Het belang van taal in een STEM-wereld

Het is weer volop in het nieuws: de kennis van het Frans (bij leerkrachten basisonderwijs) is onvoldoende om les in te geven. Elke keer opnieuw doen zo’n berichten me pijn. Het raakt me in mijn Franse ziel. Mijn taal. Het was grote liefde in het middelbaar, het was (meestal) grote liefde aan de universiteit. Ik was fier op hetgeen ik deed. Ik was bijzonder trots op mijn studiekeuze, uit liefde voor de talen.

Nochtans lag het niet voor de hand. Ik was goed in alles en deed in het middelbaar, in het toenmalige VSO, natuurwetenschappen met 8 uur wiskunde. Voor mij was wiskunde toen ook een soort code en ik had er duidelijk de sleutels van gevonden. Enkel ruimtemeetkunde lag me niet: ik had niet de gave om een platte tekening om te zetten in een 3D-versie. Hoewel ik voor de rest meer dan genoeg verbeeldingskracht had, ontbrak dat stukje toch. In onze richting hadden we ook veel wetenschappen en ook op fysica, chemie, aardrijkskunde en biologie scoorde ik meer dan gemiddeld. Toch lag mijn hart duidelijk bij de humane vakken. Ik keek in het middelbaar echt uit naar geschiedenis, alle talen, zelfs P.O. en godsdienst.

Toen ik in de laatste jaren van de humaniora een studiekeuze moest maken, kreeg ik vaak te horen dat het zonde was dat ik mijn talenten zou “vergooien” aan de talen. Letterlijk. Ik heb dat eigenlijk nooit goed begrepen. Ik heb uiteindelijk ook een universitaire opleiding gehad. Ik heb mij 4 jaar toegelegd op het verwerven van een taal, de bijhorende letterkunde en cultuur. Vaak kreeg ik ook te horen “maar wat is het nut? Iedereen kent toch Frans?”. In sollicitaties werd/wordt ook nooit om Romanisten gevraagd, wel om juristen of ingenieurs,… met “uitstekende kennis van het Frans en/of het Engels”. Als je dan later met diezelfde mensen samenwerkt, dan moet je die “uitstekende” kennis van het Engels of het Frans vaak met een serieuze korrel zout nemen. Formele en informele mails die amper leesbaar zijn door de vele taalfouten. Maar dat is een detail, natuurlijk.

Ik begrijp nog altijd niet waarom de nadruk momenteel zo hard ligt op de STEM (Science, Technology, Engineering & Mathematics). Natuurlijk hebben we ingenieurs nodig in onze economie en maatschappij, maar wil dat dan zeggen dat alle knappe koppen per sé in die richting geduwd moeten worden? Een maatschappij mag toch nooit éénzijdig worden? Er blijft toch altijd nog een tegengewicht nodig? Voor mij blijven het twee kanten van een medaille die elkaar in evenwicht moeten houden. En ja, ik sta natuurlijk aan de humane kant, ik preek ook voor eigen kerk natuurlijk.

Communicatie is en blijft – in welke job je uiteindelijk ook aan de slag zal gaan – een wezenlijk onderdeel van je professionele functioneren. Met zorg je woorden kiezen (ook in andere talen) en proberen zo correct mogelijk je opmerkingen/wensen,… te formuleren zijn toch ook belangrijke kwaliteiten, zeker in deze internationale tijden. Eigenschappen waar je als taalkundige op getraind wordt: taalregisters, formeel en informeel taalgebruik, hoe je boodschap zo goed mogelijk over te brengen…  Als letterkundige leer je dan weer op zoek te gaan naar de beweegredenen van mensen, van auteurs of van hun personages in boeken, doorheen de geschiedenis. Als je daar goed in bent, ben je vaak ook goed in het doorgronden van bijvoorbeeld sollicitanten.

Het jammere is wel dat ik me pas vele jaren na mijn afstuderen bewust ben geworden van de vele troeven die mijn opleiding mij geboden had. Na afloop van mijn studies was ik niet enkel een specialist in het Frans, maar had ik bijvoorbeeld ook meer dan gemiddelde communicatie- en presentatievaardigheden. Notities nemen, gesprekken samenvatten, een wervende tekst schrijven had ik ook geleerd. Sollicitaties afnemen en inschatten of mensen geschikt zouden zijn voor het uitoefenen van een bepaalde job, kon ik eigenlijk ook wel goed. Plannen en strategieën uitwerken ook.

Als ik één puntje van kritiek mag noemen, dan is het wel dat ik vind dat er meer ruimte moet zijn om je blik open te gooien. Een opleiding zou je meer moeten bieden dan enkel een specialisatie in een vak. Waarom zat er geen statistiek, boekhouding, recht, marketing of communicatie in mijn taalopleiding? Deze vakken hadden me minstens een extra jaar gekost, terwijl deze vakinhoud misschien toch basiskennis mag/moet zijn.

En net daarom vind ik die éénzijdige fixatie op STEM zo’n spijtige zaak. Het is mijn overtuiging dat je op die manier mogelijk wel zeer gedegen vakspecialisten creëert, maar te weinig “uomi universali” (all-rounders). Volgens mij zat de genialiteit van de Renaissance-fenomenen net in hun combinatie, in hun ruime interesses in en kennis van héél verschillende vakken en domeinen. En dus pleit ik ervoor om net iets minder nadruk te leggen op enkel STEM, maar ook de talen en andere humane vakken op te waarderen en hun eigen unieke plek te geven in de curricula van het middelbaar onderwijs, het hoger onderwijs of de universitaire opleidingen. Met dan uiteraard ook de bijhorende vereisten: wat is de basiskennis die je moet verwerven voor deze vakken?

Want dat de leerkrachten lager onderwijs zich niet zeker genoeg voelen over hun Frans is niet alleen problematisch voor henzelf, maar vooral voor hun leerlingen, die door hen moeten opgeleid worden en zin moeten krijgen in het Frans.

Nostromo_agence-de-communication_blog_langue-francaise-4.jpg

nostromo.fr

Advertentie

Lerares voor even

Een van mijn kinderdromen was om voor een klas te gaan staan. Ik ben opgegroeid in een lerarengezin en met mijn studies (Romaanse Talen) lag het misschien wel voor de hand. Maar op één of andere manier is het er nooit van gekomen. Na mijn studies rolde ik immers de sportjournalistiek in. Wat overigens ook een jeugddroom was, maar eentje die ik als puber afdeed als onrealistisch.

Toen het sportverhaal stopte, heb ik er een tijdje aan gedacht om in het onderwijs te stappen. Ik was op mijn 36ste terug gaan studeren om mijn SLO (Specifieke Leraren Opleiding) alsnog te halen en heb het hele programma voor Frans doorlopen: de theoretische vakken, de luisterstages en de eigenlijke stages. Het was toen een heel avontuur: de lessen gaan volgen samen met véél jongere studenten, terwijl ik probeerde om werk, gezin en studies te verzoenen. Toch was het ook een fijne ervaring en heb ik er veel uit geleerd.

Maar toen het moment daar was om ook daadwerkelijk in het onderwijs te stappen, heb ik het niet gedaan. De onzekerheid van het interimbestaan zag ik op mijn 38ste niet meer zitten en dat hoort jammer genoeg onafscheidelijk bij het lerarenbestaan. Ik zocht en vond een alternatief en ben daar heel gelukkig mee.

Maar soms steekt het verlangen nog wel eens de kop op. Als de echtgenoot vol enthousiasme thuiskomt van een geslaagde les, een interessante uitstap of zelfs een zware maar ook fijne Italiëreis, dan kriebelt het nog altijd wel wat. Bovendien mocht ik in mijn huidige job af en toe ook nog eens in het Frans werken en dan denk je telkens opnieuw: “ik deed dat toch graag” en “ik mis mijn talen toch nog altijd een beetje”. En dus reageer je enthousiast op een Facebook-oproep waarin gelegenheidsleerkrachten gezocht worden voor een paar lessen Italiaans voor een lessenmarathon. Denk je achteraf weer dat je misschien toch beter even had nagedacht – story of my life 😉 – en word je toch wel een beetje zenuwachtig een uurtje voor je voor de klas verwacht wordt.

Maar het viel allemaal best mee, al schrik je telkens toch weer hoe inspannend het is om een bende 18-jarigen een uurtje (proberen) te boeien. Na amper 2 uurtjes was ik uitgeteld. Het resulteert elke keer weer in tonnen respect voor diegenen die dit dag in dag uit moeten doen. Ook als je een moeilijke dag hebt, moet je daar weer met enthousiasme een vak staan te “verkopen”, en probeer je iedereen mee te krijgen, ook de leerlingen die jouw vak niet leuk vinden, of er geen aanleg voor hebben. Dan kom ik thuis van mijn 2 uurtjes, plof ik in de zetel neer, terwijl de echtgenoot achter zijn bureau taken zit te verbeteren en de lessen van de volgende dag voorbereidt.

werk-waar-je-van-houdHet was ongelooflijk leuk om even te mogen inspringen, om even te mogen proeven van het lesgeven, maar toch concludeer ik na afloop (met een zucht van opluchting) dat ik het toch maar aan de specialisten laat om dit dagelijks te doen. We zullen een andere manier zoeken om nog eens met mijn Frans of Italiaans bezig te zijn. Een reisje plannen, misschien 😉 ?

Inspiratie gezocht? TED talk!

Wat ik soms mis sinds ik de werkvloer opgestapt ben, is bijleren. Niet het verwerven van een competentie of specifieke jobvaardigheid, want dat doe je uiteraard genoeg. Maar je laten inspireren door een verteller die de tijd vergeet, die opgaat in zijn verhaal en met veel liefde en passie zijn kennis deelt, dat gebeurt wat minder frequent. Ik heb het geluk gehad om zowel in mijn middelbare schooltijd als aan de universiteit een paar begeesterde docenten op mijn pad te vinden. Mijn liefde voor Frans kwam er dankzij een aantal uitstekende leerkrachten op rij in het middelbaar. Mijn liefde voor literatuur was er eentje door en voor verhalen. Boeken werden soms nog mooier als je ook de achtergrond van de schrijver erbij nam – heel vaak ontstaan de grootste kunstwerken als antwoord op een onbeantwoorde liefde, een professionele afwijzing of een andere tegenslag in het leven van de auteur.

Bovendien slaagden zij er zonder uitzondering in op prachtige wijze uiting te geven aan hun gevoelens. Jaloers was ik op de kracht van hun woorden. Ik wilde dat ook kunnen. Soms was ik tot tranen toe bewogen door wat aan hun verbeelding ontsproten was. Terwijl ze in oorlogstijd leefden, gevangen genomen werden, de liefde van hun leven verloren aan een andere man en de rest van hun leven in (vrijwillige of gedwongen) ballingschap bleven smachten. Of opgesloten zaten in de sleur van een (ongelukkig) huwelijk of leden onder hun te uitgebreide kroost…

Een goed verhaal vertellen is en blijft een kunst. Een uitstekende spreker kan dat. Hij of zij schept een wereld, brengt die tot leven, laat je meeleven en doet je nadenken. Ook één van mijn leerkrachten geschiedenis kon dat. Ik voel – 25 jaar na de feiten – nog altijd de verontwaardiging van de lessen naoorlogse geschiedenis uit de 20ste eeuw, toen we o.a. fragmenten kregen uit “The Killing Fields”. Na al die jaren voel ik de pijn en de wreedheid nog. De boodschap is nog altijd glashelder. “Dat ook dat een deel is van ons mens-zijn en dat we er sneller in worden meegesleurd dan we soms beseffen. Dat we dat nooit meer mochten laten gebeuren.”

Om een boodschap over te brengen, om te raken of om te laten nadenken, heb je geen ellenlange verhalen vol uitweidingen nodig. Liever niet eigenlijk. Kort en krachtig vertellen is een kunst. Gebald, met af en toe een goed gekozen voorbeeld of een kort beeld- of geluidsfragment ter illustratie. Met soms een grapje om de spanning te breken, zowel voor de verteller zelf als voor zijn toehoorder. Dat is waar het in de TED Talks tegenwoordig ook om draait. Ik had het geluk TEDx Brussels te mogen bijwonen maandag, een hele namiddag vol inspirerende toespraken rond “No limits”. Was het een onvergetelijke ervaring? Niet helemaal. Niet alle sprekers waren even overtuigend, niet alle onderwerpen spraken me evenveel aan. Maar hier en daar was er wel eentje dat aansprak, dat eruit sprong, dat meer boeide en bij wie de boodschap duidelijk overkwam. Het gaf in elk geval zin in meer.

De allerbeste TED talk maandag  – vond ik – was er eentje “uit de oude doos”. Een filmpje dat al een tijdje aan een zegetocht bezig is op het www, maar dat ik voor het eerst zag. Over spammails. Ik heb gelachen tot de tranen over mijn wangen liepen. Ik zou het hier in het lang en het breed kunnen beschrijven, maar dat zou het filmpje absoluut onrecht aandoen. Dus heb ik het speciaal voor jullie opgezocht. Geniet ervan!

En voor de liefhebbers, het al even hilarische vervolg…

Hebben jullie ook van die inspirerende voorbeelden? Deel jullie favorieten gerust in de reacties. Ik laat me graag meevoeren…

Frans is hip!

Gisteren kwam de oudste thuis met een liedje dat ze in de Franse les te horen gekregen hadden. Ze was in de wolken. Nu vindt onze oudste Frans gewoon een leuk vak, net als de rest van de taalvakken. Bovendien is dat erfelijk bepaald: ook de opa langs mama’s kant, mama en mama’s zus hebben Romaanse Talen gestudeerd. Maar er is toch wel één en ander veranderd in de loop der jaren. De laatste jaren is Frans stilaan echt wel hip aan het worden. Het helpt dat er een generatie uitstekende coole muzikanten is opgestaan. En de handboeken Frans én de leerkrachten Frans spelen daar steeds vaker op in.

Onze aanraders:

  • Onze jonge landgenoot verandert alles in goud wat hij aanraakt en is nu stilaan ook de VS aan het veroveren. IN HET FRANS. Hij heeft zoveel uitstekende nummers (“Formidable”, “Papaoutai”, “Ta fête”, “Carmen”, “Quand c’est” (bekijk zeker de beklijvende clip), maar mijn persoonlijke favoriet blijft “Alors on danse”. De opzwepende muziek tegenover de deprimerende tekstinhoud van het nummer. Schitterend.
  • Dit is het liedje waar de oudste gisteren mee thuis kwam. De héle avond hebben we op youtube zitten surfen. Want hij heeft nog meer uitstekende nummers. “J’me tire”, “Laissez passer”, “Zombie”,…

Tja, wij deden het in onze jonge jaren met de volgende nummers in de lessen Frans:

Je kan niet zeggen dat dit slechte nummers zijn. Verre van. En ze behoren tot het Franse erfgoed. Maar om de Franse lessen hip te maken, was er nieuw bloed nodig…

Overigens bezorgde de oudste me gisteren nog een klein complexje. Zij hoeft een nummer (of het nu om een Engels of zelfs een Frans liedje gaat) maar een paar keer te horen om dat perfect te kunnen nazingen. Ik heb dat niet. Ik kan bepaalde nummers al 20 jaar zingen en nog Aha-erlebnissen krijgen over wat ik nu feitelijk aan het zingen ben. En dus is het toch wel lichtelijk frustrerend om haar dat liedje, dat ze in de klas allicht wel een paar keer gehoord heeft (maar tevoren echt nooit) nagenoeg perfect te horen meezingen. Soms moet ze zelfs vragen wat de tekst eigenlijk betekent, maar ze zingt wel de correcte woorden. Dat heeft ze van de echtgenoot. Gelukkig herken ik me op dat vlak volledig in de jongste, die haar muzikaal gehoor jammer genoeg van de mama geërfd heeft…

5 liedjes die mijn leven veranderden

Nog eentje in het kader van #projectblogboek. De originele opdracht was “5 boeken die je leven veranderden”, maar daar zit ik nog over te kauwen. Te veel gelezen, te moeilijke keuzes. Dus, als tussendoortje, de 5 liedjes die mijn leven veranderden…

Beginnen doen we uiteraard met Bruce Springsteen. Hét idool van de echtgenoot toen ik hem leerde kennen. Nog altijd trouwens 😉 Volgens één of andere muziekrecensent bestaan er 2 soorten mensen: zij die Springsteen nooit live gezien hebben en zijn fans. Voor mij klopt dat. Uit liefde vergezelde ik de echtgenoot naar een eerste optreden van The Boss. Er zouden nog vele optredens volgen, met volle goesting. TW Classic vorig jaar was mijn 11e optreden en elke keer opnieuw ben ik onder de indruk van de energie, de intensiteit, het uithoudingsvermogen, de humor en het muzikale aspect (natuurlijk). Restte nog de (zware) keuze voor het nummer. Het is “If I Should fall behind” geworden. Deze versie zet de E Street band in de spotlights, ook de betreurde “Big Man” Clarence Clemons. Omdat de E Street Band meer is dan een begeleidingsband, omdat er toch een verschil is tussen Springsteen met en zonder… En omdat het nummer erbij was op een speciaal moment in mijn leven.

Daarnaast mag Pearl Jam zeker niet ontbreken in mijn lijstje. Als kind van de jaren ’90 werd ik toen al weggeblazen door “Ten”, met onder andere “Alive”, “Black” en “Jeremy”. Wij hadden tickets voor het afgeblazen optreden op Rock Werchter in 2000, na de doden op het Roskilde-festival. Het was daarna wachten tot het Sportpaleis 2006 voor we Pearl Jam voor het eerst live in actie zagen. Geweldige band. Perfecte kuismuziek trouwens, wees maar zeker dat het met Pearl Jam vooruit gaat. 😉 Ik heb gekozen voor “Just Breathe”, waarin Eddie Vedders warme stem fantastisch beeldend klinkt.

Nummer 3 is “Run” van Snow Patrol, ook al in een live uitvoering. Telkens opnieuw krijg ik kippenvel bij het bekijken ervan. De band heb ik ook al twee keer aan het werk gezien. Tijdens zijn optredens getuigt de sympathieke zanger Gary Lightbody van een geweldige nuchterheid en van de nodige zelfrelativering. Remember Music for Life 2011.

Ook Stromae hoort thuis in mijn lijstje. Belg, jong en een enorm cadeau voor alle leerkrachten Frans. In zijn eentje heeft Stromae Frans weer (eventjes) hip en sexy gemaakt. Ik koos voor “Papaoutai”, omwille van de fantastische combinatie van de opzwepende beat met de ontnuchterende tekst én omdat de oudste dochter vorig jaar een fantastisch hiphopoptreden op dit nummer bracht.

Het laatste nummer is misschien wel het liedje dat het meest invloed gehad heeft op mijn leven. “Gente di mare” vormde immers de directe aanleiding voor mijn Italiaanse studiekeuze. Ik zat in het 2e middelbaar, keek naar het Eurovisiesongfestival en wou weten waarover Tozzi en Raf het hadden in hun geweldige nummer (dat overigens, als ik me goed herinner, als derde eindigde. Johnny Logan won met “Hold me now”). Jaren later studeerde ik Frans-Italiaans en begreep ik eindelijk de melancholie uit het nummer.

Bij deze mijn top 5:

  1. Bruce Springsteen – If I Should Fall Behind
  2. Pearl Jam – Just Breathe
  3. Snow Patrol – Run
  4. Stromae – Papaoutai
  5. Tozzi & Raf – Gente di mare

Ik ben vast en zeker nog een heleboel liedjes vergeten. Muziek speelt een belangrijke rol in mijn leven. Vaak zijn (mooie) herinneringen ook gelinkt aan liedjes. Zo zal Runaway Train in mijn geheugen altijd verbonden zijn met Praag en hoort Gustavo Lima dan weer bij vakantie (Italië).  Ik zie onmiddellijk mijn 2 dochters voor mij, lachend en dansend.

Hebben jullie ook zo’n liedjes? Stuur jullie top vijfjes gerust door. Ik ben benieuwd…

Le message passe…

Het bericht Kennis Frans nog nooit zo slecht in de Gazet van Antwerpen deed me deze week in mijn chocolat chaud verslikken (koffie drink ik helaas niet). Verwonderen deed het bericht me allerminst, maar vrolijk word ik er niet bepaald van. Zeker niet toen ik de verklaring van de professor Franse taalkunde las: “de nadruk ligt te weinig op de grammatica”, te veel op het “leren spreken”. Dat heet in de moderne didactiek “het vaardigheidsonderwijs”.

Even wat persoonlijke info: ik ben licentiate Romaanse Talen. In een ver verleden heb ik dus Frans-Italiaans gestudeerd. Met volle overtuiging: ik was en ben dol op zowel Frans als Italiaans. De talen, de klankkleuren, de cultuur, de kunst, de manier van leven en eten, de literatuur, de muziek…

Toen mijn generatie in 1993 wel nog net de helft haalde op de testen uit het artikel, kregen we het niet gezegd. We hadden een goede basis qua vocabulaire en kenden de regeltjes van de Franse grammatica – we hadden met zijn allen zitten vloeken op de “conjugaisons” en vervloekten de in onze ogen onlogische Franse zinsbouw – maar we kregen het niet gezegd. Werden we in Wallonië of Frankrijk gedropt, dan stonden we te stamelen.

En dus kwamen de onderwijsdeskundigen met het vaardigheidsonderwijs als oplossing. Weg met het drillen van vocabulaire of grammatica, de nadruk werd gelegd op het leren spreken. Waar we vroeger eerst een basis aan woordenschat en grammatica erin gepompt kregen, moesten de leerkrachten de leerlingen nu onmiddellijk laten spreken. De bezwaren van de leerkrachten dat je moeilijk kan spreken als je geen basis hebt, werden onder de mat geveegd. Leerkrachten zijn immers bij uitstek conservatief en willen niet weten van verandering. Stel je voor, nieuwe handboeken gebruiken, een nieuwe methode aanleren, nieuwe inhoud aanreiken aan je leerlingen, dat doen leerkrachten helemaal nooit. Sinds de jaren ’60 was er immers helemaal niets meer veranderd in het onderwijs…

Dat was toch hetgeen de onderwijsdeskundigen naar buiten brachten. Dat diezelfde onderwijsdeskundigen over het algemeen pedagogen of onderwijsspecialisten zijn die nooit of al jaren niet meer voor een klas gestaan hebben, wordt ook onder de mat geveegd. In welke job wordt er bij ingrijpende veranderingen geen rekening gehouden met de opmerkingen van de specialisten uit het veld? Nochtans gebeurt dat telkens opnieuw bij onderwijshervormingen. Ook nu weer – bij de hervorming van het secundair onderwijs – wordt er fel geprotesteerd vanwege de leerkrachten, maar wordt dit alweer afgedaan als onwil om te vernieuwen van een bende conservatievelingen. Naar de inhoudelijke motivatie achter de protesten wordt niet geluisterd. Het moet beter uitgelegd worden, de leerkrachten protesteren enkel omdat ze niet goed op de hoogte zijn…

Ik word er echt kwaad van. Ik heb zelf nooit in het onderwijs gestaan, op mijn stage na, maar ik heb ontzettend goede herinneringen aan de vele zeer goede en gemotiveerde leerkrachten die ik gehad heb. Zij hebben me prachtige verhalen verteld, de ogen geopend, ze hebben me leren nadenken én leren genieten van mooie kunst, van schitterende boeken, van citytrips… Ik heb nog steeds ontzettend veel bewondering voor het enthousiasme en de passie waarmee uitstekende leerkrachten hun vak “verkochten”. Ze hebben me geleerd dat het soms moeite kost om iets te bereiken, maar dat de inspanning altijd loont.

De mislukking van het vaardigheidsonderwijs – die van in het begin door de leraars voorspeld was – is dan ook vooral jammer voor een hele generatie leerlingen. De goede bedoelingen ten spijt – leerlingen mondiger maken in een vreemde taal – kan je niet anders dan constateren dat dit ten koste gegaan is van de algemene kennis in de vreemde taal. Waar studenten in 1993 nog zo’n 54 % haalden op een oriëntatieproef Frans is dat 20 jaar later nog een dikke 35 %. Maar waar zit dan precies de winst van het vaardigheidsonderwijs? Zijn ze nu taalvaardiger? Maar hé, de boodschap komt intussen toch over, “le message passe”.

Wij Vlamingen hadden internationaal altijd de reputatie veel vreemde talen uitstekend te beheersen. Ik vind het ontzettend jammer dat dit zomaar te grabbel is gegooid voor een hele generatie. Laat dit dan ook een pleidooi zijn om leerkrachten wat meer echt op hun waarde te schatten als de onderwijsspecialisten die ze zijn. Laat hun stem dan ook telkens opnieuw gehoord worden in de inhoudelijke en vormelijke debatten die er rond het onderwijs gevoerd worden en doe hun inhoudelijk protest dan ook niet af als de conservatieve reflex van een vastgeroeste ambtenaar. Gelooft u nu zelf dat dat een correcte beschrijving is van elke leerkracht is die uw kinderen iets probeert bij te brengen?