As we speak: vakantiemodus on

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Vakantie! Eindelijk! Voor het eerst in jaren hebben we ons verlof anders gepland. We kozen niet voor de maand juli, maar planden onze vakantie (grotendeels) in augustus. En dat deed toch even pijn. Juni is immers een drukke maand voor de echtgenoot en de dochters en dus probeer ik thuis wat meer in te springen. Maar het bobijntje is hier meestal echt wel af tegen einde juni en dat was dit jaar eigenlijk niet anders. En toch deden we nog een paar weekjes erbij. Drukke weken. Onze deadlines naderen, we moesten het tempo dus nog even hoog houden.

Kleine kwaaltjes. Dat het op was, en dat het tijd was voor vakantie, werd de laatste weken wel duidelijk. Het bijslapen op woensdag en in de weekends bleek telkens hoognodig. Er dook al eens terug een migraineaanval op, wat maanden geleden was. En sinds een paar dagen sukkel ik ook met een oogontsteking. Niets ergs, alleen maar wat lastige kwaaltjes, maar toch tekentjes aan de wand dat het lijf naar rust snakt.

Vakantieprojecten. Het kan toch niet zijn dat we onze vakantiedagen in ledigheid doorbrengen, zeker. Verlof moet je verdienen, niet alleen op het werk. Al jaren plannen wij toch minstens één schilderprojectje in onze grote vakantie en dat kon ook dit jaar uiteraard weer niet uitblijven. Onze tienerdochters zijn hun kinderkamers ontgroeid en bovendien hebben hun muren toch wel héél hard geleden onder hun lijflijke aanwezigheid. Dus mochten onze dames een nieuw kleurtje kiezen en zijn wij alweer met de verfrollen in de weer. Enfin, vooral de echtgenoot was de afgelopen week in de weer, sinds vandaag kan hij op mijn (overigens zeer gewaardeerde) hulp rekenen.

Tour. Het voordeel van het verschuiven van ons verlof is dat we dit jaar wél in het land zijn tijdens de Tour. Dat we voor het eerst in jaren geen Gazzetta dello Sport moeten kopen om te weten hoe het in de Ronde van Frankrijk loopt. We kunnen het nog eens met eigen ogen volgen. En dan is het voor mij toch wel een beetje teleurstellend dat we “live” meemaken dat Froome alweer zal zegevieren. Ik zal niet ontkennen dat hij allicht de beste van het pak is, maar hij heeft zo weinig uitstraling. Ik word er niet warm of koud van. Hij doet mij denken aan Miguel Indurain. Dat was ook een geoliede machine, maar er is geen hoek (of zelfs maar een piepklein hoekje) af. Het heeft niks heroïsch als je een koers “controleert” en het verschil maakt in de tijdrit(ten). Geef mij dan maar Sagan: je beleeft altijd wel iets met de Slovaak. Die gaat er tenminste voor: aanvallen, ook al levert het weinig of niks op…

Red Flames. Het werd een beetje opgeklopt. Er werd aandacht gecreëerd, onder andere dankzij de nochtans meer dan degelijke commentaar van Imke Courtois bij het mannenvoetbal. Zo zit je dan vol verwachting voor het scherm voor de allereerste EK-match van onze Belgische nationale vrouwenvoetbalploeg. En dan is het toch een beetje slikken als je het niveau ziet. Mag er meer (media)aandacht komen voor het vrouwenvoetbal? Zeker. Mogen de matchen uitgezonden worden? Natuurlijk, maar het hoeft misschien niet per sé in prime time op één. Ik denk dat er een aantal vrouwelijke topbasketsters (zoals onze nationale trots Ann Wauters) zich afvragen waarom zij nooit op die aandacht kunnen rekenen. De verkeerde bal, zeker?

Roger Federer wint Wimbledon. Midden in het Tourgeweld ging de uitzonderlijke prestatie van deze geweldige sportman (in alle betekenissen van het woord) een beetje verloren. Wereldklasse! Met de kleine kanttekening dat hij dit nog altijd realiseert mede dankzij zijn vrouw, die zich al jaren wegcijfert in zijn schaduw. Weinigen weten nog dat ook zij een verdienstelijk tennisster was in haar jonge jaren. Terwijl hij zich concentreert op zijn sport, houdt zij hun gezin draaiende. Alle lof trouwens ook voor “feminist” Andy Murray, die op een geweldig fijne (Britse) manier het seksisme van een journalist aan de kaak stelde na zijn nederlaag in de kwartfinales. Ik heb er nog maar weinigen dat – op zo’n manier – zien doen in de sportwereld.

Gin tonicGin Tonic. Het was ongelooflijk schoon weer de afgelopen weken. Er was dus af en toe al wel een klein vakantiesfeertje. Bovendien waren er fijne samenkomsten tijdens onze weekends en werd er al eens een feestje gevierd. En dan durft een Gin Tonic al eens smaken. Al hebben we snel geleerd dat 1/3 gin misschien toch écht wel wat veel van het goede is ;-).

Er werd weinig gelezen, er werd weinig tv gekeken de afgelopen weken. Maar de vakantielectuur ligt klaar en Dunkirk staat op de filmplanning van zodra het weer wat minder wordt. Nog twee dagen schilderen, de boel opkuisen en uitmesten en de vakantie begint “voor echt”. Al is het misschien vooral een “state of mind”: er “moet” even niks meer, maar er “mag” veel. Uitslapen bijvoorbeeld, uitgebreid ontbijten, rustig de krant of een boekje lezen… Laten we daar morgen meteen werk van maken ;-).

Dansoptreden met tunnelvisie

Onze dochters hadden dit weekend weer hun jaarlijkse dansoptreden. Onze meisjes oefenen een heel jaar lang jazz en hiphop voor dit ene dansweekend. De hele familie komt onze dochters bewonderen, met de mama en de papa als hun grootste groupies: die missen geen enkel optreden ;-).

Deden ze dat goed? In mijn ogen wel natuurlijk, maar ik ben dan ook de mama. Uiteraard vond ik het optreden van mijn dochters prachtig. Ze hebben ritme, ze dansen met gevoel. Dat hebben ze van de papa-drummer. Bovendien moeten we eerlijk zijn, ik ben allang blij als ze het einde van de avond halen zonder misstappen, black-out of van het podium te donderen (been there!). Zolang alles maar zonder incidenten verloopt, ben ik allang tevreden. Die paar kleine foutjes waar ze op het einde van de avond altijd weer over sakkeren, heb ik toch nooit gezien.

En hoe doen ze het dan in vergelijking met de anderen? Mag ik daar eerlijk op antwoorden? Ik zou het echt niet weten. Tijdens hun dansjes heb ik maar oog voor één iemand en dat is mijn dochter. Ik zou je achteraf echt niet meer kunnen vertellen met hoeveel ze op het podium stonden en wat de persoon voor, achter of naast haar aan het doen was. Zelfs al zou er aan de andere kant iemand naakt het podium opkomen, ik zou het niet gezien hebben. Ik heb in mijn tunnelvisie alleen oog voor mijn meisjes. Die ene keer dat ze samen in één groep zaten, vond ik het ook verschrikkelijk moeilijk om beide dames te zien dansen. Ook nu hadden ze een dansje samen, maar het stuk dat ze met twee tegelijk in actie kwamen, stonden ze schoon naast elkaar. In één oogopslag te zien. Ik denk dat de dansleraressen rekening houden met de gevoeligheden van de ouders in de zaal ;-).

smile

(www.thefabuloustimes.com)

Wat mij na het dansweekend telkens weer ongelooflijk fier maakt, is het overduidelijke plezier dat mijn dochters hebben in het dansen. Toen ze deze middag vertrokken, zei de oudste dat ze er ontzettend naar uitkeek, nog een middagje op het podium. En mijn beide dochters staan met een “big smile” op dat podium. Dat hebben ze weer van de papa, die voelt zich ook thuis op een podium. En op het einde van de dag is dat voor mij het enige dat telt: ze staan daar graag en met overgave te dansen. Het plezier spat van hun gezichten, daar waar je bij andere kindjes soms de spanning en de concentratie kan aflezen. Of ze ziet en hoort meetellen of meezingen, wat overigens wel heel erg schattig is.

Intussen is het rustig in huis. Een weekend podiumbeest spelen, kost duidelijk wel energie. Gelukkig hebben we een korte week voor de boeg.

Vijf op vrijdag: favoriete zomergerechtjes

In de zomer eten wij anders dan in de winter. In de donkere, koude wintermaanden zal ik vaak trek hebben in hartige, zwaardere stoofpotjes of ovenschotels met veel puree en gebakken patatjes, terwijl ik in de zomer liefst licht en luchtig eet. Wat niet altijd “gezond” betekent, maar de kans daarop is in de zomer over het algemeen wel groter dan tijdens de wintermaanden.

Ook het snoepgoed verandert. Als we tijdens de wintermaanden regelmatig cake, brownies of koekjes bakken of af en toe eens vanillepudding koken, dan zullen we in de zomer de ijsmachine al eens vaker uit de kast halen (of de crèmerie in het dorp met een bezoekje vereren). Bakken gebeurt nog wel, maar we gaan de oven niet opwarmen als het sowieso al 35 graden is.

Aangezien we de eerste zonnige dagen achter de rug hebben, en we deze week opvallend meer zomergerechten introduceerden, zullen we onze favorieten eens opsommen in onze Vijf op Vrijdag/Zaterdag (met dank aan Boston, baby! voor de inspiratie).

  1. Mozzarella met tomaten, olijfolie, zout en peper. Uiteraard kan je dit tijdens de wintermaanden ook eten als aperitiefhapje, maar het smaakt nooit beter dan tijdens de zomermaanden, als we verse tomaten mogen meebrengen uit Opa’s tuin. Met buffelmozzarella en smaakvolle olijfolie. Of je moet het in Italië zelf eten natuurlijk, waar de tomaten wel pas in de supermarkt komen als ze al volledig gerijpt zijn (en dus smaak hebben). Wij zijn verwend/verknoeid voor het leven omdat we al heel vroeg het verschil leerden tussen verse smaakbommen uit onze tuin en de slappe, waterige winkelvariant.
  2. Barbecue. Voor mij het excuus bij uitstek om me te buiten te gaan aan verse groentjes. Sla, tomaten, komkommer, bloemkool, boontjes, worteltjes, radijsjes, augurkjes en ajuintjes. Doe er dan nog een koud eitje, een aardappelslaatje of tabouleh bij en ik ben al ruim tevreden. Naar ’t schijnt moet je daar ook nog vlees bij eten. Als het dan toch echt moet, dan geef ik de voorkeur aan een witte pens. Grappig eigenlijk want de rest van het jaar eet ik nooit witte pensen. Ik vind dat eigenlijk alleen lekker met véél groentjes en gegrild op de barbecue.
  3. Koude schotel. Opnieuw een schotel vol groentjes, maar ditmaal aangevuld met het overheerlijke garnaalslaatje van de echtgenoot, gerookte forel en gerookte zalm. Meestal hebben we genoeg voor twee dagen en dan krijg ik de overschot een dag later mee naar het werk. (Anders “offert” de echtgenoot zich meestal op voor onze restjes.) Onze koude schotels zien er ook altijd fantastisch uit: de echtgenoot is een pro in het schikken. En aangezien ik vooral “eet met de ogen”, werkt dat trucje elke keer.
  4. Pizza. Uiteraard eten we ook in de winter pizza, maar toch is het vooral een zomers gerecht. Het was jarenlang de vaste keuze van de oudste op haar verjaardagsfeestjes. Die steevast buiten doorgingen, héél vaak onder een stralend zonnetje. Waarbij de kinderen zich eerst hadden uitgeleefd in het zwembad, of met de waterballonnen. Intussen bakte ik een paar schotels pizza, die we dan buiten, onder de parasol, aan lange tafels verorberden, in fijn gezelschap. Ook onze favoriete keuze in Italië, waar ik de simpele pizza’s leerde verkiezen. Er is niets zo heerlijk als een pizza met olijfolie, ajuin, peper en zout. Of olijfolie, courgette, peper en zout. Of enkel olijfolie en peper en zout. Ja, ik vind een pizza bianca alle verdure (met groentjes) vaak minstens even lekker als de tomatensaus-variant.
  5. Een club-ciabatta. Voor mij hoeft er in de zomer niet per sé gekookt worden. Ik geniet minstens even hard van een vers broodje recht uit de oven. Nog een beetje lauw en knapperig, vol groentjes: sla, tomaten, komkommer, wortelen, een eitje, augurken en ajuintjes. Saus hoeft er niet bij, beleg ook niet per sé, maar een sneetje Hollandse kaas, Italiaanse Parmaham, onze “meesterlijke” hesp of een sneetje gerookte zalm mag gerust. En als we nog boontjes of bloemkool over hebben, prop ik er dat ook tussen. Met de nodige commentaar van de echtgenoot en de kinderen tot gevolg: “het steekt nauw zeker” of “die ene augurk ligt toch écht wel een beetje scheef, daar kan je best nog iets aan doen”.

Toscaans etenEén constante: lekker, vers en vooral véél groentjes, die net dit seizoen bomvol smaak zitten. Laat de zomer dus maar komen, wij zijn er volledig klaar voor. En als de zomer niet wil komen, kunnen we ‘m al in huis halen met onze gerechtjes. Koude schotel morgen? Pizza op maandag?

Een zonnig tussendoortje

Het is een drukke week. Onze dochters hebben dit weekend dansoptreden en dus is de week gevuld met repetities en de gewone danslessen. Tussendoor was er ook nog oudercontact over de studiekeuze. Bovendien werd ook de echtgenoot-leraar zelf op het oudercontact verwacht en heeft hij later deze week ook nog leerlingenconcert. En dus wordt er deze week weer geïmproviseerd en vooral veel heen-en-weer gereden om de dochters en de rest van het gezin tijdig op alle afspraken te krijgen. En uiteraard komt alles samen: toevallig is het ook nog een hectische werkmaand en zijn ook de weekends goed gevuld.

Maar het was gisteren zo’n mooie, schitterende zomerdag. Toen ik na mijn ochtendmeeting halverwege de namiddag thuiskwam, heb ik voor één keer de boel de boel gelaten, een boekje genomen en me in de tuin geïnstalleerd. Ik heb het zelfs niet lang volgehouden met het boekje, maar al na een tiental bladzijden begonnen de lettertjes te dansen en heb ik mijn ogen héél even gesloten. Om een uurtje later terug wakker te worden, nog steeds in het zalige zonnetje (en wees gerust, ik had me ingesmeerd).

En ja, er was nog werk in het huishouden. Dat is er altijd en dat loopt niet weg. En we hebben ’s avonds ruimschoots gecompenseerd en de resterende strijkmanden weggewerkt. Maar soms moet je ook gewoon het moment durven grijpen. Soms moet je ook naar je lichaam luisteren en dat af en toe – zeker in drukke periodes – de nodige rust gunnen. En dan soms eens een uurtje in het zonnetje bijtanken. Zonne-energie opdoen.

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het voor mij absoluut niet. Vroeger zou ik gewoon door werken, eerst mijn taken afronden en dan pas rust nemen. Om dan ’s avonds uitgeteld in bed te “vallen” en te moeten constateren dat rusten er die dag voor de verandering weer niet in zat. Of die week. Of soms zelfs die maand. Vroeger ging ik maar door en door. En dat lukt, voor een tijdje, maar op een bepaald moment zegt je lichaam stop. Dan word je geveld door een simpel virusje of dan slaat de migraine weer toe. Veel te veel jaren heb ik mijn lijf tot het uiterste gedreven.

En dat deed ik mezelf aan. Omdat ik alles “perfect” wilde doen. Omdat ik controle wilde houden. “Wat je zelf doet, doe je beter.” Omdat ik geen hulp wilde of durfde te vragen. Omdat het mijn verantwoordelijkheid was… Er was altijd wel een nieuwe reden om er nog net dat tikkeltje bovenop te doen. Terwijl ik de echtgenoot en de dochters wel aanspoorde om op tijd en stond rust te nemen. Om eens met een boekje in de zetel te gaan zitten. Om een middagdutje te doen. Maar intussen bracht ik mijn eigen goede raad te weinig zelf in de praktijk. Tot de echtgenoot en de dochters me een spiegel voorhielden. Tot ze hun bezorgdheid uitten dat “mama zelf ook eens moest rusten, want dat het niet leuk is als mama moe is. Dan is ze zo snel kwaad…”

Laat ons zeggen dat het een leerproces blijft. Dat het makkelijker is om zelf rust in te bouwen als we dat hier allemaal samen doen. Dat ik me nog altijd schuldig voel als ik de manden strijk negeer om tussendoor een dutje te doen of ’s avonds veel te vroeg in slaap val. Ook al zegt de echtgenoot elke keer opnieuw “dat is een teken dat je het nodig had”.  Ik zou soms nog wat sneller mijn grenzen moeten bewaken, maar ik oefen en ik doe mijn best. Maar gisteren, in het zonnetje, heb ik héél even gewoon genoten. Van de warmte, van de zon, van het dutje, van het niksen. Van het feit dat ik het “moeten” héél even losliet.

Wedden dat ik nog een echte pro word binnenkort/ooit?

Dagje Planckendael

Onze dochters zijn intussen al te oud voor bezoekjes aan de Zoo of Planckendael, maar dat vinden wij eigenlijk wel jammer. En dus waren we stiekem blij dat het jarige metekindje ons het perfecte excuus gaf om nog eens Planckendael te gaan ontdekken.

Toen onze meisjes jonger waren, hadden we een abonnement. Planckendael is immers niet ver van huis. Telkens onze meisjes nood hadden aan wat ontspanning reden we naar het Mechelse. Soms trokken we vroeg naar het dierenpark en gingen we vooral diertjes kijken. Soms reden we na hun middagdutje nog naar Mechelen en lieten we hen een uur los in één van de vele speeltuinen die het park rijk is. Vaak spraken we ook in Planckendael af met vrienden. Dan maakten we er een dagje van, gingen we eerst wat diertjes kijken, zaten véél te lang in de kinderboerderij, genoten we van een heerlijke picknick en lieten we de kinderen zich daarna samen uitleven in de speeltuin, terwijl wij genoten van het volwassen gezelschap. De oudste at er ooit haar allereerste ijsje.

Maar dat lag al vele jaren achter ons. Sinds onze meisjes tieners zijn, hebben ze andere voorkeuren. Een dagje shoppen, een namiddagje film, een uitstapje naar zee,… zijn nu populairder geworden. Maar toch missen we het soms en dus was het enthousiasme ook bij onze meisjes groot om nog eens naar Planckendael te gaan. En ze genoten er met volle teugen van. Het metekindje was niet weg te slaan bij zijn oudere nichtjes. Samen waren ze onvermoeibaar. Van de leeuwen, over de olifanten, neushoorns, zebra’s, giraffen tot aan de pinguins. 4 uur lang stapten ze hand in hand van het ene dier naar het andere. Vier uur lang waren ze telkens opnieuw onder de indruk. Vier uur lang genoten ze samen van de diertjes. Ook in de speeltuin was het kleine neefje het perfecte excuus om mee op de glijbaan te klimmen, “iemand moet hem toch in het oog houden”.

En wij? Net als vroeger genoten wij van hun enthousiasme en van hun verwondering. Vooral van de kleinste, die zwaar onder de indruk was van de leeuwen, de giraffen en de pinguins. Mooi om te zien hoe hij een handje gaf aan zijn twee nichtjes en liep te tateren over wat hij allemaal zag. Hoe zij zorg droegen voor hem en hij hen vertrouwde om hem van de glijbaan te helpen. Hoe hij eerst geen boterhammetje wilde (te veel te doen, te veel te zien), maar dan toch het voorbeeld van zijn nichtjes volgde en onbewust toch meer binnen speelde dan hij zelf door had. Uiteraard was de dag véél te snel voorbij. En uiteraard volgden er wat traantjes van vermoeidheid en overdrive na een te leuke dag. Maar ook dat hoort erbij in Planckendael.

Planckendael

Het was een fijne dag voor ons allemaal… Binnenkort ook nog eens een dagje zoo?

Zalige zondag

Het was een zalige zondag. De zon scheen, Philippe Gilbert won de Ronde van Vlaanderen en ik raakte bij met een groot deel van de wekelijkse was en plas. Soms heeft een mens niet meer nodig dan dat om met een goed gevoel aan de werkweek te beginnen.

Dat we deze morgen uitsliepen, was uiteraard ook een hulp. Dat het zonnetje zo schoon scheen dat we de was buiten te drogen konden hangen, droeg ook zijn steentje bij. Dat onze dochters min of meer vol enthousiasme de was ophingen, was fijn. Dat ik tijd had voor mijn fietsrit deze morgen, was mooi meegenomen. Dat ik op een bepaald moment zo in de flow raakte dat ik zonder problemen 90 minuten volmaakte en 67 km aflegde, gaf me vleugels. Dat we de zonnebril mochten uithalen en onze nieuwe zomerjas konden showen, gaf de dag nog wat extra glans.

De namiddag brachten we door bij mijn ouders. Terwijl onze dochters zich geweldig amuseerden met hun kleinste neefje – we hoorden hun geschater vanop de bovenverdieping tot beneden, installeerde ik me met de pas gedroogde was achter het televisietoestel. Helemaal klaar voor de Ronde van Vlaanderen. En wat een race! Spanning, drama, onverwachte wendingen, valpartijen, mechanische pech: alle ingrediënten waren aanwezig om er een topeditie van te maken. En dat werd het ook, met Philippe Gilbert als verdiende winnaar. En toch was het zo’n editie waarbij je achteraf denkt: “als… dan…”. Had Van Avermaet Vlaanderens Mooiste kunnen winnen zonder de tuimeling van Sagan? Ik geloof van wel. Waar zou Boonen geëindigd zijn als zijn fiets hem niet in de steek gelaten had? Had ik de koers nog nét wat beter kunnen volgen als ik niet had moeten strijken? Daar ben ik ook zeker van ;-).

klein geluk

(www.pinterest.com)

Maar het was zo’n dag dat alles in de plooi viel. Het was rustig, fijn en gezellig. De batterijtjes zijn opgeladen, we zijn klaar voor onze laatste 3 werkdagen. En dan vervoeg ik de echtgenoot en de dochters in hun paasvakantie. Dan gaat de riem er eventjes af. Dan slapen we uit, maken we tijd voor elkaar en schakelen we een tandje terug. Dan wordt het elke dag zondag. En volgend weekend laten we de was en de plas even voor wat het is. Want volgende zondag is het Parijs-Roubaix. Dan wint Tom Boonen zijn vijfde Kassei. Daar wil ik geen moment van missen. Want wielergeschiedenis maak je niet zo vaak mee in je leven…

Office @home

Doorheen mijn hele professionele carrière heb ik regelmatig thuis gewerkt. In het prille begin enkel als ik vroege shifts deed of in extreme weersomstandigheden, maar de laatste jaren mag het al wat regelmatiger. Ik doe het vooral wanneer ik dringend iets moet afwerken en graag eens serieus doortrek. Niet dat dat op kantoor niet lukt, maar laat ons eerlijk zijn, ik laat me af en toe ook wel eens graag afleiden: een babbeltje, een wandelingetje,… Dat is thuis – in je eentje – al een pak moeilijker. Bovendien lukt het me alleen thuis makkelijker om ook mijn e-mailgebruik wat strenger te reglementeren. Op thuisdagen heb ik een doel voor ogen, namelijk “iets afwerken” en daar moet al de rest voor wijken, ook de mailtjes.

Waarom ik zo dol ben op thuiswerken?

Ik heb eens een dagje geen verplaatsingen. En dat vind ik echt wel een ongelooflijke luxe. Ik kan eens wat rustiger ontbijten, de krant op mijn gemakje lezen en op het moment dat iedereen hier thuis vertrokken is, begin ik me op mijn gemak te installeren en ben ik een half uur vroeger dan normaal al aan het werk. Dat zorgt er dan weer voor dat ik ook een half uurtje vroeger kan stoppen en dat komt voor één keertje zo goed als perfect uit met de schooluren van de kinderen. Meestal kan ik de computer dan dichtklappen op het moment dat zij onze oprit komen opgefietst. Al lukt dat niet altijd als ik tegen een deadline aankijk en het einde in zicht is. Dan durf ik wel eens doorgaan tot het werk helemaal af is.

Ik zit helemaal in mijn eentje rustig door te werken. Na een hele carrière van landschapsbureaus of gedeelde bureaus vind ik het niet erg om af en toe eens te genieten van de rust en stilte in huis. Ik zet dan de radio aan op de achtergrond zodat ik af en toe eens een goed liedje opvang, maar ik vind het fijn om af en toe zo geweldig op te gaan in datgene wat ik moet doen dat ik hele stukken tijd gewoon mis. Het doet me terugdenken aan mijn kindertijd, toen ik mezelf al zo kon verliezen in boeken “dat er een bom naast mij had mogen ontploffen, ik zou ze niet gehoord hebben”. Soms duurt het even vooraleer ik in die flow raak, maar op een kantoor lukt me dat minder (lang). Je doet al eens een praatje met een collega, er is achtergrondgeluid, er passeert iemand op straat of er belt iemand aan. Het is ongelooflijk hoeveel geluiden je kunnen afleiden in een kantooromgeving.

Het uitzicht. Thuis kan ik me in ons bureau installeren of in onze veranda. Van zodra het weer min of meer goed is, geven wij hier met zijn allen de voorkeur aan onze veranda om te werken. Er worden zelfs al studiekalenders opgesteld door de dochters. Want samen in de veranda studeren, dat lukt niet (of willen ze niet), en dus wisselen ze af. Het grote voordeel van onze veranda: het is er aangenaam (zeker als je in de zomer het raam kan openzetten) en je hebt uitzicht op de tuin. Daarnet kreeg ik weer het gezelschap van een groene specht, die helaas ging vliegen toen ik hem dacht te vereeuwigen met mijn smartphone. Als je dan toch moet afgeleid worden, wat is er dan beter dan wat leven in de tuin?

Ik ben thuis als de kinderen thuiskomen. Doorheen mijn hele carrière was ik zo goed als altijd later thuis dan de kinderen. Het was de echtgenoot die de kinderen oppikte van school en dan duurde het vaak nog een paar uur voor ook ik arriveerde. Je werk en je verplaatsing ernaartoe, vaak was ik van 8 uur tot minstens 18 uur buitenshuis. Af en toe haalde ik de kinderen ook wel eens van school, maar dan had ik allicht een dagje of een halve dag verlof. De schooluren combineren met mijn werkuren, lukte gewoon niet. Tenzij je dus thuis werkt. Dan heb ik ook 8 uur gewerkt tussen het moment dat mijn dames ons huis verlaten en weer terugkeren. En dat vind ik een ongelooflijke luxe.

Zijn er ook nadelen? Natuurlijk! Ik moet af en toe echt wel een babbeltje kunnen doen, constant thuiswerken zou ik ongelooflijk eenzaam vinden. Bovendien is het niet altijd even rustig thuis. De vorige keren hadden ook de buurmannen wel eens verlof en begonnen zij werken te doen in en rond hun huis en tuin (en dat kan evenveel lawaai maken als een stadsomgeving). Met een grasmachine als constant achtergrondgeluid is het ook niet altijd evident om in de flow te raken. Maar deze kleine nadeeltjes wegen voor mij echt niet op tegen de voordelen. En zeg nu zelf, als je in zo’n bureau kan werken, zou jij dan ook niet – af en toe – thuis blijven?

20170317_094405