Stap voor stap gezonder (4)

Intussen zitten we al in de vierde week van de goede voornemens en komen we stapje voor stapje dichter bij dat gezonde leven. De trap nemen in plaats van de lift kunnen we intussen al een nieuwe gewoonte noemen. Ik denk er intussen al niet meer over na: ik loop de lift zonder nadenken voorbij en stap gezwind (😉) naar boven, intussen zelfs al tot de zesde verdieping. Gelukkig blijft de zesde etage de uitzondering die de regel bevestigt, ik mag er nog niet aan denken dat dat ooit een dagelijkse gewoonte wordt.

Het vroeger gaan slapen hebben we al na een week opnieuw begraven. Momenteel heb ik verlof, dus haal ik met gemak mijn nodige slaapuren, maar dat is niet omdat we op tijd ons bed induiken. Wel omdat het deze week zonder problemen lukt om wat langer te blijven liggen. Ik vrees dat dit nooit een gewoonte zal worden, vooral ook omdat ik er tot op heden niet echt een probleem in zie. Zo laat gaan we nu ook weer niet slapen (op hier en daar een uitzondering na) en voorlopig lukt het om in het weekend voldoende slaap in te halen.

Vorige week nam ik me voor om eindelijk ook het fietsen weer op te pikken. Dat was intussen al een aantal maanden geleden: de hometrainer stond hier de voorbije periode voornamelijk stof te vergaren in onze oude bureau, de moderne vergeetput ten huize Tifosa. Als gebruiksvoorwerp wil je er dus liever niet terecht komen. Vorige week nam ik me voor om mijn hometrainer deze week minstens 3 keer een half uur in dienst te nemen.

Het werd een homerun met de hometrainer 😉. Drie keer werd de fiets uit zijn winterslaap gehaald en gelukkig bleek ook mijn conditie de paar maanden roestige rust best te verteren. Tijdens mijn eerste trainingsritje lukte het al meteen probleemloos om een halfuurtje rond te fietsen en dus deed ik er nog een kwartiertje bij. En nog eentje. Omdat ik voor de eerste keer niet wou overdrijven, heb ik na 60 minuten afgeklokt. Voor rit twee en drie werd de hometrainer buiten in het zonnetje gerold en opnieuw ging het trainen bijzonder vlot en maalde ik zonder problemen een uurtje vol. Dat het zonnetje ongenadig brandde en ik dus alweer met een schone (rode) tekening op de rug kan pronken, namen we dan maar voor lief.

Maar ik zal dit ritme nog minstens twee weken vol moeten houden vooraleer we stilaan terug van een gewoonte kunnen spreken. Deze (vakantie)week zal dat allicht geen probleem vormen, maar lukt het daarna om het fietsen te blijven combineren met alle andere uitdagingen op mijn pad? Het begin is er, nu nog volhouden.

20180329_124012[1]Welke goede gewoonte wil ik deze week toevoegen? Ik wil al een tijdje proberen om eens “echt” vegetarisch te koken. En dus niet zomaar een maaltijd bereiden waarbij ik het vlees van de huisgenoten simpelweg vervang door een vegetarisch alternatief. Ik wil proberen om een volwaardige groentenmaaltijd te bereiden. Eentje die vult en smaak heeft. Zo had ik al een tijdje “Plenty” van Ottolenghi in huis gehaald ter inspiratie. Maar dat boek heeft tot nog toe vooral mijn boekenkast versierd en héél weinig geïnspireerd. Deze verlofweek lijkt mij het ideale moment om daar verandering in te brengen, tussen het fietsen, het trappenlopen en het voldoende slapen door. Een makkie, niet?

 

As we speak: sportief en gezond

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Sportief. De goede voornemens worden stilaan echt wel weer een gewoonte. Het heeft een paar weken gekost, maar intussen heb ik het goede ritme terug te pakken. 4 keer per week fiets ik op de hometrainer. Ik ben begonnen met een uurtje, intussen rijd ik 80 minuten per keer. Afgelopen zondag zat ik zo in de flow dat ik relatief vlotjes de kaap van de 90 minuten rondde. Loopt het elke keer zo vlot? Natuurlijk niet. Op sportief vlak presteer ik duidelijk beter tijdens de ochtenduren dan in een avondsessie. Die probeer ik dan ook zoveel mogelijk te beperken, maar langs de andere kant zal ik nu ook geen uur vroeger opstaan om mijn fietsroutine af te werken. Ik fiets op mijn thuisdagen zoveel mogelijk ’s ochtends en combineer dat met één avondritje.

Gezond. Ook het fruit eten is intussen routine geworden. De truc die het ‘m voor mij deed, was om al mijn fruit bij het ontbijt te verorberen. Als ik thuis ben, begin ik met een pompelmoes. Als ik moet gaan werken, sla ik deze stap over wegens te veel gepruts, te veel gesmos en te veel tijdverlies. Daarna eet ik mijn havermout met noten en chocolade. Aansluitend volgt een fruitslaatje, meestal bestaande uit een banaan, een kiwi en een handvol blauwe bessen. Om dan te eindigen met mijn kopje koffie. Daar waar ik vroeger met moeite 10 uur haalde voor mijn maag weer begon te knorren en smachtte naar zoetigheid, volstaat een handjevol noten rond een uur of 11 om de middag te halen.

OntbijtEen opmerkelijk effect na een maand fruit eten is dat ik opvallend minder trek heb in zoet. Vroeger waren mijn tussendoortjes altijd koeken. “Gezonde” koeken (lees: Grany) uiteraard (dat maakte ik mezelf toch wijs), maar eigenlijk had ik de ganse dag door trek in zoet: koekjes, chocolade,… Intussen ruilde ik de Cola Light voor water (en spuitwater met een smaakje) en eet ik terug fruit, maar is de trek in zoet een pak minder geworden. Enkel een klein stukje chocolade na het eten blijft mijn favoriete zonde. Ook frisdrank zegt me niet meer zoveel, al kan ik wel intens genieten van het ene blikje Finley (pompelmoes-bloedsinaasappel) in het weekend.

Een kilo lichter. Ik wou dat ik kon zeggen dat mijn nieuwe, gezonde levenswijze effect heeft, maar de waarheid is dat het buikgriepje van afgelopen week nog steeds een beetje in mijn lijf hangt. Mijn porties zijn nog altijd een stukje kleiner dan tevoren. Wat dus resulteerde in een kilo gewichtsverlies op een week tijd. Ook het fietsen heeft niet echt een impact op mijn conditie of energiepeil. Het is fijn om te fietsen, het voelt goed om mijn lijf tot het uiterste te drijven en na afloop kan je echt wel wegzinken in zo’n zalige uitputting, maar het is niet zo dat ik me energieker en minder vermoeid voel. Al kan ook dat natuurlijk nog voortvloeien uit de naweeën van het ziek-zijn.

Maar we gaan wel door op de ingeslagen weg. Het is intussen ook al ingesleten in de planning in mijn hoofd: thuisdag = fietsen, ontbijt = fruit. We rekenen op de zon, op rustige vakantiedagen en veel gezonde slaatjes om ook de laatste naweeën van het griepje uit mijn lijf te krijgen. Want april wordt druk: veel feestjes, veel sociale verplichtingen. Daar kijken we naar uit, en dus kunnen we beter maar in topvorm zijn.

Weg met de stappenteller!

Toen mijn smartphone vorige week van de hersteldienst terugkeerde, was hij uiteraard volledig gereset. Ik kon dus meteen alle apps die erop stonden opnieuw opladen. En dat doe je uiteraard snel. Binnen het uur stonden facebook, instagram, wordpress en twitter opnieuw op mijn gsm en was ik weer up and running.

Maar er was één app waar ik wel even over wou nadenken: mijn stappenteller. Ik denk dat die app een klein jaar op mijn gsm gestaan heeft. Ergens vorig jaar in mei of juni heb ik ‘m geïnstalleerd. Op zich vond ik het best een nuttige app. Hij heeft me geleerd dat 10.000 stappen per dag ongelooflijk veel is. Mijn doel (volgens de app) was 6.000 stappen per dag en dat haalde ik enkel op werkdagen, als ik met de trein pendelde en ’s middags ook nog een halfuurtje wandelde. Op thuisdagen kwam ik nog niet in de buurt van mijn 6.000 stappen. Helemaal niet trouwens. Er zat regelmatig een zaterdag of zondag tussen met minder dan 500 stappen. Niet echt schitterend.

Maar je moet dat meteen ook relativeren. Op mijn dagen thuis lag de gsm meestal gewoon op de kast, of stak hij in mijn handtas. Af en toe nam ik mijn telefoon wel eens vast om mijn social media of mijn mail te checken, maar als je druk bezig bent, heb je dat ding niet elk uur in je handen. En dat relativeerde meteen ook mijn “prestaties”. Want ook op thuisdagen ben ik best wel actief bezig: eten koken, de was ophangen, opruimen, van boven naar beneden crossen en nog eens terug,… Alleen heb ik mijn gsm dan uiteraard niet altijd bij en wordt “mijn activiteit” dus niet geregistreerd.

Er waren periodes en dagen dat ik wel mijn best deed, en dan stak ik de gsm een hele dag in mijn broekzak, om toch te kunnen meten hoeveel stappen ik thuis afleg. Of ik stapte nog 5 extra minuten als ik merkte dat ik die dag nog 5 actieve minuten te kort kwam. Maar ik werd het stilaan beu. Ook toen ik mijn fietsroutine een aantal weken geleden nieuw leven in blies, bleek de health app redelijk waardeloos. Aangezien ik mijn trainingen afwerk op een hometrainer, leg ik dus geen kilometers af en registreert de app dus niks. Mijn fietstrainingen van een uurtje, zo’n 4 keer per week, kwamen dus niet in mijn “activiteitenmeter”. En dus kreeg ik berichtjes dat ik “mijn activiteiten moest opkrikken” terwijl ik die dag bijvoorbeeld al een uur gefietst had.

Hoewel dat ding nu bijna een jaar heeft geregistreerd wat ik heb uitgespookt en ik de meeste weken volgens de app “boven het gemiddelde van mijn groep vergelijkbare vrouwen” presteerde, heb ik me niet echt beter, gezonder en/of fitter gevoeld. Integendeel, de app werd eigenlijk “een extra verplichting” en gaf soms extra (mentale) druk “om toch nog 5 minuten te gaan wandelen om alsnog mijn stappen van de dag te halen”.

Toen ik mijn gsm dus opnieuw installeerde, liet ik de stappenteller eraf. Het hoeft voor mij niet meer, ik weet dat ik meer dan genoeg beweeg. En of het toeval is of niet, maar deze week (week nummer 4 van de teruggevonden fietsliefde) presteerde ik uitzonderlijk goed: ik haalde probleemloos telkens de 50 km en zelfs mijn enige avondsessie liep bijzonder vlot. Sinds ik niet meer registreer, is de mentale druk weg, maar sport ik des te beter en voelde ik voor het eerst zelfs iets als een “biker’s high”. Meteen ook alweer een bevestiging van het feit dat ik meer “op gevoel” functioneer dan “op cijfers” ;-).

Op naar een gezonder leven ?

Bij mijn goede voornemens zit elk jaar wel het algemene “gezonder leven”. Meestal begin ik het nieuwe jaar met een overdreven fietsroutine, eet ik een paar dagen wat meer fruit dan normaal en weiger ik op het eerste Nieuwjaarsfeestje in januari dat éne glaasje bubbels. Twee weken later zijn de gezondere levenswijzen dan stilletjes in rook opgegaan. De fietsroutine lukt niet meer – geen energie – het fruit ligt stilaan te vergaan in de koelkast en op het tweede feestje in januari kon dat éne glaasje bubbels al geen kwaad meer. Het tweede ook niet trouwens.

Ook dit jaar was er bij het begin van het jaar weer het “gezondere leven”. De Cola Light-verslaving was al afgehandeld, nu was het tijd om het gezonder eten en het fietsen weer in de praktijk te brengen. Het liep echter moeizaam. Een veel te drukke januari (alweer) en dus was er geen tijd, geen evenwicht, geen ritme en geen goesting. Maar met de start van een nieuwe maand sloot ik me aan bij “Tournée Minérale”, bestelde ik “Nooit meer diëten” en haalde ik de hometrainer vanonder zijn dikke laag stof.

Lukt het? Bah, laat ons zeggen dat ik deze week “Nooit meer diëten” gelezen heb en dat ik nu weet dat “goede voornemens” 3 weken praktijk nodig hebben vooraleer de verandering ingesleten is en een gewoonte wordt. En dat we woensdag ongelooflijk veel fruit in huis gehaald hebben en dat ik sinds woensdag mijn fruitgehalte van deze maand vervijfvoudigd of zelfs meer heb. Wat niet moeilijk was aangezien ik in de 15 dagen tevoren géén fruit gegeten had en sinds woensdag toch wel een stuk of 10 kiwi’s, bananen, blauwe bessen en pompelmoezen. Maar na 3 dagen kan je moeilijk van een gewoonte spreken natuurlijk. Wat wel helpt, is de tip dat je met “alle kleuren van de regenboog” aan de slag moet. Kleurgevarieerd fruit en groenten eten, het is eens iets anders.

Het fietsen zijn we stilaan weer aan het opbouwen. Ik zou graag toch weer een drietal keer per week een uurtje fietsen, maar daar zitten we nog niet.  En Tournée Minérale ging ontzettend goed tijdens de eerste 10 dagen van de maand, maar tijdens het tweede weekend was een date met de echtgenoot én de verjaardag van een vriendin er te veel aan. Eén mojito en één glaasje bubbels, en grandioos door de mand bij Tournée Minérale. Maar ik heb wel van mijn drankjes genoten ;-).

Als het ook écht drie weken duurt vooraleer een goed voornemen erin gesleten zit, dan hebben we nog een lange weg te gaan. Maar het begin is er. Als nu het zonnetje nog een paar weken van de partij wil blijven, dan wordt het misschien écht wel een nieuwe levenswijze. De ontluikende lente, de eerste zon, het verlangen naar jurkjes, blote benen en een gebruind velletje doet mij automatisch gezonder eten en meer bewegen. Met de eerste zonnestraaltjes, de krokusjes en narcissen die opduiken, wil ik niet alleen bloemetjes in huis halen, maar heb ik ineens trek in (fruit)slaatjes, fietsen en wandelen.

Zien of de verandering dit keer standhoudt. Want we moeten eerlijk zijn, van zodra het (stort)regent, ganser dagen grijs is en de zon zich een paar dagen verborgen houdt, zakt ons energiepeil, verkiezen we een avond tv-sofa-hangen boven een intens fietstochtje van een uur en wordt er al eens sneller de voorkeur gegeven aan frietjes uit de frituur dan aan een heerlijk kleurgevarieerd slaatje. De wil mag er dan wel zijn, het vlees durft al eens zwak zijn…

3 weken en we hebben een gewoonte. Nog 18 dagen te gaan!

health

(www.someecards.com)

De griepspuit: wel of niet?

Begin deze week was ik alweer geveld door griep. Al voor de tweede keer dit jaar. Buikgriep, net als zovele Belgen momenteel. Rust houden en op dieet. Een mens kan niet erger gestraft worden. In de zetel hangen terwijl er zoveel in huis moet gebeuren: het is een ware verzoeking. Om dan nog maar te zwijgen van het regime van toastjes met confituur, kippensoep en kippenwit met gekookte rijst of pasta. Het duurt nog geen dag of ik droom alweer van alle dingen die ik niet mag eten… Een voordeel: ik was even 2 kg kwijt. Jammer genoeg bleef mijn “geluk” niet duren: op mysterieuze wijze is één verdwenen kg alweer terecht ;-). Dju toch.

Maar het was in 2016 al de tweede keer dat ik besmet raakte. Ik laat dan ook al jaren geen spuitje meer zetten. Ooit liet ik dat wel doen: we kregen het op het werk, het was gratis, we zaten met jonge kinderen,… Maar helemaal griepvrij ben ik nooit geweest. Elk jaar sprong er wel eens een virusje over van de kinderen en bracht ik een paar dagen – zagend – in de zetel door.

Zelfs bij de leraar-echtgenoot deed de griepspuit (een paar jaar later dan bij ons in de privé) zijn intrede. Ook dat werd aangeraden. Voor een klas staan brengt je uiteraard (vaak) in contact met zieke leerlingen. De echtgenoot had jaarlijks wel een weekje (meestal in januari) dat hij in de zetel diende uit te zieken. (En als de echtgenoot ziek is, dan is hij serieus ziek!) Dus was ook hij gewonnen voor de “veiligheid” die de griepvaccinatie in ons leven zou brengen.

Maar het was geen onverdeeld succes. Absoluut niet eigenlijk. Nog nooit was de echtgenoot zo vaak ziek als dat jaar. Een kleine minderheid van de bevolking kan reageren op de griepspuit. Check! Soms zitten ze er ook gewoon naast bij de keuze van de virussen die ze in het vaccin opnemen. Check! In plaats van zijn jaarlijkse weekje uitzieken werden het er dat jaar een pak meer. Minstens 4 keer kon hij een paar dagen uitzieken. Misschien was hij toen telkens net iets minder zwaar getroffen dan anders, maar dat is uiteraard relatief: een “beetje” ziek bestaat niet.

Het was dus een éénmalig experiment. Voor de echtgenoot hoefde het niet meer. We hadden dat jaar héél duidelijk de bijwerkingen gezien en dus lieten we het maar zo. Met weinig effect trouwens. We hadden nog wel ons jaarlijks ziektedipje, dat overigens best ingrijpend kon zijn met 2 jonge kinderen. Binnen de 48 uur met zijn vieren plat gaan door zware buikgriep is niet bepaald aangenaam. Zeker niet als de ouders op exact hetzelfde moment samen ten onder gaan en je dus midden in het weekend een oppas kan regelen voor je net herstellende kinderen. Opmerkelijk trouwens hoe snel kinderen herstellen en hoeveel tijd dat dan weer kost bij de oudjes (die uiteraard wel zo goed als 2 nachten niet geslapen hadden om voor de zieke dochters te zorgen).

Maar de jaren gingen voorbij, de dochters groeiden op en werden sterker. De ziektedipjes groeiden er stilaan uit. Bij hen dan toch. Ik ben geen piepkuiken meer: is het de leeftijd die zijn tol eist? Feit is dat ik niet meer zo goed recupereer als vroeger. Ik word vatbaarder. Meestal kan ik ook vanuit de zetel beamen dat een griepepidemie België in zijn greep houdt. Misschien moet ik volgend jaar die spuit dan toch terug laten zetten: als het voor de “ouden van dagen” wordt aangeraden, zal het voor mij ook geen kwaad kunnen zekers?

Wat doen jullie? Laten jullie je inenten? En merken jullie dan ook een verschil? Zijn jullie beter beschermd?

Een valse start in 2016

Na amper één dagje werken, zat ik vanaf dinsdag al terug thuis door een darminfectie. Van een valse start in 2016 gesproken! En laat ik nu niet meteen de ideale patiënt zijn…

  • Ziekteverlof = rusten 

Dat is meteen om problemen vragen met deze patiënt. Ik leef immers in de overtuiging dat het “ziekteverlof” het ideale moment is om de huishoudelijke achterstand weg te werken. Niet meteen uiteraard, maar na een dagje uitzieken heb je meestal nog 2 dagen ziekteverlof over, die je dan best ook nuttig kan gebruiken, niet? En dus begint deze patiënt te strijken, op te ruimen of andere huishoudelijke klusjes in te halen.

Ervaring heeft me intussen echter geleerd dat dit een zeer slecht idee is. Het niet respecteren van de door de dokter opgelegde rust zorgt er alleen maar voor dat het herstel een pak langer duurt. Dat ik nog weken kamp met de naweeën van het virus dat me te pakken had. Dagenlang blijf ik oververmoeid en des te vatbaarder voor nieuwe ziektekiemen. Dus probeer ik écht waar rust te houden als de dokter me dat voorschrijft. Daarom halen we boeken in de bib, of brengt de echtgenoot een lading “boekskes” mee. “Dan ben ik tenminste zeker dat je toch minstens een paar uur zal rusten…”

Het helpt bovendien enorm als je lijf ook daadwerkelijk protesteert tegen wat voor inspanning je ook probeert te doen. De afwasmachine uitladen was voldoende voor een paar uurtjes slaap op de zetel. Een poging om voor boodschappen te zorgen in de Colruyt leidde tot een uitgebreide middagdut…

  • Darminfectie = op je eten letten 

“Het beste wat je kan doen, is rusten en op je eten letten”, zei de dokter.  In eerste instantie kon ik er nog enigszins (groen) mee lachen. Dat het misschien toch wel beter was zo na die zware feestdagen: het eens een paar dagen wat kalmer aan doen. Dat iedereen het nieuwe jaar start met goede voornemens en dat ik nu dankzij de dokter toch ook wat gezonder zou leven. Maar toen kreeg ik honger. En neen, van koekjes, chips, warme chocomelk,… was uiteraard geen sprake. Wat een straf 😉 !

  • Ziekteverlof = zagen 

Ik ben duidelijk niet de makkelijkste patiënt. Ik werk tijdens mijn ziekteverloven en mijn (gedwongen) rustperiodes op het systeem van mijn omgeving, en dan vooral op dat van de echtgenoot. “Neen, natuurlijk kan je niet veel doen tijdens je ziekteverlof. Ja, natuurlijk ben je moe als je wat hooi op je vork neemt. Je zal je erbij neer moeten leggen en gewoon rustig je periode uitzitten.”

Als het niet loopt zoals ik zou willen of zoals ik gepland heb, dan begin ik te zagen. Ik maak immers altijd en overal plannetjes. Ziek? Meteen begint mijn hoofd de “vrijgekomen” tijd in te vullen. Probleem is dat het lijf zich ellendig voelt en niet mee wil. Alleen blijft dat hoofd maar doorgaan: van plan A over plan B en C tot ik het hele alfabet heb afgewerkt. Maar dat lijf volgt niet! Niet op dag één, maar daar kunnen we nog enigszins mee leven. Dag 2 gaat ook nog niet, wat al iets moeilijker is om te verteren, maar toen ook dag 3 nog geen beterschap bracht, werd het ook mijn hoofd teveel.

  • Ik ben een hypochonder 

Als het na een bepaald aantal dagen rust nog niet loopt hoe ik het zou willen of gepland heb, dan gaan er alarmbelletjes af. Dan begin ik te vrezen dat ik nooit meer beter  zal worden, of dat ik met één of andere chronische toestand zal kampen of dat er nog iets ernstigs verborgen zit dat de dokter over het hoofd heeft gezien. Dat dit het gevolg is van de 42 jaren die ik intussen op de teller heb en dat het vanaf nu alleen maar bergaf kan gaan, want “jonger worden we er ook niet op”.

Dan slaat mijn verbeelding compleet op hol. Dan zie ik voor mij hoe ik de rest van mijn dagen zal slijten in de zetel of in bed, hoe het huis een enorme rommelhoop wordt (want uiteraard doet in mijn gedachten niemand anders hier iets: stereotypering ten top 😉 !), hoe niemand nog iets aan mij zal hebben,… Tot de echtgenoot thuis komt en alles relativeert: “Waarom denk je dat de dokter je zoveel dagen voorschrijft? Die weet echt wel wat ze doet hoor, heb nu eens wat geduld, het zal langzamerhand wel beter gaan…”

  • Ik leer maat houden, met vallen en opstaan 

En dan komt toch het moment dat je het voelt keren. Dat je voor het eerst weer met smaak kan eten. Dat je een tocht naar de Colruyt overleeft zonder te bekomen in de zetel. Dat het zagen vermindert en er al eens terug een grapje vanaf kan. Dat je toch een kop chocomelk drinkt zonder dat uit te boeten. Dat je je terug mens begint te voelen (en alle zwarte visioenen ziet vervliegen).

In vroeger tijden zou dat het sein geweest zijn om er meteen terug in te vliegen. Om boven alle bedden te gaan verversen, om manden strijk te verzetten en om een tandje bij te steken. Gelukkig weet ik intussen beter en zullen we het nog een weekendje kalm aan doen. Zullen we uitslapen en voldoende rust inbouwen. Zullen we mijn lijf de tijd geven om te herstellen, zodat de nieuwe start wel de goede wordt ;-).

(Op dit punt lacht de echtgenoot mij vierkant uit: “Eerst zien en daarna geloven!”)

lachen

Ik beken: ik ben een snoeper

etenIk ben dol op eten. Lekker uit eten gaan, altijd een dessertje, op tijd en stond een heerlijk tussendoortje,… Ik leef eigenlijk van maaltijd tot maaltijd. Mijn eerste vraag ’s morgens is vaak “wat eten we straks?” Dan kan ik me immers mentaal al voorbereiden en kan ik beginnen “voorgenieten”. Als er op het werk getrakteerd wordt, ben ik er als de kippen bij. Ik heb ook altijd een noodvoorraad koekjes in mijn bureaulade liggen. Mijn motor heeft op tijd en stond brandstof nodig. Of: als ik te lang niets eet, word ik knorrig én slap.

Na mijn puberteit heb ik wel “met mate” leren genieten. Het hoeft niet zo nodig een hele chocoladereep te zijn, ik ben perfect gelukkig met een klein stukje. Een bolletje ijs is trouwens ook al ruim voldoende om te kunnen genieten. En sinds we ons in de Colruyt beperken tot de mini-zakjes chips hou ik zelfs mijn chips-verslaving in toom. Ja, ik heb “karakter” (op eetvlak dan toch).

En toch merk ik de laatste tijd dat er hier en daar een kilootje bijkwam én bleef plakken. Ondanks alle goede voornemens van dit jaar slaagde ik er niet echt in om meer groenten en fruit te eten. En mijn fietsgewoonte raakte ik stilaan een beetje beu en dus durfde ik wel eens te slabakken. Was het dramatisch? Neen, bijlange niet, maar ik begon toch te voelen dat mijn broeken wat spannender werden (en de rest van de kleren dus ook). En dat begreep ik niet, want ik at toch gezond en ik sportte toch meer dan voldoende?

Vroeger was het dan genoeg om het eens een paar dagen wat rustiger aan te doen. Om me eens een weekje op groenten en fruit te storten en de tussendoortjes te laten. Maar sinds ik de kaap van de 40 gerond heb, lukt dat trucje niet meer. Of heb ik gewoon het karakter niet meer ;-). En dus installeerde ik begin deze week – na een interessante blog van Prinses – de (gratis) eetmeterapp op mijn gsm. En begon ik nauwkeurig alles in te geven wat ik at. En na 3 dagen valt dat eerlijk gezegd toch tegen. Niet dat ik overdrijf en zoveel eet ik absoluut niet, maar er waren toch wel heel veel koekjes én chocolaatjes én chips én ijsjes én andere dessertjes ingeslopen…

En dus heb ik de voorbije dagen ’s morgens braafjes wortelen geraspt (als tussendoortje) en ben ik terug beginnen fietsen. Want ik zou het toch fijn vinden dat mijn broeken weer net iets ruimer zitten. En als ik het in de week kalm en gezond aan doe, dan kan ik in het weekend toch minstens één klein dessertje eten, niet? Of een glaasje wijn drinken? Of een heerlijke pasta eten? Of één zalig lekkere hamburger?

cookiesMisschien kan ik mijn fietsintensiteit beter gewoon terug opdrijven, want laat ons eerlijk zijn: wat eten betreft, is het vlees gewoon zwak 😉 !

Huisje ziekenboeg

griepHet was me wat de afgelopen twee weken. Vorige week werd de echtgenoot ziek. Griep. En hij had het goed te pakken. Hoge koorts, zware hoest,… En het bleef maar duren. Dag 6… eindelijk wat minder koorts, maar geen stem meer. Een hele week ziekteverlof. Ik denk dat het geleden is van voor we kinderen hadden dat hij het zo zwaar te pakken had.

Begin deze week klaagde de jongste over oorpijn. Ze dacht een stop te hebben. Ook de oudste had wat last van de oren. Wij dus opnieuw naar de dokter. Bleek de jongste een oorontsteking te hebben. We kregen een doosje antibiotica mee naar huis. Ze had geen moment geklaagd. Het moet nochtans niet aangenaam geweest zijn.

Het is weer die tijd van het jaar. Het is winterperiode, het weer kwakkelt, het was weer even moeilijk om de motor in gang te krijgen na een heerlijke kerstperiode. En januari is een drukke maand: nieuwjaarsfeestjes, de jongste verjaart, het was elk weekend wel iets. En dan gaan we door en dan vergeten we af en toe onze broodnodige rust in acht te nemen en dan raken we wat oververmoeid en dan krijgen de virusjes ons te pakken.

En dus kijken wij hier met zijn allen uit naar de Krokusvakantie. Even een weekje rust. Even bekomen, wat bijslapen en wat genieten van elkaar. Het is nodig. Want als de echtgenoot maar half is, dan draait ons gezin ook maar op halve kracht…

Vanavond niet schat, ik heb hoofdpijn

hoofdpijn_miniDeze week was ik 3 dagen kwijt. Een migraineaanval. Dinsdag begonnen, even gaan liggen, woensdagavond opnieuw doorgekomen en donderdagochtend groot feest. Letterlijk dan: het bonkt in mijn hoofd en ik zie zwarte vlekken. En helaas kan ik niet zeggen dat ik op Tomorrowland sta.

Ik zou het intussen al gewend moeten zijn. Het maakt nu toch al vele jaren deel uit van mijn leven. Ergens in mijn late tienerjaren dook dit zwarte beest voor het eerst op, het bloeide volop in mijn twintiger en dertiger jaren en nu neemt het stilaan af. Enfin, het beperkt zich nu tot een paar keer per jaar. Het was nog maar de eerste keer dit jaar dat ik niet kon werken. Dat was vroeger wel anders.

Ik kan niet zeggen dat het als een verrassing kwam, toen ik mijn eerste aanval kreeg. Het maakt deel uit van het genetisch pakketje dat ik kreeg bij mijn geboorte. Samen met de gehoorproblemen trouwens. Ze hebben mij wel goed bedeeld toen ze de X-chromosomen combineerden 😉

Nu moet ik er wel eerlijk aan toevoegen dat ik het ook een stukje aan mezelf te wijten heb dat het deze week zo zwaar doorkwam. Ik heb immers al ervaring en weet wat ik moet doen om het in de hand te houden. Maar – en ook dat is alweer een familiale erfenis – ik denk te vaak dat ik het beter weet dan de dokters én ik ben niet zo happig op de pilletjes die erbij horen. Zo’n pilletje nemen wil immers zeggen dat je een paar uur plat gaat, maar ze beletten wel dat de aanval zich doorzet. Maar die pilletjes hebben redelijk wat bijwerkingen en ik probeer ze dus zoveel mogelijk te vermijden.

Soms lukt het. Soms ga ik slapen en ebt de hoofdpijn weg in mijn slaap. Dat was dit keer helaas niet het geval. En dus kreeg ik onder mijn voeten van mijn dokter. Dat een zware migraineaanval te vergelijken is met een zware hersenschudding en dat ik die dus toch beter vermijdt.

Enfin, de pilletjes hebben gewerkt. Ik ben wel nog de hele dag suf geweest en heb nog met een houten kop rondgelopen, maar ik ben er terug bij. Min of meer. Met de goede voornemens in elk geval om de volgende keer wel het doktersadvies op te volgen. Want aan de gehoorproblemen én de migraine kan ik misschien niet ontsnappen, maar de familiale “betweterige” koppigheid kan ik op dit vlak misschien beter in de hand houden 😉