwamen we – in overleg – tot een aanvaardbaar compromis. Voor haar en voor ons. Maar naarmate ze ouder worden, wordt dat einduur in vraag gesteld. En nog een keertje. En dat einduur, daar heb je vooral jezelf mee liggen. Want iemand moet die fuivers ook nog gaan oppikken. En 1 uur ’s nachts valt af en toe best te verteren, maar 2 uur is écht wel een gat in de nacht. En sommigen onder ons hebben al een zekere maturiteit en verteren dat nachtbraken niet zo geweldig 😉.

En hoe vaak mag je dan uitgaan? Want het gaat snel. Daar waar we in het derde jaar de grens trokken bij de schoolfuif, zitten ze amper een paar maanden later al in het vierde jaar en mogen ze al eens wat vaker een stapje in de wereld zetten. En in het vijfde jaar wordt de frequentie nog verder opgedreven. Gelukkig zijn er niet elke maand evenveel “geweldige, onmisbare” fuiven en kunnen de oudjes af en toe ook eens een paar weken recupereren. Maar net zo vaak vallen dé 2 fuiven van het jaar in dezelfde maand als het verjaardagsfeestje van die éne vriendin en die éne keer in het jaar dat ook de oudjes nog eens een stapje in de wereld zetten. Dan ben je best wel opgelucht als er een weekje vakantie volgt zodat je even kan bekomen…

Kijk, als er één conclusie is na bijna 17 jaar ouderschap, dan is het wel dat je je als ouders heel vaak aanpast. Dat je de theorie “op maat van je kinderen” aanpast aan de praktijk. Dat je je gezond verstand moet laten spreken. En dat je af en toe grenzen moet trekken, ook al vinden je kinderen dat niet fijn. Al denken wij dan weer dat we gewoon verschrikkelijke softies zijn en best wat strenger zouden mogen zijn, terwijl zij verzuchten “dat ze niks mogen”… Maar gelukkig maakt hun strijd tegen de grenzen en regels van hun ouders ons aller leven weer wat spannender. Toch 😉?

Perfectie bestaat niet. Gelukkig maar?!

Het perfecte leven bestaat niet, de perfecte ik ook niet, maar toch steken we vaak ongelooflijk veel moeite in het “streven naar”. Dat maakt hoe langer hoe meer mensen doodmoe. Maar het leven is bijlange niet zo schitterend als we op de sociale media tonen. Geweldige feestjes, mooie outfits, gezonde en aantrekkelijke maaltijden tonen we met veel plezier en fierheid. De avonden na de feestjes dat je doodmoe in je pyjama in de zetel hangt of geweldig vroeg in je bed ligt omdat dat uitgaan wel héél lang in je kouwe kleren kruipt, zie je uiteraard niets verschijnen op instagram en consoorten.

wasmand_miniOok ik toon foto’s van onze nieuwe veranda als ze volledig opgeruimd en gekuist is en geweldig blinkt. Wanneer het rekje met onze was er staat, wanneer de boekentassen van de kinderen of volle wasmanden de doorgang volledig versperren, er schoenen verspreid liggen en de tafel bezaaid ligt met hun schoolgerief en hun boeken, dan toon ik dat niet. Dus kies ik voor een beperkte selectie uit ons dagelijks leven. Met aangepaste, glanzende filter uiteraard.

Tegelijkertijd zie ik rond mij hoe langer hoe meer mensen tegen hun grenzen aanbotsen. De combinatie van een (pril) gezin met professionele ambities, bouwperikelen en een druk sociaal leven wordt te zwaar. Ook te veel late twintigers of jonge dertigers willen of kunnen niet meer mee en haken af. Is het omdat we te veel willen? Ligt de druk van de (professionele) maatschappij te hoog? Of doen we het onszelf aan omdat we niet willen of kunnen kiezen?

15 jaar geleden was het bij ons pompen of verzuipen. Drukke professionele bezigheden, kleine kinderen, een huis bouwen: het was een beetje te veel van het goede. Er waren momenten dat we een babysit vroegen om eens een nachtje te kunnen doorslapen. Ons sociaal leven kende een serieuze dip en me-time was er de eerste 5 jaar na de dochters heel weinig bij. Mijn laatste boek (Kapitein Corelli’s Mandoline) las ik vlak voor de geboorte van de oudste. Pas 4,5 jaar en een tweede dochter later las ik met de “Da Vinci Code” opnieuw een boek uit. We beslisten samen dat ik 4/5 zou gaan werken om de combinatie werk-gezin draaglijker te maken. Er kwam een hometrainer: zo kon ik thuis mijn kilometertjes malen en hoefde ik geen babysit te boeken om 1 à 2 keer per maand een duur sportabonnement te verantwoorden.

Tot mijn grote frustratie slaagde ik er desondanks niet in om alles perfect rond te krijgen. Ik wou tegelijkertijd de perfecte mama zijn, de perfecte partner, de perfecte werknemer met een druk en uitgebreid sociaal leven en liefst ook nog fit en gezond, maar ik kreeg dat maar niet voor elkaar. Ik deed mijn best, probeerde voor alles en iedereen goed te doen, maar slaagde daar in mijn ogen te weinig in en vaak ten koste van mezelf. Het was uiteindelijk een storend (en onnodig) werktelefoontje op reis dat mijn emmer deed overlopen. Dat deed me beseffen dat er grenzen waren aan mijn combinatiedrang en mijn flexibiliteit. Het werd tijd om keuzes te maken. Voor mezelf en voor mijn gezin.

Daarna werd het stilaan beter. De dochters groeiden op, ons sociaal leven keerde weer, er kwam terug wat meer balans. Af en toe kregen we zelfs al eens een gevoel van “het lukt”. Tot een zieke dochter, deadlines of een onverwachte gebeurtenis weer roet in het eten gooiden. Gelukkig leer je met de jaren (beter) relativeren. Je leert dat “goed genoeg” ook mooi is. Je leert keuzes maken, grenzen stellen en de consequenties aanvaarden. Je leert dat je niet alles onder controle kan hebben of houden. Je leert om je aan te passen. Je leert vooral dat je niet alles tegelijkertijd kan combineren, maar dat dat best ok is. Meestal toch. Je weet dat na een drukkere periode ook weer een dipje zal volgen dat je wat ademruimte zal geven. Je leert dat je niet altijd en overal bij kan zijn en dat je daar gerust mee kan leven, zolang je maar het beste maakt van de momenten die je wel beleeft. Je leert dat je niet voor iedereen goed kan doen en je aanvaardt dat zolang jouw geliefden daar tevreden mee zijn. Je leert te leven in het moment.

Lukt dat? Soms wel, heel vaak niet. Maar we hebben nog een leven voor ons om eraan te werken. Want geef toe: hoe saai zou ons leven niet zijn als we niets meer hadden om naar te streven…